2539513 College van B&W - Ontwikkelingen rond de jeugdbescherming (september)
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp
Ontwikkelingen rond de jeugdbescherming
Portefeuillehouder
Wethouder Gooijer
Voorstel ingediend door
Sebastiaan Huijsen - Shuijsen@delft.nl
Registratienummer
Invullen documentnummer Djuma
Datum
23 september 2025
Concept-besluit(en) NVT
Waarom nu? De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft op 18 september het rapport ‘’Jeugdbescherming West’’ gepubliceerd. Om de raad hierin tijdig en volledig mee te nemen, achten wij het van belang u nu te informeren over de recente ontwikkelingen. Inhoud Inleiding Het landelijke stelsel van de jeugdbescherming schiet ernstig te kort. Ondanks de grote inzet en betrokkenheid van de professionals is het in het huidige stelsel onbegonnen werk om op een effectieve manier te kunnen bijdragen aan het vergroten van de veiligheid in gezinnen. Het is daarom urgent om werk te maken van het landelijk toekomstscenario kinden gezinsbescherming (hierna: toekomstscenario) waarmee de huidige manier van werken in de jeugdbescherming op de schop gaat. De beëindiging van het estafettemodel van onderzoek op onderzoek en de zware verantwoordelijkheid voor de individuele jeugdbeschermer door de invoering van Regionale Veiligheidsteams is van groot belang. Daarnaast is het essentieel dat de jeugdbescherming écht gezinsgericht wordt vormgegeven door een samenhangende aanpak van het gezin in plaats van alleen een kinderbeschermingsmaatregel gericht op het kind zoals nu nog het geval is. Ook in onze regio hebben we te maken met de effecten van een falend stelsel.
Vanwege de onaantrekkelijkheid van het werk binnen het huidige stelsel is er al enige jaren sprake van een verhoogde uitstroom en een te lage instroom van medewerkers waardoor jeugdigen en gezinnen met een kinderbeschermingsmaatregel niet altijd door een vaste jeugdbeschermer begeleid worden. Dit ondanks het feit dat vanuit de regio Zuidwest al is geïnvesteerd in caseloadverlaging. De regio Zuidwest is samen met de Gecertificeerde Instelling Jeugdbescherming west (hierna: JB west) bezig de laatste hand te leggen aan een plan met de overkoepelende doelstelling om het aantal jeugdigen zonder een vaste jeugdbeschermer terug te brengen. Een groot aantal van de reeds ingezette maatregelen (zie verderop in deze brief) zal daar ook in terugkomen. De Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna inspecties) hebben in juni en september jl. gerapporteerd over het functioneren van de William Schrikker Stichting (WSS), respectievelijk JB west en vooral hoe zicht wordt gehouden op de veiligheid van jeugdigen zonder een vaste jeugdbeschermer. Dit als onderdeel van een onderzoek waarin zij vijf Gecertificeerde Instellingen (GI’s) onderzoeken (naast de WSS en JB west nog drie GI’s). Binnenkort komen de inspecties ook nog met een overkoepelend rapport.
In deze raadsinformatiebrief zullen we eerst ingaan op de rapporten van de inspecties, vervolgens zullen we op een rij zetten wat er de afgelopen jaren vanuit de regio is gebeurd om de randvoorwaarden voor de GI’s zoveel mogelijk te verbeteren en ook wat er nog gaat gebeuren.
Versie 08.25
Daarna besteedt de raadsmededeling aandacht aan de stand van zaken met betrekking tot de invoering van het toekomstscenario, en hoe we binnen onze mogelijkheden al zoveel mogelijk in lijn met het toekomstscenario proberen te werken o.a. via de proeftuin in Haaglanden.
Verder wordt stilgestaan bij de ontwikkeling van het aantal jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer en het Bestuurlijk Akkoord continuïteit jeugdbescherming van de regio Zuidwest1 . De rapporten van de inspecties over de WSS en JB west Aanleiding voor het recente onderzoek door de inspecties vormen de landelijke aantallen van jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer. De inspecties doen dit onderzoek nadat zij in 2022 al aangegeven hebben dat de jeugdbeschermingsketen bezwijkt door financiële tekorten, arbeidsmarkttekorten, een verzwaring van het werk en het ontbreken van mogelijkheden voor jeugdbeschermers om deze kinderen zonder vertraging passende hulp te bieden. Deze situatie doet zich nog steeds voor. Bevindingen 2025 In het meest recente onderzoek zien de inspecties2 bij zowel de WSS als JB west betrokken medewerkers die onder hoge druk in complexe situaties werken met gezinnen waarbij sprake is van ontwikkelingsbedreiging, onveiligheid of een recidiverisico. Ondanks alle goede intenties en inspanningen concluderen de inspecties dat de kwaliteit van de uitvoering van jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsmaatregelen grotendeels onvoldoende is, waarbij de oorzaken veelal buiten de invloedssfeer liggen van de betrokken GI’s.
Mede doordat veel jeugdigen wachten op een vaste jeugdbeschermer, moeten jeugdigen en hun ouders lang wachten op passende bescherming, begeleiding en de hulp die zij nodig hebben. De inspecties vertrouwen er niet op dat de beide GI’s alle geconstateerde normafwijkingen binnen afzienbare tijd kunnen wegnemen, omdat onderliggende oorzaken veelal buiten de invloedssfeer van de GI’s liggen: het structurele tekort aan gekwalificeerd personeel op de arbeidsmarkt en onvoldoende beschikbaar en toegankelijk hulpaanbod zijn belangrijke externe factoren. De inspecties verwachten dat het bestuur transparant is over de tekortkomingen en welke effecten deze hebben op de jeugdigen en hun gezinnen, ook als deze niet (geheel) in de eigen invloedssfeer liggen. De inspecties vertrouwen erop dat de GI’s naar aanleiding van dit rapport verbeteringen binnen de eigen invloedssfeer doorvoert en expliciet aandacht besteed aan implementatie en borging daarvan. Hierover gaan de inspecties met het bestuur in gesprek. Uiteraard gaan ook de gemeenten in gesprek met GI’s over de rapporten van de inspecties. Wij hechten er aan te vermelden dat de selectie van de gesprekspartners en dossiers bij het onderzoek van de inspecties, geen aselecte steekproef betreft.
Gezien het risico gestuurde aspect van dit toezicht zijn, aldus de inspecties, relatief meer gezinnen geselecteerd die geen vaste jeugdbeschermer hebben. Van belang is ook op te merken dat, zoals we u ook eerder gemeld hebben, JB west in situaties waarin zij nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar hebben, het landelijk handelingsperspectief volgen zoals dat is ontwikkeld door de GI’s in samenwerking met het ministerie van JenV. Tevens van belang is dat het onderzoeksgebied van beide rapporten de gehele jeugdbeschermingsregio ZW betreft. Aantal jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer Hieronder treft u de actuele gegevens aan over de aantallen jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer voor Haaglanden.
Datum 1 november ‘24 1 januari ‘25 1 april ‘25 1 juli ‘25 1 september ‘25
Aantal jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer 121 84 93 108 110
De verwachtte verbetering in het aantal jeugdigen zonder vaste jeugdbeschermer is helaas niet tot stand gebracht. Om deze reden wordt momenteel gewerkt aan een plan van aanpak met als inzet om via zowel de instroom, uitstroom en andere inzet van personeel de aantallen terug te brengen. Dit plan wordt tezamen met JB west ontwikkeld.
1 De regio ZW is de jeugdbeschermingsregio waarvan 4 jeugdhulpregio’s deel uitmaken: Holland Rijnland, Midden Holland, Zuid Holland-zuid en Haaglanden. 2 Rapport over de WSS is te vinden onder Inspecties: Jeugdbescherming en jeugdreclassering bij William Schrikker Stichting grotendeels onvoldoende |
Nieuwsbericht | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het rapport over JB West is te vinden onder Rapport Jeugdbescherming West.
Pagina 2 van 6
Inzet vanuit de regio ZW om functioneren GI’s te ondersteunen Sinds de eerste kritische rapportage van de IGJ van november 2019 is er in onze regio veel ondernomen om de GI’s te ondersteunen bij hun werk3. Verbeterplannen en caseloadverlaging De verbeterplannen van de GI’s zijn daarvoor erg belangrijk geweest. Op verzoek van de regio ZW hebben de GI’s die gemaakt en met ingang van 2020 zijn deze gefinancierd vanuit de regio. Kern van deze verbeterplannen is een verlaging van de caseload en het creëren van meer ondersteuning voor de jeugdbeschermers zoals zorgcoördinatoren en ondersteunende jeugdbeschermers. De verbeterplannen hebben met name in de eerste jaren een positief effect gehad: meer werktevredenheid, minder ziekteverzuim en uitstroom. Tegelijkertijd was ook duidelijk dat een verdergaande en structurele caseloadverlaging nodig was. Er is vanuit de regio dan ook stevig gelobbyd om dit landelijk op de agenda te zetten. Toen in 2024 de landelijke caseloadverlaging is ingevoerd, kon worden gestopt met het financieren van aparte verbeterplannen. Dit omdat de financiering van de lagere caseload via hogere, landelijk vastgestelde tarieven ging verlopen. Doorbraakaanpak en zorglandschap Als onderdeel van de verbeterplannen is eind 2020 met de doorbraakaanpak gestart.
Deze aanpak richtte de focus op de inzet van tijdige en passende vervolghulp aan jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel. De aanpak was erop gericht om jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel tijdig (binnen 3 maanden volgens norm van de IGJ) passende jeugdhulp te bieden. Met die aanpak zijn een aantal verbeteringen doorgevoerd en/of in gang gezet. Toeleiding naar (jeugd)hulp Als het gaat om het toeleidingsproces naar (jeugd)hulp zijn de volgende verbeteringen in gang gezet: -
-
-
Bij de GI’s zijn vanaf 2021 zogenaamde zorgcoördinatoren aangesteld die de jeugdbeschermers werk uit handen kunnen nemen als het gaat om de inzet van de hulp. Inmiddels zijn deze een vast onderdeel van het werk van de GI’s geworden. Een belangrijk onderdeel van de doorbraakaanpak was de vaststelling van de toeleidingsroute waardoor men steeds langs dezelfde processtappen de jeugdhulp kan leveren aan de jeugdige/ouders. Daarvoor was er de praktijk dat elke gemeenten een eigen proces ingericht had, waardoor het voor de GI ondoorzichtig was hoe bij een specifieke gemeente de toeleiding moest verlopen. Om het wachten op jeugdhulp terug te dringen is het ‘Regionaal afwegingskader voor schadelijk wachtenden jeugdhulp’ opgesteld voor de regio Haaglanden waarin staat opgenomen dat jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel conform de norm binnen 3 maanden passende hulp moeten ontvangen. Voorafgaand aan dit afwegingskader hebben we vanwege de vereiste spoed in 2023 een tijdelijke maatregel ingevoerd waarmee jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel voorrang kregen op een wachtlijst voor jeugdhulp. Erkend moet worden dat deze norm in de praktijk te vaak niet wordt gehaald, bedoeling van het afwegingskader is dat jeugdigen met een kinderbeschermingsmaatregel meer prioriteit krijgen bij de toewijzing van jeugdhulp.
De voorbereiding van de invoering van het landelijk aanmeldformulier loopt en de formele invoering vindt plaats vanaf 01-01-2026. Dit verlicht de administratieve lasten voor de jeugdbeschermer.
Versterken lokale teams In alle vier de regio’s wordt gewerkt aan het versterken van de lokale teams als het gaat om veiligheid in gezinnen en aan het versterken van de samenwerking tussen onder andere de GI’s en de lokale teams. In Haaglanden doen we dat aan de hand van het landelijke kwaliteitskader “Werken aan veiligheid”, dat gericht is op lokale teams en waarmee alle regiogemeenten werken aan het versterken van de lokale aanpak Huiselijk Geweld. Daarbij is een gezamenlijke methodiek ontwikkeld, de Routekaart naar veiligheid, waarin verschillende professionals en ketenpartners worden getraind. Ontwikkelingen passend zorgaanbod De route naar passende hulp is gerelateerd aan de inrichting van het zorglandschap. Op verschillende manieren wordt gewerkt aan de versterking van het zorglandschap, van het Haags Toekomstperspectief en de regionale
3 Meer informatie kunt u vinden in raadsmededelingen over de jeugdbescherming met RIS 2406075, RIS 2327404, RIS 2242530 en RIS 4592039.
Pagina 3 van 6
inkoop per januari 2027 tot de afbouw en ombouw van de JeugdhulpPlus (gesloten jeugdhulp) of bijvoorbeeld de opening van een specifieke, kleinschalige woonvormen voor kinderen met een autisme spectrum stoornis (ASS). Werken aan meer jeugdhulpprofessionals Naast de inspanningen die de GI's doen om jeugdhulpprofessionals te werven en te behouden, zijn er meer ontwikkelingen die hieraan moeten bijdragen. Zo heeft de Haagse Hogeschool samen met negen werkgevers in de jeugdhulp, waaronder de WSS, JB west en Veilig Thuis Haaglanden, Delft Support en het SKT Westland een zijinstroom traject voor jeugdhulpprofessionals ontwikkeld. Inmiddels is de pilot/ontwikkelfase afgerond en is in september jl. een eerste lichting gestart. Bestuurlijk akkoord tussen JB west en regio ZW Vanaf eind 2022 tot eind 2024 is er sprake van een krimp van circa 25% in het totaal aantal kinderbeschermingsmaatregelen bij JB west binnen de jeugdbeschermingsregio ZW. In 2025 is het tempo van de krimp lager en is die tot 1 september circa 3%. Conform het tarief en het financieringsmodel dat landelijk is vastgelegd voor de financiering van de jeugdbescherming, vindt bekostiging van een GI plaats op basis van een P&Q financiering per kinderbeschermingsmaatregel. Indien de krimp van het aantal kinderbeschermingsmaatregelen in dit tempo blijft doorgaan, kan de financiering van de vaste kosten een knelpunt worden.
Per kinderbeschermingsmaatregel is namelijk een bepaald bedrag bestemd voor de financiering van de vaste kosten. Het is de vraag of de vaste kosten voldoende snel kunnen worden afgebouwd vanwege langlopende verplichtingen. In extremis zou daardoor ook de continuïteit van het werk van JB west onder druk komen te staan. De regio ZW vindt het niet verantwoord om dit risico voor de bescherming van de meest kwetsbare kinderen te lopen. Daarom is een Bestuurlijk Akkoord continuïteit jeugdbescherming overeengekomen met JB west en de vier vertegenwoordigende wethouders van de regio ZW. In dat akkoord is vastgelegd hoe te handelen en de continuïteit van JB west te borgen op het moment dat het aantal kinderbeschermingsmaatregelen verder daalt met meer dan 5% per jaar. Drie van de vier regio’s hebben dit akkoord inmiddels bekrachtigd, één regio bevindt zich in de afrondende fase van besluitvorming. Toekomstscenario en proeftuin Haaglanden Landelijke ontwikkelingen Er zijn door dit Kabinet geen middelen beschikbaar gesteld voor de invoering van het landelijke Toekomstscenario. De opdrachtgevers, de ministeries van JenV en VWS en de VNG, houden wel vast aan het eindbeeld van het Toekomstscenario omdat de hulp en bescherming voor kinderen in kwetsbare situaties nu tekort schieten.
Ook als er onverhoopt geen of onvoldoende middelen beschikbaar komen, zal worden vastgehouden aan de ontwikkelrichting van het Toekomstscenario: een integrale gezinsgerichte aanpak (0-100) met een centrale rol voor stevige lokale teams, ondersteund door regionale veiligheidsteams volgens de ontwikkelrichting die zij hebben gekozen. De ontwikkelrichting houdt in een decentrale uitvoering volgens de indeling van de schaal van de veiligheidsregio’s, waarbij de jeugdreclassering centraal wordt uitgevoerd. De opdrachtgevers gaan door met de proeftuinen . De ketenpartners Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen zijn kritisch op de landelijke ontwikkelingen en trekken zich terug van de landelijke tafels, maar blijven zich onverminderd inzetten in de proeftuinen. Vanuit de G4/G40 is er een brief naar de Tweede Kamer gestuurd om het belang van invoering van het Toekomstscenario te benadrukken4. Kernboodschap van de brief is dat het maatschappelijk, financieel en moreel niet verantwoord is dit niet functionerende systeem in stand te houden. Zonder wettelijke ruimte, juridische dekking en eenmalige (transitie)middelen kunnen de proeftuinen niet langer benut worden voor de integrale werkwijze en is de kans reëel dat we daarmee moeten stoppen. Professionals raken daardoor hun motivatie en vertrouwen kwijt.
Ook in het hier en nu blijven we, ook richting de formatie van een nieuw kabinet, op verschillende manieren aandacht vragen voor het belang om tempo te maken. Niet alleen voor kaders maar ook voor de financiële middelen die bij de transformatie horen. De proeftuin in de regio Haaglanden In de tussentijd blijven we ons in onze regio, ondanks uitblijvende landelijke voortgang, ook in de praktijk inzetten op vernieuwing van de beschermingsketen. In Haaglanden zijn we in 2023 gestart met de proeftuin, waarin de
4
20250606-Brief-aan-de-Tweede-Kamer-over-het-toekomstscenario-kind-en-gezinsbescherming-G4-en-G40.pdf
Pagina 4 van 6
uitgangspunten van het Toekomstscenario worden beproefd. De proeftuin heeft de opdracht een gezamenlijke werkwijze te ontwikkelen en met verbetervoorstellen te komen om de jeugd- en gezinsbescherming te verbeteren en vereenvoudigen. Er wordt ingezet op een vroegtijdige, integrale en verklarende analyse, waarbij samen met het gezin en hun netwerk wordt onderzocht wat nodig is om de veiligheid te vergroten en te waarborgen. Eind 2025 wordt deze nieuwe werkwijze opgeleverd. De oplevering van de werkwijze wordt gezien als de eerste stap. De nieuwe werkwijze vraagt om een doorontwikkeling én om het toepassen ervan op grote(re) schaal. Om deze reden is er het voornemen om in 2026 proeftuin 2.0 te starten. Dit voornemen komt voort uit een gedeelde visie: de bij de proeftuin betrokken partners5 zien dat een verandering noodzakelijk is en dat binnen de huidige wetgeving verbetering en vereenvoudiging al deels mogelijk is. De partners hebben de overtuiging dat zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor deze grote transformatieopgave en houden we vast aan de ingezette regionale koers.
Wat verandert er? Er zijn geen formele consequenties ter gevolgen van het IGJ rapport.
Beleidskaders Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026
Financiën NVT
Vervolg De raad zal bij de halfjaarlijkse raadsinformatiebrief over de jeugdbescherming meegenomen worden over het vervolg. Participatie NVT
Communicatie NVT Bijlage(n) NVT
5 Veilig Thuis Haaglanden, JB west, WSS, Raad voor de Kinderbescherming, Arosa/Kessler Perspektief, Impegno, Delft Support, SKT Westland, Kracht,
rondomJou (de lokale teams van de drie gemeenten) en de gemeenten Delft, Den Haag en Westland.
Pagina 5 van 6
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☒ Nee
☐ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M Berger Loco-secretaris
MA Huijsmans Loco-Burgemeester 25-09-2025
Pagina 6 van 6