2346740 Stadsbouwmeester - verslag november 2023
Tekst van het document
Aan
Gemeenteraad Delft Commissie R&V Van
Tako Postma Afschrift aan
Verslag Onderwerp
15 november 2023 verslag stadsbouwmeester nov. 2023
Opsteller
T.P. Postma
Datum
Bijlage
Beste leden van de raad, In dit verslag deel ik graag een aantal observaties aan de hand van de onderwerpen waaraan ik afgelopen maand mijn tijd heb besteed. Woonvisie In het kader van de Woonvisie 2023-28 heb ik een reflectie met u gedeeld vanuit mijn vakgebied en de samenhang in de projecten. Daarover zijn inmiddels een aantal gesprekken en publicaties geweest, deels samen met prof Boelhouwer. Bij Pointer (Radio1) ben ik ook gevraagd door te praten over onder andere studentenhuisvesting. Inmiddels lijkt ook in Delft vertraging in een aantal projecten op te gaan treden, vanuit onzekerheid voor beleggers en hoge bouwkosten. Daarom wordt gewerkt aan een lokale “bouwtafel” en daar is een bijdrage van de stadsbouwmeester vanzelfsprekend. Een eerste werksessie met Delftse partners in de woningbouw is gepland, om te inventariseren of partijen elkaar op creatieve wijze kunnen aanvullen of ondersteunen. In mijn bijdragen blijf ik benadrukken dat het belangrijk is om aan gemeenschappen te bouwen. Het is urgent om meer betaalbare woningen beschikbaar te krijgen, maar als dit alleen een aantallendiscussie wordt, dan bouwen we de problemen van de toekomst. Er is behoefte aan meer buurtgevoel, zo blijkt bijvoorbeeld ook uit het “buurtpaspoort Multatulibuurt”. Dat kan bevorderd worden vanuit buurthuizen, maar ook door de vormgeving van buurten te verbeteren.
Klein, door preciezer te inventariseren waar mensen zich onveilig voelen, maar ook groter: door bijvoorbeeld te zorgen dat er meer woningen uitkijken op de openbare ruimte (“ogen op straat”). Of door ruimte voor gezamenlijkheid te organiseren waar daar enthousiasme voor is. Dat zou ook kunnen leiden tot specifieke vormen van ouderenhuisvesting, juist in buurten waar (zoals in de Multatulibuurt) veel vraag is, maar te weinig aanbod. Mijn pleidooi is veel creatiever te zoeken naar ruimte in buurten, juist voor de woningbehoefte uit de buurt zelf, door bijvoorbeeld op te toppen of “rest”-ruimte te gebruiken. De vraag is dan wel of er in de gemeentelijke organisatie ruimte is voor dergelijke initiatieven, of dat
die kunnen worden gekoppeld aan andere projecten. Het voelt als een gemiste kans om problemen die in een breed onderzoek worden gesignaleerd niet op te pakken. Samenleven
Ik maak vaak gebruik van deze foto. De Debussystraat zal destijds vast niet gekozen zijn vanwege de architectonische hoogstandjes. Maar toch was het er toen blijkbaar heel fijn wonen. Zou het een goed idee zijn om een dergelijke verkiezing weer te organiseren, specifiek gericht op sociale samenhang? Waar voelen mensen zich (ook buiten de binnenstad) veilig en onderdeel van een diverse gemeenschap? Met als prijs een bijdrage voor bijv. een buurt barbecue? Ik hoor graag van de raad of het een goed idee is en of u daar een rol ziet voor de stadsbouwmeester. Tegelijkertijd komt daarmee de vraag naar prioriteiten naar boven. Tien jaar geleden is de vernieuwing van Poptahof gestopt vanwege een financiële crisis. Inmiddels lijkt Nederland in een volgende crisis beland en is de woonkwaliteit en leefbaarheid in Poptahof Noord nog zeker niet verbeterd. Kiezen gemeente en corporatie dan scherp genoeg? Gelukkig wordt nu weer gewerkt aan nieuwbouw rond De Reiger. Maar mijn pleidooi is om tegelijkertijd een nieuwe visie te maken voor de vervolgfases. Wat kunnen we gezamenlijk doen om processen te versnellen en verbeteringen meer stapsgewijs te gaan doorvoeren? Mijn handen jeuken om eraan mee te werken. Architectuur café Gelukkig wordt er in Nieuw Delft stevig doorgebouwd en zijn/worden er weer nieuwe plandelen gestart.
Daarover zijn in oktober en november Architectuur cafés georganiseerd met Delft Design, met steeds meer belangstelling. Ze zijn voor iedereen gratis toegankelijk.
Adaptieve Mobiliteitsagenda Op uw agenda voor de komende maanden staat de mobiliteitsagenda voor de komende jaren. Met de keuzes daarin worden goede stappen gezet naar samenhang in de stad. Wat mij betreft is er wel een belangrijke opmerking te maken bij de uitvoering hiervan. Het MPD zet de voetganger en op 1, maar in de uitwerking van de plannen zien we toch nog steeds een nadruk op de doorstroming van met name autoverkeer en in mindere mate ook de fiets - in de veronderstelling dat de veiligheid voor de voetganger daarmee vanzelf toeneemt. Mijn pleidooi is om bij veel van deze plannen eerder een ontwerper te betrekken die de ruimte voor de voetganger (met of zonder fysieke beperkingen) als basis voor zijn/haar vormgeving neemt. Daarmee ontstaan andere eindbeelden en kunnen we gezamenlijk bepalen in welke stappen die kunnen worden bereikt. (Ruimte in de Binnenstad wordt bijvoorbeeld ook benaderd als autoluw maken – maar eigenlijk zou dit natuurlijk voetgangervriendelijk moeten zijn. Zou het proces vanuit die vraag niet anders hebben kunnen lopen?). Ontwerpers in opdracht van de stad Wat mij betreft wordt de keuze voor die ontwerpers ook bepaald in samenspraak met de stad. Dat is bijvoorbeeld bij de “Tuin van Delft” heel succesvol gebleken, maar heeft helaas weinig navolging gekregen.
Mijn stelling: het levert betere processen op als we de ontwerper stimuleren om meer ruimte aan participatie te geven. Bij een goede meervoudige selectie van ontwerpers kan dat - door al aan de voorkant verschillende benaderingen met alle doelgroepen te bespreken. Dat is voor niemand bedreigend, want iedereen begrijpt dat er vakmanschap en heldere kaders nodig zijn. Ervaringsdeskundigen betrekken in plannen Daarnaast pleit ik voor het bespreken van de programma’s van eisen en de plannen ivoor de openbare ruimte met een comité van ervaringsdeskundigen, zoals blinden, doven en rolstoelgebruikers, ook om toegankelijkheid eerder en beter te bespreken. Dat zou goed kunnen in een commissie die breed samengesteld is, van erfgoed, hulpdiensten tot fietsersbond en vertegenwoordigers van bijvoorbeeld blinden en rolstoelgebruikers. Veel gemeenten hebben zo’n commissie, in Delft worden de plannen toch vooral technisch beoordeeld (dat moet natuurlijk ook). TU-campus Ik mocht een bijeenkomst bijwonen van de bouwmeesters die zijn aangesteld door de TU en de adviescommissie omgevingskwaliteit (AOK) van de gemeente. Die hebben verschillende opdrachtgevers en belangen.
Hoe werk je dan zo goed mogelijk samen om kwaliteit voor de toekomstige gebruikers te bereiken? En welke toekomstbeelden hebben we voor ogen als we nu naar (vaak lang lopende) plannen kijken? Hoe wordt de campus een vanzelfsprekend onderdeel van de stad? Is de bestaande kwaliteit (veel monumenten!) van de campus ook voldoende geborgd? Veel vragen, die alleen in samenhang goed kunnen beantwoord. Het is goed dat het gesprek daarover serieus wordt genomen. Station Delft Campus De gebiedsvisie Station Delft Campus is u al eerder toegezegd. Het spijt me te moeten constateren dat hier wat extra tijd voor nodig is, omdat zowel het kwaliteitsteam Schieoevers als ik vragen hebben gesteld bij met name de visie op de toekomstige functie van dit gebied. Er moet nadrukkelijker worden overwogen wat de functie van dit station in de stad in de toekomst kan zijn en hoe de ontwikkelingen van gebouwen en openbare ruimte daaraan kunnen bijdragen. Dat gaat zowel over de functie als mobiliteits-knoop als andere programma’s, zoals bijvoorbeeld onderwijs en cultuur (die typisch passen bij een levendig stationsgebied).
Op korte termijn, door middel van “placemaking” (tijdelijke functies) en ingrepen in voet- en fietsroutes; Op de middellange termijn met de ontwikkelingen van Noordkavel en De Strip, Maar ook op de hele lange termijn, met kansen die zich voordoen vanuit de centrale ligging in de regio en tussen TU, Schieoevers en de Delftse wijken.
In dat kader is de vestiging van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten kavels in de Strip goed nieuws, omdat die de gemeente meer ruimte geeft om de invulling van dat terrein te beïnvloedden. Kop van de Buitenhof Bij het project Kop van de Buitenhof ben ik (op enige afstand) langer betrokken geweest. Komende maanden staat de grondexploitatie op de agenda van de raad. Er is ook een stedenbouwkundig plan met beeldkwaliteit plan in voorbereiding. Ik heb aangeboden samen met de projectgroep een technische of beeldvormende avond te organiseren, zodat inhoud en financiën in samenhang kunnen worden toegelicht. Bestemmingsplannen Op de agenda van de raad staan twee kleine aanpassingen in bestemmingsplannen (de Hoven; Transformatorstation Kruithuisweg). Deze zijn na een zorgvuldige afweging tot stand gekomen en hebben geen negatieve invloed op de samenhang in de stad. Het transformator-station is niet ideaal en er is vanuit omwonenden ook commentaar op, maar dat zou overal zijn – naar mijn mening is dit dan ook “de minst slechte” plek. Overigens is dit een voorbeeld dat laat zien dat de stad nog voor een enorme opgave staat, want er zullen voor de energietransitie nog een veelvoud van grote en kleine technische gebouwen moeten worden ingepast.
Met vriendelijke groet, Tako Postma Stadsbouwmeester
Ter informatie: Publieke optredens 29 sept Staat van Delft (debat toegankelijkheid) 5 okt Bijeenkomst Toegankelijkheid met grote diverse groep uit de stad
Okt/nov 26 okt 7 nov 12 nov 13 nov 16 Nov
TU: Voorhof User centered sustainability studio (modereren) Delft MAAKT ruimte Meet-up Pointer (KRO/NCRV) over wonen Interview Radio 1 Pointer Inleiding college stedenbouw in Delft voor stedenbouw project Bachelor TU Delft BK3ON3 Technische sessie (gemeenteraad) voortgang Schieoevers
22 nov
Voorzitter stembureau Kristal
Zie ook Instagram @stadsbouwmeester_delft