CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2624381 College van B&W - Handhaving bouwwerken Markt

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 18 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Handhaving bouwwerken op de Markt (2624381)2.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp

Handhaving bouwwerken Markt

Portefeuillehouder

Wethouder Huijsmans

Voorstel ingediend door

Lemuel van der Windt lwindt@delft.nl, Bjorn Bedee (bbedee@delft.nl)

Registratienummer

6511203

Datum

9 juni 2026

Concept-besluit(en) Niet van toepassing. Waarom nu? Naar aanleiding van meerdere vragen die zijn gesteld vanuit de kant van de ondernemers en leden van de gemeenteraad, is deze raadsinformatie oplegger opgesteld. Het doel van dit stuk is om de raad te voorzien in een update van de handhaving van de bouwwerken op de Markt en een korte terugblik te geven waarom deze handhaving is ingezet, welke stappen doorlopen zijn en hoe het vervolg er uit ziet. Hierbij gaan we in op de aanleiding en historie van het handhavingsproject en de manier van communiceren met de ondernemers aan de Markt. Inhoud Aanleiding en historie In 2023 heeft naar aanleiding van een handhavingsverzoek een handhavingszaak plaatsgevonden ten aanzien van een terrasoverkapping bij een horecaonderneming in Delft. Daarbij heeft zowel een hoorzitting bij de Adviescommissie voor bezwaarschriften plaatsgevonden op 30 augustus 2023, als een zitting bij de voorzieningenrechter op 17 juli 2023. Tijdens de de behandeling van deze casus werd de gemeente gewezen op het feit dat er ook vergelijkbare constructies zijn gerealiseerd aan de Markt. Tijdens deze zittingen hebben wij, na hieromtrent bevraagd te zijn door de rechter, aangegeven in dat kader ook handhavend op te zullen treden tegen deze bouwwerken op de Markt. Dit omdat we gelijke gevallen gelijk moeten behandelen.

Naar aanleiding van de vraag van de rechter zijn wij een onderzoek gestart of er sprake is van een overtreding van de bouw- en regelgeving bij de diverse horecalocaties op de Markt. Gebleken is dat hiervan sprake is. Dat betekent dat het belangrijk is om nu zorgvuldig en consequent te handelen. Voor ondernemers moet duidelijk zijn dat vergelijkbare situaties op dezelfde manier worden beoordeeld. Alleen zo blijft onze handhaving uitlegbaar, eerlijk en juridisch houdbaar. Om een dergelijk omvangrijk handhavingstraject te kunnen uitvoeren is door de betrokken afdelingen bekeken hoe de inzet van de capaciteit wordt gepland. Dit is vastgelegd in het VTH-jaarplan. Op 19 maart 2026 is het VTHjaarplan Omgevingsrecht 2026 in het raadsinformatiesysteem gepubliceerd. Op pagina 8, onder het kopje ‘4.3 Wat willen we bereiken?’ van het VTH-jaarplan staat dat de terrasoverkappingen en soortgelijke bouwwerken op de Markt moeten voldoen aan de regelgeving. In paragraaf 4.5.2 ‘Gebruiksfase’, pagina 11, van het VTH-jaarplan staat vermeld dat in 2025 is gestart met de aanpak van illegale terrasoverkappingen en andere bouwwerken op de Markt en dat deze aanpak in 2026 wordt voortgezet. Grondslag handhaving De brandveiligheid is een belangrijke reden om te handhaven op grond van het omgevingsrecht. Bij sommige locaties is het terrasgebied (deels) afgesloten via een serre-achtig gebouw.

Het gedeeltelijk dichtzetten van een terrasgebied kan grote gevolgen hebben voor de brandveiligheid. Hierdoor ontstaan besloten ruimtes die gevolgen kunnen hebben voor de brandveiligheid van zowel de horecagelegenheid als de bovenliggende woningen. Dergelijke aanpassingen kunnen leiden tot veranderingen in brandcompartimenten en nieuwe risico’s op brandoverslag. In zulke situaties gelden er dan ook extra eisen, zoals blusvoorzieningen en brandmeldinstallaties Versie 08.25

etc. Zonder omgevingsvergunning, toetsing en controles kan niet worden vastgesteld of aan deze eisen wordt voldaan. Daarom is het noodzakelijk om hierop toe te zien, juist ook in het belang van bezoekers, bewoners en ondernemers zelf. Meerdere bouwwerken aan de Markt zijn gerealiseerd zonder de benodigde omgevingsvergunningen. In het interne zaaksysteem en digitale- en fysieke archieven is nagegaan welke panden de benodigde vergunningen hadden. Ook zijn veel panden aan de Markt een Rijksmonument of gemeentelijk monument. Hierdoor is het niet mogelijk om vergunningsvrij wijzigingen aan te brengen aan de Markt. Veranderingen aan deze panden hebben direct invloed op het historische karakter, de ruimtelijke kwaliteit en de uitstraling van de binnenstad. Het behoud van deze beeldkwaliteit en monumentale waarden is van groot belang voor Delft als historische stad. De Markt vormt hierin een beeldbepalend en waardevol onderdeel. De gemeente heeft hiertoe ook zelf stukken opgesteld waarin staat opgenomen, naast de landelijke wetgeving, welke gebouwen extra bescherming behoeven. Een voorbeeld hiervan is de lijst waarop gemeentelijke monumenten worden opgenomen en die wordt vastgesteld door de Raad. De gemeente heeft zichzelf hier ook dan aan te houden.

Plicht handhaving en zicht op legalisatie Het college heeft in beginsel de wettelijke plicht om handhavend op te treden wanneer een overtreding van de Omgevingswet wordt geconstateerd. Alleen wanneer sprake is van concreet zicht op legalisatie kan van handhaving worden afgezien. Per individueel geval is beoordeeld of de bouwwerken alsnog gelegaliseerd kunnen worden. Bij sommige locaties is dat inderdaad mogelijk, maar bij andere locaties is dat niet het geval. Per locatie is daarom zorgvuldig onderzocht of legalisatie mogelijk is. Daarbij is onder meer getoetst aan de geldende welstandseisen, stedenbouwkundige uitgangspunten en monumentale waarden. Uit dit legalisatieonderzoek blijkt dat een aantal bouwwerken niet gelegaliseerd kan worden, omdat deze niet voldoen aan de eisen die gelden voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit en het monumentale karakter van de Markt. Alleen al om die reden is legalisatie in die gevallen niet mogelijk. Wanneer een niet-vergunde situatie wordt geconstateerd, is het in het kader van de maatschappelijke belangen en de beginselplicht tot handhaving van het college van belang om in beginsel handhavend op te treden. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. Bij handhaving wordt geen onderscheid gemaakt tussen personen. Iedereen wordt bij een handhavingsprocedure op grond van de toepasselijke regels gelijk behandeld.

Overwegingen Het handhavingstraject rondom de Markt vraagt om een zorgvuldige afweging. Hoewel wij begrip hebben voor de positie van de ondernemers zijn wij gehouden uitvoering te geven aan de geldende wet- en regelgeving en derhalve de bestaande situatie aan de Markt in overeenstemming te brengen met de eisen die gelden voor brandveiligheid, monumentale waarden, ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit. Deze keuze is niet gericht op het beperken van ondernemerschap, maar op het waarborgen van een veilige, aantrekkelijke en toekomstbestendige binnenstad waarin voor alle ondernemers dezelfde regels gelden. In deze keuze om handhavend te gaan optreden heeft meegespeeld dat een duidelijk signaal aan de ondernemers wordt afgegeven om in actie te komen tegen de geconstateerde illegale situaties. Daarnaast kan langdurig laten voortbestaan van een onduidelijke of niet-actuele vergunningensituatie leiden tot ongewenste precedentwerking, ongelijke behandeling tussen ondernemers en blijvende onduidelijkheid over het gebruik van de openbare ruimte. Door bestaande situaties zorgvuldig te beoordelen en waar nodig te legaliseren of handhavend op te treden, wordt gewerkt aan een transparante, veilige en rechtsgelijke situatie voor alle betrokkenen. Per locatie vindt een individuele beoordeling plaats.

Dit leidt grofweg tot drie uitkomsten: situaties die voldoen aan de regelgeving, situaties die via vergunningverlening kunnen worden gelegaliseerd en situaties waarbij legalisatie niet mogelijk blijkt. Gedurende het handhavingstraject is het hanteren van een consistente lijn van belang, waarbij oog wordt gehouden voor de belangen van de ondernemers. Dit vraagt om voortdurende (al aanwezige) afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving, juridische zaken en communicatie. Heldere communicatie over de aanleiding, het juridisch kader, de nog te doorlopen stappen en de beschikbare aanvraagmogelijkheid is essentieel om het project bestuurbaar en uitlegbaar te houden.

Pagina 2 van 6

Voor de beoordeling tijdens de handhaving op de Markt is van belang dat de uitvoering niet op zichzelf staat, maar voortvloeit uit eerder vastgestelde gemeentelijke kaders. De handhavingsactie geeft uitvoering aan de normstelling die binnen de gemeente is ontwikkeld voor onder andere monumentale panden en in het kader van ruimtelijke kwaliteit. Zo zijn in het kader van het beschermd stadsgezicht verschillende gebieden met een aanwijzingsbesluit aangewezen. Hiermee worden de karakteristieke elementen van de gebouwen in deze gebieden behouden. Ook de eerdergenoemde monumentenlijst is een voorbeeld van normstelling. Hierin worden 700 rijksmonumenten en 800 gemeentelijke monumenten aangewezen. Ook hier ter behoud van de karakteristieke elementen van deze gebouwen. Nu in deze dossiers definitieve lasten zijn opgelegd, ligt de nadruk op een zorgvuldige uitvoering. In dat kader is het van belang op te merken dat in een bezwaarprocedure die een ondernemer is gestart, de commissie bezwaarschriften op 19 mei 2026 positief heeft geadviseerd over het besluit last onder dwangsom en adviseert om het bezwaarschrift van deze ondernemer ongegrond te verklaren. In deze zaak heeft ook de voorzieningenrechter geen aanleiding gezien om een voorlopige voorziening toe te wijzen. Daarnaast zijn tot op heden door twee andere ondernemers bezwaarschriften ingediend tegen de lasten onder dwangsom.

Ook is het belangrijk om op te merken dat er ondernemers zijn die zich houden aan de last en de route bewandelen van het opheffen van de illegale situatie. Wat verandert er? Met deze oplegger wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van het lopende handhavingstraject. De lopende handhavingsprocedures, vergunningprocedures en bezwaarprocedures worden voortgezet binnen de bestaande wettelijke en beleidsmatige kaders.

Beleidskaders • • • •

Omgevingswet Omgevingsplan Delft Erfgoedwet Erfgoedverordening Delft 2022

Financiën Deze oplegger heeft geen financiële consequenties. Vervolg Momenteel is aan 24 locaties aan de Markt een voornemen last onder dwangsom verzonden. Er zijn nu, in vervolg daarop, aan 10 locaties definitieve lasten onder dwangsom opgelegd. Ondernemers moeten dan binnen een begunstigingstermijn van twaalf weken de overtredingen ongedaan maken. Tegen deze definitieve lasten onder dwangsom kunnen ondernemers in bezwaar gaan. Hoewel handhaving noodzakelijk is, blijven wij oog houden voor de belangen van ondernemers en voor mogelijke oplossingen. Waar de huidige geconstateerde bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden, bestaat nog steeds de mogelijkheid om een alternatief bouwplan in te dienen. Dit loopt echter parallel aan de handhavingszaak. Waar de bouwwerken wel gelegaliseerd kunnen worden is aan deze ondernemers de gelegenheid gegeven om binnen zes weken een vergunning aan te vragen om deze bouwwerken te legaliseren. Ondernemers zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Als dit alsnog niet wordt gedaan, dan zal er handhavend worden opgetreden. Momenteel hebben vier ondernemers gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen ter legalisatie van hun bouwwerken. Aan een horecaondernemer is naar aanleiding hiervan inmiddels een omgevingsvergunning verleend voor de te legaliseren bouwwerken.

Wij hebben in totaal tien gesprekken gevoerd op kantoor met verschillende ondernemers. Waar het niet mogelijk was om op kantoor af te spreken, hebben wij met vijf ondernemers telefonisch gesprekken gevoerd. In totaal hebben wij dus met vijftien ondernemers telefonisch of fysiek op kantoor gesprekken gevoerd. De overige

Pagina 3 van 6

ondernemers hebben of geen zienswijze ingediend, of niet aangegeven een afspraak te willen voor een gesprek. Tijdens deze gesprekken is ook aangegeven dat er mogelijkheden zijn om een alternatief bouwplan in te dienen of, als al legaliseerbaar, een vergunning aan te vragen voor de bestaande bouwwerken. Het handhavingstraject wordt voortgezet door de laatste definitieve lasten onder dwangsom te versturen die nog opgesteld en verstuurd moeten worden. Daarnaast zijn er nog een aantal bezwaarzaken naar aanleiding van de lasten onder dwangsom. De bezwaarprocedures worden doorlopen en dan zullen wij een advies ontvangen van de Adviescommissie voor bezwaarschriften. Wij hebben een positief advies ontvangen van de bezwaarcommissie voor een bezwaarzaak, en op 28 mei 2026 is een beslissing op bezwaar verstuurd naar bezwaarmaker. Deze bezwaarprocedure is dus afgerond. Daarnaast lopen er nog twee bezwaarprocedures voor twee andere handhavingszaken van ondernemers met een locatie aan de Markt). Hiervoor wachten wij de hoorzittingen bij de bezwaarcommissie nog af. Participatie Niet van toepassing. Communicatie Communicatie naar ondernemers De ondernemers zijn voorafgaand aan de eerste aanschrijving mondeling geïnformeerd over de aankomende brief over het onderzoek op de Markt. Hierna hebben zij de brief ontvangen waarin dit onderzoek schriftelijk werd aangekondigd.

Ten aanzien van de communicatie naar de ondernemers merken wij op dat wij de mogelijkheid hebben geboden om met elkaar in gesprek te gaan en zo mogelijk met een constructieve oplossing te komen. Dit met als doel de overtreders te informeren over de niet-vergunde situatie en voor zover mogelijk, om handhaving en juridische procedures zo veel mogelijk te voorkomen. De volgende stappen zijn genomen: Stap 1: Constateringsbrief (verstuurd naar ondernemers van 07-10-2025 t/m 04-03-2026) Als eerste stap zijn in batches constateringsbrieven verstuurd. Deze brieven omvatten 2 hoofdpunten: 1. Op- of aan het pand van de ondernemer is een niet vergund bouwwerk geconstateerd. Deze is niet vergunningsvrij. 2. Een legalisatieonderzoek vindt plaats om na te gaan of het bouwwerk vergund kan worden. In de brief is aangegeven dat na het afronden van dit onderzoek ondernemers een voornemen last onder dwangsom ontvangen. Hieraan staan de bevindingen van het college. De ondernemers horen dan of het bouwwerk vergund kan worden en zo ja, op welke onderdelen. Stap 2: Voornemen last onder dwangsom (verstuurd naar ondernemers van 16-01-2026 t/m 19-03-2026) In batches hebben de ondernemers na afronding van het legalisatieonderzoek een voornemen ontvangen. Dit onderzoek is gebaseerd op wet- en regelgeving (o.a. o.g.v.

de Omgevingswet en het omgevingsplan (en het bestemmingsplan oud) én adviezen van stedenbouw en de AOK (welstand). Hierin stond: 1. Of gelegaliseerd kan worden. Mogelijkheden: a. Geen legalisatiemogelijk. b. Gedeeltelijke legalisatie mogelijk. c. Legalisatie mogelijk. 2. De ondernemer is in de gelegenheid gesteld binnen 2 weken een zienswijze in te dienen. Hierin kan de ondernemer aangeven met welke punten de ondernemer het oneens is en waarom. 3. De ondernemer is op twee dagen gedurende een tijdvak aangeboden in gesprek met ons te gaan op het stadskantoor over het voornemen. Tijdens dit gesprek kan de ondernemer in gesprek gaan over het voornemen, wat de ondernemer ervan vindt en eventueel aankaarten waar de ondernemer het mee oneens is en waarom. • De ondernemer kan een alternatief bouwplan indienen. Tot op heden heeft één ondernemer een omgevingsvergunningaanvraag ingediend voor een alternatief bouwplan. De reacties op de voornemens waren gemêleerd: de ene ondernemer had in eerste instantie meer begrip voor de situatie dan de ander. Met alle ondernemers die contact zochten, is het gesprek aangegaan. In deze gesprekken is op begrijpelijke wijze toegelicht waarom wij hierop handhaven, wat hieraan ten grondslag ligt en hoe – in hun geval

Pagina 4 van 6

– tot een eventuele oplossing gekomen kon worden. Daar waar legalisatie mogelijk was, is dit ook als zodanig gecommuniceerd. Stap 3: Last onder dwangsom Na het ontvangen van de zienswijze en/of na het gesprek is iedere casus nogmaals waar nodig juridisch beoordeeld, besproken en is gezocht naar mogelijkheden. In bepaalde gevallen is een vergunningaanvraag ingediend en/of toegezegd niet te vergunnen bouwwerken te verwijderen. Als een vergunningaanvraag in behandeling is genomen wordt niet overgegaan tot het opleggen van de last onder dwangsom, tot de uitkomst van de vergunningaanvraag bekend is. Mocht de vergunning worden verleend en zijn de (eventuele) overige niet vergunbare bouwwerken verwijderd, zal het handhavingstraject worden gestopt. In overige gevallen wordt overgegaan tot het opleggen van de last onder dwangsom. Dit gebeurt in batches. In de last staat: 1. Wat is geconstateerd op de locatie van de ondernemer. 2. Welke bouwwerken dienen te worden verwijderd. 3. Welke bouwwerken eventueel nog vergund kunnen worden (als de ondernemer geen aanvraag heeft ingediend). 4. Een reactie op de zienswijze van de ondernemer. 5. Redenen waarom wij alsnog tot handhaving overgaan (beginselplicht tot handhaving, belang handhaving vs. belang ondernemer). 6. Termijn waarna dwangsom wordt verbeurd indienden gehoord wordt gegeven aan de last. 7.

Hoogte van de dwangsom (bij iedere ondernemer hetzelfde bedrag). Begunstigingstermijn Bij het opleggen van de last onder dwangsom is gekozen voor een begunstigingstermijn van twaalf weken. Deze termijn is afgestemd op de aard en omvang van de overtreding en geeft ondernemers de gelegenheid om op tijd de nodige maatregelen te treffen en indien nodig aannemers in te schakelen. Een termijn van twaalf weken is dan ook redelijk en proportioneel. De Adviescommissie voor bezwaarschriften heeft ook in de zaak van The Real Greek B.V. geoordeeld dat een dergelijke begunstigingstermijn evenredig is. Als een ondernemer het niet lukt om binnen deze termijn de overtreding ongedaan te maken, dan kan de ondernemer verzoeken om verlenging van de begunstigingstermijn. Een dergelijk verzoek wordt per individueel geval beoordeeld. Conclusie Van belang is om de lopende handhaving voort te zetten zoals het nu is ingezet. Ondanks dat het begrijpelijk is dat ter sprake wordt gebracht dat handhaving gestopt moet worden, is dat vanuit juridisch oogpunt niet het advies. Omdat inmiddels alle voornemens voor het opleggen van een last onder dwangsom zijn verstuurd, en er inmiddels 10 definitieve lasten onder dwangsom zijn verzonden, kunnen wij vanuit juridisch oogpunt dit ingezette traject niet meer stopzetten.

Dit zou namelijk leiden tot strijd met gelijkheid tussen enerzijds ondernemers die een formele last onder dwangsom hebben ontvangen en de ondernemers, waarbij niet meer wordt opgetreden omdat ze hebben voldaan aan geldende wet- en regelgeving, dan wel de illegale situatie zelf hebben opgeheven. Of de handhaving gestopt kan worden, zal per individueel geval beoordeeld moeten worden, rekening houdend met het bovenstaande. Tijdens het handhavingstraject aan de Markt zal voortdurend aandacht moeten worden besteed aan bestuurlijke duiding, communicatie naar ondernemers en omgeving, proportionaliteit in de uitvoering, begunstigingstermijnen en eventuele concreet onderbouwde legalisatiemogelijkheden. Daarmee ligt de nadruk in deze fase op een zorgvuldige, consistente en uitlegbare uitvoering van de genomen besluiten. Bijlage(n) Zitten er geheime stukken bij? -

☐ja

☐nee

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja

☐ Nee

☒ Niet van toepassing

Motie / toezegging ☐ Ja,

het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen

Pagina 5 van 6

Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☒ Nee

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17078968/1