CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2528370 College van B&W - Update en Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Delft 2026

Raadsvergadering 25 september 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Update en Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Delft 2026 (2528370)2.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp

Update en Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Delft 2026

Portefeuillehouder

Wethouder Zwart

Voorstel ingediend door

S. Niekel

Registratienummer

6182186

Datum

1 juli 2025

Concept-besluit(en) Niet van toepassing. Waarom nu? Gemeenten zijn wettelijk verplicht hun Warmteprogramma voor 31 december 2026 vast te stellen. De daadwerkelijke besluitvormingsprocedure neemt een heel kwartaal in beslag. Daarnaast vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats in maart 2026. Dat maakt dat het merendeel van het opstellen in de tweede helft van 2025 zal gebeuren. Voordat het Warmteprogramma wordt opgesteld, stelt het college deze uitgangspuntennotitie vast die duidelijk maakt op basis van welke kaders keuzes worden gemaakt. Het college stelt de gemeenteraad in de gelegenheid om op de uitgangspuntennotitie te reageren voordat deze definitief wordt vastgesteld. Om voldoende tijd voor de uitwerking in 2025 over te houden, verzoekt het college de gemeenteraad de notitie (versneld) te bespreken in de procedure- en overlegvergadering van de Commissie Ruimte en Verkeer d.d. 11 september 2025. Inhoud Context De warmtetransitie is een van de grote uitdagingen in de verduurzaming van onze gebouwde omgeving. In 2023 verwarmden naar schatting 43.000 Delftse huishoudens hun woning nog met aardgas. De CO2 uitstoot van aardgas in de gebouwde omgeving telde in dat jaar op tot 25% van de totale CO2 uitstoot van Delft. Dat percentage neemt toe tot 40% als we de uitstoot van de industrie meetellen.

De afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat aardgasverbruik niet alleen leidt tot de verergering van klimaatverandering, maar dat het inwoners ook kwetsbaar maakt voor geopolitieke spanningen en prijsschommelingen. Europees en nationale wetgeving zijn helder over wat ons te doen staat: voor 2050 moeten we de overstap naar duurzame warmte hebben gemaakt. Delft pakt in die transitie haar regierol om stapsgewijs betaalbare, haalbare en gedragen alternatieven mogelijk te maken. Zo beschrijft het Warmteplan Delft (2021) hoe de gemeente deze transitie tot 2030 voor zich ziet. De Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 (2024) vat alle Delftse ambities samen en identificeert vervolgstappen, waaronder op het gebied van duurzame warmte. De Energiestrategie Delft (2024) maakt concreet wat nodig is om (i) vraag naar en aanbod van collectieve warmte te koppelen, (ii) bodemenergie zo efficiënt mogelijk te benutten en (iii) het elektriciteitsnet toekomstbestendig te maken. Het Warmteprogramma Na vijf jaar is het tijd om het Warmteplan te herijken. Dat betekent: Het evalueren van de voorkeurstechnieken uit het Warmteplan; Verder in de toekomst kijken naar gebieden die volgen na Voorhof en Buitenhof; Het concretiseren van de aanpak om handelingsperspectief voor inwoners te vergroten. Het herijken van het Warmteplan is niet alleen nodig. Het is ook wettelijk verplicht.

Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is dit een verplicht omgevingsprogramma (zoals het Pagina 1 van 5

Omgevingsprogramma Geluid) onder de Omgevingswet. Daarom noemen we het niet meer het Warmteplan (Transitievisie Warmte voor andere gemeenten), maar heet het nu wettelijk het “Warmteprogramma”. De wet geeft het een formele status in de beleidscyclus (zie hieronder) en stelt ook eisen aan het Warmteprogramma. Anders dan voorheen is nu wettelijk vastgelegd dat het college het Warmteprogramma vaststelt. Figuur 1: de formele beleidscyclus voor de Warmtetransitie onder de Omgevingswet

Omgevingsvisie1

Warmteprogramma2

(Warmteuitvoeringsplan)2*

Omgevingsplan1

Uitvoering

1: raadsbevoegdheid 2: collegebevoegdheid *In tegenstelling tot het Warmteprogramma is het warmte-uitvoeringsplan geen verplicht onderdeel van de beleidscyclus en nog steeds vormvrij. Wel wordt het als essentieel onderdeel gezien van het proces om tot gedragen verduurzamingsplannen te komen.

Wat is er niet veranderd? Een aantal randvoorwaarden / uitgangspunten die in het Warmteplan belangrijk waren, staat nog steeds overeind. Hieronder volgt een opsomming met verwijzing naar de uitgangspunten in de notitie. Participatie staat centraal in de warmtetransitie. Dat geldt ook voor participatie bij het opstellen van het Warmteprogramma. De participatieaanpak volgt de opzet van het Warmteplan. Deze werd destijds zeer positief beoordeeld. Met de inwonersraadpleging, meedenkgroep en het partneroverleg (zie paragraaf participatie onderaan) wordt nadrukkelijk ingezet op verschillende participatiemethoden om belanghebbenden een stem te geven in het opstellen van het Warmteprogramma. Voor het Warmteprogramma is de participatieaanpak verder aangescherpt op inclusie en representatie (Delfts Doen) en op zuivere deliberatie (Delftse Rekenkamerrapport participatie energietransitie). (Uitgangspunt 2, 12) Delft gebruikt in 2050 alleen nog maar duurzame warmte. Dat pakken we geleidelijk en stapsgewijs aan. Bovenop de ambitie van het Warmteplan om de eerste 15.000 woningen te verduurzamen, zal het Warmteprogramma extra buurten opnemen die optellen tot 11.000 woningen. Daarmee komt de doelstelling voor 2035 uit op het aardgasvrij maken van 36.000 woningen. (Uitgangspunt 3) Betaalbaarheid is een randvoorwaarde.

Dat betekent dat we de totale kosten van de transitie zo laag mogelijk houden (nationale kosten) en dat inwoners hun energierekening moeten kunnen blijven betalen (eindgebruikerskosten) (Uitgangspunt 4) Het is druk in de Delftse ondergrond. Niet elke warmteoplossing past overal. Voor een aantal buurten geldt dat een warmtenet echt niet in de ondergrond past. (Uitgangspunt 5) Veranderingen sinds het Warmteplan Sommige inzichten in warmtetransitie zijn de afgelopen vijf jaar veranderd. Zowel lokale als landelijke ontwikkelingen hebben invloed op het Warmteprogramma. Hieronder volgt een opsomming van deze ontwikkelingen met verwijzing naar de uitgangspunten in de notitie. Veranderingen t.g.v. lokale ontwikkelingen: De Delftse warmtetransitie is richting uitvoering gegaan met het voltooien van de boring naar geothermie, de start van de aanleg van het warmtenet en het vaststellen van het eerste warmte-uitvoeringsplan in de Multatulibuurt. Naar aanleiding daarvan is het besluit genomen de volgende warmte-uitvoeringsplannen uit te voeren in Voorhof en Buitenhof. Ook doet het college – met oog op de Wcw - onderzoek naar de rolneming in het toekomstige warmtebedrijf. Het Warmteprogramma kan dus concreet worden over de aanpak richting 2030 in deze wijken. Op 15 juni 2023 stelde de gemeenteraad het Isolatieplan Delft vast.

Hierin staat de ambitie om heel Delft te isoleren tot energielabel C of de Standaard. Dit draagt bij aan minder energieverbruik en meer comfort. Hieruit volgden meerdere collectieve inkoopacties, de subsidieregeling isoleren en de doe-het-zelf actie. Label C is dan ook het uitgangspunt voor de geschiktheid van warmtetechnieken. (Uitgangspunt 6)

Pagina 2 van 5

De Energiestrategie Delft neemt bodemenergie als uitgangspunt voor nieuwbouw en gebiedsontwikkelingen. Hierin komt ook de voorkeur voor lokale collectieve warmte naar voren om een eerlijke en efficiënte regionale verdeling van bronnen te bereiken. Door de netcongestie is netontlasting een andere factor in de keuze voor duurzame warmtetechnieken om zo schaarse netcapaciteit zo veel mogelijk vrij te houden voor andere duurzame en economische ontwikkelingen. (Uitgangspunt 7, 8) De gemeente heeft intussen ook ander beleid vastgesteld dat uitgangspunten meegeeft aan het Warmteprogramma. Ten gevolge van de klimaatverandering neemt de aandacht voor koeling toe. De Beleidsregel Klimaatadaptief Bouwen en de adviezen van het Onderzoek luchtwarmtepompen Binnenstad benoemen beide de noodzaak om in te zetten op passieve koeling, dit sluit ook aan op de Visie Groen & Biodiversiteit. (Uitgangspunt 9)

Veranderingen t.g.v. landelijke ontwikkelingen: De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is aangenomen. Dit geeft gemeenten de zogenaamde ‘aanwijsbevoegdheid’: de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar op termijn de gasvoorziening stopt. Al in het Klimaatakkoord werd de noodzaak van deze bevoegdheid opgenomen als stok achter de deur om aan de wettelijke doelstellingen te kunnen voldoen. Het inzetten van deze bevoegdheid kan alleen bij voldoende onderbouwing. Het College van B&W moet eerst in het Warmteprogramma een voornemen voor de inzet uitspreken. De gemeenteraad neemt uiteindelijk het definitieve besluit in een omgevingsplanwijziging. Na het gemeenteraadsbesluit volgt een uitvoeringstermijn van acht jaar voordat gaslevering stopt. In het Warmteprogramma nemen we op onder welke voorwaarden en voor welke gebieden we de aanwijsbevoegdheid voornemens zijn in te zetten. (Uitgangspunt 1) Daarnaast wordt binnenkort de Wet collectieve warmte (Wcw) in de tweede en eerste kamer behandeld. In deze wet wordt alles rondom de warmtekavels en de warmtebedrijven gereguleerd. Vanwege deze wet moeten warmtebedrijven voor een meerderheidsaandeel in handen zijn van publieke partijen. In Delft zou dat, met NetVerder als 100% dochter van Stedin, het geval zijn. Er vindt nog wel onderzoek plaats of daarnaast gemeentelijke deelname wenselijk is.

De gemeente stelt in ieder geval gebieden (warmtekavels) vast en wijst een warmtebedrijf aan dat daarbinnen verantwoordelijk is voor ontwikkeling en exploitatie van het warmtenet. Het vaststellen van een warmtekavel is een apart besluit. De gemeente neemt in haar warmteprogramma de al vastgestelde warmtekavels op. Daarnaast worden voorlopige warmtekavels ingetekend waarvoor het kavelbesluit nog moet worden genomen; dit om handelingsperspectief aan warmtebedrijven en inwoners te bieden.(Uitgangspunt 1) De afgelopen vijf jaar hebben de aannames over de ontwikkeling van duurzaam gas zich verder ontwikkeld. Opschaling van productie loopt achter, de beperkte beschikbare hoeveelheid zal allereerst voor andere doeleinden nodig zijn en er moeten grote stappen worden gezet om het betaalbaar te maken. Dit geldt in het bijzonder voor waterstof. Dit geeft het college onvoldoende vertrouwen om op dit moment de duurzaam gas warmtetechniek als realistische oplossing voor buurten te beschouwen. (Uitgangspunt 10) Inmiddels is gebleken dat voor het warmteprogramma met zicht op de ontwikkeling van warmtenetten een planmilieueffectenrapport (plan-MER) verplicht is. De milieueffecten van de voorkeurstechniek en de relevante alternatieven worden in beeld gebracht. Het college is inmiddels gestart met de daarvoor benodigde procedure.

Eerst wordt een Notitie Reikwijdte en Detailniveau opgesteld en ter inzage gelegd. Daarna wordt het Plan-MER gelijktijdig met het warmteprogramma opgewerkt. Het Plan-MER is ondersteunend voor de besluitvorming van de Warmteprogramma. (Uitgangspunt 11) De Uitgangspuntennotitie In de uitgangspuntennotitie brengt het College van B&W de bovenstaande inzichten, beleidskaders en wetgeving samen. Met het nu genomen besluit stelt het college de gemeenteraad in de gelegenheid om gedurende een commissievergadering suggesties, vragen, overwegingen en politieke reacties mee te geven voordat definitieve vaststelling van de notitie plaatsvindt. Wat verandert er?

Pagina 3 van 5

Afhankelijk van de bespreking in de commissie worden wijzigingen en/of aanvullingen in uitgangspuntennotitie verwerkt. Beleidskaders De Europese en Nederlandse Klimaatwet schrijven voor dat Nederland in 2050 klimaatneutraal moet zijn. De Routekaart Delft Klimaatneutraal 2050 (2024) is het kaderstellende beleidsdocument voor de opgave energietransitie in Delft. Hierin zijn ook de ambities voor het verduurzaming van de warmtevoorziening in opgenomen. Het Warmteprogramma bouwt voor op de aanpak zoals beschreven in het Warmteplan Delft (2021) en de Energiestrategie Delft (2024), in het bijzonder de module Collectieve warmte. Het Warmteprogramma anticipeert op de nieuwe bevoegdheden en kaders als gevolg van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw, aangenomen) en de Wet collectieve warmte (Wcw, behandeling Tweede Kamer). Financiën n.v.t. Vervolg Het college heeft zich met het besluit voorgenomen de uitgangspuntennotitie vast te stellen. De gemeenteraad wordt daarmee in de gelegenheid gesteld in de commissievergadering van Commissie Ruimte en Verkeer d.d. 11 september 2025 te reageren. Voor het zomerreces wordt een technische sessie georganiseerd om inhoudelijk in te gaan op de inhoud van de uitgangspuntennotitie en het Warmteprogramma zelf.

Na de bespreking volgt definitieve vaststelling door het college De uitgangspuntennotitie geeft vervolgens de nodige inhoudelijke en procesmatige kaders om het warmteprogramma uit te werken. Participatie met samenwerkingspartners (partneroverleg) en de meedenkgroep lopen tot februari 2026. Het huidige college zal de nieuwe gemeenteraad in Q2 2026 in de gelegenheid stellen te reageren op een eindconcept van het Warmteprogramma. Daarna stelt het volgende college het ontwerpwarmteprogramma vast in het derde kwartaal van 2026. Daarmee start de ter inzage periode van 6 weken. Het definitieve Warmteprogramma dient 31 december 2026 vastgesteld te zijn. Het Warmteprogramma vormt de basis voor de komende vijf jaar voor het aardgasvrij maken van de bebouwde omgeving en geeft richting aan de langetermijnaanpak.

Participatie De participatie rondom Warmteprogramma volgt Delfts Doen en neemt de aanbevelingen van het Delftse Rekenkamerrapport over participatie in de energietransitie mee. Omdat het Warmteprogramma over heel Delft gaat, , participeren we op drie niveaus. Allereerst is in april een stadsbrede raadpleging uitgezet. Het doel van de raadpleging is om te concretiseren wat betaalbaarheid is en welke principes leidend zouden moeten zijn voor de prioritering van gebieden. Daarnaast start na de zomer de meedenkgroep, die onder professionele begeleiding meedenkt en adviseert op inhoudelijke thema’s. We streven naar een zo divers en representatief geluid mogelijk. Pagina 4 van 5

Thema’s die aan bod komen zijn prioritering van inzet, betaalbaarheid, keuzevrijheid en handelingsperspectief. Tot slot betrekken we professionele partijen in het partneroverleg, waar we het programma technisch-inhoudelijk aanscherpen, fasering afstemmen en de haalbaarheid van de aanpak toetsen. De uitgangspuntennotitie is kaderstellend voor de inhoud en het proces van het participatietraject. Communicatie Gemeente Delft is gestart met communicatie over het warmteprogramma door berichtgeving op de website en de stadskrant. De stadsbrede raadpleging is bekend gemaakt bij de inwoners die geloot zijn voor de (gesloten) representatieve steekproef door middel van 9000 brieven. Verder is de raadpleging voor de hele stad onder de aandacht gebracht via social media kanalen van de gemeente en Delft Duurzaam, de wijkkranten van Voorhof, Buitenhof en Tanthof, zichtbaarheid op verschillende evenementenlocaties, en op LinkedIn. De gemeente Delft heeft ook de leden van de klankbordgroep Energietransitie benaderd om te communiceren naar hun eigen achterban. Dit alles heeft geleid tot bijna 1500 respondenten. De meedenkgroep start in juli 2025. Tijdens dit proces worden enkele deelnemers van de meedenkgroep geportretteerd en geïnterviewd. Dit wordt gedeeld via de nieuwsbrief @delft, stadskrant en social media.

Ten slotte zal, zodra het concept warmteprogramma gereed is bekend gemaakt worden dat deze ter inzage ligt. Via verschillende kanalen van de gemeente. Het definitief vastgestelde warmteprogramma zal gedeeld worden via verschillende mediakanalen zoals LinkedIn, AD Delft, Delft op Zondag en de Stadskrant. Bijlage(n) Uitgangspuntennotitie Warmteprogramma Delft

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja

☒ Nee

☐ Niet van toepassing

Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☐ Ja,

het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen

☒ Nee

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

GJ Born Loco-secretaris

JM van Bijsterveldt Burgemeester 04-07-2025

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15776461/1