2316201 College van B&W - RES plan van aanpak 2022-2026 en RES voortgangsrapportage 2023
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp
RES Plan van aanpak 2022 - 2026 en RES Voortgangsrapportage 2023
Portefeuillehouder
Wethouder Zwart
Voorstel ingediend door
Arjen Rijsdijk, arijsdijk@delft.nl
Registratienummer
5479719
Datum
18 april 2023
Concept-besluit(en) Niet van toepassing
Waarom nu? De Regionale Energie Strategie (RES) vloeit voort uit het Klimaatakkoord en geeft op onderdelen de regionale invulling van het Klimaatakkoord. Provincie Zuid-Holland, gemeenten en waterschappen in de MRDH regio hebben in de periode februari 2018 tot juli 2021 de RES Rotterdam Den Haag 1.0 opgesteld. In het verlengde daarvan is een uitvoeringsagenda opgesteld die richting geeft aan de manier waarop de ambities uit de RES invulling krijgen. Het Plan van Aanpak 2022 - 2026 geeft inzicht in de voorziene activiteiten van de RES-regio Rotterdam Den Haag. Sinds het vaststellen van de RES 1.0 is gewerkt aan het realiseren van de gestelde ambitie. De RES Rotterdam Den Haag zet de koers uit naar het halveren van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving in 2030 en het vergroten van de duurzame elektriciteitsproductie op land in 2030. De Voortgangsrapportage beantwoordt de vraag in welke mate we als regio op koers liggen voor het behalen van ambities zoals vastgesteld in de RES 1.0. Het Plan van Aanpak 2022-2026 stelt de aanpak voor de komende jaren bij. Het Bestuurlijk Netwerk Energie (BNE) binnen MRDH is het bestuurlijke orgaan dat sturing geeft aan de RES organisatie. Op 23 februari 2023 heeft het Bestuurlijk Netwerk Energie (BNE) aangegeven achter het Plan van Aanpak 2022 - 2026 te staan.
Daarbij is afgesproken dat het Plan van Aanpak 2022-2026 in alle colleges wordt voorgelegd om dit vast te laten stellen. Ook over de Voortgangsrapportage is in het BNE afgesproken deze in de colleges te behandelen ten behoeve van toezending aan het Nationaal Programma RES. Landelijk is afgesproken om de regionale voortgangsrapportages voor 1 juli 2023 aan te leveren bij het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Inhoud De Regionale Energie Strategie (RES) vloeit voort uit het Klimaatakkoord en geeft op onderdelen de regionale invullen van het klimaatakkoord. Provincie Zuid-Holland, gemeenten en waterschappen in de MRDH regio hebben in de periode februari 2018 tot juli 2021 de RES 1.0 opgesteld. In het verlengde daarvan is een uitvoeringsagenda opgesteld die richting geeft aan de manier waarop de ambities uit de RES invulling krijgen. Plan van aanpak 2022-2026 Het Plan van Aanpak 2022 - 2026 geeft inzicht in de voorziene activiteiten van de RES-regio Rotterdam Den Haag. Het gaat nader in op de focus, bijbehorende werkzaamheden en het samenspel tussen regiopartijen onderling en met de RES-organisatie. Het is vooral gericht op de huidige gemeentelijke bestuursperiode en met name de jaren 2023 - 2024, inclusief een doorkijk naar de periode erna.
Pagina 1 van 4
Er zijn drie redenen voor de herziening van het Plan van Aanpak: 1. Ontwikkelingen op landelijk niveau m.b.t. de positie van de RES, inspraak en uit te voeren beoordelingen op milieueffecten, hebben ertoe geleid dat het nationale RES-proces anders wordt ingericht. Deze ontwikkelingen worden vooral veroorzaakt door de aanstaande invoering van de Omgevingswet. In het RES-proces wordt voortaan onderscheid gemaakt in twee documenten: • de voortgangsrapportage die tweejaarlijks wordt aangeboden aan Nationaal Programma RES, waarvan de eerstvolgende uiterlijk 1 juli 2023. De voortgangsrapportage is niet kaderstellend en is daarom niet plan-m.e.r.-plichtig; • de RES Herijkingen (versie 2, 3 etc.). Deze hebben geen vaste ritmiek omdat de ontwikkelingen per regio anders zijn. Deze documenten zijn in veel gevallen wél plan-m.e.r.-plichtig. Hierdoor is – anders dan eerder aangegeven - in de komende periode in onze regio geen ontwikkeling van een RES 2.0 voorzien en ligt de focus op uitvoering van de RES 1.0. 2.
Toevoegingen en behoeften zoals die zijn verzameld bij de betrokken bestuurders en ambtenaren. Verdere aandacht wordt gevraagd voor de (mogelijke) problemen rondom netcongestie, meer innovatie en andere vormen van opwek, de impact van de verdere elektrificatie van bedrijven en de gebouwde omgeving en het organiseren en versterken van capaciteit en expertise ten behoeve van de vergroting van de uitvoeringskracht.
3.
De stand van zaken met betrekking tot de voortgang in de uitvoering. De Voortgangsrapportage 2023 laat zien dat de ambities voor 2030 nog niet in het verschiet liggen en dat een verdere versnelling gewenst is om te komen tot locaties voor realisatie van grootschalige opwek. Het plan van aanpak voorziet in een passende faciliterende aanpak.
Voortgangsrapportage 2023 Sinds het vaststellen van de RES 1.0 is gewerkt aan het realiseren van de gestelde ambitie. De RES Rotterdam Den Haag zet de koers uit naar het halveren van de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving in 2030 en het vergroten van de duurzame elektriciteitsproductie op land in 2030. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de RES regio’s het bereiken van de doelen elke twee jaar in beeld brengen en dit vastleggen in een Voortgangsrapportage. De voorliggende Voortgangsrapportage is daarvan de eerste. De voorgangsrapportages worden aangeboden aan het Nationaal Programma RES (NP RES) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zij analyseren en beoordelen de 30 voortgangsrapportages. Zo ontstaat er een landelijk beeld of de beoogde ambities van de regio’s waargemaakt worden en dus of de landelijke doelen worden behaald. De voortgangsrapportage 2023 beschrijft en verantwoordt de stappen die tussen juli 2021 en januari 2023 zijn gezet in de realisatie van de ambities zoals die zijn opgenomen in de RES 1.0. Conclusies uit de Voortgangsrapportage: • Ondanks inspanningen mét resultaten ligt de regio nog niet op koers. Om onze ambities in 2030 te realiseren hebben we fikse uitdagingen te overwinnen. Tegelijkertijd laat de ontwikkeling van nieuwe locaties voor grootschalige wind of zon weinig voortgang zien.
• Inpassing van energie opwek verdient de aandacht met het oog op netcongestie. • Veel van de mogelijke locaties voor realisatie van zon- en windenergie vallen af vanwege bestuurlijk/politieke redenen. Dit verkleint de kans op het realiseren van de gezamenlijke ambities aanzienlijk en verlegt de realisatiedruk naar andere gebieden binnen de regio. • De regionale structuur warmte laat voortgang zien en heeft tegelijkertijd nog een lange weg te gaan. Dit vraagstuk vereist een goede samenwerking en coördinatie tussen private en publieke partijen om de warmte op een betaalbare, eerlijke en rechtvaardige manier te verdelen. Nadere toelichting Elektriciteit: • Op het moment van peilen (februari 2023) is er 1,04 TWh gerealiseerd. De ambitie is 2,8 – 3,2 TWh. Dit betekent dat er in de periode tot aan 2030 nog 1,76 TWh gerealiseerd moet worden, om de onderkant van de bandbreedte van de ambitie te bereiken. Ter indicatie: dit zijn circa 50 windmolens en circa 1.000 ha aan zonnepanelen. Ter vergelijking: de oppervlakte van Delft is 2.406 hectare. Pagina 2 van 4
Warmte: • Er zijn in principe voldoende warmtebronnen aanwezig in de regio. De capaciteit en het bereik van de huidige warmtetransportleidingen en de in ontwikkeling zijnde bronnen zijn echter onvoldoende voor het bereiken van ambities in de hele regio. Er is afstemming nodig tussen verschillende projecten om te voorkomen dat projecten onnodig met elkaar concurreren. De huidige lokale aanpakken en de regionale ontwikkelingen moeten hierbij beter op elkaar worden afgestemd. • Er is vraag naar bovenlokale coördinatie en regie. Tegelijkertijd zijn de huidige wet- & regelgeving en financiële instrumenten onvoldoende om de warmtetransitie met voldoende vaart en omvang te realiseren. Hoewel op vele fronten hard gewerkt wordt, vraagt tijdige realisatie van de regionale ambitie op korte termijn om versnelling op alle onderdelen van de ambitie. De programma organisatie RES Rotterdam Den Haag biedt aan om het plan van aanpak en de voortgangsrapportage technisch toe te lichten aan de raad in een beeldvormende sessie. Wat verandert er? Omdat de beoogde ambitie betreffende de opwek van zon- en windenergie nog niet wordt gehaald is een intensievere aanpak nodig. Er wordt meer geïnvesteerd in de benodigde begeleiding van de projecten. Op het gebied van warmte wordt meer geïnvesteerd in kennisuitwisseling, samenwerking en coördinatie.
Zo wordt bijvoorbeeld een kwartiermaker voor het Warmte Actie Team in oprichting aangesteld. Deze benodigde intensivering wordt ondersteund door de reeds beschikbaar gekomen Rijksmiddelen. Om op het gebied van opwek van elektriciteit door middel van zon en wind de ambitie te behalen moet er meer bereidheid komen tot besluitvorming in de ruimtelijke processen. Beleidskaders De Regionale Energie Strategie past binnen de ambitie Delft Energie Neutraal 2050. Deze ambitie is onderdeel van het Delftse duurzaamheidsbeleid zoals beschreven in de nota “Bouwen aan een Duurzaam Delft” uit 2018. Het Plan van aanpak 2022-2026 en de Voortgangsrapportage komen in de plaats van de op 8 juli 2022 naar de raad gestuurde ‘2227393 College van B&W - Uitgangspuntennotitie en Plan van Aanpak RES 2.0 RDH’. Door de langdurende landelijke discussie of de regio’s nu al een RES 2.0 inclusief Milieu Effect Rapportage zouden moeten maken zijn deze stukken achterhaald. Uiteindelijk is besloten voorlopig geen RES 2.0 te maken voor deze regio. Van een eventuele RES 2.0 is pas sprake bij aanpassing van kaders en ambities ten opzichte van de RES 1.0. Hiervan is vooralsnog geen sprake binnen onze regio. De focus van de activiteiten ligt volledig op het invulling geven aan de gestelde ambities. Financiën Bij het plan van aanpak is een begroting opgesteld.
Deze begroting wordt jaarlijks geactualiseerd en door het Bestuurlijk Netwerk Energie vastgesteld. De bijdrage van de gemeente Delft wordt gedekt uit de middelen van het programma Energietransitie. Voor het jaar 2023 is dit bepaald op € 23.400,- excl. btw. De geschetste ambities en benodigde versnellingen in de RES worden lokaal en regionaal verder uitgewerkt door publieke en private partijen. Eventuele projecten worden separaat uitgewerkt en ter besluitvorming voorgelegd. Vervolg Zodra de Voortgangsrapportage 2023 RES Rotterdam Den Haag door alle colleges in de RES regio is vastgesteld, wordt deze namens de RES-regio ingediend bij het NP RES, als basis voor landelijke analyse en monitoring door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). De RES organisatie gaat door met het uitvoeren van het plan van aanpak. Participatie Inmiddels is ten behoeve van participatie in het RES proces het Platform RES Rotterdam Den Haag opgericht. In het platform nemen vertegenwoordigers o.a. van landbouw, natuur, huurders en energie coöperaties deel. Daarnaast neemt de landelijke organisatie Jong RES deel om jongeren te vertegenwoordigen. De leden van het platform zijn tot nu toe één keer bij elkaar geweest. Het platform is geïnformeerd van de stand van zaken, concrete voorstellen of adviezen zijn nog niet uit het platform voortgekomen.
Pagina 3 van 4
Communicatie Zodra de Voortgangsrapportage 2023 RES Rotterdam Den Haag door alle colleges is vastgesteld wordt er door de RES organisatie een persbericht opgesteld. Tevens wordt de rapportage namens de RES-regio ingediend bij het Nationaal Programma RES, als basis voor landelijke analyse en monitoring door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). NP RES en PBL communiceren zelf over hun bevindingen. Bijlage(n) 1. 2. 3. 4. 5.
Herzien Plan van Aanpak 2022-2024 RES RDH v1.0 - Aanbiedingsbrief colleges Herzien Plan van Aanpak 2022-2024 RES RDH v1.0 Herzien Plan van Aanpak 2022-2024 RES RDH v1.0 – Begroting Voortgangsrapportage 2023 RES RDH - Aanbiedingsbrief colleges Voortgangsrapportage 2023 RES RDH
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☐ Nee
☒ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M. Berger Loco-secretaris
F.W.J. Vliet, van Loco-burgemeester
Pagina 4 van 4