2307086 Burgerinitiatief Inclusie Delft - inclusieagenda
Tekst van het document
Betreft: Inclusieagenda Delft, 15 februari 2023
Geachte raadsleden, geacht college, In juni vorig jaar is een stadsgesprek over inclusie gevoerd. Een aantal deelnemers van dit gesprek hebben naar aanleiding daarvan een initiatiefgroep gevormd. In deze initiatiefgroep zitten ervarings- en andere inclusie-deskundigen. De initiatiefgroep beschouwt zichzelf als 'kartrekker' om inclusie van mensen met een beperking in Delft te versnellen. Om dat te bereiken zijn we bezig concrete ideeën en plannen voor inclusie uit te werken. In onze gesprekken horen we dat mensen met een beperking veel hobbels en barrières tegenkomen in de stad. Deze bemoeilijken een gelijkwaardige deelname aan de samenleving. Aan de andere kant blijkt dat ervaringsdeskundigen en andere burgers betrokken en gemotiveerd zijn om werk te maken van inclusie. Zij hebben bruikbare en realiseerbare ideeën om van Delft een inclusievere stad te maken. Vanuit dit perspectief hebben wij gekeken naar de Oplegger voor de Raad over de inclusieagenda. Wij zijn blij dat de gemeente met deze Oplegger een aanzet heeft gegeven voor de Delftse inclusieagenda. Wel missen wij nog een aantal zaken. Die lichten wij hieronder in een aantal punten toe. 1.
Wij missen in de eerste plaats visie, missie én ambitie. Het VN-verdrag gaat over de rechten van burgers die net als alle anderen willen meetellen en meedoen, maar daarin belemmerd worden door obstakels en drempels in de samenleving. Wij verwachten in een inclusieagenda een duidelijke stellingname waaruit blijkt dat de gemeente uitsluiting van mensen met een beperking onacceptabel vindt en actief tegen wil gaan.
2.
Het stuk ontbeert daadkracht en concrete, meetbare doelen. Het heeft lang geduurd voor deze aanzet tot de inclusieagenda er lag. Inmiddels zijn er diverse goede voorbeelden in het land te vinden. Tijdens en na het stadsgesprek zijn veel ideeën en plannen voor Delft naar voren gekomen die op redelijke termijn realiseerbaar zijn en merkbare resultaten kunnen opleveren. Volgens ons is het nu tijd voor concrete actie.
3.
De tekst komt op ons over als nogal ambtelijk, vaag en abstract. We zouden graag een stuk zien dat uitnodigend is voor burgers en maatschappelijke organisaties om mee te doen. In de gesprekken die wij in de afgelopen periode gevoerd hebben kwam nadrukkelijk naar voren dat inclusie van mensen met een beperking een gezamenlijke opdracht is van de hele stad. Wij hebben inmiddels met een aantal betrokken burgers de krachten gebundeld. Wij zijn ervan overtuigd dat veel meer partners te mobiliseren zijn. Daarvoor is een positieve en wervende insteek nodig en een aanpak die van ambitie en daadkracht getuigt.
4.
Ons valt op dat er veel nadruk ligt op het zorgperspectief: de doelgroep lijkt vooral gezien te worden als kwetsbaar en hulpbehoevend. Daarmee worden mensen met een beperking, wellicht onbedoeld, als apart of bijzonder benaderd. Voorbijgegaan wordt aan
1
de expertise, kwaliteiten en talenten waarmee zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. Wij pleiten voor meer nadruk op het burgerperspectief of sociaal perspectief: het gaat om de rechten van mensen met een beperking op een gewoon leven en een samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is. Dat is ook de kern van het VNverdrag. Niet de beperking van de inwoner, maar de beperkingen in de samenleving zouden centraal moeten staan. 5.
De opmerking dat het ‘Toegankelijkheidsplatform’ (idealiter) zou moeten bestaan uit leden van cliëntenraden van zorgorganisaties gaat voorbij aan een aanzienlijk deel van de doelgroep: mensen die niet cliënt zijn (of in ieder geval niet als zodanig gelabeld willen worden) maar burgers met relevante kennis, verhalen en ervaringsdeskundigheid. Wij pleiten nadrukkelijk voor een bredere samenstelling van het platform. Daarnaast lijkt ons belangrijk dat de gemeente goed in kaart brengt over welke inwoners de inclusieagenda gaat.
6.
Wij vragen ons af waarom het voorstel voor het betrekken van ervaringsdeskundigen ‘Toegankelijkheidsplatform’ wordt genoemd en niet ‘Inclusieplatform’. Inclusie heeft volgens ons een bredere betekenis: niet alleen drempels wegnemen maar werken aan een samenleving waarin iedereen meetelt.
7.
Het overzicht ‘wat doen we al’ getuigt naar onze mening niet van visie en reflectie vanuit inclusieperspectief. Wij missen informatie over wat wel en niet inclusie bevordert, wat nog gemist wordt en wat blinde vlekken zijn Uit signalen die wij horen maken wij op dat in verschillende van de genoemde programma’s en initiatieven van daadwerkelijke inclusie (nog) geen sprake is.
8.
Om effectief te kunnen zijn is essentieel dat het Toegankelijkheids-/Inclusieplatform een goede positie krijgt, dat vraagt om duidelijke afspraken over opdracht, samenstelling, mandaat en randvoorwaarden (o.a. financiële middelen en goede ondersteuning). Het budget dat nu genoemd wordt kan niet meer dan een opstapje zijn.
9.
Wij willen voorkomen dat het platform een bureaucratisch orgaan wordt. We pleiten voor een kennisnetwerk waarin gemeente en inwoners, samen met ondernemers, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten, een ontwikkelproces op gang brengen. Door kennis en ervaring op het gebied van inclusie bij elkaar te brengen kan het platform als vliegwiel werken en leiden tot acties op vele fronten die daadwerkelijke inclusie bewerkstelligen.
10. Over organisatie en coördinatie van de ontwikkelingen en activiteiten die uit de Inclusieagenda voortkomen is de oplegger nog vaag. Van groot belang om daadwerkelijk resultaten te bereiken is een vast en duurzaam coördinatiepunt binnen de gemeente met voldoende deskundige bemensing. Dit zou zowel binnen de gemeente als voor inwoners aanspreekpunt en aanjager moeten zijn.
2
11. Een voorbeeld van een thema waarop de gemeente snel al concrete actie zou kunnen nemen, is beeldvorming en bewustwording in de samenleving. Dat is volgens ons een publieke verantwoordelijkheid. 12. Als laatste punt roepen wij de gemeente op om zelf inclusief te worden! Om te beginnen is noodzakelijk dat in het personeelsbeleid expliciet aandacht is voor inclusie. Daarbij kan ook gedacht worden aan de (betaalde) inzet van ervaringsdeskundigen. Daarnaast pleiten wij ervoor dat bij alle projecten en initiatieven die de gemeente uitvoert en/of financiert getoetst wordt op inclusiviteit. Hiervoor zou gebruik gemaakt kunnen worden van de hiervoor genoemde ervaringsdeskundigen. Het inclusief maken en houden van culturele activiteiten, bouwprojecten etc. wordt nu onvoldoende geborgd. Tenslotte: Wij vragen u in de bespreking in de commissie SDW op 23 februari aandacht te hebben voor de volgende punten: - Recht doen aan de Inclusiegedachte: de samenleving wordt uitgedaagd, aangemoedigd en versterkt bij concrete stappen die zorgen dat mensen met een beperking steeds meer kunnen meedoen: (vrijwilligers)werk, wonen en leven - Uitwerken naar concrete, meetbare doelen - Inclusieplatform in plaats van Toegankelijkheidsplatform o Samenstelling o Opdracht, mandaat en randvoorwaarden (o.a.
financiële middelen en ondersteuning) - Centraal coördinatiepunt binnen gemeente - Snelle concrete acties - Beeldvorming en bewustwording als publieke taak Namens Burgerinitiatief Inclusie Delft
3