2147901 College van B&W - voortgang Actieplan Sociaal Domein
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp
Voortgang Actieplan Sociaal Domein
Portefeuillehouder
S. Brandligt, L. Harpe, K. Schrederhof
Voorstel ingediend door
Johan Boonstoppel (jboonstoppel@delft.nl)
Registratienummer
4690638
Datum
23 november 2021
Concept-besluit(en) N.v.t.
Inhoud Met deze brief informeren we u over de voortgang van het Actieplan Sociaal Domein 2.0. De hieronder vermelde resultaten betreffen de resultaten over de eerste drie kwartalen van 2021. Algemeen Het algemene beeld is dat veruit de meeste maatregelen uit het Actieplan Sociaal Domein 2.0 inmiddels in uitvoering zijn en ook concrete resultaten genereren. In een heel aantal gevallen vertaalt dit zich ook in een financiële opbrengst. De financiële opbrengst benaderd nu de vooraf ingeschatte besparing. Dit komt onder andere door de positieve ontwikkelingen die we zien binnen Jeugd. Het Servicebureau H10 prognosticeert een verwachte groei van de uitgaven aan jeugdhulp die ongeveer gelijk ligt aan onze verwachte uitgaven wanneer alle maatregelen ten volle effect zouden sorteren. De Delftse groei ligt daarmee dan ook aanzienlijk lager dan het gemiddelde van de regiogemeenten in de H10. In de najaarsrapportage is deze ontwikkeling reeds financieel geschetst. Als we de huidige prognose van het Servicebureau in relatie brengen tot het Actieplan dan besparen wij ca. € 850.000 euro meer dan andere gemeentes (die eveneens besparingsmaatregelen uitvoeren). We blijven er echter waarde hechten erop te wijzen dat de context van het sociaal domein complex is.
De ontwikkeling van kosten is het effect van veel verschillende componenten, deels beïnvloedbaar en deels niet of beperkt beïnvloedbaar. Zo spelen landelijke trends en wetgeving een belangrijke rol bij de beïnvloedbaarheid van volume-, prijs en intensiteit-ontwikkelingen. Dit bemoeilijkt de meetbaarheid bij sommige maatregelen. In sommige gevallen betekent het ook dat pas aan het eind van het jaar de definitieve besparing in beeld gebracht kan worden. Daarnaast is het zo dat effecten van maatregelen niet altijd of slechts beperkt meetbaar zijn. Zo begint kostenbeheersing met kostenbewustzijn. De afgelopen tijd is, mede door het actieplan, het kostenbewustzijn over het sociaal domein binnen de gemeente en haar belangrijkste ketenpartners toegenomen. In de komende periode brengen we door middel van impact metingen van verschillende maatregelen deze aspecten beter in beeld. Het feit dat, op basis van de nu beschikbare informatie, de algehele financiële ontwikkeling in het sociaal domein zich positief ontwikkelt, sterkt ons in de overtuiging dat we met het actieplan een goede weg zijn ingeslagen en dat met het geheel van de maatregelen wordt bijgedragen aan de positieve ontwikkeling van kostenbeheersing in het sociaal domein.
Naar verwachting zullen de maatregelen binnen de Wmo en Werk & Inkomen aan het eind van het jaar de verwachte opbrengst grotendeels gaan realiseren. Bij Jeugd blijven de financiële resultaten enigszins achter ten opzichte van de beoogde besparingen. De meeste maatregelen op het domein Jeugd worden in regionaal verband uitgevoerd. De regionale groeicijfers van het gebruik van Jeugdhulp in de regio zijn positief voor Delft en beter dan vergelijkbare gemeenten in de regio. Dit valt binnen het Actieplan toe te rekenen aan onze inzet van regionale sturingsinstrumenten. Met betrekking tot maatregel 14 (beperken ambulante jeugdhulp) zijn er concrete resultaten geboekt. In de eerste kwartalen van dit jaar is er intensief onderzoek gedaan samen met Delft Support naar de mogelijkheden om casussen van de Jeugdwet naar de Wet Langdurige Zorg (Wlz) te bewegen. Op dit moment zijn er 39 mogelijke casussen in beeld, met een gecombineerde jaarlijkse zorgkosten van 2 miljoen euro. Op basis van historie en kennis van andere gemeenten verwachten we dat 10% van de jeugdigen doorstroomt naar de Wlz. In twee casussen is dit reeds gelukt, wat leidde tot een besparing van 143.000 euro. In de nieuwe programmabegroting is een aanvullende taakstelling, d.w.z. een doorvertaling van de landelijke taakstelling, vastgesteld.
Delft voert binnen het Actieplan al een groot aantal maatregelen gesuggereerd door de arbitragecommissie van de VNG uit. Op dit moment verkent het college de mogelijkheid van aanvullende maatregelen om deze taakstelling (gedeeltelijk) in te vullen. Voortgang Q3 2021 In bijlage 1 is een overzicht te vinden waarin per maatregel de voortgang op de vier pijlers van de monitoring (proces, resultaat output, financiële opbrengst, impact) tot en met het derde kwartaal in beeld is gebracht. Hieronder geven we een samenvatting van de resultaten per pijler. Proces De meeste maatregelen liggen qua proces op koers (14 van de 19 maatregelen). Dit betekent dat deze maatregelen worden uitgevoerd zoals bedacht en gepland en dat een nieuwe werkwijze, nieuw product of nieuwe voorziening is geïntroduceerd. De overige 5 maatregelen liggen enigszins achter op de planning. De maatregelen Afschalen zorg begeleiding Wmo en Intensiveren VVH lagen in het vorige kwartaal nog (ver) achter op koers, maar zijn in het derde kwartaal geïntensiveerd waardoor ze in de uitvoering beter op koers liggen. Resultaat Output Voor 11 maatregelen geldt dat deze qua output op koers liggen zoals beoogd. Voor 2 maatregelen (stoppen dagopvang en inzetten overschot beschermd wonen) werd in het derde kwartaal nog geen output en daarmee nog geen financieel resultaat verwacht.
Wel zal de maatregel inzet overschot beschermd wonen waarschijnlijk in Q4 volledig gerealiseerd worden. Zes maatregelen genereren nog niet de output (aantal cliënten volgens een nieuwe werkwijze/voorziening) zoals we hadden bedacht. Daarnaast is er een extra incidenteel voordeel op de maatregel systeem op de schop. Hoewel een maatregel de activiteiten zoals gepland uitvoert, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat ook de output wordt geproduceerd zoals bedacht. Soms is de praktijk weerbarstiger dan verwacht of spelen externe oorzaken zoals de Coronamaatregelen een rol. Financieel Het financieel resultaat is direct gekoppeld aan de gerealiseerde output van een betreffende maatregel. Dit betekent dat, wanneer nog geen output is behaald, er ook nog geen besparing is gerealiseerd. Per maatregel is een verdeling gemaakt van de beoogde besparing over de verschillende kwartalen, o.a. afhankelijk van wanneer een maatregel daadwerkelijk start. Op basis van de verwachte besparing per kwartaal is in beeld gebracht welke besparing is gerealiseerd. Onderstaande grafiek toont de verwachte en gerealiseerde besparingen voor het Actieplan voor 2021:
Actieplan SD Besparing 2021 (cumulatief) € 6.000.000
€ 4.922.000 € 3.428.000 € 3.095.000
€ 4.000.000 € 2.000.000
€ 2.267.000 € 1.494.000 € 1.589.000 € 1.340.000
€Q1
Q2
verwachte besparing
Q3
Q4
gerealiseerde besparing
In het derde kwartaal werd een financieel resultaat van € 3.428.000,- beoogd. De 19 maatregelen hebben tot nu toe € 3.095.000,- gerealiseerd. Het verschil tussen de beoogde en de gerealiseerde besparing wordt voor een belangrijk deel verklaard doordat bij de belangrijkste Jeugd-maatregelen het nog onvoldoende mogelijk is om de financiële resultaten te bepalen. Naarmate het jaar vordert krijgen wij een beter inzicht in de voorlopige declaraties van Jeugdhulpaanbieders. Ondanks de achterstanden in de declaraties van jeugdhulpaanbieders zijn de opbrengsten voor 2021 al voorzichtig in te schatten. De verwachting is dat dit eind 2021/begin 2022 dit definitief in beeld kan worden gebracht. Vooral het resultaat van maatregel 15 Sturingsinstrumenten voor Inkoop van Jeugdhulp (met een beoogde besparing in Q3 van € 700.000,-) is hiervan afhankelijk. We zien steeds duidelijker dat de kostenontwikkeling voor de Jeugdhulp in Delft een gunstige ontwikkeling laten zien en dat de nieuwe sturingsinstrumenten een effect hebben op het declaratiegedrag van de aanbieders. Wij schatten op dit moment in dat deze maatregel een besparing van € 626.000,- oplevert. In het tweede kwartaal is een substantieel lager bedrag behaald dan de gerealiseerde opbrengst in het eerste kwartaal (€ 1.339.000,-).
Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat ervoor is gekozen de volledige opbrengst van de maatregel BUIG vanaf het eerste kwartaal mee te rekenen. Ook het feit dat voor een aantal maatregelen het gerealiseerde bedrag nog niet te berekenen is, draagt hieraan bij. Het gerealiseerde bedrag is als volgt verdeeld over de maatregelen: nr
Maatregel
Gerealiseerd
Beoogd
Verschil
1
Afschalen zorg begeleiding
-
€
73.000
€
73.000
2
Ontmoetingscentra voorliggend maken
-
€
25.000
€
25.000
3
66.000
€
87.000
€
21.000
5
Voorziening Hulp bij het Huishouden en Powerful Ageing Factuurcontrole en Fraude
-
€
13.000
€
13.000
6
Thuisgekookt intensiveren
€
30.000
€
30.000
-
7
Regresrecht
€
44.0001
€
44.000
-
8
Daadwerkelijk gebruik hulpmiddelen
-
€
28.000
€
28.000
9
Regiotaxi Vrijwilligersvervoer
-
€
50.000
€
50.000
€
1 Dit betreft een inschatting. De financiële opbrengst over is nog niet vastgesteld door de verzekeraar. Er 5 casussen in
beeld, waarmee de verwachting gerechtvaardigd is dat de financiële besparing behaald zal worden. De verzekeraar verwacht in de tweede helft van 2021 de eerste financiële resultaten te leveren.
10 11
Overschot Beschermd Wonen oormerken Systeem op de schop
12/ 13 14
Intensivering VVH / Beter Samenspel Beperken ambulante Jeugdhulp
15
Sturingsinstrumenten Inkoop Jeugdhulp
16
Bewindvoering
17
Budgetbeheer
18
Schuldhulpverlening voorliggend versterken Inzetten overschot BUIG
€ 1.100.000
€ 1.100.000
Totaal
€ 3.095.000
€ 3.427.000
19
€
400.000
-
€
400.000
€
255.000
-
€
255.000
€
81.0002
€
600.000
€
519.000
€
143.000
€
200.000
€
57.000
€
626.000
€
700.000
€
74.000
-
€
139.000
€
139.000
€
20.000
€
8.000
€
12.000
€
330.000
€
330.000
€
332.000
Impact Volgens planning voeren we in het kader van de monitoring van het Actieplan eind 2021 / begin 2022 een impact meting uit. Met de impact meting genereren we informatie waarmee we beter en meer onderbouwd een inschatting kunnen maken van de bijdrage van de maatregelen en het Actieplan als geheel aan de overall bewegingen in het sociaal domein en kunnen we (indien van toepassing) de maatschappelijke effecten van de betreffende maatregelen in beeld brengen. Waarom nu? Per kwartaal wordt de voortgang van het Actieplan in beeld gebracht; afgesproken is de gemeenteraad twee keer per jaar te informeren over de voortgang. Essentie: wat verandert er? n.v.t.
Beleidskaders n.v.t.
2 Dit betreft een inschatting. De maatregel loopt al langer en output is gerealiseerd. Tot op heden is het echter niet mogelijk
gebleken de output te vertalen in een financiële opbrengst, mede door vertraging in de regionale doorberekening. Op basis van het aantal casussen BSS dat in 2021 in Delft is gestart wordt de opbrengst geschat op € 81.000. De verwachting is dat in Q4 2021 op basis van de regionale doorrekening een meer exacter beeld verkregen wordt van de besparing, op basis waarvan een herberekening zal plaatsvinden.
Participatie Bij een aantal maatregelen kunnen we alleen resultaat halen als partners waarmee we samen werken ons daarbij helpen. Voorbeelden hiervan zijn de huisartsen (maatregel versterking huisartsen) en bewindvoerders (maatregel besparen bewindvoering) en Delft Support (vrijwel alle maatregelen jeugd en WMO). Wij kunnen de beoogde besparingen niet alleen behalen. We investeren daarom extra in goede samenwerkingsrelaties. Financiën n.v.t.
Vervolg Komend voorjaar wordt de gemeenteraad opnieuw geïnformeerd over de voortgang, t/m het eerste kwartaal van 2022. Communicatie N.v.t. Bijlage(n) n.v.t.
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☒ Nee
☐ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja,
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
☒ Nee
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
S. Brandligt Loco-burgemeester
M. Berger
Loco-secretaris