2227391 College van B&W - Bestuurlijke reactie Meicirculaire 2022
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie
Onderwerp
Bestuurlijke reactie Meicirculaire 2022
Portefeuillehouder
Registratienummer
Martina Huijsmans René Janssen (rjanssen@delft.nl), Auke van der Heide (avdheide@delft.nl), Peter Bosch (pbosch@delft.nl) en Kirsten Mik (kmik@delft.nl) 5223786
Datum
5 juli 2022
Voorstel ingediend door
Concept-besluit(en) N.v.t.
Inhoud Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie van het Rijk over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. Op 1 juni 2022 is de meicirculaire gepubliceerd. Met deze oplegger wordt u geïnformeerd over de financiële effecten voor Delft. De meicirculaire informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en de decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds voor de jaren 2022 en verder. Deze meicirculaire bevat ook informatie over de gevolgen voor gemeenten van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds (per 1 januari 2023) en de verwerking van het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV. Bij elke circulaire over het gemeentefonds volgt na analyse (doorrekening, bestuurlijke impact) het advies- en besluitvormingstraject en daarna de aanbieding aan de raad van de bestuurlijke reactie. Dit jaar is hierbij veel tijd en aandacht besteed aan de forse wijzigingen die het gevolg zijn van het coalitieakkoord Rutte IV, de Voorjaarsnota en de herijking van het gemeentefonds. Op 21 juni ontvingen wij de VNG brief ‘Akkoord bevriezen volume-accres 2022-2025”.
Om u zo volledig mogelijk te informeren hebben we de keuze gemaakt om de inhoud van deze brief al te verwerken in deze oplegger. Deze oplegger geeft inzicht in de effecten op het financiële beeld. Verdere duiding en invulling volgen bij de Programmabegroting 2023-2026. Meicirculaire 2022 De meicirculaire laat ten opzichte van de decembercirculaire een positief beeld zien, met name doordat de omvang van het gemeentefonds fors is gegroeid. Deze groei (accres) wordt verklaard doordat het gemeentefonds meebeweegt met de uitgaven van het Rijk. Dit wordt de trap-op-trap-af systematiek genoemd. Door extra uitgaven in het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota groeit het gemeentefonds. Over de extra inkomsten uit het gemeentefonds is tussen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), IPO en VNG de afspraak gemaakt om deze t/m 2025 te bevriezen (VNG brief “Akkoord bevriezing volume-accres 2022-2025” d.d. 21 juni 2022). Hiermee wordt een stabielere financiering van medeoverheden bereikt omdat alleen nog een correctie plaatsvindt voor de ontwikkeling van lonen en prijzen (inflatie).
Belangrijke kanttekeningen bij het akkoord zijn dat de problemen vanaf 2026 als gevolg van afspraken in het coalitieakkoord blijven bestaan. Dit betreft specifiek het ‘ravijnjaar’ 2026 dat ontstaat door de daling van het accres (a.g.v. het ramen van een vast bedrag vanaf 2026), het handhaven van de opschalingskorting en het onvoldoende compenseren voor inflatie. Gevolg hiervan is dat de middelen structureel lager worden en investeringen in de maatschappelijke opgaven waarvoor Nederland staat, niet mogelijk zijn. Aan een oplossing wordt gewerkt door het ministerie van BZK, de VNG en het IPO. Inzet is om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder op basis van een analyse van de financiële gevolgen van het coalitieakkoord voor gemeenten en provincies. De Tweede Kamer zal in september met een contourennota worden geïnformeerd over de uitkomst en de vervolgstappen. Op het VNG congres op 29 juni jl. is ook een resolutie (bijlage 2) aangenomen waarbij de VNG er bij het Rijk onder meer op aandringt dat er vóór Prinsjesdag duidelijkheid moet komen over 2026. In deze resolutie wordt ook benoemd dat met deze onzekerheid gemeenten niet langjarig kunnen bijdragen aan de ambities ten aanzien van maatschappelijke opgaven en dat voor gemeentelijke taken er adequate financiering moet zijn.
Totdat bekend is hoe de nieuwe financieringssytematiek er uit ziet en wat dit oplevert, blijft sprake van grote onzekerheden die bepalend zijn voor de inzet van de financiële ruimte in de meicirculaire. Om die reden is in deze oplegger nog sprake van een indicatieve inzet waarover op een later moment meer definitieve voorstellen volgen. De meicirculaire is één van de bouwstenen voor de programmabegroting. Bij de Programmabegroting 2023 – 2026 volgt een integraal voorstel op basis van alle bouwstenen van de begroting. Leeswijzer Hierna is een bestuurlijke samenvatting opgenomen over de circulaire, de financiële effecten voor het begrotingsen meerjarenbeeld en eerste indicatie voor besteding van deze middelen. De bijlage bevat een uitleg van de verschillende onderdelen van het gemeentefonds en de begrippen. Ook bevat de bijlage een toelichting op taakmutaties en wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Bestuurlijke samenvatting De tabel hierna laat voor Delft de wijzigingen in het gemeentefonds zien ten opzichte van de Decembercirculaire 2021. Inhoud meicirculaire 2022 Uitkering Gemeentefonds Meicirculaire 2022 Stand Gemeentefonds Decembercirculaire 2021
*€ 1.000
2022 229.630
2023 218.106
2024 217.407
2025 219.023
2026 219.935
w.v. Eigen middelen
-17.832
-17.831
-17.822
-17.840
-17.866
w.v. Klassiek domein
102.367
100.891
100.635
101.415
102.557
w.v. Sociaal domein
145.095
135.046
134.594
135.448
135.244
6.724
25.663
34.782
38.712
23.218
2.446 -1.528 pm 6.631 -45 -777 203 360 -3.313 29.639 247.745
3.319 -1.554 pm
4.158 -1.539 pm
-68 -1.882 208 360 -3.375 31.789 249.196
-465 -1.882 211 360 -3.427 36.127 255.150
Meicirculaire 2022 1. 2.
3. 4. 5. 6.
Algemene uitkering o.b.v. Voorjaarsnota 2022 (accres, maatstaven)
Coalitieakkoord Rutte IV: - Opschalingskorting - Uitname woningbouwimpuls en volkshuisvestingsfonds - Uitvoering Omgevingswet/wet Kwaliteitsborging Bouw - Jeugdzorg (arbitrage) - Uitname valpreventie en huishoudelijke hulp Nieuw verdeelmodel: herverdeeleffect (incl. suppletie) Taakmutaties (inclusief energietoeslag) Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Integratie-uitkeringen Sociaal domein Totaal mutaties Meicirculaire 2022 Gemeentefonds Meicirculaire 2022
pm
6.926 1.436 1.406 16.492 246.122
-474 -1.882 214 57 -3.428 17.704 237.639
Toelichting per regel van de tabel: 1. Algemene uitkering op basis van Voorjaarsnota 2022 (accres, maatstaven) De meicirculaire laat een forse stijging van de uitkering zien ten opzichte van de decembercirculaire. Dit wordt met name veroorzaakt door extra uitgaven van het Rijk die zijn opgenomen in het landelijk coalitieakkoord en in de Voorjaarsnota van het kabinet Rutte IV. 2. Coalitieakkoord Rutte IV Daarnaast zijn ook de overige afspraken in het coalitieakkoord nu definitief verwerkt: het schrappen van de oploop van de opschalingskorting, de uitname voor de woningbouwimplus en het volkshuisvestingsfonds, de extra middelen voor jeugdzorg (2023) en de uitname voor nieuw beleid voor valpreventie en huishoudelijke hulp. In de Kaderbrief 2022 is, op basis van de Startnota en maartbrief, een deel van deze cijfers al verwerkt. De meicirculaire bevat de definitieve verwerking. Met het verschil is rekening gehouden bij het voorstel voor de indicatieve inzet van de financiële ruimte. Over de verdeling van de incidentele middelen voor de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging bouw zijn wel afspraken gemaakt, maar financiële verwerking volgt in de septembercirculaire 2022. 3. Nieuw verdeelmodel: herverdeeleffect (inclusief suppletie) In de meicirculaire is ook de nieuwe ververdeling van het gemeentefonds (vanaf 1 januari 2023) verwerkt.
De actuele berekening van het ministerie van BZK leidt voor Delft tot een nadeel. 4./5./6. Taakmutatie (incl. energietoeslag), integratie- en decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen Sociaal Domein Bij mutaties in verband met taakuitbreidingen is o.a. de energietoeslag verwerkt (Delft: + € 6,976 miljoen) en een uitkering voor de uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord (Delft: + € 0,592 miljoen). Tevens zijn de budgetten voor Inburgering, Voogdij 18+ en Participatie (Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding) overgeheveld naar de Algemene uitkering. Het saldo van de meicirculaire is in alle jaren positief. Vanaf 2026 is wel sprake van een aanzienlijke daling van het gemeentefonds. Over een stabiele financiering van gemeenten volgt een advies en een contourennota van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Indicatieve inzet meicirculaire Over de financiële ruimte die ontstaat bestaat veel onzekerheid, met name over de afspraken die gemaakt moeten worden over extra financiële middelen vanaf 2026, de gevolgen van de inflatie, de uitkomsten van het nieuwe verdeelmodel van het gemeentefonds en over het overleg over de Hervormingsagenda Jeugdzorg. In de tabel hieronder is rekening gehouden met voorstellen waarbij de keuzevrijheid beperkt is.
Over de financiële ruimte die daarna resteert, wordt een nadere afweging gemaakt wanneer ook de uitkomsten van overige bouwstenen in de voorbereiding voor de Programmabegroting 2023-2026 bekend zijn. Inzet meicirculaire 2022 Effect Gemeentefonds op financieel meerjarenbeeld Meicirculaire 2022 Totaal mutaties Meicirculaire 2022 Voorstellen met effect op b egrotings- en meerjarenb eeld 1. Algemene uitkering - Reeds verwerkt o.b.v. Coalitieakkoord Rutte IV (Kaderbrief 2022) - Nominale ontwikkeling 2023 - Aframen stelpost extra middelen Jeugdzorg (arbitrage) - Taakmutaties (inclusief energietoeslag) - Correctie stelpost Ruimte onder plafond BCF 2. Aanpassing decentralisatie- en integratie-uitkeringen 3. Integratie-uitkeringen Sociaal domein 4. Autonome groei Sociaal domein 5. Stelpost voor effect onderuitputting op nominale ontwikkeling 6. Groei van de stad (stelpost) Totaal effect financieel meerjarenbeeld
*€ 1.000
2022 16.492
2023 29.639
2024 31.789
2025 36.127
2026 17.704
-3.900
-8.930 -4.000 -5.880 -158 60 -360 -1.300
-12.640 -4.000
-11.580 -4.000
-820 -4.000
-140 60 -360 -1.300
254 60 -360 -1.301
260 60 -57 -1.302
-500
-1.518 -500
-3.036 -500
-3.036 -500
8.571
-1.154 10.238
-1.127 14.537
-1.127 7.182
-6.926 -1.436 -1.406
2.824
Toelichting bij regels tabel indicatieve bestedingsvoorstellen: 1. Algemene uitkering - Reeds verwerkt o.b.v. Coalitieakkoord Rutte IV (Kaderbrief 2022) In de Kaderbrief 2022 is de eerste uitwerking van het coalitieakkoord opgenomen op basis van informatie in de Startnota en de maartbrief. De definitieve uitwerking is nu opgenomen in de circulaire. Om een dubbeltelling te voorkomen schrappen we de eerdere aanname voor extra middelen. -
Nominale ontwikkeling 2023 Voor de nominale ontwikkeling 2023 (loon- en prijsontwikkelingen) is een reservering van € 5,0 miljoen opgenomen. Een nadere onderbouwing is onderdeel van de Programmabegroting 2023-2026. NB: voor de gevolgen van de hogere inflatie in het lopende jaar 2022 is € 3 miljoen gereserveerd. Nader bezien wordt hoe deze middelen verdeeld worden (materiële budgetten, investeringen).
-
Aframen stelpost Extra middelen jeugdzorg (arbitrage) Voor de extra middelen voor jeugdzorg is in de begroting een (structurele) stelpost geraamd (op basis van afspraken tussen het ministerie van BZK, IPO en VNG). Doordat nu incidenteel de extra middelen voor 2023 daadwerkelijk zijn ontvangen, vervalt de stelpost.
-
Taakmutaties De taakmutaties in de circulaire leiden tot uitbreiding van het takenpakket en extra lasten. Hierbij is getoetst of middelen exact in deze omvang benodigd zijn. Meest opvallend zijn het budget voor energietoeslag in 2022 en de verlaging van de budgetten voor het Sociaal domein als gevolg van rijksbeleid voor valpreventie en huishoudelijke hulp (dit is nader toegelicht in de bijlage).
-
Correctie stelpost Ruimte onder plafond BCF De structurele ruimte onder het plafond BTW CompensatieFonds (BCF) wordt bepaald door de afrekening over het afgelopen jaar. Omdat gemeenten in 2021 minder hebben gedeclareerd is het voordeel groter dan verwacht bij de septembercirculaire. Voorstel is om de stelpost te verhogen met € 60.000.
2.
Aanpassing decentralisatie- en integratie-uitkeringen De gewijzigde decentralisatie-uitkeringen leiden tot een ophoging van lasten vanwege uitbreiding van het takenpakket (o.a. uitvoeringskosten Klimaatakkoord, Vrouwenopvang en Brede aanpak dak- en thuisloosheid). Hierbij is getoetst of middelen exact in deze omvang benodigd zijn.
3.
Integratie-uitkeringen Sociaal domein De integratie-uitkering Beschermd wonen is aangepast aan prijs- en volumeontwikkelingen.
4.
Autonome groei Sociaal domein Het gevolg van het akkoord over het vastzetten van het volumedeel van het accres in de periode 2022-2025 is dat uit deze ruimte ook de volumegroei van de kosten in het Sociaal domein betaald moet worden. Rekening is gehouden met een volumegroei van 2,5% (Jeugdzorg) en 5% (Wmo).
5.
Stelpost voor effect onderuitputting op nominale ontwikkeling Eerder is door het CPB verondersteld dat rekening moet worden gehouden met een aanzienlijke onderuitputting bij het Rijk die via de trap-op-trap-af systematiek ook gevolgen heeft voor de omvang van het gemeentefonds. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres geldt dit nu uitsluitend voor de ontwikkeling van lonen en prijzen. Voorstel is om voor de verwachte daling van het accres uit het gemeentefonds een stelpost op te nemen. Dit is indicatief en wordt opnieuw afgewogen in het proces richting de Programmabegroting 2023-2026.
6.
Groei van de stad Vorig jaar is in de Programmabegroting 2022-2025 een aparte raming opgenomen voor de extra middelen uit het gemeentefonds als gevolg van de stijging van het aantal inwoners en woningen vanaf 2024. Door wijziging en onduidelijkheid over normeringssystematiek vanaf 2026 en de maatstaven is het voorstel om nu geen extra groei van het gemeentefonds te ramen. Zodra meer duidelijk is over een stabiele financiering volgt een nader voorstel.
Conclusie Het effect van de Meicirculaire 2022 en de indicatieve voorstellen voor inzet van de financiële ruimte op het begrotings- en meerjarenbeeld is in alle jaren positief. Wel zien we een groot verschil tussen de jaren 2022-2025 en 2026 waardoor de ruimte voor structurele financiering aanzienlijk wordt beperkt. Als gevolg van de daling van middelen wordt 2026 door de VNG aangemerkt als ‘het ravijnjaar’. Het vinden van oplossingen hiervoor is een belangrijk onderwerp van gesprek tussen VNG en het Rijk. De andere onzekerheden (zoals de effecten van de inflatie en de hervormingsagenda jeugdzorg) versterken dit. De effecten, voorstellen en aanvullende informatie van het Rijk over de financiering in 2026 worden betrokken bij de voorbereiding van de Najaarsrapportage 2022 en de Programmabegroting 2023-2026. Belangrijke randvoorwaarde hierbij is het bereiken van structureel begrotingsevenwicht, zo mogelijk in 2023 en uiterlijk in 2025 en 2026. Waarom nu? De meicirculaire is gepubliceerd op 1 juni 2022. Met deze oplegger wordt de raad geïnformeerd over de financiële effecten voor Delft. Essentie: wat verandert er? Het saldo van de meicirculaire is positief en wordt verwerkt in de Najaarsrapportage 2022 en de Programmabegroting 2023-2026.
Beleidskaders De meicirculaire vormt samen met o.a. de Kaderbrief 2022 en het coalitieakkoord een belangrijke bouwsteen voor de Programmabegroting 2023-2026.
Participatie N.v.t.
Financiën Verwerking is onderdeel van de Najaarsrapportage 2022 en de Programmabegroting 2023-2026.
Vervolg De uitkomsten van de meicirculaire worden betrokken bij de begrotingsvoorbereiding en verwerkt in de Najaarsrapportage 2022 en de Programmabegroting 2023-2026. De Programmabegroting 2023 – 2026 wordt op 30 september aan de raad aangeboden. Communicatie N.v.t.
Bijlage(n) 1. 2.
Toelichting op Algemene uitkering (accres, taakmutaties), decentralisatie- en integratie-uitkeringen; Resolutie VNG: Resolutie zekerheid over structurele financiën
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☒ Nee
☐ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M. Berger Loco-secretaris
A.M. Zwart Loco-burgemeester