2410125 Belangenverenigingen De Oude en De Nieuwe Delf en Zuidpoort -beleidsregels Parkeernormen Delft 2023
Tekst van het document
Belangenverenigingen De Oude en De Nieuwe Delf en Zuidpoort Gemeente Delft t.a.v. College van B&W Postbus 78 2600 ME DELFT
Met afschrift aan de gemeenteraad van Delft. Delft, 5 maart 2024 Kenmerk: beleidsregels Parkeernormen Delft 2023. Geacht College, Op 25 januari jl. zijn de beleidsregels Parkeernormen Delft 2023 vastgesteld. Deze beleidsregel legt parkeeroplossingen vast voor auto- en fietsparkeren & laden en lossen bij bouwontwikkelingen. Wij zijn ons ervan bewust dat deze beleidsregel gericht is op toekomstige bouwontwikkelingen. En dus op zich niet ziet op de huidige discussie rondom het beleidsvoornemen ‘uitbreiding autolow – plus’ in het zuidwestelijk deel van de binnenstad. Echter deze beleidsregels hebben naar onze mening wel degelijk bredere consequenties. Voordat we daarop ingaan vatten wij onze bezwaren tegen de voorgenomen uitbreiding autoluwplusgebied samen:
✓ ✓ ✓
✓ ✓
Er ontbreekt een integrale visie (inclusief verkeerscirculatieplan) op de ontwikkeling van de binnenstad; Het is onduidelijk welke kwaliteitsimpuls de gemeente nastreeft met het uitbreiden van het autoluw-plusgebied én voor wie; De parkeergarages beschikken over onvoldoende restcapaciteit om alle huidige vergunninghouders in het beoogde uitbreidingsgebied van een parkeerplaats in de garages te verzekeren. Ook voor de bezoekers van de binnenstad is er straks onvoldoende parkeerplek in de garages; De loopafstanden van en naar de parkeergarages zijn voor veel bewoners/bezoekers te ver; Delfts Doen! wordt niet in de praktijk gebracht. De plannen lijken in beton gegoten. Er wordt onvoldoende geluisterd en gesproken met bewoners en bedrijven over de plannen.
1. Consequenties van de nieuwe parkeernormen voor de binnenstad van Delft. De regeling voor bouwontwikkeling heeft indirect een negatief effect op de mogelijkheden tot hoogwaardige projectontwikkeling in de binnenstad en op de beschikbaarheid van parkeerplaatsen in de garages.
In hoofdstuk 3.3.3. ‘autoparkeernormen gelden als een minimum en maximum’ staat het volgende:
Waartoe leidt dit voorstel in de toekomst als het volledige zuidwestelijk deel van de binnenstad ook behoort tot het autoluw-plusgebied? We nemen de Gasthuisplaats als voorbeeld. Een projectontwikkelaar die dit deel van de binnenstad wil ontwikkelen ná invoering autoluwplus, zal tot de conclusie komen dat toekomstige bewoners géén parkeervergunning op straat kunnen krijgen én dat het zelfs niet mogelijk is om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Dat betekent: a. dat hoogwaardige binnenstedelijke ontwikkeling in autoluw-plusgebied (in toekomst dus héle binnenstad) onmogelijk wordt. Immers de toekomstige doelgroep kan met dit beleid alleen bestaan uit bewoners zonder auto. Van praktisch tot theoretisch geschoold: er zijn altijd bewoners die een auto nodig hebben (vanwege werk en/of persoonlijke omstandigheden). Als we de binnenstad aantrekkelijk willen houden voor een brede en inclusieve doelgroep, moet de overheid de juiste randvoorwaarden scheppen. Dat gebeurt nu niet met deze regeling. b. De afwijkingsmogelijkheid die wordt genoemd betreft het inzetten van private autoparkeerplaatsen. Indien hiermee ook wordt gedoeld op openbare parkeergarages, betekent dit een nog grotere aanslag op de beschikbare parkeerplaatsen in de parkeergarages.
Zoals bekend, zijn wij ervan overtuigd dat er nu al onvoldoende ruimte is in de parkeergarages om de huidige bewoners ( van het voorziene uitbreidingsgebied autoluw-plus) en bezoekers een parkeerplek te kunnen garanderen. Óf is het de bedoeling dat deze bewoners ook geen abonnement voor parkeergarage kunnen aanschaffen? Zie dan punt a. 2. Parkeerplaatsen binnen maximaal acceptabel loopafstanden De maximale loopafstanden voor een autobezitter naar een parkeerplaats (onderverdeeld naar wonen, werken en overig) worden in hoofdstuk 6.1.1. voor de binnenstad vastgesteld op 800 meter. Voor de rest van de stad is de maximale loopafstand voor wonen volgens deze beleidsregel 400 meter. Voor de andere doeleinden varieert deze tussen maximaal 200-800 meter. In de regeling verwijst u voor parkeernormen naar het CROW1 en licht toe waar wordt afgeweken. Wat u niet benoemt is dat u met deze beleidsregel fors afwijkt van de normen voor ‘acceptabele loopafstanden uit het CROW-Kpvv rapport ‘inzicht in acceptabele loopafstanden’ uit 2021. In hoofdstuk 4.2 van dit rapport wordt aangegeven dat de acceptabele loopafstand van huis naar geparkeerde auto 100-200 meter (0-2 minuten) is. Ook in de discussie over autoluw plus hanteert de gemeente Delft de norm van maximaal 800 meter als ‘acceptabele loopafstand’.
Deze norm wordt door de gemeente dus breder toegepast dan alleen bij nieuwe bouwontwikkelingen. Een loopafstand die 4-8 keer zo hoog - als door een gerenommeerde kennisinstelling als CROW-Kpvv – als acceptabel wordt geacht!
1 Het CROW-KpVV ontwikkelt, verspreidt en borgt collectieve kennis voor de decentrale overheden op het gebied van
mobiliteit. Het gaat om kennis die fundamenteel ondersteunt bij de beleidsontwikkeling en -uitvoering.
Hierbij wijzen we ook op figuur 7 uit dit zelfde rapport dat aangeeft dat de fysieke conditie van voetgangers de belangrijkste invloedsfactor is op maximaal acceptabele loopafstand. Zoals vaker door ons aangegeven, wonen er gelukkig nog veel bewoners op leeftijd zelfstandig in de binnenstad van Delft. Voor hen is de beschikbaarheid van een auto in de nabijheid van hun woning een belangrijke voorwaarde om in hun huis in de binnenstad te kunnen blijven wonen.
Verder willen wij u wijzen op de volgende tabel van VEXPAN2 die betrekking heeft op bezoekers van de winkelgebieden. Vexpan concludeert ‘Naarmate een bezoeker langer in het winkelgebied verblijft neemt ook de acceptatie van grotere loopafstanden toe. De tijdsduur die wordt besteed aan het afleggen van de afstand naar de bestemming (winkelgebied of doelgericht bezochte winkel) moet in verhouding staan tot de totale verblijftijd, en mag daar niet een te groot deel van uitmaken. De maximaal acceptabele loopafstand voor winkelen ligt tussen de 350- 450 meter bij een bezoek van 3 uur. Voor veel bezoekers is de Prinsenhofgarage dus geen aanvaardbaar alternatief voor de Zuidpoortgarage.
2 Vexpan is het Platform Parkeren Nederland, opgericht op 18 april 1986. Adviesbureaus, bouwbedrijven, dienstverleners
op parkeergebied, exploitanten, gemeenten, installatiebedrijven, leveranciers van parkeerapparatuur, projectontwikkelaars en alle andere bij de parkeersector betrokken partijen vinden elkaar binnen Vexpan.
3. Fietsparkeren bij bouwontwikkeling Ten aanzien van fietsparkeren zijn er twee punten in de regeling die vragen oproepen. a. Waar voor bewoners met een auto 800 meter als maximale acceptabele loopafstand geldt, is dit voor de bewoners met een fiets slechts maximaal 75 meter (en bij werk / overig maximaal 200 meter). Wat zijn de overwegingen van de gemeente bij het besluit dat een maximale loopafstand voor een automobilist acceptabel is die ruim 10x zo hoog ligt als de loopafstand voor een fietser? b. De extra fietsennietjes op straat worden gepresenteerd als tijdelijk, maar noodzakelijk voor het fietsparkeerprobleem. Meer structurele oplossingen volgen later. De maximale 75-meter grens maakt het echter moeilijk om een structurele oplossing te realiseren. Verder maakt deze grens het onmogelijk om bezoekers (met enige dwang) te verleiden hun fiets in een bewaakte fietsenstalling of de fietsenstallingen bij het station te zetten. c. Voor nieuwe woningen < 50m2 wordt geen verplichte inpandige fietsenstalling geëist. Het fietsparkeerprobleem, bij het splitsing van woningen naar zelfstandige appartementen < 50m2, wordt zo afgewenteld op de openbare ruimte. Een gemiste kans om dit instrument te benutten! Onze vragen: 1. Wanneer komt een integrale visie, inclusief verkeerscirculatieplan, voor de binnenstad van Delft beschikbaar? 2.
Bent u bereid besluiten gericht die zich richten op - in ieder geval - verkeerscirculatie en parkeren in de binnenstad aan te houden, zodat deze kunnen worden getoetst aan deze integrale visie? Zo nee, waarom niet? 3. Graag ontvangen wij een inhoudelijke reactie op de hier bovengenoemde punten. Wij zijn, zoals altijd, nog steeds bereid op constructieve wijze mee te denken bij het opstellen van deze integrale visie.
Met vriendelijke groeten, namens de Belangenvereniging De Oude en De Nieuwe Delf,
R. Stikkelman, voorzitter
Belangenvereniging Zuidpoort,
D. van Seters, vice-voorzitter