2224335 College van B&W - reactie op rapport Nationale Ombudsman 'Een status met weinig armslag'
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp
Bestuurlijke reactie op rapport Nationale Ombudsman ‘Een status met weinig armslag’
Portefeuillehouder
Karin Schrederhof, Stephan Brandligt, Lennart Harpe
Voorstel ingediend door
Edmar Voeten (evoeten@delft.nl)
Registratienummer
5201603
Datum
14 juni 2022
Concept-besluit(en) nvt
Inhoud De Nationale Ombudsman geeft aan zich zorgen te maken over de kwetsbare financiële positie van sociale minima en heeft daarom besloten aandacht te besteden aan de financiële problemen van verschillende groepen minima. Het onderzoek naar de financiële positie van statushouders is de eerste in een reeks van drie onderzoeken van de Nationale Ombudsman. Op 25 april 2022 heeft de Nationale Ombudsman het rapport “Een status met weinig armslag’ gepubliceerd. Het doel van het onderzoek is om na te gaan welke financiële knelpunten statushouders ervaren in de praktijk en in hoeverre die knelpunten ervoor zorgen dat zij onder het bestaansminimum terechtkomen of dreigen terecht te komen. Daarbij vraagt de Nationale ombudsman zich ook af wat statushouders in dit kader redelijkerwijs van de overheid mogen verwachten. De Nationale ombudsman wil met de resultaten van het onderzoek de overheid laten zien welke knelpunten voor financiële problemen, schulden en langdurige armoede zorgen bij statushouders. Resultaten onderzoek De algemene conclusie van het rapport is dat statushouders een hoog risico lopen om langdurig financieel in de knel te komen.
De individuele factoren met negatieve invloed op de financiële situatie en zelfredzaamheid zijn: • Gebrek aan basiskennis van de Nederlandse taal en het financiële systeem • Ontbreken van digitale vaardigheden • Onverwerkte traumatische gebeurtenissen • Klein sociaal netwerk • Extra kosten, bijvoorbeeld leges- en vertaalkosten en de kosten voor gezinshereniging • Geen financiële buffer en privéschulden door vluchtreis naar Nederland • Financiële ondersteuning van familie in land van herkomst • Veel financiële veranderingen door wijzigingen in gezinssamenstelling en verhuizing van een asielzoekerscentrum naar een gemeente. Uit het onderzoek volgen verder de volgende financiële knelpunten: • Financiële begeleiding en ontzorgen • Goede begeleiding is noodzakelijk voor statushouders. De geboden begeleiding verschilt sterk per gemeente. Niet alle statushouders ontvangen de begeleiding die zij nodig hebben. Het nieuwe inburgeringsstelsel ontzorgt statushouders, maar levert gemeenten ook nieuwe zorgen op. • Ketenproblematiek • Statushouders hebben te maken met veel verschillende overheidsinstanties. Als deze onderling niet goed samenwerken, resulteert dit in financiële problemen. Bij de informatieoverdracht van het COA naar de gemeente en
de samenwerking met de uitvoeringsinstanties is verbetering mogelijk. • Administratieve werkelijkheid sluit niet aan bij leefsituatie statushouders • Ook statushouders die wél professionele begeleiding ontvangen, komen financieel in de knel. Dit komt doordat wet- en regelgeving en voorzieningen niet aansluiten bij de leefsituatie van statushouders. En doordat werken niet lonend is en de noodzakelijke extra kosten van statushouders niet volledig worden vergoed. Ook ontbreekt een laagdrempelig aanspreekpunt of loket. Tot slot wordt er een aantal aanbevelingen specifiek voor gemeenten gedaan: 1.Zorg voor goede financiële begeleiding Aan gemeenten: Stem de begeleiding van de statushouder af op de behoefte van de statushouder. Heb extra aandacht voor de inburgeraars die vallen onder de werking van het oude inburgeringstelsel. Zorg voor één laagdrempelig loket of aanspreekpunt met ervaring met statushouders en maak statushouders wegwijs in de reguliere hulploketten. 2. Los de nu al bekende knelpunten bij ontzorgen op Stem de mate van ontzorging en begeleiding gericht op financiële zelfredzaamheid af op de individuele behoefte van de statushouder. 3.
Verbeter de samenwerking in de keten Aan de ketenpartners: het COA, gemeenten, de Belastingdienst/Toeslagen, DUO, het UWV, de SVB en de IND: Help elkaar om negatieve financiële keteneffecten voor statushouders te voorkomen en/ of op te lossen. Heb bij de invordering aandacht voor de bijzondere, kwetsbare financiële positie van statushouders. Bied elkaar én professionals die statushouders begeleiden een laagdrempelige ingang en/of centraal kennispunt. 4. Laat de administratieve werkelijkheid van de overheid beter aansluiten bij de leefsituatie van statushouders Aan de ministers en aan gemeenten: Zorg dat de noodzakelijke kosten van inburgering en de inkomensafhankelijke tegemoetkomingen (zoals reiskosten voor taallessen, inrichtingskosten van de woning en leges in kader van gezinshereniging) niet leiden tot financiële problemen bij statushouders. Bestuurlijke reactie: Wij herkennen de conclusie dat statushouders een hoog risico lopen om langdurig financieel in de knel te komen. Wij zetten ons zo goed mogelijk in om dergelijke problemen te voorkomen. Voordat we inhoudelijk reageren op de knelpunten en aanbevelingen uit het rapport eerst een meer algemene reactie. Schuldenproblematiek bevindt zich op de scheidslijn tussen eigen verantwoordelijkheid en autonomie aan de ene kant en passend ingrijpen bij schuldenproblematiek om erger te voorkomen aan de andere kant.
Daarbij weegt de keuze van de burger nog steeds zwaar. Dwang toepassen op dit gebied gaat ver. Er moet heel wat gebeuren voordat dat aan de orde is. Daarmee is de aanpak van schuldenproblematiek tegelijk ingewikkeld. Burgers, dus ook statushouders, moeten een drempel over om hulp te vragen bij financiële problemen. Wij nodigen hen daar zo drempelvrij mogelijk toe uit, maar het blijft in eerste instantie de keus van de burger of hij/zij ondersteuning gaat vragen. En specifiek voor de statushouder is dat een ingewikkelde keus. Want los van onbekendheid met het Nederlandse financiële stelsel, speelt mee dat er een grote wens/druk is om ofwel in het land van herkomst achter gebleven familie financieel te ondersteunen (en dus maandelijks geld naar hen over te maken, wat er ook gebeurt), of geld uit te geven aan vliegtickets ten behoeve van gezinshereniging (ongeacht of dat financieel verantwoord is). We onderscheiden op het gebied van statushouders twee groepen: statushouders die inburgeringsplichtig werden onder de wet Inburgering 2013 (WI2013) en statushouders die inburgeringsplichtig zijn onder de wet Inburgering 2021 (WI2021, in werking getreden per 1 januari 2022). Op basis van de ervaringen met de WI2013 is in de Wet inburgering 2021 een veel grotere rol voor de gemeente benoemd bij het begeleiden van statushouders .
In de WI2021 zijn meer waarborgen ingebouwd om statushouders in hun financiële positie te ondersteunen. Zo worden ten minste de eerste 6 maanden de vaste lasten doorbetaald en wordt via maatschappelijke begeleiding en een budgetcursus actief ondersteund bij het toewerken naar financiële zelfredzaamheid. Er is dus een nadrukkelijk andere rol voor de gemeente afhankelijk van welke Wet inburgering van toepassing is bij een statushouder.
Onder de WI2013 was de gemeente verplicht maatschappelijke begeleiding te bieden. Deze begeleiding werd geboden door Participe (onderdeel van Delft voor Elkaar) samen met vrijwilligers. Onderdeel van de maatschappelijke begeleiding was ook het wegwijs maken van de statushouder op financieel gebied. Maatschappelijke begeleiding werd voor een half jaar geboden. Als Participe het noodzakelijk vond konden zij een verlenging aanvragen van deze periode. Participe kon de periode van maatschappelijke begeleiding ook gebruiken om indien dat nodig was mensen “warm” over te dragen aan reguliere hulpverlening. Dit alles vanuit het idee dat statushouders zo snel mogelijk “gewone” Delftenaren moeten worden en dan gebruik kunnen maken van het regulier beschikbare aanbod. Het budget dat beschikbaar was voor maatschappelijke begeleiding in de WI2013 was beperkt. Delft heeft er al in 2015 voor gekozen om ondanks de wettelijk beperkte rol voor de gemeente extra aandacht te besteden aan statushouders. Hiervoor zijn tot en met 2019 extra gemeentelijke middelen beschikbaar gesteld. De resultaten van deze aanpak staan in het jaarverslag statushouders. ( https://delft.raadsinformatie.nl/document/11407053/1#search=%22jaarverslag%20statushouders%22) Zodra statushouders hebben voldaan aan hun inburgeringsplicht stopt de monitoring vanuit de gemeente.
We gaan er dan vanuit dat iemand als “gewone” Delftenaar gebruik maakt van alle voorzieningen in de stad. De ombudsman deed specifieke aanbevelingen voor gemeenten. Hieronder de reactie op deze aanbevelingen 1. Zorg voor goede financiële begeleiding, dat wil zeggen: a) Stem de begeleiding van de statushouder af op de behoefte van de statushouder. b) Heb extra aandacht voor de inburgeraars die vallen onder de werking van het oude inburgeringstelsel. c) Zorg voor één laagdrempelig loket of aanspreekpunt met ervaring met statushouders en maak statushouders wegwijs in de reguliere hulploketten. Ad a) De financiële begeleiding zoals die bedacht is in de WI 2021 is vormgegeven en operationeel in Delft. Dat wil zeggen dat praktische ondersteuning bij het afhandelen van financiële zaken wordt geboden, dat vaste lasten worden doorbetaald en dat er een, bij het NIBUD ingekochte, training financiële zelfredzaamheid wordt aangeboden. Met statushouders die onder de WI2021 vallen is de eerste 6 maanden via maatschappelijke begeleiding wekelijks contact, waarbij de financiële positie altijd de aandacht heeft. Als de individuele situatie daar aanleiding toe geeft kan die periode met 3 maanden worden verlengd. Ad b) Ook onder de WI2013 bieden we maatschappelijke begeleiding aan, in dit geval door Participe. En ook hier bestaat er de mogelijkheid tot verlenging van de periode van 6 maanden.
In 2021 heeft Participe aan 82 statushouders maatschappelijke begeleiding aangeboden en zijn 12 van deze trajecten verlengd. Als het gaat om verdere financiële begeleiding is de reguliere dienstverlening van toepassing. Dat betekent dat statushouders in aanmerking komen voor de schuldhulp van de Financiële Winkel of Isofa/Schuldhulpmaatje. . Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal komt voor onder deze doelgroep en betekent helaas dat lang niet altijd een ‘match’ met een vrijwilliger vanuit Schuldhulpmaatje gemaakt kan worden. Ad c) Wij bieden iedere statushouder een duidelijk aanspreekpunt. Tot 1 januari 2022 liep dat via DOK Taalhuis. Met de invoering van de WI2021 heeft iedere statushouder een vast contactpersoon vanuit de gemeentelijke dienstverlening. 2. Los de nu al bekende knelpunten bij de begeleiding door gemeenten (‘ontzorgen’) op. Voor de groep die onder de WI 2013 valt hebben we de afgelopen jaren extra begeleiding geboden. Voor de mensen die inburgeringsplichtig worden onder de WI2021 heeft de gemeente een grotere rol. In de praktijk doen zich daarbij knelpunten voor. De gemeente moet vanuit de uitkering de vaste lasten betalen in elk geval de eerste 6 maanden dat iemand in Delft woont. Het inkomen van iemand met een bijstandsuitkering bestaat daarnaast uit toeslagen via de belastingdienst. (huur- en zorgtoeslag).
Die toeslagen worden op de bankrekening van de cliënt zelf gestort. En er is een verwerkingstijd, waardoor toeslagen in de eerste maand nog niet uitgekeerd worden. Dat betekent in de praktijk dat gedurende de eerste maand uitkering iemand amper leefgeld over houdt nadat de vaste lasten zijn betaald. Bovendien leidt de toeslagensystematiek ertoe dat de statushouders nog steeds in financiële problemen kunnen komen omdat zij de toeslagen gebruiken om geld naar het buitenland over te maken, waardoor er onvoldoende geld overblijft om van te leven. In Delft hebben we voor 2022 ervoor gekozen om de energietoeslag waar deze groep recht op heeft te benutten voor overbrugging gedurende de eerste maand.
Hiermee is er in ieder geval voldoende budget aanwezig om de vaste lasten door te kunnen betalen en voldoende leefgeld over te houden. Dit is overigens wel een oplossing specifiek voor 2022. Maar die geeft ruimte om ervaring op te doen met de doorbetaling vaste lasten en van daaruit met een structureel goed werkend werkproces te komen voor 2023 en volgende jaren. Voor statushouders en andere uitkeringsgerechtigden die (part-time) gaan werken en te maken krijgen met wisselende inkomsten bieden we het systeem Surplus aan. Hierbij kan een uitkeringsgerechtigde er vrijwillig voor kiezen om het inkomen te laten storten op een tussenrekening bij de gemeente. De gemeente betaalt de persoon een bedrag uit ter hoogte van de uitkering en verrekent de inkomsten. Zo voorkomen we dat iemand de ene maand veel geld heeft en de andere maand niets. Blijkt er na verrekening recht te zijn op een hoger bedrag, dan wordt dat uiteraard nabetaald. 3. Verbeter de samenwerking in de keten. Tussen de partijen die iets betekenen bij (financiële) ondersteuning voor statushouders vindt periodiek overleg plaats om te zorgen voor een goede, op elkaar afgestemde, ondersteuning. Delft is een stad van overzichtelijke omvang. Wij hebben de overtuiging dat de partijen in de stad elkaar goed weten te vinden. Dit geldt zowel voor de WI2013 als de WI2021. 4.
Laat de administratieve werkelijkheid van de overheid beter aansluiten bij de leefsituatie van statushouders. In het rapport wordt geconcludeerd dat wet- en regelgeving, maar ook (overheids-)instanties te weinig oog hebben voor de werkelijke behoefte van statushouders. Vanuit de gemeente kunnen we daar deels invloed op uitoefenen. Dat doen we met name via de bijzondere bijstand. Bij de toekenning van een bijstandsuitkering worden standaard ook een overbruggingsuitkering en inrichtingskosten toegekend. Daarnaast verstrekken we bijvoorbeeld aanvullende bijstand aan zelfstandig wonende jongeren onder de 21 jaar, reiskosten die verband houden met taallessen of activering en eigen bijdrage kinderopvang. In totaal is er in 2021 aan statushouders 958 keer bijzondere bijstand verstrekt. Dat doen we zowel voor statushouders die vallen onder de WI2013 als de WI2021. Daarnaast hebben we in het beleidsplan Wet inburgering 2022-2026 vastgelegd dat bij spanning tussen de Participatiewet (zo snel mogelijk aan het werk) en de Wet inburgering (eerst de taal leren) duurzame integratie zwaarder weegt dan snelle uitstroom uit de bijstand. Dat voorkomt dat statushouders in hun ontwikkeling de dupe worden van de verplichting uit de Participatiewet om alle mogelijke arbeid te accepteren om zo snel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.
Deze aanbeveling gaat overigens niet alleen over gemeenten, maar ook over bijvoorbeeld de rol van de rijksoverheid. Via met name de VNG stellen wij onze wensen voor wijzigingen in regelgeving bij de rijksoverheid aan de orde. Waarom nu? Het rapport van de Nationale Ombudsman is onlangs gepubliceerd. Gezien de huidige prijsstijgingen, met name op de energiemarkt is de urgentie voor aandacht voor de financiële positie van sociale minima, waaronder statushouders nu nog nadrukkelijker aanwezig. Essentie: wat verandert er? Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 zijn er meer waarborgen ingebouwd ter bescherming van de financiële positie van statushouders: vaste lasten worden ten minste de eerste 6 maanden doorbetaald en via maatschappelijke begeleiding en een training financiële zelfredzaamheid worden statushouders getraind in het zelf voeren van hun financiële administratie. Beleidskaders Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering is de regierol naar de gemeente verschoven. Voor 1 januari 2022 lag de verantwoordelijkheid voor inburgering primair bij de inburgeraar zelf. In het beleidsplan Wet inburgering 2022-2026 zijn de gemeentelijke beleidskeuzes vastgesteld. Deze keuzes zijn vervolgens verwoord in de Verordening Wet inburgering 2021. Deze verordening staat geagendeerd voor raad van juni 2022.
Participatie In de uitvoering van de Wet inburgering is een belangrijke rol toebedeeld aan de Delftse maatschappelijke organisaties en initiatieven. Via het Platform Welkom in Delft spreken wij over ieders rol binnen de Wet inburgering, met de insteek om hun kennis en ervaring zo goed mogelijk in te zetten voor de Delftse inburgeringsplichtigen.
Financiën Aan de bestuurlijke reactie op het rapport van de Nationale Ombudsman zijn geen financiële consequenties verbonden. Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering worden rijksmiddelen ter beschikking gesteld. Uitgangspunt is de nieuwe Wet inburgering binnen de beschikbare rijksmiddelen uit te voeren.
Vervolg De financiële positie van statushouders heeft voortdurend onze aandacht. Wij bezien de komende periode hoe de gemaakte keuzes uit het Beleidsplan Wet inburgering 2022-2026 uitpakken en stellen die bij waar dat nodig blijkt te zijn. Communicatie Over de invoering van de nieuwe Wet inburgering per 1 januari 2022 hebben wij via de gebruikelijke gemeentelijke kanalen gecommuniceerd. Bijlage(n) Rapport Nationale Ombudsman ‘Een status met weinig armslag’
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☒ Nee
☐ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M. Berger Loco-secretaris
M. Huijsmans
Loco-Burgemeester