CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2215206+College+van+B&W+-++jaarverslag+statushouders+2020-2021+en+stand+van+zaken+ondertussengroep+inburgering

Commissie Sociaal Domein en Wonen 14 december 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2140756 Voorstel Van Het College Aan De Raad Inzake Beleidsplan Wet Inburgering 2022-2026 ‘Inburgeren Werkt!’1.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp

Jaarverslag Statushouders 2020/2021 en stand van zaken ondertussengroep inburgering

Portefeuillehouder

Lennart Harpe

Voorstel ingediend door

Ella van Uden, evuden@delft.nl

Registratienummer

5143325

Datum

12 april 2022

Concept-besluit(en) n.v.t.

Inhoud De gemeente Delft voert delen van de oude Wet inburgering 2013 uit. Eén van de doelgroepen uit die wet zijn de statushouders. Met name voor de asielgerechtigden werkte de oude Wet inburgering 2013 onvoldoende. Daarom heeft de minister vooruitlopend op de nieuwe Wet inburgering extra middelen beschikbaar gesteld en gemeenten gevraagd deze groep intensiever te ondersteunen. Wij hebben de raad in juni 2019 geïnformeerd (risnr. 3958834) over de manier waarop we in Delft met dat verzoek zijn omgegaan. Aanvullend op de middelen die het Rijk beschikbaar stelde voor deze doelgroep hebben we incidentele gemeentelijke middelen vrijgemaakt om met name de groep asielgerechtigden zo goed mogelijk te ondersteunen bij het voldoen aan de inburgeringsplicht en het verwerven van werk. Met die incidentele middelen hebben we de aanpak statushouders zoals die gold van 2016 t/m 2019 ook in 2020 en 2021 voortgezet. Als bijlage bij deze oplegger treft u het jaarverslag statushouders aan waarin wij u informeren over de resultaten van de afgelopen 2 jaar. In Delft is 43 % van de statushouders uitkeringsafhankelijk. Landelijk is dat percentage 57%. In Delft heeft 55% van de statushouders voldaan aan de wet inburgering, landelijk is dat 43 %. Delft “scoort” op beide onderdelen dus beter dan landelijk gemiddeld.

Ondertussengroep inburgering Er blijft een groep mensen die inburgeringsplichtig is onder de oude Wet inburgering 2013. Dit noemen we de ondertussengroep. Met de ondertussengroep inburgering worden al die mensen bedoeld die vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2021 inburgeringsplichtig zijn geworden op basis van de Wet inburgering 2013 en nog niet voldaan hebben aan de inburgeringsplicht. Deze groep is onderverdeeld in 2 subgroepen: a) Asielgerechtigden (ofwel asielstatushouders) b) Gezinsmigranten en overige migranten. Beide groepen hebben verschillende kenmerken. Asielgerechtigden komen als vluchteling in Delft wonen. Zij hebben geen inkomen en zijn onbekend met de Nederlandse samenleving. Migranten mogen pas naar Nederland komen als zij geslaagd zijn voor het inburgeringsexamen buitenland. Zij hebben hier over het algemeen al een netwerk en zijn verantwoordelijk voor hun eigen inkomen (bijvoorbeeld via een al hier verblijvende partner). Voor beide groepen onder de oude Wet inburgering 2013 geldt dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het inkopen van een inburgeringstraject. Zij kunnen daarvoor een lening afsluiten bij DUO. Voor asielgerechtigden die het inburgeringsexamen met succes afleggen wordt de lening kwijtgescholden. Omvang van de ondertussengroep: De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) publiceert elke 4 maanden cijfers over het aantal inburgeringsplichtigen per

gemeente. Op 1 januari 2022 waren er in Delft 443 personen die vanaf 2013 t/m 2020 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog niet voldaan hebben aan de inburgeringsplicht. jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2021 totaal asielgerechtigden * 24 31 47 57 76 235 gezinsmigranten * 13 23 61 44 67 208 Overige migranten 0 * * * * * * totaal 37 54 108 101 143 443 Een * in de tabel hierboven betekent dat het aantal in het desbetreffende jaar te klein is om weer te geven i.v.m. privacy. Deze zijn niet meegerekend in de totalen.

De ondertussengroep zal de komende jaren afnemen, maar voorlopig nog extra aandacht vragen van de gemeente. In de eerder genoemde nota over de ondertussengroep gaven we aan dat er op 1 mei 2019 338 statushouders inburgeringsplichtig waren. Dat waren er op 1 januari 2022 uit deze groep nog 54. Een nieuwe Wet inburgering vanaf 1 januari 2022. Zoals u kunt lezen in de nota “ Inburgeren Werkt! Beleidsplan Wet Inburgering 2022-2026” met registratienummer 4649989 is sinds 1 januari 2022 de nieuwe Wet inburgering 2021 van kracht. Deze wet geldt voor alle asielstatushouders die na 1 januari 2022 gekoppeld worden aan de gemeente Delft en voor alle gezins- en overige migranten die zich vanaf 1 januari 2022 in Nederland vestigen. Reflectie op de brief G4 Er is een beperkte groep asielstatushouders die al voor 1 januari 2022 gekoppeld is aan Delft, maar hier pas gehuisvest zijn in de eerste maanden van 2022. In totaal gaat het in Delft om 10 personen. Deze mensen zijn inburgeringsplichtig onder de oude Wet inburgering 2013 en moeten hun scholingstraject zelf inkopen. Zij kunnen daarvoor een lening afsluiten bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het kan dus voorkomen dat de ene persoon in januari 2022 feitelijk in Delft komt wonen nog onder de oude wet valt, terwijl een ander ook in januari 2022 in Delft komt wonen en onder de nieuwe wet valt.

De 4 grootste gemeenten hebben bij de minister aangedrongen op een maatwerkoplossing voor de groep die onder de oude wet valt maar pas in 2022 daadwerkelijk in de gemeente gehuisvest wordt. De regering heeft op 17 december 2021 gereageerd op vragen door Tweede Kamer hierover. (vergaderjaar 2021-2022, aanhangsel van de handelingen 1151). In het kort komt de reactie van de regering erop neer dat het na onderzoek, een bewuste keuze is om het huidig recht van toepassing te laten blijven op bestaande inburgeraars en een zogenaamde harde knip aan te brengen tussen nieuw en oud recht. De regering acht een vorm van overgangsrecht niet haalbaar. In de Tweede Kamer is inmiddels een motie (kamerstuk 35 925 XV nr.19) ingediend waarin de Kamer “ de minister verzoekt voor inburgeraars die nog onder de Wet Inburgering 2013 vallen uiterste inspanningen te verrichten om samen met gemeenten oplossingsrichtingen te verkennen binnen het bestaande wettelijk en financieel kader. Dit met als doel om zoveel mogelijk inburgeraars onder de Wet inburgering 2013 maximaal te laten profiteren van de Wet inburgering 2021.” De minister gaat hierover in gesprek met gemeenten en de VNG. Ook verwijst de minister in zijn antwoorden naar de extra middelen die gemeenten hebben ontvangen voor de ondersteuning van de ondertussengroep.

Wat betekent de reactie van de minister voor de situatie in Delft? De minister verwijst in zijn reactie naar de ondersteuning die gemeenten kunnen bieden aan inburgeringsplichtigen. Delft biedt die ondersteuning al. In aanvulling op de middelen van het Rijk zet Delft incidentele middelen in. Dat blijven wij doen in afwachting van de gesprekken tussen Rijk en VNG over de ondertussengroep. De gemeente Delft bood beide groepen (asielgerechtigden en migranten) ondersteuning via DOK Taalhuis. Daar kregen inburgeringsplichtigen informatie over taalcursussen en werd in overleg met hen bepaald welk taalaanbod voor de persoon het meest geschikt is. Deze rol wordt nu overgenomen door de gemeente. Ook een aanbod van taalvrijwiligers die als taalmaatje fungeren is voor beide groepen beschikbaar. De begeleiding van taalvrijwilligers en de koppeling van vrijwilligers en inburgeringsplichtigen is een taak waarbij DOK Taalhuis een belangrijke rol blijft spelen. Voor asielgerechtigden bieden we daarnaast de in de wet verplicht gestelde maatschappelijke begeleiding. Werkse! en de Jongerenacademie geven deze groep uitkeringsgerechtigden extra aandacht bij de begeleiding naar de arbeidsmarkt of een opleiding. Voor niet-uitkeringsgerechtigden (migranten) monitort de gemeente de voortgang van de inburgering.

Inzet professionele tolken Tot nu toe hebben we in Delft gebruik gemaakt van vrijwillige tolken bij het voeren van gesprekken. Bij de invoering van de nieuwe Wet Inburgering heeft het Rijk ook gelden beschikbaar gesteld voor het inzetten van professionele tolkvoorzieningen. Voor de uitvoering van de brede intake, vaststellen en monitoren van het PIP is het noodzakelijk dat een professionele tolkvoorziening beschikbaar is. Het PIP heeft de status van een beschikking, waartegen iemand in bezwaar en beroep kan. De inburgeraar dient goed te begrijpen wat er van hem/haar wordt verwacht. In het budget is een reservering opgenomen voor tolkvoorzieningen. Taakstelling huisvesting Elk halfjaar bepaalt het Rijk hoeveel asielstatushouders gehuisvest moeten worden per gemeente. Delft slaagde er t/m 2020 in om aan deze taakstelling te voldoen. Bij de start van 2021 hadden we zelfs 12 mensen meer gehuisvest dan de taakstelling 2020 vroeg. In 2021 werd de taakstelling verdubbeld. Delft moest vorig jaar 145 mensen huisvesten. De 12 mensen die in 2020 extra gehuisvest zijn mogen we aftrekken van deze taakstelling, zodat per saldo 133 mensen gehuisvest moesten worden. Uiteindelijk zijn er in 2021 123 mensen gehuisvest. We begonnen 2022 daarom met een achterstand van 10 te huisvesten personen. Dit zijn zowel kinderen als volwassenen.

Al deze personen hebben in januari 2022 woonruimte aangeboden gekregen. De taakstelling huisvesting 1e halfjaar 2022 voor Delft is 59 personen. Het zou ook dit jaar lastig zal kunnen worden om tijdig te voldoen aan deze taakstelling. Als dat zo blijkt te zijn kunnen we eventueel gebruik gaan maken van een tijdelijke regeling waarbij mensen die gekoppeld zijn aan Delft gedurende maximaal een half jaar gehuisvest worden in een hotel. Deze regeling heet de Hotel- en Accomodatieregeling (HAR). De HAR is gestart op 1 november 2021 en eindigt uiterlijk op 1 mei 2022 of zoveel eerder als landelijk via deze regeling 2500 vergunninghouders gehuisvest zijn. Waarom nu? Wethouder Harpe heeft op 14 december 2021 toegezegd de raad in het eerste kwartaal van 2022 te informeren over de ‘ondertussengroep’ en hierbij ook te reflecteren op de briefwisseling van de G4 en het kabinet over dit onderwerp. Wethouder van der Woude heeft in mei 2020 twee toezeggingen gedaan over de inhoud van het volgende jaarverslag Statushouders. Dit jaarverslag wordt nu ter kennisname aangeboden. Essentie: wat verandert er? n.v.t.

Beleidskaders In de Wet inburgering 2013 staat beschreven hoe inburgeringsplichtigen vallend onder die wet moeten voldoen aan de inburgeringsplicht. De gemeente heeft haar rol bij de oude wet inburgering beschreven in het raadsvoorstel inzake verordening inburgering 2013 (ris nr 1339928). Deze wet voldeed niet. In 2019 heeft de minister gemeenten daarom verzocht meer te doen voor asielgerechtigden. In de nota Impuls inburgering statushouders in afwachting van, en in voorbereiding op de nieuwe Wet lnburgering (ris nr 3958834) staat hoe we in Delft met dat verzoek zijn omgegaan. Sinds 1 januari 2022 is er een nieuwe Wet inburgering 2021. In de nota inburgeren werkt (ris nr 4649989) staat hoe we de uitvoering van de nieuwe wet gaan doen. Het aantal statushouders nam vanaf 2015 toe. Daarom is op 22 januari 2016 een voorstel aan de gemeenteraad gedaan voor extra inzet voor deze groep (ris nr 2701900).

Participatie n.v.t.

Financiën Voor de begeleiding van de ondertussengroep heeft het Rijk voor 2022 in de meicirculaire 2021 de volgende middelen beschikbaar gesteld: jaar 2022 2023 2024 2025 bedrag € 64.000,€ 35.000,€ 23.000,€ 9.000,Aanvullend daarop is er in de decembercirculaire 2021 voor 2022 nog een bedrag toegekend van € 17.495,- voor begeleiding van de groep asielgerechtigden waarvan de inburgeringstermijn bijna afgelopen is en die al het grootste deel van hun lening hebben gebruikt. Uit ervaring weten we inmiddels dat de begeleiding van statushouders veel tijd kost. Want we willen niet alleen dat zij voldoen aan de eisen van de Wet inburgering, maar ook dat zij zo goed mogelijk deelnemen aan de Delftse samenleving. Daarom zetten we voor de 235 asielgerechtigde statushouders aanvullend op de beschikbare rijksmiddelen in 2022 € 140.000,- aan incidentele re-integratiemiddelen uit het Europees Sociaal Fonds in. Vervolg

Communicatie n.v.t. Bijlage(n) Jaarverslag statushouders 2020/2021

Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja

☐ Nee

☒ Niet van toepassing

Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?

☒ Ja,

het college verzoekt de raad om toezeggingen T20210514.2.4, T20200514.2.1 en T2112143.3 als afgedaan te beschouwen

☐ Nee

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,

M. Berger Loco-secretaris

M. Huijsmans Loco-Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11489733/2