3 bijlage Quickscan milieu RHDHV d d 31 maart 2020
Tekst van het document
RAPPORT Quick scan milieu Tanthof
Klant:
Gemeente Delft
Referentie: BH3037TPRP2003161125 Status:
S0/Definitief
Datum:
31 maart 2020
Vertrouwelijk
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Quick scan milieu Tanthof Referentie: BH3037TPRP2003161125 Status: Definitief/S0 Datum: 31 maart 2020 Projectnaam: Quick scan milieu Tanthof Projectnummer: BH3037-101-100 Auteur(s): Odette Dijkstra-Verheij, Rein Bruinsma, Roel Schaap, Robbert Cremers, Steven
Klinge, Ruben Roelofs Opgesteld door: Odette Dijkstra-Verheij Gecontroleerd door: Rein Bruinsma Datum/paraaf: 31 maart 2020 Goedgekeurd door: Jan de Wit Datum/paraaf: 31 maart 2020
Classificatie Vertrouwelijk
Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
i
Vertrouwelijk
Inhoud 1
Twee potentiële locaties voor scholenschuif in Tanthof
2
2
De integrale milieutechnische situatie van de locaties
4
2.1
Wat is milieutechnisch de meest geschikte locatie?
4
2.2
Uitgangspunten
4
2.3
Onderzoeksaanpak
5
3
Analyse
6
3.1
Geluid
6
3.1.1
Noordelijke locatie
6
3.2
Luchtkwaliteit
8
3.2.1 3.2.2 3.2.3
Noordelijke locatie Zuidelijke locatie Conclusie
10 10 10
3.3
Stikstof
10
3.4
Externe veiligheid
12
3.4.1 3.4.2 3.4.3
Noordelijke locatie Locatie zuid Conclusie
13 13 13
3.5
Bedrijven en milieuzonering
13
3.5.1 3.5.2 3.5.3
Noordelijke locatie Zuidelijke locatie Conclusie
13 14 14
3.6
Bodem
14
3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.6.4 3.6.5
Noordelijke locatie Zuidelijke locatie Gebiedsspecifiek beleid Ondergrondse infrastructuur Conclusie
14 16 16 16 16
3.7
Water
17
3.7.1 3.7.2 3.7.3
Noordelijke locatie Zuidelijke locatie Conclusie
17 17 18
4
Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg
19
4.1
De milieutechnisch meest geschikte locatie
19
4.2
Vervolgstappen
20
4.2.1 4.2.2 4.2.3
Geluid Externe veiligheid Bodemonderzoek
20 20 20
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
1
Vertrouwelijk
1
Twee potentiële locaties voor scholenschuif in Tanthof
De gemeente Delft werkt aan een haalbaarheidsstudie voor een scholenschuif in de wijk Tanthof. Vanwege teruglopende leerlingaantallen worden de zes huidige scholen vervangen door drie nieuwe scholen (en een kinderopvang) die samen op één campus komen. Er zijn hiervoor twee locaties in beeld, deze voorgenomen locaties zijn weergegeven op onderstaande kaart. Het blauwe vlak is de voorgenomen noordelijke locatie, het groene vlak is de voorgenomen zuidelijke locatie in de wijk Tanthof.
Figuur 1: de twee potentiële locaties in Tanthof.
De eerste locatie is een locatie gelegen in het noorden van het gebied ‘Tanthof Oost’ en heeft een oppervlakte van ruim 39.000 m2.
Figuur 2: voorgenomen noordelijke locatie Tanthof.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
2
Vertrouwelijk
De zuidelijke locatie heeft een oppervlakte van ruim 7.300 m2.
Figuur 3: voorgenomen zuidelijke locatie Tanthof.
Onderdeel van de haalbaarheidsstudie is het uitvoeren van een quickscan milieu voor beide potentiële locaties, op de onderwerpen: • Geluid • Luchtkwaliteit • Externe veiligheid • Bedrijven en milieuzonering • Bodem • Water Beide locaties worden gezien als mogelijke locaties om de genoemde opgave te realiseren. De gemeente Delft heeft Royal HaskoningDHV gevraagd te verkennen wat de eventuele milieutechnische beperkingen op de potentiele locaties zijn, om deze informatie mee te nemen in het maken van een weloverwogen keuze voor een locatie. De voorliggende notitie is de weergave van de quickscan die hiervoor is uitgevoerd en doet aanbevelingen voor het vervolg.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
3
Vertrouwelijk
2
De integrale milieutechnische situatie van de locaties
2.1
Wat is milieutechnisch de meest geschikte locatie?
De vraag voor de quickscan milieu valt uiteen in twee deelvragen: 1. Wat zijn de milieutechnische uitgangspunten van beide potentiele locaties? 2. Welke voorgenomen locatie is vanuit integraal milieutechnisch perspectief het meest geschikt voor de ‘scholenschuif’?
2.2
Uitgangspunten
Onderstaande uitgangspunten zijn gehanteerd bij uitwerking van deze quickscan: • De quickscan milieu omvat de volgende onderwerpen: o Geluid o Bedrijven en milieuzonering o Luchtkwaliteit (inclusief stikstof) o Bodem o Externe veiligheid o Water • Op basis van huidige wet- en regelgeving. • Beschouwing van twee potentiële locaties voor de ‘scholenschuif’ zoals in hoofdstuk 1 weergegeven: o Noordelijke locatie nabij kinderboerderij/kindertuinen (figuur 1 en 2). o Zuidelijke locaties nabij eindpunt tramlijn 1/Vietnampad (figuur 1 en 3). • De voorgenomen locaties hebben elk1: o Circa 6.000 m2 bvo bebouwing. o Een footprint van circa 3.000 m2. o Een buitenruimte van circa 2.000 m2. o De noordelijke locatie behoefte nog een gymzaal van 1.000 m2. • Oppervlakte van de voorgenomen locaties: o Noord: ruim 39.000 m2, situering schoollocatie niet gespecificeerd. o Zuid: ruim 7.400 m2. • Aantallen verkeersbewegingen aangegeven door opdrachtgeefster Claire van der Wal, per mail d.d. 17 maart 2020. • Ten behoeve van de analyse van luchtkwaliteit is de NIBM-tool (versie 2019) gebruikt om te bepalen of een plan niet in betekenende mate bijdraagt. Hiervoor hoeft alleen het extra aantal voertuigbewegingen en het aandeel vrachtverkeer te worden ingevoerd. Voor de overige invoergegevens is in de NIBM-tool uitgegaan van worst-case omstandigheden.
Ten aanzien van vigerende wet- en regelgeving en milieuaspecten: • De nadruk binnen deze quickscan ligt op maatgevende thema’s als externe veiligheid, geluid, luchtkwaliteit (inclusief stikstof), bedrijven en milieuzonering, bodem en water. Mogelijke beperkingen voor toekomstige ontwikkelingen op de locaties op grond van andere (milieu)thema’s zijn vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
1
Momenteel vindt een massastudie plaats om de exacte hoeveelheden (m2) te bepalen.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
4
Vertrouwelijk
2.3
Onderzoeksaanpak
Om de vraag van de gemeente Delft te beantwoorden zijn de volgende stappen doorlopen: 1. In een werksessie met diverse specialisten van Royal HaskoningDHV en opdrachtgeefster Claire van der Wal van de gemeente Delft, zijn gezamenlijk de onderzoeksvragen verkend en informatie over het gebied gedeeld. 2. Op basis van de uitgangspunten, kaartmateriaal en berekeningen, hebben we geanalyseerd wat de milieutechnische mogelijkheden zijn voor: a. Realisatie van een onderwijsgebouw + BSO + gymzaal op de noordelijke locatie. b. Realisatie van een onderwijsgebouw + BSO op de zuidelijke locatie. 3. Ten slotte concluderen wij of er verschillen zijn in de milieutechnische uitgangspunten voor beide locaties en welke locatie vanuit dit perspectief het meest geschikt is voor de voorgenomen ontwikkeling.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
5
Vertrouwelijk
3
Analyse
Binnen de analyse maken we onderscheid in de twee potentiële locaties en de zes milieuaspecten, welke in samenhang worden beoordeeld. Op basis hiervan trekken wij conclusies ten aanzien van de geschiktheid van de locaties voor de voorgenomen ontwikkeling. In onderstaande paragrafen worden de resultaten van onze analyse beknopt samengevat per locatie en gegroepeerd op milieuthema.
3.1
Geluid
3.1.1 Noordelijke locatie Wegverkeerslawaai De Kruithuisweg (N470) is de belangrijkste geluidbron voor de noordelijke locatie. In onderstaande figuur is de geluidbelasting weergegeven van al het wegverkeer.
Figuur 4: geluidbelasting noordelijke locatie (bron: geluidkaarten gemeente Delft).
De geluidbelasting door wegverkeer bedraagt tussen de 55 en 60 dB Lden. De geluidkwaliteit in deze omgeving is daardoor ‘matig’. De Kruithuisweg is een autoweg die geldt als een buitenstedelijke weg in de zin van de Wet geluidhinder. Met name in het noordelijke deel van deze noordelijke locatie is het niet uitgesloten dat de geluidbelasting in de zin van de Wet geluidhinder hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB (inclusief aftrek art. 110 Wgh). Dit is niet toegestaan. Dit vraagt om bijvoorbeeld een dove gevel of vliesgeveloplossing. Naast maatregelen aan de gevels kunnen ook bronmaatregelen als stiller asfalt, lagere snelheden en geluidsschermen bijdragen aan een lagere geluidsbelasting. Een eis uit het gemeentelijk geluidbeleid is voorts dat een school of kinderdagverblijf wordt voorzien van een geluidluwe zijde. Dat zal in beginsel op deze noordelijke locatie geen probleem zijn. Tenslotte moet rekening gehouden worden met de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van extra geluidwering van de gevels, vooral in de bedgebieden van het kinderdagverblijf. 31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
6
Vertrouwelijk
NB: er is een opvallend verschil met de geluidbelasting als weergegeven op de geluidkaarten uit de Atlas van de Leefomgeving. Op die kaarten is de geluidbelasting door wegverkeer op de noordelijke locatie tussen de 50 en 55 dB Lden (exclusief aftrek) en zal de maximale ontheffingswaarde van 53 dB Lden (inclusief tenminste 2 dB aftrek) derhalve niét worden overschreden. Gericht geluidonderzoek zal hierover duidelijkheid moeten verschaffen.
3.1.1.1 Zuidelijke locatie Verkeerslawaai De tramlus (onderdeel van het wegverkeer) is de belangrijkste geluidbron voor de zuidelijke locatie. In onderstaande figuur is de geluidbelasting weergegeven (bron: geluidkaarten gemeente Delft).
Het grootste deel van de zuidelijke locatie ondervindt een geluidbelasting van 50-55 dB Lden. De geluidkwaliteit in deze omgeving is daardoor ‘redelijk’. Een deel van het zoekgebied ondervindt een geluidbelasting tussen de 55 en 60 dB Lden (kwaliteit ‘matig’). Omdat het binnenstedelijk wegverkeer in de zin van de Wet geluidhinder betreft, kunnen hogere waarden worden vastgesteld tot maximaal 63 dB Lden. Dat is voor deze locatie ruim voldoende. Een eis uit het gemeentelijk geluidbeleid is wel dat een school of kinderdagverblijf wordt voorzien van een geluidluwe zijde. Dat zal in beginsel op deze zuidelijke locatie geen probleem zijn. Voorts moet rekening gehouden worden met de eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van extra geluidwering van de gevels, vooral in de bedgebieden van het kinderdagverblijf. Uit gericht geluidonderzoek zal moeten blijken wat de precieze geluidbelasting is.
3.1.1.2 Conclusie Vanuit het oogpunt van wegverkeerslawaai is de zuidelijke locatie het geschiktst voor de vestiging van de nieuwe scholenlocatie.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
7
Vertrouwelijk
3.2
Luchtkwaliteit
Scholen hebben een verkeersaantrekkende werking en gemotoriseerd wegverkeer stoot onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uit. Door een toename van het wegverkeer op de voorgenomen nieuwe locatie van de scholen, is er een toename in de uitstoot van deze stoffen rond de nieuwe locatie. Dit leidt in de directe omgeving tot een verhoging van de concentraties van deze stoffen. Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (Wm) titel 5.2 (‘Wet luchtkwaliteit’) zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat een project onder andere voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit wanneer kan worden aangetoond dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit óf niet leidt tot een overschrijding van grenswaarden. In onderstaande tabel zijn de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) weergegeven. Naast de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn de streefwaarden opgenomen die zijn opgesteld door de wereldgezondheid organisatie (WHO). Tabel 1: grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Stof
Criterium
Grenswaarde (µg/m3)
WHO advieswaarde (µg/m3)
NO2
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
-
uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3
18 uren per jaar
-
PM10
PM2.5
3
20 µg/m3
jaargemiddelde concentratie
40 µg/m
etmaalgemiddelde concentratie van 50 µg/m3
35 etmalen per jaar
-
jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
10 µg/m3
Projecten waarvan aannemelijk is gemaakt dat ze niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, kunnen conform de Wm gerealiseerd worden, zelfs wanneer sprake zou zijn van overschrijding van grenswaarden. Hiervoor wordt een maximale verslechtering gehanteerd van 3% van de jaargemiddelde grenswaarde (1,2 µg/m³ voor NO2 en PM10).
Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen, 2009) beperkt de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen', zoals basisscholen, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoeligheid zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Het besluit maakt gebruik van zones gemeten vanaf de rand van de weg. Deze zijn aan weerszijde 300 m breed bij rijkswegen en 50 m bij provinciale wegen. Het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming' mag niet toenemen als de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden. Op zo'n plek mag een school zich niet vestigen.
Huidige situatie Om een beeld te geven van de luchtkwaliteit in de huidige situatie is gebruik gemaakt van de NSLmonitoringtool (monitoringsronde 2019, zichtjaar 2020). Hierbij is gekeken naar de concentraties ter hoogte van de NSL-toetspunten in de wijk Tanthof (zie figuur 5, figuur 6 en figuur 7).
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
8
Vertrouwelijk
Figuur 5: jaargemiddelde NO2-concentratie in huidige situatie, bron: NSL-monitoringstool, monitoringsronde 2019, zichtjaar 2020.
Figuur 6: jaargemiddelde PM10-concentratie in huidige situatie, bron: NSL-monitoringstool, monitoringsronde 2019, zichtjaar 2020.
Figuur 7: jaargemiddelde PM2.5-concentratie in huidige situatie, bron: NSL-monitoringstool, monitoringsronde 2019, zichtjaar 2020.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
9
Vertrouwelijk
In de huidige situatie liggen de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties ruim onder de desbetreffende grenswaarden. De maximale PM10-concentratie ligt boven de WHO-advieswaarde, maar er zijn ook locaties waar voor de PM10-concentratie wordt voldaan aan de WHO advieswaarde. Ter hoogte van de NSL-toetspunten in de wijk wordt nog nergens voldaan aan de WHO advieswaarde van PM2.5.
Juridische haalbaarheid Het aantal verkeersbewegingen ten behoeve van het halen en brengen van de leerlingen (in totaal 1.050 leerlingen) is 518 ritten (heen en terug). Uit de resultaten van de NIBM-tool blijkt dat de maximale bijdrage van het extra verkeer op de jaargemiddelde concentraties NO 2 en PM10 respectievelijk 0,4 µg/m3 en 0,1 µg/m3 bedraagt. Deze bijdragen liggen ruim onder de ‘in betekenende mate’ grens van 1,2 µg/m3. Het project draagt niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien zal een toename van de jaargemiddelde concentraties NO 2 en PM10 nergens in de omgeving leiden tot een overschrijding van de grenswaarden. Het project, op beide locaties, voldoet daarmee aan de Wet milieubeheer en vormt juridisch geen belemmering.
3.2.1 Noordelijke locatie De noordelijke locatie ligt op korte afstand van een provinciale weg (N470, Kruithuisweg). In het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) is opgenomen dat er geen scholen mogen worden gevestigd binnen 50 meter van provinciale wegen índien er sprake is van een dreigende overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Aangezien de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties ruim onder de desbetreffende grenswaarden liggen is er juridisch geen belemmering. Ter hoogte van de noordelijke locatie liggen de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties ruim onder de desbetreffende grenswaarden, maar er is in de huidige situatie wel nog sprake van een overschrijding van de WHO-advieswaarde voor fijn stof (PM10 en PM2,5). Hoewel het aspect luchtkwaliteit juridisch geen belemmering vormt, zijn kinderen extra gevoelig voor luchtvervuiling waardoor de plaatsing van basisscholen op korte afstand van een provinciale weg niet wenselijk is. Wanneer er voor deze locatie wordt gekozen kan hier in de ontwerpfase rekening mee worden gehouden door de schoolgebouwen niet direct langs de weg te plaatsen.
3.2.2 Zuidelijke locatie Ter hoogte van de NSL-toetspunten, welke zijn geplaatst langs drukke wegen in de omgeving van de zuidelijke locatie, liggen de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties ruim onder de desbetreffende grenswaarden. Ook hier is er echter nog sprake van een overschrijding van de WHO-advieswaarde voor fijn stof (PM10 en PM2,5). Deze locatie ligt echter wel in een verkeersluw gebied, waardoor er minder sprake zal zijn van luchtvervuiling van wegverkeer dan op de noordelijke locatie.
3.2.3 Conclusie Voor het thema ‘Luchtkwaliteit’ is de scholenlocatie goed inpasbaar op zowel de noordelijke als de zuidelijke locatie. De zuidelijke locatie is evenwel geschikter dan de noordelijke, doordat er minder sprake zal zijn luchtvervuiling veroorzaakt door ligging in een verkeersluw gebied.
3.3
Stikstof
Tijdens de realisatie van het nieuwe schoolgebouw worden mobiele werktuige ingezet en rijdt er bouwverkeer van en naar de bouwplaats, waarbij tijdelijk emissies vrijkomen van NO x (stikstofoxiden) en NH3 (ammoniak). Na de realisatie leidt het gebruik van de scholen tot een toename van het wegverkeer op de ontsluitende wegen, wat van invloed is op de emissies van NO x en NH3 die vrijkomen in de verbrandingsmotoren van het wegverkeer. Hierdoor draagt zowel de aanleg (tijdelijk) als het gebruik (permanent) van de scholen mogelijk bij aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de 31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
10
Vertrouwelijk
omgeving. Dit kan leiden tot negatieve effecten voor stikstofgevoelige habitattypen in deze Natura 2000gebieden. Wettelijk kader Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dienen activiteiten getoetst te worden om na te gaan of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. In de beslisboom 2 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn de stappen om vergunningsplicht vast te stellen beschreven (zie bijlage I). Juridische haalbaarheid Gebruiksfase • De wijk Tanthof ligt op meer dan 10 kilometer van stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden waardoor de invloed van de aanleg en het gebruik van de scholen op de stikstofdepositie in deze gebieden zeer gering is. Hierbij is er geen onderscheid tussen de noordelijke en zuidelijke locatie. • De gebouwen worden aardgasvrij verwarmd, waardoor er geen stikstofemissie als gevolg van gebouwverwarming plaatsvindt. Hierdoor heeft alleen het bestemmingsverkeer in de gebruiksfase invloed op de stikstofdepositie in de omgeving. De stikstofdepositiebijdrage van het bestemmingsverkeer, dat dient te worden meegenomen tot aan het bestaande doorgaande wegennet 3, is zeer gering gelet op de grote afstand tot de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden.
Bovendien ligt de wijk Tanthof ver buiten het rekenbereik voor wegverkeer (binnen 5 km van stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden) van het rekenmodel AERIUS, waardoor de stikstofdepositiebijdrage van deze wegen niet wordt meegenomen (zie onderstaand figuur). De gebruiksfase vormt hierdoor geen belemmering in het kader van stikstofdepositie. Aanlegfase • In de aanlegfase komen er tijdelijk emissies vrij van stikstofoxiden door de verbrandingsmotoren van mobiele werktuigen. Ook de invloed van de werktuigen zal gering zijn gelet op de grote afstand tot de stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. De bijdrage zal in een latere fase in beeld moeten worden gebracht. • Met relatief oud materieel dat nog niet voldoet aan de emissienormering STAGE IV (vanaf 2014) of STAGE V (vanaf 2019), is er mogelijk nog een zeer kleine maar relevante stikstofdepositiebijdrage ter hoogte van Natura 2000-gebieden (> 0,00 mol N/ha/j). • Wordt bij de aanleg hoofdzakelijk gebruik gemaakt van modern materieel dat voldoet aan de emissienormering STAGE IV of STAGE V, dan leidt de aanlegfase zeer waarschijnlijk niet tot een relevante depositiebijdrage.
Ten aanzien van het thema ‘stikstof’ verwachten wij geen belemmeringen op de locaties. Daarnaast verwachten wij geen significante verschillen tussen beide locaties.
2
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/10/12/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositie-bij-nieuweactiviteiten 3 Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden de gevolgen voor het milieu van het verkeer van en naar de inrichting (geluid-, trilling- en/of stofhinder) niet aan de inrichting toegerekend, indien dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval indien dit verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden (zie onder andere ABRS 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1260). 31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
11
Vertrouwelijk
Figuur 8: afbakening van de wegen (buffer 5 km) waarvan de bijdrage aan de stikstofdepositie in AERIUS wordt meegenomen.
3.4
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor de omgeving ten gevolge van het transport, de productie en de opslag van gevaarlijke stoffen. Een (basis)school is een kwetsbaar object. Om deze reden is externe veiligheid een relevant milieuaspect. Voor deze inventarisatie is gekeken naar de relevante risicobronnen in de omgeving van de twee beoogde locaties. De inventarisatie heeft plaatsgevonden op basis van het huidige beleidskader, in de aanbevelingen is een doorkijk gemaakt naar de Omgevingswet. Toetsingskader Onder het huidige externe veiligheidsbeleid wordt getoetst aan het plaatsgebonden risico 4 en het groepsrisico 5 . Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven met contouren. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar is hierbij maatgevend. De hoogte van het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van de risicobron. De grootte van een invloedsgebied is afhankelijk van de soort risicobron, het type en de hoeveelheid gevaarlijke stof. Binnen een invloedsgebied geldt een verantwoordingsplicht. Deze verantwoordingsplicht vindt plaats bij het opstellen van het bestemmingsplan. In de verantwoording groepsrisico wordt een afweging gemaakt voor het nemen van maatregelen om de risico’s te beperken. Per locatie zijn de relevante risicobronnen die een invloedsgebied over de locatie hebben benoemd. Daarnaast zijn aanbevelingen gedaan voor het vervolgproces.
4 Plaatsgebonden risico: risico op een plaats nabij een buisleiding, langs, op of boven een transportroute of buiten een inrichting,
uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met die buisleiding, transportroute of binnen die inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. 5 Groepsrisico: de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
12
Vertrouwelijk
3.4.1 Noordelijke locatie Ongeveer 80 meter ten noorden van de beoogde locatie ligt de Kruithuisweg (N470). Over de N470 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg valt onder het Bevt 6. Het invloedsgebied wordt bepaald door het vervoer van toxische vloeistoffen en bedraagt 880 meter. De N470 heeft geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar. Deze vormt geen belemmering voor het plan. Conform het Bevt dient de hoogte van het groepsrisico bepaalt te worden en invulling gegeven te worden aan de verantwoording groepsrisico. Voor de invulling van de verantwoording groepsrisico dient het bevoegd gezag advies te vragen aan de veiligheidsregio. De uitkomst van de groepsrisicoberekening is afhankelijk van de precisie invulling van de locatie. Hoe verder de bebouwing (met daarin aanwezige bevolking) van de weg af gesitueerd wordt, hoe lager het groepsrisico. De aanbeveling is om de veiligheidsregio al in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken om mee te denken over de invulling van de locatie. In het kader van de Omgevingswet kan de beoogde locatie (deels) binnen het explosieaandachtsgebied komen te liggen. Dit kan meegenomen worden in de afweging van de locatiekeuze.
3.4.2 Locatie zuid De Kruithuisweg (N470) ligt op ongeveer 650 meter ten noorden van de beoogde locatie. De locatie ligt daarmee binnen het invloedsgebied van 880 meter. Conform het Bevt dient er voor de locatie een afweging gemaakt te worden voor de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Voor de invulling van de verantwoording groepsrisico dient het bevoegd gezag advies te vragen aan de veiligheidsregio. De aanbeveling is om ook voor de afweging voor deze locatie de veiligheidsregio te betrekken.
3.4.3 Conclusie Voor het thema ‘Externe Veiligheid’ is de scholenlocatie goed inpasbaar op zowel de noordelijke als de zuidelijke locatie. De zuidelijke locatie ligt hierbij voor het aspect externe veiligheid op de meest gunstige locatie. Voor de afweging dient voor de noordelijke locatie verder onderzoek uitgevoerd te worden. Tevens bezien in het licht dat er een mogelijke toename van het groepsrisico plaatsvindt op de noordelijke locatie, wanneer bedrijven aan de Motorenweg e.o. getransformeerd worden naar woningen.
3.5
Bedrijven en milieuzonering
3.5.1 Noordelijke locatie De scholenlocatie is zowel een bron (milieubelastend) als een ontvanger (milieugevoelig). Scholenlocatie als bron Vanwege het geluid door spelende kinderen en de mogelijke hinder door het aan- en afrijden van auto’s bij het brengen en halen van kinderen is er bij voorkeur afstand tussen de scholenlocatie en de bestaande woonomgeving. De richtafstand daarvoor is 30 meter, gerekend vanaf de rand van de bestemming en de (voor)gevels van de bestaande woningen. De noordelijke locatie is bijna vier hectare groot en het moet mogelijk worden geacht de scholenlocatie in te passen rekening houdend met deze richtafstand. Overigens is een deel van de genoemde vier hectare al in gebruik en daardoor niet of minder geschikt voor de scholenlocatie. De wens is bijvoorbeeld om de kindertuinenlocatie (circa 0,5 hectare groot) in stand te laten.
6
Besluit externe veiligheid transportroutes.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
13
Vertrouwelijk
Los van de richtafstand is het aan te bevelen de buitenspeellocaties en haal- en brengpunten zodanig ten opzichte van het schoolgebouw te plaatsen, dat het schoolgebouw dient als afschermende bebouwing richting de dichtstbijzijnde woningen. Voorts is het aan te bevelen de haal- en brenglocatie voor auto’s te positioneren dicht bij een al bestaande ontsluitingsroute voor autoverkeer. Scholenlocatie als ontvanger Het schoolgebouw houdt als geluid- en geurgevoelig object bij voorkeur voldoende afstand tot andere milieubelastende locaties. Het gaat hierbij om de kinderboerderij met waterspeelplaats met een richtafstand van 30 meter en de gemeentewerf met een richtafstand van 50 meter. Let op: de richtafstanden gelden niet voor de buitenspeellocaties van de nieuwe scholenlocatie, deze kunnen binnen de genoemde richtafstanden worden gesitueerd. Tevens is het mogelijk om gemotiveerd van deze richtafstanden af te wijken.
3.5.2 Zuidelijke locatie De scholenlocatie is zowel een bron (milieubelastend) als een ontvanger (milieugevoelig). Scholenlocatie als bron Vanwege het geluid door spelende kinderen en de mogelijke hinder door het aan- en afrijden van auto’s bij het brengen en halen van kinderen is er bij voorkeur afstand tussen de scholenlocatie en de bestaande woonomgeving. De richtafstand daarvoor is 30 meter, gerekend vanaf de rand van de bestemming en de (voor)gevels van de bestaande woningen. Gezien de ligging van de zuidelijke locatie ten opzichte van de bestaande woonomgeving zal het geen probleem zijn om de scholenlocatie in te passen rekening houdend met deze richtafstand. Los van de richtafstand is het aan te bevelen de buitenspeellocaties en haal- en brengpunten zodanig ten opzichte van het schoolgebouw te plaatsen, dat het schoolgebouw dient als afschermende bebouwing richting de dichtstbijzijnde woningen. Voorts is het aan te bevelen de haal- en brenglocatie voor auto’s te positioneren dicht bij een al bestaande ontsluitingsroute voor autoverkeer. Scholenlocatie als ontvanger Het schoolgebouw houdt als geluid- en geurgevoelig object bij voorkeur voldoende afstand tot andere milieubelastende locaties. Deze zijn in de omgeving van de locatie niet aanwezig of toegelaten.
3.5.3 Conclusie Voor het thema ‘Bedrijven en milieuzonering’ is de scholenlocatie goed inpasbaar op zowel de noordelijke als de zuidelijke locatie. De zuidelijke locatie is evenwel geschikter dan de noordelijke.
3.6
Bodem
Als onderdeel van de quickscan is een vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. De werkzaamheden van het vooronderzoek bestaan uit het opvragen van informatie uit het archief bij de gemeente Delft, het bodemloket (www.bodemloket.nl) en het Kadaster met als doel informatie te verzamelen over: • voormalig bodemgebruik; • huidig bodemgebruik; • bodemopbouw en geohydrologie.
3.6.1 Noordelijke locatie De Noordelijke locatie kent verschillende kadastrale percelen. In onderstaande tabel zijn deze opgenomen:
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
14
Vertrouwelijk
Tabel 2: kadastrale percelen noordelijke locatie.
Adres
Kadastrale nummers
Oppervlak in m2
Bijzonderheden
Abtswoude 2
R06609
170
The Border
Abtswoude (ong)
R05287 (gedeeltelijk)
17.110
Amazoneweg (ong)
R07718 (gedeeltelijk)
65.820
R07504 (gedeeltelijk)
12.060
R07983
540
R07984
19.220
R08112
2.025
Abtswoude 7
R06604
1.779
Abtswoude 9
R07989
76
R07990
5.466
R08146
1.635
Kalfjeslaan 135
R04644
367
Abtswoude (ong)
R6279 (gedeeltelijk)
3.072
Abtswoude 5
Abtswoude/ Kalfjeslaan (ong)
Sportplaats
Kinderboerderij, waterspeeltuin
Gemeentewerf
Schooltuinen
Brasserie The Family
Bodemkwaliteit Op de percelen zijn bodemonderzoeken uitgevoerd in 1996, 2006 en 2016. Het laatst uitgevoerde bodemonderzoek betreft: verkennend bodemonderzoek Abtswoude 5, opgesteld op 24 februari 2016 door BK ingenieurs, projectnummer 153853. Algemene bodemkwaliteit (uitsluitend milieu hygiënisch) Tijdens dit onderzoek zijn maximaal licht verhoogd concentraties aan verontreinigingen aangetroffen in de grond en in het grondwater. Deze gehalten vormen geen risico’s voor de mens of het milieu. Carbolineum waterspeeltuin Rond peilbuis 033 en boring 103 is een verontreiniging met PAK in de grond en in het grondwater aanwezig. Deze verontreiniging is zowel in horizontale als in verticale richting volledig afgeperkt. Het bodemvolume waarin de grond sterk verontreinigd is met PAK bedraagt circa 22 m 3. Het bodemvolume waarin het grondwater sterk verontreinigd is met PAK bedraagt circa 69 m3.
De omvang van de aangetoonde verontreinigingen is dusdanig dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging volgens de Wet bodembescherming, omdat de volumecriteria hiervoor niet worden overschreden (respectievelijk 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater boven de interventiewaarde).
Op het reeds uitgevoerde onderzoek dient aanvullend een onderzoek naar asbest in grond plaats te vinden, daarnaast is nog niets bekend over de situatie met betrekking tot PFAS. Ook dit dient onderzocht te worden.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
15
Vertrouwelijk
Ten aanzien van de sterk verontreinigde grond met PAK wordt aanbevolen om geen graafwerkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de verontreinigingsspot met carbolineum. Indien graafwerkzaamheden toch nodig zijn, dan wordt aanbevolen een plan van aanpak op te stellen en deze voor te leggen aan het bevoegd gezag (gemeente Delft, afdeling Advies Ruimte & Economie).
3.6.2 Zuidelijke locatie De zuidelijke locatie kent de volgende kadastrale percelen: Adres
Kadastrale nummers
Oppervlak in m2
Vietnampad 1
S03293 (gedeeltelijk)
73.092
Bijzonderheden
Over deze locatie is geen bodeminformatie beschikbaar. Om een goed beeld te krijgen van de bodemkwaliteit is bodemonderzoek inclusief asbest in grond nodig, daarnaast is nog niets bekend over de verontreinigingssituatie met betrekking tot PFAS. Ook dit dient onderzocht te worden.
3.6.3 Gebiedsspecifiek beleid Omdat het generieke beleid voor grondverzet voor de gemeente Delft onnodige beperkingen ten aanzien van grondstromen oplevert, is gebiedsspecifiek beleid opgesteld. In deze ‘Nota duurzaam bodembeheer gemeente Delft 2018’ geeft de gemeente Delft aan hoe moet worden omgegaan met grondverzet. De bodemkwaliteit in de BKK-zone 11 (waaronder Tanthof) betreft Wonen met stadstuin. In deze zone wordt de bodemkwaliteit afgestemd op deze functie, waarbij verruiming wordt gezocht in de kwaliteit van toe te passen grond. Beide locaties liggen in dezelfde BKK zone. Dit gaat voornamelijk om dicht bebouwd stedelijk gebied met kleine tuinen, primair in gebruik als siertuin. De functie Wonen met stadstuin is afgeleid van de bodemfunctie Plaatsen waar kinderen spelen kenmerken zich door: • relatief veel contact met de bodem; • matige ecologische waarde; • zeer beperkte gewasconsumptie uit eigen tuin.
3.6.4 Ondergrondse infrastructuur Kabels en leidingen van Stedin en openbare verlichting liggen allemaal langs de percelen. Alleen bij de locatie van de kinderboerderij loopt er een riool door de percelen heen Van Kalfjeslaan richting het gebouwtje van de waterspeeltuin en een aftakking naar het hoofdgebouw van de speeltuin, locatie Abtswoudeweg 5.
3.6.5 Conclusie Voor het thema ‘Bodem’ verwachten wij geen belemmeringen voor de scholenlocatie op zowel de noordelijke als de zuidelijke locatie. Wel bestaat er meer onzekerheid over de zuidelijke locatie, omdat hier geen bodeminformatie over beschikbaar is. Daarentegen loopt erop de noordelijke locaties een riolering waar rekening mee gehouden moet worden bij oprichting van een schoollocatie binnen het plangebied. Voor beide locaties in aanvullend onderzoek vereist.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
16
Vertrouwelijk
3.7
Water
3.7.1 Noordelijke locatie De noordelijke locatie bevindt zich in de Abtswoudsche Polder en heeft een fijnmazige oppervlaktewaterstructuur met primaire en secundaire leggerwatergangen welke verdeeld in beheer zijn van de gemeente en de waterbeheerder. Er zijn geen waterkeringen aanwezig in of direct naast het plangebied. Het is aannemelijk dat er oppervlaktewater gedempt moet worden om de scholenschuif hier te realiseren. Gedempt oppervlaktewater dient 100% gecompenseerd te worden. Daarnaast volgt er een opgave uit de toename van verharding. Uitgaande van een toename verharding van 5000 m2 (3000 m2 footprint gebouw, 1000 m2 sporthal, 1000 m2 terreinverharding7), volgt een compensatieopgave Figuur 9: watergangen noordelijke locatie van 770 m2 oppervlaktewater of 385 m3 in (bron: Hoogheemraadschap Delfland). bergingsmaatregelen voor het tijdelijk vasthouden van water. Gezien de beschikbare ruimte in het plangebied lijkt dit inpasbaar. De beoogde noordelijke locatie ligt relatief laag en is daarom gevoelig voor wateroverlast. Dit kan zich uitten in grondwateroverlast (onvoldoende ontwatering) alsook het optreden van water-op-straat gedurende een hevige bui. Zowel de resultaten uit de WOLK (in te zien op GIDS) als de Klimaatatlas Zuid-Holland laten zien dat grote delen van het plangebied onder water zullen lopen bij extreme neerslag.
Dit is een aspect waar rekening mee dient te worden gehouden. Een integrale ophoging van het terrein dat wordt bestemd voor bouw, behoort tot de oplossingsmogelijkheden.
3.7.2 Zuidelijke locatie De zuidelijke locatie bevindt zich in de Abtswoudsche Polder en heeft zowel aan de noordkant als de zuidkant een secundaire leggerwatergang welke in beheer is van de waterbeheerder. Er zijn geen waterkeringen aanwezig in of direct naast het plangebied. Ook hier zal voor de toegankelijkheid van het terrein mogelijk een deel van het oppervlaktewater worden gedempt. Gedempt oppervlaktewater dient 100% gecompenseerd te worden. Uitgaande van een toename verharding van 4000 m2 (3000 m2 Figuur 10 Watergangen zuidelijke locatie footprint gebouw, 1000 m2 terreinverharding), volgt een (Bron: Hoogheemraadschap Delfland) compensatieopgave van 616 m2 oppervlaktewater of 308 m3 in bergingsmaatregelen voor het tijdelijk vasthouden van water 8. De beschikbare ruimte op deze locatie is beperkter dan ter plaatse van de noordelijke locatie, mogelijk loont het om de maatregelen hoger in de trits te realiseren en hemelwater dus tijdelijk vast te houden op daken of onder verhardingen.
7
Hierbij is uitgegaan van 50% verharding (groen schoolplein). Wanneer sprake is van 100% verharding van de buitenruimte bedraagt de compensatieopgave 922 m2 voor oppervlaktewater en 461 m3 voor waterberging. 8 Hierbij is uitgegaan van 50% verharding (groen schoolplein). Wanneer sprake is van 100% verharding van de buitenruimte bedraagt de compensatieopgave 770 m2 voor oppervlaktewater en 385 m3 voor waterberging. 31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
17
Vertrouwelijk
De beoogde zuidelijke locatie ligt hoger dan de noordelijke locatie, en zal bij hevige neerslag minder snel overlast ervaren van water-op-straat. Dit wordt bevestigd door de klimaatkaarten uit GIDS en de Klimaatatlas Zuid-Holland. De ontwatering ten opzichte van de GHG hier reeds (ca. 60 cm), dus de eventuele benodigde ophogings- en/of drainage maatregelen zijn beperkt.
3.7.3 Conclusie Voor het thema ‘Water’ verwachten wij geen belemmeringen voor de scholenlocatie op zowel de noordelijke als de zuidelijke locatie. De noordelijke locatie biedt meer fysieke ruimte voor de berging van water (de locatie is groter), maar is wel lager gelegen. De zuidelijke locatie biedt minder ruimte voor het vasthouden van water, maar ervaart door de hogere ligging minder snel wateroverlast. In beide gevallen moeten er dus maatregelen (buiten het plangebied) getroffen worden, al is het op een ander aspect.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
18
Vertrouwelijk
4
Conclusies en aanbevelingen voor het vervolg
4.1
De milieutechnisch meest geschikte locatie
In onderstaande tabel hebben we de resultaten van de analyse samengevat, conform onderstaande legenda: Legenda
Toelichting
(grote groene vink)
Geen belemmeringen op de locatie en deze locatie is het meest geschikt. Tevens wanneer beide locaties even geschikt zijn.
(kleine groene vink)
Locatie is geschikt, mogelijk met aandachtspunten, maar andere locatie is geschikter (en die heeft dus een ‘grote groene vink’.
(rood kruis)
Locatie niet geschikt voor voorgenomen ontwikkeling.
Milieuaspecten
Aandachtspunten
Aandachtspunten Zuid
Noord
Geluid
Hogere geluidbelasting door ligging nabij Kruithuisweg. Meer noodzaak voor (bron)maatregelen.
Luchtkwaliteit
Ligging van provinciale weg nabij. Juridisch geen belemmering, maar mogelijk minder wenselijk voor schoolgaande kinderen.
Stikstof
Externe veiligheid
Staat sterker onder invloed van de veiligheidsrisico’s van de ligging nabij de Kruithuisweg.
Bedrijven en milieuzonering
Groot gedeelte van voorziene locatie is al in gebruik voor andere voorzieningen, dit maakt hanteren van richtafstanden lastiger.
Bodem
Aanvullend onderzoek noodzakelijk.
Geen bodeminformatie bekend. Volledig onderzoek noodzakelijk
Water
Ophoging noodzakelijk.
Waterberging noodzakelijk.
Vanuit milieutechnisch oogpunt zijn er op basis van de quickscan resultaten geen onmogelijkheden voor de schoollocatie op beide locaties. Doordat in de noordelijke locatie al meer bebouwing aanwezig is en een ligging kent dichterbij de Kruithuisweg (met bijbehorende milieueffecten), lijkt vanuit milieutechnisch oogpunt de zuidelijke locaties de meest geschikte optie te zijn. Een verdere uitwerking en detaillering van de onderzoeken kan meer en beter inzicht geven in de mogelijkheden op beide locaties. Hierbij spelen in het vervolgtraject naast milieukundige aspecten, uiteraard ook financiële, verkeerskundige en sociaal-maatschappelijke (draagvlak) aspecten een rol. 31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
19
Vertrouwelijk
4.2
Vervolgstappen
Voor alle onderdelen van de quickscan geldt, dat voor verdere uitwerking van het initiatief (en bij het opstellen van een bestemmingsplan/omgevingsplan) aanvullende onderzoeken noodzakelijk zijn om een volledig inzicht te krijgen in de thema’s.
4.2.1 Geluid •
Op de noordelijke locatie bestaat discrepantie ten aanzien van de onderzoeks- en meetgegevens van de gemeente Delft enerzijds en de Atlas voor de Leefomgeving anderzijds. Nader geluidonderzoek kan uitsluitsel geven over de precieze waarde waar rekening mee gehouden moet worden.
4.2.2 Externe veiligheid Omgevingswet • Onder de Omgevingswet wordt het groepsrisico vervangen door aandachtsgebieden. Er zijn drie type aandachtsgebieden waarbinnen rekening gehouden moet worden met de risico’s. De aandachtsgebieden zijn brand, explosie en gifwolk. Door de introductie van de aandachtsgebieden is het geen wettelijke verplichting meer om het groepsrisico te berekenen. Dit kan echter wel een (beleidsmatige) keuze zijn van het lokale bevoegd gezag. Het nemen van maatregelen en nadenken over de risico’s blijft een verplichting.
4.2.3 Bodemonderzoek Aanbeveling noordelijke locatie • Op het reeds uitgevoerde onderzoek dient aanvullend een onderzoek naar asbest in grond plaats te vinden, daarnaast is nog niets bekend over de situatie met betrekking tot PFAS. Ook dit dient onderzocht te worden. •
Ten aanzien van de sterk verontreinigde grond met PAK wordt aanbevolen om geen graafwerkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de verontreinigingsspot met carbolineum. Indien graafwerkzaamheden toch nodig zijn, dan wordt aanbevolen een Plan van Aanpak op te stellen en deze voor te leggen aan het bevoegd gezag (gemeente Delft, afdeling Advies Ruimte & Economie).
Aanbeveling zuidelijke locatie Over deze locatie is geen bodeminformatie beschikbaar. Om een goed beeld te krijgen van de bodemkwaliteit is bodemonderzoek inclusief asbest in grond nodig, daarnaast is nog niets bekend over de verontreinigingssituatie met betrekking tot PFAS. Ook dit dient onderzocht te worden.
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
20
Vertrouwelijk
Bijlage I Beslisboom vergunningplicht (stikstof)
31 maart 2020
QUICK SCAN MILIEU TANTHOF
BH3037TPRP2003161125
21