CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2611142 DB RBG - Kadernota RBG 2027

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 18 juni 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstellen Zienswijze ontwerpbegrotingen gemeenschappelijke regelingen7.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota RBG 2027 -

Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 Postbus 923 3100 AX Schiedam www.derbg.nl __________________________________________________________________________________

Kadernota RBG 2027

Inhoud 1. Inleiding

3

2. Algemene ontwikkelingen 2.1. Landelijke ontwikkelingen informatiebeheer en privacy 2.2. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag 2.3. Gegevenslevering door waterbedrijven 2.4. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (WMEBV) 2.5. Wetsvoorstel “versterking waarborgfunctie AWB” 2.6 Mijn betaaloverzicht

4 4 5 5 5 6 6

3.Ontwikkelingen met financiële consequenties 7 3.1. Ontwikkelingen verwerkt in de meerjarenbegroting 2026-2030 7 3.2. Ontwikkelingen te verwerken in de meerjarenbegroting 2027-2031 8 3.3. Ontwikkelingen die later van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 8 2027-2031 4. Ontwikkelingen te bekostigen uit de meerjarenbegroting 4.1. Algemeen 4.2. Invordering 4.3. WOZ ontwikkelingen 4.4 Dienstverlening 4.5. Robotisering (RPA) en kunstmatige intelligentie (AI) 4.6. Wet open overheid (Woo) 4.7. Wendbare organisatie en strategische personeelsvoorziening 4.8. Nieuwe Archiefwet 4.9. Kwaliteit en contractmanagement

11 11 11 13 13 14 14 15 15 15

5. Financiën 5.1. Inleiding 5.2. Overleg met deelnemers 5.3. Financiële uitgangspunten 5.4. Bestaande financieel meerjarenperspectief 2025-2029 zonder wijzigingen 5.5. Bijdrage per deelnemer op basis van meerjarenperspectief 2026-2030

16 16 17 17 18 18

6. Vaststelling

20

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

1

Leeswijzer Deze kadernota biedt het bestuur en de deelnemende organisaties een gestructureerd overzicht van de ontwikkelingen die richting geven aan de begroting 2027 en het meerjarenperspectief van de Regionale Belasting Groep (RBG). De nota bestaat uit drie hoofdonderdelen: algemene ontwikkelingen, organisatie specifieke ontwikkelingen en de financiële kaders. De opbouw is als volgt: Hoofdstuk 1 - Inleiding Hoofdstuk 2 – Algemene ontwikkelingen Beschrijft landelijke trends en wetswijzigingen binnen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen, de WOZ-keten en overige relevante wet- en regelgeving. Dit hoofdstuk schetst de externe context waarbinnen de RBG werkt. Hoofdstuk 3 – Ontwikkelingen met financiële consequenties Bevat ontwikkelingen die invloed hebben op de meerjarenbegroting 2027–2031. Dit betreft zowel al bekende financiële effecten als nieuwe ontwikkelingen die mogelijk meerkosten of opbrengsten met zich meebrengen. Hoofdstuk 4 – Ontwikkelingen te bekostigen uit meerjarenbegroting Gaat in op inhoudelijke en organisatorische ontwikkelingen die de RBG in 2027 uitvoert zonder extra budget. Denk aan maatschappelijk verantwoord invorderen, dienstverlening, WOZ-ontwikkelingen, digitalisering, privacy en informatiebeveiliging. Hoofdstuk 5 – Financiën Geeft de financiële uitgangspunten, actualisatie van het meerjarenperspectief en de gevolgen voor de deelnemersbijdragen.

Dit vormt de basis voor de begroting 2027. Hoofdstuk 6 – Vaststelling Bevat de formele vaststelling door het dagelijks bestuur.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

2

1. Inleiding In deze kadernota worden de relevante ontwikkelingen voor de komende jaren uiteengezet en worden de financiële en beleidsmatige uitgangspunten vastgesteld voor de begroting 2027 en het meerjarenperspectief van de RBG. Naast de externe en wettelijke ontwikkelingen richten wij ons in deze periode op de versterking van de kwaliteit van gegevens, de verdere professionalisering van informatiebeveiliging en privacy, en het vergroten van onze klantgerichtheid. Procesoptimalisatie blijft een structurele prioriteit. Het realiseren van een volledige en juiste belastingopbrengst, in combinatie met een tijdige en maatschappelijk verantwoorde incasso, vormt het fundament van onze taakuitvoering. Wij streven naar een uitvoeringsorganisatie waarin kwaliteit, betrouwbaarheid en kostenefficiëntie elkaar versterken. Door te investeren in goed ingerichte processen, hoogwaardige data en heldere communicatie, reduceren wij structureel het aantal fouten, bezwaren en herstelwerkzaamheden. Hiermee borgen wij voorspelbare en stabiele opbrengsten voor onze deelnemers. Daarnaast blijven wij inzetten op maatschappelijk verantwoorde uitvoering. Daarbij hebben wij oog voor de positie van inwoners, voorkomen wij onnodige kosten en bevorderen wij betaalgemak waar mogelijk.

Deze gebalanceerde benadering draagt bij aan een toekomstbestendige organisatie die efficiënt opereert, zonder concessies te doen aan kwaliteit, integriteit of de menselijke maat. Bij het opstellen van de begroting 2027 zullen ook de structurele voor- en nadelen uit de jaarrekening 2025 worden betrokken. De vaststelling van de jaarrekening 2025 van de RBG is geagendeerd op de vergadering van het Algemeen Bestuur van 7 mei 2026. De ontwerpbegroting 2027 wordt conform de regels van de GR na bespreking in ons dagelijks bestuur van 23 april 2026 voor een zienswijzeprocedure aan de deelnemers toegestuurd. De vaststelling van de begroting 2027 is geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 september 2026. Uiterlijk 15 september 2026 wordt de begroting ter beoordeling toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

3

2. Algemene ontwikkelingen 2.1. Landelijke ontwikkelingen Informatiebeheer en privacy De toenemende digitalisering, groeiende datastromen en intensieve koppeling van systemen brengen nieuwe risico’s met zich mee. Daarnaast neemt de dreiging van cybercriminelen verder toe. Het waarborgen van de veiligheid en integriteit van gegevens van inwoners en bedrijven is daarom een kerntaak voor overheidsorganisaties. De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) geeft richting aan een veilige en toekomstbestendige overheid met prioriteit voor: • • • • • •

Inzet van soevereine cloud technologie; Verantwoord datagebruik; Benutten van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie (AI); Burgers en ondernemers centraal stellen; Versterken van de digitale weerbaarheid van de overheid; Verbeteren van de digitale vaardigheden van overheidsmedewerkers.

Door geopolitiek spanningen wordt soevereine cloud steeds belangrijker. Dit betekent dat: • Data fysiek in Nederland wordt opgeslagen; • Alleen partijen die onder lokale wetgeving vallen toegang hebben; • De Cloud provider voldoet aan nationale en Europese privacyregels; • Buitenlandse overheden geen toegang kunnen opeisen tot de data. NIS2-richtlijn en Cyberbeveiligingswet Nederland implementeert NIS2 via de Cyberbeveiligingswet (verwacht medio 2026). Tot dat moment blijft de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) van toepassing. NIS2 introduceert onder meer een zorgplicht, meldplicht bij significante incidenten, registratieverplichtingen en aangescherpt toezicht. Deze verplichtingen gelden voor zowel essentiële als belangrijke entiteiten. BIO 2.0 (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) De vernieuwde BIO 2.0, vastgesteld op 23 september 2025, sluit aan op internationale normen en wordt juridisch verankerd in de Cyberbeveiligingswet. Organisaties moeten werken met een risico gebaseerde benadering en een Information Security Management System (ISMS). Hiermee wordt de aansluiting op NIS2 versterkt en wordt invulling gegeven aan de wettelijke zorgplicht voor informatiebeveiliging.

Rol van RBG De RBG is aangewezen en aangemeld bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) als “essentiële entiteit” en zal vanaf 2026-2027 gaan voldoen aan de aanvullende eisen van de Cyberbeveiligingswet, waaronder risicobeheersing, incidentmelding en aantoonbare naleving van beveiligingsnormen. De RBG maakt voor de beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD), de Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Daarnaast werken we nauw samen met andere belastingkantoren. De RBG houdt samen met haar leveranciers de digitale weerbaarheid op peil.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

4

2.2. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt dat de gegevensuitwisseling tussen partijen die beslagleggen of verrekenen, wordt verbeterd. Hierdoor kan de beslagvrije voet en daarmee het bestaansminimum voor de burger in deze situatie beter worden geborgd. Om deze gegevensuitwisseling mogelijk te maken stelt het wetsvoorstel onder andere een elektronische voorziening in en beschrijft op hoofdlijnen wat de bevoegdheden en plichten zijn van beslagleggende- en verrekenende partijen. De voorziening zal gelijktijdig met het wetgevingsproces samen met alle relevante uitvoerende partijen nader worden uitgewerkt en ontwikkeld. Een ander doel van dit wetsvoorstel is om burgers meer inzicht te bieden in hun financiële situatie. Hiervoor bevat dit wetsvoorstel een grondslag om ook een digitale voorziening in te stellen waarmee burgers en gemeentelijke schuldhulpverleners inzage kunnen krijgen in de lopende beslagen en verrekeningen. Het wetsvoorstel geldt zowel voor de private sector als voor overheden en is eind december 2025 in openbare consultatie gegaan. Na de consultatie zal de Raad van State om advies worden gevraagd en naar verwachting in 2026 een wetsvoorstel worden ingediend. Inwerkingtreding is vanaf 2027 te verwachten. Eventuele kosten voor de RBG zijn nog niet in deze kadernota verwerkt. 2.3.

Gegevenslevering door waterbedrijven Gegevens mogen alleen worden verwerkt als daarvoor een in artikel 6 AVG genoemde grondslag van toepassing is. In het Besluit gegevenslevering gemeentelijke belastingen en het Waterschapsbesluit is voor onder meer waterbedrijven de verplichting opgenomen om voor een aantal belastingen verbruiksgegevens te verstrekken aan gemeenten en waterschappen. Een van de waterbedrijven is van mening dat dit Besluit onvoldoende grondslag biedt om NAW gegevens van hun klanten te mogen verstrekken. Een onderzoek door de UvW, VNG en drinkwaterkoepel VEWIN is zonder conclusie beëindigd, waarna het vraagstuk is voorgelegd aan Centrale Commissie Gegevensgebruik (CCG) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Op het moment van het samenstellen van deze kadernota heeft deze commissie nog geen standpunt ingenomen. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft in februari 2026 in kort geding beslist dat drinkwaterbedrijf PWN deze gegevens alsnog moet verstrekken op straffe van een dwangsom. PWN kan nog hoger beroep aantekenen tegen deze uitspraak. De RBG krijgt deze gegevens voor de zuiveringsheffing en de rioolheffing van de waterbedrijven Evides en Dunea, waarvoor de RBG een vergoeding betaald. De RBG ervaart vooralsnog geen problemen met de levering van de gegevens. 2.4.

Wet modernisering elektronisch bestuurlijke verkeer (WMEBV) De Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer is in mei 2023 aangenomen door de Eerste Kamer en voegt bepalingen toe aan de Algemene wet bestuursrecht. Na meerdere keren te zijn uitgesteld is de wet op 1 januari 2026 deels in werking getreden (voor de verplichte notificaties aan de burger wordt dit 1 januari 2027). De wet regelt het digitale verkeer tussen burgers voor formele berichten. De wet geeft burgers het recht om digitaal met ons te communiceren. Het recht om per post te communiceren blijft nadrukkelijk bestaan: de burger kiest. Het overheidsorgaan bepaalt langs welke kanalen digitaal gecommuniceerd kan worden. De RBG heeft het aanwijzingsbesluit voor deze kanalen op 4 december 2025 vastgesteld. De RBG voldoet aan alle eisen van de 1e tranche van deze wet. In 2027 zal de RBG ook aan de eis van notificaties voldoen.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

5

2.5. Wetsvoorstel “versterking waarborgfunctie Awb” Het Kabinet heeft in 2023 besloten tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorgenomen wijzigingen hebben tot doel de Awb meer “mensgericht” te maken voor de burger door het opnemen van een wettelijke plicht voor de overheid om zich klantgericht op te stellen, de hoor- en motiveringsplicht aan te scherpen, betalingsregelingen te stimuleren en meer ruimte te bieden voor verschoonbare overschrijding door de burger van bezwaar- en beroepstermijnen. Bij verschillende internetconsultaties kwamen veel reacties binnen van onder meer de rechterlijke macht en (juridische) beroepsgroepen die met de Awb te maken hebben. Over diverse deelonderwerpen zijn meerdere reacties verschenen, onder meer van de rechtspraak en verschillende (juridische) beroepsgroepen. Het Kabinet heeft het wetsvoorstel aan de hand van deze reacties aangepast. In het regeerakkoord “aan de slag” heeft het komend kabinet aangegeven het aangepaste wetsvoorstel weer op te pakken. De financiële gevolgen hiervan voor latere jaren zijn op dit moment nog niet in te schatten. 2.6 Mijn Betaaloverzicht De rijksoverheid heeft al langer de wens voor de burger inzichtelijk te maken waar welke publiekrechtelijke vorderingen open staan.

Het CJIB heeft hiervoor een app ontwikkeld, “Mijn betaaloverzicht”, waarin een burger via DigID een overzicht kan krijgen van alle op zijn naam openstaande vorderingen bij o.a. CJIB, Duo, UWV, SVB etc. De app gaat begin 2026 live. In 2027 sluiten de belastingdienst en dienst toeslagen aan. Intussen neemt de projectgroep in fases contact op met lokale overheden om aan te sluiten. Hiervoor is het CJIB al in overleg met onze softwareleverancier Centric om de koppeling met de app te realiseren. Er wordt niets centraal opgeslagen: zodra ingelogd wordt, worden de openstaande vorderingen van de deelnemende overheden real time opgevraagd en in de app getoond. Het is dus volledig AVG proof. De burger kan een overzicht (pdf) downloaden. Gemeenten, waterschappen en samenwerkingsverbanden besluiten zelf of ze deelnemen aan de app. Uiteindelijk wordt het project losgekoppeld van het CJIB en bij een van de ministeries ondergebracht. Mijn Betaaloverzicht wordt ook ingebouwd in MijnOverheid. Momenteel is nog niet bekend welke kosten aan deelname door (lokale) overheden verbonden zijn.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

6

3. Ontwikkelingen met financiële consequenties 3.1. Ontwikkelingen verwerkt in de meerjarenbegroting 2026-2030 3.1.1. Verdeling bijdrage kosten uitvoering WOZ en LV-WOZ over waterschappen. Alle waterschappen betalen net als het Rijk en de gemeenten een bijdrage in de kosten voor de uitvoering van de Wet WOZ voor de waardering van gebouwde objecten. De kosten worden gedragen door de gemeenten (45 %), de waterschappen (15 %) en de Belastingdienst (40 %). De bijdrage van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard maakt onderdeel uit van de begroting van de RBG. De wettelijke bijdragen van de waterschappen aan de uitvoeringskosten WOZ bedragen € 21,8 miljoen per jaar. Tot en met 2025 werd hierop door het Rijk een korting verleend van € 10 miljoen per jaar. De Unie van Waterschappen pleit bij het Rijk voor een kostenverdeling die in overeenstemming is met het sterk toenemende bredere gebruik van de WOZ (dus niet alleen gebruik voor het vaststellen van de heffingsmaatstaf). Voorlopig is er dus nog geen sprake van een nieuwe korting. De hogere bijdrage (zonder korting) was al eerder verwerkt in de meerjarenbegroting 2026-2030. Nieuwbouw LV-WOZ Het Kadaster is van plan de LV-WOZ in 2027 ter herbouwen, omdat de huidige voorziening in 2028 “end of life” raakt. Hiervoor werkt het Kadaster samen met de gemeenten, waterschappen en Belastingdienst.

Daarbij stappen zowel bronhouders als afnemers over op modernere koppelvlakken en een informatievoorziening die past bij de huidige, gemeenschappelijke standaarden. Voor de herbouw van de LV WOZ schat het Kadaster € 7 miljoen nodig te hebben. Deze kosten zullen hoofdzakelijk in de periode 2027 en 2028 worden gemaakt (met voorbereiding in 2026). De Unie van Waterschappen heeft samen met VNG, de Belastingdienst en het ministerie van Financiën overleg over de kostenverdeling van de herbouw. Bij het opstellen van de begroting 2027 zullen we de financiële gevolgen verder uitwerken. 3.1.2. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding Tegen een besluit op een verzoek om kwijtschelding is nu alleen administratief beroep bij de RBG mogelijk. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is bepaald dat tegen besluiten op verzoeken om kwijtschelding en uitstel van betaling voortaan de bezwaarprocedure van de AWB opengesteld wordt. Dit betekent dat tegen deze besluiten ook beroep, hoger beroep en cassatie bij de rechter mogelijk is. Het Kabinet heeft besloten dat invoering voor de Rijksbelastingdienst per 2027 plaats zal vinden. Daarna vindt evaluatie plaats of invoering voor de lokale overheden ook gewenst is. Invoering voor lokale overheden zal dus na 2028 plaats kunnen vinden.

De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken - extra kosten van behandeling van bezwaar- en beroepschriften met zich mee. In de huidige meerjarenbegroting 2026-2030 waren de kosten van deze wijziging (€ 300.000) vanaf 2027 verwerkt. In de nieuwe meerjarenbegroting 2027-2031 zal dit bedrag vanaf 2029 worden opgenomen.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

7

3.2. Ontwikkelingen te verwerken in de meerjarenbegroting 2027-2031 3.2.1. Opbrengst dwanginvordering De Kostenwet invordering rijksbelastingen is door de bijstellingsregeling directie belastingen gewijzigd. De aan de klant op te leggen kosten van aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen zijn net als in 2025 ook per 1 januari 2026 gestegen. Wij hebben in de huidige meerjarenbegroting 2026-2030 nog geen rekening kunnen houden met de verhoogde kosten van vervolging per 1-1-2026. Wij ramen een structurele stijging van de opbrengst dwanginvordering door de verhoogde kosten van € 300.000 (bruto-opbrengst wordt € 5.540.000). 3.2.2. Toetreding gemeente Maassluis Eind 2025 hebben de RBG en de gemeente Maassluis een intentieverklaring getekend voor toetreding tot de RBG. Eind 2025 en begin 2026 is onderzocht of toetreding wenselijk en mogelijk is. De toetreding zal niet vóór 1 januari 2028 plaatsvinden. Zowel voor de gemeente Maassluis als voor de deelnemers van de RBG is uit onderzoek gebleken dat zowel qua dienstverlening als vanuit financieel oogpunt een voordeel te behalen is. 3.3. Ontwikkelingen die later van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2027-2031 3.3.1. Invordering Kosteloze betalingsherinnering De RBG overweegt om een kosteloze betalingsherinnering als vast onderdeel van het invorderingsproces op te nemen.

Deze overweging volgt uit een in 2022 aangenomen motie van de Tweede Kamer, waarin het Kabinet werd verzocht overheden op te roepen vóór het versturen van een aanmaning eerst een kosteloze herinnering te sturen en te onderzoeken of dit wettelijk verplicht kan worden. Het Ministerie van BZK heeft overheden vervolgens opgeroepen vrijwillig een dergelijke kosteloze herinnering in te voeren of de mogelijkheden daartoe te onderzoeken. In 2026 zal de RBG een uitgebreide pilot uitvoeren, waarbij een kosteloze betalingsherinnering wordt gecombineerd met de aanmaning. Klanten die niet op tijd betalen, krijgen twee weken extra om alsnog zonder kosten te betalen. Pas bij betaling ná deze termijn worden aanmaningskosten in rekening gebracht. De resultaten van eerdere pilots in 2025 laten zien dat dit zelfs leidt tot beter betaalgedrag. Daarnaast sluit het aan bij het streven van de RBG om invorderingskosten voor klanten zoveel mogelijk te beperken. Wel leidt deze werkwijze tot een daling van de opbrengst uit invorderingskosten van ± € 300.000, maar dit past binnen de visie van maatschappelijk verantwoord invorderen Als besloten wordt de kosteloze betalingsherinnering in het invorderingsproces in te voegen zullen wij dit in de Leidraad Invordering RBG en de begroting na 2027 verwerken.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

8

Voorgenomen wijziging Kostenwet invordering Rijksbelastingen Eind december 2025 heeft de Staatssecretaris van Financiën ingestemd met een wijziging van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, die per 1 januari 2028 in werking moet treden. Gedacht wordt aan het vaststellen van de kosten voor het betekenen van een dwangbevel op 10% van de gevorderde som, in plaats van de huidige kostensystematiek. Bij een vordering van € 400 bedragen de dwangbevelkosten nu € 88; na invoering van de nieuwe regeling zou dit € 40 worden — een daling van ruim 55%. Deze aanpassing zal een aanzienlijke daling geven van de opbrengst dwanginvordering van de RBG. Een eerste voorlopige inschatting laat een daling zien tussen de € 1,2 – 1,5 miljoen. De UvW en VNG hebben het Ministerie van I&W verzocht om een uitvoeringstoets decentrale overheden (UDO), omdat de effecten voor decentrale overheden veel groter zijn dan voor de Rijksbelastingdienst. Een mogelijke uitkomst is het invoeren van een eigen kostenwet of kostenregime voor decentrale overheden. Vanwege het grote financiële belang volgen wij deze ontwikkelingen nauwgezet en informeren wij u tijdig. 3.3.2. Lokale belastingen Leegstandsheffing Met ingang van 1 januari 2026 is in de gemeentewet de mogelijkheid voor gemeenten opgenomen om een leegstandsbelasting in te voeren.

Hiermee kan een belasting opgelegd worden aan eigenaren van woningen die langer dan een jaar leeg staan. De in Vlaanderen al langer bestaande leegstandsbelasting heeft hiervoor model gestaan en dient als instrument om leegstand van woonruimten tegen te gaan door eigenaren van leegstaande woonruimten te stimuleren deze (eventueel na renovatie) te verhuren of te verkopen. De heffing treedt op een bij Koninklijk Besluit in te bepalen tijdstip in werking. Als een of meer deelnemende gemeenten de heffing invoeren betekent dit voor de RBG een uitbreiding van de heffings- en invorderingswerkzaamheden. De kosten voor het heffen en innen van leegstandsbelasting zijn niet in deze kadernota opgenomen. Bij de Tweede Kamer is daarnaast een wijziging van de Leegstandswet in behandeling. Daarin worden bestuurlijke instrumenten voorgesteld om leegstand tegen te gaan voor zowel woonruimten als bedrijfsruimten. De werking daarvan is ruimer dan de leegstandsheffing in de Gemeentewet, die alleen voor woonruimten geldt. Als gemeenten besluiten om te kiezen voor leegstandsbestrijding via de Leegstandswet heeft dit geen gevolgen voor de RBG. Stijging lokale belastingen De verwachting is dat de lokale belastingen de komende jaren verder zullen stijgen. Dit komt onder meer door de korting op de uitkeringen uit het gemeentefonds en de toenemende kosten bij waterschappen.

De Waterschappen worden geconfronteerd met taakverzwaringen als gevolg van klimaatverandering en strengere eisen voor de zuivering van afvalwater. Voor Gemeenten geldt in het bijzonder dat de kosten voor de afvalstoffenheffing zullen stijgen. Het Rijk is namelijk voornemens de afvalstoffenbelasting die afvalverwerkers betalen fors te verhogen: van € 40,85 per ton verbrand afval in 2026 naar € 90,21 per ton in 2028 en uiteindelijk € 113,81 per ton in 2035. Deze verhogingen zullen naar verwachting leiden tot hogere tarieven voor inwoners.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

9

Een mogelijke consequentie van deze stijgende lokale lasten is dat meer huishoudens moeite krijgen met het tijdig betalen van hun belastingen. Dit kan leiden tot een toename van kwijtschelding, betalingsachterstanden en dus tot extra invorderingswerkzaamheden voor de RBG. De RBG volgt de ontwikkelingen over betaalgedrag van onze klanten nauwgezet en zetten in op begeleid betalen en vermijden van cumulatie van vorderingen. Wij blijven u hierover informeren via de prestatiecontracten. 3.3.3. Gegevensbeheer en WOZ Areaaluitbreiding Schiedam en Zuidplas Door grote nieuwbouwprojecten in de gemeenten Schiedam (o.a. Schieveste en De Glasfabriek) en Zuidplas (Cortelande) verwacht de RBG een toename van de werkzaamheden. Deze groei van het areaal betekent immers een stijging van het aantal objecten dat in beheer komt. Dit betekent onder andere meer waarderings-, taxatie- en controlewerkzaamheden, een toename van de klantcontacten en bezwaar- en beroepszaken en een zwaardere druk op gegevensbeheer (inclusief BAG) en kwaliteitsborging. Dit kan een uitbreiding van de formatie en heroverweging van processen noodzakelijk maken. Vooralsnog zien we geen aanleiding om de formatie aan te passen. Met name de eerste jaren na oplevering van nieuwbouwwoningen is de mutatiefrequentie hoog, wat betekent dat zowel taxateurs als administratief medewerkers structureel meer werk te verwerken krijgen.

Bovendien vraagt waardering van moderne, energiezuinige of innovatieve bouwvormen om specialistische deskundigheid en toegang tot actuele markt- en bouwkostgegevens. Het uitgangspunt is dat de RBG beschikt over voldoende en deskundige medewerkers om de groei kwalitatief te verwerken zonder afbreuk te doen aan rechtmatigheid, datakwaliteit of dienstverlening. Om onze dienstverlening betrouwbaar, tijdig en rechtmatig te blijven uitvoeren, is het noodzakelijk tijdig te anticiperen op deze groei. Daardoor kan de RBG de continuïteit van haar dienstverlening waarborgen, voldoen aan wettelijke verplichtingen én voorbereid zijn op de veranderende omvang en complexiteit van het werkgebied. De verdeling van de totale kosten van de RBG over de 6 deelnemers is gebaseerd op de paragraaf “Verdeelsleutel en bijdrage per deelnemer” uit het Bedrijfsplan RBG 2025. Deze verdeelsleutels worden in principe gehanteerd tot er nieuwe deelnemers toetreden tot de gemeenschappelijke regeling of als er significante wijzigingen optreden qua dienstverlening bijvoorbeeld door significante groei van WOZ-objecten.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

10

4 Ontwikkelingen te bekostigen uit de meerjarenbegroting 4.1. Algemeen De RBG is een organisatie die continu bezig is om efficiency te realiseren. Procesoptimalisatie is een onderwerp waar nadrukkelijk op gestuurd wordt. We zijn ook met onze leveranciers op zoek naar nieuwe methoden en technieken die onze uitvoering kan verbeteren. Zo worden diverse nieuwe activiteiten uitgevoerd, zonder dat wij daarvoor extra budget vragen. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden geraamd. 4.2. Invordering 4.2.1. Maatschappelijk verantwoord invorderen Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat een klant zijn schulden niet zal kunnen betalen of waarin de klant heeft opgehouden te betalen. We streven naar een klantgerichte benadering, waarbij we niet alleen bureaucratische processen vermijden, maar ook zorgen voor eenvoudige en toegankelijke oplossingen voor onze klanten. We blijven de ontwikkelingen op het gebied van schuldenproblematiek volgen en passen onze strategieën en procedures daarop aan. Hiervoor zijn inmiddels de volgende maatregelen genomen: •

•

•

In 2024-2025 is de RBG gestart met het houden van “spreekuren” op geselecteerde locaties in Den Haag, Delft, Vlaardingen en Schiedam. Daarbij moet gedacht worden aan wijkcentra, bibliotheken, kerken, voedselbanken enz. Hiermee willen we een laagdrempelige contactmogelijkheid voor onze klanten bieden, en ook vrijwilligers ter plaatse motiveren en instrueren contact met ons op te nemen voor klanten met hulpvragen. Deze werkwijze zal ook in 2026 en 2027 worden voortgezet. We zijn nog steeds in contact met partijen en het aanbod van locaties wisselt ieder jaar; Onze klanten krijgen een mail vóórdat de aanslag wordt bezorgd, waarin ze er op gewezen worden dat zij binnenkort een aanslag ontvangen van ons. Klanten zonder bekend mailadres krijgen een ansichtkaart in de brievenbus. Ook proberen wij in onder meer lokale kranten, in bussen en op stations onze klanten hiervan bewust te maken. Wij willen klanten vroegtijdig bereiken door te bellen, gerichte e‑mails te sturen en waar nodig huisbezoeken af te leggen. Op deze manier kunnen we betalingsproblemen in een vroeg stadium signaleren, passende oplossingen bieden en verdere invorderingskosten of maatregelen beperken.

4.2.2. Keurmerk Geldzorgenbewuste organisatie In september 2025 heeft RBG het keurmerk Geldzorgenbewuste organisatie behaald. Dit keurmerk bevestigt dat wij klanten (en medewerkers) met financiële zorgen tijdig herkennen en zorgvuldig ondersteunen. Voor de invordering van belastingaanslagen betekent dit dat we nog meer inzetten op een mensgerichte aanpak. We combineren tijdige ondersteuning met duidelijke communicatie, zodat onze klanten niet onnodig in financiële problemen kunnen komen. In 2027 zetten we deze lijn door met vroegsignalering, maatwerkoplossingen en beter toegankelijke informatie. Tegelijkertijd blijven we zorgvuldig invorderen wat nodig is voor de uitvoering van onze publieke taken. Door oog te

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

11

hebben voor zowel draagkracht als betalingsgedrag, voorkomen we escalatie en onnodige kosten. Zo werken we aan een toekomstbestendig, sociaal en effectief invorderingsbeleid. Een tweede onderdeel van het keurmerk is het ‘Warm werkgeverschap’. We hebben hierbij aandacht voor de geldzorgen en de tijdige herkenning hiervan bij onze medewerkers. Ook hier is een zorgvuldige ondersteuning van de medewerker van belang. 4.2.3. Vroegsignalering Het doel van vroegsignalering is om burgers met (mogelijk) problematische schulden tijdig in beeld te krijgen bij (schuld)hulpverlenende instanties. Na afronding van een pilotproject met verschillende schuldeisers zal het kabinet op een later moment besluiten of de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kan worden uitgebreid met lokale belastingschulden ten behoeve van vroegsignalering. Wanneer deze uitbreiding wordt doorgevoerd, kan de RBG zonder voorafgaande toestemming van de klantgegevens delen met gemeentelijke schuldhulporganisaties. In afwachting van deze wetgeving overlegt de RBG reeds intensief met de deelnemende gemeenten over de mogelijkheden voor gegevensuitwisseling rondom klanten met (mogelijk) problematische schulden, uiteraard binnen de geldende wettelijke kaders.

Daarnaast vindt met de gemeente Den Haag overleg plaats over samenwerking op het gebied van kwijtschelding voor inwoners van het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het kabinet heeft verder aangegeven te onderzoeken of een algemene wettelijke grondslag kan worden gecreëerd die gegevensuitwisseling tussen overheden breder mogelijk maakt. Een dergelijke grondslag zou onder meer de uitvoering van vroegsignalering aanzienlijk kunnen versterken en vereenvoudigen. 4.3.WOZ ontwikkelingen 4.3.1. AI‑ondersteunde modelmatige waardebepaling Voor de komende jaren ontwikkelt de WOZ‑keten zich richting sterkere inzet van data gedreven waarderingsprocessen. Een belangrijke ontwikkeling is het toepassen van kunstmatige intelligentie (AI) als ondersteuning binnen de modelmatige waardebepaling. De inzet van AI biedt kansen om zowel de kwaliteit als de efficiëntie van het waarderingsproces verder te verbeteren. AI‑modellen kunnen worden ingezet als extra controlelaag op de bestaande modelmatige waardebepaling. Hierdoor kunnen afwijkingen eerder worden gesignaleerd en waardes nauwkeuriger worden onderbouwd. AI vervult hierbij uitdrukkelijk een ondersteunende rol: de menselijke taxateur blijft verantwoordelijk voor de uiteindelijke waardevaststelling en de beoordeling van de kwaliteit.

AI kan onder meer bijdragen aan: • Snellere herwaarderingen, omdat veel objectgegevens automatisch kunnen worden verwerkt. • Betere risicoselectie, doordat AI vroegtijdig objecten herkent waar de kans op foutieve waardes groter is. • Meer consistente waarderingen, omdat AI patronen in de markt en objectkenmerken nauwkeuriger herkent. • Een sterkere onderbouwing, doordat AI duidelijk laat zien welke factoren de waarde beïnvloeden. Tegelijkertijd geldt dat de inzet van AI nooit mag leiden tot een vermindering van de kwaliteit of een niet-transparante werkwijze. Daarom wordt de komende periode ingezet op gecontroleerde

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

12

experimenten, validatieonderzoek, en het ontwikkelen van duidelijke kaders voor transparantie, uitlegbaarheid en ethisch gebruik van AI binnen de WOZ‑waardering. Deze voorbereidingen zijn noodzakelijk om AI op een verantwoorde, uitlegbare en toekomstbestendige manier te integreren in het waarderingsproces. 4.4. Dienstverlening 4.4.1. Klantgerichte en servicegerichte dienstverlening Het KCC is de centrale schakel tussen organisatie en klant. Het is het kloppend hart van de klantcommunicatie van de RBG, waar de contacten met onze klanten zoveel mogelijk op één centrale plek worden afgehandeld. Contact met onze klanten is van grote waarde. Klanten verwachten niet alleen een kwalitatief hoogwaardig product of dienst, maar ook een uitstekende service, snelle responstijden en effectieve oplossingen voor hun vragen en problemen. Het KCC speelt een cruciale rol in dit proces. 4.4.2. De rol van technologie in onze klantcommunicatie In dit steeds meer digitale tijdperk is het integreren van technologie in klantcommunicatie niet langer een luxe, maar een noodzaak. Met behulp van CRM-systemen kunnen onze medewerkers snel toegang krijgen tot klantgegevens, eerdere interacties met en voorkeuren van klanten. Dit stelt de medewerkers van de RBG in staat om gepersonaliseerde service te bieden en de klantbeleving te verbeteren.

Bovendien kunnen geavanceerde analyses en rapportagetools inzicht geven in belangrijke prestatie-indicatoren (KPI’s), zoals gemiddelde wachttijden, oplossingen bij het eerste contact en de klanttevredenheidsscores. 4.4.3 Project “Inwinning Secundaire Objectkenmerken” Het landelijke project Het nieuwe waarderen (gestart in december 2023) richt zich op het verbeteren en uniformeren van het WOZ-proces. Door woningeigenaren eerder en actief te betrekken bij de waardebepaling moet het aantal WOZ-bezwaren afnemen. Vooral de secundaire objectkenmerken blijken hierbij een belangrijke oorzaak van bezwaren. Met “Check je woning” kunnen woningeigenaren zelf gegevens aanleveren over de staat en kwaliteit van hun woning. Dit levert actuelere en betrouwbaardere informatie op voor de jaarlijkse herwaardering. De pilotfase is inmiddels afgerond; de methode is nu een vaste stap in het WOZproces en wordt vooral ingezet in wijken waar weinig betrouwbare gegevens beschikbaar zijn. De eerste resultaten tonen hogere datakwaliteit, betere aansluiting bij de feitelijke staat van de woningvoorraad en meer transparantie richting woningeigenaren. Dit draagt bij aan begrip voor de WOZ-waarde en vermindering van bezwaren.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

13

In 2026 wordt Check je woning verder ontwikkeld, met aandacht voor: • • • •

verbetering van het online portaal voor eenvoudiger aanleveren van gegevens; gerichtere inzet in wijken met veel mutaties of lage datakwaliteit; monitoring van de betrouwbaarheid van aangeleverde gegevens; betere communicatie en ondersteuning voor woningeigenaren.

Deze aanpak ondersteunt een toekomstbestendig, transparant en uniform WOZ-proces waarin woningeigenaren een actieve rol hebben. 4.5. Robotisering (RPA) en kunstmatige intelligentie (AI) Om de dienstverlening naar onze klanten nog verder te verbreden, zetten we in 2027 in op de doorontwikkeling van het gebruik kunstmatige intelligente (AI) en data science. We onderzoeken momenteel de inzet van data science binnen de processen van bezwaar en kwijtschelding met als doel de verhoging van efficiëntie. De RBG neemt daarbij de wet- en regelgeving op dit gebied in acht en werkt binnen de interne richtlijnen vastgelegd in het document “Beleid procesdigitalisatie”. In 2026 starten we met de implementatie van een Robotic Proces Automation (RPA) platform en de bouw van de eerste robots. 2027 staat in het teken van uitbereiding van het aantal robots. Mogelijk is hiervoor extra formatieruimte nodig. 4.5.1. Klantcommunicatie We willen in 2026 starten met de marktanalyse en aanbesteding van onze telefonie oplossing. Hierin willen we zeker de inzet van AI uitvragen om real time verslag te doen van het gesprek waarin het sentiment en eventuele actiepunten worden meegenomen. Zo kunnen we de wrap-up tijd aanzienlijk verkorten en is de verslaglegging meer uniform. Dat helpt weer bij het analyseren van de diverse gesprekken. 4.5.2.

Overige toepassingen RPA is in te zetten voor het uitvoeren van gestandaardiseerde, repeterende taken zoals bestandscontroles en bulkmutaties. AI is daarnaast een tool die trends kan analyseren en voorspellen, zoals bijvoorbeeld betaalgedrag, maar ook kan ondersteunen en adviseren bij beslissingen in en controleren van het belastingproces. 4.6. Wet open overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief (ongevraagd) openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob. De voor de RBG van toepassing zijnde informatiecategorieën van de eerste tranche van de Woo worden al (actief) openbaar gemaakt. De overige nog niet verplichte categorieën worden op een later, nog niet bekend tijdstip bij Koninklijke Besluiten gefaseerd verplicht gesteld en vooruitlopend daarop door de RBG -voor zover van toepassing- openbaar gemaakt.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

14

4.7. Wendbare organisatie en strategische personeelsvoorziening Een wendbare organisatie kan tijdig inspelen op veranderende omstandigheden, toenemende complexiteit en wisselende werkdruk. Dit vraagt om een toekomstbestendig personeelsbestand met voldoende capaciteit en de juiste deskundigheid. Het behouden van kwaliteit begint bij het binden en boeien van bestaande medewerkers. Dit vraagt om gerichte aandacht voor ontwikkeling, loopbaanmogelijkheden, vakmanschap en een gezonde werkcultuur. Tegelijkertijd is het onvermijdelijk dat medewerkers uitstromen door pensionering, mobiliteit of veranderende loopbaanwensen. Continuïteit vraagt daarom om tijdige opvolging en gerichte werving van nieuwe talentvolle medewerkers, afgestemd op de competenties die de RBG nodig heeft. De inzet van nieuwe technologieën, waaronder AI, kan processen ondersteunen en efficiënter maken, maar leidt niet automatisch tot een kleinere formatie. AI kan routinematige werkzaamheden verlichten, maar cruciale keuzes en oordelen blijven mensenwerk. Medewerkers blijven nodig om besluiten te nemen, afwegingen te maken, maatwerk te leveren en toezicht te houden op de kwaliteit en betrouwbaarheid van geautomatiseerde uitkomsten. Wendbaarheid betekent dat niet de bestaande formatie leidend is, maar de strategische opgaven waar de RBG voor staat. Dit vraagt om een periodieke analyse van: • • • • •

de benodigde capaciteit (kwantitatief en kwalitatief); toekomstige opgaven en veranderende werkzaamheden; interne mobiliteit en doorgroeimogelijkheden; de inzet van opleiding, ontwikkeling en arbeidsmarktcommunicatie; mogelijkheden voor flexibele inzet (tijdelijk, projectmatig).

Met deze aanpak zorgt de RBG voor een organisatie die blijvend kan inspelen op ontwikkelingen en haar publieke taken betrouwbaar en efficiënt kan uitvoeren. Een concrete invulling van deze strategische personeelsvoorziening is het eind 2025 opgezette ‘specialistenplan’. Hierbij wordt kennis geborgd door per team één of meerdere specialisten aan te stellen. 4.8 Nieuwe Archiefwet Al enige tijd is er een nieuwe Archiefwet in voorbereiding. Deze nieuwe Archiefwet wordt naar verwachting op 1 januari 2027 ingevoerd, mits de Eerste Kamer het wetsvoorstel tijdig behandelt en de lagere regelgeving op tijd wordt afgerond. Vooruitlopend op de inwerkingtreding hebben wij intensief overleg gevoerd om de verplichte archiveringsfunctie bij het gemeentearchief van Schiedam onder te brengen en aan te wijzen als officiële archiefbewaarplaats. In een later stadium zal de archivaris van de gemeente Schiedam aangewezen worden als archivaris. Tot op heden wordt deze rol vervuld door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. 4.9 Kwaliteits- en contractmanagement Eind 2025 is besloten om een kwaliteitsimpuls te geven aan onze systemen voor kwaliteits- en contractmanagement. Wij implementeren in de loop van 2026 een systeem om het proces van het beheren van procesbeschrijvingen, werkinstructies en het beheer van het interne controleplan verder te professionaliseren.

Gelijktijdig wordt in dit systeem een professionaliseringsslag gemaakt voor het contractmanagement van de RBG.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

15

5. Financiën 5.1. Inleiding 5.1.1. Continue aandacht voor efficiënt werken De RBG heeft in de afgelopen jaren de nodige nieuwe activiteiten uitgevoerd zonder dat daarvoor extra kosten werden opgenomen in de begrotingen. Wij kunnen dit doorvoeren omdat we er steeds in slagen om efficiencyverbeteringen te realiseren. Wij blijven constant werken aan het efficiënter werken in de komende jaren. De wijze waarop de RBG de efficiency realiseert is divers. Voorbeelden daarvan zijn: • Het doorlopende aandacht hebben voor procesoptimalisatie: o.a. door: - Maximaal doorvoeren van de landelijke voorzieningen (bijv. BRP/NHR/WOZ) om zodoende minder administratieve taken uit te voeren; - Flexibele inzet van personeel (één loket-gedachte), interne processen en staf/teamindeling zo efficiënt mogelijk inrichten om zodoende verlies van werktijd te beperken en minder personeel in te moeten huren op piekmomenten; - Klantgericht werken en zorgen dat de administratieve lasten voor klanten en ons zo beperkt mogelijk blijven (voormelding WOZ, bezwaarafhandeling, kwijtschelding, schuldhulpverlening). • • • • • •

Het gebruikmaken van klantreacties voor procesverbeteringen; Het realiseren van voordelige aanbestedingen en slim inkopen; Het herschikken van incassoactiviteiten zodat werkzaamheden m.b.t. tegengaan problematische schulden binnen de RBG kunnen worden uitgevoerd zonder extra middelen; De werkzaamheden m.b.t. Informatiebeveiliging en Privacy zijn binnen de bestaande formatie ondergebracht zonder voorlopig extra middelen te vragen; Het bereiken van 5-sterren beoordeling van de Waarderingskamer voor werkzaamheden WOZ; De aandacht voor efficiency heeft o.a. in de jaren 2022 t/m 2025 geleid tot een verlaging van de formatie met 4 fte in ondersteunende functies.

De afgelopen jaren hebben we diverse extra werkzaamheden uitgevoerd zonder extra budget op te nemen in de begroting. Voor het begrotingsjaar 2027 willen we onze continue aandacht voor efficiency vertalen in een eenmalige verlaging van het inhuurbudget van € 978.000 naar € 850.000. 5.1.2. Continue aandacht voor volledige belastingopbrengsten Naast aandacht voor de kostenkant hebben wij ook continue aandacht voor de opbrengstenkant binnen onze reguliere werkzaamheden. Wij richten ons nadrukkelijk op bestandsoptimalisatie, waarbij kwaliteits- en volledigheidscontroles belangrijke items zijn. We zijn bijvoorbeeld nadrukkelijk bezig om leegstand te controleren. Dat betekent dat we feitelijk controleren of er sprake is van leegstand. Daarnaast voeren we fysieke controles uit op het reinigingsrecht en de toeristenbelasting. Verder proberen we de incasso-activiteiten te intensiveren door betaalgemak te vergroten, persoonlijk contact en meer aandacht voor tijdige betalingen via pilots (zoals billboards op NSstations of een RBG informatiebus op markten bij deelnemende gemeenten). Hiermee kunnen we de oninbaarheid van betalingen terugdringen en stijgen de netto-opbrengsten.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

16

5.2. Overleg met deelnemers Naar aanleiding van de zienswijzen op de begroting 2025 en regionale kaderbrieven heeft de RBG met alle deelnemers gesproken over besparingen op de kosten (zowel binnen de RBG als bij de deelnemer) en over mogelijkheden tot verhogen van de opbrengsten. Diverse besproken onderwerpen komen in deze kaderbrief aan de orde. De volgende onderwerpen worden nog onderzocht met de deelnemers 1. Uitbreiding BAG-werkzaamheden door de RBG 2. Het innen van de bestuurlijke boete door de RBG 3. Stroomlijnen proces leges en precario tussen deelnemers en de RBG. De RBG is voor de uitwerking in de begroting 2027 afhankelijk van de beslissingen van de deelnemers. De afgelopen periode is samen met de gemeente Schiedam onderzocht om de archieffunctie van de RBG door de gemeente Schiedam te laten uitvoeren. Dit leidt tot een efficiencyverbetering en is een goedkoper alternatief dan uitbesteden aan een commerciële partij. 5.3. Financiële uitgangspunten 5.3.1. Kosten personeel, goederen en diensten In 2025 is een tweejarige CAO voor de waterschappen afgesloten. In de CAO 2025-2026 zijn loonafspraken gemaakt. O.a. de wens tot behoudt van koopkracht door aansluiting bij de consumentenprijsindex (CPI). Per 1 januari 2026 is een stijging van 1% afgesproken en per 1 maart 2026 vindt een inflatiecorrectie plaats op basis van het CPI 2025 van +3,3%.

In 2025 hadden wij abusievelijk de personeelskostenstijging te hoog geraamd. In de nieuwe meerjarenbegroting 2026-2031 hebben wij dit structurele voordeel gecorrigeerd. Voor de jaren vanaf 2027 calculeren we in de meerjarenbegroting 2026-2030 jaarlijks een stijgingspercentage van 3,3%. 5.3.2. Goederen en diensten (Materiële kosten) De indexering is een algemeen vertrekpunt voor de ramingen van de deelnemersbijdrage aan de GR. De indexering is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2026 (MEV 2026) van september 2025 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. De verwachting is dat de inflatie in 2026 daalt naar 2,4% en in 2027 naar 2,3% (bron: DNB). De afgelopen jaren hebben we de hogere verschillen in de prijsindexaties van de begrotingen 20222025 niet met terugwerkende kracht bijgesteld. We denken daarmee ook tegemoet te komen aan het verzoek van gemeenten om rekening te houden met aanpassingen in de uitkering van het gemeentefonds vanaf 2026-2028. Voor 2027 en verder corrigeren we de prijsinflatie van 2,7% naar 2,3% (gelijk aan het geraamde prijsindexcijfer).

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

17

5.4. Bestaande financieel meerjarenperspectief 2026-2030 zonder wijzigingen Begroting 2025

Lasten Personeelslasten Lonen, premies en overgie personeelslasten Reiskostenvergoeding Opleidingen Personeel van derden Subtotaal: Personeelslasten Goederen en diensten van derden Druk- en printkosten Onderhoud derden Huur-, service- en facilitaire kosten Kantoorautomatisering en telefonie Portokosten Woz-kosten Bankkosten Gegevensverstrekking Overige diensten en klantinformatie Subtotaal: Goederen en diensten van derden Onvoorzien en toevoegingen voorzieningen Onvoorzien Toevoeging aan voorzieningen Subtotaal: Onvoorzien en toevoeging aan voorzieningen Project kwijtschelding HHD + HHSK

Totale lasten Baten Financiële baten Opbrengsten dwanginvordering Bijdrage deelnemers

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Begroting 2030

€ € € € €

10.177 207 215 880 11.479

€ € € € €

10.770 213 235 952 12.170

€ € € € €

11.039 218 241 978 12.477

€ € € € €

11.315 224 248 1.004 12.791

€ € € € €

11.598 229 255 1.031 13.113

€ € € € €

11.888 235 261 1.059 13.444

€ € € € € € € € € €

258 1.344 897 785 527 1.308 584 546 1.216 7.465

€ € € € € € € € € €

275 1.444 925 811 546 2.263 639 597 1.940 9.440

€ € € € € € € € € €

282 1.483 950 833 561 2.324 656 613 2.192 9.895

€ € € € € € € € € €

290 1.523 976 855 576 2.387 674 630 2.252 10.162

€ € € € € € € € € €

298 1.564 1.002 878 591 2.451 692 647 2.312 10.436

€ € € € € € € € € €

306 1.606 1.029 902 607 2.517 711 664 2.375 10.718

€ € € €

250 900 1.150 350

€ € € €

250 900 1.150 260

€ € € €

550 900 1.450 260

€ € € €

550 900 1.450 260

€ € € €

550 900 1.450 260

€ € € €

550 900 1.450 260

€

20.444 €

25.260 €

25.872

23.020 €

24.082 €

24.663 €

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 € 73 € 123 € 123 € 123 € 123 € 123 € 4.200 € 5.240 € 5.240 € 5.240 € 5.240 € 5.240 € 16.352 € 17.207 € 18.419 € 19.300 € 19.897 € 20.509

Totale baten

€

20.625 €

22.570 €

23.782 €

24.663 €

25.260 €

Saldo van baten en lasten Toevoeging / Onttrekking aan bestemmingsreserve(s) - toevoeging aan bestemmingsreserves - onttrekking aan bestemmingsreserves

€

181 €

-450 €

-300 €

-

-

€ € €

400 € 219 € -181 €

500 € 950 € 450 €

500 € 800 € 300 €

500 € 500 € €

500 € 500 € €

500 500 -

Resultaat

€

-

-

-

-

-

-

€

€

€

€

€

25.872

€

€

-

5.5. Bijdrage per deelnemer op basis van bestaande meerjarenperspectief 2026-2030 Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam Gemeente Zuidplas

2026 17.207

2027 18.419

2028 19.300

2029 19.897

2030 20.509

7.605 3.802 2.114 1.419 1.455 812 17.207

8.137 4.068 2.266 1.519 1.559 870 18.419

8.524 4.262 2.376 1.591 1.635 912 19.300

8.786 4.393 2.450 1.640 1.686 941 19.897

9.056 4.528 2.526 1.691 1.738 970 20.509

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

18

De in deze kadernota genoemde wijzigingen zullen in de nog op te stellen meerjarenbegroting 20262030 worden opgenomen. Hieronder een overzicht van de in deze kaderbrief genoemde wijzigingen. De eventuele structurele mutaties uit de jaarrekening 2025 zullen na afronding van de accountantscontrole eveneens worden verwerkt in de meerjarenbegroting 2026-2030. De genoemde onderzoeken met de deelnemers naar gezamenlijke besparingen of maximeren van opbrengsten zullen mogelijk in een volgende begroting worden verwerkt. Kaderbrief 2027

Primair begr 2026

Totaal exploitatielasten bestaand meerjarenpersectief 2026-2030

€

2026 23.020.000 €

2027 24.082.000 €

2028 24.663.000 €

2029 25.260.000 €

2030 25.872.000

-182.000 €

-100.000 €

-14.000

Voorgestelde wijzigingen Voordeel op lonen, premies en overige personeelslasten * inclusief aanpassing indexering van 2,5% naar 3,3% per jaar

€

12.170.000 €

-300.000 €

Inhuur personeel

€

Invorderingsopbrengst, bij begroting 2027 uit te spiltsen naar: * toename opbrengst door tarief vervolgingsstukken

€

-5.240.000 €

Aanpassig indexering materiële kosten van 2,7% naar 2,3% vanaf 2027

€

Lagere rente-opbrengsten bank Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding invoering na 2028

-259.000 €

-128.000

-300.000 €

-300.000 €

-300.000 €

-300.000 €

-300.000

9.440.000

€

-33.000 €

-73.000 €

-115.000 €

-160.000

€

-123.000

€

63.000 €

63.000 €

63.000 €

63.000

€

-

€

-300.000 €

-300.000

Structurele effecten efficiency met de deelnemers

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Structurele effecten jaarrekening 2025 * na afronding jaarrekening controle

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Totaal mutaties 2026-2030

€

-600.000 €

-957.000 €

-792.000 €

-452.000 €

-411.000

Bijdragen van deelnemers meerjarenpersectief 2026-2030

€

2026 17.207.000 €

2027 18.419.000 €

2028 19.300.000 €

2029 19.897.000 €

2030 20.509.000

Geraamde mutaties totaal

€

-600.000 €

-957.000 €

-792.000 €

-452.000 €

-411.000

Totaal bijdragen deelnemers

€

16.607.000 €

17.462.000 €

18.508.000 €

19.445.000 €

20.098.000

96,5%

94,8%

95,9%

97,7%

Nieuwe bijdrage deelnemers in procenten van vorige meerjarenbegroting

Voor de jaren 2027-2031 wordt een daling van de bijdragen geraamd ten opzichte van de vorige meerjarenbegroting.

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

19

98,0%

6. Vaststelling Vastgesteld door het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, Schiedam, 9 maart 2026, Directeur,

Voorzitter,

(was getekend)

(was getekend)

J.F. Kooistra

P. Ouwendijk

Kadernota RBG 2027

DB09.03.26-4d

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16696201/1