CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2333443 Delfts Overleg BewonersBelangenorganisaties (DOBB) - zienswijze op woonvisie

Commissie Sociaal Domein en Wonen 30 november 2023, gemeente DelftBij agendapunt: 2341552 Voorstel van het college aan de raad inzake Goed wonen in Delft, Woonvisie 2023 - 20283.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van burgemeester en wethouders Samenleving Advies, t.a.v. N. de Leeuw Postbus 78 2600 ME Del via de mail: samenleving@del .nl met afschri aan de raad

Del , 17 augustus 2023

Geacht college, Op 7 juli hee u de Woonvisie 2023 – 2028 voor inspraak vrijgegeven. Sinds november 2022 hebben Del se bewonersbelangenorganisa es structureel onderling overleg over zaken rond wonen, het Del s Overleg Bewoners Belangenorganisa es. Aanleiding voor dit overleg was het proces op weg naar de Woonvisie. Op 21 december hebben we u een brief gestuurd met verzoek om betrokkenheid. N.a.v. daarvan hee een gesprek plaatsgevonden en zijn in juni twee bewonersavonden georganiseerd, waar inwoners van de stad input konden leveren voor de Woonvisie. In de tussen jd publiceerde u de Beleidslijnen voor de Woonvisie. Vanuit DOBB hebben we daar op 9 mei 2023 op gereageerd. We constateren wel veel jdsdruk in het totstandkomingsproces, en dat is ons inziens jammer omdat lang niet alle waardevolle input zo een plek hee kunnen krijgen. Ook de terinzagelegging in de zomer is een ongelukkige keuze. Toch hebben we met veel interesse de inspraak versie van de Woonvisie gelezen. Wij onderschrijven de ambi e gebiedsgericht te gaan werken, met meer gemeentelijke regie, de – in absolute zin – beoogde toename van de goedkopere woningvoorraad, en de realisa e van een fors aantal studentenwoningen als inhaalslag primair op de campus zodat de druk op de bestaande voorraad kan afnemen. Wel zijn er voor ons zorgpunten. In het onderstaande geven we deze op hoofdlijnen weer.

Proces Voordat we op de inhoud ingaan, een korte opmerking over het proces, wat immers ook de aanleiding is voor onze samenwerking als bewonersbelangenorganisa es binnen DOBB. We waarderen uw inspanning en die van uw ambtenaren om n.a.v. onze oproep in december bewoners beter te betrekken. We zijn blij met de aangekondigde betere betrokkenheid in de uitvoeringsfase, bij een wijkgericht woonbeleid en de oprich ng van een Del s Woonpla orm (p 32). We zijn blij met de conclusie “De bijeenkomsten die we organiseerden als onderdeel van het totstandkomingsproces van deze woonvisie smaken naar meer” (p 3). Dat vinden wij ook. We hopen wel dat de gemeente bij de besluitvorming de belangen goed afweegt. Deze passage verrast ons: “De gemeente vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van Del , maar in het bijzonder het belang van de toekoms ge inwoners van de stad en groepen woningzoekenden die niet of minder georganiseerd zijn of een stem hebben” (p 32). Vanzelfsprekend is dat een belang dat meegewogen moet worden, maar het kan niet zijn dat dit ‘in het bijzonder’ door de gemeente wordt 1

vertegenwoordigd. Ook bewonersorganisa es komen op voor de belangen van bewoners in het algemeen, dus ook minder georganiseerde of toekoms ge bewoners. Wijkgericht woonbeleid kan en mag geen top‐down beleid zijn. Dit vraagt om aanpassing van de Woonvisie: “De gemeente vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van Del op gelijkwaardige wijze, ook het belang van de toekoms ge inwoners van de stad en groepen woningzoekenden die niet of minder georganiseerd zijn of geen stem hebben”. Uitsplitsing bouwprogramma: voor welke doelgroep wordt gebouwd en welk woonconcept hoort daarbij We pleiten er ook voor om in de Woonvisie kwan ta ef aan te geven voor welke doelgroepen het beoogde bouwprogramma bedoeld is en waarom. Nu is wel een uitsplitsing opgenomen naar prijssegment en naar woningtype, maar niet naar doelgroep (behalve de doelgroep studenten). Daarmee gee de ontwerp Woonvisie nu bijvoorbeeld geen rich ng aan de vraag hoeveel seniorenwoningen er de komende jaren binnen het bouwprogramma gerealiseerd moeten worden, iets wat in het Coali eakkoord Samen werken aan Del (p 13) nadrukkelijk werd aangekondigd, “Voor ouderen zorgen we voor doorstroming, door goede begeleiding en het toevoegen van gevarieerd aanbod in de stad. In de Woonvisie leggen we afspraken vast over de aantallen”.

De ontwerp woonvisie gee ook geen rich ng aan de vraag naar welke woonconcepten er binnen de betreffende doelgroepen vraag is. Deze uitsplitsing is ook van belang om in de uitvoering de juiste prioriteiten te stellen voor welke doelgroepen er gebouwd gaat worden en aan welke woonconcepten behoe e is. Juist nu de gemeente aangee dat er sprake is van woningnood onder alle doelgroepen én meer regie te willen nemen, is een heldere taakstelling ook buiten het sociale segment belangrijk. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, door per doelgroep een indica e van het bouwprogramma (incl. woonconcept) op te nemen. Ook bouwen voor gezinnen Onder het kopje ‘Wespentaille blij ’ stelt de ontwerp Woonvisie: “De bevolkingsopbouw van Del laat zich op dit moment karakteriseren als een ‘wespentaille’ (minder gezinnen dan jongere en oudere mensen), gezinnen vinden vaak een geschikte woonplek in de regio. Hoewel we dit graag anders zouden zien, ze en we minder dan in de eerdere jaren in op het realiseren van rela ef grotere, duurdere (grondgebonden) woningen (in huur of koop), om meer gezinnen te trekken en te binden. De aandacht verleggen we naar het toevoegen van woningen voor lokale starters/ jongeren en kwetsbare groepen en ouderen op de woningmarkt” (p 8). Verderop staat dan weer: “We vergeten de woningbehoe e van de ‘gevorderde’ gezinnen en de (toekoms ge) ouderen niet.

Deze huishoudens wonen al in Del en zullen waarschijnlijk niet meer vertrekken. We hebben de ambi e om een aanzienlijk gedeelte van onze bouwproduc e voor deze (doel)groepen te realiseren” (p 9). Deze uitspraken lijken tegenstrijdig: voor wie wil de Woonvisie nu gaan bouwen? Risico is dat de wespentaille niet alleen zal blijven bestaan, maar nog smaller zal worden. Dit is slecht voor de stad. Gezinnen wonen veelal langer in de stad, veel zullen uiteindelijk overgaan in de groep ouderen; zij zorgen voor de con nuïteit en sociale cohesie. De aandacht verleggen naar het toevoegen van woningen voor jongeren, kwetsbare groepen en ouderen lijkt (op korte termijn gezien) wel heel sociaal, maar is dit in het perspec ef van een gezonde toekomst voor de stad echter niet. Dit vraagt om eenduidig maken van de Woonvisie, en aangeven dat gezinnen nadrukkelijk een doelgroep blijven binnen het bouwprogramma, gegeven de bevolkingsopbouw van Del .

2

Het is opvallend dat het woord ‘kinderen’ maar een keer voorkomt in de ontwerp woonvisie; bij de uitwerking per wijk in Voordijkshoorn. We pleiten er voor om – binnen de beperkingen die er zijn qua ruimte – te blijven mikken op woonconcepten waardoor we deze doelgroep wel aan de stad kunnen blijven binden en aan woonmilieus die aantrekkelijk zijn voor deze doelgroep. Stadswoningen in stedelijke dichtheden aantrekkelijk maken voor gezinnen met kinderen, is prima mogelijk, maar vraagt een toegespitst woonmilieu. Dit vraagt om aanpassing van de Woonvisie door meer aandacht aan kinderen en voor kinderen geschikte woonmilieus te geven; dat geldt overigens ook voor de bestaande bouw. Kwan ta eve onderbouwing Woonvisie: betrek de wijk We missen een analyse van het woningtekort onder de verschillende doelgroepen: hoe lang zijn de wachtlijsten voor sociale woningen/betaalbare huur en koopsegmenten, hoeveel ouderen willen verhuizen naar een levensloopbestendige woning, hoeveel gezinnen zoeken een geschikte woning, etc.

De ontwerp woonvisie stelt “De (kwalita eve) invulling van de nieuwbouwopgave en eventuele tussendoelen bepalen we opgavegericht op basis van de gesloten regionale woningmarktafspraken, bestaand lokaal beleid en periodiek woningbehoe eonderzoek.” (p 5) Hoofdstuk 8 van de Woonvisie zal ons inziens mede in gesprek met de wijken verder uitgewerkt moeten worden, en is nu te top‐down opgeschreven. De tabel op p 31 is onduidelijk en lijkt te suggereren dat in alle wijken voor alle doelgroepen extra woningen moeten worden gerealiseerd, al is dat dan soms ‘beneden gemiddeld aantrekkelijk’. Voor wie dat dan aantrekkelijk is, is niet duidelijk. Bijvoorbeeld: de Wippolder is ‘beneden gemiddeld aantrekkelijk’ voor de doelgroep studenten. Deze doelgroep zelf denkt daar geheel anders over, gegeven de groei van verkamerde panden en eenkamerappartementen in Wippolder de afgelopen vij ien jaar – een groei die nog steeds deels illegaal doorgaat. Kortom: wiens perspec ef is gekozen in deze tabel? Dat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie. We pleiten er dan ook voor de opgave niet alleen top‐down te bepalen, maar bij de uitwerking op wijkniveau meer aandacht te geven aan de woonbehoe en in de wijk zelf, door poten ële doelgroepen ac ef te betrekken en zo ook echt wijkgericht woonbeleid te krijgen. Twee voorbeelden: 

om doorstroming op gang te krijgen naar seniorenwoningen, is het van belang de senioren uit de wijk te betrekken bij de nieuw te bouwen seniorenwoningen en woonconcepten om de kans op doorstroming te vergroten; het doel “Meer inwoners zelfstandig te huisvesten” ‐ hierbij noemt de ontwerp visie als bijkomend voordeel dat de impact die onzelfstandig wonenden soms hebben op de lee aarheid – terug te kunnen brengen zal ons inziens ook op wijkniveau bekeken moeten worden. In de reguliere woonwijken zijn we het hier mee eens, en zien we graag afname van het aantal onzelfstandige woningen. Maar er is wel vraag naar, met name onder studenten. Ons inziens ligt het daarom op de TU campus wel voor de hand juist ook onzelfstandige woonruimte te realiseren. Dat kan ook helpen te voorkomen dat de vraag hiernaar toch in de bestaande voorraad in de rest van de stad wordt opgevangen.

Dat vraagt om een toelich ng in de Woonvisie over het te volgen proces om op wijkniveau nadrukkelijk ook doelgroepen te betrekken.

3

Snel bouwen, maar ook zorgvuldig De ontwerp woonvisie stelt: “Het is vooral zaak dat de nieuwbouw van de grond komt en zeker niet s lvalt in de huidige complexe jden met s kstofruimte tekorten, prijss jgingen, toenemende immigra e, beperkte uitvoeringscapaciteit, et cetera). Kort samengevat is het doel om zoveel als mogelijk plannen – vooral die in de jd nabij liggen – van een zachte planstatus naar een harde planstatus te brengen. Dit in onderlinge samenwerking (lokale bouwtafels, met intensieve monitoring).” (p 10) Bij de voorgestane spoed is het van groot belang dat de plannen ook goed afgestemd worden met omwonenden. Dat is veel meer dan alleen kijken in de Omgevingsvisie, zoals deze zin lijkt te suggereren: “We maken steeds een bewuste afwegingen en beslissingen over de kwaliteit van het wonen en de leefomgeving. Het hanteren van de Omgevingsvisie, waarborgt deze wens” (p 24). De Omgevingsvisie is immers een ‘hoog‐over’ document, met weinig waarborgen. We vinden dat omwonenden zelf moeten kunnen par ciperen. De randvoorwaarden t.a.v. de lee aarheid die door bewoners op wijk‐ en projectniveau worden geformuleerd, dienen belangrijke input te zijn voor het maken van planuitvoeringskaders. Dat houdt niet alleen wijken lee aar, maar voorkomt ook procedurele vertraging omdat omwonenden in bezwaar/beroep gaan.

Dat vraagt om aanpassing en verduidelijking in de Woonvisie, gericht op het ac ef aan de voorkant betrekken van bewoners op wijk‐ en projectniveau. Hierbij hee de gemeente een regierol die niet overgelaten kan worden aan de ontwikkelaar. Betaalbaarheid hoog op de agenda “Een hogere produc esnelheid gaat boven de realisa e van sociale huur” (p 11) en daarom gee de ontwerp Woonvisie aan er niet voor te kiezen om bestaande plannen/ harde overeenkomsten open te breken. In algemene zin vinden we dit een te rigide uitgangspunt, en we pleiten er voor dit per plan te bekijken – om te voorkomen dat de realisa e van nieuwe sociale huurwoningen de komende jaren niet of onvoldoende zal plaatsvinden. Anders wordt het uitgangspunt “Inze en en bijsturen op betaalbare woningen” (p 3) de eerste jaren onvoldoende ingevuld. We missen in dit verband in de bijlage de combina etabel van de eerste en derde tabel: planvoorraad naar prijssegment en planstatus. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, door deze tabel toe te voegen zodat duidelijk is welk prijssegment al in harde plannen zit en welk nog niet. We onderschrijven het beleid om “extra zuinig (te zijn) op de bestaande woningvoorraad van de woningcorpora es” (p8), en bij eventuele verdere on rekking een‐op‐een te compenseren.

Allereerst vinden we dat alleen heel sterke argumenten grond kunnen zijn voor verdere liberalisa e, al helemaal bij rela ef grote sociale huurwoningen (omdat deze schaars zijn en niet snel meer nieuw en betaalbaar kunnen worden gerealiseerd in het sociale segment). We willen hier verder aan toevoegen dat die compensa e niet overal in de stad plaats moet kunnen vinden, maar – in wijken waar de sociale voorraad rela ef klein is – de compensa e ook in de betreffende wijk zelf plaatsvindt. Ook mag het voorgenomen nieuwbouwprogramma van 1050 sociale huurwoningen niet gebruikt worden voor compensa e. Dat vraagt om detaillering in de Woonvisie, gericht op meer waarborgen rond behoud van de bestaande voorraad. Hoewel de ontwerp Woonvisie inzet op een toename van het aantal sociale huurwoningen, zien we in rela eve zin het aandeel in de voorraad afnemen, zoals in tabel 1 is weergegeven:

4

sociale voorraad totale voorraad % sociaal

2022 16450 45900 35,8%

2032 17500 50900 34,4%

Tabel 1: Ontwikkeling van de voorraad, exclusief studentenwoningen (bron p 7 ontwerp Woonvisie)

Zorgwekkend is de verwachte afname van de par culiere sociale voorraad van 1300 woningen in de periode tot 2030 (zie p 8). Als deze afname daadwerkelijk plaatsvindt is er niet meer sprake van een ne o toename van sociale huurwoningen met 1050 woningen, en komt het aandeel in de voorraad onder het beoogde 1/3 deel, zie tabel 2.

sociale voorraad totale voorraad % sociaal

2022 16450 45900 35,8%

2032 16200 50900 31,8%

Tabel 2: Ontwikkeling van de voorraad, exclusief studentenwoningen uitgaande van de verwachte afname van de par culiere sociale voorraad (bron p 7 en p 8 ontwerp Woonvisie)

We missen een kwan ta eve analyse van deze par culiere sociale voorraad in Del in de Woonvisie; en een onderbouwing van de verwachte afname. Zi en de niet‐DAEB woningen die nog sociaal worden verhuurd hierbij? Of tellen die nu nog mee met de sociale voorraad van corpora es? Is veel in handen van enkele eigenaren? Als deze voorraad inderdaad met 1300 woningen afneemt, is het gevolg ons inziens niet acceptabel, omdat juist een toename van het aantal sociale huurwoningen in Del noodzakelijk is – zie ook de wachtlijsten. Een van de doelen uit het Coali eakkoord ‘Samen werken aan Del ’ wordt daarmee niet behaald: “In 2040 is een derde van de hele woningvoorraad in Del sociale huur. We willen niet onder dit percentage komen.” (p 13) In de Woonvisie staat dat de gemeente in gesprek gaat met grote par culiere verhuurders voor behoud en eventuele uitbreiding van de bestaande sociale par culiere huurvoorraad. Dit juichen we dan ook toe. Maar de Woonvisie gee ook aan “We houden er rekening mee dat al deze woningen verdwijnen in de periode t/m 2030” (p 8). Onduidelijk is welke ac e om het beoogde doel te bereiken het college voornemens is te ondernemen, indien het gesprek met de par culiere verhuurders niet leidt minimaal het behoud van de bestaande voorraad.

Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie: de Woonvisie moet aangeven welke ac e wordt ondernomen, indien het niet lukt de sociale par culiere voorraad te behouden. Een bijzondere categorie woningen zijn de wel met overheidssteun gebouwde woningen, die eerder het stempel niet‐DAEB gekregen hebben en dus door de corpora e uit het sociale segment gehaald kunnen worden, als die gelegenheid zich voordoet. Bij “We vragen de woningcorpora es een maximale bijdrage aan de Woonvisie te leveren” (p 32), verzoeken we u ook met de corpora es het gesprek aan te gaan om te bekijken in hoeverre deze niet‐DAEB maar wel met overheidssteun gebouwde woningen weer aan de sociale voorraad kunnen worden toegevoegd, als deze inmiddels boven de liberalisa egrens worden verhuurd en anders behouden kunnen blijven in de sociale voorraad. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, met als doel om met corpora es in gesprek te gaan of verdere uitbreiding/behoud van het sociale segment mogelijk is door de niet‐DAEB woningen hiervoor in te ze en. Verduurzaming meer dan energie In hoofdstuk 6 (p 20), Verduurzamen bestaande voorraad; ‘natuurlijk duurzaam’, is de focus vooral 5

energie, met name als het gaat om de bestaande voorraad. De visie mist ambi es als het gaat om vergroening van de woonmilieus en de leefomgeving en andere maatregelen op het terrein van klimaatadapta e – relevant om mee te wegen in het beoogde verdich ngsprogramma, omdat dir rechtstreeks ten koste kan gaan van groen en omdat meer huishoudens per hectare ook extra groen rechtvaardigt. Dat vraagt om verdere detaillering van de Woonvisie, gericht op specificering van woonmilieus op het terrein van groen en klimaatadapta e. De norm moet zijn om de hoeveelheid groen per inwoner tenminste gelijk te houden. Lee aarheid in bestaande wijken We ondersteunen van harte dat wordt voorgesteld vol in te blijven ze en op behoud van de schaarse woningvoorraad, met maatregelen tegen verkamering en woningvorming (de ontwerp woonvisie spreekt hier bij vergissing over ‘splitsen’ (p 16)) en de opkoopbescherming. We benadrukken dat niet alleen schaarste, maar ook de lee aarheid van wijken een argument kan zijn voor deze interven e. Mocht in een bepaald gebied of bepaald segment er minder sprake zijn van schaarste, dan betekent dat niet dat genoemde maatregelen niet alsnog nodig kunnen zijn vanuit de lee aarheid van de wijk. De nieuwe Huisves ngswet die 27 juni door de TK is aangenomen biedt straks de mogelijkheid op basis van lee aarheid deze maatregelen te con nueren.

We pleiten ervoor dat de Woonvisie dit benoemt, om die mogelijkheid nadrukkelijk open te houden. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, en lee aarheid expliciet te benoemen als aanleiding om te kunnen sturen in de samenstelling van de woningvoorraad. Er zijn buurten waar de lee aarheid momenteel al fors is aangetast door verkamering; we zien met name in de par culiere huurmarkt verhuurders huurders slecht behandelen of onvoldoende verantwoordelijkheid nemen. Invoering van een verhuurvergunning voor bepaalde categorieën woonruimte kan zeker toegevoegde waarde hebben; we pleiten voor een ac evere benadering ten opzichte van dit instrument dan de woonvisie nu voorstaat. Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, en gericht op onderzoek voor invoering van een verhuurvergunningenstelsel. De Woonvisie stelt dat “ontkameren” door de gemeente onmogelijk is (p 16). Dat vinden we een teleurstellend statement, te weinig perspec ef bieden voor probleembuurten en ook feitelijk onjuist. Voor ontkameren mag dan een juridisch afdwingbaar instrument ontbreken, er zijn ook andere manieren om op ontkamering te sturen, bijvoorbeeld via een ac eve gebiedsgerichte benadering van pandeigenaren, ondersteund door maximale flankerende inzet van andere instrumenten (Wet woonoverlast, verhuurvergunning, APV t.a.v.

fietsparkeeroverlast, etc.), het bieden van alterna even en een ac eve aankoopstrategie bij hotspots – mogelijk samen met derden (vergelijk de ervaringen in Del met de Vastgoedontwikkelingsmaatschappij Kromstraat). Dat vraagt om aanpassing van de Woonvisie, gericht op ontwikkelen van een strategie om in probleembuurten de druk van bewoning door passanten te proberen te verminderen. De ontwerp visie hee aan dat er “Verspreid door de stad meerdere grotere studentencomplexen van DUWO zullen worden aangepakt, waarbij wordt gekeken naar vergro ng van het aantal woningen en een betere sociale en fysieke verbinding met de wijk” (p 9). We pleiten er voor de lee aarheid hier nadrukkelijk in mee te nemen, zoals een oplossing voor de fietsparkeerproblema ek en ook (bestaande) overlast: vergro ng van het aantal studentenwoningen binnen een complex mag de lee aarheid niet extra onder druk ze en, en moet bestaande problemen rond overlast oplossen en verder voorkomen. Dat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, voor wat betre de randvoorwaarden bij uitbreiding

6

bestaande studentencomplexen. Betrekken van omwonenden dient een van de randvoorwaarden te zijn. Meer in het algemeen vinden we dat de woonvisie ook gebiedsgerichte ambi es mag beva en op het terrein van de lee aarheid. In H8, ‘Een ‘doorkijk’ naar de wijken’, missen we deze invalshoek nu: alleen bij de wijken Binnenstad en Wippolder wordt lee aarheid kort genoemd. Lee aarheid gaat daarbij enerzijds over overlast, maar ook om groen (zie hierboven onder verduurzaming) maar ook om de beschikbaarheid van bepaalde voorzieningen in de woonomgeving, zoals zorgvoorzieningen, winkels en recrea evoorzieningen. De thema’s zorgvoorzieningen en groen werden niet voor niets vaak genoemd door bewoners jdens de bewonersbijeenkomsten van 15 en 22 mei. Dat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, gericht op specificering van de woonmilieus op het terrein van voorzieningen (o.a. zorg, detailhandel) en – al eerder genoemd ‐ groen. Kwetsbare doelgroepen Het is belangrijk om ook bewoners in Del te betrekken bij de regionale woonzorgvisie (p 17) die momenteel voor de regio Haaglanden wordt gemaakt; vanuit DOBB willen we hier graag over meedenken. Voor ons is belangrijk dat het wijkniveau hier nadrukkelijk in aan bod komt. Dat vraagt om verduidelijking in de Woonvisie, over het proces van de totstandkoming van de regionale woonzorgvisie.

Afrondend De ontwerp Woonvisie is een document met een hoge ambi e, maar dat ook aanleiding gee tot een aantal zorgpunten. Zaken die onvoldoende belicht worden en nadere detaillering of toelich ng verdienen, keuzes die te stellig gemaakt worden en op onderdelen te weinig ‘samen werken we aan de stad’ uitstralen en teveel top‐down de stad willen maken. We begrijpen dat er in het woonbeleid regionale afspraken zijn waar we als stad aan gehouden zijn, maar over het invullen van de ruimte die die afspraken biedt willen we graag vanuit de verschillende wijken een bijdrage leveren. Zodat het ‘goed wonen’ blij in Del .

Met vriendelijke groet,

Del s Overleg Bewonersbelangenorganisa es (DOBB), de samenwerkende Del se bewonersbelangenorganisa es: (in alfabe sche volgorde) M.E.J. Heesen Belangenvereniging Binnenstad Noord W. van Treuren Bewonersvereniging Heel Tanthof Del M. Venema Belangenvereniging Olofsbuurt‐Westerkwar er Del R.M. S kkelman Belangenvereniging Oude en Nieuwe Del E.F van Hunnik Belangenvereniging TU Noord J.J van der Veen Belangenvereniging Voorhof II West D. van Seters Belangenvereniging Zuidpoort Contactgegevens tunoord@gmail.com

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13048110/1