2143819 Voorstel van het college aan de raad inzake Regiovisie Transformatie beschermd wonen
Tekst van het document
Oplegger raad Raadsvoorstel Regiovisie Transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en van Maatschappelijke Opvang naar Maatschappelijk Wonen 2022 - 2026
Onderwerp
Portefeuillehouder
Wethouder Schrederhof
Voorstel ingediend door
Nyncke Graafland – ngraafland@delft.nl
Registratienummer
4670902
Datum
26 oktober 2021
Concept-besluit(en) De Raad: Stelt de Regiovisie Transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en van Maatschappelijke Opvang naar Maatschappelijke Wonen 2022-2026 vast; Gaat akkoord met het voorstel om over te gaan tot een centrumgemeenteregeling; Gaat akkoord met de verdeling van de reserve; Gaat akkoord met een onttrekking aan de reserve BW t.g.v. 1570139 in 2022 ad € 1.331.643 Gaat akkoord met een onttrekking aan de reserve BW t.g.v. 1570133-4001 t.b.v. invulling stelpost maatregel actieplan sociaal domein Gaat akkoord met een onttrekking aan de reserve BW t.g.v. 1570122-6783 t.b.v. Vangnet in de wijk Neemt kennis van de inhoud van de centrumgemeenteregeling; Neemt kennis van de verdere financiële afspraken; Neemt kennis van het advies van de ASD en de reactie van het college hierop. Inhoud Vanaf januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen, het bieden van zorg voor mensen met psychische en psychosociale problematiek die -tijdelijk- onvoldoende in staat zijn zichzelf te handhaven in de maatschappij (Wmo2015). Gemeenten werken hiervoor regionaal samen waarbij centrumgemeenten de rijksmiddelen voor deze taak ontvangen. In de DWO-regio, gevormd door de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Westland, is de gemeente Delft op dit moment de centrumgemeente voor Beschermd Wonen.
Het bieden van Maatschappelijke Opvang, voor mensen die dak- of thuisloos zijn geworden, is sinds 2001 een centrum-gemeentelijke taak die eveneens bij de gemeente Delft is belegd. Per 2022 wordt Beschermd Wonen verder gedecentraliseerd naar alle gemeenten, gevolgd door de decentralisatie van de financiële middelen vanaf 2023 met naar verwachting tegelijkertijd de invoering van een nieuw verdeelmodel. Hiermee wordt recht gedaan aan de verantwoordelijkheid die alle gemeenten voelen voor deze inwoners en krijgen zij meer mogelijkheden om dit aan te laten sluiten bij hun lokale structuur evenals de financiële middelen om dit te organiseren. Tegelijkertijd zal verblijf binnen Beschermd Wonen voorzieningen voor sommige mensen nodig blijven en blijft samenwerking van gemeenten nodig. Dit vraagt om een actualisatie van de regiovisie op de uitvoering en onderlinge
samenwerking
op
bepaalde
taken
na
de
decentralisatie
van
Beschermd
Wonen.
Maatschappelijke Opvang blijft in ieder geval tot en met 2026 een centrum-gemeentelijke taak. Omdat de transformatie ook voor deze doelgroep nagestreefd wordt, wordt de transformatie van Maatschappelijke Opvang naar Maatschappelijk Wonen in deze regiovisie eveneens meegenomen.
De komende jaren wordt, naast de doordecentralisatie van verantwoordelijkheden en middelen van Beschermd Wonen, ook een inhoudelijke transformatie gerealiseerd. Gemeenten en ketenpartners werken aan sociale inclusie voor iedereen. Dit houdt in dat begeleiding en ondersteuning zoveel mogelijk in woningen en wijken in de eigen sociale omgeving van mensen gebeurt en gericht is op herstel en zelfredzaamheid. De regionale intramurale voorzieningen Beschermd Wonen moeten transformeren naar lokale en extramurale woonvormen met zorg. Het accent komt te liggen op preventie, doorstroming en herstel en uitstroom naar zelfstandig wonen, al dan niet met bescherming ('Beschermd Thuis'). Voor die inwoners die dat nodig hebben zal een regionaal aanbod van (intramuraal) Beschermd Wonen beschikbaar blijven. Dit alles kan gerealiseerd worden door een goede ketensamenwerking tussen zorgpartijen en lokale infrastructuur. Ons doel met deze regiovisie en de transformatie naar Beschermd Thuis en van Maatschappelijk Wonen is: mensen ondersteunen om zo goed mogelijk, zo lang mogelijk en weer zo snel mogelijk thuis te laten wonen, met passende ondersteuning. Deze inhoudelijke beweging wordt gestimuleerd door de gelijktijdige decentralisatie van financiële middelen en verschuiving van verantwoordelijkheid naar alle gemeenten.
Hiermee ontstaat ook een nieuwe verhouding tussen Delft als voormalige centrumgemeente en de lokale gemeenten.
Versnellingsverzoek Op verzoek van wethouder Schrederhof ontvangt u hierbij ook een versnellingsverzoek voor het behandelen van het raadsvoorstel Regiovisie Transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en van Maatschappelijke Opvang naar Maatschappelijk Wonen 2022 – 2026 in de commissievergadering Sociaal Domein en Wonen van 11 november 2021. Er is een aantal redenen waarom besluitvorming over de Regiovisie zo snel mogelijk moet plaatsvinden: 1.
De inhoudelijke doordecentralisatie gaat in per 1 januari 2022. Het is een (te) krappe tijdspanne om behandeling in december plaats te laten vinden.
2.
De regiogemeenten zijn erbij gebaat wanneer Delft als centrumgemeente tijdig haar beslissing neemt. Dat is een stok achter de deur voor en tijdens de behandeling in de regionale gemeenteraden (de planning in deze drie gemeenten is ná de Delftse raad van november).
3. In het dashboard dat de VNG landelijk bijhoudt voor de voortgang van de gemeenten voor wat betreft de afspraken rondom de doordecentralisatie is de DWO-regio op dit moment rood. Onder andere omdat de regiovisie in onze regio nog niet is vastgesteld. Tijdige behandeling in de raad heeft een positief effect op onze positie in dit dashboard. Waarom nu? Beschermd wonen wordt per 1 januari 2022 een taak van álle gemeenten, niet alleen van de centrumgemeenten. Daarbij komt er per 1 januari 2023 een nieuwe verdeling van de beschikbare middelen. Vanwege deze ontwikkelingen is het noodzakelijk om in de regio nieuwe afspraken te maken en vast te leggen. Dit doen de gemeenten aan de hand van de door de gemeenten in VNG-verband vastgestelde Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). In de NvO worden niet- vrijblijvende afspraken opgenomen tussen zowel gemeenten binnen de regio als tussen regio’s onderling. De afspraken in het kader van de NvO geven richting aan wat de regio samen doet en hoe dit lokaal en bovenregionaal is verbonden. De regiovisie, de regionale en lokale uitvoeringsplannen en de juridische en financiële
samenwerkingsafspraken die hier uit volgen zijn een direct gevolg van de voorgenomen doordecentralisatie en de daaraan verbonden NvO. Essentie: wat verandert er? De transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar beschermd thuis en maatschappelijk wonen heeft grote gevolgen. De beweging is de instellingen uit, de wijk in. Voor cliënten betekent dit dat zij zorg in hun eigen omgeving kunnen ontvangen en steeds vaker thuis kunnen blijven wonen. Zorg zo licht als kan, zo zwaar als nodig. Voor de samenleving als geheel betekent dit dat zij, vaker dan voorheen, geconfronteerd zal worden met de zorgvraag van kwetsbare mensen. Voor buurtgenoten kan het betekenen dat er soms een beroep op hen wordt gedaan, op hun geduld, op hun enthousiasme, op nabuurschap, op hun zorg.
Op het gebied van beleid en uitvoering betekent het heel praktisch dat een aantal taken die nu bij Delft als centrumgemeente ligt zullen verplaatsen naar de drie regiogemeenten en dat de verantwoordelijkheid meer verdeeld zal gaan worden. Waar Delft nu ook (gemandateerde) verantwoordelijkheid draagt voor inwoners met een zorgvraag uit Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en het Westland zal die verantwoordelijkheid weer meer lokaal komen te liggen. Delft behoudt wel een stuk van haar centrumgemeentetaak, sowieso voor de Maatschappelijke Opvang, maar ook voor Beschermd Wonen gedurende de overgangsperiode van 8 jaar. De gemeente gaan hiervoor een centrumgemeenteregeling aan. Deze wordt ter informatie aan u toegezonden. Aanvullend op de Centrumgemeenteregeling zijn een dienstverleningsovereenkomst tussen de regiogemeenten en de centrumgemeente én mandatering van de centrumgemeente nodig. Hierdoor kan de centrumgemeente de taken voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang uitvoeren voor de inwoners van de regiogemeenten, waarbij duidelijk wordt vastgelegd om welke taken het gaat en hoe de afstemming gebeurt. Een Dienstverleningsovereenkomst en daarmee de afspraken over de gemandateerde taken en werkwijze kunnen tussentijds bijgesteld worden; dat zal in ieder geval bij de tussenevaluatie medio 2023 gebeuren.
Beide stukken worden door de colleges van B&W van de regiogemeenten vastgesteld.
Beleidskaders De Regiovisie komt voort uit het landelijke besluit om de taken en middelen Beschermd Wonen verder te decentraliseren. Op basis van dit besluit is de landelijke Norm voor Opdrachtgeverschap vastgesteld. Deze norm verplicht gemeenten om verregaande en niet- vrijblijvende afspraken over samenwerking te maken. De Regiovisie en de centrumgemeenteregeling zijn een onderdeel van deze afspraken. Participatie De Regiovisie is tot stand gekomen met medewerking van vele betrokken stakeholders. Denk hierbij aan woningcorporaties, zorgaanbieders, de toegangsorganisatie en regio- en buurgemeenten. In het voorjaar van 2021 heeft het College van B&W een voorgenomen besluit genomen op de Concept Regiovisie en deze vervolgens vrij gegeven voor inspraak en advies (4555904). Daarnaast is er op 26 mei een informatieavond georganiseerd voor geïnteresseerde raadsleden en leden van de verschillende Adviesraden Sociaal Domein van de vier gemeenten. De ASD heeft eind juni 2021 haar advies aan het college toegestuurd. Het college heeft daar vervolgens 28 september 2021 een antwoord op verstuurd (4642241 & 4642247). Zowel de
inspraak als de adviezen van de regionale Adviesraden hebben niet tot een inhoudelijke wijziging van de Regiovisie geleid. Wel heeft het ons aandachtspunten en richting voor het regionale en de lokale uitvoeringsplannen gegeven.
Financiën Voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen worden vanuit het gemeentefonds centrummiddelen verstrekt. •
Voor Maatschappelijke Opvang-OGGZ is dit een decentralisatie uitkering van circa € 2,5 miljoen;
•
Voor Beschermd Wonen betreft het een integratie uitkering van circa € 17 miljoen.
Deze middelen zijn vanuit het gemeentefonds vrij besteedbaar, maar omdat Delft een regiofunctie vervult en er regionale afspraken zijn rondom MO-BW, worden de ontvangen regiomiddelen in principe in zijn geheel ingezet ten behoeve van de regio. Er heeft zich echter de afgelopen jaren de volgende ontwikkeling voorgedaan. De middelen voor Maatschappelijke Opvang vanuit het Rijk zijn ontoereikend. Het niet-toereikende deel wordt op dit moment vanuit Delft bekostigd. Op Beschermd Wonen is al een aantal jaar een overschot welke in de reserve wordt gestort. Deze reserve, die door Delft wordt beheerd, heeft mede ten doel dat de regionale middelen voor Beschermd Wonen beschikbaar blijven. Ondanks de zogeheten WLZ uitname (uitname van € 5,2 miljoen per 2021) blijft de verwachting dat er jaarlijks een overschot op Beschermd Wonen zal blijven. Hiermee zal de omvang van de reserve de komende jaren blijven toenemen.
De beleidsterreinen en de ontwikkelingen rondom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen zijn nauw verbonden met elkaar. Daarom wordt voorgesteld om de (regionale) middelen Beschermd Wonen ook in te zetten voor Maatschappelijke Opvang. Dit zou concreet betekenen dat er regionale middelen Beschermd Wonen ingezet gaan worden om de niet toereikende middelen Maatschappelijk Opvang te bekostigen. Hierdoor ontstaat er bij de komende kaderbrief of begroting naar verwachting een (nader te analyseren) voordeel omdat de gemeente Delft geen middelen meer ‘bij moet leggen’ bij Maatschappelijke Opvang en er geen middelen ‘geclaimd’ hoeven te worden om de regiovisie ten uitvoer te brengen. Daarbij worden middelen die bestemd zijn voor de regio op deze manier ook ingezet voor de regio. Concreet betekent dit dekking Maatschappelijke Opvang uit de Beschermd Wonen budgetten voor: •
Een aanvullende subsidie in 2022 van maximaal € 280.000 incidenteel - € 220.000 structureel m.b.t. nachtopvang en pensionwoningen. De subsidie is gestegen a.g.v. coronamaatregelen gevolgd door de landelijke wens/opdracht voor structureel minder personen (1 à 2) per kamer.
•
De inzet voor de aanpak van zwerfjongeren (bestaand beleid). Sinds 2020 zijn de aantallen gestegen, in eerste instantie lijkt dit het gevolg van corona, maar het structurele effect moet nog afgewacht worden. Mogelijk is een structurele verhoging van de subsidie benodigd (ca. € 80k).
•
De aanvullende zorg die (mogelijk) voortkomt uit de inzet van flexwoningen voor short stay, housing first en woningen voor uitstroom instellingen (nieuw beleid). o
De omvang van het zorgcomponent is nog niet bekent, op dit moment wordt er een regionaal plan ‘iedereen onder 1 dak’ uitgewerkt. Voor het creëren van de woningen worden m.n. de ontvangen ‘Blokhuisgelden’ gebruikt, maar het structurele zorgcomponent moet opgevangen worden binnen de bestaande budgetten. Dit zal maximaal € 1,8 miljoen betreffen (à 40 woningen x zorgtarief per jaar beschermd thuis).
o
Deze transformatie zal ervoor zorgen dat op andere plekken de zorg zal dalen, maar tijdens de transformatieperiode betekent het eerst een stijging van de kosten. Het plan voor deze transformatie, inclusief uitgewerkt dekkingsvoorstel, volgt in Q1.
De bovenstaande posten, allen voor de gehele centrumregio, kunnen worden opgevangen binnen de overschotten van Beschermd Wonen. Welke overschrijding van het MO-OGGZ budget er naast de bovenstaande posten is en of deze overschrijding ook samen gezien kan worden met de centrummiddelen voor Beschermd Wonen wordt nog onderzocht. Indien dit het geval is, zal dit een positief effect hebben op de gemeentebegroting en zal dit een plek krijgen bij de Kaderbrief 2022.
De overschotten op de beschermd wonen middelen in de afgelopen jaren zijn gestort in de reserve Beschermd Wonen met als bestedingsdoel:
‘Deze reserve is ingesteld ter egalisatie van de middelen die we ontvangen vanuit de centrumfunctie maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Hiermee geven we uitvoering aan de regionale functie en de transformatie van Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen als gevolg van de verandering in wet- en regelgeving’. Na de besluitvorming over de jaarrekening 2020 is de stand van de reserve € 6,2 miljoen. Gezien er voor de doorontwikkeling van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang in de regio, zoals beschreven in de Regiovisie, middelen nodig zijn, wordt voorgesteld om 1/3 van de reserve (€ 2.077.667) te verdelen over de regiogemeenten o.b.v. inwoneraantallen per 1/1/2020. Dit zou tot de volgende verdeling leiden: •
€ 746.024 voor Delft
•
€ 139.217 voor Midden Delfland
•
€ 398.197 voor Pijnacker-Nootdorp
•
€ 794.229 voor Westland
Voorgesteld wordt om het aandeel van Delft in te zetten t.b.v.: •
€ 400.000 invulling van de actieplan maatregel Beschermd wonen – beschermd thuis voor 2021
•
€ 180.000 t.b.v. het verstrekken van de subsidie Vangnet in de wijk voor 2022. In totaal betreft de subsidie € 280.000. Hiervan is € 100k structureel gedekt. In de voorgaande jaren werd dit voor € 180k gedekt uit de reserve Sociaal domein.
De anderen gemeenten ontvangen per januari 2022 de bijdrage t.b.v. hun stappen in 2022 t.b.v. de doordecentralisatie. In de dienstverleningsovereenkomst, die later dit jaar nog aan het college zal worden voorgelegd, komt een voorstel voor de inzet van het resterende deel van de reserve, te verdelen over regiogemeenten. We werken nu samen met de regiogemeenten aan een uitvoeringsplan om de hele keten maatschappelijke opvang – beschermd wonen – beschermd thuis scherp in beeld te brengen. In de toekomst willen we zoveel mogelijk inwoners beschermd thuis laten wonen en de maatschappelijke opvang zo klein mogelijk maken, uiteraard met inachtneming van de
problematiek van de inwoner. De doorstroom van geen huis naar een woning moet zo kort mogelijk zijn. Dat betekent dat we scherp willen hebben hoeveel en welke voorzieningen in de toekomst regionaal voorradig moeten zijn binnen een bepaalde bandbreedte en welke kwaliteit deze voorzieningen moeten hebben (op het gebied van begeleiding en huisvesting) om het geld goed te kunnen bestemmen. Dit landt in het uitvoeringsplan.
Vervolg Nadat de Raad instemt met de Regiovisie zullen de vier gemeenten gezamenlijk werken aan een regionaal uitvoeringsplan om de plannen uit de regiovisie ook daadwerkelijke uitvoering te kunnen geven. Daarnaast zullen de vier gemeenten afzonderlijk een lokaal uitvoeringsplan maken voor die acties die lokaal uitgevoerd moeten gaan worden. De Raad zal geïnformeerd worden over het regionale en het Delftse uitvoeringsplan. Nadat de Raad akkoord gaat met het voorstel om over te gaan tot een centrumgemeenteregeling voor de periode van 2022 – 2026 zullen de colleges de centrumgemeenteregeling vaststellen en deze verder vorm en inhoud geven in een dienstverleningsovereenkomst en mandaatregeling. Communicatie De Concept Regiovisie is in mei van dit jaar gepubliceerd voor inspraak. Daarnaast is er een informatieavond georganiseerd voor raadsleden en leden van de adviesraden van de vier gemeenten.
Bijlage(n) Regiovisie (ter besluitvorming) Centrumgemeenteregeling (ter informatie) Advies ASD (ter informatie) Reactie College op advies ASD (ter informatie)
Het besluit moet gepubliceerd worden in het Gemeenteblad ☐ Ja
☐ Nee
☒ Niet van toepassing
Motie / toezegging Heeft het voorstel betrekking op een motie en/of toezegging?
☐ Ja, ☒ Nee
het college verzoekt de raad om motie ….. / toezegging … als afgedaan te beschouwen
Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M. Berger Loco-secretaris
J.M. Bijsterveldt, van Burgemeester