2449662 Voorstel van het college aan de raad inzake mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsvoorstel Onderwerp
Vaststelling mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure Delft
Portefeuillehouder
Wethouder Huijsmans
Voorstel ingediend door
M. Klaver; mklaver@delft.nl
Registratienummer
6012503
Datum
26 november 2024
Concept-besluit(en) De raad besluit 1. het college van burgemeester en wethouders mandaat te verlenen tot het nemen van een m.e.r.beoordelingsbesluit als bedoeld in artikel 16.36 en 16.43 van de Omgevingswet; 2. het college van burgemeester en wethouders te machtigen tot het verrichten van feitelijke handelen met betrekking tot de m.e.r.-procedure als bedoeld in de artikelen 16.36, 16.37, 16.38, 16.39, 16.46 en 16.47 van de Omgevingswet; 3. dit besluit in werking te laten treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. Waarom nu? Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (Ow) wijzigt er procedureel een en ander in de wetgeving rondom de milieueffectrapportage (m.e.r.). Kon voorheen onder de Wet milieubeheer nog zowel het college als de raad een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor bijvoorbeeld een bestemmingsplan nemen, onder de Omgevingswet ontbreekt een vergelijkbare wettelijke bepaling en kan alleen de raad een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen voor bijvoorbeeld het wijzigen van het omgevingsplan. Deze omissie in de Omgevingswet kan aangepast worden door hiervoor een mandaat- en machtigingsbesluit m.e.r.-procedure vast te stellen. Het mandaat verandert niets aan de bevoegdheid van de raad. De raad blijft het bestuursorgaan dat beslist over het omgevingsplan.
Alleen de technische beoordeling van de milieurapporten kan het college afhandelen. Dat was voor de inwerkingtreding van de Ow ook de bestaande werkwijze. Inhoud Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is een besluit van het bevoegd gezag waarin wordt beoordeeld of bij de voorbereiding van het besluit voor de betreffende activiteit, vanwege de belangrijk nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Met de inwerkingtreden van de omgevingswet zijn de bevoegdheden tot het vaststellen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit gewijzigd. Kon voorheen onder de Wet milieubeheer nog zowel het college als de raad een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor bijvoorbeeld een bestemmingsplan nemen, onder de Omgevingswet ontbreekt een vergelijkbare wettelijke bepaling en kan alleen de raad een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen voor bijvoorbeeld het wijzigen van het omgevingsplan. Wet milieubeheer (oud recht) Onder oud recht was bepaald dat ‘bestuursorgaan dat bevoegd is tot voorbereiden dan wel vaststellen van een plan of besluit het bevoegd gezag is om het m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Het college was bevoegd om het bestemmingsplan voor te bereiden. Onder oud recht was daarmee zowel de raad als het college bevoegd om m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen dat betrekking heeft op een bestemmingsplan.
Onder oud recht moest voordat een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd een besluit genomen worden over het m.e.r.beoordelingsbesluit. Het college nam het besluit over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee ook over het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Het zou namelijk besluitvormingstechnisch vreemd zijn als het
Pagina 1 van 3
college voordat een ontwerpbestemmingsplan ter inzage legt, eerst een besluit van de raad nodig heeft het m.e.r.beoordelingsbesluit. Omgevingswet (huidig recht) Onder de Omgevingswet (Ow) volgt dat het bevoegd gezag beoordeelt of sprake is van aanzienlijke milieueffecten die het opstellen van een milieueffectrapport noodzakelijk maken. Onder het bevoegd gezag moet worden verstaan het orgaan dat het m.e.r.-beoordelingsplichtige besluit neemt. Bij omgevingsplannen is dit in beginsel de raad. Als de raad dus het bevoegd gezag is om het omgevingsplan vast te stellen, dan is de raad ook bevoegd tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en dus niet het college. Onder oud recht lag deze bevoegdheid dus ook bij het bevoegd gezag dat de voorbereiding doet (het college). De Omgevingswet brengt dus wijzigingen aan in het bestuursorgaan dat bevoegd is om het m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Het voorbereidend bestuursorgaan is daarmee niet meer het bevoegd gezag om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Om dit te ondervangen kan de raad de bevoegdheid om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen aan het college van burgemeester en wethouders mandateren. Met het mandaat is een extra raadsbesluit niet nodig. Bij de voorbereiding van een plan of project kan de voorbereiding worden voortgezet.
De raad zal, net als bij ontwerpbestemmingsplannen, worden geïnformeerd als een nieuw ontwerp van het omgevingsplan ter inzage wordt gelegd. Toelichting besluiten Besluit 1. In bij wet aangewezen gevallen beoordeelt het bevoegd gezag of een project, plan of programma aanzienlijk nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Het bevoegd gezag neemt vervolgens op basis van deze beoordeling het besluit of er al dan niet een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit is een m.e.r.beoordelingsbesluit. Met dit besluit regelt de raad dat het college van burgemeester en wethouders ook onder de Omgevingswet (Ow) bevoegd is tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit voor een project, plan of programma. Voor de inwerkingtreding van de Ow werd deze bevoegdheid expliciet geregeld in artikel 7.1 lid 4 van de Wet milieubeheer. Besluit 2. Dit artikel regelt dat het college onder de Ow gemachtigd is tot het verrichten van feitelijke handelingen met betrekking tot de m.e.r.-procedure. Dat betekent dat het bevoegd gezag handelingen mag verrichten die nodig zijn in de m.e.r.-procedure. Deze handelingen staan in afdeling 16.4 van de Ow. Een voorbeeld is het opvragen van advies bij de Commissie m.e.r. Voor beiden besluiten geldt dat het mandaat of de machtiging niets verandert aan de bevoegdheid van de raad. Het repareren van dit gat in de Ow is nodig om vertraging te voorkomen.
Als de raad dit technische besluit moet nemen leidt dat tot veel langere procedures. Dat is juist niet de bedoeling van de Ow. Het is dus door de wetgever over het hoofd gezien. De raad blijft dus het bestuursorgaan dat beslist over het omgevingsplan. Alleen de technische beoordeling van de milieurapporten kan het college afhandelen. Dat was voor de inwerkingtreding van de Ow ook de bestaande werkwijze. Wat verandert er? -
-
Het resultaat van de m.e.r.-beoordelingsbeslissing moet worden opgenomen in het ontwerp van het plan of project. Het college bereidt dit voor en geeft het ontwerp vrij voor ter inzage. Het nemen van de m.e.r.beoordelingsbeslissing past in die voorbereiding. Met het mandaat is een extra raadsbesluit niet nodig. Bij de voorbereiding van een plan of project kan de voorbereiding worden voortgezet conform de werkwijze die gold onder de voorheen geldende Wet milieubeheer. De raad wordt net als onder de eerdere werkwijze geïnformeerd over de ter inzagelegging.
Beleidskaders Dit voorstel ondervangt een omissie in de Omgevingswet. Financiën Het nemen van dit mandaat- en machtigingsbesluit heeft geen financiële consequenties. Pagina 2 van 3
Vervolg Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. De raad zal, net als bij ontwerpbestemmingsplannen, worden geïnformeerd als een nieuw ontwerp van het omgevingsplan ter inzage wordt gelegd. Participatie Niet van toepassing. Communicatie Het genomen besluit wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Daarnaast digitaal via officielebekendmakingen.nl. Bijlage(n) -
Raadsbesluit
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☒ Ja
☐ Nee
☐ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
Maria Berger Loco-secretaris
Maaike Zwart Loco-burgemeester 29-11-2024
Pagina 3 van 3