CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2445611 College van B&W - Raadsinformatiebrief Delftse Jeugd(hulp) Q3- 2024

Raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W - Nadere regels jeugdhulp gemeente Delft 2024 (nr. 2350811)4.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp

Raadsinformatiebrief Delftse Jeugd(hulp) Q3- 2024

Portefeuillehouder

Wethouder Gooijer

Voorstel ingediend door

Horia Abdellaoui (habdellaoui@delft.nl)

Registratienummer

5994704

Datum

5 november 2024

Concept-besluit(en) n.v.t. Waarom nu? Het college heeft, naar aanleiding van het debat in de gemeenteraad (september 2021) over het Delftse rekenkameronderzoek ‘Informatievoorziening jeugdzorg’ (2138727), toegezegd om tweemaal per jaar te informeren over het jeugddomein via een raadsinformatiebrief. Inhoud De opzet van de raadsinformatiebrief is tot op heden overwegend positief ontvangen door uw raad, waarin we mede conform toezegging T220616.4.8.1 informeren over actualiteiten, thematisch onderwerpen uitlichten en data over de specialistische jeugdhulp geven. De opbouw van de brief is als volgt: 1. i) ii) iii) iv)

Actualiteiten Jeugdwetvervoer Toezichthouder Jeugd en Wmo Aanpak 16-27 jaar Kansrijke Start – Rapport participatief actieonderzoek prenataal huisbezoek Delft

2. • • • 3. i) ii)

Afdoen toezeggingen/moties Terugkoppeling realisatie aangenomen aanbevelingen rekenkamerrapport Informatievoorziening Jeugdzorg (RIS 2127569) Afdoening motie dyscalculie (M.240307.8.4.1) Afdoening toezegging verbeteren informatie jeugd op website (T.240307.8.4.1) Thematische onderwerpen Maatschappelijke dialoog normaliseren – thema specialistische jeugdhulp Data specialistische jeugdhulp

1. Actualiteiten Jeugdwetvervoer Vervoerder Noot Op 28 mei 2024 ben u geïnformeerd, middels raadsinformatiebrief (kenmerk 5850263) over de ontwikkelingen en regionale afspraken rondom de problemen in het Jeugdwet- en leerlingenvervoer dat uitgevoerd wordt door Noot. Er is nog steeds sprake van een dergelijke juridische situatie waarin er gesprekken plaatsvinden tussen Justion Advocaten en Noot. De prestaties worden wekelijks gemonitord en geëvalueerd. Pagina 1 van 10

Aantal kinderen dat Noot vervoert in het kader van jeugdwetvervoer Delft Jeugdwet

2020 24

2021 76

2022 80

2023 98

Noot vervoert ook leerlingen in het kader van leerlingenvervoer. De afgelopen vier jaar is het aantal kinderen die vervoerd worden via jeugdwetvervoer met ruim 300% gestegen. Dit is een landelijke trend. We zijn aan het onderzoeken welke mogelijke alternatieven we in Delft kunnen aanbieden om kinderen op andere manieren te vervoeren. Denk aan leren fietsen, leren gebruik te maken van het reguliere openbaar vervoer. Hierdoor worden kinderen ook zelfredzamer en wanneer zij kunnen fietsen is dat ook nog beter voor hun gezondheid. Dit onderzoek is medio 2025 afgerond en zal vanaf dat moment geïmplementeerd gaan worden. Europese aanbesteding De gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Westland hebben gezamenlijk het leerlingenen jeugdwetvervoer in meerdere percelen ingekocht. De huidige contracten met de vervoerders lopen eind juli 2025 af. Er is een optie om twee keer met twee jaar, eenzijdig door de gemeenten, te verlengen. Voorafgaand aan een aanbestedingstraject is het van belang inzicht te hebben in de landelijke en regionale ontwikkelingen en context van het aan te besteden product. Hieronder zetten we één en ander op een rijtje: • Er is een chauffeurstekort en dit probleem neemt als gevolg van de vergrijzing van de sector de komende jaren zelfs toe.

• Er zijn steeds meer aanbestedingen, met name in het westen van het land, waar geen of maar één partij op inschrijft. • Als partijen zich inschrijven, dan is dat vaak met veel hogere prijzen dan de huidige contracten. • Een nieuwe partij betekent niet automatisch betere kwaliteit. Veel vervoerders kampen met het bovengenoemde personeelstekort. • Op dit moment zijn er voornamelijk problemen in de uitvoering bij Noot. Bij de andere vervoerders leveranciers (RMC, Van der Wijst en Munckhof) verloopt de uitvoering over het algemeen goed. • Tevens onderzoeken wij alternatieven voor de jeugdwetvervoersstromen. • Om het vervoer in de toekomst beschikbaar te houden, zullen er beleidswijzigingen genomen moeten worden om de instroom in het vervoer te beperken en alternatieven aan te bieden. 18 oktober vindt er een regionaal wethouder overleg (H5) plaats waarin besloten wordt welke percelen aanbesteed gaan worden. Het advies wat wordt meegeven is dat alleen de percelen van vervoerder Noot worden aanbesteed. De overige percelen verlopen goed, waardoor een aanbesteding geen meerwaarde heeft op deze percelen. Toezichthouder Jeugd/Wmo Zes maanden geleden is een nieuwe toezichthouder voor Jeugd en WMO aangesteld in Delft. Aanstelling van een toezichthouder is een wettelijke taak (Artikel 7.4, tweede lid van de Verordening jeugdhulp Delft 2024).

De rol van de toezichthouder is opgenomen in de escalatieladder die deel uitmaakt van elke overeenkomst die wordt afgesloten met elke zorgaanbieder. Deze toezichthouder speelt een cruciale rol in het waarborgen van de kwaliteit van zorg voor jeugdigen en draagt verantwoordelijkheid voor het bevorderen van preventie, het uitvoeren van onderzoeken, het geven van advies en het handhaven van normen. De gemeente vertrouwt erop dat de meeste zorgaanbieders hun uiterste best doen om de jeugdigen op de best mogelijke manier te ondersteunen. Echter, er is ook toenemende aandacht voor een kleine groep aanbieders die vooral financieel gemotiveerd lijken te zijn. In de afgelopen maanden heeft de toezichthouder gecontracteerde jeugdhulpaanbieders onder de loep genomen die opvielen door o.a. de jaarrekeningen en/ of het toenemende aantal cliënten en kosten in Delft. De toezichthouder kan o.b.v. de bevindingen een materiele controle of een fraudeonderzoek starten. Het proces dat wordt uitgevoerd is opgenomen in de beleidsregels materiele controle jeugdhulp, waarin de gemeente Delft een aantal risico’s heeft bepaald en waarop gecontroleerd kan worden. Wanneer een zorgaanbieder opvalt op basis van een van de risico’s, wordt er een vooronderzoek gestart. De toezichthouder gaat na of er veel klachten over deze aanbieder zijn, maar bekijkt bijvoorbeeld ook de jaarrekeningen.

Wanneer er weinig bijzonderheden en/of klachten Pagina 2 van 10

zijn, adviseert de toezichthouder het contractmanagement om in gesprek te gaan met de aanbieder. Als er wel bijzonderheden en klachten naar voor komen, kan er een materiele controle of fraudeonderzoek worden gestart. Aangezien voorkomen beter is dan genezen, is er een samenwerking tot stand gekomen tussen de toezichthouder, contactmanagers, beleidsadviseurs en Delft Support. Deze samenwerking richt zich op het zorgvuldig screenen van alle zorgaanbieders, zowel bij aanbestedingen als bij tussentijdse toetredingen en persoonsgebonden budgetten (pgb). Bij het nemen van maatregelen wordt altijd de menselijke maat gehanteerd. Door het intensieve toezicht en de screening van zorgaanbieders, waarborgen we dat de jeugdhulp in Delft kwalitatief hoogwaardig en effectief blijft. Daarbij zorgen we ervoor dat de schaarse middelen voor jeugdhulp op de juiste plek terechtkomen, zodat jeugdigen de zorg krijgen die zij verdienen. De menselijke maat staat centraal in ons beleid. Door het intensieve toezicht en de screening van zorgaanbieders, waarborgen we dat de jeugdhulp in Delft kwalitatief hoogwaardig en effectief blijft. Daarbij zorgen we ervoor dat de schaarse middelen voor jeugdhulp op de juiste plek terechtkomen, zodat jeugdigen de zorg krijgen die zij verdienen.

Aanpak 16-27 De overgang van 18- naar 18+ is een belangrijke periode voor jongeren, waarin zij te maken krijgen met nieuwe verantwoordelijkheden en veranderingen in zorg en ondersteuning. Dit brengt de nodige uitdagingen met zich mee. In dit stuk gaan we in op de belangrijkste ontwikkelingen in Delft die gericht zijn op het optimaal ondersteunen van jongeren tijdens deze overgang. •

Om te voorkomen dat jongeren op de wachtlijst van Prodeba en Delft Support op straat belanden, worden zij door nieuwe procesafspraken al vanaf 17 jaar aangemeld voor een Wmo-indicatie. Voorheen was dit vanaf 17,5 jaar. In het verlengde hiervan wordt onderzocht hoe in bestaande contracten kan worden vastgelegd dat er met jongeren van 16,5 jaar gewerkt wordt aan hun eigen toekomstplan. De nadruk ligt daarbij op het versterken van de Big 5: wonen, school/werk, inkomen, welzijn en support. Prodeba is de enige aanbieder die een jeugdhulp locatie in Delft heeft en waarmee een contract is voor Beschermd Wonen (BW) en Begeleid Thuis (BT). Omdat het signaal vanuit een Delftse aanbieder komt, beginnen we lokaal met het maken van werkafspraken.

•

Vanuit regionale casuïstiek blijkt dat er regelmatig visieverschillen zijn tussen gemeenten of jongeren nog in de jeugdwet horen of dat zij naar de Wmo/WLZ overgaan. Doordat er bij de Jeugdwet sprake is van het woonplaatsbeginsel en bij Wmo niet, kan dit leiden tot discussie over wie verantwoordelijk is voor de financiering van de zorg. Regiogemeenten gaan verschillend om met wetgeving en bekostiging van een verblijfsplek bij een jeugdhulpaanbieder zodra een jeugdige 18 jaar is geworden en nog verblijft bij de jeugdhulpaanbieder. Aanbieders en jeugdigen in onze regio weten vaak niet waar zij aan toe zijn. De gemeentelijke toegang ervaart druk van aanbieders om verlengde jeugdhulp af te geven. Dit leidt tot situaties waar er lange discussies worden gevoerd tussen aanbieders en gemeenten en tussen gemeenten onderling. De tarieven vanuit de Wmo of WLZ voor een verblijfsplek, zijn veelal lager dan de jeugdhulptarieven. Jeugdhulpaanbieders ervaren geen prikkel om jeugdigen tijdig toe te leiden naar de Wmo of WLZ. Daarom is het doel om regionaal een uniforme aanpak te ontwikkelen, waarbij het woonplaatsbeginsel leidend is, om te voorkomen dat jongeren tussen wal en schip belanden. Het woonplaatsbeginsel houdt in dat de gemeente waar een kind ingeschreven staat moet betalen voor ambulante jeugdhulp.

Voor jeugdhulp met verblijf ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente waar het kind was ingeschreven vóórdat het die hulp kreeg.

•

Er wordt door het team Werk & Inkomen een campagne voor jongeren ontwikkeld die aan het begin van het nieuwe schooljaar gelanceerd wordt. Deze campagne richt zich op jongeren die bijna 18 jaar worden, met als doel hen bewust te maken van de financiële en zorgzaken die zij moeten regelen om te voorkomen dat ze in de problemen komen. Zeker voor kinderen die in de intramurale voorzieningen wonen is dit belangrijk.

•

In de Hervormingsagenda is de Big 5 opgenomen. Onder de Big 5 verstaan we: • support: Jongeren die terug kunnen vallen op hun sociale netwerk, zoals de familie, vrienden, buren of leerkrachten, voelen zich vaak beter en zijn veerkrachtiger om hun zelfstandigheid op te bouwen en problemen vroeg te signaleren. • Wonen: Voldoende en veilige huisvesting is essentieel voor jongeren, vooral bij het verlaten van jeugdzorg of wanneer ze zelfstandig gaan wonen.

Pagina 3 van 10

•

school en werk: Het volgen van onderwijs of deelname aan de arbeidsmarkt is belangrijk voor de toekomst van jongeren. Goede begeleiding hierin voorkomt schooluitval en werkloosheid. • Inkomen: Schulden en moeite om rond te komen kunnen veel stress geven. Jongeren moeten overzicht krijgen over hun financiën om verantwoord om te kunnen gaan met geld. • Welzijn: Dit omvat zowel fysieke als mentale gezondheid, waarbij de focus ligt op het bevorderen van een gezond en stabiel leven, met aandacht voor preventie van problemen. De Big 5 wordt ondersteund door de GIZ-methodiek (Gezamenlijk Inschatten Zorg Behoeften). Deze methodiek brengt de krachten en zorgbehoeften van het kind en het systeem in kaart, zodat gezinnen passende en tijdige hulp krijgen. Tevens wordt de zorgvraag geconcretiseerd, waardoor monitoring mogelijk is. Delft Support gebruikt de GIZ-methodiek, waardoor het Big 5 model is verankerd in hun werkwijze. Kansrijke Start – Rapport participatief actieonderzoek prenataal huisbezoek Delft Op 26 september 2024 bent u middels het rapport ‘Vijf jaar Kansrijke Start in Delft en omgeving’ (kenmerk RIS2439521) geïnformeerd over de opbrengsten van vijf jaar inzet rond de eerste 1000 dagen van kinderen.

Aanvullend daarop is op 26 september het rapport ‘Een goede start voor iedereen! Een participatief actieonderzoek naar integrale samenwerking rondom prenatale huisbezoeken in Delft’ gepubliceerd. Dit onderzoek staat kort beschreven in het rapport ‘Vijf jaar Kansrijke Start in Delft en omgeving’, maar wordt in het onderzoeksrapport nader toegelicht. Prenataal huisbezoek (PHB) Niet alle pasgeborenen hebben een goede start. Bijvoorbeeld omdat hun ouders in een moeilijke situatie zitten. Ook in Delft ervaren relatief veel (aanstaande) ouders problemen. Een PHB is bedoeld om te inventariseren wat zij nodig hebben en hen waar nodig te helpen. Het bezoek moet goed aansluiten op de wensen van ouders en op de al bestaande hulp. Dat vereist samenwerking met ouders en tussen professionals over de domeinen heen. Het onderzoek Met subsidie van ZonMw hebben de Haagse Hogeschool, het Verloskundig Samenwerkingsverband Reinier, Verloskundig Centrum DelVi, Kraamzorg de Eilanden, Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West, Delft Support en de gemeente Delft een actiegericht onderzoek gedaan naar samenwerking rond het PHB.

De belangrijkste lessen uit het onderzoek zijn: • Aansluiten bij ouders vergt een open houding Om zorg en ondersteuning te laten aansluiten bij ouders is het voor professionals belangrijk om: o Vertrouwen op te bouwen, continuïteit te waarborgen, alle gezinsleden te betrekken en contact tussen ouders te faciliteren; o Balans te vinden in wat ouders willen (vragen) en wat ouders nodig hebben (vertellen); o Niet te spreken over 'kwetsbaarheid’, dit is stigmatiserend en drempelverhogend. • Samenwerking tussen professionals loopt via het (faciliteren van) goede relaties o Warme relaties en vertrouwen tussen professionals zijn essentieel voor goede samenwerking. o Verloskundigen en jeugdgezondheidszorg (JGZ) kunnen als spil tussen het medische en sociale domein samenwerking versterken. o Voor een goede samenwerking moeten de randvoorwaarden gecreëerd worden in ruimte, tijd en aansturing. • Een laagdrempelig prenataal huisbezoek o Een PHB wordt laagdrempeliger door te normaliseren en breed aan te bieden o Aanmelden is niet voor alle ouders eenvoudig. Als ouders hiervoor open staan, kunnen verwijzers hierin een begeleidende rol vervullen. o Het vergt vakmanschap om tijdens een PHB goed aan te sluiten bij ouders en indien nodig passende vervolghulp te organiseren. o In Delft kan de JGZ na het PHB (een deel van de) vervolghulp bieden. Dat geeft continuïteit in de hulp.

De geleerde lessen en aanbevelingen worden door de coalitie Kansrijke Start Delft en omgeving verwerkt in het bestaande hulpaanbod en de plannen voor de toekomst. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij deze raadsinformatiebrief gevoegd. Kansrijke Start – Factsheet sociale geboortezorg Pagina 4 van 10

Vanuit het ministerie van VWS is er een landelijk leertraject sociale geboortezorg opgezet. Verschillende initiatieven die inzetten op integrale hulp vanuit medische en sociaal domein nemen deel om te kunnen leren van elkaars aanpak en de opgezette samenwerkingsstructuur te verankeren. Verschillende samenwerkingsverbanden van ziekenhuizen, 1e lijnsverloskundigen, jeugdgezondheidszorg en partijen uit het sociaal domein werken vanuit de ‘Juiste Zorg op de Juiste plek’- gedachte aan integrale zorg en ondersteuning voor (aanstaande) gezinnen met een sociale kwetsbaarheid. Waar nodig in het ziekenhuis, waar mogelijk erbuiten. Om deze samenwerkingen te versnellen, verankeren en breder te profiteren van de inzichten en nieuwe werkwijzen is in opdracht van het ministerie van VWS het leertraject “Sociale Geboortezorg in het ziekenhuis (en eruit)” opgezet. Dit leernetwerk bestaat uit zeven ziekenhuizen en hun samenwerkingspartners. Vanuit Delft neemt o.a. het Reinier de Graaf deel aan dit leertraject. Elk samenwerkingsverband heeft een eigen factsheet opgesteld om de andere deelnemers te informeren over wat zij doen. De factsheet voor de regio Delft is ter informatie bijgevoegd bij deze raadsinformatiebrief. Hier staat onder andere informatie in over KASTO en de GO-poli.

2. Afdoen toezeggingen/moties • Terugkoppeling realisatie aangenomen aanbevelingen rekenkamerrapport Informatievoorziening Jeugdzorg (2127569) De Delftse Rekenkamer (DRK) heeft onderzocht hoe de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de ontwikkelingen in de jeugdzorg, een verantwoordelijkheid die sinds de decentralisatie op 1 januari 2015 bij de gemeenten ligt. Voor de gemeenteraad is een betrouwbare informatievoorziening essentieel om hun kaderstellende en controlerende taken effectief uit te voeren. In het rapport 'Informatievoorziening Jeugdzorg' doet de DRK verschillende aanbevelingen aan het college en de gemeenteraad om deze informatievoorziening te verbeteren. De eerste kolom is een overzicht van de aanbevelingen uit het onderzoek, daarnaast een weergave van de aanbevelingen die al zijn gerealiseerd.

Aangenomen aanbevelingen

Gerealiseerde aanbevelingen

1.

Voor raad en college: Continueer de informatiedeling via de informele overlegstructuren. Het delen van informatie op een laagdrempelige wijze werpt vruchten af: de raad is hier tevreden over en hoeft niet snel te grijpen naar formele sturingselementen

In de raadswerkgroep worden op initiatief van de raad onderwerpen uit het sociaal domein (waaronder jeugd) toegelicht, wordt de raad geïnformeerd over nieuwe ontwikkelingen en vindt er informele afstemming plaats.

2

Voor raad en college: Benut de context van deze goed functionerende informele overlegstructuren om met elkaar te bespreken aan welke uitgangspunten de raadsinformatie moet voldoen en met welke frequentie deze informatie wordt verstrekt en besproken

Met Raadsinformatiebrief Delftse Jeugdhulp ontvangt de raad volgens afspraak twee keer per jaar informatie over actuele zaken, verdiepende thema’s en data met betrekking tot verschillende jeugd(preventie) onderwerpen.

3

Voor de raad: bepaal of er binnen de raad behoefte is om doelstellingen te vertalen in concrete en meetbare indicatoren die systematisch en periodiek worden gemonitord, en zo ja: verzoek het college om daarvoor een voorstel aan de raad te doen

N.v.t.

Pagina 5 van 10

4

5

Voor het college: investeer meer in het systematisch en gestructureerd informeren van de raad. De verzameling cijfers en indicatoren die nu in de verschillende stukken worden aangeboden, biedt gefragmenteerd inzicht en maakt het niet mogelijk om goed zicht te krijgen op de mate waarin doelen worden behaald. Ook om goed te kunnen bijsturen op de uitgaven is het nodig dat de indicatoren in gezamenlijkheid worden opgesteld. Voor het college: zorg dat de informatie een overkoepelend beeld geeft over de voortgang, resultaten en effecten van de beleidskeuzes. Doe dit door meer toelichting te geven bij de indicatoren, cijfers en aantallen: geef ook het verhaal achter de cijfers

Het college heeft middels de Raadsinformatiebrief geïnvesteerd in een systematische en gestructureerde manier van informatievoorziening aan de raad.

Deze informatie wordt opgenomen in de raadsinformatiebrief, zie 2.

• Afdoening motie dyscalculie (M.240307.8.4.1) De motie vraagt aan het college: Jongeren met dyscalculie niet bij voorbaat uit te sluiten van ondersteuning via jeugdhulp voor deze groep, gelijkwaardig aan dyslexie, individuele afwegingen te maken dit door te voeren in de nadere regels jeugdhulp. Wanneer jeugdigen zich melden bij Delft support wordt niemand bij voorbaat uitgesloten. Er wordt gekeken naar de hulpvraag en waar deze hulpvraag het beste passend is. Hierin wordt samengewerkt met het onderwijs. Dyscalculie betekent letterlijk ‘slecht kunnen rekenen’. Dit is een rekenstoornis. Kinderen met dyscalculie hebben moeite met rekenen, klokkijken of omgaan met geld. Hulp en ondersteuning bij dyscalculie is primair gericht op het leerproces en valt daarmee onder de zorgplicht van scholen. Dyscalculie valt dan ook niet onder de (vergoede zorg vanuit de) jeugdwet, dus de gemeente hoeft hiervoor geen voorziening te treffen. Ook als het gaat om de diagnose van dyscalculie is de gemeente niet verantwoordelijk. Binnen passend onderwijs zijn voldoende mogelijkheden om de leerlingen met dyscalculie de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben (zie ook het antwoord van de staatssecretaris van 21 april 2016, p. 2-3). (bron: Dyscalculie (passend onderwijs of Jeugdwet) - Jeugd (schulinck.nl). Dyslexie is een aangeboren beperking bij lezen en spellen.

Ondersteuning bij dyslexie wordt in eerste instantie geboden door signalering, hulp en aanpassingen in het onderwijs. Dit valt onder de zorgplicht van de scholen. De gemeente is verantwoordelijk voor diagnose en behandeling van kinderen met ernstige dyslexie (ED) in de leeftijd vanaf 7 jaar die basisonderwijs volgen. Dit valt onder de jeugdhulpplicht. De behandeling voor ED is geprotocolleerd en (kosten)effectief. Een dergelijke behandeling is niet beschikbaar voor dyscalculie. Op basis van bovenstaande informatie van Schulinck en de beantwoording van de kamervragen, valt behandeling van dyscalculie onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs en niet binnen de jeugdwet. Wij kunnen daarom geen uitvoering geven aan de motie. Hiermee vragen wij de raad de Motie (M.240307.8.4.1 Motie Dyscalculie) als afgedaan te beschouwen. • Afdoening toezegging verbeteren informatie jeugd op website (T.240307.8.4.1) De wethouder zegt toe om de informatie op de website met betrekking tot jeugd(hulp) te verbeteren. De informatie op de website van de gemeente Delft is aangepast en te vinden op www.delft.nl/jeugdbeleid. De tekst is voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein. Zij hadden geen aanvullingen of opmerkingen. Hiermee vragen wij de raad de Toezegging (T.240307.8.4.1 Toezegging verbeteren informatie jeugd op website) als afgedaan te beschouwen.

3. Thematische onderwerpen

Pagina 6 van 10

Maatschappelijke dialoog normaliseren De cijfers liegen er niet om. Steeds meer kinderen krijgen psychische hulp of medicatie vanwege AD(H)D, angst of depressie. Grofweg geldt dat het aantal kinderen/ jongeren dat een vorm van jeugdzorg krijgt is gestegen van 1 op 27 in 2000 naar 1 op 7/8 in 2023. Meer dan 4000 kinderen zitten noodgedwongen thuis. De toegang tot medicatie of jeugdhulp loopt via indicaties en medische diagnoses. Hoe zijn we tot deze medicalisering en problematisering gekomen en, belangrijker nog, hoe komen daar weer uit (bron: Het riool en de speedboot, Bert Wienen over normaliseren - Envedder De financiële middelen en het personeel zijn te schaars om op deze manier door te gaan. Niet iedere vraag is een probleem. Niet alles is op te lossen met hulp en/of ondersteuning. We zijn heel goed in opschalen, maar het afschalen (en voorkomen van opschalen) van zorg blijft achter. Hierdoor is de zorgketen verstopt en worden de wachtlijsten alsmaar langer. In 2024 zijn we hierover in gesprek gegaan met een aantal partners in de stad die de laatste jaren hebben laten zien dat ze hart hebben voor de stad en creatief/ innovatief zijn in het denken. De out-of-the-box blik hebben we nodig om te komen tot niet zo voor de hand liggende oplossingen.

Welke ideeën komen op tafel over hoe we de hulp- en dienstverlening in Delft kunnen verbeteren voor onze jeugdigen en jongeren? En vooral hoe we de rol van ouders hier nog beter voor kunnen benutten? Welke rol hebben zij bij de persoonlijke verzorging, vervoer van en naar een behandeling en binnen de opvoeding. Wat zijn de grenzen binnen de gebruikelijke zorg? Definitie normaliseren Normaliseren kan op basis van de tot nu toe beschreven literatuur en visies als werkdefinitie worden omschreven als: “het reduceren van de zorgvraag door middel van het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van jeugdigen, opvoeders en het sociale netwerk en tevens het waken voor onnodig diagnosticeren of problematiseren van incidenten en afwijkingen van het gemiddelde, ook wel de norm”. (Bron: Kennisnetwerk jeugd Haaglanden) Normaliseren, wat is ieders normaal? Hierbij is het belangrijk om bij de ‘kijk op normaliseren’ in ieder geval aandacht te hebben voor: • Maatschappelijke acceptatie van eenieder zoals hij/zij is. • Vanzelfsprekendheid van vragen over opgroeien en opvoeden, deze serieus nemen.

• Gezamenlijk in kaart brengen van de vraag van jeugdige/ ouders met oog voor: De context waarin de jeugdige opgroeit/ de situatie van het gezin Een goede basis/ goede basisvoorzieningen Dingen die goed gaan en beschermende factoren Aanbieden van hulp/ ondersteuning dichtbij jeugdigen en ouders, waarbij aangesloten wordt bij wat de jeugdige/ ouder op dat moment, in die situatie nodig heeft Die rol die het onderwijs kan spelen in het opvoeden en opgroeien Het manifest Opvoeden en Opgroeien in Delft (2020) is nog steeds onze basis voor hoe we gezamenlijk opvoeden en opgroeien vormgeven in Delft. De uitgangspunten zijn vandaag nog net zo relevant als een aantal jaar geleden. Dit manifest willen we niet alleen als onderlegger gebruiken, maar moeten we meer gaan benutten als werkdocument. De komende periode willen we de uitgangspunten uit het manifest verbinden met de energie die we proeven om te komen tot creatieve vormen en initiatieven. Tegelijkertijd beseffen we ook dat we het vraagstuk normaliseren niet oplossen met het afvinken van een aantal activiteiten en het inzetten van trainingen. Het vraagt blijvend met elkaar in gesprek te zijn en te bouwen aan een professionele mindset in het werken met en in gezinnen. Specialistische jeugdhulp Binnen de specialistische jeugdhulp is de jeugdbeschermingsketen een hele aparte tak die fors in ontwikkeling is.

In deze raadsbrief geven we extra aandacht aan cijfers rondom de inzet van jeugdbescherming (JB) en jeugdreclassering (JR). De aantallen en kosten van deze categorieën ontwikkelen zich vergelijkbaar over de afgelopen jaren en zijn daarom samengevoegd in onderstaande grafieken. De inzet hierop wordt gedaan door de gecertificeerde instellingen (GI’s: voornamelijk Jeugdbescherming West, Leger des Heils, William Schrikker Groep).

Pagina 7 van 10

Aantal jeugdigen 212

2024

237

2023

2022

196

2021

195

Grafiek 1: aantal Delftse jeugdigen met declaratie voor de inzet JR en JB door de GI’s in jaren (voor de vergelijkbaarheid is gekozen om alleen de eerste 2 kwartalen per jaar weer te geven).

Kosten JB/JR € 3.710.075,00

2024

€ 3.133.239,00

2023

2022

2021

€ 2.543.161,00

€ 2.923.352,00

Grafiek 2: totale declaraties Delft voor de inzet JR en JB door de GI’ in jaren (voor de vergelijkbaarheid is gekozen om alleen de eerste 2 kwartalen per jaar weer te geven).

Als we kijken naar bovenstaande grafieken dan lijkt het of 2023 niet een stijging laat zien die zich doorzet, maar eerder een onvoorspelbare piek. Ondanks dat het aantal jeugdigen met een beschermingsmaatregel terugloopt van 2023 naar 2024 zien we een forse stijging van de kosten. Hier zijn een aantal verklaringen aan ten grondslag waar u in februari 2024 over geïnformeerd bent (RIS2406075). Het betreft allereerst de landelijk vastgestelde tarieven voor jeugdbescherming. Deze landelijke tarieven hangen samen met de afspraak om te komen tot een caseloadverlaging voor jeugdbeschermers. Op die manier komt er voor de jeugdbeschermers voldoende tijd en ruimte beschikbaar om de meest kwetsbare kinderen die in hun ontwikkeling worden bedreigd, goed te beschermen en deze gezinnen te ondersteunen.

Pagina 8 van 10

De kosten van de jeugdbescherming worden niet alleen beïnvloed door het aantal kinderen met een beschermingsmaatregel maar ook door de duur van de trajecten. Tijdig afschalen van maatregelen is altijd een onderwerp van gesprek tussen gemeenten en GI’s. Eerder bent u geïnformeerd over de start van de proeftuin in regio Haaglanden en Delft, in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (zie hiervoor ook de eerdere raadsinformatiebrieven RIS2242530, RIS2327404, RIS2406075). Het Toekomstscenario Jeugd en Gezinsbescherming is een essentiële stap richting een verbeterde en geïntegreerde aanpak voor kinderen en gezinnen die geconfronteerd worden met ontwikkelingsbedreigingen en onveiligheid. Dit scenario, dat zich uitstrekt van 0 tot 100 jaar, beoogt niet alleen de jeugdhulp, maar richt zich op het gehele spectrum van gezinsondersteuning. Dit betekent in de meeste gevallen dat er wordt geprobeerd om het gedwongen beschermen en ingrijpen te voorkomen, door te helpen en ondersteuning te bieden. Via de proeftuin wordt ingezet op het beter samenwerken tussen betrokken instanties, zodat hulp beter wordt afgestemd en effectiever is. Het Rijk is aan zet om een aantal belangrijke beslissingen te nemen (o.a. over wetswijzigingen en transitiekosten) voor de toekomst, zodat we hier regionaal en lokaal invulling aan kunnen geven.

De eerste geleerde lessen van de landelijke proeftuinen zijn teruggekoppeld aan het Rijk. Deze informatie zullen zij moeten bundelen en het landelijk beleid hierop aanpassen. Het eenjarig bestaan van de proeftuin in regio Haaglanden heeft ons al een aantal belangrijke lessen geleerd; we zien dat de effectiviteit van de hulpverlening wordt vergroot, omdat met elkaar wordt samengewerkt en omdat de hulpverlening niet alleen gericht is op de kinderen óf de ouders, maar op alle gezinsleden en op alle leefdomeinen, dus ook op de bestaanszekerheid. Onze hoop en verwachting voor de toekomst is het continueren en door ontwikkelen van een verbeterde en geïntegreerde aanpak voor kinderen, gezinnen en huishoudens in Delft en de regio Haaglanden die geconfronteerd worden met ontwikkelingsbedreiging en onveiligheid.

Wat verandert er? n.v.t. Beleidskaders De informatie uit de raadsinformatie ‘Delftse jeugd(hulp)’ put uit: de regionale jeugdhulpmonitor Haaglanden, cijfers uit de lokale databron, Hervormingsagenda en het beleidskader jeugdpreventie. Wellicht ten overvloede, de informatie in deze brief is gebaseerd op verschillende databronnen. Vergelijkingen van Delft op landelijk niveau maken we met behulp van een andere databron dan vergelijkingen in de regio Haaglanden. Gepresenteerde data is zo veel als mogelijk afkomstig uit 2024. Sommige ontwikkelingen in het jeugddomein zijn beter te duiden over een tijdbestek van meerdere jaren. Financiën n.v.t. Vervolg In de eerste helft van 2025 ontvangt de raad de volgende raadsinformatiebrief jeugd(hulp). Participatie n.v.t. Communicatie n.v.t. Bijlage(n)

Pagina 9 van 10

Bijlagen: • Onderzoeksrapport ‘Een goede start voor iedereen!’ • Factsheet sociale geboortezorg regio Delft

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja

☒ Nee

☐ Niet van toepassing

Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☒ Ja, het college verzoekt de raad om motie (M.240307.8.4.1) en toezegging (T.240307.8.4.1) als afgedaan te beschouwen ☐ Nee

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14818869/1