CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2204040 Raadsbesluit Financiële verordening gemeente Delft

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake ontwerp-verordening Financiële verordening gemeente Delft (nr. 22040405.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbesluit

Datum Registratie nr. Griffie nr.

: 3 februari 2022 : 4741269 : 4741251 : 2204040

Onderwerp

: vaststellen ontwerp-verordening "Financiéle verordening gemeente Delft"

BBV

De raad van de gemeente Delft; Gelezen het voorstel van het college van 25 januari 2022; BESLUIT: 1. de hierna volgende: "Financiéle verordening gemeente Delft" vast te stellen; 2. de verordening in werking te laten treden de dag na publicatie met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022; 3. de toelichting en de was-wordt tabel (zie bijlage) voor kennisgeving aan te nemen.

Financiële verordening gemeente Delft VERORDENING voor het financieel beleid, het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Delft.

Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder:

a

administratie

Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Delft en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

b

financiële administratie

Het systematisch verwerken van financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Delft, teneinde te kamen tot een goed inzicht in: •

de financieel-economische positie;

•

het financieel beheer;

•

de uitvoering van de programmabegroting;

•

het afwikkelen van vorderingen en schulden;

•

het rekeningresultaat en de verantwoording daarover.

e

administratieve organisatie

Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding.

d

financieel beheer

Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Delft.

e cyclusdocumenten Dit betreft de documenten die onderdeel uitmaken van de planning- & controlcyclus: kadernota (inclusief voorjaarsrapportage), programmabegroting, najaarsrapportage, en jaarstukken (jaarverslag en jaarrekening). f rechtmatigheid Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, inclusief de nadere uitwerking in gemeentelijke verordeningen, de controleverordening, het controleprotocol en het toetsingskader a ceo unta ntscontrole. g doelmatigheid Het realiseren van bepaalde prestaties en beoogde maatschappelijke effecten met een zo efficiënt mogelijke inzet van middelen. h doeltreffendheid De mate waarin bepaalde prestaties bijdragen aan beoogde maatschappelijke effecten. i programma De program ma's geven voor een afgebakend beleidsterrein aan wat de belangrijkste door de gemeente nagestreefde doelen zijn. Per programma is vermeid welke maatschappelijke effecten worden nagestreefd en welke prestaties bijdragen om die maatschappelijke effecten te bereiken. j taakveld Verplicht voorgeschreven eenheden (beleidsvelden) waarin de programma's zijn onderverdeeld. De taakvelden zijn onderdeel van de lnformatie voor derden (iv3). Dit is een informatiesysteem van het Rijk dat voorschrijft welke informatie de gemeente moet verstrekken.

De lv3 levert een bijdrage aan de informatievoorziening over de financiën van medeoverheden en maakt vergelijkingen tussen gemeenten mogelijk. k indicator Bij de programma's zijn beleidsindicatoren opgenomen: hiermee wordt gemeten of effecten en/of prestaties worden gehaald. I streefwaarde Bij de indicatoren worden streefwaarden geformuleerd. Een streefwaarde is het nagestreefde en meetbare niveau waarop de indicator op een vastgelegd moment moet komen.

2

TITEL 1. PROGRAMMABEGROTING EN VERANTWOORDING Artikel 2. Programmabegroting l. 2.

3.

4.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programmaindeling voor die raadsperiode vast. a. De indeling van de begroting betreft een onderverdeling in programma's en een toedeling van taakvelden. b. Indien wijzigingen in de indeling noodzakelijk zijn, worden deze vermeid en in het geval van aanpassingen op het niveau van de program ma's aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. De raad stelt per programma vast: a. de beoogde maatschappelijke effecten en prestaties, streefwaarden voor de voorgeschreven beleidsindicatoren (BBV) en zelfgekozen indicatoren en streefwaarden; b. de baten en lasten, stortingen en onttrekkingen; c. het investeringsprogramma. De raad stelt in ieder geval bij aanvang van de raadsperiode vast over welke onderwerpen een extra paragraaf- naast de verplichte paragrafen- wordt opgenomen.

Artikel 3. Tussentijdse rapportage en informatie l. 2.

3.

Het college informeert de raad door middel van uitvoeringsrapportages tweemaal per jaar (in voor- en najaar) over de uitvoering van de programmabegroting. Bij de tussentijdse nota in het voorjaar kunnen voorstellen worden gedaan voor activiteiten en werkzaamheden die in het voorgaande jaar niet of niet volledig zijn gerealiseerd dan wel niet zijn afgerond. Deze voorstellen zijn getoetst aan de criteria genoemd in artikel 6 lid 2 a t/m e. Daarnaast bevat deze tussentijdse nota voorstellen die effect hebben op het lopende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Voor zover er daaraan voorafgaand in het begin van het nieuwe begrotingsjaar activiteiten worden uitgevoerd zonder dat formeel de begroting door de raad is gewijzigd worden deze tijdelijke budgetoverschrijdingen geacht te passen binnen het beleid van de raad. De najaarsrapportage gaat in op afwijkingen van de baten, lasten, reservemutaties op het niveau van de programma's van het lopende begrotingsjaar en op de voortgang van het investeringsprogramma.

Artikel 4. Informatieplicht en bevoegdheden l.

2.

3.

4.

Het college besi u it niet over de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten die specifiek door de raad bij de jaarlijkse begrotingsbehandeling zijn aangegeven, dan nadat de raad is geraadpleegd en in de gelegenheid is geste Id zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties die afwijken van het bepaalde in de Verordening Gemeentegaranties Geldleningen, dan na een besluit van de raad inhoudende een goedkeuring van het voorgenomen collegebesluit. Het voorgaande lid is niet van toe passing op: a. De jaarlijkse liquiditeitslening aan Parkeren Delft BV; b. De leningen die het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland verstrekt. Het college besluit niet tot het doen van kapitaalstortingen in instellingen en ondernemingen, dan na een besluit van de raad inhoudende een goedkeuring van het voorgenomen collegebesluit.

3

Artikel 5. EMU-saldo l. 2.

In de programmabegroting is het EMU-saldo opgenomen om een indicatie te geven van de liq uiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden). Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten sa men het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet Houdbare OverheidsFinanciën (wet HOF), hebben overschreden, informeert het college de raad hierover. Als daarop een aanpassing van de begroting nodig is, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Artikel 6. Jaarstukken l.

2.

3.

4.

Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de program ma's. In de verantwoording geeft het college aan: a. wat bereikt is en hoe de resultaten zieh verhouden tot de in de programmabegroting gestelde doelen; b. wat de lasten en baten, stortingen en onttrekkingen met betrekking tot reserves zijn; c. wat het rekeningresultaat is; d. wat het voorstel is voor bestemming van het resultaat; e. wat de voortgang is van het investeringsprogramma. Het voorstel voor bestemming van het resultaat betreft verrekeningen met bestemmingsreserves en overige voorstellen. De bestemmingsvoorstellen worden toegelicht in de jaarstukken en getoetst aan de volgende criteria: a. beleidsinhoudelijke noodzaak; b. inbedding in de werkplanning van het nieuwe jaar; c. het voorstel heeft betrekking op incidentele budgetten; d. het minimumbedrag bedraagt € 100.000 per post en is gebaseerd op een concreet bestedingsvoorstel. Zo nodig kan gemotiveerd worden afgeweken van het minimumbedrag; e. het begrotingssaldo van het betreffende programma mag niet worden overschreden, behoudens situaties waarbij aantoonbare exogene factoren het begrotingsresultaat negatief hebben beïnvloed. Dividend- of winstuitkeringen van derden, deelnemingen of verbanden partijen, kamen ten gunste van het gemeentelijke resultaat, tenzij andere door de raad bekrachtigde afspraken van toepassing zijn.

Bij de goedkeuring van de jaarstukken wordt de begroting van het lopende jaar en/of meerjarenraming via een begrotingswijziging aangepast.

Artikel 7. Wijziging van de begroting l. 2.

3.

Bij beleidsvoorstellen met financiële consequenties voor de begroting op het niveau van programma's biedt het college een begrotingswijziging aan ter vaststelling door de raad. Bij de tussentijdse rapportages en jaarstukken wordt door het college een begrotingswijziging aangeboden met mutaties die het gevolg zijn van voorstellen in deze cyclusdocumenten. Bij de tussentijdse rapportages en aan het eind van het jaar wordt een Algemene RaadsBegrotingswijziging (ARB) opgesteld. In een ARB zijn budgetneutrale mutaties opgenomen die geen invloed hebben op de beleidsdoelen.

4

TITEL 2. FINANCIËLE BELEID Artikel 8. Financiële positie Het college geeft een uiteenzetting van de financiële positie in ieder geval in de begroting en jaarstukken met inachtneming van het financieel beleid waartoe de raad heeft besloten.

Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa l.

2. 3.

Het college biedt ter vaststelling éénmaal per vier jaar een (geactualiseerde) nota Reserves, Voorzieningen en lnvesteringen aan. In deze nota worden aanvullende bestuurlijke uitgangspunten, kaders en uitvoeringsregels vastgelegd. lmmateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeid in de bijlage Afschrijvingsbeleid bij deze verordening. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis vaneen beoordeling van deze vorderingen.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen l.

2.

In de nota genoemd in artikel 9 lid 1 van deze verordening, stelt de raad de kaders vast met betrekking tot: a. de vorming en besteding van reserves en voorzieningen en het rentebeleid; b. de informatievoorziening over reserves en voorzieningen door het college aan de raad. Het college is bevoegd om separaat voorstellen te doen voor reservemutaties, indien het voorstel past binnen het door de raad vastgestelde beleid.

Artikel 12. Kostprijsberekening l.

2.

3.

4. S.

6.

Voor het bepalen van de kostprijs van rechten en heffingen en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden de directe kosten, de compensabele BTW, de overhead kosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Bij de kosten van met name rechten en heffingen, worden de kosten van hefting en inning van belasting (perceptiekosten), de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten als gevolg van het kwijtscheldingsbeleid en oninbaarheid betrokken. De overhead kosten worden binnen het taakveld Overhead apart geadministreerd en toegerekend aan de desbetreffende activiteiten. De toerekening van overhead aan de kostprijs gebeurt op basis van het aandeel van de personeelsomvang. Dit aandeel overhead wordt bepaald door de gemeentelijke personeelsomvang behorend bij de dienstverlening te delen door de totale personeelsomvang (exclusief de personeelsomvang voor overhead).

In afwijking van lid 5 gebeurt de toerekening van de overhead voor Reiniging en Riolering op basis van het aandeel van de lasten van de gemeente voor deze taakvelden. Dit aandeel wordt bepaald door de gemeentelijke lasten voor het taakveld te delen door de totale lasten van de programmabegroting (exclusief de totale overheadkosten). Bij het taakveld Reiniging geldt

5

aanvullend dat inkomensoverdrachten aan de gemeenschappelijke rege ling voor de afvalinzameling hiervan zijn uitgezonderd. 7. Voorde toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks het met de begroting vastgestelde percentage van de omslagrente gehanteerd. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald op basis van de rentekosten van de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten en de rentevergoeding. De rentekosten en -vergoedingen als gevolg van projectfinanciering worden hierop uitgezonderd. 8. Voorde bepaling van de rentekosten bij een verstrekte lening wordt uitgegaan van de werkelijke rente voor de financiering van de verstrekte lening. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico. 9. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties a Ileen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen. 10. De uitgangspunten voor kostprijsberekeningen voor het vastgoed worden vastgelegd in de vierjaarlijks aan de raad aan te bieden nota Vastgoedanalyse. Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1.

2.

Voorde levering van goederen, dien sten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de rentekosten met een opslag voor het debiteurenrisico in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.

3.

Raadsbesluiten met de motive ring van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig indien minder dan de kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a.

b. c. d. e. f. g. h.

leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen en garanties aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; een bevoordeling van activiteiten in het kader vaneen bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader vaneen toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; een bevoordeling van sociale werkplaatsen; een bevoordeling van onderwijsinstellingen; een bevoordeling van publieke media-instellingen; een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is; besluiten volgens het bepaalde in de verordening Garanties Geldleningen.

6

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

1.

2. 3. 4.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel ter vaststelling voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de afvalstoffenheffing, kadegelden, reclamebelasting en precariobelasting. Tevens wordt de verordening leges en de tarievenlijst leges ter vaststelling aangeboden. De raad wordt geïnformeerd over overige prijzen en tarieven die onder collegebevoegdheid vallen in het "Besluit reguliere prijzen en tarieven Gemeente Delft". Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota aan met de kaders voor de huren en de erfpachten. Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan de raad.

Artikel 15. Financieringsfunctie

1.

2.

3.

4.

Het college stelt rege ls op voor de uitvoering van het gestelde in het tweede tot en met vierde lid en legt deze uitvoeringsregels alsmede de rege ls voor taken, bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in het Treasurystatuut. Het college biedt ter kennisname éénmaal per vier jaar een (geactualiseerd) Treasurystatuut aan de raad aan. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor: a. het aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma's binnen de door de raad vastgestelde kaders van de programmabegroting uit te kunnen voeren; b. het conform de wet Financiering Decentrale Overheden (wet FiDO) uitzetten van overtollige liquide middelen bij het min isterie van Financiën of andere decentrale overheden; c. het beheersen van de risico's verbanden aan de financieringsfunctie zoals rente-, koersen kredietrisico's; d. het afwegen van alternatieven zodat het beperken van de kosten van de leningen is gewaarborgd; e. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: a. derivaten worden, nadat de raad hiervoor goedkeuring heeft verleend, uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico's; b.

voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; c. overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro's; d. voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet de toegestane periode van drie opeenvolgende kwartalen dreigt te overschrijden of indien de renterisiconorm dreigt te worden overschreden. Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden.

7

TITEL 3. PARAGRAFEN Artikel 16. Lokale heffingen l. 2. 3.

Het college draagt zorg voor een actueel overzicht van het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, bestaande uit de algemene belastingen, de bestemmingsbelastingen en de retributies. In de programmabegroting en de jaarstukken geeft het college in de paragraaf Lokale heffingen inzicht in de mate van kostendekkendheid van de bestemmingsbelastingen en de retributies. Bij de programmabegroting en de jaarstukken geeft het college in de paragraaf Lokale heffingen verder inzicht in de opbrengsten per belasting, het bedrag aan kwijtscheldingen, de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudens, meerpersoonshuishoudens en bedrijven. Tevens wordt in deze paragraaf een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid opgenomen.

Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicobeheersing l. 2.

3.

4.

Het college geeft in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de programmabegroting en van de jaarstukken een overzicht van de risico's van materieel belang. Het college geeft in deze paragraaf inzicht in het weerstandsvermogen. Dit is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de weerstandscapaciteit die benodigd is voor schade en verliezen als gevolg van de risico's van materieel belang. Onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit is de post Onvoorzien. Deze post is beschikbaar voor incidentele tegenvallers die onontkoombaar, onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn. Het college rapporteert in deze paragraaf over de financiële positie door inzicht te geven in: a. het EMU-saldo (uitsluitend in de begroting); b. de meerjarige balansen (uitsluitend in de begroting); c. de verplichte financiële ratio's (BBV), met toelichting en duiding; d. door de raad toegevoegde financiële kengetallen.

Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen l. 2.

3.

4.

Het college draagt zorg voor meerjarige beheerplannen in het kader van onderhoud open bare ruimte, onderhoud riolering onderhoud gebouwen en voorzieningen sport (sportvelden). Bij de programmabegroting gaat het college in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen in op de toekomstige ontwikkelingen in het vereiste kwaliteitsniveau aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering en gebouwen. Per beheerdiscipline wordt de voortgang van het geplande onderhoud, het eventuele achterstallig onderhoud en de bijbehorende financiële prognose vermeid. Tevens wordt aangegeven of de huidige reserves of voorzieningen toereikend zijn voor de toekomstige lasten. Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar: a. beheerplannen voor de openbare ruimte aan, waaronder begrepen de beheerdisciplines openbaar groen en water, wegen, civiele constructies, openbare verlichting en speeltoestellen; b. een beheerplan riolering (Gemeentelijk RioleringsPlan) (eens in de vijf jaaar); c. een beheerplan Vastgoed. De onderwerpen in het vorige lid bevatten kaders voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning, de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. Bij wijziging van de kaders of als er financiële consequenties zijn, worden de plan nen genoemd in lid 3 sub a enc ter vaststelling aan de raad aangeboden. Sub b wordt altijd ter goedkeuring aan de raad aangeboden.

8

Artikel 19. Financiering Bij de programmabegroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf Financiering in ieder geval verslag van: a. Kaders en beleid; b. Rente (percentages, risico-opslag, kosten en opbrengsten, omslagrente); c. Renterisiconorm en kasgeldlimiet; d. Uitgezette gelden en kredietrisico; e. Garanties en waarborgen; f. Prognose liquiditeitsbehoefte voor de komende vier jaar (uitsluitend in de begroting). Artikel 20. Bedrijfsvoering l. 2.

3.

4.

In de paragraaf Bedrijfsvoering van de programmabegroting en de jaarstukken wordt ingegaan op de actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de paragraaf Bedrijfsvoering van het jaarverslag wordt in ieder geval gerapporteerd over: a. de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten; b. de kosten van inhuur derden. Het college informeert in de programmabegroting en rapporteert bij de jaarstukken in de paragraaf Bedrijfsvoering over niet financiële onrechtmatigheid (inclusief fraude(s) va nuit de eigen organisatie en het niet naleven van de bepalingen in de Wet fido en bijbehorende Regelingen), en over de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, zoals bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. Rechtmatigheidsverantwoording: a. Het actuele normenkader voor de rechtmatigheidsverantwoording betreft de inventarisatie van de voor de verantwoording relevante regelgeving, van andere overheden en van de gemeente zelf, en wordt jaarlijks door de raad vastgesteld en daarna door het college uitgewerkt in een toetsingskader. b. De verantwoordingsgrens voor afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording bedraagt 1% van de totale lasten (inclusief toevoegingen aan de reserve). c. De rapportagegrens voor aanvullende informatie in de paragraaf Bedrijfsvoering over afwijkingen in de rechtmatigheidsverantwoording bedraagt € 200.000. d.

In de paragraaf Bedrijfsvoering beschrijft het college welke actie hij onderneemt om de afwijkingen in de toekomst te voorkomen (verbeterplan).

Artikel 21. Verbanden partijen en subsidies

l.

2. 3.

4. 5.

In de programmabegroting en de jaarstukken wordt in de paragraafVerbonden partijen en subsidies ingegaan op: a. de verbanden partijen; b. de samenwerking met gesubsidieerde maatschappelijke instellingen. In het onderdeel verbanden partijen wordt, met in achtneming van de verplicht gestelde aspecten vanuit het BBV, specifiek ingegaan op ontwikkelingen, veranderingen en risico's. In het onderdeel over gesubsidieerde maatschappelijke instellingen wordt specifiek ingegaan op de verschillende subsidiestromen en nieuwe ontwikkelingen en wordt een actueel overzicht van de (meer)jaarlijkse subsidies gegeven. Het college biedt eens per vier jaar een (geactualiseerde) beleidsnota over de gemeentelijke rol en de verbanden partijen aan. Het Delftse subsidiestelsel bestaat uit de Algemene subsidieverordening (ASV) gemeente Delft, de Subsidieregeling subsidie gemeente Delft 2020 en enkele subsidiebeleidsregels. De ASV bevat algemene uitgangspunten en regels voor subsidieverstrekking en wordt naar bevind van zaken

9

geactualiseerd (bijv. gewijzigde wet- en regelgeving) en vastgesteld door de raad. Het vaststellen van de Subsidieregelingen en de Beleidsregels is een collegebevoegdheid. Er worden oak subsidies (voorzieningen) verstrekt op basis van de verordening Financiële Materiële Gelijkstelling (FIMA) Deze verordening voor onderwijssubsidies staat naast de ASV en is daaraan gelijkwaardig.

Artikel 22. Grondbeleid l. 2.

3. 4.

Het college biedt de raad tenminste eens in de vier jaar een nota Grondbeleid aan. Het college biedt telkens bij de jaarrekening een geactualiseerd Meerjarenprogramma Grondontwikkeling (MPG) ter vaststelling aan. Naast de jaarlijkse rapportage informeert het college de raad door middel vaneen tussentijdse rapportage (t-MPG) bij de najaarsrapportage. In het betreffende programma en de paragraaf Grond be leid van de programmabegroting en het jaarverslag wordt op hoofdlijnen ingegaan op (de uitvoering van) het grand- en vastgoedbeleid. In het (t-)MPG wordt minimaal aandacht besteed aan: a. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; b. risico's die samenhangen met de grondontwikkeling; c. planning en financiële uitkomsten, mede in relatie tot de voorgaande rapportage; d. afwijkingen ten opzichte van de begroting (inclusief begrotingswijzigingen); e. financiële prognoses.

10

TITEL 4. FINANCIËLE ORGANISATIE EN ADMINISTRATIE Artikel 23. Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen voor de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen; b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa, voorraden, vorderingen en schulden; c. het verschaffen van informatie over de uitputting van de toegekende lasten- en batenbudgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties; d. het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; e. het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid; f. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de programmabegroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; g.

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en de relevante wet- en regelgeving. Artikel 24. Registratie bezittingen, activa en vermogen l. 2.

3. 4.

Het college draagt zorgt voor een actuele en vol ledige registratie van bezittingen. Indien een actief administratief is afgeschreven máár nog in gebruik wordt deze gehandhaafd in de activa-administratie. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut zijn hierop uitgezonderd. Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente systematisch wordt gecontroleerd. De raad wordt, bij afwijkingen in de registratie van bezittingen en het herstel van de tekortkomingen, zo nodig tussentijds, maar in ieder geval bij de jaarstukken geïnformeerd over de geconstateerde tekortkomingen en het herstel daarvan.

Artikel 25. Financiële organisatie l.

Het college draagt er zorg voor dat: a. de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving; b. de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten; c. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en de toedeling van taken; d. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;

11

e.

2. 3.

4.

de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten; f. de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van leveringen tussen de organisatieonderdelen van de gemeente; g. de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; h. en legt (in een besluit) vast de interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken, leveringen, en diensten; i. het beleid en interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen; j. het be leid voor de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen. De raad wordt, zo nodig tussentijds, maar in ieder geval bij de jaarverantwoording geïnformeerd over geconstateerde tekortkomingen en het herstel daarvan. Aanbieding van de jaarstukken door het college over het gevoerde beheer aan de raad, impliceert de décharge van de ambtelijke organisatie met betrekking tot het gevoerde beheer en de administratie. Zulks behoudens later (in rechte gebleken) onregelmatigheden.

Het gestelde in lid 3 is niet van toe passing voor die afdeling of ambtenaar, waaraan het college vóór aanbieding van de rekening en het verslag aan de raad schriftelijk heeft medegedeeld niet akkoord te gaan met (onderdelen van) de rekening en het verslag.

Artikel 26. Interne controle Het college draagt zorg voor: a. het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. b. de jaarlijkse interne toetsing vaneen aantal bedrijfsonderdelen en/of een aantal bedrijfsprocessen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen en op de toe passing van gemeentelijke regelingen. Het college treft maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. c. de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

12

TITEL 5. OVERGANGS- en SLOTBEPALINGEN Artikel 27. Overgangsbepaling Op investeringen in de open bare ruimte met maatschappelijk nut die voor 1 ja nua ri 2018 zijn gedaan, blijft het tot die datum vigerende Besluit Begroting en Verantwoording van toepassing. Artikel 28. Inwerkingtreding De Financiële verordening (vastgesteld in 2022) treedt de dag na publicatie in werking en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2022. De Financiële Verordening die is vastgesteld d.d. 21 december 2017, registratienummer 3152567, wordt ingetrokken op de dag dat de "nieuwe" Financiële verordening in werking treedt. Artikel 29. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam "Financiêle verordening gemeente Delft".

BIJLAGE l. Afschrijvingsbeleid Voor alle activa geldt dat de afschrijving aanvangt op 1 ja nua ri van het jaar volgend op het jaar dat het betreffende activum in gebruik is genomen. De rente wordt toegerekend op basis van de boekwaarde van het activum per 1 januari van het betreffende jaar.

A: afschrijvingsbeleid immateriële vaste activa De volgende immateriële vaste activa worden linea ir afgeschreven: l. Activa in eigendom van derden (immateriële activa) De afschrijvingsduur wordt gelijkgesteld aan de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak. 2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling De afschrijvingsduur van kosten van onderzoek en ontwikkeling is maximaal 5 jaar.

B: afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut l. 2. 3. 4.

5.

Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs van minder dan € 15.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. lndividuele activa met een verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs lager dan € 15.000, kunnen worden samengevoegd tot één activum, indien zij gelijksoortig zijn en op hetzelfde moment in gebruik worden genomen. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden linea ir afgeschreven in: a. maximaal 60 jaar: rioleringen, voor zover dit de bijdrage uit de voorziening overstijgt. In geval van grondexploitaties worden de kosten van de eerste aanleg van de riolering niet geactiveerd maar middels de betreffende grondexploitatie verrekend met het ex pio itatie res u Ita at. b. 40 jaar: nieuwbouw woonruimten, schoolgebouwen, sporthallen, kantoren en bedrijfsgebouwen; c. 25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen;

13

d. e. f. g. h.

20 jaar: nieuwbouw tijdelijke woonruimten, tijdelijke bedrijfsgebouwen en technische installaties in bedrijfsgebouwen; 15 jaar: Sportvelden; 10 jaar: veiligheids- en geluidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, kabels en leidingen, kantoormeubilair en schoolmeubilair; 6-10 jaar: auto's en vervoermiddelen, tractiemiddelen (maaimachines, takkenhakmachine e.d.); 3-5 jaar: telefooninstallaties, software en automatiseringsapparatuur.

C: Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met maatschappelijk nut l. 2.

Activa met maatschappelijk nut en een verkrijgingsprijs vanaf € 15.000 worden altijd geactiveerd en afgeschreven al naar gelang de gebruiksduur. De volgende materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden linea ir afgeschreven in: a. maximaal 60 jaar: tunnels, viaducten, bruggen havens, kades, sluizen en waterkeringen, open bare verlichting; b. maximaal 25 jaar: wegen, pleinen en rotondes, parkeerterreinen, ve rkee rs rege I insta I laties; c. 15 jaar: pompen en gemalen; d. maximaal 10 jaar: parken, groenvoorzieningen, speeltoestellen, geluidswallen waterwegen, waterbergingen en walbeschoeiing; e. 5 jaar: straatmeubilair.

va tg. teld in de open bare raadsvergadering van 3 februari 2022.

[yygepees[er.

,griffier.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11126063/1