2148920 Platform energietransitie Delft - inspreeknotitie Warmteplan Delft 2021
Tekst van het document
Inspreeknotie raadscommissie Ruimte en Verkeer
Delft, 2 december 2021
Geachte raadsleden, Het Platform Energietransitie Delft heeft bijgevoegde zienswijze op het warmteplan ingediend. In de nota van zienswijzen zijn onze opmerkingen van commentaar voorzien, maar hebben niet geleid tot aanpassing van het warmteplan. We willen een paar punten uit onze zienswijze onder de aandacht brengen van de raadscommissie: Punt 1 - Woningverduurzaming Er is een isolatieplan toegezegd in het warmteplan. Een isolatieplan moet niet een verwijzing worden naar landelijke regelingen. Wij willen pleiten voor planmatige woningverduurzaming* op lokaal niveau. Een structurele aanpak van de “isolatie” van de woningvoorraad hoort thuis in de beleidscyclus Wonen, d.w.z. portefeuille Wonen. Een strategisch plan voor de verduurzaming van de Delftse woningvoorraad moet onderdeel zijn van een nieuwe Woonvisie. Met energiebesparing in de gebouwde omgeving valt nog veel te winnen en maakt de opgave van de transitie van de energie-infrastructuur naar hernieuwbare energie kleiner. Het zijn 2 kanten van dezelfde opgave. Onze opmerkingen over een isolatieplan hebben wij daarom ingebracht bij de commissie SDW. Punt 2 - Socialisatie van kosten Iedere bewoner wil in de eerste plaats een warme woning tegen acceptabele energiekosten. Dat volgt uit alle onderzoeken. In elke buurt zijn de kosten anders. De verdeling van investeringen en operationele kosten is een politiek vraagstuk.
Niet alleen lokaal. Bewoners willen graag duidelijkheid over hoe we dat in Delft gaan regelen, eventueel inclusief besteding van de Eneco-middelen. Het warmteplan gaat niet in op de kosten voor de eindgebruiker. Er worden business cases opgesteld voor de bronnen van warmteleveranciers, maar een business case voor bewoners, de warmteafnemers, ontbreekt vooralsnog. Aandacht voor de verdeling van de kosten voor bewoners van Delft, gaat vooraf aan de uitvoeringsplannen. Punt 3 - Handelingsperspectief en draagvlak (van bewoners op basis van dit plan) Voor bewoners komt een isolatieplan op de eerste plaats, want het alternatief voor aardgas is daarvan afhankelijk (Er zijn bovendien nu al voldoende warmtetechnieken beschikbaar om aan de slag te gaan). In dit plan is een grote rol weggelegd voor de woningcorporaties. Hoe begrijpelijk ook vanwege de contracteerbaarheid, maar corporaties geven aan dat zij onvoldoende middelen hebben om de opgave aan te kunnen voldoen. De verduurzaming van de bestaande sociale woningvoorraad zou uit het oogpunt van energierechtvaardigheid prioriteit moeten krijgen boven een andere warmtevoorziening. Bij de keuze van de prioriteitsbuurten speelt corporatiebezit een grote rol. Bewoners uit niet-prioriteitsbuurten geven aan ook duidelijkheid te willen voor hun eigen buurt. Zij ervaren afhankelijkheid van de plannen van de overheid.
Ontwikkel daarom parallel ook plannen voor de andere buurten om het risico dat de doelstelling niet wordt gehaald, te spreiden. Transparantie en betrokkenheid zorgt voor draagvlak voor de plannen. Zoek daarom de verbinding met bewoners met een goed, herkenbaar participatieplan Punt 4 - De uitvoeringsorganisatie Wij vragen aandacht en waardering voor de inzet het kleine team dat het warmteplan in relatief korte tot stand heeft gebracht. Het is geen eenvoudig proces geweest om dit te doen met input van vertegenwoordigers
Inspreeknotitie Warmteplan
1/4
van stakeholders. Niet één partij heeft dezelfde mening. Met name onder gebouweigenaren en bewoners is geen consensus. Er zijn de nodige lessen te leren over deze vorm van participatie en er zijn ook de nodige punten voor verbetering bij de WijkUitvoeringsPlannen (WUP’s). Wij zijn van mening dat een parallelle planvorming voor buurten nodig is om snelheid te maken. Anders is het doel niet haalbaar. Dat vraagt om een specifieke werkwijze. Een warmteplan vraagt om strategische keuzes: “Plannen met het eind in beeld”. Bij de WijkUitvoeringsPlannen gaat het vooral om samenwerking met derden. Om de warmtetransitie met een relatief klein team te kunnen aansturen, is de wijze van organiseren en de samenstelling van belang. Wat doet de gemeente zelf en wat doen derden, waaronder bewoners? Als de gemeente Delft de rol van facilitator wil aannemen, hoort daar vooral ook duidelijkheid bij over wie welke rol en taak wel of niet kan oppakken. Wij vinden daarom een duidelijke organisatie en een heldere procesaanpak van groot belang.
Hartelijk dank voor uw aandacht.
* definitie: met woningverduurzaming bedoelen wij het geheel van woning-gebonden maatregelen op het gebied van isolatie, ventilatie en interne installaties. Daar valt de hernieuwbare bron en energie-infrastructuur niet onder.
Inspreeknotitie Warmteplan
2/4
Bijlage – Ingediende Zienswijze Het Warmteplan Delft is in eerste instantie de gemeentelijke visie op de lokale bijdrage van de gebouwde omgeving aan het tegengaan van klimaatverandering op een sociaal-rechtvaardige wijze. Het geeft antwoord op de vraag: “Haalt Delft haar (klimaat)doelstellingen in 2030 en verder?” Gezien de urgentie van deze problematiek dient de WarmteTransitieVisie (WTV) vooral handelingsperspectief voor en draagvlaak onder bewoners en bedrijven te creëren. Transparantie en betrokkenheid bij planvorming is daarbij cruciaal. Uit het ontwerp Warmteplan blijkt dat de gemeente Delft vooral inzet op aardgasvrije wijken voor het halen van de klimaatdoelstellingen en daarmee reductie van energiegebruik ziet als aparte stap en dus slechts een beperkte integrale visie heeft op energiegebruik. De onderbouwing voor deze keuze ontbreekt, maar komt waarschijnlijk voort uit het feit dat de gemeente dat in eerste instantie ziet als opgave voor de gebouweigenaar (particulier of verhuurder). Regie en visie van de gemeente op het complete CO2-reductie vraagstuk gaat ons inziens de warmtetransitie versnellen door duidelijkheid voor alle eigenaren en initiatiefnemers. Het woord “plan” suggereert een concrete aanpak. Deze is echter grotendeels doorgeschoven naar de WijkUitvoeringsPlannen (WUP’s).
Op zich is fasering in de planvorming best mogelijk, maar dat houdt in dat een oordeel over afgeronde fases mogelijk moet zijn. Helaas ontbreekt in het warmteplan nu de duidelijke onderbouwing van controleerbare uitgangspunten zoals door deelnemers in de klankbordgroep ook is aangegeven (als bijlage bijvoorbeeld). Daardoor ontstaat de indruk dat dit Warmteplan vooral de reeds ingezette planvorming moet rechtvaardigen. De onderbouwing van die planvorming komt niet terug in het ontwerp Warmteplan. Dat is een gemiste kans en reden tot zorg. De Business Case voor bestaande projectplannen is voor de convenant-partijen wellicht helder, maar niet voor bewoners. Het Warmteplan van Delft lijkt daarmee vooral het plan van de Woning Corporaties als eigenaren van het grootste deel van de woningvoorraad. Het wordt niet duidelijk hoe groot het risico daarvan is voor de haalbaarheid van het Warmteplan, gezien de grote opgaven en beperkte middelen van de Corporaties (door hen herhaaldelijk aangegeven) en wat dan de alternatieven zijn om toch de klimaatdoelstellingen te halen. Alle belanghebbenden moeten zich behartigd voelen in het Warmteplan. De verdeling van kosten over de verschillende belanghebbenden is nu nog niet duidelijk.
Mede door berichtgeving en ervaringen in andere (kostbare) projecten leeft bij bewoners de vrees dat zij met het vaststellen van dit ontwerp Warmteplan voor een voldongen feit worden geplaatst en dat terugkeren op een ingeslagen weg straks niet meer mogelijk is (“lock-in”). Transparantie zorgt hier voor draagvlak. Naar onze mening bestaat een succesvolle warmtetransitie (in Delft) uit 3 samenhangende onderdelen: 1. 2. 3.
Een goede visie op de toekomstige ontwikkeling van vraag en aanbod van warmte- en koude in de stad (“warmteplan”; investeren in duurzame bronnen, groene wijken) Een goed woningverduurzamingsplan (“investeren in energiebesparing”) Een goed participatieplan (“draagvlak door meebeslissen op basis van inzicht in eigen situatie en m.n. in kostenverdeling en woonlasten”)
Ad 1. Op onze website hebben we hieraan veel aandacht besteed en staan onze 10 standpunten voor een goede TVW genoemd (zie: https://platformenergietransitiedelft.nl/klimaat-en-energie/standpuntenwarmteplan-position-paper/). Daarnaast verwijzen we naar onze eerdere brieven aan de raad in het kader van de RES met vragen over de warmte-infrastructuur, vraagreductie en beschikbaarheid van warmte in 2050. Ad. 2. De voorkeurswarmtetechnieken per buurt worden sterk beïnvloed door de warmte- en koudevraag in de toekomst. Door dit los te zien van 1 wordt wellicht niet de optimale “no-regret” keuze gemaakt. Daarbij is niet alleen aandacht voor het gebouw/woning maar ook aandacht voor de woonomgeving noodzakelijk. Wij
Inspreeknotitie Warmteplan
3/4
adviseren dan ook om op korte termijn een woningverduurzaamheidsplan voor de hele stad te ontwikkelen (in lijn met de eerste stap van de Trias Energetica). Ad. 3. Een goed participatieplan heeft een inzichtelijk (uniform) proces, is herkenbaar voor bewoners en geeft ook aan waarop bewoners werkelijk invloed hebben. Participatie is tot nu toe zeer beperkt geweest en zeker niet representatief. Er zijn landelijk verschillende voorbeelden beschikbaar die tijdens het opstellen van WUP’s voor een beter proces kunnen zorgen. De voordelen van een duurzame samenleving gaan verder dan dit plan. De integrale aanpak doet ook recht aan de moties van de raad om juist de meest kwetsbare bewoners te ontzien bij de warmtetransitie. Specifieke aandacht voor energierechtvaardigheid is goed en in onze visie is hier slechts één oplossing: de slechtste woningen als eerste verduurzamen. Dan snijdt het mes aan twee kanten: betere woningen en energiebesparing (“lagere lasten” en kleinere opgave voor de duurzame bronnen). Bovendien staan de slechtste woningen in buurten met de hoogste energie quote. Daarom benadrukken wij in het kader van een integrale aanpak het belang van consistentie tussen de WarmteTransitieVisie en een nieuwe Woonvisie. In beide spelen de Woning Corporaties een belangrijke rol en is het noodzakelijk dat zij die (kunnen) invullen.
Conclusie: In het ontwerp Warmteplan zijn een aantal uitgangspunten niet onderbouwd en andere onderwerpen doorgeschoven naar de WUP’s, zoals kostenverdeling (c.q. eindgebruikerskosten). Om definitieve besluiten over de beste route naar de toekomstige warmtevoorziening verantwoord te kunnen nemen op basis van het ontwerp Warmteplan is ons advies om een onderbouwende bijlage toe te voegen. Naar onze mening is ook een extra stap nodig voorafgaand aan de wijkuitvoeringsplannen met aandacht voor de doorgeschoven onderwerpen. Daarnaast moet er in het warmteplan meer aandacht zijn voor handelingsperspectief voor alternatieve plannen om het halen van de klimaatdoelstellingen niet grotendeels afhankelijk te laten zijn van het succes van één plan met een beperkt aantal belanghebbenden. Uiteindelijk heeft een succesvolle warmtetransitie naast financiële middelen ook vooral de ondersteuning van bewoners nodig. Draagvlak ontstaat door transparantie en betrokkenheid.
Inspreeknotitie Warmteplan
4/4