2604057 Voorstel van het college aan de raad inzake Toestemming voor 5e wijziging GR Omgevingsdienst Haaglanden
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsvoorstel Onderwerp
Toestemming voor 5e wijziging GR Omgevingsdienst Haaglanden (ODH)
Portefeuillehouder
Wethouder Huijsmans
Voorstel ingediend door
Pieter Veen (pveen@delft.nl)
Registratienummer
6374167
Datum
6 januari 2026
Concept-besluit(en) De raad besluit: het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Haaglanden te wijzigen van conform bijgaand voorstel (5e wijziging GR ODH met kenmerk: ODH1400301 – RIS-zaaknr: 2544674).
Waarom nu? De raad heeft op 30 januari 2025 de zienswijze vastgesteld over de ontwerp 5e wijziging van de GR ODH (RIS 2447639). De GR ODH heeft de zienswijzen van de verschillende deelnemers verwerkt in het voorstel tot wijziging. De ODH heeft nu eind oktober 2025 het verzoek ingediend bij de deelnemers om GR ODH te wijzigen. Het college dient toestemming te vragen aan de raad om tot wijziging te besluiten. Het college doet de raad dit versnellingsverzoek om binnen een half jaar na het verzoek van de GR ODH op 21 oktober 2025 het definitieve besluit te kunnen nemen. Want door deze versnelling is de behandeling in de raad in plaats van 12 mei, reeds op 5 maart. Dan kan het college vervolgens het definitieve besluit nemen binnen een half jaar namelijk vóór 21 april. Inhoud Naast Delft hebben ook Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp een zienswijze ingediend bij de ODH op de ontwerp-5ewijziging van de GR ODH. De overige deelnemers hebben laten weten te kunnen instemmen met de oorspronkelijke ontwerp-wijziging. Naar aanleiding van de zienswijze van Delft en Pijnacker-Nootdorp is de ontwerp-wijziging aangepast om het proces van toe- en uittreding te verduidelijken met betrekking tot de start en de stappen in de procedure. De twee andere punten in de zienswijze van Delft zijn niet overgenomen door de GR ODH.
Ten eerste was vanuit democratische overwegingen meegegeven aan de GR ODH dat een gekwalificeerde minderheid van het Algemeen bestuur zou kunnen besluiten tot verzoek om zienswijze van de raden en provinciale staten. De GR ODH stelt dat de Wgr geen mogelijkheid geeft tot besluiten op basis van gekwalificeerde minderheid. Ten tweede heeft de GR ODH het besluit tot opheffing van de GR ODH aangewezen als besluit dat in aanmerking komt voor zienswijze. In de zienswijze stelde de raad voor dit uit te breiden tot besluiten van belangwekkende betekenis of met majeure wijzigingen tot gevolg, en de beoordeling daarvan over te laten aan het algemeen bestuur. De GR ODH acht de aanduiding ‘majeur’ en ‘belangwekkend’ te onduidelijk en stelt bovendien dat het AB al de bevoegdheid heeft om besluiten voor zienswijze aan de raden voor te leggen bij wet. De voorgestelde wijzigingen in de zienswijze zijn van relatief beperkte gewicht en het niet-overnemen brengt geen significante risico’s met zich mee. Mede door de verwijzing naar de wetgeving acht het college het algemeen
Versie 08.25
belang voldoende gediend. Daarom vraagt het college de raad om toestemming, conform de wettelijke procedure, om over te gaan tot vaststelling van de 5e wijziging GR ODH.
Wat verandert er? Met deze wijziging wordt uitvoering gegeven aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, die beoogt de kader stellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging binnen samenwerkingsverbanden te versterken. Voor de reactie en verwerking van de zienswijze van de raad zie tekstblok “Inhoud”. De 5e wijziging betekent op hoofdlijnen: i. ii. iii. iv. v.
een nieuw artikel (art 32) dat de raden van de deelnemers bij voorstel voor opheffing van de GR ODH een zienswijze kunnen geven; een nieuw lid (art 10 lid 3 en 4) dat burgerparticipatie plaats vindt bij de deelnemers en dat het een bestuursbesluit vergt om bij de ODH burgerparticipatie uit te voeren; een nieuw lid (art 34 lid 3) dat evaluatie van de regeling mogelijk maakt; de nieuwe termijnen voor de begroting van de GR worden doorgevoerd (art 24 en art 25); afspraken over toe- en uittreding door een deelnemer zijn duidelijker geformuleerd.
Verder zijn enkele technische wijzigingen doorgevoerd ter verduidelijking (voor details zie bijlage 1).
Beleidskaders De voorgestelde wijzigingen in de GR ODH is vereist vanwege de wetswijziging (Wet gemeenschappelijke regelingen, Wgr). Inhoudelijk passen de wijzigingen binnen de kaders van de raad vastgelegd in de Nota Bestuurlijke rolneming & Verbonden Partijen 2025. Het proces van het verzoek om toestemming van de raad om de wijziging te mogen vaststellen is conform artikel 1 van de Wgr.
Financiën De wijziging van de regeling heeft geen gevolgen voor de financiën. De wijzigingen betreffen wel, onder meer, de procesgang van de totstandkoming van de begroting, en hebben in het bijzonder tot doel de mogelijkheden te vergroten om daar als raad invloed op uit te oefenen.
Vervolg Indien de raad toestemming geeft zal het college van B&W definitief besluiten tot de 5e wijziging van de GR ODH. Wanneer de colleges en gedeputeerde staten hebben besloten tot de definitieve wijziging zullen de Gedeputeerde Staten de nieuwe regeling publiceren.
Participatie Niet van toepassing. Het gaat om relatief beperkte wijzigingen in de bestuurlijke verhoudingen en in het bestuurlijk verkeer tussen de gemeente en de partnergemeenten en de verbonden partij waarin wordt samengewerkt. Hiervoor bestaat onder burgers weinig belangstelling en daarom is er geen participatie toegepast.
Communicatie
Pagina 2 van 3
Nadat alle deelnemers de besluitvorming hebben afgerond, zal Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, als grootste deelnemer, de gewijzigde GR publiceren.
Bijlage(n) 1.
2.
Brief van de GR ODH aan de raad “Definitief ontwerp 5e wijziging GR ODH” met kenmerk ODH1400301 en RIS-zaaknr: 2544674 bijlage 1 Reactie op de zienswijzen en bijlage 2 De gewijzigde integrale GR ODH na 5e wijziging Concept-raadsbesluit (djuma kenmerk: 6374169)
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☐ Niet van toepassing
☒ Nee
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M Berger Loco-secretaris
FWJ van Vliet
Loco-burgemeester 21-01-2026
Pagina 3 van 3