CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2210145 Regionale Belastinggroep - Kaderbrief 2023

Commissie Algemeen 7 april 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Regionale Belastinggroep – Kaderbrief 2023 (nr. 2210145)7.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief 2023 RBG

1

Inhoudsopgave Inleiding.................................................................................................... 2 1. Organisatorische ontwikkelingen .............................................................. 3 2. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid ............................................ 3 3. Ontwikkelingen met financiële consequenties ............................................ 4 3.1. Ontwikkelingen reeds verwerkt in onze (meerjaren)begroting ............... 5 3.2. Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2022-2026 ...................................... 5 3.3. Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2022-2026 .............................. 6 4. Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting ............................... 9 5. Uitgangspunten ................................................................................... 15

6. Besluitvorming .................................................................................... 17 Inleiding In deze kaderbrief staan de ontwikkelingen voor de komende jaren beschreven en worden de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting 2023 en het meerjarenperspectief van de RBG weergegeven. De komende jaren zullen we naast externe/wettelijke ontwikkelingen ook aandacht blijven besteden aan ontwikkelingen die gericht zijn op de kwaliteit van onze gegevens, informatiebeveiliging, privacy en klantgerichtheid. De RBG is een organisatie die continu bezig is om efficiency te realiseren. In de jaarlijkse begrotingen rapporteren wij over activiteiten die wij in dit kader hebben uitgevoerd. Zo worden diverse nieuwe activiteiten gerealiseerd, zonder dat wij daarvoor extra budget vragen bij onze deelnemers. Procesoptimalisatie is bij ons een onderwerp waar continu op gestuurd wordt. We zijn met onze leveranciers op zoek naar nieuwe methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren, waarbij wij nadrukkelijk sturen op doelmatigheid, kwaliteit en klantgerichtheid. We streven ernaar nieuwe activiteiten en werkzaamheden met bestaande middelen te financieren. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden opgenomen (zie paragraaf 1.3).

Wij zullen in de komende jaren nadrukkelijk blijven sturen op procesoptimalisatie. Hierbij moet de focus blijven op het realiseren van een volledige en juiste belastingopbrengst met een goede en maatschappelijk verantwoorde incasso van de opgelegde aanslagen. Bezuinigingen mogen nooit ten koste gaan van dit in geld zeer belangrijke proces voor onze deelnemers. In de voorbereiding van de begroting 2023 zullen de structurele voor- en nadelen uit de jaarrekening 2021 worden betrokken. Wij streven naar een gelijkblijvende deelnemersbijdrage en onderzoeken een mogelijke verlaging van deze bijdrage voor 2023.

2

1. Organisatorische ontwikkelingen Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument ‘De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen’ vormt voor de periode 2020-2025 de basis voor onze uitvoering van de werkzaamheden. We richten ons op vier veranderlijnen: Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers. Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt. Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. We zullen onze klant altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel hebben over de dienstverlening van de RBG. Om dit te bereiken, hebben wij continu aandacht voor vernieuwing van onze werkprocessen.

We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd. We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in bevlogen en vakkundige medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien. De intentie bij de groei van de RBG blijft gericht op toetreding van inliggende gemeenten. Als zich kansen voordoen, laten we die niet liggen. Groei is vanuit betrouwbaarheid en robuustheid geen must. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er altijd voordeel te behalen. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten ook een goede zaak. De totale uitvoeringskosten worden lager en het is voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan bijvoorbeeld maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen. We werken tevens samen met andere belastingorganisaties om investeringen gezamenlijk te dragen.

Zo kunnen wij ook profiteren van (elders) ontwikkelde best practices.

2. Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed kunnen zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten Het kabinet Rutte III had aangegeven voor een verruiming van het gemeentelijk belastinggebied te zijn, maar de besluitvorming hierover werd uiteindelijk naar een volgend kabinet door geschoven. In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte IV 3

is opgenomen dat in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt. De financiering van de medeoverheden zal in de huidige kabinetsperiode grotendeels worden vormgegeven via het gemeentefonds. Het zou mogelijk kunnen zijn, dat gemeenten een ingezetenenbelasting en een ozbgebruikersheffing op woningen krijgen, waardoor de belastingopbrengsten met circa 40% kunnen stijgen. Daartegenover zou een verlaging van de uitkering uit het Gemeentefonds staan. Besluitvorming zal dus vermoedelijk plaatsvinden door het nieuwe kabinet Rutte IV. Inwerkingtreding zal niet plaatsvinden voor 2025. Waterschappen De waterschappen hebben een voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vastgesteld. Het voorstel lost een aantal knelpunten op, te weten:  

zuiverings- en verontreinigingsheffing: het gebruik van mens en milieubelastende stoffen; watersysteemheffing: de weeffout en een niet-gelijkmatige tariefontwikkeling ten gevolge van WOZ-waardestijging.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bereidt een wetsvoorstel voor met daarin een pakket aan ontvangen voorstellen vanuit de Unie van Waterschappen. Volgens een recente planning wordt dit eind april 2022 in consultatie gebracht. In deze consultatie wordt het voorstel voor de tariefdifferentiatie gebouwd als gevolg van de inbreng van VNO-NCW als optioneel gepresenteerd. Het Uniebureau is intensief in het traject betrokken. Volgens de huidige planning zouden de eerste aanslagen volgens de nieuwe systematiek in 2025 kunnen worden verstuurd. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft de Kamer per brief geantwoord dat een WOZwaarderingsuitzondering of ozb-vrijstelling voor bijvoorbeeld zonnepanelen of verduurzamingsmaatregelen op diverse problemen stuit en dat een facultatieve algemene groene heffingskorting of een specifieke subsidieregeling voor verduurzaming van de eigen woning een kansrijker alternatief vormt in dit verband.

Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden. Eventuele wettelijke “verduurzamingswijzigingen” zullen naar verwachting worden gecombineerd met een algehele aanpassing van de gemeentelijke belastingen. De RBG houdt daarom in de Begroting 2023 geen rekening met eventuele extra inspanningen. Indien de deelnemers op individuele basis behoefte hebben aan aanvullende dienstverlening, dan zal de RBG de kosten doorbelasten aan de betreffende deelnemer(s). Het is belangrijk dat hiertoe op voorhand overleg plaats vindt om de juridische en operationele haalbaarheid te bepalen (uitvoeringstoets).

4

3. Ontwikkelingen met financiële consequenties Een aantal ontwikkelingen dat relevant is voor de uitvoering van het takenpakket van de RBG, zal de komende jaren gevolgen hebben voor de begroting van de RBG. 3.1.

Ontwikkelingen reeds verwerkt in onze (meerjaren)begroting

Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding In het voorstel belastingvereenvoudiging 2017 stond dat het administratief beroepschrift kwijtschelding en uitstel van betaling bij het bestuur zal worden vervangen door een bezwaarprocedure, met daarna de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging is onderdeel van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden door de overheid. Deze wettelijke wijziging is meermalen verschoven en staat nu gepland voor invoering op 1 januari 2023. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, extra kosten met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) zijn eerder al in de meerjarenbegroting verwerkt. Hybride werken en huisvesting Door het kabinet zijn de afgelopen twee jaren veel maatregelen ingesteld in het kader van de bestrijding van het coronavirus. Het dringende advies om thuis te werken, heeft geleid tot diverse aanpassingen in onze CAO en de effecten ervan zijn reeds verwerkt in onze (meerjaren)begroting. Zo ook de voorzieningen/middelen om het hybride (deels thuis en deels op kantoor) werken mogelijk te maken. Sinds mei 2014 beschikken wij over ons kantoorpand in Schiedam. Het afgesloten huurcontract loopt af in 2024.

Vanaf het 2e kwartaal 2022 zal de RBG waarschijnlijk starten met het hybridewerken. Na een jaar zal het hybridewerken bij de RBG worden geëvalueerd. Een van de evaluatiepunten zal zijn of bij verlenging van het huurcontract met minder te huren m2 kan worden volstaan. In de te bepalen benodigde m2 wordt ook betrokken het mogelijke groeipotentieel met nieuwe deelnemers. 3.2.

Ontwikkelingen te verwerken in komende meerjarenbegroting 2022-2026

Opbrengst dwanginvordering Door de beperkende maatregelen in verband met corona (o.a. minder deurwaardersbezoek) en de verlaagde invorderingsrente (vanaf 23 maart 2020 verlaagd van 4% naar 0,01%) is onze opbrengst dwanginvordering de afgelopen jaren gedaald. De komende jaren zal de invorderingsrente fasegewijs weer worden verhoogd. Dit begint op 1 juli 2022 met een verhoging naar 1%. Vervolgens op 1 januari 2023 naar 2%, op 1 juli 2023 naar 3% en op 1 januari 2024 naar 4%. De verwachting is verder dat de invorderingsopbrengst zal stijgen door het weer kunnen vervolgen van onze dwanginvorderingsactiviteiten. Deze opbrengst zal echter niet meer op het niveau van voor 2020 uitkomen. Dit is ook het gevolg van onze aanpak in het tegengaan van problematische schulden, waar een nieuwe werkwijze van invorderingswerkzaamheden zal worden geïmplementeerd. Wij komen bij de opstelling van de begroting 2023 in april met een actuele raming van de opbrengst dwanginvordering.

5

3.3.

Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2022-2026

Samenhangende objectenregistratie (SOR) De samenhangende objectenregistratie (SOR) is een uniforme registratie met de basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid. In de SOR zullen de huidige gegevens van de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT), topografie (BRT) en ook het gegevensbeheer Beheer Openbare Ruimte (BOR) worden opgenomen. Daarnaast zullen ook enkele elementen vanuit de huidige WOZregistratie (zoals objecttypen en eigenschappen) opgaan in de SOR. In juni 2021 is het conceptueel model voor de SOR afgerond en is de architectuurbeschrijving voor de voorzieningen van de SOR gepubliceerd. Deze documenten vormen een belangrijke input voor het verdere besluitvormingsproces over de SOR. Er is echter nog geen helderheid over de financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De VNG heeft hierover overleg met het ministerie van BZK. De insteek is dat er nieuwe financieringsafspraken nodig zijn, die tevens een oplossing bieden voor het feit dat de bronhouders momenteel een onevenredig groot deel van de kosten dragen. Het nieuwe kabinet dient dit op te pakken. Ondanks invoering per 2025 lijkt vertraging zeer waarschijnlijk. De SOR heeft gevolgen voor werkprocessen, functieomschrijvingen en de informatieuitwisseling en de samenwerking tussen de deelnemers en de RBG.

Samenwerking deelnemers De RBG werkt samen met haar deelnemers bij het bepalen van de m² van woningen en voert deze bepaling structureel voor hen. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden niet meer hoeven te doen. De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten gebeurt kosteloos. Met de gemeenten zijn hierover werkafspraken opgesteld. Ontwikkelingen WOZ Waarderingskamer De Waarderingkamer pleit voor een andere uitvoering voor de WOZ, met name gelet op het bredere gebruik van de WOZ-waarden. Om te zorgen dat het maatschappelijk draagvlak voor en vertrouwen in de WOZ-gegevens en de -waarden verder toeneemt, is het van belang dat de WOZ-uitvoering mee blijft ontwikkelen met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen. In haar strategiedocument 2020-2025 schetst de Waarderingskamer de volgende ontwikkelingen die van grote invloed zijn op de WOZ-uitvoering: • • •

iedereen wordt eigenaar van zijn/haar (persoons)gegevens; het met meer flexibiliteit kunnen betrekken van gegevens bij de WOZwaardebepaling; de invoering van een nieuw verantwoordingsdocument en taxatieverslag.

Regie op eigen gegevens De Waarderingskamer schrijft in haar strategiedocument 2020- 2025 dat de WOZuitvoering moet inspelen op deze ontwikkeling om belanghebbenden meer een rol te geven bij het actueel houden van de objectgegevens. Er moet een landelijk loket worden gemaakt (woningloket), of er moet een bestaand loket worden benut. Hierbij is ook samenwerking met andere domeinen, zoals Omgevingswet en invoering Samenhangende Objecten registratie (SOR) van betekenis.

6

Nieuw taxatie modellen/ extra taxatie gegevens De komende jaren zal de ontwikkeling van taxatiemodellen in hoog tempo doorgaan. Het toepassen van nieuwe technieken, de Artificial Intelligence (AI) en Machine Learning en het betrekken van meer gegevens, zoals locatiegegevens vanuit de Geo-registraties en open databestanden, zullen leiden tot een verdere verfijning van de taxatiemodellen en steeds betere WOZ-taxaties. De waarderingsapplicatie OrtaX, die RBG recent heeft aangeschaft, is voorbereid op deze ontwikkeling en kent een toepassing van AI, maar zal ook verder doorontwikkeld worden. Voor de RBG-taxateurs betekent deze ontwikkeling dat er steeds meer nadruk komt te liggen op analysevaardigheden en het inrichten en verfijnen van de modellen. Verantwoordingsdocument en taxatieverslag Het huidige taxatieverslag dat wordt gebruikt om de WOZ-waarde te onderbouwen is de afgelopen 25 jaar (min of meer) gelijk gebleven. Ook moet de RBG als gevolg van arresten van de Hoge Raad al in de bezwaarfase verplicht aanvullende gegevens verstrekken aan de belanghebbende of deze ter inzage leggen. Daarnaast stelt RBG bij beroepsprocedures vaak een taxatiematrix met aanvullende gegevens op waarmee RBG wil aantonen dat de WOZ-waarde juist is.

De Waarderingskamer wil de onderbouwing van de WOZ-taxaties verbeteren door samen met betrokken partijen te werken aan een verantwoordingsdocument en een vernieuwd taxatieverslag. De combinatie van deze twee documenten moet de volledige onderbouwing van de WOZ-waarde zijn. Daarbuiten zouden geen andere gegevens verstrekt hoeven te worden. In 2022 vindt in een aantal gemeenten een pilot plaats met het vernieuwde taxatierapport. Daarnaast wordt het verantwoordingsdocument nader gedefinieerd. Het gemoderniseerde taxatieverslag en verantwoordingsdocument zullen vanaf 2023 mogelijk worden ingevoerd. De extra werkzaamheden als gevolg van het jaarlijks opstellen van een verantwoordingsdocument kunnen hopelijk worden "terugverdiend" in bezwaar en beroepsprocedures, doordat de waarden zowel door belanghebbenden als door de rechters beter zullen worden geaccepteerd. De huidige waarderingsapplicatie OrtaX is voorbereid om het taxatieverslag nieuwe stijl te genereren. Koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als direct gevolg van arresten van het Europese Hof. Het kabinet heeft zich ingespannen voor reparatie via Europese regelgeving.

Het is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. De koepelvrijstelling wordt vooralsnog gedoogd. Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG Btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. Het is onduidelijk hoe dit dossier verder gaat verlopen. Er zijn immers sinds 2019 geen ontwikkelingen meer merkbaar.

7

Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht In 2021 was er wederom veel aandacht voor de WOZ-bezwaren en de bijbehorende proceskostenvergoeding. In toenemende mate maken belanghebbenden die bezwaar willen maken tegen de WOZ-waarde van hun woning of ander object gebruik van de dienstverlening van bureaus die werken op basis van "no cure no pay" (NCNP-bureaus). Voor de belanghebbenden zijn in de regel geen kosten verbonden voor deze dienstverlening. De bureaus bestaan van de vergoedingen die zij ontvangen van de gemeenten. Wij moeten deze bureaus een proceskostenvergoeding betalen, wanneer een bezwaar gehonoreerd wordt, of wanneer het bureau in een beroepsprocedure in het gelijk wordt gesteld. In het begin van het jaar verscheen het WODC-rapport over de proceskostenvergoeding bij bezwaren. Op dit rapport is veel kritiek geuit. Op 9 november 2021 verscheen over hetzelfde onderwerp het rapport: “De hoogte en de structuur van de kostenvergoeding voor bedrijven die helpen bij het maken van bezwaar tegen WOZbeschikkingen” van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Het onderzoek van het COELO is interessant, omdat de focus ligt op de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.

Het WODC concludeerde eerder in het jaar 2021 dat er aanwijzingen zijn dat NCNP-bedrijven oneigenlijk gebruik maken van procedures en dat er weinig maatwerk was, maar ook dat niet bleek dat NCNP-bedrijven puur uit zijn op het innen van proceskostenvergoedingen. Die conclusie werd getrokken na gesprekken met rechters, dus gerelateerd aan de beroepsfase. Het gros van de proceskostenvergoeding wordt door de uitvoerende organisaties echter uitgekeerd in de bezwaarfase. In het COELO-rapport wordt de werkwijze van acht verschillende NCNP-bedrijven onder de loep genomen. Zo worden onder andere de mate van motivering, de kosten voor de belanghebbende en de standaard opgevraagde gegevens tegen elkaar afgezet. De conclusie van het COELO is dat de bezwaren van NCNP-bureaus het resultaat zijn van het geautomatiseerd aanmaken van brieven. Een NCNP-bureau vraagt bijna altijd standaard om een hoorzitting als een bezwaar niet of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard. De hoorzitting bij zo’n bureau duurt gemiddeld 5 minuten per object volgens het onderzoek van het COELO. De proceskostenvergoeding is een forfaitair bedrag waarvan de hoogte is vastgelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) uit 1995. Het COELO constateert dat deze vergoeding niet in verhouding staat met de geleverde inzet bij de bezwaarafhandeling.

Ze geven aan dat het Bpb perverse prikkels bevat en daardoor gedrag beloont dat niet strookt met het algemeen belang en zij adviseren het Bpb te moderniseren. Het COELO-rapport bevestigt het gevoel dat bij veel uitvoeringsorganisaties leeft en zal minder positief ontvangen zijn door de NCNP-bureaus. Het rapport zal door de VNG worden benut in de lopende gesprekken met stakeholders waaronder de betrokken ministeries en de belangenvereniging van NCNP-bureaus. De inzet daarbij is om zo snel mogelijk te komen tot een adequate rechtsbescherming zonder perverse prikkels. Een aanpassing van het Bpb lijkt hierbij sneller te realiseren dan een aanpassing van bijvoorbeeld de wet WOZ. De RBG verwacht echter niet dat er in 2023 als sprake zal zijn van een aanpassing en dat de NCNP-problematiek ondanks de mitigerende maatregelen van de RBG in ieder geval in 2023 blijft aanhouden.

8

4. Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting We houden met onderstaande ontwikkelingen rekening in onze toekomstige dienstverlening. We zullen deze ontwikkelingen financieren zonder hiervoor extra budget in de begroting op te nemen. Daarmee continueert de RBG de ingezette lijn om geen extra kosten op te nemen in de begroting, de zogenoemde ‘verborgen efficiency”. Digitalisering De Wet digitale overheid heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid. Publieke dienstverleners worden verplicht om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot hun onlinediensten. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de EU-richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. De wet biedt ook grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens in het authenticatieproces, waaronder het BSN, bij het geven van de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers. De wet digitale overheid zal naar verwachting in 2022 gefaseerd in werking treden. Na vragen van de Eerste Kamer wordt de vroegst mogelijke datum van inwerkingtreding van de wet 1 juli 2022.

RBG is samen met andere belastingkantoren gestart met de noodzakelijke voorbereidingen om te kunnen voldoen aan de nieuwe eisen. De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van het vorige kabinet had aangegeven, dat het kabinet het voornemen had de financiering van de GDI met ingang van 2022 meer centraal gefinancierd in te richten. Vooralsnog is het onduidelijk of en wanneer het kabinet de plannen vaststelt. Mocht deze aanpassing in 2023 doorgang vinden, dan komt de huidige doorbelasting van het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan de gemeenten (via het Ministerie van Binnenlandse Zaken) en de waterschappen te vervallen. Informatiebeheer en privacy Door de toenemende datastromen, koppeling van systemen en digitale dreiging van hackers en cybercriminelen wordt het zorgvuldig omgaan met de gegevens van inwoners en organisaties steeds belangrijker. De RBG zal zijn digitale weerbaarheid op peil dienen te houden. Dit vergt een toenemende inspanning. De RBG maakt qua beveiliging en privacy gebruik van de diensten van de informatiebeveiligingsdienst Nederlandse gemeenten (IBD) en de diensten van haar leveranciers. Op dit onderdeel werken we ook nadrukkelijk samen met andere belastingkantoren.

Doorontwikkeling van MijnOverheid De afgelopen jaren hebben we er voor gekozen om de digitale dienstverlening rondom MijnOverheid periodiek uit te breiden. Er wordt daarnaast ingezet op uitbreiding van diensten via het eigen MijnRBG kanaal met name voor bedrijven. De ontwikkeling van MijnOverheid vindt stapsgewijs plaats. In de visie van het kabinet vervult MijnOverheid een belangrijke rol bij het realiseren van de mogelijkheid voor burgers om ‘regie te voeren’ over de eigen gegevens. Het gebruik door burgers zal de komende jaren nog groeien en zij zullen steeds meer verwachten dat zij ook via deze ingang gegevens kunnen inzien of zaken met de overheid kunnen regelen. MijnOverheid zou in de toekomst ook het startpunt kunnen zijn voor het bezwaar maken tegen de WOZ-waarde van de woning (het daadwerkelijke bezwaar maken kan op dit moment niet op MijnOverheid, hiervoor moet een belanghebbende gebruik maken van MijnRBG. Daarnaast wordt er gewerkt aan de mogelijkheid om in MijnOverheid ook zelf machtigingen vast te leggen, zodat men een ander kan machtigen om bepaalde gegevens binnen MijnOverheid in te zien of handelingen te laten doen. 9

Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn hierbij klantgericht. Omdat onze klantgegevens in orde zijn met betrouwbare data kunnen onze klanten zo volledig en juist mogelijk worden geholpen. Wij sluiten aan bij de beleving van de klant met als doel dat de klant in één keer goed wordt geholpen en dat de aanslag wordt betaald. We verdiepen ons in de klant en betrekken hem proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij steeds voorop, we moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zetten maximaal in op online gebruikersgemak voor onze klant. Onze website is een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Wij blijven ons innoveren op basis van de klantbehoefte. Verdere ontwikkelingen zullen we ook uit eigen middelen bekostigen. Wijziging Invorderingswet Eén op de tien huishoudens heeft schulden. Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft in juli 2018 wetsaanpassingen aangekondigd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. 1.

Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. Momenteel heeft alleen de Rijksbelastingdienst de mogelijkheid om de betalingsvordering toe te passen. De verwachting is dat na een positieve evaluatie het middel ook kan worden toegepast door lokale overheden. Grootschalig gebruik door lagere overheden is echter voorlopig nog uitgesteld. 2. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. De inwerkingtreding is voorzien met ingang van 2023.

Invordering RBG (maatwerk) In 2021 is het betaalgedrag van de klanten ondanks de coronacrisis goed gebleven. De cashflow naar onze deelnemers in 2021 is goed verlopen. Onze inspanningen om de betalingen te blijven ontvangen, zijn steeds gericht geweest op het vroegtijdig benaderen van de klanten en te zorgen voor een passende betalingswijze (het bieden van maatwerk per klant). Het fysieke klantcontact via de deurwaarders is in een lockdownperiode achterwege gebleven. We hebben (proactief) zelf de klanten gebeld en/of gemaild. Dit hebben wij vooral voor de groep ondernemers gedaan. In eerste instantie konden ze ook uitstel van betaling aanvragen. De nieuwe manier van incasseren is arbeidsintensief, maar we konden dit in 2021 uitvoeren binnen de bestaande formatie van de RBG. Zolang de coronacrisis voort duurt, blijven wij deze methode van de klantbenadering op maat toepassen, om het betaalgedrag positief te beïnvloeden. Voor alle klanten geldt dezelfde betaaltermijn. Over het algemeen is de vervaltermijn voor een aanslag 2 maanden en kunnen aanslagen tot € 5.000 via een automatische 10

incasso in 10 termijnen worden betaald. Voor bedrijven die last hebben van de coronacrisis, zijn we soepel met incasseren. We proberen een betalingsregeling te verbinden aan een uitstel van betaling. In de praktijk komt dat erop neer dat iemand een regeling voor 12 kalendermaanden kan afspreken, die dezelfde maand of een maand later kan ingaan. We hanteren in principe voor alle klanten - particulier en bedrijf - een betalingsregeling dat binnen een jaar is afgewikkeld. Immers na 12 maanden volgt de nieuwe (voorlopige) aanslag voor het volgende belastingjaar. De looptijd kan dus korter zijn dan de periode die de Belastingdienst aanhoudt. Bij contact met de klant wijzen wij op de eventuele steunpakketten van het Kabinet. Kwijtschelding Het inlichtingenbureau heeft de verwachting uitgesproken kwijtschelding 3.0 eind 2022 op te leveren. Met kwijtschelding 3.0 krijgt de klant meer inzicht in zijn eigen gegevens. Hij kan deze inzien, controleren en meesturen bij een kwijtscheldingsverzoek. Het ILB gaat nog onderzoeken of zij rekening kunnen houden met de verhoogde vermogensnorm voor AOW’ers en volledig arbeidsongeschikten. De nadere regels kwijtschelding moeten eerst aangepast worden voordat de verhoogde norm toegepast kan worden.

Tegengaan problematische schulden Eind 2021 is onze pilot afgerond voor de groep van 7.000 klanten, die wij gedurende twee jaar intensief hebben gevolgd en begeleid. Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij/zij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn/haar schulden, of waarin hij/zij heeft opgehouden te betalen. De pilot heeft inzicht gegeven dat klanten met meerdere onbetaalde belastingaanslagen vrijwel altijd in een problematische schuldpositie zitten. De oorzaken hiervan zijn divers en vereisen een individuele en soms ook intensieve aanpak. Cruciaal is om met deze klanten in contact te komen. Via huisbezoeken is het mogelijk om schuldbegeleiding te geven, vertrouwen te creëren en afspraken te maken die leiden tot schuldafname (reële betalingsafspraak i.c.m. de betalingscapaciteit). Veelal blijft het niet bij één contact, de begeleiding moet herhaaldelijk plaatsvinden om de betaalafspraken na te komen. Daarnaast is contact met lokale organisaties die inwoners met financiële problemen begeleiden belangrijk. Integrale aanpak van deze problematiek is de sleutel tot een totaaloplossing. Wij staan open voor initiatieven zoals die plaatsvinden in Delft (EMMA) en Schiedam/Vlaardingen/Maassluis (Stroomopwaarts).

Verdere samenwerking en informatie-uitwisseling is ook bepalend voor succes op middellange termijn. De RBG is maar één van de schuldeisers en bovendien niet-preferent. Voortzetting 2022 en verder Op basis van de gebruikte definities van ons vorige project met 7.000 klanten, onderkennen wij nu nog een groep van 3.500 klanten. Dat is dus een halvering van het aantal klanten met problematische schulden ten opzichte van 2019. Daarnaast onderkennen wij nu tevens 3.000 klanten die ook minimaal twee belastingjaren onbetaald hebben openstaan en in de opstartfase van een dwanginvordering zitten. De RBG zal ook in 2022 de wijze van uitvoering in de pilot van de problematische schulden voort gaan zetten. Het algemeen bestuur heeft in december 2021 voor een goede uitvoering van de werkzaamheden, een projectbudget van € 275.000 gevoteerd. Wij willen de benadering voor de groep klanten met problematische schulden gaan inbedden in de organisatie. Een aantal medewerkers van de RBG zal dit jaar opgeleid en begeleid worden bij de uitvoering van de nieuwe werkzaamheden. Na afronding van de uitvoering bij deze groep klanten in 2022, verwachten wij dat het aantal van een nieuwe groep problematische schulden eind 2022 weer lager zal zijn.

11

Hierdoor kunnen wij met onze nieuwe formatie bij het team incasso de gewenste werkzaamheden vanaf 2023 zonder extra budget uitvoeren. Kinderopvangtoeslagenaffaire (KOTA) Bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag is in het verleden veel niet goed gegaan. De Belastingdienst heeft daarbij de gevolgen voor en de impact op de betrokken ouders uit het oog verloren. In 2020 is gestart met herstellen van dat wat niet goed is gegaan. Op 18 januari 2021 is door het Kabinet besloten dat de gedupeerden kwijtschelding krijgen van hun belasting-/toeslagenschulden. Ook aan de lagere overheden is verzocht te anticiperen op de Verzamelwet herstelwet toeslagen en te starten met de kwijtschelding van publieke schulden per 1 juli 2021. Door het kabinet is toegezegd dat aan de Invorderingswet 1990 een nieuw artikel 26a wordt toegevoegd, waarin de kwijtscheldingsmogelijkheid in het kader van de hersteloperatie wordt gecodificeerd met terugwerkende kracht. De beoogde inwerkingtreding van deze bepaling volgt in 2022. In onze bestuursvergadering van 2 september 2021 is besloten dat de RBG vóór de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 26a Invorderingswet 1990 over kan gaan tot kwijtschelding, zodat niet op de inwerkingtreding van genoemd artikel gewacht hoeft te worden.

Deze proactieve houding is een gevolg van een oproep vanuit de VNG en de UVW om de gedupeerden niet nodeloos lang in onzekerheid te laten zitten. De Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT) bepaalt wie tot de doelgroep gedupeerden behoort. Vanaf 1 april is gegevensuitwisseling met de UHT op gang gekomen. Omdat de RBG de incasso verricht voor vijf lokale overheden, heeft dit wetsvoorstel voor ons grote gevolgen. Volgens de laatste informatie van de VNG zijn er bijna 50.000 burgers die zich hebben gemeld als gedupeerde. Hiervan wonen er 12.500 in ons beheersgebied. Het UHT heeft ons tot en met december 2021 geïnformeerd dat ca. 5.800 klanten als gedupeerd zijn aangemerkt. Vanaf medio december zijn wij begonnen met het kwijtschelden van de openstaande schulden van deze erkende gedupeerden. Door het Ministerie van Financiën is besloten dat het compensatiebedrag van € 30.000 dat gedupeerden ontvangen vanuit de Rijksbelastingdienst, niet zal worden uitgesloten van het vermogensonderdeel bij het aanvragen van kwijtschelding. Dit is omdat alle openstaande schulden door publieke en private schuldeisers zijn kwijtgescholden en er een compensatie voor de geleden schade is uitbetaald, waardoor gedupeerden een ‘schuldenvrije’ start krijgen. Concreet betekent dit dat gedupeerden die eerder recht hadden op kwijtschelding dit in de toekomst mogelijk niet meer zullen krijgen.

Omdat mogelijke gedupeerden zich tot en met 2023 kunnen melden bij de Rijksbelastingdienst, zal de RBG naar verwachting tot en met 2024 bezig zijn met de afhandeling. De kwijtgescholden aanslagen worden evenals de daarmee samenhangende uitvoeringskosten volledig vergoed door de Rijksoverheid. De uitvoering van deze kwijtscheldingsoperatie is niet kostenverhogend voor onze deelnemers. Voormelding objectgegevens Ieder jaar stellen we de WOZ-waarde vast van alle objecten in de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. Deze WOZ-waarde wordt via het aanslagbiljet gecommuniceerd. De Waarderingskamer heeft de wens geuit de klant (particuliere eigenaren) een voorziening te bieden waarin gegevens van de woning (zoals een dakkapel, aanbouw en zonnepanelen) inzichtelijk zijn en wijzigingen gemeld kunnen worden.

12

Doel is om meer in samenwerking met de klant een juiste WOZ-waarde vast te stellen. In 2021 zijn wij kleinschalig gestart met het voormelden van objectkenmerken. Eventuele correcties die hieruit voorvloeien, worden meegenomen bij de herwaardering van de WOZ-waarden. In 2022 e.v. gaan wij het project voormelding objectgegevens uitbreiden. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 juli 2023. Hugo de Jonge heeft als nieuwe woonminister in een brief aan de Tweede Kamer geschreven dat hij de wet ‘op een verantwoorde manier’ wil invoeren. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZ-waarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat controlewerkzaamheden beperkt zullen toenemen. Landelijke stelsel van basisregistraties Het gebruik van gegevens uit basisregistraties moet makkelijker worden, zodat de overheid beter datagedreven kan werken aan maatschappelijke opgaven. Het stelsel van basisregistraties krijgt daarvoor een wettelijke basis in de Wet digitale overheid. En de dienstverlening en kwaliteit worden verder verbeterd. Hieronder volgen in het kort ontwikkelingen met betrekking tot een aantal basisregistraties.

Landelijke voorziening-WOZ / WOZ-waardeloket Momenteel wordt onder leiding van de waarderingskamer en de VNG aan een nieuw informatiemodel voor de WOZ gewerkt. Dit vormt de basis voor de specificaties van de inhoud van de landelijke voorziening -WOZ. De bedoeling is hierbij om de basisregistraties beter op elkaar af te stemmen. Naar verwachting zullen in 2023 de eerste aanpassingen worden doorgevoerd. Daarnaast wordt er ook gestart met de bouw van een vernieuwd WOZ-waardeloket, waarin gewenste extra functionaliteiten, die onder de huidige wet- en regelgeving mogelijk zijn, worden gerealiseerd. Aanpassingen waarbij wijziging van wet- en regelgeving nodig zijn, zoals de openbaarheid van de WOZ-waarde van niet-woningen, zijn hierin niet opgenomen. Dit laatste geldt ook voor mogelijke ontwikkelingen omtrent de wens om extra gegevens beschikbaar te maken in de LV WOZ, zoals bijvoorbeeld gegevens over gemachtigden, het taxatieverslag of wanneer er meer sprake zou moeten zijn van een "woningloket", waarin extra gegevens uit andere bronnen worden getoond en ook meer functionaliteit gewenst is. De softwareleveranciers van de RBG zijn betrokken bij deze ontwikkelingen. Basisregistratie Kadaster (BRK) BRK is de kadastrale registratie van onroerende zaken en zakelijke rechten.

BRK Levering is een dienst van het Kadaster waarmee het in massale vorm gegevens verstrekt met actuele informatie over percelen en rechthebbenden, voor opname in vastgoedsystemen. De aanpassing van Levering 1.0 naar 2.0 is geïnitieerd door het Kadaster. Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2023 wordt de BRK levering 2.0 ingevoerd. De werkprocessen zullen hierdoor een andere wijze moeten worden opgezet en mogelijk worden deze in de uitvoering gecompliceerder. Leegstand Volgens het rapport Veerkracht op de proef van Planbureau voor de Leefomgeving, zullen de Coronamaatregelen ertoe leiden dat de leegstand van winkels en kantoorpanden in de periode 2021-2022 kan oplopen tot 25 à 40%. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de OZB-opbrengsten, zal dit ook leiden tot meer WOZ-mutaties en afbakenings-onderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld van winkel of kantoor naar woningen). 13

Wet modernisering elektronisch verkeer Op 1 januari 2023 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft de burger recht om elektronisch berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Klanten kunnen digitaal hun belastingzaken regelen via MijnRBG. De RBG moet de digitale communicatiekanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. Momenteel vindt er een aantal pilots plaats bij gemeenten, provincies en waterschappen. Daarin wordt veel geleerd over wat nodig is voor implementatie van deze wet. Wet open overheid Op 1 mei 2022 treedt de Wet open overheid (Woo) in werking. De Woo moet de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het belangrijkste verschil tussen de Woo en de huidige Wob is de actieve openbaarmaking.

De Woo verplicht overheden zo veel mogelijk informatie in een vroegtijdig stadium actief openbaar te maken. Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) volgt de Woo vrijwel geheel de Wob. Er komt een overheidsbreed meerjarenplan voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding, en een binnen de bestuursorganen aan te wijzen contactpersoon die burgers kan informeren over de beschikbaarheid van overheidsinformatie. De omschrijving van actief openbaar te maken documenten is verduidelijkt en meer toegesneden op de uitvoeringspraktijk van bestuursorganen. Bestuursorganen kunnen gefaseerd werken aan verruiming van actieve openbaarmaking. Impact RBG Bij de RBG is al grotendeels sprake van actieve openbaarmaking met uitzondering van de Wob/Woo-verzoeken, de besluitenlijsten van het dagelijks bestuur en klachten. Vanaf 1 mei 2022 zal de RBG de verschillende categorieën gefaseerd openbaar moeten maken. Wet verbetering rechtsbescherming WOZ Dit wetsvoorstel moet de rechtsbescherming van de klant bij de WOZ-waarde verbeteren. Die rechtsbescherming is op dit moment niet sluitend geregeld in gevallen waarin klanten tegenstrijdige belangen hebben bij dezelfde WOZ-waarde. Het wetsvoorstel probeert dit te regelen, maar dat heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoering van de Wet WOZ. Er is dan ook veel gereageerd op het voorstel.

Die reacties hebben ertoe geleid dat het Ministerie van Financiën even pas op de plaats maakt met het verder brengen van het wetsvoorstel. Dit heeft instemming van de VNG, mede omdat zich tot op heden weinig praktische problemen voordoen met tegenstrijdige belangen.

14

Wijziging Wet GR Het doel van de wijziging is om:  de democratische legitimiteit van Gemeenschappelijke regelingen (hierna GR) te vergroten en  de controlerende rol van gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen t.a.v. GR-en te versterken. Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het wetsvoorstel is een implementatietermijn opgenomen van 2 jaar, na inwerkingtreding van de Wet GR. Naar verwachting gaat de Wet op 1 juli 2022 in. Door het uitvoerende karakter van de RBG is de impact van de wijziging niet groot voor onze GR. Een aantal wijzigingen zal nog moeten worden doorgevoerd in de Gemeenschappelijke regeling Regionale belasting Groep. Wij zullen dit vermoedelijk in 2023 doorvoeren. Rechtmatigheidsverantwoording Om het onderscheid tussen getrouwheid en rechtmatigheid verder te benadrukken, zullen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die vallen onder de BBV regels (Besluit Begroting en Verantwoording) van de gemeenten, zelf moeten gaan rapporteren over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Vanaf het verslagjaar 2022 moeten gemeenten vermoedelijk een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in hun jaarrekening. Voor de waterschappen wordt de invoering op een later tijdstip ingevoerd.

Aangezien de RBG haar verantwoordingen opstelt conform het BBVW-regels (Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen), hoeft het dagelijks bestuur door onze accountant een dergelijke verantwoording nog niet op te nemen. De verplichting van de waterschappen is op een later moment voorzien.

5. Uitgangspunten Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022-2026 was gerekend met 2,5% jaarlijkse stijging van de eigen personeelskosten (loon- en premiestijgingen inclusief pensioenkosten werkgever). Wij zullen deze stijging vermoedelijk ook gaan opnemen in de nieuwe meerjarenbegroting, die wij in april zullen voorleggen aan ons dagelijks bestuur. De huidige CAO voor de waterschappen, die van toepassing is op het personeel van de RBG is beëindigd op 1 januari 2022. Wij verwachten namelijk niet dat een nieuwe CAO voor medio april wordt afgesloten. Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten wordt gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). De CPI is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2022 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. Voor 2023 wordt uitgegaan van een prognose van 1,9% voor de materiële kosten volgens de CPI (bijlage 9, prijzen en lonen, 1970-2025). In de op te stellen begroting 2022 zal met 1,9% CPI worden gerekend, dat is 0,3% hoger dan de bestaande meerjarenraming. Het laatste door ons algemeen bestuur vastgestelde meerjarenperspectief 2022-2026 vormt uiteraard ook de basis voor het opstellen van de begroting 2023. Op volgende bladzijde is dit overzicht ter informatie toegevoegd.

15

Bestaand financieel meerjarenperspectief 2022-2026 zonder wijzigingen

Meerjarenperspectief RBG 2022-2026 Lasten

bedragen in €

Primaire

Gewijzigde

Totaal

Totaal

Totaal

Totaal

begroting

begroting

Totaal

2021

2021

2022

2023

2024

2025

2026

42000 Personeel & Organisatie Loonkosten

8.377.200

8.377.200

8.586.600

8.801.265

9.021.297

9.246.829

9.478.000

Reiskostenvergoeding

237.900

187.900

192.600

197.415

202.350

207.409

212.594

Opleidingen

197.500

197.500

200.700

203.911

207.174

210.489

213.856

Personeel van derden

800.000

800.000

820.000

833.120

846.450

859.993

873.753

9.612.600

9.562.600

9.799.900 10.035.711 10.277.271 10.524.720

10.778.204

Subtotaal 43000 Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk

310.400

249.400

265.400

269.646

273.961

278.344

282.798

Onderhoud derden

1.233.500

1.233.500

1.253.200

1.273.251

1.293.623

1.314.321

1.335.350

Portokosten

483.400

483.400

491.100

498.958

506.941

515.052

523.293

Huur-, service- en facilitaire kosten

829.700

794.700

818.000

831.088

844.385

857.896

871.622

Kantoorautomatisering en telefonie

721.100

721.100

732.600

744.322

756.231

768.330

780.624

WOZ-kosten

2.394.600

2.190.600

2.361.700

2.399.487

2.437.879

2.476.885

2.516.515

Bankkosten

342.900

342.900

348.400

353.974

359.638

365.392

371.238

Gegevensverstrekking

572.000

572.000

581.200

590.499

599.947

609.546

619.299

Overige diensten incl. klanteninformatie

1.348.200

1.348.200

1.469.800

1.493.317

1.517.210

1.541.485

1.566.149

Subtotaal

8.235.800

7.935.800

8.321.400

8.454.542

8.589.815

8.727.252

8.866.888

45000 Onvoorzien Onvoorzien

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

1.200.000

1.200.000

900.000

900.000

900.000

900.000

900.000

Toevoeging aan voorziening bedrijfsvoering

100.000

100.000

0

200.000

200.000

200.000

200.000

Toevoeging reserve matching invordering

550.000

550.000

350.000

550.000

550.000

550.000

550.000

Subtotaal

2.100.000

2.100.000

1.500.000

1.900.000

1.900.000

1.900.000

1.900.000

Totaal exploitatielasten

19.948.400

19.598.400 19.621.300 20.390.254 20.767.086 21.151.972

21.545.092

Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren

Rente en afschrijving

182.000

182.000

182.000

182.000

182.000

182.000

182.000

Kwijtschelding HHD en HHSK

450.000

450.000

450.000

450.000

450.000

450.000

450.000

Totaal lasten

20.580.400

20.230.400 20.253.300 21.022.254 21.399.086 21.783.972

22.177.092

830600 Bijdrage van deelnemers

15.958.600

15.958.600

16.631.500

17.200.454

17.664.186

18.111.172

18.504.292

840100 Opbrengst vervolging

4.450.000

4.100.000

3.450.000

3.650.000

3.650.000

3.650.000

3.650.000

Onttrekking aan reserve huurcompensatie

149.000

149.000

149.000

149.000

62.100

0

0

Financiële baten

22.800

22.800

22.800

22.800

22.800

22.800

22.800

20.230.400 20.253.300 21.022.254 21.399.086 21.783.972

22.177.092

Totaal baten RBG

20.580.400

Saldo programma

0

0

0

0

0

0

0

Bijdragen per deelnemers op basis van het bestaande meerjarenperspectief 2022-2026

Totale netto-kosten RBG x € 1.000 Bijdragen deelnemers HHDelfland HHSchieland en de Krimpenerwaard Gemeente Delft Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiedam

2021 15.958

2022 16.632

2023 17.200

2024 17.664

2025 18.111

2026 18.504

7.547 3.773 1.915 1.382 1.341 15.958

7.879 3.939 2.002 1.409 1.403 16.632

8.148 4.074 2.070 1.457 1.451 17.200

8.368 4.184 2.126 1.496 1.490 17.664

8.580 4.290 2.180 1.534 1.528 18.111

8.766 4.383 2.227 1.567 1.561 18.504

16

Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep d.d. 9 maart 2022.

Het dagelijks bestuur van de Regionale Belasting Groep, directeur,

voorzitter,

H.B. Sigmond

drs. A.J.B. van der Klugt

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11292686/1