CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2505050 College van B&W - Informatie Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexand

Commissie Ruimte en Verkeer 21 januari 2025, gemeente DelftBij agendapunt: Metropolitane Fietsroute Delft - Rotterdam Alexander2.832 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp

Informatie metropolitane fietsroute Delft – Rotterdam Alexander

Portefeuillehouder

Registratienummer

Wethouder Huijsmans Andre Boom (aboom@delft.nl) , Bastiaan ter Horst (bthorst@delft.nl), Diny Tubbing (dtubbing@delft.nl) 6075391

Datum

28 januari 2025

Voorstel ingediend door

Concept-besluit(en) Niet van toepassing Waarom nu? In de vergadering van de commissie Ruimte en Verkeer op 21 januari 2025 is het onderwerp Metropolitane fietsroute Delft – Rotterdam Alexander (MFR) besproken. Wethouder Huijsmans heeft toegezegd informatie met de raad te delen over de subsidievoorwaarden van de MRDH van deze fietsroute. Daarnaast biedt deze oplegger een tijdlijn ten aanzien van de besluitvorming en de verschillende rapporten die daaraan ten grondslag liggen. Het college hoopt u hiermee meer inzicht te geven in de historie van dit dossier. Inhoud Historie MRDH In juli 2016 heeft de MRDH de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 (UAB) vastgesteld. Voorafgaand aan de vaststelling heeft de MRDH een formele zienswijzeprocedure gevolgd. Eén van de onderdelen van de Uitvoeringsagenda is het “versterken van de regionale samenhang en het stimuleren van het fietsgebruik met de realisatie van een samenhangend en robuust Metropolitaan fietsnetwerk” en van daaruit enkele prioritaire opgaven te definiëren. De verbinding tussen Delft en Rotterdam is daarbij één van de te verkennen relaties. In de UAB is daarnaast aangegeven dat de opgave is om waar mogelijk utilitaire en recreatieve routes te verbinden, zodat het geheel aan kracht wint, omdat zowel de recreatieve als de utilitaire functie voor de MRDH relevant is.

Ook in de opvolger van de UAB, de Strategische Agenda 2023-2026, is de MFR Delft-Rotterdam Alexander opgenomen. In de zienswijze op de concept Strategische Agenda benoemt Delft het belang van de coördinerende rol van de MRDH bij de uitwerking van de MFR's. Op 31 januari 2018 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de MRDH (BCVa) een besluit genomen om te starten met de uitwerking van 8 metropolitane fietsroutes (MFR) binnen de metropoolregio. Als basis voor dat besluit geldt de bijgevoegde Rapportage “Fiets in de MRDH” (bijlage 1). Dit rapport laat zien welke bijdrage 35 onderzochte maatregelen kunnen hebben bij het verbeteren van de bereikbaarheid van economische toplocaties. Het rapport adviseert de fietsroutes verder uit te werken. Vervolgens heeft de BCVa op 6 maart 2019 besloten om de ter beschikking staande subsidieregeling aan te wenden voor realisatie van de MFR’s en het maximale subsidie percentage te verhogen van 50% naar 70%. Hierbij is 1 maart 2026 vastgesteld als uiterste realisatiedatum. In de begroting van de MRDH 2020 is de MFR Delft-Rotterdam voor het eerst specifiek benoemd als uit te werken route. Ook de begroting wordt via een zienswijzeprocedure aan de raad voorgelegd.

De BCVa heeft voorts op 13 oktober 2021 besloten om maatwerkafspraken mogelijk te maken voor zogenoemde ‘Complexe Schakels’, Deze maatwerkafspraken voorzien in een verlenging van de realisatietermijn van deze Complexe Schakels. Pagina 1 van 6

Vervolgens is een handleiding Metropolitane Fietsroutes met bijbehorende infographic ontwikkeld, waarvan de infografic in bijlage 2 is bijgevoegd. In juli 2022 zijn deze inrichtingsprincipes als onderdeel van de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor de Metropolitane Fietsroute Delft – Rotterdam Alexander vastgesteld in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BCVa). Zie hiervoor 2227389 College van B&W - Metropolitane fietsroute Delft Rotterdam Alexander - Samenwerkingsovereenkomst Gemeente Delft en de vergadering van de BCVa van 6 juli 2022 (Vergadering Bestuurscommissie Va 6 juli 2022 06-07-2022 Metropoolregio Rotterdam Den Haag) Betrokken gemeenten en MRDH spraken hierin af om een tussenstap in te bouwen en de wegbeheerders de kans te geven om de tracédelen binnen de eigen gemeentegrenzen verder uit te werken inclusief eventuele besluitvorming. Betrokken gemeenten (Rotterdam, Pijnacker – Nootdorp, Lansingerland en Delft) en MRDH werken in 2023 en 2024 in goede samenwerkingen aan de uitwerking van de SOK. Tevens is destijds als bijlage bij de SOK een kaartbeeld van de route opgenomen waarbij de 2 complexe schakels Gelatinebrug en Fietsecoduct benoemd worden. Voor de route gelegen tussen Gelatinebrug en het fietsecoduct zijn 2 routes opgenomen. De route via de Rotterdamseweg en met stippellijnen aangegeven een route deels via de TU Campus.

Het kaartbeeld als onderdeel van de SOK is opgenomen in bijlage 3. Op 20 maart 2024 is in de Adviescommissie Vervoersautoriteit van de MRDH het “Plan van Aanpak Regionale Fietsagenda” besproken. Hierin zijn de uitvoeringsafspraken benoemd die voor onder andere de fietsroute DelftRotterdam Alexander zijn gemaakt. Daarnaast worden in de adviescommissie ook de begrotingen geagendeerd evenals de beleidskaders zoals de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid en de Strategische Agenda. Op 18 december 2024 is in het bestuurlijk overleg tussen betrokken gemeenten en MRDH afgesproken door te willen gaan met de MFR (GO besluit conform de SOK). De besluitvorming in de bestuurscommissie vervoersautoriteit vindt plaats op 5 februari 2025. De stukken zijn te vinden via: Vergadering Bestuurscommissie Vervoersautoriteit 5 februari 2025 05-02-2025 Metropoolregio Rotterdam Den Haag - Dit is inclusief de ophoging van het budget van de MRDH voor de Metropolitane Fietsroute Delft-Rotterdam Alexander en de ondertekening van de Maatwerkafspraken voor de Gelatinebrug en het Fietsecoduct. Ook worden dan maatwerkafspraken gemaakt voor de complexe schakels Varenbrug, A16 Rotterdam, Oude Bovendijk. Hierna start de planuitwerking en realisatie bij de wegbeheerders.

Op 5 maart 2025 ligt een voorstel voor in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit om voor de reguliere delen van de route de termijn voor 70% subsidie te verschuiven naar een uiterste realisatiedatum op 1 maart 2027 Historie Gemeente Delft In 2021 heeft de gemeenteraad het MobiliteitsProgramma Delft 2040 (MPD) vastgesteld. Het MPD stelt dat het een verdere groei van de stad alleen mogelijk is als meer wordt ingezet op lopen, fietsen en openbaar vervoer. Voor het fietsnet wordt ingezet op het realiseren van ontbrekende schakels, waaronder een metropolitane fietsroute uit de visie van de MRDH. Het MPD sluit hiermee aan op de besluiten die in de MRDH zijn genomen. In de Adaptieve Mobiliteitsagenda Delft 2040 (AMA) van 8 juli 2021 wordt aangegeven op welke wijze het MPD wordt vertaald naar concrete projecten om de doelstellingen te realiseren. De Metropolitane Fietsroute DelftRotterdam Alexander is in deze agenda als project opgenomen, inclusief de Complexe Schakels. In de actualisatie van de AMA in 2023 is dit project herbevestigd met als doel om woongebieden te verbinden met locaties in de regio waar veel mensen werken en bedrijven zijn gevestigd. In september 2021 is door VINU een onderzoek opgeleverd naar het Fietsecoduct over de A13 (Bijlage 4). Dit rapport heeft de basis gevormd voor de tracékeuze voor de MFR in de SOK.

In het rapport van VINU wordt beschreven dat de verbinding al langere tijd onderwerp van gesprek is als een van de onderdelen van de sleutelopgave schakels en barrières binnen de Hof van Delflandraad met als focus een ecologische en recreatieve verbinding. In 2018 wordt hier de utilitaire fietsverbinding aan toegevoegd als Delft, Lansingerland, PijnackerNootdorp, Rotterdam en de MRDH gezamenlijk werken aan de fietsroute Delft-Rotterdam Alexander als onderdeel van een netwerk van Metropolitane Fietsroutes. Het rapport geeft een kort overzicht weer van de besluitvorming bij het overgaan van het Recreatieschap MiddenDelfland in de Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland (CBG). Gemeente Delft is één van de deelnemers in deze coöperatie. Bij het uittreden van het Rijk uit het Recreatieschap en later de opheffing van het Recreatieschap zijn de vrijvallende middelen bestemd aan een limitatieve lijst van projecten, waaronder de realisatie van de ecologische invulling van de Ecofietsbrug over de A13. Het doel van de Ecofietsbrug is de Pagina 2 van 6

bereikbaarheid van het Bijzonder Provinciaal Landschap voor mens en dier te versterken door het stedelijk en recreatief netwerk beter aan elkaar te verbinden. Onderstaand schema uit het rapport geeft goed weer welke opgaven en ambities de betrokken partijen (Delft, Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Rotterdam, Midden-Delfland, MRDH, Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer) hebben benoemd met betrekking tot het gebied en de ecologische- en fietsverbindingen.

Het Fietsecoduct voldoet aan de opgaven en ambities die in verschillende beleidsnotities zijn vastgelegd. Het verbindt het landschap aan weerszijden van de A13 en vergroot daarmee het leefgebied van kleine landzoogdieren, vleermuizen en insecten. Het stimuleert het fietsend woon-werkverkeer door het bieden van een aantrekkelijke en comfortabele fietsroute en het verbetert de bereikbaarheid en de beleving van het natuur- en recreatiegebied voor de recreatieve fietser en wandelaar. Het combineren van deze functies versterkt elkaar. Realisatie van beide functies separaat van elkaar is mogelijk, maar vergt twee afzonderlijke overkluizingen over de A13. In 2023 is door VINU (bijlage 5) een verdiepende studie uitgevoerd naar de technische en ruimtelijke haalbaarheid en de daarbij behorende kosten. De conclusie uit deze verdiepende studie is dat het fietsecoduct ruimtelijk en technisch haalbaar is op het voorkeurstracé van de MFR. Samenwerkende partijen hebben er vertrouwen in dat met deze raming een correct, actueel beeld is geschetst van de daadwerkelijke kosten voor het realiseren van een fietsecoduct en dat toekomstige risico’s voldoende financieel zijn afgedekt. Positie en aanleiding rapporten uit 2013 & 2016 Een van sleutelopgaven van de (toenmalige) Hof van Delflandraad (2011) was Verbindingen – Schakels en barrières.

De gemeente Delft was trekker van deze opgave met als doelstelling het in beeld brengen van hiaten in het regionale recreatieve en ecologische netwerk. De A13 werd benoemd als een van deze barrières binnen Hof van Delfland. Vervolgens is een verkenning uitgevoerd met stakeholders waaronder fietsersbond, natuur- en milieuverenigingen, Rijkswaterstaat, provincie, Hoogheemraadschap en gemeenten, wat heeft geleid tot nader onderzoek door Royal Hashkoning DHV. In 2013 heeft Royal Haskoning DHV in opdracht van gemeente Delft een onderzoek gedaan naar diverse varianten voor een recreatieve verbinding A13 (bijlage 6). Vertrekpunt voor deze studie waren o.a. de Gebiedsvisie MiddenDelfland uit 2005, het ‘Landschapsontwikkelperspectief’ uit 2009, het fietsplan van Pijnacker-Nootdorp. In die studie is een aantal varianten benoemd, Voor de locatie Ackerdijkse Polder wordt in de rapportage de voorkeur uitgesproken voor een tunnel. Daarvan wordt duidelijk dat deze op ecologische aspecten niet of nauwelijks scoort. Een brug op deze locatie is niet uitgewerkt, terwijl wel wordt geconcludeerd dat deze moeilijk

Pagina 3 van 6

inpasbaar is. RHDHV geeft in het rapport de nuance aan dat de keuze voor een voorkeursvariant mede wordt bepaald door het huidige landschap, de toekomstige ontwikkelingen en de kosten. Ontwikkelingen als een Netwerk van Metropolitane Fietsroutes waren tijdens het opstellen van dit rapport nog niet bekend. Latere uitwerkingen zoals Bijlage 5 – Verdiepende onderzoek haalbaarheid fietsecoduct A13 laten zien dat een fietsecoduct inpasbaar is en ecologische voordelen biedt. Omdat een viaduct voor de fiets in de rapportage van RHDHV maar beperkt is uitgewerkt en een combinatie van ecoduct en fietsviaduct al helemaal niet is uitgewerkt, is de relevantie van deze rapportage voor de besluitvorming inhoudelijk beperkt en in tijd achterhaald. Vervolgens is in 2016 door ARUP in opdracht van gemeente Delft een quick scan uitgevoerd naar een fietsbrug over de A13 (bijlage 7). Kenmerkend aan dit onderzoek is dat niet gekeken is naar het daadwerkelijk verwachte gebruik. Er is in deze quick scan alleen gekeken naar de zogenaamde ‘directheid’ (de bereikbaarheid van inwoners en arbeidsplaatsen op basis van de snelste route). Dit zegt niets over een voorspelling van het daadwerkelijke gebruik. Daarvoor is het gebruik van een multimodaal verkeersmodel van – in dit geval het MRDH gebied noodzakelijk. Daarom eindigt het rapport ook met diverse aanbevelingen voor nader onderzoek.

Subsidievoorwaarden Bij subsidie trajecten en dekking vanuit meerdere stakeholders, begint het altijd met het project. Er wordt geen project gestart omdat er subsidie is. Het project wordt gestart, omdat daarmee beleidsdoelen kunnen worden gerealiseerd. Subsidie techniek is daarbij slechts ondersteunend. Zoals hierboven beschreven is zowel bij MRDH als bij Delft een inhoudelijk spoor doorlopen dat leidt tot een Metropolitane fietsroute met daarin 2 complexe schakels. Voor de gehele route is de maximale subsidie bij MRDH verhoogd van 50% naar 70%. Voorwaarde daarbij is dat de gehele route gerealiseerd wordt. Verder geldt de subsidie verordening van MRDH volledig. Als gevolg daarvan is het stapelen van subsidies niet mogelijk. Per project bespreken we hieronder de subsidies en de relevante kenmerken daarvan. Voor de Gelatinebrug zijn 3 dekkingsbronnen. • De subsidie van het Rijk in het kader van de versnellingsmiddelen: deze kent een dekkingspercentage van 65% en daarmee een eigen bijdrage van 35%. • De MRDH subsidie: deze kent een dekkingspercentage van 70% en daarmee een eigen bijdrage van 30%. • Over het deel waarover het Rijk subsidie verstrekt, mag MRDH niet nogmaals subsidie verstrekken. Alleen het deel dat resteert na aftrek van de bijdrage van het Rijk is voor 70% subsidiabel.

Voor het fietsecoduct is in dekkingsbronnen onderscheid te maken tussen het fietsdeel en het ecologie deel. 70% van de kosten van het Fietsecoduct zijn toegekend aan het 'fiets’ deel en 30% aan het ecologie deel. • Voor het fietsdeel komt 70% uit de subsidie van de MRDH, 15% bij Pijnacker Nootdorp en 15% bij Delft. • Voor het Ecologie deel worden de vrijgekomen middelen van de uittreding van het Rijk uit het recreatieschap Midden-Delfland, de liquidatie van het Recreatieschap Midden-Delfland, ingezet in combinatie met een bijdrage vanuit PZH. De middelen vanuit het recreatieschap zijn vastgelegd in programma's 1 en 2 van de rechtsopvolger van het recreatieschap, het coöperatief beheer Midden-Delfland (CBG M-.D) Voor de overige delen van de route gelegen in de gemeente Delft geldt 30% bijdrage vanuit Delft en 70% vanuit MRDH. Alleen als de gehele route gerealiseerd wordt, geldt de verhoogde bijdrage vanuit MRDH. In de samenwerking binnen deze route, hebben gemeenten daarmee een bestuurlijke verantwoordelijk naar elkaar toe. Realisatie metropolitane fietsroute De gemeenten Rotterdam, Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Delft zijn ieder afzonderlijk verantwoordelijk voor de realisatie van de fietsroute op het eigen grondgebied.

Ten aanzien van het fietsecoduct is door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp een geamendeerd besluit genomen over de realisatie van de route en het beschikbaar stellen van het benodigde investeringsbudget voor delen op het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, waaronder de ecofietsbrug A13 en de aanlanding van de brug op het grondgebied van Pijnacker-Nootdorp. De stukken zijn te vinden op Vergadering Raad Besluitvorming - sessie 05 29-02-2024 Gemeente Pijnacker-Nootdorp

Voorgenomen besluiten op 5 februari & 5 maart 2025. Pagina 4 van 6

Deze gezamenlijke bestuurlijke verantwoordelijkheid die gemeenten Rottterdam, Pijnacker – Nootdorp, Lansingerland en Delft hebben naar elkaar toe, wordt vertaald in een tweetal besluiten bij de MRDH de komende tijd. Het eerste voorgenomen besluit is op 5 februari 2025. Dit besluit behelst het tekenen van Maatwerkafspraken voor de complexe schakels. Tevens verhoogt de MRDH haar reservering in de bergroting. Het tweede besluit wordt genomen op 5 maart 2025. Daarbij worden voor de reguliere delen van de route, de termijnen voor 70% subsidie verlengd naar 1 maart 2027 voor realisatie. Wat verandert er? De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de besluitvorming en de subsidievoorwaarden voorafgaand aan de raadsvergadering van 30 januari 2025

Beleidskaders Gemeente Delft • Programmabegroting 2025-2028 • Mobiliteitsprogramma Delft 2040 • Adaptieve Mobiliteitsagenda Delft 2040 – update 2023 MRDH • Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 • Strategische Agenda 2023-2026 • Begroting 2025 en meerjarenbegroting 2026-2028 Metropoolregio Rotterdam Den Haag Financiën De stukken die betrokken worden bij het besluit dat de BCVA op 5 februari 2025 voornemens is te nemen, zijn te vinden in deze link onder agendapunt 7.3: Openbare link naar de vergaderstukken van MRDH. Voor de bedragen van de verschillende project onderdelen verwijzen we naar bijlage 0 in bovengenoemde vergaderlink. Bij de besluitvorming van de Kadernota 2025 worden de gereserveerde dekkingsmiddelen vanuit Delft (inclusief bijdragen derden waaronder het Rijk) inzichtelijk gemaakt en nader op elkaar afgestemd. Vervolg Op 5 februari vindt besluitvorming plaats over de Maatwerkafspraken voor de Complexe Schakels en de ophoging van het budget van de MRDH in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit. De Samenwerkingsovereenkomsten voor de Maatwerkafspraken worden dan getekend. Uw raad wordt hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief. In maart 2025 vindt besluitvorming plaats in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit over de verlenging van de subsidie- en realisatietermijn van de overige delen van de MFR.

Participatie Naar aanleiding van deze raadsinformatiebrief vindt geen participatie plaats. Na besluitvorming in de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari wordt de planvorming verder opgestart. Het tracé van de metropolitane fietsroute wordt opgedeeld in verschillende deeltrajecten om te komen tot realisatie. De inpassing en het uiteindelijk ontwerp wordt per deeltraject uitgewerkt en daarbij wordt geparticipeerd via de werkwijze Delfts Doen. Dat betekent dat we ontwerpkeuzes bespreken met de omwonenden, ondernemers en maatschappelijke organisaties, voordat er een keuze gemaakt wordt voor het definitief ontwerp. Voor het fietsecoduct doen we dat in samenwerking met gemeente Pijnacker – Nootdorp.

Communicatie Pagina 5 van 6

Volgend op de besluitvorming van 5 februari in de Bestuurscommissie ligt de woordvoering bij de MRDH in afstemming met gemeente Delft. Bijlage(n) Bijlage 1: Rapport Fiets in de MRDH Bijlage 2: Infographic Inrichtingskwaliteit MFR Bijlage 3: kaartbeeld MFR als onderdeel van de SOK 2022. Bijlage 4: Fietsecoduct A13 – draagvlak voor een integrale keuze Bijlage 5: Verdiepende onderzoek haalbaarheid fietsecoduct A13 Bijlage 6: Recreatieve verbinding A13 Bijlage 7: Notitie fietspotentie

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja

☐ Niet van toepassing

☒ Nee

Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☐ Ja,

het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen

☐ Nee

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

M Berger Loco-secretaris

AM Zwart Loco-burgemeester 28-01-2025

Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15306984/1