CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2139734 Voorzitter kamer II en III Adviescommissie voor bezwaarschriften - aanvullende reactie op voorstel verordening bezwaarschriften

Raadsvergadering 18 november 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake vaststelling verordening behandeling bezwaarschriften Delft (nr. 2116329)1.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de gemeenteraad van Delft

Datum

Onderwerp

29 september 2021

Verordening behandeling bezwaarschriften

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 9 september 2021 heeft het college bij u een notitie met betrekking tot het voorstel tot het vaststellen van een Verordening behandeling bezwaarschriften ingediend. Naar aanleiding van deze notitie heb ik de volgende reactie. Hoogachtend,

mr. R.J.R. Hazen, Kamervoorzitter van Kamer II en Kamer III van de adviescommissie voor bezwaarschriften.

1

REACTIE Zoals u weet, staat het een ieder vrij om de raad te informeren. Met de aan de raad verzonden brief van 17 mei 2021 is uitsluitend beoogd een positieve bijdrage aan het besluitvormingsproces te leveren door middel van het geven van tips en suggesties voor de verbetering van het collegevoorstel tot het vaststellen van een Verordening behandeling bezwaarschriften. In mijn hoedanigheid van Kamervoorzitter van twee van de drie Kamers van de adviescommissie heb ik daarin een eigen verantwoordelijkheid. De nieuwe verordening is essentieel voor de werkzaamheden van de adviescommissie en voor de rechtsbescherming van de burger. construct In de notitie van 31 augustus 2021 is vermeld dat het college vindt dat correspondentie via het afdelingshoofd JZ en/of de portefeuillehouder, in afstemming met de algemene voorzitter en de overige leden van de adviescommissie, behoort te lopen. Dit wordt door het college het ‘construct’ genoemd. Dit construct is echter niet gebaseerd op vaststaande regels of afspraken. Verder kan het in elk geval niet in de weg staan aan het versturen van een brief aan de raad. De negatieve reactie van het college op de brief van 17 mei 2021 is, gelet op de wijze van totstandkoming van het collegevoorstel, dan ook onbegrijpelijk.

In de consultatiefase ben ik in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar aanleiding van een conceptvoorstel van het college in te dienen. Na de verzending van de zienswijze heeft echter in het geheel geen communicatie meer plaatsgevonden over de gewenste wijzigingen in de verordening. Er is (mij) geen gelegenheid meer geboden een inhoudelijk gesprek hierover te voeren. Dit terwijl de inhoud van de zienswijze wel op essentiële onderdelen is genegeerd in het definitieve collegevoorstel. Daarom is bij brief van 17 mei 2021 een notitie aan de raad verzonden. Deze notitie is inhoudelijk conform de genegeerde zienswijze. De brief van 17 mei 2021 is mede namens een aantal leden van Kamer II en Kamer III aan de raad verzonden. De andere leden van Kamer II en Kamer III zijn ervan op de hoogte gesteld. Overigens komt meer betekenis toe aan de overtuigingskracht van de argumenten in de brief dan aan het aantal personen dat de brief heeft onderschreven. Het had geen toegevoegde waarde om alle leden van de adviescommissie persoonlijk te benaderen. samenwerking Met het verzenden van de brief van 17 mei 2021 is, als gezegd, uitsluitend beoogd een positieve bijdrage aan het besluitvormingsproces te leveren. Dit heeft geen enkele invloed (gehad) op de reguliere werkzaamheden van de adviescommissie.

Dat de algemene voorzitter van de adviescommissie zich door het verzenden van de brief aan de raad gepasseerd voelt, zoals het college in de notitie van 31 augustus 2021 heeft gesteld, maakt dit niet 2

anders. Niet duidelijk is overigens wat het college beoogt met deze mededeling aan de raad. Het leidt wel de aandacht van het onderwerp af. inhoudelijke kanttekeningen In de brief van 8 juni 2021 heeft het college een aantal tips en suggesties uit de brief van 17 mei 2021 overgenomen. Op twee punten heb ik nog de volgende opmerkingen. algemene voorzitter In de brief van 8 juni 2021 is gesteld dat het nut van een algemene voorzitter zich in de afgelopen jaren heeft bewezen en dat bij de werving van deze functionaris niet alleen op juridische en inhoudelijke deskundigheid wordt geselecteerd, maar ook op de representatieve kwaliteiten. Niet duidelijk is wat hiermee concreet wordt bedoeld en wat de meerwaarde van deze functionaris is (geweest). In het verleden is deze functionaris gebruikt om beleidsvoornemens van het college op voorhand te ondersteunen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het functieprofiel in het collegevoorstel van 30 september 2014 tot herbenoeming van de vorige algemene voorzitter (registratie nr. 1714978). Dit is heden ten dage niet wenselijk. Het past niet in een moderne en wenselijke bestuurscultuur. Van een algemene voorzitter van de adviescommissie wordt verwacht dat hij ook beleidsvoornemens juist kritisch bekijkt.

Uit (de bepalingen van) de conceptverordening blijkt niet van een behoefte aan, of specifieke taken van, een algemene voorzitter, naast de Kamervoorzitters. Voor uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld het geven van een toelichting op het jaarverslag tijdens de raadscommissievergadering, kunnen de Kamervoorzitters afspraken maken over wie naar buiten toe optreedt en wie als aanspreekpunt voor de gemeentelijke organisatie fungeert. Dit betekent dat het niet nodig is om de algemene voorzitter als rechtsfiguur in de verordening te handhaven. Het handhaven van deze rechtsfiguur ziet eerder op overregulering en ongewenste inmenging in de werkwijze van de onafhankelijke adviescommissie dan op nut en noodzaak. samenvoeging Kamer I en Kamer III Het aantal administratieve handelingen en het aantal hoorzittingen is louter afhankelijk van het aantal bezwaarschriften. De samenvoeging van Kamer I en Kamer III zal niet tot minder bezwaarschriften leiden. De samenvoeging maakt de ambtelijke handelingen niet efficiënter. In de bestuursrechtelijke praktijk is een tendens zichtbaar naar specialisatie, waarbij juristen zich, met het oog op de kwaliteit van hun werk, richten op een bepaald onderdeel van het bestuursrecht (bijvoorbeeld bijstand, subsidie, handhaving, schadevergoeding enz.) en zich daarin specialiseren. Dat komt onder meer door een toename van regels en door regelgeving die 3

steeds ingewikkelder wordt. Het voorstel om Kamer I en Kamer III samen te voegen gaat tegen deze tendens in. Kamer III adviseert, anders dan Kamer I, ten behoeve van een zeer grote variëteit aan onderwerpen. Het gaat onder meer om bezwaarschriften met betrekking tot de leerplicht, het wijzigen van de Identiteitsgegevens, het openen van een avondwinkel, het houden van evenementen, het sluiten van Illegale seks-inrichtingen, het handhaven van milieuregels, openbaarmaking van documenten, schadevergoeding enz. Van een Kamervoorzitter van Kamer III wordt dan ook verwacht dat hij of zij over een brede en diepgaande kennis van het bestuursrecht beschikt om een gedegen advies ten behoeve van een rechtmatige en doelmatige beslissing op bezwaar te kunnen geven. In de praktijk wordt deze functie in Delft sinds jaar en dag bekleed alleen vervuld door juristen met ruime werkervaring binnen de rechterlijke macht of bij de Raad van State. Naar aanleiding van het risico op kwaliteitsverlies bij samenvoeging heeft het college in de brief van 8 juni 2021 gesteld dat de huidige algemene voorzitter (Kamervoorzitter van Kamer I) veel kennis heeft van de onderwerpen die in Kamer III worden behandeld. Hier is een kanttekening op zijn plaats. De algemene voorzitter bekleedt in het dagelijks leven al jarenlang een managementfunctie bij een gemeente. Dat is zeker van grote waarde.

Dit neemt niet weg dat er wel degelijk een groot gevaar voor kwaliteitsverlies ontstaat als iemand die in het dagelijks leven nooit op het daarvoor gebruikelijke niveau heeft gewerkt (en vooral over algemene of basale kennis van het bestuursrecht beschikt) zich in Delft als Kamervoorzitter zou gaan bezighouden met de afhandeling van voor Kamer III bestemde bezwaarschriften. Ik ben ervan overtuigd dat, anders dan in de notitie van 31 augustus 2021 is gesteld, de overdracht aan Kamer I van de nu nog voor Kamer III bestemde bezwaarschriften wel degelijk nadelig voor de kwaliteit van de advisering is en tot een aantasting van de rechtsbescherming van de burger leidt.

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10599363/2