2414182 Regionale Belasting Groep - Kadernota 2025
Tekst van het document
Kadernota 2025
Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 Postbus 923 3100 AX Schiedam www.derbg.nl
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
1
Inhoudsopgave
Inleiding
3
1. Organisatorische ontwikkelingen
4
2. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid
6
3. Ontwikkelingen met financiële consequenties
8
3.1. Ontwikkelingen verwerkt in de (meerjaren)begroting 2024-2028
8
3.2. Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2025-2029
9
3.3. Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2025-2029
11
4. Ontwikkelingen te bekostigen uit de (meerjaren) begroting
12
5. Financiële uitgangspunten
17
5.1. Kosten personeel, goederen en diensten
17
5.2. Bestaand financieel meerjarenperspectief 2024-2028 zonder wijzigingen
19
5.3. Bijdragen per deelnemer op basis van meerjarenperspectief 2025-2029.
20
6. Besluitvorming
21
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
2
Inleiding In deze kadernota staan de ontwikkelingen voor de komende jaren beschreven en worden de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2025 en het meerjarenperspectief van de RBG weergegeven. De komende jaren zullen we naast externe/wettelijke ontwikkelingen ook nadrukkelijk aandacht besteden aan ontwikkelingen die gericht zijn op de kwaliteit van onze gegevens, informatiebeveiliging, privacy en klantgerichtheid. Wij zullen ook in de komende jaren blijven sturen op procesoptimalisatie. Hierbij moet de focus blijven op het realiseren van een volledige en juiste belastingopbrengst met een tijdige en maatschappelijk verantwoorde incasso van de opgelegde aanslagen. Bezuinigingen mogen nooit ten koste gaan van dit in geld belangrijke proces van heffen en invorderen van belastingen voor onze deelnemers. Bij het opstellen van de begroting 2025 zullen ook de structurele voor- en nadelen uit de jaarrekening 2023 worden betrokken. De jaarrekening 2023 van de RBG is geagendeerd op de vergadering van het Algemeen Bestuur van 16 mei 2024. De ontwerpbegroting 2025 wordt conform de regels van de GR na bespreking in ons dagelijks bestuur van 23 mei 2024 toegestuurd naar alle deelnemers. De deelnemers kunnen een zienswijze indienen over de ontwerpbegroting. De vaststelling van de begroting 2025 is geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 13 september 2024.
Uiterlijk 15 september 2024 wordt de begroting ter beoordeling toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland. Overgang van BBVW naar BBV Tot en met 2024 volgt de RBG met goedkeuring van de provincie Zuid-Holland, voor de opmaak van de financiële stukken, de zogenaamde Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW). Dit omdat de oorsprong van de RBG bij twee waterschappen ligt. Met ingang van 2025 treedt een eind 2023 vastgestelde wijziging van het Waterschapsbesluit in werking. De RBG zal daarom met ingang van 2025 het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten gaan volgen. De ontwerpbegroting 2025 zal bij de zienswijzeprocedure bij onze deelnemers in 2024 nog worden opgemaakt volgens de regels van het BBVW. Hierdoor blijft aansluiting bestaan met de begroting 2024 en de jaarrekening 2023 en blijft ook een goede vergelijking tussen die jaren mogelijk. In december 2024 zal dan aan het Algemeen Bestuur een conversie begroting 2025 volgens de BBV worden aangeboden. Een gewijzigde begroting 2025 moet ook worden opgesteld als een nieuwe deelnemer met ingang van 2025 zal toetreden tot onze Gemeenschappelijke Regeling (GR). De gemeente Zuidplas heeft interesse om deel te gaan nemen in onze GR. (zie verder paragraaf 3.2)
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
3
1. Organisatorische ontwikkelingen Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument “De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen” vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van onze werkzaamheden. Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt. We zullen onze klanten altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel hebben over de dienstverlening van de RBG. We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd.
We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in vakkundige en bevlogen medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien en is gericht op toetreding van inliggende gemeenten binnen de beheersgebieden van onze 2 waterschappen. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er financieel voordeel te behalen. Groei is vanuit de grootte van de organisatie en robuustheid geen must. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten altijd een goede zaak. De totale uitvoeringskosten worden lager en het is voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen. Eind 2023 heeft de RBG met de gemeente Zuidplas een intentieverklaring getekend voor toetreding tot de GR RBG per 1 januari 2025. In de loop van 2024 zal onderzocht worden of toetreding wenselijk en mogelijk is. Een projectgroep onder leiding van een extern projectleider zal dit onderzoek uitvoeren.
Besluitvorming over de mogelijke toetreding zal plaatsvinden in het AB van 16 mei en 13 september 2024.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
4
We werken samen met andere belastingorganisaties om ook kosten gezamenlijk te dragen. Zo kunnen wij profiteren van (elders) ontwikkelde best practices. Tevens werken wij samen met onze gemeentelijke deelnemers bij het bepalen van de oppervlakte van woningen. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden zelf niet meer uitvoeren. De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten gebeurt kosteloos. Met de deelnemende gemeenten zijn hiervoor werkafspraken opgesteld.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
5
2. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten: Het kabinet Rutte III had aangegeven voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied te zijn, maar de besluitvorming hierover werd uiteindelijk naar een volgend kabinet doorgeschoven. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt. De financiering zal dus door een volgend kabinet moeten worden vormgegeven. Een mogelijkheid is dat gemeenten een ingezetenenbelasting en een ozb-gebruikersheffing op woningen invoeren, waardoor de belastingopbrengsten kunnen stijgen. Daartegenover zou dan een verlaging van de uitkering uit het Gemeentefonds en de inkomstenbelasting staan. Waterschappen: Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft na consultatie en advies Raad van State een wetsvoorstel voor wijziging van de Waterschapswet ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel beoogt een aantal knelpunten op lossen, te weten: • zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen; • watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging van woningen versus niet-woningen Het voorstel is in oktober 2023 besproken in de Kamercommissie I&W en zal naar verwachting in maart 2024 door de Tweede Kamer besproken worden. De Minister van I&W heeft aangegeven dat de regering het advies van de Unie van Waterschappen (UvW) om 1 januari 2026 als invoeringsdatum te nemen, heeft overgenomen. De voorbereidingen door de waterschappen en belastingsamenwerkingen moeten dus eind 2025 gereed zijn. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Kamer per brief geantwoord dat een WOZ-waarderingsuitzondering of ozb-vrijstelling voor bijvoorbeeld zonnepanelen of verduurzamingsmaatregelen op diverse problemen stuit en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief is. Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden. Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
6
Aanpassing Wet op de Lijkbezorging Het kabinet wil de Wet op de Lijkbezorging moderniseren. In 2021 is over het eerste wetsontwerp een internetconsultatie gehouden. Tot nu toe is echter nog geen wetsvoorstel ingediend. Op 2 januari 2024 heeft de Minister van BZK de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van het wetsvoorstel. De verwachting is dat het wetsvoorstel na wijziging in de eerste helft van 2024 opnieuw in consultatie wordt gebracht. De wijzigingen in de wet kunnen na invoering invloed hebben op de gemeentelijke leges voor lijkbezorging. Wetsvoorstel Versterking Waarborgfunctie Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) In januari 2023 is de pre-consultatie gestart voor het wetsvoorstel “Versterking waarborgfunctie AWB”. Het wetsvoorstel beoogt een meer “mensgerichte AWB” door de positie van de burger jegens de overheid te versterken. - De overheid wordt verplicht zich dienstbaar op te stellen; - de motiveringsplicht bij uitspraken op bezwaar- en beroepschriften wordt uitgebreid zodat besluiten begrijpelijker zijn voor de burger; - de hoorplicht wordt uitgebreid; - meer stimuleren van betalingsregelingen; - verlenging van de bezwaar- en beroepstermijn tot 13 weken; - meer ruimte voor verschoonbare overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn en - meer regels rondom “Passend contact met de Overheid”. Er loopt momenteel een pre-consultatie.
Daarna volgt nog de internetconsultatie en de wetgevingsfase. De invoering zal nog geruime tijd op zich laten wachten. Over deelonderwerpen zijn meerdere rapporten verschenen die de basis vormen voor het verder ontwikkelen van het wetsvoorstel dat later bij de Tweede Kamer zal worden ingediend.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
7
3. Ontwikkelingen met financiële consequenties Een aantal relevante ontwikkelingen voor de uitvoering van het takenpakket van de RBG zal de komende jaren gevolgen hebben voor de begroting van de RBG. 3.1.
Ontwikkelingen verwerkt in de (meerjaren)begroting 2024-2028
Huisvesting kantoor Schiedam Sinds mei 2014 beschikken wij met volle tevredenheid over ons kantoorpand in Schiedam. In de meerjarenbegroting 2024-2028 is rekening gehouden met het aflopen van de reserve huurcompensatie. Deze reserve is gevormd door ontvangen huurcompensatie bij het overnemen van het contract van de gemeente Schiedam. De laatste onttrekking bedraagt in 2024 € 62.100. Vanaf 2025 is geen huurcompensatie meer beschikbaar. Deze reeks was reeds verwerkt in de meerjarenbegroting 2024-2028. In het jaar 2029 is nog een verlenging mogelijk (optie) van de huurtermijn met 5 jaar van het (bestaande) contract. De huurovereenkomst van ons kantoor in Schiedam eindigt 31 mei 2034. Verdeling bijdrage kosten uitvoering WOZ en LV-WOZ over waterschappen. Alle waterschappen betalen net als het Rijk en de gemeenten een bijdrage in de kosten voor de uitvoering van de Wet WOZ voor de waardering van gebouwde objecten. De bijdrage van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard maakt onderdeel uit van de begroting van de RBG. Ten opzichte van de oorspronkelijk vastgestelde begrotingen 2022 en 2023 is de bijdrage van de twee waterschappen t/m het jaar 2025 officieel door het Rijk neerwaarts bijgesteld met ca € 1,1 miljoen. Vanaf 2026 was vooralsnog de hogere bijdrage (zonder korting) opgenomen in de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2028.
Het is nog steeds niet bekend of door het Rijk ook voor de jaren vanaf 2026 een korting wordt verleend. Daarom wordt de reeks uit de meerjarenbegroting 20242028 voorlopig ook gehandhaafd in de nieuwe meerjarenbegroting 2025-2029.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
8
3.2.
Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2025-2029
Toetreding gemeente Zuidplas tot GR RBG Eind 2023 heeft de RBG met de gemeente Zuidplas een intentieverklaring getekend voor toetreding tot de GR RBG per 1 januari 2025. In de loop van 2024 zal onderzocht worden of toetreding wenselijk en mogelijk is. Een projectgroep onder leiding van een extern projectleider zal dit onderzoek uitvoeren. Besluitvorming over de mogelijke toetreding zal plaatsvinden in 2024. Een wijziging van de begroting 2025 bij het toetreden van Zuidplas zal in de AB vergadering van 5 december 2024 worden voorgelegd. Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding Tegen een besluit op een verzoek om kwijtschelding is alleen administratief beroep bij de RBG mogelijk. In de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017 is bepaald dat tegen besluiten op verzoeken om kwijtschelding en uitstel van betaling voortaan de bezwaarprocedure van de AWB opengesteld wordt. Dit betekent dat tegen deze besluiten ook beroep, hoger beroep en cassatie bij de rechter mogelijk is. De invoering van deze bepaling is voorlopig wederom uitgesteld. Het Kabinet heeft besloten dat invoering voor de Rijksbelastingdienst per 2027 plaats zal vinden. Daarna vindt evaluatie plaats of invoering voor de lokale overheden ook gewenst is. Invoering voor lokale overheden zal dus tussen 2028 en 2030 plaats kunnen vinden.
Deze wijziging in de invorderingswet brengt - naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken – ook extra kosten van behandeling van bezwaar- en beroepschriften met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) waren in de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2028 verwerkt. In de meerjarenbegroting 2025-2029 zullen we met de uitgestelde invoering rekening houden. Dit betekent dat voor de jaren 2025 tot en met 2027 een verlaging van de geraamde kosten met € 300.000 zal plaats vinden. Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA) Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag is in het verleden veel niet goed gegaan. De Belastingdienst heeft daarbij de gevolgen voor en de impact op de betrokken ouders uit het oog verloren. Op 18 januari 2021 is door het Kabinet besloten dat de gedupeerden kwijtschelding krijgen van hun belasting-/toeslagenschulden. Ook aan de lagere overheden is verzocht te anticiperen op de Verzamelwet herstelwet toeslagen en te starten met de kwijtschelding van publieke schulden per 1 juli 2021. Inmiddels is de uitvoering van de KOTA door de lagere overheden vastgelegd in de Invorderingswet. Met de Belastingdienst vindt gegevensuitwisseling plaats met de RBG. Mogelijke gedupeerden konden zich officieel tot en met 2023 melden bij de Rijksbelastingdienst. Ook ex-partners en meerderjarig geworden kinderen konden zich melden.
De afwikkeling zal tot na 2025 door lopen. We zien ook dat gedupeerden in plaats van de rechtsmiddelen van de Algemene Wet Bestuursrecht, voor de weg kiezen van een civiele procedure voor de Rechtbank. Dit kan langdurige procedures tot gevolg hebben. De kwijtgescholden aanslagen worden, evenals de daarmee samenhangende uitvoeringskosten, vergoed door de Rijksoverheid. Voor de uitvoering van de werkzaamheden KOTA bij de RBG is een projectorganisatie ingevoerd. De uitvoering van deze werkzaamheden vindt plaats met eigen medewerkers van de RBG.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
9
De ontvangen vergoedingen van het Rijk voor de uitvoering van de KOTA bij de RBG worden door middel van een gemiddelde onttrekking aan de bestemmingsreserve jaarlijks ten gunste van de begroting gebracht. De ontvangen compensatie over het jaar 2023 zal aan de reserve worden toegevoegd na besluitvorming bij de vaststelling van de jaarrekening 2023. De gemiddelde onttrekking voor de jaren 2025-2029 (verhoging van de opbrengsten) zal dan met € 43.800 toenemen. Deze reeks zal worden opgenomen in de komende meerjarenbegroting 2025-2029 Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht Op 1 januari 2024 is het nieuwe artikel 30a wet WOZ in werking getreden. Doel van dit nieuwe artikel is het wegnemen of inperken van de prikkel om bezwaar of beroep in te dienen als verdienmodel voor NCNP-bureau’s. Inhoud wetswijziging Voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) bevat de wetswijziging m.b.t. de kosten van rechtsbijstand en immateriële schadevergoeding het volgende: - De via het puntensysteem vastgestelde vergoeding in de bezwaarfase wordt met 75% verlaagd. - De vergoeding in de fase van beroep, hoger beroep of cassatie wordt met 75% verlaagd als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd en met 90% in de overige gevallen (beroep op formele gronden i.p.v.
inhoudelijk); - De vergoeding voor immateriële schade wordt beperkt tot € 50 per half jaar (was € 500) - Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening die staat op naam van de belanghebbende zelf. Er kunnen in WOZ-procedures ook vergoedingen zijn waar deze wetgeving geen verandering in aanbrengt. Bijvoorbeeld de vergoeding voor de kosten van een taxatierapport dat bij het bezwaarschrift is ingediend. Die kosten worden dan vergoed op basis van een richtlijn die de gerechtshoven enkele jaren gelden hebben opgesteld. Artikel 30a wet WOZ geldt uitsluitend voor WOZ beschikkingen en uitspraken op bezwaar en beroep daartegen. Voor overige belastingen en heffingen blijft de situatie ongewijzigd. Een van de voorgenomen maatregelen is nog niet in wetgeving omgezet. Dit betreft het niet toekennen van een uitkering van proceskostenvergoeding ingeval de WOZ-waarde slechts licht wordt bijgesteld naar aanleiding van een procedure. De landsadvocaat concludeerde dat de voorgestelde maatregel juridisch zeer kwetsbaar is. Demissionair Staatssecretaris Van Rij zal deze maatregel vooralsnog niet uitwerken. Vanaf 2025 zal het effect van de maatregelen financieel merkbaar worden. De proceskosten voor ingeschakelde beroepsmatige bijstand zullen door de nieuwe wetgeving voor ons gaan dalen. Vooralsnog houden we rekening met een benodigd budget van € 100.000.
Een structurele daling van € 70.000. ten opzichte van de meerjarenbegroting 2024-2028. De werkelijke kosten in 2023 bedroegen overigens € 328.000 en zijn voor dat jaar gedeeltelijk gedekt uit de post onvoorzien.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
10
Opbrengst dwanginvordering Door de beperkende maatregelen in verband met corona (o.a. minder deurwaardersbezoek) en de verlaagde invorderingsrente (vanaf 23 maart 2020 van 4% naar 0,01%) was de opbrengst dwanginvordering in de jaren 2020-2022 fors gedaald. De invorderingsrente is fasegewijs verhoogd tot het oude niveau. Dit begon op 1 juli 2022 en vervolgens is de rente respectievelijk op 1 januari 2023 verhoogd naar 2%, op 1 juli 2023 naar 3% en per 1 januari 2024 naar 4%. De kosten van vervolging zijn met ingang van 1 januari 2024 ook verhoogd tot de volgende bedragen: Aanmaning
€ 8 (of € 18 indien >€ 454)
€ 9 (of € 19 indien >€454)
Dwangbevel minimaal
€ 46*
€ 49*
Hernieuwd bevel
€ 18
€ 19
* plus € 4 voor iedere € 45 boven € 45. Wij komen bij de opstelling van de begroting 2025 met een actuele raming van de opbrengst dwanginvordering en zullen hierbij de gerealiseerde opbrengst vanuit de jaarrekening 2023 betrekken. In deze kadernota wordt in het meerjarenperspectief 2025-2029 rekening gehouden met een verhoging van de geraamde opbrengst met € 250.000 als gevolg van de verhoogde kosten van vervolging. 3.3.
Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2025-2029
Invoeren kosteloze betalingsherinnering Binnen het maatschappelijk verantwoord invorderen wordt de facto al met een vorm van kosteloze herinneringen gewerkt door intensief persoonlijk contact te zoeken met klanten en niet direct een aanmaning te sturen. De RBG stuurde tot en met 2012 kosteloze betalingsherinneringen. Vanaf 2013 is dat na een besluit van ons bestuur gestopt omdat veel klanten de betaling van de aanslag uitstelden tot na de ontvangst van de herinnering. De betalingstermijn voor belastingen is bij de RBG twee maanden. Bij automatische incasso is het ook mogelijk in (maximaal) 10 termijnen te betalen. Op 18 oktober 2022 is door de Tweede Kamer een motie aangenomen voor het sturen van een kosteloze betalingsherinnering door de overheidsinstanties. Deze motie is nog niet in wetgeving omgezet en het is niet bekend op welke termijn dit zal gebeuren. In 2024 zal de wenselijkheid en mogelijkheden van kosteloze betalingsherinneringen bij de RBG worden bezien en hoe dat het best kan worden vormgegeven. De toepassing van de kosteloze herinnering zal overigens naast een toename van de uitvoeringskosten ook kunnen leiden tot een daling van de opbrengst van de invorderingskosten. Koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort.
De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving. Dit is nog niet gerealiseerd Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
11
(compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. De koepelvrijstelling wordt vooralsnog gedoogd.
4. Ontwikkelingen te bekostigen uit de (meerjaren) begroting Algemeen De RBG is een organisatie die continu bezig is om efficiency te realiseren. Procesoptimalisatie is een onderwerp waar nadrukkelijk op gestuurd wordt. We zijn ook met onze leveranciers op zoek naar nieuwe methoden en technieken die onze uitvoering kan verbeteren. Zo worden diverse nieuwe activiteiten uitgevoerd, zonder dat wij daarvoor extra budget vragen. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden geraamd. Tegengaan Problematisch Schulden (TPS) Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij/zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn/haar schulden, of waarin hij/zij heeft opgehouden te betalen. Eén op de tien huishoudens heeft schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft in juli 2018 wetsaanpassingen aangekondigd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. Eind 2023 is het tweede project TPS bij de RBG afgerond.
Het project heeft inzicht gegeven dat klanten met meerdere onbetaalde belastingaanslagen vrijwel altijd in een problematische schuldpositie zitten. De oorzaken hiervan zijn divers en vereisen een individuele en soms ook intensieve aanpak. Net als bij het eerste project TPS is de gerichte aandacht voor deze specifieke groep van klanten zeer effectief gebleken. De werkzaamheden uit het project zijn per 1 januari 2024 ondergebracht in de reguliere invorderingswerkzaamheden van de RBG. Om dit binnen de RBG te borgen is een team speciaal beheer ingericht. Cruciaal is om met deze klanten in contact te komen en te blijven. Met huisbezoeken is het mogelijk om schuldbegeleiding te geven, vertrouwen te creëren en afspraken te maken die leiden tot schuldafname (reële betalingsafspraak i.c.m. de betalingscapaciteit). Veelal blijft het niet bij één contact, de begeleiding moet herhaaldelijk plaatsvinden om de betaalafspraken na te komen. In contact blijven met lokale organisaties die inwoners met financiële problemen begeleiden is ook belangrijk. Integrale aanpak van deze problematiek is de sleutel tot een totaaloplossing. Vroegsignalering met lokale organisaties Verdere samenwerking en informatie-uitwisseling met lokale organisaties is bepalend voor succes op termijn.
Momenteel is er echter voor de RBG geen wettelijke grondslag om zonder uitdrukkelijke toestemming van klanten tot vroegsignalering van betalingsachterstanden richting gemeenten over te gaan. Er loopt landelijk een pilot bij een aantal hiertoe aangewezen lokale overheden en samenwerkingsverbanden om vanuit de lokale belastingen tot vroegsignalering over te gaan zonder toestemming van de klant. De RBG neemt niet deel aan deze pilot. De pilot loopt tot eind 2025, waarna deze geëvalueerd zal worden en mogelijk tot brede invoering besloten zal worden. De RBG werkt wel samen met verschillende maatschappelijke organisaties in ons beheersgebied. In 2024 is de RBG gestart met het houden van “spreekuren” op geselecteerde locaties in Den Haag, Delft, Vlaardingen en Schiedam. Daarbij moet gedacht worden aan wijkcentra, bibliotheken, kerken, voedselbanken enz. Hiermee willen we een laagdrempelige contactmogelijkheid voor onze klanten bieden, alsmede vrijwilligers ter plaatse motiveren en instrueren contact met ons op te nemen voor klanten met hulpvragen.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
12
Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en bedrijven belangrijker. De RBG zal zijn digitale weerbaarheid op peil houden. De RBG maakt qua beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en de diensten van haar leveranciers. Op dit onderdeel werken we ook samen met andere belastingkantoren. De Europese Unie heeft in 2023 de richting NIS-2 afgegeven met betrekking tot informatieveiligheid. NIS2 zijn Europese richtlijnen op het gebied van risico’s in netwerk- en informatiesystemen, zoals cyberbeveiligingsrisico’s. De komst van de richtlijn moet bijdragen aan meer Europese harmonisatie en een hoger niveau van cybersecurity. De Nederlandse regering moet deze richtlijn omzetten in nationale wet- en regelgeving. In Nederland (incl. de RBG) maken we gebruik van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). De verwachting is dat NIS2 wordt geïmplementeerd door aanpassing van de BIO. De impact voor de RBG zal beperkt zijn, aangezien de BIO al vergevorderde maatregelen heeft op het gebied van risicobeheersing en beveiliging. WOZ uitvoering De WOZ uitvoering staat de komende jaren voor een aantal veranderingen.
Onderdeel daarvan zijn onder meer de ontwikkeling van een nieuw verantwoordingsdocument, een nieuw model taxatieverslag en de inzet van AI en robotisering. Verantwoordingsdocument Een verantwoordingsdocument geeft de klant op transparante wijze inzicht in en uitleg over de manier waarop WOZ-taxaties tot stand zijn gekomen in de gemeente waarvoor de RBG de WOZtaxaties verzorgt. Het verantwoordingsdocument van de RBG is inmiddels gereed en vanaf medio februari 2024 beschikbaar op de website van de RBG. Nieuw model taxatieverslag Momenteel loopt een pilot bij een aantal gemeenten met een gemoderniseerde versie van het taxatieverslag. De landelijke invoering van dit model wordt in 2025 verwacht door aanpassing van de wet WOZ. Doel is om de klant op transparante en begrijpelijke wijze informatie te bieden over de vastgestelde WOZ waarde, onder meer door gebruik van geo-informatie, statistische modellen en meer afbeeldingen. Inzet AI en robotisering WOZ De inzet van AI en robotisering neemt toe. Dit geldt ook voor het vaststellen van de WOZ waarde en voor het geautomatiseerd beoordelen van bezwaarschriften tegen die WOZ waarde. Hierbij blijft de “menselijke blik” belangrijk, maar door de inzet van AI en robotisering kan de beschikbare taxatiecapaciteit beter worden ingezet voor complexe zaken.
Hiermee verandert de aard van het werk en dit vraagt om een investering in de vakbekwaamheid van de medewerkers. Het werken met en finetunen van op AI-technieken gebaseerde systemen voor marktanalyse en modelmatige waardebepaling vereist kennis en vaardigheden.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
13
Taxatiekamer voor WOZ-zaken. Demissionair Staatssecretaris Van Rij overweegt de instelling van een separate taxatiekamer voor WOZ zaken bij de rechtelijke macht. De Raad voor de Rechtspraak wil eerst de effecten afwachten van de nieuwe wetgeving over de proceskosten op de werkbelasting van de rechtspraak. Mocht daaruit blijken dat er niet langer een groot aantal zaken aanhangig wordt gemaakt, dan wordt het instellen van een taxatiekamer niet van toegevoegde waarde beschouwd. Van Rij zal de Raad voor de rechtspraak vragen dit de komende tijd te monitoren. Samenhangende objectregistraties (SOR) Het stelsel van basisadministraties is nog niet compleet. De komst van de Samenhangende objectenregistratie (SOR) bundelt de belangen van veel partijen. De SOR is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) kunnen opgaan in de SOR. Er zijn momenteel geen nieuwe ontwikkelingen op dit gebied.
De oorzaken hiervan zijn dat gemeenten geen financiële middelen van het Rijk krijgen voor de implementatie van de SOR en het ontbreken van een goede afstemstructuur. De RBG werkt samen met de BAG afdelingen van Delft, Vlaardingen en Schiedam om onze basisgegevens actueel te houden. Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn altijd klantgericht. Omdat onze klantgegevens op orde zijn met betrouwbare data, kunnen onze klanten goed worden bediend. We verdiepen ons in de klant en betrekken hem proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij voorop. We moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zetten in op online gebruikersgemak voor onze klant. Onze website is een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Wij blijven ons innoveren op basis van de klantbehoefte. Verdere ontwikkelingen zullen we uit eigen middelen bekostigen. Onze website voldoet aan de eisen van de Europese verordening inzake “Single Digital Gateway”. Heldere overheidscommunicatie Het Rijk wil dat overheden duidelijke en begrijpelijke teksten schrijven. Het doel hiervan is dat meer mensen kunnen meedoen en weten wat er van ze verwacht wordt. De landelijke campagne Direct Duidelijk van Het Ministerie van BiZa en de Taalunie ondersteunt overheidsorganisaties bij het verbeteren van hun communicatie.
Overheidsorganisatie kunnen de Direct Duidelijk Deal ondertekenen. Hiermee verklaart een organisatie serieus met het onderwerp aan de slag te gaan en stapsgewijs te transformeren naar een overheidsorganisatie die duidelijk en begrijpelijk communiceert. De RBG heeft in 2023 deze Direct Duidelijk Deal ondertekend. Onze medewerkers hebben eind 2023 een training gevolgd om op taalniveau B1 te schrijven. De RBG heeft de app “Klinkende taal” aangeschaft om het gebruik van dit taalniveau te ondersteunen. De RBG past de communicatie met de klanten hierop aan door op taalniveau B1 te gaan schrijven (brieven, e-mails, de website, brochures en invorderingsstukken).
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
14
Wijziging Invorderingswet Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. De betalingsvordering vindt plaats per brief en hoeft dus niet door de deurwaarder betekend te worden. Daarnaast is de vordering voor de klant kosteloos (afgezien van de kosten die de bank hiervoor aan de klant in rekening brengt). De betalingsvordering wordt na een succesvolle pilot tussen banken en enkele lokale overheden sinds medio 2023 door de RBG toegepast. Omdat een beslagvrije voet van toepassing is, wordt hier selectief gebruik van gemaakt in specifieke situaties om onnodige betalingsvorderingen te voorkomen. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslag leggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke - en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet.
Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. Voor de RBG zal inzage in het Beslagregister als voordeel hebben dat meer zinvolle beslagen gelegd worden, doordat vooraf ingezien kan worden of (en zo ja hoeveel) andere schuldeisers al eerder beslag gelegd hebben. In het eerste kwartaal van 2024 zal van betrokken organisaties (o.a. UvW en VNG bestuurlijke instemming met het wetsvoorstel worden gevraagd om dit verder te ontwikkelen. Het is nog niet bekend wanneer de wet van kracht wordt. Kwijtschelding De implementatie van Kwijtschelding 3.0 staat in de planning van het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de klant zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de klant zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Hiervoor zijn (automatiserings-)aanpassingen in het proces noodzakelijk. De verwachting is dat Kwijtschelding 3.0 eind 2024 in productie wordt genomen.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
15
Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief (ongevraagd) openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob. Het wetsartikel in de Woo dat per categorie aangeeft welke gegevens verplicht actief openbaar moeten worden gemaakt is nog niet in werking getreden. Dit zal op een nog te bepalen moment en in fasen middels koninklijke besluiten gebeuren. Het gaat daarbij om de volgende categorieën: 1. Wet- en regelgeving; 2. Organisatiegegevens; 3. Vergaderstukken en verslagen; 4. Bestuursstukken; 5. Stukken van adviescolleges; 6. Convenanten; 7. Jaarplannen en -verslagen; 8. Wob/Woo-verzoeken; 9. Onderzoeken; 10. Beschikkingen; 11. Klachten. De RBG maakt de informatiecategorieën 1, 2, 3, 4, 7, 8 en 11 reeds (actief) openbaar (3 en 4 alleen voor zover het betreft de agenda, stukken en verslagen van het AB.
De informatiecategorieën 4 (bestuursstukken DB), 6 (convenanten), 9 (onderzoeken) en 10 (beschikkingen) zullen openbaar gemaakt worden na het Koninklijk Besluit. Categorie 5 (Stukken van adviescolleges) is voor de RBG niet van toepassing, aangezien in de (concept) GR RBG geen adviescolleges ingesteld worden. Omgevingswet De Omgevingswet is in werking getreden op 1 januari 2024. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZ-waarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat controlewerkzaamheden zullen toenemen. Door private kwaliteitsborging zijn voor ons minder gegevens beschikbaar vanuit gemeenten. Dit betekent dat wij deze gegevens op andere wijze moeten verzamelen. De RBG werkt onder meer met luchtfotovergelijk op basis van AI waarmee de vergunningsvrije bouwwerken in beeld komen en de WOZ en BAG administratie actueel blijft.
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
16
5.Financiële uitgangspunten voor de jaren 2025 - 2029 5.1.
Kosten personeel, goederen en diensten
Personeelskosten Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2024-2028 was als stelpost gerekend met een stijging van de (eigen) personeelskosten van 2,5% per jaar (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever). De nieuwe CAO voor de waterschappen, die van toepassing is op het personeel van de RBG, is ingegaan per 1 januari 2024 met een looptijd van één jaar en behelst de volgende loonstijgingen: • •
alle basissalarissen worden met € 25,= bruto per maand verhoogd loonstijgingen: o per 1-1-2024 +3% o per 1-7-2024 +2%
Gemiddeld op jaarbasis betekent dit een verhoging van 5,95%. In de vastgestelde begroting 2024 was meerjarig gerekend met een loonkostenstijging van 2,5% en bedroeg de post personele lasten € 9.385.400. Rekening houdend met de CAO-verhoging voor 2024 van 5,95% worden de personele lasten geraamd op € 9.701.300. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2024 betekent dit een geraamde stijging van de jaarlijkse salariskosten en premies van € 315.900. De lonen stijgen nog steeds en de inflatie blijft hoog. Voor het jaar 2025 hanteren we een stijging van 4,9% volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit is dus een inschatting voor het jaar 2025 (MEV2024). In de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2028 jaarschijf 2025 was gerekend met een bedrag voor personele lasten van € 9.620.000. Met de doorberekening van 4,9% loonstijging wordt voor 2025 een bedrag geraamd van € 10.176.600 voor personele lasten (een verhoging van € 556.600). Voor de jaren vanaf 2026 calculeren we in de meerjarenbegroting 2025-2029 vooralsnog het gebruikelijke jaarlijkse stijgingspercentage van 2,5%. Goederen en diensten (Materiële kosten) De indexering is een algemeen vertrekpunt voor de ramingen van de deelnemersbijdrage aan de GR. De indexering is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2024 (MEV 2024) van september 2023 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers.
De afgelopen jaren heeft de RBG een prijsindexcijfer gehanteerd van - 2022 1,6% - 2023 1,9% - 2024 2,6% De werkelijke en actueel geraamde prijsindexcijfers volgens de MEV zijn als volgt: - 2022 10,0% - 2023 3,9% - 2024 3,8% - 2025 2,6%
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
17
De hogere verschillen in de prijsindexaties van de begrotingen 2022, 2023 en 2024 zullen we niet (met terugwerkende kracht) gaan bijstellen. We denken daarmee ook tegemoet te komen aan het verzoek van gemeenten om rekening te houden met het dreigende gat vanaf 2026 in haar financiering door het Rijk. Voor 2025 en verder houden we de prijsinflatie op 2,6% (gelijk aan de nationale consumentenprijsindex). Dit percentage was ook verwerkt in de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2028. Formele begrotingswijziging 2024 De nieuwe CAO 2024, de aanpassing van de tarieven kosten vervolging, het uitstel van de beroepsprocedure kwijtschelding en de ontvangen vergoeding (van het Rijk) voor de uitvoering van de KOTA (zie ook paragraaf 3.2) hebben ook invloed op de begroting 2024. Op basis van de genoemde financiële consequenties in paragraaf 3.2 en 5.1. daalt de deelnemersbijdrage met een totaal bedrag van € 277.900. Daarom zal in het AB van 16 mei 2024 ook een formele wijziging van de begroting 2024 worden geagendeerd. Deze wijziging zal dan ook met een zienswijzeprocedure bij de deelnemers worden geagendeerd. Het laatste door ons algemeen bestuur vastgestelde meerjarenperspectief 2024-2028 vormt de basis voor het opstellen van de begroting 2025. Op de volgende bladzijde is dit overzicht terug te vinden
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
18
5.2.
Bestaand financieel meerjarenperspectief 2024-2028 zonder wijzigingen
Meerjarenperspectief RBG 2024-2028 Lasten
bedragen in €
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
Personeel & Organisatie Loonkosten
9.385.400
9.620.035
9.860.536
10.107.049
10.359.726
Reiskostenvergoeding
202.300
207.358
212.541
217.855
223.301
Opleidingen
209.800
215.255
220.851
226.594
232.485
Personeel van derden
857.300
879.590
902.459
925.923
949.997
Subtotaal
10.654.800 10.922.237 11.196.388 11.477.421 11.765.509
Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk
251.400
257.936
264.643
271.523
278.583
Onderhoud derden
1.310.200
1.344.265
1.379.216
1.415.076
1.451.868
Portokosten
513.400
526.748
540.444
554.495
568.912
Huur-, service- en facilitaire kosten
823.900
845.321
867.300
889.850
912.986
Kantoorautomatisering en telefonie
765.900
785.813
806.245
827.207
848.714
WOZ-kosten
1.274.700
1.307.842
2.257.746
2.316.447
2.376.675
Bankkosten
569.400
584.204
599.394
614.978
630.967
Gegevensverstrekking
607.600
623.398
639.606
656.236
673.298
Overige diensten incl. klanteninformatie
1.413.500
1.270.251
1.303.278
1.337.163
1.371.929
Subtotaal
7.530.000
7.545.780
8.657.870
8.882.975
9.113.932
Onvoorzien
550.000
550.000
550.000
550.000
550.000
Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
Toevoeging aan reserve bedrijfsvoering
100.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Toevoeging reserve matching invordering
550.000
550.000
550.000
550.000
550.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
2.100.000
Onvoorzien
Subtotaal Totaal exploitatielasten
20.284.800 20.568.017 21.954.258 22.460.396 22.979.441
Rente en afschrijving Kwijtschelding HHD en HHSK
350.000
Totaal lasten
350.000
350.000
350.000
350.000
20.634.800 20.918.017 22.304.258 22.810.396 23.329.441
Bijdrage van deelnemers
16.424.600
16.769.917
18.156.158
18.662.296
19.356.641
Opbrengst vervolging
3.950.000
3.950.000
3.950.000
3.950.000
3.950.000
Onttrekking aan reserve huurcompensatie
62.100
Onttrekking aan reserve implementatie waard.systeem Onttrekking aan reserve problematische schulden Onttrekking aan reserve kinderopvangtoeslagaffaire
175.300
175.300
175.300
175.300
Financiële baten
22.800
22.800
22.800
22.800
Totaal baten RBG Saldo programma
22.800
20.634.800 20.918.017 22.304.258 22.810.396 23.329.441 0
0
0
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
0
19
0
De in deze kadernota genoemde wijzigingen in paragraaf 3.2 en 5.1 zullen in de op te stellen meerjarenbegroting 2025-2029 worden opgenomen. Hieronder een overzicht van de in deze kaderbrief genoemde mutaties. Kaderbrief 2025 Kosten Totaal exploitatielasten meerjarenpersectief 2024-2028
2024 2025 2026 2027 2028 € 20.634.800 € 20.918.017 € 22.304.258 € 22.810.396 € 23.329.441
Geraamde wijzigingen CAO Wijzigingen 2024 +5,9; index 2025 € + 4,9% 315.900 en 2026 € ev 556.629 + 2,5% Beroepsprocedure kwijtschelding
€
Proceskosten
€
Invorderingsopbrengst * toename opbrengst door tarief
€
vrijval uitvoeringskosten KOTA Totaal mutaties 2024-2028
570.544
€
584.808
€
599.878
€
-300.000
€
-300.000
€
-70.000
€
-70.000
€
-70.000
€
-70.000
-250.000
€
-250.000
€
-250.000
€
-250.000
€
-250.000
€
-43.800
€
-43.800
€
-43.800
€
-43.800
€
-277.900
€
-107.171
€
-93.256
€
221.008
€
279.878
-300.000 -
Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSc hieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Sc hiedam
5.3.
€
2024 16.425
2025 16.770
2026 18.156
2027 18.662
2028 19.357
7.585 3.792 2.102 1.472 1.474 16.425
7.744 3.872 2.146 1.503 1.505 16.770
8.578 4.289 2.202 1.542 1.545 18.156
8.817 4.409 2.264 1.585 1.588 18.662
9.145 4.573 2.348 1.644 1.647 19.357
Bijdragen per deelnemer op basis van het bestaande meerjarenperspectief 2024-2028 (vastgestelde begroting 2024)
Voor de jaren 2024-2026 wordt een daling van de bijdragen geraamd. De op de vorige pagina’s geraamde wijzigingen leiden tot de volgende mutaties op de deelnemersbijdragen. Baten Bijdragen van deelnemers meerjarenpersectief 2024-2028
2024 2025 2026 2027 2028 € 16.424.600 € 16.769.917 € 18.156.158 € 18.662.296 € 19.356.641
Geraamde mutaties totaal
€
Totaal bijdragen deelnemers
€ 16.146.700 € 16.662.746 € 18.062.902 € 18.883.304 € 19.636.519
-277.900 €
-107.171 €
-93.256 €
221.008 €
279.878
De gewijzigde bijdragen per deelnemer (zie onderstaande reeks) zullen in de begroting 2025 en de meerjarenbegroting 2025-2029 worden opgenomen. Bijdragen deelnemers wordt HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam
2024 7.454 3.727 2.068 1.448 1.450 16.147
2025 7.692 3.846 2.134 1.495 1.496 16.663
2026
2027
8.534 4.267 2.191 1.534 1.537 18.063
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
8.922 4.461 2.290 1.604 1.606 18.883
20
2028 9.278 4.639 2.382 1.668 1.670 19.637
6. Besluitvorming Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep d.d. 21 maart 2024. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,
voorzitter,
(was getekend)
(was getekend)
H.B. Sigmond
drs. A.J.B. van der Klugt
Kadernota Regionale Belasting Groep 2025
21