CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2317228 Regionale Belasting Groep - Kaderbrief 2024

Commissie Algemeen 22 juni 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Raadsvoorstellen met concept-zienswijzen ontwerpbegrotingen 2024 Gemeenschappelijke Regelingen8.080 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2024

Regionale Belasting Groep Spoorstraat 7 Postbus 923 3100 AX Schiedam

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-1-

www.derbg.nl

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................ 3 1. Organisatorische ontwikkelingen ............................................................ 4 2. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid ........................................... 5 3. Ontwikkelingen met financiële consequenties ........................................... 8 3.1. Ontwikkelingen reeds verwerkt in onze (meerjaren)begroting .............. 8 3.2. Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2024-2028 ..................................... 9 3.3. Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2024-2028............................ 10 4. Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting ............................. 12 5. Uitgangspunten ................................................................................. 18

6. Besluitvorming................................................................................... 21

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-2-

Inleiding In deze kaderbrief staan de ontwikkelingen voor de komende jaren beschreven en worden de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2024 en het meerjarenperspectief van de RBG weergegeven. De komende jaren zullen we naast externe/wettelijke ontwikkelingen ook aandacht blijven besteden aan ontwikkelingen die gericht zijn op de kwaliteit van onze gegevens, informatiebeveiliging, privacy en klantgerichtheid. De RBG is een organisatie die continu bezig is om efficiency te realiseren. Zo worden diverse nieuwe activiteiten uitgevoerd zonder dat wij daarvoor extra budget vragen. Procesoptimalisatie is een onderwerp waar op gestuurd wordt. We zijn ook met onze leveranciers op zoek naar nieuwe methoden en technieken die onze uitvoering kan verbeteren. We streven ernaar nieuwe activiteiten en werkzaamheden met bestaande middelen te financieren. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden geraamd (zie paragraaf 1.3). Wij zullen in de komende jaren nadrukkelijk blijven sturen op procesoptimalisatie. Hierbij moet de focus blijven op het realiseren van een volledige en juiste belastingopbrengst met een tijdige en maatschappelijk verantwoorde incasso van de opgelegde aanslagen. Bezuinigingen mogen niet ten koste gaan van dit in geld belangrijke proces van heffen en invorderen van belastingen voor onze deelnemers.

Bij de opstelling van de begroting 2024 zullen ook de structurele voor- en nadelen uit de jaarrekening 2022 worden betrokken. De jaarrekening 2022 van de RBG is geagendeerd op de vergadering van het Algemeen Bestuur van 11 mei 2023. In dezelfde vergadering zal een gewijzigde begroting 2023 worden geagendeerd (zie toelichting in paragraaf 5: uitgangspunten van deze kaderbrief). De begroting 2024 is geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 7 september 2023. De deelnemers kunnen een zienswijze indienen over de ontwerp begroting.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-3-

1. Organisatorische ontwikkelingen Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument ‘De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen’ vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van de werkzaamheden. Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt. We zullen onze klanten altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel hebben over de dienstverlening van de RBG. We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd.

We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in vakkundige en bevlogen medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien. De intentie bij de groei van de RBG is gericht op toetreding van inliggende gemeenten. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er wel altijd financieel voordeel te behalen. Groei is vanuit betrouwbaarheid en robuustheid geen must. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten een goede zaak. De totale uitvoeringskosten worden lager en het is voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen. We werken samen met andere belastingorganisaties om investeringen gezamenlijk te dragen. Zo kunnen wij ook profiteren van (elders) ontwikkelde best practices. Samenwerking deelnemers De RBG werkt samen met haar deelnemers bij het bepalen van de m² van woningen en voert deze bepaling voor hen uit. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden niet meer hoeven te doen.

De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten gebeurt kosteloos. Met de gemeenten zijn hierover ook werkafspraken opgesteld.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-4-

2. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten Het kabinet Rutte III had aangegeven voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied te zijn, maar de besluitvorming hierover werd uiteindelijk naar een volgend kabinet doorgeschoven. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt. De financiering zal vermoedelijk in de huidige kabinetsperiode grotendeels worden vormgegeven. Het zou mogelijk kunnen zijn, dat gemeenten een ingezetenenbelasting en een ozbgebruikersheffing op woningen krijgen, waardoor de belastingopbrengsten kunnen stijgen. Daartegenover zou een verlaging van de uitkering uit het Gemeentefonds staan. Inwerkingtreding zal niet plaatsvinden voor 2025. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in antwoord op vragen van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in januari 2023 toegezegd in de Meicirculaire 2023 informatie over de te nemen vervolgstappen te geven. Waterschappen De waterschappen hebben een voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld.

Het voorstel lost een aantal knelpunten op, te weten: • •

zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen; watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt een wetsvoorstel voor met de ontvangen voorstellen vanuit de Unie van Waterschappen. Het voorstel is in 2022 in consultatie gebracht. Momenteel ligt het Wetsvoorstel Aanpassing Belastingstelsel Waterschappen voor advies bij de Raad van State. De verwachting is dat het medio juni 2023 ingediend wordt bij de Tweede Kamer, begin december bij de Eerste Kamer en dat de wijzigingen ingaan per 1 januari 2025. Het Uniebureau wordt in het traject betrokken. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Kamer per brief geantwoord dat een WOZwaarderingsuitzondering of ozb-vrijstelling voor bijvoorbeeld zonnepanelen of verduurzamingsmaatregelen op diverse problemen stuit en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief vormt. Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden.

Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-5-

Aanpassing Wet op de Lijkbezorging De Kamerbehandeling van de aanpassing van de Wet op de Lijkbezorging is uitgesteld. In 2021 is een internetconsultatie gehouden en de verwachting is dat in april 2023 een wetsvoorstel wordt ingediend. De verwachting is dat de aanpassingen gevolgen zullen hebben voor de gemeentelijke Lijkbezorgingsrechten. Opvang Oekraïense vluchtelingen Opvang door particulieren thuis In 2022 kwamen veel Oekraïense oorlogsvluchtelingen naar Nederland. Zij worden grotendeels opgevangen door gemeenten en particuliere organisaties. Een kleine groep wordt opgevangen bij particulieren thuis. Deze opvang kan gevolgen hebben voor lokale belastingen, als een alleenstaande door de opvang een meerpersoonshuishouden gaat vormen. Ook kan de opvang gevolgen hebben voor kwijtschelding door toepassing van de kostendelersnorm. In de “Handreiking Particulieren Opvang Oekraïne” is het standpunt van het kabinet opgenomen dat deze particuliere opvang geen negatieve gevolgen mag hebben voor de lokale belastingen. Er is echter niet tot centrale regelgeving besloten. De RBG heeft geen inzage in de nationaliteit van ingeschreven personen, zodat voor ons niet zichtbaar is of het bijvoorbeeld Oekraïense vluchtelingen betreft. Het is niet mogelijk reeds het bij opleggen van de aanslagen rekening te houden met de opvang van Oekraïners.

Het bestuur van de RBG heeft besloten geen bijzonder beleid voor de toepassing van de hardheidsclausule vast te stellen. Opvang in gemeentelijke locaties Als bij de RBG bekend is waar de vluchtelingen door de gemeente worden opgevangen, stuurt de RBG de aanslagen naar de betreffende gemeente. De gemeenten hebben de mogelijkheid om op grond van de “Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne” kosten van opvang bij het Rijk te declareren. Verruiming Vermogensvrijlating kwijtschelding In september 2022 heeft het kabinet besloten de vermogensvrijlating bij kwijtschelding van belastingen aan te passen. Hierdoor kan een bedrag van maximaal € 2.000 aan financiële middelen (afhankelijk van de woonvorm) extra vrijgelaten worden bij de beoordeling van een verzoek om kwijtschelding. Lokale overheden besluiten zelf of zij deze extra vrijlating in hun verordeningen opnemen en tot welke hoogte. Ook kan de extra vrijlating met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 worden ingevoerd. De deelnemers van de RBG hebben besloten tot unanieme invoering van de vrijlating per 1 januari 2023 tot de maximumbedragen. Door deze uniforme invoering is geen stijging van de uitvoeringskosten bij de RBG te voorzien. De invoering heeft uiteraard wel gevolgen voor het per deelnemer kwijt te schelden bedrag aan belasting, dat door de verhoogde vrijlating zal toenemen.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-6-

Vervroegde herberekening beslagvrije voet Op 3 februari 2023 hebben de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de ketenpartners een intentieverklaring ondertekend voor het vervroegd herberekenen van de beslagvrije voet in de eerste maanden van 2023. Reden hiervoor is dat het wettelijk minimumloon per 1 januari 2023 met 10% is verhoogd en daarmee ook de daarvan afgeleide beslagvrije voet. De beslagvrij voet wordt ingeval van een loonbeslag of loonvordering normaliter eenmaal per 12 maanden herberekend. Dit zou tot gevolg hebben dat de verhoging van het minimumloon niet bij de burger terecht komt, maar onder het beslag zal vallen. Dit wordt voorkomen door de beslagvrije voet eenmalig vervroegd te gaan herberekenen. Overheidsorganisaties worden opgeroepen om de herberekening actief toe te passen. De RBG zal dit in maart 2023 uitvoeren met een geplande aanpassing in de software, waardoor de herberekening en correspondentie naar de klanten met het belastingsysteem kunnen plaats vinden. Wetsvoorstel Versterking Waarborgfunctie Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) In januari 2023 is de pre-consultatie gestart voor het wetsvoorstel “Versterking waarborgfunctie AWB”. Het wetsvoorstel beoogt een meer “mensgerichte AWB” door de positie van de burger jegens de overheid te versterken.

- De overheid wordt verplicht zich dienstbaar op te stellen, - de motiveringsplicht bij uitspraken op bezwaar- en beroepschriften wordt uitgebreid zodat besluiten begrijpelijker zijn voor de burger, - de hoorplicht wordt uitgebreid, - meer stimuleren van betalingsregelingen, - verlenging van de bezwaar- en beroepstermijn tot 13 weken, - meer ruimte voor verschoonbare overschrijding van de bezwaar- en beroepstermijn en - meer regels rondom “Passend contact met de Overheid”. Aangezien het voorstel zich in de pre-consultatiefase bevindt en daarna nog de consultatie- en wetgevingsfase zal moeten doorlopen, zal de invoering nog geruime tijd op zich laten wachten.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-7-

3. Ontwikkelingen met financiële consequenties Een aantal ontwikkelingen dat relevant is voor de uitvoering van het takenpakket van de RBG, zal de komende jaren gevolgen hebben voor de begroting van de RBG. 3.1.

Ontwikkelingen reeds verwerkt in de (meerjaren)begroting 2023-2027

Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding In het voorstel belastingvereenvoudiging 2017 stond dat het administratief beroepschrift kwijtschelding en uitstel van betaling bij het bestuur zal worden vervangen door een bezwaarprocedure, met daarna de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging is onderdeel van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden door de overheid. Deze wettelijke wijziging is echter meermalen verschoven en staat nu gepland voor invoering op 1 januari 2024. De wijziging in de invorderingswet brengt - naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken - extra kosten van behandeling van bezwaar- en beroepschriften met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) zijn al in de meerjarenbegroting 2023-2027 verwerkt. Huisvesting kantoor Schiedam Sinds mei 2014 beschikken wij met volle tevredenheid over ons kantoorpand in Schiedam. Het afgesloten huurcontract loopt af in 2024. Vanaf 1 juli 2022 is de RBG gestart met het hybridewerken in een pilotperiode van één jaar. De consequenties van toekomstig hybride werken bij de RBG zullen worden meegenomen bij de verlenging van het huurcontract in 2024.

In de meerjarenbegroting 2023-2027 is overigens al rekening gehouden met het aflopen van de reserve huurcompensatie, die in het verleden is gevormd door ontvangen huurcompensatie bij het overnemen van het contract van de gemeente Schiedam. In het huurcontract is de mogelijkheid opgenomen om de huur na 31 mei 2024 tweemaal eenzijdig met vijf jaar door de RBG te verlengen. De overeenkomst eindigt dan dus uiterlijk 31 mei 2034. Europese aanbestedingen In 2022 heeft een aanbestedingsprocedure plaatsgevonden voor de kantoorautomatisering, het nieuwe belastingsysteem en de waarderingsapplicatie (WOZ). Voor de kantoorautomatisering is een overeenkomst gesloten met KPN voor de Moderne Werkplek (Microsoft 365). De Moderne Werkplek is inmiddels in productie na een gedegen implementatie- en opleidingstraject. Voor het belastingsysteem is een overeenkomst gesloten met Centric. Het vernieuwde belastingsysteem zal in de loop van 2023 gefaseerd uitgeleverd worden door Centric. De waarderingsapplicatie Ortax ten behoeve van het WOZ-proces is in 2022 geïmplementeerd en wordt in 2023 verder ingeregeld. Met Centric is een plan van aanpak opgesteld om de oude waarderingsapplicatie, Key2Waarderen, uit te faseren. In 2023 zal de aanbesteding plaatsvinden van de printwerkzaamheden en postverzorging.

Vanaf 2024 zullen ten aanzien van aanbestedingen geen extra kosten in de meerjarenbegroting worden opgenomen.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-8-

3.2.

Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2024-2028

Opbrengst dwanginvordering Door de beperkende maatregelen in verband met corona (o.a. minder deurwaardersbezoek) en de verlaagde invorderingsrente (vanaf 23 maart 2020 van 4% naar 0,01%) is onze opbrengst dwanginvordering in de jaren 2020-2022 gedaald. De invorderingsrente wordt fasegewijs weer verhoogd. Dit begon reeds op 1 juli 2022 en vervolgens is de rente op 1 januari 2023 verhoogd naar 2%. Op 1 juli 2023 en op 1 januari 2024 wordt de rente weer verhoogd naar het oude niveau van 4%. De invorderingsopbrengst uit 2020 en 2021 zal stijgen door het weer kunnen vervolgen van onze dwanginvorderingsactiviteiten. Deze opbrengst zal echter niet meer op het niveau van voor 2020 uitkomen. Dit is ook het gevolg van onze aanpak in het tegengaan van problematische schulden, waar een nieuwe werkwijze van invorderingswerkzaamheden bij problematische schulden is geïmplementeerd. Wij komen bij de opstelling van de begroting 2024 met een actuele raming van de opbrengst dwanginvordering en zullen hierbij de gerealiseerde opbrengst vanuit de jaarrekening 2022 betrekken. Invoeren kosteloze betalingsherinnering De RBG stuurde tot en met 2012 kosteloze betalingsherinneringen. Vanaf 2013 is dat na een besluit van ons bestuur niet meer het geval, onder meer omdat veel klanten de betaling van de aanslag uitstelden tot na de ontvangst van de herinnering.

De betalingstermijn voor belastingen is twee maanden. Bij automatische incasso is het mogelijk in maximaal 10 termijnen te betalen. Op 18 oktober 2022 is door de Tweede Kamer een motie aangenomen voor het sturen van een kosteloze betalingsherinnering. In de motie is aangegeven dat bedrijven op grond van het consumentenrecht verplicht zijn om eerst een kosteloze betalingsherinnering te sturen als een consument niet op tijd betaalt. Deze verplichting geldt niet voor de overheid. In de motie wordt de regering verzocht om overheidsinstanties op te roepen een kosteloze betalingsherinnering te sturen voordat een aanmaning met kosten wordt verzonden. Tevens wordt de regering in de motie verzocht te onderzoeken of er mogelijkheden zijn overheidsinstanties hiertoe te verplichten. De motie zou dus kunnen leiden tot een wettelijke verplichting voor overheidsdiensten om eerst een kosteloze betalingsherinnering te sturen. De kosten van het versturen van een kosteloze betalingsherinnering bestaan uit drukwerk, portokosten en personele kosten door de toename van telefoongesprekken bij het team klantcontacten. Daarnaast zal een aanzienlijk deel van de klanten na ontvangst van de kosteloze betalingsherinnering alsnog betalen, waardoor de opbrengst dwanginvordering in de vorm van aanmaningen en ook later van hernieuwde bevelen zal dalen.

Wij zullen in de loop van 2023 het onderwerp “verzenden van een kosteloze herinnering” op de bestuursagenda plaatsen. In de begroting 2025 kan dan eventueel rekening worden gehouden met de financiële consequenties bij een (mogelijke) aanpassing van het incassotraject bij de RBG.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

-9-

3.3.

Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2024-2028

Koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving. Het is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. De koepelvrijstelling wordt vooralsnog gedoogd. Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. Het is onduidelijk hoe dit dossier gaat verlopen. Er zijn sinds 2019 geen nieuwe ontwikkelingen meer geweest. Verdeling bijdrage kosten uitvoering WOZ en LV-WOZ over waterschappen.

Alle waterschappen betalen net zoals het Rijk een bijdrage in de kosten voor de uitvoering van de Wet WOZ voor de waardering van gebouwde objecten. Deze bijdrage voor Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard maakt vanaf de start van de RBG in 2010 onderdeel uit van de exploitatierekening van de RBG. De Unie van Waterschappen was van mening dat de bijdrage van de waterschappen in verhouding tot die van de gemeenten en het Rijk te hoog was en heeft vanaf 2016 ingezet op een verlaging van de bijdrage van de waterschappen. De structurele bijdrage van alle waterschappen van € 26,9 miljoen in 2017 was hierdoor gedaald naar ca € 20 miljoen in 2021. Met deze verlaging was rekening gehouden in de begrotingen en exploitatierekeningen van de RBG. In de voorbereiding van de laatste kabinetsformatie heeft de Unie wederom ingezet op een verdere verlaging van de waterschapsbijdrage in de WOZ-kosten. Uit het Coalitieakkoord bleek dat deze inzet succes heeft gehad. In de kabinetsperiode 2022 t/m 2025 is jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. De Unie heeft medio augustus 2022 alle betrokken waterschappen geïnformeerd over deze korting. Het totale voordeel voor de in de RBG deelnemende waterschappen bedraagt ca. € 1,1 miljoen (zie verder in paragraaf 5 bij uitgangspunten). De begroting 2024 van de RBG zal dus ook met dit bedrag worden verlaagd.

Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht Een groot aantal klanten maakt bezwaar tegen de WOZ beschikking van hun onroerende zaak met behulp van zogeheten “no cure, no pay bureaus” (NCNP). De dienstverlening van deze bureaus is voor de klant gratis. Bij (gedeeltelijke) toewijzing van het bezwaar (of het daar tegen ingestelde beroep) wordt een proceskostenvergoeding toegekend, die wordt uitbetaald aan het NCNP-bureau. Niet zelden is deze vergoeding vele malen hoger dan het fiscale voordeel dat met het bezwaar of beroep wordt behaald. De laatste jaren is er veel aandacht voor deze wijze van dienstverlening en daarmee voor de lokale overheden ontstane kostenpost. Begin 2021 verscheen het WODC-rapport over de proceskostenvergoeding bij bezwaren. Op dit rapport is veel kritiek geuit. Op 9

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 10 -

november 2021 verscheen over hetzelfde onderwerp het rapport: “De hoogte en de structuur van de kostenvergoeding voor bedrijven die helpen bij het maken van bezwaar tegen WOZ-beschikkingen” van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Het onderzoek van het COELO is interessant, omdat de focus ligt op de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase. De proceskostenvergoeding is een forfaitair bedrag waarvan de hoogte is vastgelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht (BPB). Het COELO constateert dat deze vergoeding niet in verhouding staat met de geleverde inzet bij de bezwaarafhandeling. COELO adviseert daarom het BPB te moderniseren, zodat er minder prikkels zijn de proceskostenvergoeding te zien als een verdienmodel. De NCNP bedrijven besteden veel geld aan reclamecampagnes om burgers te verleiden tot het indienen van bezwaarschriften. Het is nu nog onduidelijk of dit zal leiden tot een enorme toename van bezwaarschriften WOZ met hogere proceskostenvergoedingen in 2023 e.v.. Het kabinet heeft in september 2022 aangekondigd een onderzoek in te stellen naar oneigenlijk gebruik van bezwaar- en beroepsprocedures. Op dit moment is nog niet in te schatten of er maatregelen tegen dit verdienmodel getroffen zullen worden en wat de effecten daarvan zullen zijn.

Uitspraak Hoge Raad inzake proceskostenvergoeding WOZ-zaken In het Besluit proceskosten bestuursrecht is bepaald dat voor WOZ-zaken een lagere vergoeding aan proceskosten geldt dan voor niet-WOZ zaken. De Hoge Raad heeft in 2022 beslist dat deze lagere proceskostenvergoeding voor WOZzaken een schending inhoudt van het discriminatieverbod. Daardoor moet ook voor WOZzaken de standaardvergoeding worden toegekend (die ook voor niet-WOZ zaken geldt). Dit betekent een toename van de uit te keren proceskosten, omdat de kosten hoofdzakelijk betrekking hebben op WOZ bezwaar- en beroepszaken. In de meerjarenbegroting is hiermee al rekening gehouden.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 11 -

4. Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting Tegengaan Problematisch Schulden (TPS) Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijk persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij/zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn/haar schulden, of waarin hij/zij heeft opgehouden te betalen. Eén op de tien huishoudens heeft schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft in juli 2018 wetsaanpassingen aangekondigd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. Eind 2021 is bij de RBG een project afgerond voor een groep van 7.000 klanten met mogelijk problematische schulden. Deze groep hebben wij gedurende twee jaar intensief gevolgd en begeleid. De pilot heeft inzicht gegeven dat klanten met meerdere onbetaalde belastingaanslagen, vrijwel altijd in een problematische schuldpositie zitten. De oorzaken zijn divers en vereisen een individuele en soms ook intensieve aanpak. Cruciaal is om met deze klanten in contact te komen.

Via huisbezoeken is het mogelijk om schuldbegeleiding te geven, vertrouwen te creëren en afspraken te maken die leiden tot schuldafname (reële betalingsafspraak i.c.m. de betalingscapaciteit). Veelal blijft het niet bij één contact, de begeleiding moet herhaaldelijk plaatsvinden om de betaalafspraken na te komen. Op basis van de gebruikte definities van ons vorige project met 7.000 klanten, onderkenden wij eind 2021 nog een groep van 3.500 klanten en zijn wij officieel een tweede project TPS gestart. Dat was een halvering van het aantal klanten met problematische schulden ten opzichte van 2019. Daarnaast onderkenden wij eind 2021 tevens 3.000 klanten die minimaal twee belastingjaren onbetaald hebben openstaan en in de opstartfase van een dwanginvordering zitten. De afronding van het tweede project TPS is voorzien eind 2e kwartaal 2023. De verwachting is dat de werkzaamheden in het kader van het tegengaan van problematische schulden, in de reguliere uitvoering projectmatig kunnen worden ondergebracht zonder budgetaanvragen. Vroegsignalering Vroegtijdig contact met lokale organisaties die inwoners met financiële problemen begeleiden is zeer belangrijk. Integrale aanpak van deze problematiek is de sleutel tot een totaaloplossing. Verdere samenwerking en informatie-uitwisseling is ook bepalend voor succes op middellange termijn.

Momenteel is er echter voor de RBG geen wettelijke grondslag om zonder uitdrukkelijke toestemming van klanten tot vroegsignalering van betalingsachterstanden richting gemeenten over te gaan. Er loopt landelijk een pilot bij een aantal hiertoe aangewezen lokale overheden en samenwerkingsverbanden om vanuit de lokale belastingen tot vroegsignalering over te gaan. Hiervoor is op 1 november 2021 door de Rijksoverheid de Tijdelijke Regeling Signaal Betalingsachterstanden ingevoerd. De pilot loopt tot eind 2025, waarna deze geëvalueerd zal worden en mogelijk tot brede invoering besloten zal worden. Op basis van deze Regeling mogen de daarin genoemde lokale overheden (en enkele hypotheekverstrekkers) en samenwerkingsverbanden ook zonder toestemming van klanten in bepaalde gevallen tot vroegsignalering van betalingsachterstanden richting gemeenten overgaan. Uiteraard hopen wij dat vroegsignalering zonder toestemming van de klant spoedig ook voor de RBG mogelijk wordt, omdat dit de klant enorm kan helpen bij het terugdringen van problematische schulden

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 12 -

WOZ uitvoering De Waarderingkamer pleit voor een andere uitvoering voor de WOZ, met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden toeneemt, is het van belang dat de WOZ-uitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In haar strategiedocument 2020-2025 schetst de Waarderingskamer de volgende ontwikkelingen die van invloed zijn op de WOZ-uitvoering: • • •

iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens; het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZwaardebepaling; de invoering van een nieuw verantwoordingsdocument en taxatieverslag.

De ontwikkeling naar meer gebruik van geo-informatie en statistische modellen is ingezet. Het inrichten van en vergelijken van meer modellen om tot een optimale WOZwaarde te komen, zal binnen enkele jaren gewoon zijn. Hiermee veranderen de taxatiewerkzaamheden en dit vraagt om een investering in de vakbekwaamheid van de medewerkers. Het werken met op nieuwe technieken gebaseerde systemen voor marktanalyse en modelmatige waardebepaling, vereist kennis en vaardigheden. De waarderingsapplicatie OrtaX, die de RBG recent heeft aangeschaft, is voorbereid op deze ontwikkeling en kent een toepassing van kunstmatige intelligentie, die ook verder doorontwikkeld zal worden. Voor de taxateurs betekent deze ontwikkeling dat er meer nadruk komt te liggen op analysevaardigheden en het inrichten en verfijnen van de modellen. De RBG heeft een project gestart voor het verkennen van de mogelijkheden van machine learning en AI-technieken bij de behandeling van bezwaarschriften. Hiermee kan tijd worden bespaard voor inzet van de taxateurs, die daardoor meer aandacht kunnen besteden aan het afdoen van complexe zaken. Verantwoordingsdocument en taxatieverslag Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen jaren (min of meer) gelijk gebleven.

De RBG moet, als gevolg van arresten van de Hoge Raad in de bezwaarfase, verplicht aanvullende gegevens verstrekken aan de belanghebbende of deze ter inzage leggen. Daarnaast stelt de RBG bij beroepsprocedures vaak een taxatiematrix op met aanvullende gegevens als onderbouwing van de vastgestelde waarde. De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. De combinatie van deze twee documenten moet de volledige onderbouwing van de WOZwaarde zijn. Daarbuiten zouden dan geen andere gegevens verstrekt hoeven te worden. Vanaf 2022 loopt een pilot met het vernieuwde taxatierapport. Daarnaast wordt het verantwoordingsdocument nader gedefinieerd. De RBG heeft zoveel mogelijk het taxatieverslag al aangepast, zodat er meer gegevens beschikbaar zijn op het verslag. Dit jaar starten we ook met aanpassing van het verantwoordingdocument. De verwachting is dat de vernieuwingen vanuit de Waarderingskamer in 2024 zullen worden doorgevoerd.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 13 -

Samenhangende objectregistraties (SOR) Het stelsel van basisadministraties is nog lang niet gereed. De komst van de Samenhangende objectenregistratie (SOR) bundelt de belangen van veel partijen. De SOR is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZ-registratie (zoals objecttypen en eigenschappen) kunnen opgaan in de SOR. De ontwikkeling van de SOR ligt echter al enige tijd stil. De oorzaken hiervan zijn dat gemeenten geen financiële middelen van het Rijk krijgen voor de implementatie van de SOR en het ontbreken van een goede afstemstructuur. Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties belangrijker. De RBG zal zijn digitale weerbaarheid op peil houden. De RBG maakt qua beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en de diensten van haar leveranciers. Op dit onderdeel werken we ook samen met andere belastingkantoren.

Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn altijd klantgericht. Omdat onze klantgegevens in orde zijn met betrouwbare data, kunnen onze klanten goed worden bediend. We verdiepen ons in de klant en betrekken hem proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij steeds voorop. We moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zetten in op online gebruikersgemak voor onze klant. Onze website is een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Wij blijven ons innoveren op basis van de klantbehoefte. Verdere ontwikkelingen zullen we uit eigen middelen bekostigen. Wijziging Invorderingswet 1. Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. Momenteel heeft alleen de Rijksbelastingdienst de mogelijkheid om de betalingsvordering toe te passen. De verwachting is dat na een positieve evaluatie, het middel ook kan worden toegepast door lokale overheden. Begin 2023 is een pilot gestart waaraan enkele lokale overheden en banken deelnemen. De verwachting is dat lokale overheden en samenwerkingen de betalingsvordering op zijn vroegst vanaf 2024 kunnen gaan toepassen.

De betalingsvordering vindt plaats per brief en hoeft dus niet door de deurwaarder betekend te worden. Daarnaast is de vordering voor de klant kosteloos (afgezien van de kosten die de bank hiervoor aan de klant in rekening brengt). Het proces van de bankvordering wordt voor de RBG dan vereenvoudigd en is vergelijkbaar met het proces dat al wordt gehanteerd voor de loonvordering. 2. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 14 -

beslagvrije voet. Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. Voor de RBG zal inzage in het Beslagregister als voordeel hebben dat minder zinloze beslagen gelegd worden, doordat vooraf ingezien kan worden of (en zo ja hoeveel) andere schuldeisers al eerder beslag gelegd hebben. De Raad van State heeft op 28 oktober 2020 haar advies uitgebracht. Hoewel indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer was voorzien in het najaar 2022 is dit tot nu toe niet nog gebeurd en is ook niet bekend óf en wanneer dit zal plaats vinden. Kwijtschelding In 2023 staat Kwijtschelding 3.0 in de planning vanuit het Inlichtingbureau. De bedoeling van KWS 3.0 is dat de klant zelf de regie gaat voeren over zijn eigen gegevens. Het idee is dat de klant zijn eigen gegevens ophaalt bij de verschillende instanties (Belastingdienst, UWV, RDW), deze verifieert en vervolgens meestuurt met het betreffende kwijtscheldingsverzoek. Belangrijk is dat de klant digitaal toegang en regie krijgt tot de eigen gegevens. Dit zou kunnen inhouden dat er (automatiserings)aanpassingen in het proces dienen plaats te vinden. Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA) Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag is in het verleden veel niet goed gegaan.

De Belastingdienst heeft daarbij de gevolgen voor en de impact op de betrokken ouders uit het oog verloren. In 2020 is gestart met herstellen van dat wat niet goed is gegaan. Op 18 januari 2021 is door het Kabinet besloten dat de gedupeerden kwijtschelding krijgen van hun belasting-/toeslagenschulden. Ook aan de lagere overheden is verzocht te anticiperen op de Verzamelwet herstelwet toeslagen en te starten met de kwijtschelding van publieke schulden per 1 juli 2021. Inmiddels is de uitvoering van de KOTA door de lagere overheden vastgelegd in de Invorderingswet. Met de Belastingdienst vindt gegevensuitwisseling plaats. Omdat mogelijke gedupeerden zich officieel tot en met 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst, zal de RBG naar verwachting tot en met 2025 bezig zijn met de afhandeling. Daarnaast is de groep van gedupeerden inmiddels uitgebreid met expartners en meerderjarig geworden kinderen. Ook zien we vaker dat gedupeerden in plaats van de rechtsmiddelen van de Algemene Wet Bestuursrecht, voor de weg kiezen van een civiele procedure voor de Rechtbank, wat langdurige trajecten tot gevolg kan hebben. De kwijtgescholden aanslagen worden, evenals de daarmee samenhangende uitvoeringskosten, volledig vergoed door de Rijksoverheid. Voor de uitvoering van de werkzaamheden KOTA bij de RBG is een projectorganisatie ingevoerd.

De uitvoering van deze werkzaamheden vindt volledig plaats met eigen medewerkers van de RBG. De uitvoering van deze kwijtscheldingsoperatie is niet kostenverhogend voor onze deelnemers. We zullen de ontvangen vergoedingen van het Rijk voor de uitvoering van de KOTA bij de RBG door middel van een onttrekking aan de in te voeren egalisatiereserve ten gunste van de meerjarenbegroting 2024-2028 brengen.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 15 -

Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 juli 2023. Hugo de Jonge heeft als woonminister in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat hij de wet ‘op een verantwoorde manier’ wil invoeren. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZ-waarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat controlewerkzaamheden beperkt zullen toenemen. Wet open overheid Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking. De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob. Er komt een overheidsbreed meerjarenplan voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding. Tevens dient er bij de bestuursorganen een contactpersoon te worden aangewezen die burgers kan informeren over de beschikbaarheid van overheidsinformatie.

In de bestuursvergadering van 9 juni 2022 is deze contactpersoon inmiddels ook door de RBG aangewezen. Bestuursorganen kunnen overigens gefaseerd werken aan verruiming van actieve openbaarmaking. De data voor de actieve openbaarmaking moeten nog worden bepaald door het Rijk. Impact RBG Bij de RBG is al grotendeels sprake van actieve openbaarmaking met uitzondering van de Wob/Woo-verzoeken, de besluitenlijsten van het dagelijks bestuur en de klachten. De RBG heeft voor de implementatie van de Woo een projectorganisatie gestart die wordt ondersteund door een extern adviesbureau. Het bestuur zal door middel van voortgangsrapportages op de hoogte worden gesteld van de implementatie van de Woo bij de RBG. Wijziging Wet Gemeenschappelijke Regelingen (GR) Het doel van de wijziging is om: • de democratische legitimiteit van GR) te vergroten en • de controlerende rol van gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen t.a.v. GR-en te versterken. Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het wetsvoorstel is een implementatietermijn opgenomen van 2 jaar, na inwerkingtreding van de Wet GR. De Wet is op 1 juli 2022 in werking getreden. In de samenwerking met vertegenwoordigers van onze deelnemers is voor de uitwerking van de Wet GR een project gestart dat wordt begeleid door een extern bureau.

Het bestuur van de RBG zal door middel van voortgangsrapportage op de hoogte worden gesteld van de implementatie van de Wet GR.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 16 -

Rechtmatigheidsverantwoording Voor waterschappen is de op 27 september 2022 door de Eerste Kamer aangenomen Wet Versterking Decentrale Rekenkamers van belang. Waterschappen krijgen de verplichting om een volledig onafhankelijke, extern samengestelde rekenkamer in te stellen per 1 januari 2024. Daarnaast ontstaat de verplichting van een rechtmatigheidsverantwoording met ingang van het verslagjaar 2025 door het Dagelijks Bestuur. De RBG volgt het Besluit Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW). Wij zullen ook de Unie van Waterschappen volgen bij de advisering over de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van het verslagjaar 2025. De Unie van Waterschappen heeft voorstellen gedaan voor een geheel nieuwe BBVW. In dit voorstel is een groot aantal onderwerpen uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) van de gemeenten overgenomen. Een vernieuwd BBVW is ook voorzien met ingang van 2025.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 17 -

5. Uitgangspunten Personeelskosten Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2023-2027 was als stelpost gerekend met een stijging van de eigen personeelskosten van 2,5% per jaar (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever). De nieuwe CAO voor de waterschappen was bij het opstellen van de begroting 2023 nog niet vastgesteld. De nieuwe CAO voor de waterschappen, die van toepassing is op het personeel van de RBG, is ingegaan per op 1 januari 2023 en behelst de volgende loonstijgingen: • • •

alle basissalarissen worden met € 125,= bruto per maand verhoogd eenmalige uitkering van € 1.000 bruto in december 2022 loonstijgingen: o per 1-1-2023 +2,5% o per 1-7-2023 +2,5%

Berekening personele kosten Salarissen, sociale lasten en toelagen begroting 2023 alle basisalarissen met € 125 verhoogd CAO verhoging 2,5% per 1-1-2023 CAO verhoging 2,5% per 1-7-2023 Begrote personele kosten na CAO wijziging 2023

€ € € € €

8.668.000 171.000 221.000 226.500 9.286.500

Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 betekent dit een geraamde stijging van de jaarlijkse salariskosten en premies van € 618.500. De lonen stijgen nog steeds en de inflatie blijft hoog. Voor de jaren vanaf 2024 calculeren we in de meerjarenbegroting 2024-2028 vooralsnog jaarlijks het gebruikelijke percentage van +2,5%. Goederen en diensten (Materiële kosten) Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten is in de (meerjaren)begroting 2023-2027 gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). De CPI is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. In de begroting 2023 is uitgegaan van een prognose van 1,9% voor de materiële kosten volgens de CPI (bijlage 9, prijzen en lonen, 1970-2025). De indirecte effecten van de oorlog in Oekraïne, zoals de stijgende energieprijzen en een hogere prijsinflatie, hadden wij uiteraard niet voorzien in de begroting 2023. Wel is een post onvoorzien van € 250.000 in de begroting opgenomen die we als dekkingsmiddel kunnen aanwenden voor niet voorziene prijsstijgingen. In de meeste actuele MEV is er uit gegaan dat de huidige inflatie (cpi) van 9,9% in de loop van 2023 zal dalen naar 2,6%.

Hoewel de inflatie enigszins verbreedt naar andere componenten zoals voedsel, blijft de inflatie vooral gedreven door de energieprijzen, in het bijzonder die van gas. De ontwikkeling van de gasprijs blijft onzeker. Om die reden heeft het CPB in de raming onzekerheidsvarianten opgenomen met een lagere en hogere gasprijs. In de variant met een lagere gasprijs wordt de inflatie in 2023 berekend op 0,7%. Met een hogere gasprijs wordt de inflatie aanzienlijk hoger en wordt in 2023 geraamd op 5,5%. In onze meerjarenbegroting 2024-2028 houden we vooralsnog rekening met de “gemiddelde” raming CPI 2023 van 2,6%.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 18 -

Berekening goederen en diensten Totaal goederen en diensten begroting 2023 Geraamde prijsindex 2024 in meerjarenbegroting 2023-2027

€ €

8.207.400 155.900

Totaal goederen en diensten begroting 2024 Prijsindex 2024 van 1,9% naar 2,6%

€ €

8.363.300 57.500

Begrote goederen en diensten 2024

€

8.420.800

Aandeel in de WOZ kosten voor de waterschappen Zoals in hoofdstuk 3.3 van deze kaderbrief verwoord, dalen de bijdragen van de waterschappen in de WOZ kosten vanaf 2022. De bijdrage van Delfland en Schieland en de Krimpenerwaard maakt onderdeel uit van de begroting van de RBG. Ten opzichte van vastgestelde begroting 2022 en 2023 dalen de kosten met ca € 1,1 miljoen. Dit significante voordeel is tevens van invloed op de verdeelsleutel van de RBG. Bij de jaarrekening 2022 zal dit significante voordeel in de vast te stellen kostenverdeling worden verdisconteerd, omdat de WOZ-kosten voor de waterschappen een apart onderdeel vormt van de totale verdeelsleutel. Deze nieuwe kostenverdeelsleutel zal vervolgens ook in de nog op te stellen begroting 2024 worden verwerkt Formele begrotingswijziging 2023 De nieuwe CAO, de hogere prijsinflatie en de verlaging van het aandeel in de WOZkosten voor de waterschappen hebben ook significante invloed op de begroting 2023. Derhalve zal in het AB van 11 mei 2023 een formele wijziging van de begroting 2023 worden geagendeerd. Deze wijziging zal overigens ook met een zienswijzeprocedure bij de deelnemers moeten worden geagendeerd. Het laatste door ons algemeen bestuur vastgestelde meerjarenperspectief 2023-2027 vormt uiteraard ook de basis voor het opstellen van de begroting 2024. Op volgende bladzijde is dit overzicht ter informatie toegevoegd.

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 19 -

Bestaand financieel meerjarenperspectief 2023-2027 zonder wijzigingen

Meerjarenperspectief RBG 2023-2027 Lasten

bedragen in €

Gewijzigde

Primaire

begroting

begroting

2021

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Personeel & Organisatie Loonkosten

8.377.200

8.586.600

8.668.000

8.884.700

9.106.818

9.334.488

9.567.850

Reiskostenvergoeding

187.900

192.600

197.400

202.335

207.393

212.578

217.893

Opleidingen

197.500

200.700

204.500

208.386

212.345

216.379

220.491

Personeel van derden

800.000

820.000

835.600

851.476

867.654

884.140

900.939

9.562.600

9.799.900

Subtotaal

9.905.500 10.146.897 10.394.210 10.647.585 10.907.172

Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk

249.400

265.400

245.000

249.655

254.398

259.232

264.157

Onderhoud derden

1.233.500

1.253.200

1.277.000

1.301.263

1.325.987

1.351.181

1.376.853

Portokosten

483.400

491.100

500.400

509.908

519.596

529.468

539.528

Huur-, service- en facilitaire kosten

794.700

818.000

803.000

818.257

833.804

849.646

865.789

Kantoorautomatisering en telefonie

721.100

732.600

746.500

760.684

775.136

789.864

804.871

WOZ-kosten

2.190.600

2.361.700

2.190.600

2.232.221

2.274.634

2.317.852

2.361.891

Bankkosten

342.900

348.400

355.000

361.745

368.618

375.622

382.759

Gegevensverstrekking

572.000

581.200

592.200

603.452

614.917

626.601

638.506

Overige diensten incl. klanteninformatie

1.348.200

1.469.800

1.497.700

1.526.156

1.555.153

1.584.701

1.614.811

Subtotaal

7.935.800

8.321.400

8.207.400

8.363.341

8.522.244

8.684.167

8.849.166

Onvoorzien Onvoorzien

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

1.200.000

900.000

900.000

900.000

900.000

900.000

900.000

Toevoeging aan reserve bedrijfsvoering

100.000

0

100.000

200.000

200.000

200.000

200.000

Toevoeging reserve matching invordering

550.000

350.000

250.000

550.000

550.000

550.000

550.000

2.100.000

1.500.000

1.500.000

1.900.000

1.900.000

1.900.000

1.900.000

Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren

Subtotaal Totaal exploitatielasten

19.598.400 19.621.300

19.612.900 20.410.238 20.816.454 21.231.752 21.656.338

Rente en afschrijving

182.000

182.000

182.000

182.000

182.000

182.000

182.000

Kwijtschelding HHD en HHSK

450.000

450.000

450.000

450.000

450.000

450.000

450.000

Totaal lasten

20.230.400 20.253.300

20.244.900 21.042.238 21.448.454 21.863.752 22.288.338

Bijdrage van deelnemers

15.958.600

16.631.500

16.323.100

17.157.338

17.575.654

17.940.952

18.315.538

Opbrengst vervolging

4.100.000

3.450.000

3.750.000

3.800.000

3.850.000

3.900.000

3.950.000

Onttrekking aan reserve huurcompensatie

149.000

149.000

149.000

62.100

0

0

0

Financiële baten

22.800

22.800

22.800

22.800

22.800

22.800

22.800

Totaal baten RBG

20.230.400 20.253.300

Saldo programma

0

20.244.900 21.042.238 21.448.454 21.863.752 22.288.338

0

0

0

0

0

0

De in deze kaderbrief genoemde wijzigingen zullen in de op te stellen meerjarenbegroting 2024-2028 worden opgenomen. Hieronder een totaaloverzicht: Kosten Totaal exploitatielasten meerjarenpersectief 2023-2027

€

2023 20.244.900 €

2024 21.042.238 €

2025 21.448.454 €

2026 21.863.752 €

2027 22.288.338

€

618.500 €

634.300 €

650.157 €

666.411 €

683.072

€

57.500 €

58.995 €

60.529 €

62.103

Aandeel waterschappen WOZ-kosten €

-1.100.000 €

-1.100.000 €

€

-781.500 €

-408.200 €

726.940 €

745.174

Geraamde wijzigingen CAO Wijzigingen Prijsiflatie van 1,9% naar 2,6% Beroepsprocedure kwijtschelding

Totaal mutaties 2023-2027

€

-300.000 -1.100.000 -390.848 €

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 20 -

Bijdragen per deelnemers op basis van het bestaande meerjarenperspectief 2023-2027

Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam

2021 15.958

2022 16.632

2023 16.323

2024 17.157

2025 17.576

2026 17.941

2027 18.316

7.547 3.773 1.915 1.382 1.341 15.958

7.879 3.939 2.002 1.409 1.403 16.632

7.737 3.868 1.964 1.377 1.377 16.323

7.925 3.963 2.012 1.411 1.410 16.721

8.090 4.045 2.054 1.440 1.439 17.069

8.259 4.130 2.097 1.470 1.470 17.425

8.455 4.227 2.147 1.505 1.504 17.838

De op de vorige pagina geraamde wijzigingen leiden tot de volgende mutaties op de deelnemersbijdragen: Baten Bijdragen van deelnemers meerjarenpersectief 2023-2027

€

2023 16.323.100 €

2024 17.157.338 €

2025 17.575.654 €

2026 17.940.952 €

2027 18.315.538

Geraamde mutaties totaal

€

-781.500 €

-408.200 €

-390.848 €

726.940 €

745.174

Totaal bijdragen deelnemers

€

15.541.600 €

16.749.138 €

17.184.806 €

18.667.892 €

19.060.712

De uiteindelijke gewijzigde bijdragen per deelnemer zullen in de meerjarenbegroting 2024-2028 worden opgenomen.

Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep d.d. 16 maart 2023. Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,

voorzitter,

(was getekend)

(Was getekend)

H.B. Sigmond

drs. A.J.B. van der Klugt

16.03.23-6 RBG Kaderbrief 2024 Versie 1.0 - Maart 2023

- 21 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12662818/1