2437493 College van B&W - Stand van zaken huisvesting statushouders
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp
Stand van zaken huisvesting statushouders
Portefeuillehouder
Wethouder Schrederhof
Voorstel ingediend door
B. van Rosmalen bvrosmalen@delft.nl
Registratienummer
5945885
Datum
10 september 2024
Concept-besluit(en) N.v.t. Waarom nu? Het college informeert de raad over de voortgang van de huisvesting van statushouders per 1 juli 2024 omdat we achterlopen op de wettelijke taakstelling, oplossingsrichtingen besproken zijn met corporaties en huurdersraden, en de toezichthouder (Provincie Zuid-Holland) stappen zet in het toezichtregime. Dit zal in deze fase van het toezicht leiden tot het opvragen van informatie door de toezichthouder en overleg op ambtelijk niveau tussen de gemeente Delft en de toezichthouder. Inhoud Wettelijke taakstelling en realisatie: beeld eerste helft 2024 Na een onverwachte verlaging van de taakstelling in 2023 slaagde Delft erin om in 2023 zes statushouders meer te huisvesten dan de taakstelling groot was. Delft kende voor de eerste helft van 2024 een taakstelling van 111 te huisvesten statushouders. Zes daarvan waren dus al in 2023 gehuisvest, zodat voor de eerste helft van 2024 een opgave van 105 statushouders resteerde. Op 1 juli 2024 waren 89 statushouders gehuisvest en kende Delft een huisvestingsachterstand van 16 personen. Taakstelling 1e helft 2024 111 statushouders Al gedaan in 2023 6 statushouders Opgave 1e helft 2024 105 statushouders (= 111-6) e Gerealiseerd 1 helft 2024 89 statushouders Achterstand per 1 juli 2024 16 statushouders (= 105-89) Delft is niet de enige gemeente in Zuid-Holland met een achterstand.
Van de vijftig gemeenten lagen er slechts vijf op schema, waarvan twee in de regio Haaglanden (Rijswijk en Midden-Delfland). De overige 45 Zuid-Hollandse gemeenten hadden een huisvestingachterstand van samen ruim 2.000 statushouders. Markant is dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bij 35 gemeenten - gegeven de hoogte van de taakstelling - te weinig te huisvesten statushouders aan de desbetreffende gemeenten koppelt. Delft behoort tot de groep gemeenten aan wie het COA wel voldoende statushouders koppelt. Probleemstelling Delft heeft drie weerbarstige problemen bij de huisvesting van statushouders: 1. Tot en met 2022 behaalden we in Delft (vrijwel geheel) de gemeentelijke taakstelling via instroom van statushouders in sociale huurwoningen, inclusief de doorhuisvesting van alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers, zie punt 3). In 2023 haalden we de taakstelling alleen door een onverwachte tussentijdse verlaging van de taakstelling. In 2024 (en verder) halen we de taakstelling en doorhuisvesting van AMV-ers niet via ‘louter’ Pagina 1 van 6
instroom in sociale huurwoningen. Lastig punt is dat de prognose instroom van statushouders in Nederland een grote bandbreedte kent. Dat maakt prognosticeren moeilijk. De huisvesting van statushouders en doorhuisvesting van AMV-ers vraagt om andere oplossingen. We streven bij deelsegmenten vrijkomende sociale huurwoningen naar maximaal 30% instroom van bijzondere doelgroepen. Bijzondere doelgroepen zijn statushouden, uitstroom uit instellingen en woningzoekenden met urgentiestatus. Dan blijft er minimaal 70% over voor reguliere woningzoekenden. Tot de reguliere woningzoekenden rekenen we ook de huishoudens die geherhuisvest worden vanwege sloop / renovatie en degenen die via voorrangsregels / lokaal maatwerk instromen. De woningcorporaties geven aan dat ze op dit punt tegen grenzen aanlopen. Over hun hele vrijkomende voorraad gemeten wordt de 30% niet gehaald. Het percentage blijft juist onder de 20%. Op deelsegmenten wordt de 30% overschreden. Dit komt doordat: • Kwetsbare complexen relatief veel vrijkomend aanbod hebben, maar vanwege leefbaarheid terughoudend met instroom bijzondere doelgroepen wordt omgegaan om stapeling van vraagstukken in kwetsbare complexen en gebieden te voorkomen. • Seniorenwoningen en jongerenwoningen relatief weinig instroom kennen en de reguliere woningen juist meer.
• Veel druk ontstaat op de betaalbare deelsegmenten, zowel bij kleine als grote woningen (waarbij corporaties al een deel van hun aanvangshuurprijs begrenzen). Vanwege deze situatie maken we in de prestatieafspraken met de corporaties afspraken over de getalsmatige instroom van bijzondere doelgroepen. De afweging gaat uit van een volledige huisvesting van mensen met een urgentiestatus (zij hebben voorrang) en het volledig faciliteren van de uitstroom uit instellingen. Voor de overblijvende ruimte voor instroom van bijzondere doelgroepen hanteren we een richtgetal voor de instroom van statushouders. Dat richtgetal voor 2024 (146 statushouders) is lager dan omvang van de taakstelling statushouders (206 statushouders). Circa 60 statushouders moeten dus anderszins door de gemeente worden gehuisvest. In dat aantal telt ook de eerste opvang van AMV-ers mee. Dit betreft de AMV-ers die voor huisvesting gekoppeld zijn aan de gemeente Delft, en dus niet de AMV-ers die het COA her en der in Nederland (ook Delft) groepsgewijs opvangt en nog niet aan specifieke gemeenten gekoppeld zijn. Via monitoring van de instroom bijzondere doelgroepen houden de corporaties en de gemeente een vinger aan de pols over de ruimte die er is. Prestatie afspraak met corporaties 2024 Opgave 1e helft 2024 Opgave 2e helft 2024 Totale opgave 2024 Verschil tussen prestatieafspraak en opgave
146 statushouders instroom in sociale huur 105 statushouders 101 statushouders 206 statushouders 60 statushouders (=206-146) anders te huisvesten
2. De gemeente Delft heeft moeite om grote gezinnen te huisvesten. Vaak halen we de maximale termijn van dertien weken niet. Creativiteit is nodig, zoals huisvesting via twee woningen. Dit vergt veel aandacht en maatwerk. Het lastigst is de huisvesting van (extreem) grote huishoudens met alleen minderjarige kinderen. Medio 2024 waren er twee extreem grote huishoudens (tien personen met allen minderjarige kinderen) die al 1 - 1,5 jaar op een woning in Delft wachten. Ook de gemeenten en corporaties in de regio hebben desgevraagd geen huisvesting voor deze twee huishoudens. Ze hebben grote woningen nodig. Om overbewoning te voorkomen gaat het om woningen met ten minste 12m2 gebruiksoppervlakte per persoon. 3. Het aantal AMV-ers onder de Delftse taakstelling stijgt snel. De gemiddelde leeftijd van deze minderjarige statushouders stijgt ook. Dit resulteert in: • Hogere aantallen die opgevangen moeten worden totdat ze volwassen zijn en zelfstandig kunnen wonen (‘verlengde opvang’) in project Woondiversiteit en enkele corporatiewoningen; • Frequentere doorhuisvesting naar reguliere sociale huurwoningen (hetgeen de instroom bijzondere doelgroepen vergroot). Deze doorhuisvesting is administratief lastig. Ze tellen niet mee in de taakstelling (ze zijn al meegeteld op het moment dat de opvang in Delft startte), maar tellen wel mee als instroom Pagina 2 van 6
•
bijzondere doelgroep in een sociale huurwoning. Voor 2024 gaat het naar verwachting om circa dertig AMV-ers; meer nareizigers door het recht op gezinshereniging .
Bestuurlijke lijn zoals deze tot nu toe is gehanteerd In 2023 en 2024 is als volgt gehandeld: • Voortdurend in gesprek met corporaties om de instroom van statushouders (en doorhuisvesting AMV-ers) in sociale huurwoningen te optimaliseren gekoppeld aan max. 30% instroom bijzondere groepen. Relevant daarbij zijn huurprijsbegrenzingen en leefbaarheid. • Creatief handelen van samenwerkingspartners en desondanks soms geen woning als resultaat bij extreem grote huishoudens. • Via flexwoningen extra aanbod creëren voor mix statushouders en spoedzoekers, maar realisatie flexwoningen Brasserskade gaat verre van voortvarend. • Verbreding aanbod: Pilot vrijesector huurwoningen (veel inzet met een gering resultaat). • Met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) proberen te regelen dat we statushouders met een studie(intentie) krijgen aangeleverd: DUWO huisvest deze dan. • Een pilot woningdelen van Vidomes (2e helft 2024): afspraak met ook inzet van financiële middelen van de gemeente Delft. • We blijven zoeken naar manieren om de huisvesting van statushouders en andere spoedzoekers te combineren, waarbij we oog hebben voor de complexiteit ervan • Proactief melden aan toezichthouder dat naar verwachting taakstelling niet wordt gehaald. Reflectie op de huidige situatie Het college heeft stilgestaan bij de vraag of aanpassing van de bestuurlijke lijn nodig is.
Er zijn grenzen aan hetgeen mogelijk en wenselijk is. In het tripartiet overleg met huurdersraden en woningcorporaties zijn ook (on)mogelijkheden voor bijsturing doorgenomen. Daartoe zijn drie mogelijke richtingen besproken: 1. Meer instroom in sociale huursector (ten koste van anderen) 2. Meer ander aanbod voor statushouders creëren 3. Wettelijke taakstelling statushouders niet halen Meer instroom in de sociale huursector Met de corporaties is afgesproken dat de doorhuisvesting van AMV-ers zodanig groeit dat ze in de prognoses en prestatieafspraken voortaan apart zichtbaar worden gemaakt. Verder hebben de corporaties aangeboden bovenop het al afgesproken aantal van 146 statushouders in de prestatieafspraken in 2024 ook de doorhuisvesting van 30 AMV-ers volledig te faciliteren. Dit vergt een verdere optimalisering van de instroom van bijzondere doelgroepen in sociale huurwoningen. Hier komt veel vakmanschap van en samenwerking tussen corporatiemedewerkers kijken om afwegingen te maken ten aanzien van bijvoorbeeld het effect van de kandidaten (nu doorgaans kwetsbaar, maar over enkele jaren wellicht een bijdrage kunnen leveren?) op de leefbaarheid van (al kwetsbare) wooncomplexen en eventueel benodigde begrenzingen van aanvangshuurprijzen. We accepteren daarmee een (nog) lagere slaagkans voor huurders met een laag inkomen (met name 27-55 jarigen).
De corporaties geven aan dat ze willen verkennen of vanuit overlastperspectief het niet beter is om de uitstroom uit instellingen niet als vanzelf volledig te faciliteren en de daarmee de balans wat te verschuiven naar meer instroom van statushouders. Daarmee zetten ze tegelijkertijd in op meer begeleiding van deze bijzondere doelgroep. Voor wat betreft de (extreem) grote huishoudens wordt al veel creatief werk verricht. Dan nog ontbreekt het aan voldoende grote sociale huurwoningen. Woningcorporatie Stedelink geeft aan ook vrijkomende (beoogde) vrije sector woningen in huurprijs te verlagen naar een passende sociale huurprijs, maar dat een dergelijke oplossing niet breed, structureel toegepast kan worden. Woonbron gaat actief bekijken of enkele zeer grote woningen die bewoond worden door kleine huishoudens via inzet van hun doorstroommakelaar vrij kunnen komen om de twee al extreem lang wachtende huishoudens te kunnen bedienen. Mocht dat slagen dan draagt de gemeente Delft financieel bij door het wettelijk minimum voor de tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten voor de vertrekkende huurders voor haar rekening te nemen (7.428 euro per huishouden). Het college en de corporaties zijn van mening dat we meer statushouders kunnen huisvesten als het COA studerende statushouders aan Delft weet te koppelen. Studentenhuisvester DUWO kan deze dan bedienen.
Wel moet opgemerkt worden dat het hier om zogenaamde campuscontracten gaat die aflopen bij het beëindigen van de
Pagina 3 van 6
studie. De studenten dienen dan zelf andere huisvesting of onderdak zien te vinden. Bij de ex-statushouders is DUWO coulant, zodat ze wat langer de tijd hebben om een andere woonplek te regelen. Het college kiest er niet voor om ruimte voor instroom van statushouders te creëren door de instroom van andere bijzondere doelgroepen te beperken. Concreet wil het college de urgentieregels niet verder aanscherpen, en de instroom uit instellingen niet begrenzen. Het college blijft in regionaal verband wel in overleg om de uitstroom uit instellingen beter over alle regiogemeenten te spreiden (‘fair share’ in de in de maak zijnde regionale woonzorgvisie). Dit verkleint de uitstroom uit instellingen naar Delftse sociale huurwoningen en geeft ruimte voor meer instroom van statushouders in deze woningen. Meer aanbod voor statushouders creëren Het college blijft onveranderd inzetten op flexwoningen op de Brasserskade en blijft daarbij een mix hanteren tussen statushouders en andere spoedzoekers. De financiering ervan blijft vooralsnog een probleem, waarbij de gemeente en woningcorporatie Vidomes de hulp van andere overheden nodig hebben. Mede om die laatste reden, maar ook vanwege de schaarste aan locaties wil het college niet structureel inzetten op flexwoningen. De realisatie van reguliere woningen prevaleert.
Wel wil het college kansen benutten voor tijdelijk gebruik van woningen / flexwoningen op stagnerende ontwikkelingslocaties. In samenwerking met corporaties woningen opkopen voor statushouders (m.n. voor grote gezinnen) is een richting die we nu niet willen inslaan. Dat vergt veel middelen en in de woonvisie is al onderkend dat nieuwbouw van traditionele eengezinswoningen (laagbouw met tuin) vanwege de schaarse grond niet de manier is om de stad Delft te laten groeien. De gemeente en corporaties hebben het Rijk bij een consultatie van een voorgenomen volstrekt ontoereikende subsidieregeling meegegeven dat dergelijke oplossingen met steun van het Rijk nodig zijn. We zien graag dat het COA (extreem) grote gezinnen koppelt aan gemeenten met grotere woningen en onder druk staande scholen vanwege tekort aan leerlingen. Leegstaande kantoorpanden bestemmen voor een woonfunctie is voor het college ook niet aan de orde. Dit willen we uit economisch oogpunt niet. Ook is de leegstand lager dan de benodigde frictieleegstand om de markt goed te kunnen laten functioneren. Het college zet met Vidomes in op woningdelen voor o.a. statushouders. Dat levert meer woonplekken op. De pilot met vrije sector beleggerswoningen maakte duidelijk dat dit niet leidt tot wezenlijke aantallen huisvestingen van statushouders. Dat krijgt met de kennis van nu geen vervolg.
Tegelijkertijd zijn we van mening dat ook de particuliere huursector (vrije sector beleggerswoningen) een rol zou moeten spelen bij de huisvesting van statushouders, omdat er dan een betere spreiding over de stad ontstaat en niet alles op de schouders van corporaties en hun doelgroep terecht komt. We blijven dit aankaarten bij de toezichthouder. Wettelijke taakstelling niet halen Tot slot bestaat de oplossingsrichting eruit om – onverhoopt - niet de gehele wettelijke taakstelling te halen. Met alle inspanningen die we doen en voornemens zijn om te doen zal het nog steeds zo zijn dat we de taakstelling in 2024 niet halen. Dat bespreken we met de toezichthouder. In de ambtelijke gesprekken met de toezichthouder (Provincie Zuid-Holland) zullen we onze lijn aangeven en aan de orde stellen dat we meer kunnen doen als het COA studerende statushouders en setjes statushouders die een woning willen delen aan Delft weet te koppelen. Naar verwachting nemen het COA en (een afvaardiging van) de woningcorporaties deel aan de gesprekken. In het tripartiet overleg met de corporaties en huurdersraden is afgesproken dat wat ons betreft ook de huurdersraden deelnemen aan dergelijke gesprekken. Vanuit het perspectief van overlast kan in het gesprek ook het dilemma tussen faciliteren uitstroom uit instellingen en instroom van statushouders door de corporaties en huurdersraden geagendeerd worden.
Update bestuurlijke lijn op basis van de reflectie • Voortdurend in gesprek blijven met corporaties om de instroom van statushouders (en doorhuisvesting AMV-ers) in sociale huurwoningen te optimaliseren gekoppeld aan max. 30% instroom bijzondere groepen. Relevant daarbij zijn huurprijsbegrenzingen en leefbaarheid. Doorhuisvesting van AMV-ers wordt voortaan expliciet inzichtelijk gemaakt. • Creatief handelen van samenwerkingspartners en desondanks soms geen woning als resultaat bij extreem grote huishoudens. Ook verlaging aanvangshuurprijzen van vrije sector segment wordt als (duur) instrument door een corporatie toegepast. De gemeente betaalt tegemoetkoming verhuis- en herinrichtingskosten als een klein huishouden via een doorstroommakelaar van een corporatie een zeer Pagina 4 van 6
•
• • •
•
grote woning vrijmaakt. Met het COA proberen te regelen dat (extreem) grote gezinnen niet aan Delft gekoppeld worden. Via flexwoningen Brasserskade extra aanbod blijven proberen te creëren voor mix statushouders en spoedzoekers. Kansen benutten voor tijdelijk gebruik van woningen / flexwoningen op stagnerende ontwikkelingslocaties. Verbreding aanbod: Pilot vrijesector huurwoningen en mogelijke rol van deze woningen voor statushouder onder de aandacht blijven brengen. Met het COA proberen te regelen dat statushouders met een studie(intentie) aan Delft gekoppeld worden. DUWO huisvest deze dan. Een pilot woningdelen van Vidomes (2e helft 2024): afspraak met ook inzet van financiële middelen van de gemeente Delft. Met het COA proberen te regelen dat setjes statushouders die een woning willen delen aan Delft gekoppeld worden. We blijven zoeken naar manieren om de huisvesting van statushouders en andere spoedzoekers te combineren, waarbij we oog hebben voor de complexiteit ervan In het kader van het toezicht gaan we samen met corporaties en huurdersraden het gesprek aan met de provincie en het COA.
Wat verandert er? In tegenstelling tot voorgaande jaren zal Delft naar verwachting haar wettelijke taakstelling voor statushouders niet halen. De provincie Zuid-Holland is toezichthouder en zal haar toezichtrol gaan vervullen (zie kopje Vervolg). De gemeente trekt in deze gesprekken samen op met de corporaties en de huurdersraden. Doorhuisvesting van AMV-ers wordt voortaan expliciet inzichtelijk gemaakt als onderdeel van huisvesting statushouders. Bovenop de al gemaakte prestatieafspraken verzorgen de corporaties ook deze doorhuisvesting. Nog nadrukkelijker wordt bekeken of corporaties huisvesting kunnen bieden voor twee al lang wachtende extreem grote huishoudens. De gemeente levert hiertoe ook een financiële bijdrage. Via toezichtgesprekken van de provincie met het COA proberen te regelen dat ze meer studenten en setjes statushouders die willen woningdelen aan Delft koppelen en minder (extreem) grote gezinnen aan Delft koppelen. Beleidskaders Huisvesting van statushouders betreft een wettelijke taakstelling. Financiën De incidentele lasten van dit voorstel, maximaal € 14.856, kunnen gedekt worden uit het incidentele budget voor huisvesting statushouders dat via de Kadernota 2024 ter beschikking is gesteld. Het budget is onderdeel van het taakveld Wonen en bouwen in programma Goed Wonen.
Vervolg De verwachting dat de taakstelling niet gehaald wordt, is ambtelijk proactief gemeld aan de toezichthouder. Delft heeft een goed ‘track-record’ en de provincie staat positief tegen over de inzet die Delft heeft op optimalisatie instroom in sociale huurwoningen, realisatie flexwoningen, verkenning woningdelen en de verrichte pilot beleggerswoningen. Op hoofdlijnen ziet de toezichtladder van de provincie er als volgt uit (indicatief het tijdpad): 1. Signaleren dat realisatie van de taakstelling achterblijft (is gebeurd op basis van peildatum 1-4-2024) 2. Informatie opvragen / toezichtgesprek /beoordeling (ambtelijk), gevolgd door verzoek om afspraken te maken via een te maken Verbeterplan (aangekondigd op basis van peildatum 1-7-2024) 3. Actief toezicht: aanleveren bestuurlijk vastgesteld Verbeterplan (2025) 4. Juridische vooraankondiging indeplaatsstelling (2025/2026) 5. Besluit tot indeplaatsstelling: laatste begunstigingstermijn (2026) 6. Sanctie en indeplaatsstelling: provincie realiseert de taakstelling op kosten van de gemeente (2026) Voor alle duidelijkheid: de interventieladder zal slechts doorlopen worden, indien door de gemeente Delft onvoldoende (tussentijds) wordt bijgestuurd. De provincie houdt er in haar beoordeling rekening mee als het COA onvoldoende kandidaten aan de gemeente zou koppelen.
De huisvesting van statushouders is blijvend onderwerp van gesprek met de Delftse corporaties en huurdersraden. Participatie Pagina 5 van 6
Niet van toepassing. Communicatie Niet actief communiceren, omdat ook veel andere gemeenten zich in een dergelijke situatie bevinden. Bijlage(n) Geen.
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☐ Niet van toepassing
☒ Nee
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie en toezegging als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
Maria Berger Loco-secretaris
Martina Huijsmans Loco-Burgemeester 12-09-2024
Pagina 6 van 6