2147900 College van B&W - Standaard inzet Loonkostensubsidie en financiering in 2022
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsinformatie Onderwerp
Standaard inzet Loonkostensubsidie en financiering in 2022
Portefeuillehouder
Wethouder Stephan Brandligt
Voorstel ingediend door
Julia Lintelo, jlintelo@delft.nl
Registratienummer
4690523
Datum
23 november 2021
Concept-besluit(en) N.v.t.
Inhoud Aanleiding Het doel van het re-integratie instrument loonkostensubsidie (LKS) is meer langdurig en lastiger plaatsbare werklozen de reële mogelijkheid geven weer aan het werk te gaan. LKS kan voor werkgevers een goede duw in de rug zijn om iemand uit deze doelgroep aan te nemen, een doelgroep die een steeds groter deel van het bijstandsbestand vormt en gaat vormen. Andere gemeenten zijn ons voorgegaan en de voorlopige resultaten tonen aan dat een impuls aan de inzet van LKS zeer de moeite waard is. Gemeenten in Nederland maken nog weinig gebruik van het instrument loonkostensubsidie (LKS). En in vergelijking met andere gemeenten scoort de gemeente Delft zelfs ronduit laag (bron: Benchmark Divosa). Blijft de impuls uit in Delft, dan is dat nadelig op verschillende vlakken. De kansen voor langdurig werklozen gaan er dan op achteruit, en gemeente Delft ontvangt dan in verhouding minder middelen voor de begeleiding van haar werkloze burgers dan de gemiddelde gemeente.
1
Bron: Divosa Benchmark (Peildatum 25-01-2021) Definitie: Dit is de ontwikkeling van het volume loonkostensubsidies op grond van de Participatiewet waarbij het aantal loonkostensubsidies is uitgedrukt als een percentage van het volume BUIG.
Wat is loonkostensubsidie? Als personen door een arbeidsbeperking niet in staat zijn om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen, kunnen gemeenten een loonkostensubsidie toepassen. Deze LKS is gebaseerd op de arbeidsproductiviteit die een potentiële werknemer heeft, waarbij het productieverlies aan werkgevers wordt gecompenseerd. Deze arbeidsproductiviteit, ook wel loonwaarde, wordt met een loonwaardemeting bepaald en regelmatig opnieuw bepaald. Blijkt uit de meting dat er inderdaad sprake is van een verminderde loonwaarde, dan krijgt de werkgever voor deze werknemer bovendien een no-riskpolis. De werkgever ontvangt dan een ziektewetuitkering wanneer de werknemer onverhoopt uitvalt. De LKS werkt als stimulans voor werkgevers om mensen met een arbeidsbeperking een kans te geven. Tot en met 2020 bleef gemeente Delft achter in de toekenning van LKS ten opzichte van andere gemeenten. De consulenten van uitvoeringsorganisatie Werkse! hebben een toolbox beschikbaar bestaande uit veel verschillende re-integratie instrumenten. LKS werd specifiek ingezet voor kandidaten voor beschut werk en de banenafspraak. Het blijkt echter dat het instrument ook succesvol kan zijn bij ruimere toepassing.
Waarom nu? Waarom nu méér loonkostensubsidie? Zoals beschreven in de nota ”Werk is het beste medicijn“ (2019, reg.nr.: 169557), leidt de Participatiewet tot een bijstandsbestand met meer en meer moeilijker bemiddelbare kandidaat-werknemers. Denk alleen al aan de nieuwe en groeiende groep mensen die voorheen aanspraak maakte op de Wajong of WSW. Als we geen actie ondernemen is alleen deze groep over een paar decennia al goed voor ongeveer een kwart van alle bijstandsuitkeringsgerechtigden. Dit kwart komt bovenop het al bestaande bestand. Meer moeilijker bemiddelbare kandidaat-werknemers betekent dat wij meer moeten investeren in de ondersteuning naar werk. Daarnaast zijn er in Nederland op het moment van schrijven meer vacatures dan werklozen1. Werkgevers zijn hierdoor wellicht geneigd ook (op het eerste gezicht) minder geschikte mensen te overwegen voor hun organisatie. Kortom, de tijd is nu rijp voor ruime inzet van re-integratie instrumenten. Verwachte ontwikkeling doelgroepen verbonden aan de Participatie-wet:
1 NOS, ‘In 50 jaar niet voorgekomen: meer vacatures dan werklozen’ In 50 jaar tijd niet voorgekomen: meer vacatures
dan werklozen | NOS 2
Bron: memorie van toelichting bij de Participatiewet
Ten slotte ziet ook het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) dat gemeenten nog weinig gebruikmaken van loonkostensubsidie (LKS) en wil aan dit gebruik een impuls geven door de regelgeving eenvoudiger te maken. Het ministerie schrijft een uniforme loonwaardemeting voor, evenals een vereenvoudiging van het werkproces en ten slotte een nieuwe financieringssystematiek op basis van historische realisatie. Dat laatste is voor dit memo belangrijk. Meer informatie hierover vindt u in de alinea ‘essentie’ onder het kopje ‘Wat verandert er financieel’. Deze nieuwe financieringssystematiek is bedoeld als extra financiële prikkel om meer mensen aan het werk te krijgen. Voorbeeld van succes van meer loonkostensubsidie Dat loonkostensubsidie een instrument is dat de investering waard is, bewijst bijvoorbeeld gemeente Den Bosch. Deze gemeente zet LKS al standaard in als hulpmiddel om mensen naar werk toe te leiden. Dit doen zij bij alle werklozen, niet alleen bij diegenen die naar verwachting een verminderde loonwaarde hebben. Voorwaarde is wel dat iemand een minimale periode bijstand heeft ontvangen en dat er op de werkvloer een objectieve loonwaardemeting volgt. Blijkt uit deze meting dat de werknemer een volledige loonwaarde heeft, dan stopt de LKS na een aantal maanden.
In 2019 is op deze manier 30% van de nieuw gestarte mensen met LKS in datzelfde jaar doorgestroomd naar volledig reguliere arbeid. LKS was voor hen net de opstart die ze even nodig hadden naar de arbeidsmarkt2. Dit resultaat laat zien dat LKS niet alleen helpt bij uitstroom uit de bijstand, maar uiteindelijk ook voordelige financiële consequenties heeft voor de gemeente. Wanneer mensen met LKS bij een werkgever aan de slag gaan, wordt het beroep op het BUIG-budget beperkt. Het aantal personen dat via de werkgever LKS ontvangt, ontvangt immers niet de duurdere bijstandsuitkering.
Essentie: wat verandert er? Huidige stand van zaken Delft Tot en met 2020 bleef gemeente Delft achter in de toekenning van Loonkostensubsidie (LKS) ten opzichte van andere gemeenten. De consulenten van uitvoeringsorganisatie Werkse! hebben een toolbox beschikbaar bestaande uit veel verschillende re-integratie instrumenten. LKS werd specifiek ingezet voor kandidaten voor beschut werk en de banenafspraak. Het blijkt echter dat het instrument ook succesvol kan zijn bij ruimere toepassing. In het tweede kwartaal van 2021 is de Delftse uitvoeringsorganisatie Werkse! gestart met een pilot. Het doel van deze pilot is het volume loonkostensubsidies tot eind 2021 tot een gemaximeerd aantal te verhogen. De consulenten van Werkse! zetten LKS vanaf de start van de pilot standaard in bij alle kandidaat-werknemers die minimaal één jaar bijstand ontvangen (50% van het wettelijk minimumloon). Dit is, vergelijkbaar met Den Bosch, ongeacht verwachte verminderde loonwaarde. Binnen zes maanden na plaatsing volgt de loonwaardemeting. We monitoren deze pilot nauwkeurig en de eerste resultaten zijn positief. Zoals de afbeelding hieronder laat zien, is de stijgende lijn aan ingezette loonkostensubsidies van de gemeente Delft net iets steiler dan de lijn die het gemiddelde weergeeft.
2 Het Goud van de Participatiesamenleving, Loonkostensubsidie en Go-riskpolis – Huib van Olden en Sjoerd van het
Erve, ’s Hertogenbosch, december 2020 3
Bron: Benchmark Divosa
Wat verandert er financieel? Tot eind 2021 zijn de middelen voor de loonkostensubsidies verdisconteerd in de gehele gebundelde uitkering (het BUIG-budget). Vanaf januari 2022 komt er een apart macrobudget voor het LKS-deel. Het Rijk raamt dit budget op basis van realisatie. Hoe meer LKS de gemeente verstrekt, hoe meer budget we hiervoor ontvangen. Hierbij geldt tevens dat bij deze nieuwe financieringssystematiek per 2022 budget is voor LKS voor niet-uitkeringsgerechtigden. Vóór deze verandering verzorgde het Rijk geen compensatie voor LKS voor deze NUG-groep. Beide voordelen passen goed bij de doelstelling van het ministerie SZW zoveel mogelijk mensen met LKS aan het werk te krijgen. De verdeling van het macrobudget voor LKS sluit echter aan op het uitgavenaandeel LKS van de gemeente van één jaar daarvoor. Het LKS deel in het BUIG-budget 2022 wordt voorlopig gebaseerd op de werkelijke uitgaven aan LKS in 2020 (dit wordt later bijgesteld naar 2021) en een raming van de stijging LKS in 2022. De verdeling van de middelen is dus gebaseerd op een situatie ruim voorafgaand aan het uitvoeringsjaar. Zie voor meer informatie over deze verandering ook het memo ‘Rekenfout toedeling BUIG en gevolgen BUIG budget 2021 en 2022’. Voor de gemeente Delft betekent de nieuwe financieringssystematiek vooralsnog een nadeel.
Zolang wij minder LKS inzetten dan het landelijk gemiddelde, ontvangen we minder BUIG-budget. Daarom streven we ernaar om zo snel mogelijk in de pas te lopen met het landelijk gemiddelde. We zetten LKS in de nabije toekomst veel vaker in dan we in het verleden hebben gedaan. De middelen voor deze uitbreiding zijn pas een jaar later beschikbaar. Zodra ons volume LKS gelijk is aan het landelijk gemiddelde is dit tijdelijke financiële nadeel niet meer aan de orde. Beleidskaders -
Participatiewet Nota ‘Werk is het beste medicijn’ (2019, reg.nr.: 169557) Memo ‘Rekenfout toedeling BUIG en gevolgen BUIG budget 2021 en 2022’
Participatie Bij de totstandkoming van dit voorstel is contact geweest met de volgende partijen: Uitvoeringsorganisatie Werkse! Gemeente Den Bosch en uitvoeringsorganisatie WeenerXL VNG Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 4
Financiën Wat zijn de cijfers? Zoals in de alinea ‘essentie’ omschreven, is het noodzakelijk om een inhaalslag te maken om meer loonkostensubsidie te verstrekken. Voor deze investering is incidenteel extra budget benodigd, mede omdat verwachte besparingen zich pas na deze investering gaan voordoen. Dit bedrag baseren we op een door Werkse! opgestelde business case. De kosten bestaan uit meerdere onderdelen. Denk hierbij niet alleen aan de LKS zelf, maar ook aan bijvoorbeeld de loonwaardemetingen, jobcoaching en extra administratieve handelingen. We houden hierbij ook rekening met extra werkzaamheden voor het KCC. Er is een impactanalyse uitgevoerd voor de gevolgen voor het KCC. Met deze analyse gaan we aan de slag. De business case van Werkse! geeft voor deze indirecte kosten een benodigde investering van komend jaar 512.000 euro. Afhankelijk van het door ons bereikte resultaat in 2022 en de inspanningen van andere gemeenten weten we eind 2022 of wij op dat moment een % loonkostensubsidies hebben dat hoger of gelijk is aan het landelijk gemiddelde. Als dat op dat moment nog niet zo is, hebben wij ook voor 2023 nog extra budget nodig. In principe zal, zo blijkt ook uit de business case, het aantal verstrekte LKS snel stijgen, waardoor het aantal bijstandsuitkeringen zal dalen. Dit leidt er uiteindelijk toe dat het verwachte tijdelijke tekort op de BUIG wordt ingelopen.
Hoe financieren we de incidentele extra kosten voor de inhaalslag? De bovenbeschreven investering is nodig om het verwachte tekort op het BUIG-budget binnen afzienbare tijd te dempen. Vandaar dat wordt voorgesteld om deze kosten te dekken uit het BUIG-budget. Daarbij geldt dat, zoals beschreven in het memo ‘Rekenfout toedeling BUIG en gevolgen BUIG budget 2021 en 2022’, de gemeente Delft in 2021 een BUIG budget-meevaller heeft gekregen van € 2,6 miljoen. Bij de jaarrekening zal daarom een voorstel tot resultaatbestemming met betrekking tot dit incidentele voordeel BUIG worden gedaan, waarbij ook de investeringskosten met betrekking tot deze aanvullende investering op de LKS worden meegenomen. Vervolg Er volgt een voorstel tot resultaatbestemming voor de standaard inzet van LKS en het verwachte nadeel dat de uitname van LKS de komende jaren met zich meebrengt ten laste van het incidentele voordeel op BUIG bij de jaarrekening. Communicatie Uitvoeringsorganisatie Werkse! brengt het instrument onder de aandacht van werkgevers. Bijlage(n) N.v.t.
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☐ Nee
☒ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
5
☐ Ja, ☒ Nee
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
S. Brandligt Loco-burgemeester
M. Berger Loco-secretaris
6