CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2606086 Voorstel van het college aan de raad inzake Motie Ruimte voor Delft en Nota Grondbeleid

Raadsvergadering 12 mei 2026, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstel Motie Ruimte voor Delft en Nota Grondbeleid (2606086)3.475 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Raadsvoorstel Onderwerp

Motie Ruimte voor Delft en Nota Grondbeleid

Portefeuillehouder

Wethouder Huijsmans en wethouder Van Vliet

Voorstel ingediend door

Bart de Visser

Registratienummer

6394424

Datum

27 januari 2026

Concept-besluit(en) De raad: - Besluit de nota Grondbeleid 2026-2029 vast te stellen. - Besluit de nota Grondbeleid 2022-2025 in te trekken. - Verzoekt het college van burgemeester en wethouders om de randvoorwaarden voor succesvol actief grondbeleid verder uit te werken en hierover uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 aan de raad een voorstel ter besluitvorming voor te leggen. Waarom nu? In 2024 is tijdens de behandeling van de programmabegroting op 7 november 2024 door de raad een motie ‘Ruimte voor Delft’ (M6.2.16) aangenomen. Met de motie Ruimte voor Delft is het college gevraagd om een ruimtelijke strategie voor de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen, met daarin in ieder geval: • Prioritering van uitdagingen per (deel)gebied op basis van (geactualiseerde)ruimtelijke kaders, • De mogelijk in te zetten instrumenten, waaronder actief grondbeleid Ook is verzocht om een financieel handelingsperspectief voor inzet van actief grondbeleid. In deze oplegger wordt de raad hierover geïnformeerd. Een belangrijk handvat voor de beantwoording van de motie is de nota grondbeleid. Daarom is ervoor gekozen de beantwoording van de motie gelijktijdig met de nieuwe nota grondbeleid aan uw raad te sturen. De nieuwe nota is een actualisatie en aanscherping van de nota Grondbeleid 2022-2025. Het is gebruikelijk na vier jaar de Nota Grondbeleid te herzien en te actualiseren.

Inhoud Het college biedt de nieuwe nota Grondbeleid aan de raad aan, ter vaststelling. In deze oplegger wordt de nieuwe nota Grondbeleid kort toegelicht. En worden de randvoorwaarden benoemd, die van belang zijn om actief grondbeleid in de komende jaren verder vorm te geven en waar nodig te versterken. Een uitwerking van de randvoorwaarden wordt uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 aan de raad voorgelegd. In de oplegger wordt ook ingegaan op de motie ‘Ruimte voor Delft’. Deze oplegger bevat raadsinformatie over de ruimtelijke strategie en geeft inzicht hoe de gemeente op dit moment richting geeft aan ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. En wordt zichtbaar dat de strategie voortdurend in ontwikkeling is. Het is altijd klaar, maar nooit af. Nu de raadsinformatie beschikbaar is, stelt het college voor om de motie als afgedaan te beschouwen. Omdat de motie ‘Strategisch verdichten in Delft’ (M5.3.1) veel raakvlakken heeft met de motie Ruimte voor Delft, wordt verzocht om met de beantwoording van de motie Ruimte voor Delft deze motie ook af te doen. De motie strategisch verdichten vraagt aandacht voor het samenspel van ambities in ruimtelijke ontwikkelingen en om inzicht voor de raad in hoe afwegingen gemaakt worden en welke instrumenten beschikbaar zijn. Deze elementen komen terug in de uitwerking van de Motie Ruimte voor Delft, in afstemming met de stadsbouwmeester.

Nieuwe nota Grondbeleid

Versie 08.25

De nota Grondbeleid is een koersdocument dat de gemeente helpt om een keuze te maken in de rol en regie in de ruimtelijke ontwikkeling in de stad en de uitvoering van de gemeentelijke ambities. Nieuw in de nota Grondbeleid is de beschrijving van het proces van het grondbeleid: hoe de gemeente tot een goede rolkeuze, samenwerking en instrumentarium komt. De rolkeuzes voor de gemeente vanuit het grondbeleid zijn ingedeeld in vier rollen: niets doen, passief faciliterend (publiek instrumentarium), actief faciliterend (financiële bijdrage), actief grondbeleid (grondaankoop en -verkoop). De gemeente heeft de voorkeur voor faciliterend grondbeleid wanneer de markt de gemeentelijke ambities in voldoende mate kan realiseren. Mocht blijken dat de gemeente nadrukkelijk een aanjagersrol op zich moet nemen om de haar gestelde doelen en ambities te kunnen realiseren, dan zal een actiever grondbeleid in overweging genomen worden. De inzet van het gemeentelijk instrumentarium vraagt om een zorgvuldige bestuurlijke afweging per situatie, locatie of gebied. Op die manier is de gemeente in de positie om de vele ontwikkelingen waarmee de stad te maken krijgt in goede banen te leiden. In de nota Grondbeleid 2026-2029 bevestigen we de koers van het actiever grondbeleid, die is ingezet bij de nota Grondbeleid 2022-2025.

De gemeente Delft verwacht komende beleidsperiode een actiever grondbeleid te voeren, omdat gemeente Delft een grote binnenstedelijke groeiopgave tot 2040 heeft met hoge maatschappelijke waarde die de markt niet altijd oppakt. De afgelopen beleidsperiode zijn ervaringen opgedaan met het voeren van actief grondbeleid. Uit deze ervaringen blijkt dat de randvoorwaarden voor succesvol actief grondbeleid nog niet volledig op orde zijn. Het gaat om: •

Mandaat en financiering bij anticiperende en strategische grondaankopen De inzet van actief grondbeleid vraagt om goede besluitvorming en voldoende financiële dekking. Op dit moment wordt voor de inzet van actief grondbeleid altijd een besluit gevraagd aan de gemeenteraad, waarbij de financiële consequenties worden geduid. Indien nodig wordt een begrotingswijziging voorgesteld. Deze werkwijze geeft democratische legitimatie, maar kent ook een lange doorlooptijd. Om de gemeente meer slagkracht in een concurrerende grond- en vastgoedmarkt te geven en de doorlooptijd tussen beleidswens en uitvoering te verkorten, kan de gemeenteraad ervoor kiezen om het college meer ruimte te bieden. Dit kan door het beschikbaar stellen van de financiële middelen voor anticiperende en strategische aankopen van grond en het mandaat om doelgericht te handelen. Waarbij inzicht in de besluitvorming en controle hierop voldoende geborgd moet zijn. Daarmee blijft bestuurlijke legitimatie geborgd.

•

Borgen van inzicht en controle van de gemeenteraad. Op dit moment heeft de gemeente Delft de regels omtrent financiën en verantwoording van het grondbeleid vastgelegd in de financiële verordening. Verder verwijst de gemeente naar de algemeen geldende wet- en regelgeving. Zoals het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Het voordeel hiervan is dat de verordening niet snel aan verandering onderhevig is. Tegelijkertijd is het goed om te beseffen dat het voeren van actief grondbeleid (financiële) risico’s en onzekerheden met zich meebrengt. En specialistische kennis vergt, zeker wanneer het om grootschalige en integrale projecten gaat. Het is goed om te expliciteren hoe het college borgt dat de gemeenteraad haar controlerende taak hierop naar behoren kan uitvoeren. Daarvoor is een nadere uitwerking nodig, met als doel om de raad goed in positie te brengen om haar controlerende functie uit te voeren.

Het is belangrijk om de bovenstaande randvoorwaarden verder uit te werken. Om het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad een solide basis te geven om actief grondbeleid te voeren. En om als gemeente proactief in te spelen op kansen en te zorgen voor een goede ruimtelijke ontwikkeling van Delft. Na vaststelling van de nota Grondbeleid 2026-2029 zal het college de verdere uitwerking van de randvoorwaarden ter hand nemen. Afhankelijk van de wensen in de nieuwe bestuursperiode worden concrete voorstellen uitgewerkt. Het college legt de resultaten hiervan uiterlijk in Q1 2027 ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. Raadsinformatie Motie ‘Ruimte voor Delft’ Ruimtelijke strategie Delft werkt aan grote opgaven. Van de woningcrisis, jeugdzorg problematiek, het tegengaan van hittestress tot het gebrek aan bedrijfsruimte voor ons innovatieve ecosysteem. Daarbij zijn de ruimte en de middelen beperkt en kunnen we dit als gemeente niet alleen. Dit vraagt om het stellen van prioriteiten en om nauwe samenwerking met Pagina 2 van 7

bewoners, organisaties en andere partners in de stad. Hierin zijn de afgelopen jaren grote stappen gezet, die bijdragen aan een ruimtelijke strategie voor de stad. De beantwoording van deze motie geeft inzicht in deze stappen en welke rol uw raad hierin heeft. Op welke manier Delft werkt aan haar opgaven, is vastgelegd in diverse stukken. We onderscheiden: • De ruimtelijke visie, opgaven en ambities – Omgevingsvisie 2040 (vastgesteld door de raad) • De uitvoeringsstrategie – Stedelijk programmeren (vastgestelde werkwijze door het college) • De investeringsstrategie – Kadernota met een strategische investeringsagenda (vastgesteld door de raad) Alles samen vormt dit de ruimtelijke strategie voor Delft. Delft is voortdurend in ontwikkeling. Daarom is de ruimtelijke strategie adaptief en in staat om mee te bewegen met ontwikkelingen in de stad en het beleid. Zo komt het Rijk met aanvullende regels voor de woningbouwopgave, met een focus op meer betaalbare woonruimte. En werkt de gemeente aan het opstellen van een Volkshuisvestingsprogramma Wonen - een instrument uit de Omgevingswet en een verplichting vanuit de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Dit heeft invloed op de ruimtelijke strategie en bijvoorbeeld de strategische investeringsagenda. Hierover besluit de raad. De werking van de ruimtelijke strategie wordt het meest zichtbaar op gebiedsniveau.

Ter illustratie werken we Delft West uit (zie bijlage 1). In Delft West vinden veel ontwikkelingen plaats, zowel vanuit de gemeente als in samenwerking met partners. Deze uitwerking dient als voorbeeld en is daarom niet inhoudelijk afgestemd met betrokken partners. Niet alleen in Delft West, maar ook in de andere gebieden werken we aan de ruimtelijke strategie. Zo wordt binnen Delft Zuid Oost momenteel een visie Schieoevers Zuid / Rotterdamseweg / Vulcanusweg opgesteld, inclusief een handelingsperspectief. En in Delft Noord Oost wordt hard gewerkt aan het ontwikkelkader voor DSM. Bij deze ruimtelijke ontwikkelingen wordt de gemeenteraad actief betrokken. Ruimtelijke visie, opgaven en ambities De gemeenteraad vervult een kaderstellende rol bij het vormgeven van de ruimtelijke strategie van de stad. En heeft de koers bepaald voor de lange termijn ontwikkeling van de stad. Deze koers ligt vast in de Omgevingsvisie Delft 2040 (vastgesteld door de raad in juli 2021) en andere beleidsdocumenten. Zoals de Ruimtelijke Economische Visie 2030 (vastgesteld door de raad in maart 2018) en de Woonvisie (vastgesteld door de raad in december 2023). Bij een herijking van de omgevingsvisie hebben het college en de raad de gelegenheid om richting te geven aan de prioriteiten binnen de ruimtelijke opgaven.

Samen met de raad heeft het college nu gekozen om de focus te leggen op drie grote opgaven: de energietransitie, het Innovatiedistrict Delft en Delft West. Twee van deze opgaven zijn direct verbonden aan specifieke gebieden in de stad: het Innovatiedistrict aan ‘Zuidoost’ en Delft West aan ‘West’. Een belangrijk hulpmiddel om opgaven een ruimtelijke plek te geven, vormen de gebiedsbeelden. Afgelopen zomer zijn de Gebiedsbeelden Delft 2025 vastgesteld door het college en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad (in juni 2025). Deze gebiedsbeelden: • Geven een stadsbeeld van Delft binnen de regio: waar staan we nu en waar bewegen we de komende jaren naartoe; • Bieden in een ‘nieuwe stadsplattegrond van Delft’: overzicht en inzicht in hoe de stad zich de komende jaren ontwikkelt op basis van lopende plannen en bestaand beleid; • Zoomen in op de maatschappelijke, economische en ruimtelijke opgaven in de drie gebieden ‘West’, ‘Noordoost’ en ‘Zuidoost’. Uitvoeringsstrategie Met de werkwijze van stedelijk programmeren maken we de ambities in de Omgevingsvisie en andere beleidsdocumenten concreter. Binnen het stedelijk programmeren krijgen beleidsdoelen, gebiedsontwikkelingen, projecten en programma’s - zoals die zijn vastgesteld door de gemeenteraad - hun ruimtelijke invulling.

De werkwijze is erop gericht om de samenhang in de ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn te bewaken én te sturen op de goede groei van Delft. Het college heeft deze werkwijze vastgesteld en de gemeenteraad hierover geïnformeerd in juni 2023. Op basis van ervaringen en nieuwe inzichten wordt de werkwijze verder ontwikkeld en continu verbeterd. In de werkwijze van stedelijk programmeren hanteren we verschillende schaalniveaus: • Regio: afstemmen en samenwerken in de regio op opgaven die het gemeentelijk niveau overstijgen en die niet (alleen) in Delft gerealiseerd kunnen worden.

Pagina 3 van 7

- Stad: vaststellen en monitoren van beleidsambities, doelstellingen en strategische investeringen. Met aandacht voor de relatie tot de gebieden (toewijzen). • Gebied: prioriteren en optimaliseren (verdelen) van de opgaven binnen een gebied, passend bij de plek en de gebruikers. • Plot: een concrete uitwerking van een initiatief of project op een plek en met gebruiker(s). In de werkwijze van stedelijk programmeren kijken we naar de stad als geheel, maar ook naar de gebieden hierbinnen. Dit doen we in afstemming en samenwerking met bewoners, organisaties en andere partners in de stad. Via onze netwerken zijn we continu in contact met de stad. Inmiddels is de gemeentelijke organisatie steeds beter op stedelijk programmeren ingericht, met een stadsteam, drie gebiedsteams en drie ambtelijke opdrachtgevers gebiedsontwikkeling per gebied. Naast het schakelen tussen verschillende schaalniveaus, gaat stedelijk programmeren ook over het in- en uitzoomen in de tijd. Zo verbinden we de dagelijkse praktijk met de lange termijn koers van Delft. We bepalen waarop we de komende jaren concreet moeten sturen om de lange termijn doelen van de stad te realiseren. Tegelijkertijd hebben we oog voor onvoorziene en urgente vraagstukken. En staan we bij nieuwe projecten en initiatieven steeds nadrukkelijker stil bij hun bijdrage aan deze lange termijn ambities.

We hebben inzicht in de lopende initiatieven, programma’s, projecten en gebiedsontwikkelingen. En toetsen initiatieven aan de lange termijn ambities en doelen. Omdat initiatieven en projecten opstapelen en de fysieke ruimte en de gemeentelijke middelen beperkt zijn, is het belangrijk om prioriteiten te stellen. En oog te hebben voor onvoorziene kansen en urgente vraagstukken in de stad. We beoordelen initiatieven van bewoners, bedrijven of andere partijen in de stad en initiatieven afkomstig uit de gemeentelijke organisatie, aan de hand van de volgende vragen: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Ambities. Hoeveel potentie is er om maatschappelijke en ruimtelijke ambities te realiseren? We toetsen initiatieven aan de lange termijn ambities en doelen. Hierbij wordt gekeken wat wezenlijk kan bijdragen aan het waarmaken van de ambities, mede gezien lopende initiatieven en projecten in een gebied en de rest van de stad. Dat gebeurt als volgt: a. Functioneel. Wat is waar het hardst nodig? Op stadsniveau hebben we bepaalde voorzieningen en functies nodig, maar niet alles kan op elke plek. Dat vraagt een afweging. Welke functies zijn het hardst nodig voor de ontwikkeling van een specifieke plot, een specifiek gebied en de stad als geheel. We bepalen wat als vliegwiel kan werken bij de uitvoering van het (geldende) beleid. b. Urgentie. Wat moet eerst en wat kan later? We doen eerst wat het hardst nodig is, waar zichtbaar resultaten kunnen worden geboekt en wat (aantoonbaar) positieve impact kan hebben op de stad. Dat gaat steeds over een afweging tussen opgave en ruimte. Daarbij wordt stilgestaan bij welke plek/mensen hebben aandacht nodig versus welke opgave/beleid dient dit. Noodzaak. Komt het zonder ingrijpen van de gemeente tot stand? Of is er noodzaak om in te grijpen, omdat de markt het zelf niet oppakt? Er wordt beoordeeld in hoeverre de markt in staat en bereid is om ambities zelfstandig te realiseren.

En of de inzet van de gemeente noodzakelijk is om de goede investeringen tot stand te laten komen: op plekken waar het hard nodig is, onder de juiste voorwaarden en met voldoende urgentie. Gewenste zeggenschap. Is extra sturing of zeggenschap van de gemeente gewenst? De gemeente kan te maken hebben met wettelijke verplichtingen, marktfalen, regiebehoefte, grote risico’s en onzekerheden. In zulke gevallen kiest de gemeente eerder voor een actieve rol, bijvoorbeeld door de uitvoering zelf ter hand nemen of de uitvoering met partners organiseren. Middelen. Wat zijn de financiële consequenties en is de benodigde capaciteit? Als de gemeente haar instrumenten inzet – zoals subsidies en minnelijke verwerving – brengt dat kosten met zich mee. Er zijn maar beperkt middelen beschikbaar. Dus is het belangrijk om te bepalen waar gemeentelijke inzet het verschil kan maken. En waar zijn publieke en private investeringen te bundelen zijn. Risico’s. Wat zijn de risico’s? Zijn (eventuele) risico’s transparant en aanvaardbaar? Het is belangrijk om de risico’s goed in beeld te brengen en af te wegen. Hoewel de risico’s primair bij de markt liggen, kan de gemeente ervoor kiezen zelf risico te nemen. Bijvoorbeeld door grond in eigendom te verwerven. Daarmee ontstaan ook kansen om te sturen op tempo, kwaliteit en het realiseren van ambities. Redelijkheid.

Staan de benodigde middelen en risico’s in verhouding tot de ambities? We toetsen of de gemeentelijke inzet, de bijbehorende middelen en het risicoprofiel in verhouding staat tot

Pagina 4 van 7

de gewenste ambitie, en of de ambitie ook met een minder verstrekkende gemeentelijke inzet gerealiseerd kan worden. Op basis hiervan adviseren we waarmee we wel en niet aan de slag zouden moeten gaan en op welke manier. Bijna al onze ambities kunnen alleen worden gerealiseerd in samenwerking met partners. Zo ligt in ‘West’ de nadruk op het samenwerkingsverband WijWest, met de alliantieraad en het Nationaal Programma. En in ‘Zuidoost’ staat de samenwerking met bedrijven en onderwijsinstellingen in het Innovatie District Delft en het grootschalige programma Schieoevers centraal. De gemeente beschikt over een breed palet aan rollen en instrumenten. Dat laat zich grofweg indelen in vier rollen: passief, passief faciliterend, actief faciliterend, actief. Aan elke rol zijn instrumenten te koppelen, met hun eigen mogelijkheden, beperkingen en toegevoegde waarde. De mogelijk in te zetten instrumenten met betrekking tot grond zijn uitgewerkt in de nieuwe nota Grondbeleid (zie kolom ‘Voorbeelden van privaatrechtelijke sturingsinstrumenten uit de nota Grondbeleid’). Rolkeuze

Voorbeelden van privaatrechtelijke instrumenten uit de nota Grondbeleid

Voorbeelden van publiekrechtelijke instrumenten

Passief Als gemeente de uitvoering overlaten aan derden en de inzet beperken tot wettelijke taken. Passief faciliterend Als gemeente toetsend of rand voorwaardelijk optreden bij activiteiten die worden uitgevoerd door derden. Actief faciliterend Als gemeente de uitvoering van activiteiten door derden stimuleren of (financieel) ondersteunen

•

Geen grondbeleidsinstrumenten.

• • •

Kostenverhaal Vrijwillige financiële bijdragen Afdwingbare financiële bijdragen

• • • • •

•

Financiële bijdrage aan publieke kosten

Actief Als gemeente de uitvoering zelf doen en/of (mede) verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering

• • •

+ Instrumenten voorgaande rol Grondaankoop Grondverkoop/ grondhuur/ erfpacht Grondruil

• • • • • • •

•

+ Instrumenten voorgaande rol • • • •

Omgevingsvisie en beleidsvisies Omgevingsprogramma Omgevingsplan en beleidsregels Plan Uitvoeringskader (PUK) Communicatie en voorlichting over beleid, kaders, regels Participatie Cocreatie Samenwerkingsovereenkomst Bestuurlijke samenwerking via verbonden partijen Prestatieafspraken woningcorporaties Hulp bij zelf organiserende buurten (tijdelijke) subsidies met subsidievoorwaarden, bijvoorbeeld voor sociaal ondernemen Aanvragen en doorzetten van (woningbouw) subsidies van mede overheden Investeringen in de openbare ruimte en infrastructuur Vergunning/ontheffing Toezicht en handhaving Voorbereidingsbesluit

Tabel 1. Voorbeelden van instrumenten

Investeringsstrategie De investeringsstrategie vormt de brug tussen de ruimtelijke ambities van de gemeente en de beschikbare financiële middelen. De kadernota en de Strategische Investeringsagenda (SIA) bieden de raad de mogelijkheid om richting te geven aan de investeringsstrategie van de gemeente. In de kadernota en de begroting worden de investeringen en financiële kaders vastgelegd, waarover de gemeenteraad besluit. Sinds kort is hieraan de SIA toegevoegd. Deze maakt integraal onderdeel uit van de Kadernota en biedt een meerjarig perspectief op de grote investeringsopgaven in de stad. Bij de grote investeringsopgaven kunnen ook sturingsinstrumenten uit de nota Grondbeleid noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld grondaankopen om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. De raad besluit over concrete voorstellen van het college, zoals over het verwerven van gronden. Dergelijke verwervingen worden doorgaans financieel gedekt via een grondexploitatie (GREX), of – als een GREX nog niet beschikbaar is – via een investeringskrediet. Voor anticiperende en strategische grondaankopen heeft de gemeente nu geen middelen gereserveerd. Kortom: de investeringsstrategie draait om het verbinden van ruimtelijke ambities met de (beperkte) financiële ruimte van de gemeente, zodat plannen niet alleen wenselijk maar ook uitvoerbaar zijn.

Wat verandert er? Met de nieuwe nota Grondbeleid kan de gemeente strategischer sturen op grondposities. Het zorgt ervoor dat Delft ook in de toekomst effectief en doelgericht kan opereren op de grondmarkt. Hiermee voldoen we aan de financiële verordening, waarin staat dat het grondbeleid iedere vier jaar moet worden geactualiseerd. Er is aandacht gevraagd

Pagina 5 van 7

voor een aantal randvoorwaarden om succesvol actief grondbeleid te voeren. Het college werkt dit verder uit en komt met een voorstel terug naar de gemeenteraad. Tot slot wordt voorgesteld om de motie af te doen met de raadsinformatie over de huidige ruimtelijke strategie. Beleidskaders • • • • •

Omgevingsvisie Delft 2040, vastgesteld door de raad in juli 2021. Woonvisie, vastgesteld door de raad in december 2023. Ruimtelijke Economische Visie 2030, vastgesteld door de raad in maart 2018. Kadernota en bijlage van de kadernota: Strategische investeringsagenda (SIA). Nota Grondbeleid 2022-2025, vastgesteld door de raad in december 2021.

Financiën Het voorstel heeft geen financiële consequenties. Het uitwerken van de nota Grondbeleid, het beantwoorden van de Motie ‘Ruimte voor Delft’ en het uitwerken van de randvoorwaarden vallen binnen de huidige programmabegroting in het programma Goed Wonen. Vervolg Wij beseffen ons dat de ruimtelijke strategie in ontwikkeling is en blijft. Wij hechten er waarde aan om, ook in de nieuwe bestuursperiode, op stads- en gebiedsniveau met (een vertegenwoordiging van) de raad in gesprek te blijven. En om periodiek de ruimtelijke strategie en de tactische afwegingen op gebiedsniveau te bespreken. Na vaststelling van het grondbeleid in de gemeenteraad van Delft zullen de nieuwe kaders direct in werking treden. Uiterlijk Q1 2027 wordt de verdere uitwerking van de randvoorwaarden voor succesvol actief grondbeleid aan de raad voorgelegd. Participatie Niet van toepassing Communicatie Niet van toepassing Bijlage(n) Bijlage 1. Nota grondbeleid 2026-2029 Bijlage 2. Casus Delft West

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☒ Ja

☐ Niet van toepassing

☐ Nee

Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☒ Ja,

het college verzoekt de raad om de motie 6.2.16 Ruimte voor Delft en de motie 5.3.1 Strategisch verdichten in Delft als afgedaan te beschouwen

☐ Nee

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

M Berger

Pagina 6 van 7

Loco-secretaris

MA Huijsmans Loco-Burgemeester 06-02-2026

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16579534/1