2423336 Voorstel van het college aan de raad inzake Algemene Subsidieverordening gemeente Delft 2024
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsvoorstel Onderwerp
Algemene Subsidieverordening gemeente Delft 2024
Portefeuillehouder
Wethouder Gooijer
Voorstel ingediend door
Myrthe Stigter (mstigter@delft.nl), Monique Melchior (mmelchior@delft.nl)
Registratienummer
5872102
Datum
4 juni 2024
Concept-besluit(en) De raad: 1. besluit de Algemene Subsidieverordening gemeente Delft 2024 (met kenmerk: 5872100) vast te stellen conform bijgevoegd concept raadsbesluit.
Waarom nu? Vanaf 2025 wil de gemeente Delft de subsidiegelden transparanter, doelmatiger en rechtmatiger verstrekken. Subsidies voor het subsidiejaar 2025 moeten uiterlijk op 1 oktober 2024 worden aangevraagd indien het gaat om een (meer)jaarlijkse subsidie. Om aanvragers tijdig te kunnen informeren over de nieuwe subsidieverordening die van toepassing is op deze aanvragen, dient deze verordening in ieder geval voor het zomerreces vastgesteld en bekendgemaakt te worden, zodat deze met ingang van 1 september 2024 in werking kan treden. Het verzoek aan de raad is, om deze verordening te agenderen voor bespreking in de commissievergadering algemeen op 4 juli 2024, mede omdat de ASV het kader, de grondslag is voor de subsidieregeling. Deze moet tevens voor 1 oktober 2024 in werking treden. Inhoud Subsidies zijn een middel om gemeentelijke of wettelijke (beleids-)doelen te bereiken. De gemeenteraad stelt het beleid vast voor de verschillende doelen (bijvoorbeeld Cultuurkader 2021-2023, Evenementenbeleid, beleidskader Jeugdpreventie – Een Delftse (op)voedingsbodem). Daarnaast bepaalt de gemeenteraad het kader voor verstrekking van subsidies in de subsidieverordening.
Zo wordt in de ASV bijvoorbeeld geregeld wat de reikwijdte van de verordening is, welke bevoegdheden het college heeft met betrekking tot subsidieverstrekking, welke termijnen gelden bij het proces van subsidieverstrekking en welke verantwoordingsvereisten aan de subsidieontvangers worden gesteld. Binnen dat kader vindt in de subsidieregeling concrete uitwerking plaats zodat potentiële aanvragers bijvoorbeeld weten voor welke activiteiten ze subsidie kunnen aanvragen, onder welke voorwaarden en welke verplichtingen daarbij gelden. De gemeenteraad bepaalt dus de kaders en het college werkt aan de hand van die kaders de nadere criteria uit. De vaststelling van de subsidieregeling is een collegeverantwoordelijkheid. Dit door de raad te bepalen kader is uitgewerkt in de Algemene Subsidieverordening gemeente Delft 2024 (hierna: ASV), die hierbij ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. De ASV vormt tevens de wettelijke grondslag voor de subsidieregeling. Om deze reden is het van belang dat de ASV en de nieuwe subsidieregeling tegelijkertijd in werking kunnen treden. Nadat de ASV door de raad is vastgesteld, zal ook de nieuwe subsidieregeling ter besluitvorming aan het college voorgelegd worden. Na besluitvorming zal deze ter kennisname aan de raad worden gestuurd zoals ook conform toezegging T202220707.8.2.1.
Pagina 1 van 5
In aanvulling op de ASV stelt de raad nog een belangrijk kader bij de subsidieverstrekking vast, namelijk welke budgetten hiervoor beschikbaar zijn. Dit doet de raad op twee manieren: -
In de eerste plaats stelt de raad op de begroting de beschikbare budgetten per beleidsthema vast. Daarnaast zal het college de raad in de raadsbegroting voorstellen een aantal ‘begrotingspostsubsidies’ op te nemen.
Begrotingspostsubsidies zijn subsidies waarvoor de wettelijke grondslag niet in de ASV of subsidieregeling, maar in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht te vinden is. In dit artikel is bepaald dat een wettelijke grondslag niet nodig is als de begroting van het subsidieverstrekkende orgaan zowel de subsidieontvanger als het maximale subsidiebedrag vermeldt. Een begrotingspost kan de grondslag zijn voor een subsidie als de activiteit wordt uitgevoerd door één of een beperkt aantal subsidieontvangers. Er hoeft dan niet speciaal voor deze subsidieontvangers een subsidieregeling te worden vastgesteld. In Delft wordt een aantal subsidies verstrekt voor activiteiten waarvoor naar alle waarschijnlijkheid geen andere (potentiële) subsidieontvangers zijn. Om die reden zal worden voorgesteld om van deze subsidies begrotingspostsubsidies te maken. Doordat de raad in de begroting reeds de subsidieontvanger én het maximale bedrag van de subsidie bepaalt, staat het kader van subsidieverstrekking (zolang de subsidie wordt aangevraagd) hiermee vast. Wij zijn voornemens om in de nieuw door het college vast te stellen regeling de subsidiabele activiteiten duidelijker te omschrijven. Dit draagt bij aan een (nog) bewuster gebruik van subsidies. Tegelijkertijd weten subsidieontvangers beter waar zij aan toe zijn en kunnen zij gemakkelijker gelijk worden behandeld.
Ook hierbij geldt dat de door het college in de subsidieregeling te omschrijven subsidiabele activiteiten moeten passen binnen de reikwijdte van de door de raad vastgestelde ASV. Samenvattend is het doel van de ASV om de Delftse subsidiegelden vanaf het subsidiejaar 2025 transparanter, doelmatiger en rechtmatiger te verstrekken.
De grootste wijzigingen zijn de volgende: Bevoegdheden college - In artikel 3 zijn de bevoegdheden van het college opgesomd. Deze bevoegdheden had het college al en zijn nu expliciet vastgelegd in één artikel. Hiermee wordt in één oogopslag duidelijk wat de bevoegdheden van het college zijn. Subsidieplafond - In artikel 5, tweede lid, stond dat het college een subsidieplafond kan verlagen als het subsidieplafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd, of als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. Deze 'of'bepaling is gewijzigd in een 'en'-bepaling waardoor aan beide voorwaarden moet worden voldaan voordat het college een vastgesteld subsidieplafond kan verlagen. - In artikel 7 zijn de verdeelsleutels (wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebudget in het geval een subsidieplafond is vastgesteld) opgenomen. Deze verdeelsleutels werden eerder in de verschillende subsidieregelingen opgenomen, nu staan ze in de ASV. Indexatie - In artikel 8 is verduidelijkt dat de raad in beginsel niet alleen besluit of indexatie wordt toegepast op subsidies, maar ook wat de hoogte van die indexatie is.
In het tweede en derde lid zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen, omdat het niet altijd wenselijk is om de subsidie te indexeren. Bijvoorbeeld als het weerstandsvermogen van de subsidieontvanger gedurende de looptijd van een meerjarensubsidie dusdanig stijgt dat het te hoog wordt. Termijnen - In artikel 10 is de mogelijkheid om uitstel voor het indienen van een subsidieaanvraag te vragen expliciet opgenomen (dit is niet mogelijk in het geval een subsidieplafond is vastgesteld). In het vierde lid van dit artikel is opgenomen hoe wordt omgegaan met onvolledige aanvragen. Pagina 2 van 5
-
-
-
In artikel 11 is de 'harde' beslistermijn van 31 december voor subsidies die worden aangevraagd voor een kalenderjaar gewijzigd in een beslistermijn van dertien weken na de uiterlijke indieningsdatum. Dit is gedaan, zodat het in de uitvoering makkelijker wordt om de beslistermijn op te schorten. Voor subsidies die voor een andere periode dan een kalenderjaar worden aangevraagd is de beslistermijn acht weken, de termijn waarmee deze beslistermijn kan worden verlengd is gewijzigd van vier naar acht weken. In de praktijk bleek de verlenging met vier weken onvoldoende. In artikel 20 worden de aanvraagtermijnen voor de aanvraag tot vaststelling van subsidies van meer dan € 5.000,- genoemd. Dit was eerst geregeld in de artikelen over de verschillende verantwoordingsregimes. Om dit makkelijker vindbaar te maken is dit nu in één artikel opgenomen. In dit artikel is ook geregeld dat de subsidieontvanger het college éénmaal om uitstel kan verzoeken. In de artikelen 21, 22 en 23 is in het nieuwe tweede lid opgenomen dat bij subsidies voor projecten een projectverantwoording wordt aangeleverd in plaats van een jaarrekening van het afgelopen subsidietijdvak met toelichting.
Weigeringsgronden - In artikel 12 zijn de onderdelen g en h nieuw toegevoegd aan het derde lid. In onderdeel g wordt bepaald dat het college subsidie kan weigeren voor zover activiteiten of kosten al op een andere wijze worden gesubsidieerd of bekostigd. In onderdeel h wordt bepaald dat het college subsidie kan weigeren als de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn gestart voordat de subsidie is verleend. Voorschotten - In artikel 13 is bepaald hoe wordt omgegaan met voorschotten. Dit werd voorheen in de verschillende subsidieregelingen geregeld. Om hierin zoveel mogelijk één lijn te trekken is ervoor gekozen dit artikel naar de ASV te verplaatsen. Meerjarensubsidies. - In artikel 15 is een aanvullende verplichting voor meerjarensubsidies opgenomen. Om gedurende de looptijd van de subsidie zicht te houden op de activiteiten die worden uitgevoerd en de financiële gezondheid van de subsidieontvanger, wordt jaarlijks uiterlijk op 1 oktober verlangd dat de subsidieontvanger een activiteiten- of jaarplan voor het nieuwe kalenderjaar en de meest recente jaarrekening aanlevert.
- In artikel 16 is bepaald dat het college bij subsidies hoger dan € 75.000,- voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen de verplichting kan opnemen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten. - In artikel 25 wordt bepaald welk verantwoordingsregime van toepassing is op meerjarensubsidies. Dit is een nieuw artikel om hier duidelijkheid over te scheppen. Steekproef - In artikel 19 is de steekproef komen te vervallen, deze werd niet uitgevoerd en achteraf alsnog een (volledige) verantwoording indienen is voor de subsidieontvanger niet altijd mogelijk. Als alternatief is een nieuw tweede lid opgenomen (oude derde lid) waarin wordt bepaald dat het college bij verleningsbeschikking kan besluiten om bij een subsidie tot en met € 5.000,- alsnog verantwoording te vragen. Verantwoording - In de artikelen 22 en 23 is het vierde lid gewijzigd, zodat het college bij verleningsbeschikking gemotiveerd kan afwijken van de stukken die bij de aanvraag tot vaststelling moeten worden aangeleverd. Van deze mogelijkheid kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt als het college een specifieke uitkering ontvangt waarbij andere verantwoordingseisen gelden dan die van het college. Wat verandert er? De veranderingen ten opzichte van de huidige ASV zijn samengevat in de bijlage: wijzigingen ASV.
Pagina 3 van 5
Beleidskader In het coalitieakkoord 2022-2026 'Samen werken aan Delft' staat dat het college initiatieven in de stad kansen wil geven door mensen te wijzen op onder andere subsidies om deze initiatieven te ondersteunen. Waar nodig wordt het subsidiekader daarvoor aangepast. De Algemene wet bestuursrecht vormt samen met de ASV (en de door het college vast te stellen subsidieregeling) het wettelijk kader voor de subsidieverstrekking. Financiën n.v.t. Vervolg Nadat de verordening door de raad is vastgesteld, treedt deze, na bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad, met ingang van 1 september 2024 in werking. Hierdoor is de verordening met ingang van 1 september 2024 van toepassing op aanvragen om subsidie die bij het college worden ingediend. Participatie n.v.t.
Communicatie Nadat de verordening door de raad is vastgesteld, wordt deze gepubliceerd en bekendgemaakt in het elektronisch Gemeenteblad. Op de gemeentelijke website, met name de pagina's met betrekking tot subsidies, zal aandacht worden besteed aan de nieuwe verordening. Huidige subsidieontvangers zullen door accounthouders worden geïnformeerd over de nieuwe verordening. Bijlage(n) 1. 2.
Raadsbesluit Algemene Subsidieverordening gemeente Delft 2024; Wijzigingen ASV (was-wordt tabel)
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☒ Ja
☐ Nee
☐ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
Maria Berger Loco-secretaris Pagina 4 van 5
Frank van Vliet, van Loco-burgemeester
Pagina 5 van 5