CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2125519 College van B&W - bestuurlijke reactie Meicirculaire 2021

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 2 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: Brief college bestuurlijke reactie meicirculaire (2125519)8.625 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Interne dienstverlening Financien bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

Telefoon 06 52739395 avdheide@delft.nl

Aan leden van de Gemeenteraad Delft

Internet www.delft.nl Telefoon 14015

Datum

Onderwerp

22-06-2021

Bestuurlijke reactie Meicirculaire 2021

Ons kenmerk

4583372 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

1

Geachte leden van de raad, Op 31 mei is de Meicirculaire 2021 over het gemeentefonds ontvangen. De meicirculaire is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk. Deze brief informeert u over de financiële gevolgen. Na een toelichting op de belangrijkste wijzigingen en de financiële effecten voor het begrotings- en meerjarenbeeld (Bestuurlijke samenvatting) volgt een beschrijving van de verschillende onderdelen van het gemeentefonds (paragraaf 1 t/m 4). In de bijlagen zijn de taakmutaties en wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen toegelicht. Bestuurlijke samenvatting Deze circulaire gaat niet over de verdeling van de extra middelen voor de Jeugdzorg naar aanleiding van de arbitrage (+ € 1,3 miljard in 2022) en de herverdeling van het gemeentefonds (m.i.v. 2023). Over beide onderwerpen volgt in de komende maanden nadere informatie vanuit het Rijk. Over de inzet van deze middelen en de structurele doorwerking van de arbitrage volgt een nader voorstel op basis van de informatie en de reacties van de VNG en financieel toezichthouder provincie Zuid-Holland. In de meicirculaire is de verdeling opgenomen van (een deel van) de € 613 miljoen voor acute problematiek in de Jeugdzorg in 2021. De inzet van de extra middelen voor Jeugdzorg wordt betrokken bij de integrale afweging van voorstellen voor de Programmabegroting 2022-2025.

Het gemeentefonds bestaat uit de algemene uitkering, decentralisatieuitkeringen en integratie-uitkeringen. De tabel hierna laat voor Delft de wijzigingen in het gemeentefonds zien ten opzichte van de Decembercirculaire 2020.

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

1.

2.

3. 4.

Uitkering Gemeentefonds Meicirculaire 2021 Stand Gemeentefonds Decembercirculaire 2020

2021 212.937

2022 211.352

2023 210.293

2024 210.949

2025 212.540

w.v algemene uitkering

169.556

171.834

171.155

172.167

173.961

w.v. decentralisatie- en integratie-uitkeringen

11.632

7.917

7.938

7.938

7.925

w.v integratie-uitkering Sociaal domein

31.749

31.601

31.200

30.845

30.654

Maartcirculaire 2021 4e compensatiepakket coronacrisis Totaal mutaties Maartcirculaire 2021

1.560 1.560

1.439 234 83 1.627 3.383 214.735

803 262 54 1.723 2.842 213.135

-576 287 41 1.738 1.490 212.439

-1.255 311 28 1.771 855 213.395

* € 1.000

Meicirculaire 2021 Algemene uitkering - algemene mutaties - taakmutaties Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen Integratie-uitkeringen Sociaal domein Totaal mutaties Meicirculaire 2021 Gemeentefonds na Meicirculaire 2021

207 2.441 213 745 3.606 218.103

1. 4e compensatiepakket coronacrisis Met een aparte maartcirculaire is het 4e compensatiepakket coronacrisis verdeeld. Over deze middelen is een toelichting opgenomen in de vierde financiële coronarapportage (mei 2021, bijlage bij Kadernota 2021). Met de bijbehorende 11e begrotingswijziging zijn de middelen toegevoegd aan de reserve Maatregelen coronacrisis. 2. Algemene uitkering In de algemene mutaties is de groei van het gemeentefonds (‘accres’) en de actualisering van de maatstaven en de belastingcapaciteit (o.b.v. de WOZ) verwerkt. Tevens ontstaat een incidenteel voordeel als gevolg van de afrekening van de ruimte onder het plafond van het BCF. Het accres is gedaald omdat de uitgaven van het Rijk lager zijn (trap-optrap-af), met name door lagere loon- en prijsontwikkelingen, rente en afdrachten aan de EU. Toegevoegd zijn middelen voor aanpassing aan het prijspeil 2022. Er vindt geen afrekening plaats van het accres 2020. Dit vanwege de bevriezing die is afgesproken voor de jaren 2020 en 2021 ten behoeve van rust en stabiliteit gedurende de coronacrisis. Tenslotte is hier ook rekening gehouden met taakmutaties. De belangrijkste mutaties betreffen de verdeling van extra middelen voor acute problematiek in de Jeugdzorg in 2021 (€ 613 miljoen) en de Wet Open Overheid (zie paragraaf 2). 3.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Meest opvallende bijstellingen zijn het uitstel van de inwerkingtreding van de nieuwe wet Inburgering en nieuwe decentralisatie-uitkeringen Heroriëntatie zelfstandigen en Jeugd aan zet als onderdeel van het coronasteunpakket (zie paragraaf 3). 4. Integratie-uitkeringen Sociaal domein Vanaf uitkeringsjaar 2019 is de integratie-uitkering Sociaal domein overgeheveld naar de Algemene uitkering met uitzondering van aparte integratie-uitkeringen voor Beschermd wonen, Participatie en Voogdij 18+. In de meicirculaire is voor deze uitkeringen loon- en prijsbijstelling toegekend. Tevens is rekening gehouden met volume-effecten bij Voogdij 18+ en Beschermd wonen (zie paragraaf 4). Voor de financiële ruimte in de meicirculaire zijn indicatief de volgende bestedingsvoorstellen aan orde:

2/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

Effect Gemeentefonds op financieel meerjarenbeeld Meicirculaire 2021 Totaal mutaties Meircirculaire 2021 Voorstellen met effect op b egrotings- en meerjarenb eeld 1. Algemene uitkering - Vrijval stelpost nominale ontwikkeling a.g.v. bevriezen accres - Ruimte onder plafond BCF (stelpost) - Nominale ontwikkeling 2022 - Taakmutaties - Correctie stelpost BCF en jaarschijf 2025 2. Groei van de stad (stelpost) 3. Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen 4. Storting reserve Maatregelen coronacrisis 5. Integratie-uitkeringen Sociaal domein Totaal effect financieel meerjarenbeeld

* € 1.001

2021 3.606

2022 3.383

2023 2.842

2024 1.490

2025 855

-88

562 250 -3.000 -234

-83

1.229 250 -3.000 -262 240 -480 -54

1.569 250 -3.000 -288 240 254 -42

1.571 250 -3.000 -310 1.650 227 -28

-1.627 -749

-1.723 -958

-1.738 -1.266

-1.771 -556

-176 -37 -746 2.559

Inclusief de voorstellen is het effect op het lopende jaar positief als gevolg van de extra middelen Jeugdzorg. Voor het meerjarenbeeld zijn de effecten nadelig, met name omdat het accres ontoereikend is voor de (verwachte) loon- en prijsbijstelling. Toelichting bij indicatieve bestedingsvoorstellen: 1. Algemene uitkering - Vrijval stelpost nominale ontwikkeling a.g.v. bevriezen accres Als gevolg van de bevriezing van het accres voor 2020 en 2021 is vorig jaar niet gecorrigeerd voor lagere prijsbijstelling. Hierdoor is een voordeel ontstaan dat verdwijnt zodra de normeringssystematiek weer ‘aan’ staat. Voor dit voordeel is een stelpost geraamd die nu kan vervallen. - Ruimte onder plafond BCF (stelpost) De ruimte onder het plafond BTW CompensatieFonds (BCF) wordt bepaald door de afrekening over jaar t-1. Omdat gemeenten in 2020 minder hebben gedeclareerd is het voordeel groter dan verwacht bij de septembercirculaire. De stelpost stijgt met € 250.000. - Nominale ontwikkeling 2022 Voor de nominale ontwikkeling 2022 (loon- en prijsontwikkelingen) is voorlopig een reservering van € 3,0 miljoen opgenomen. Een nadere onderbouwing is onderdeel van de Programmabegroting 2022-2025.  Taakmutaties De taakmutaties in de circulaire leiden tot uitbreiding van het takenpakket en extra lasten. Hierbij is getoetst of middelen exact in deze omvang benodigd zijn.

De extra middelen voor de aanpak problematiek Jeugdzorg (Delft: € 2,35 miljoen) zijn bedoeld voor de consultatiefunctie ggz, tegengaan wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek, uitbreiding praktijkondersteuners Huisartsenzorg en aanpakken van wachttijden specialistische jeugdzorg. Omdat deze taken reeds zijn opgenomen in de begroting, blijven de extra middelen vooralsnog beschikbaar als algemeen dekkingsmiddel. Bij de integrale afweging van de bouwstenen voor de Programmabegroting 2022-2025 formuleren we een definitief voorstel over de financiële ruimte voor taakmutaties. Prioriteiten bij de inzet van de extra middelen voor Jeugdzorg in 2021, 2022 en verder zijn de autonome groei van de kosten Wmo en Jeugdzorg vanaf 2023, de realisatie van het Actieprogramma Sociaal domein en het actuele risicoprofiel voor het Sociaal domein. - Correctie raming stelpost BCF en toevoeging jaarschijf 2025 De verwerking van de circulaire leidt tot voordelen als gevolg van technische correcties. Dit betreft het schrappen van een stelpost BCF en de toevoeging van de nieuwe jaarschijf 2025. 3/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

2. Groei van de stad Vorig jaar is in de Programmabegroting 2021-2024 een aparte raming opgenomen voor de extra middelen uit het gemeentefonds als gevolg van de stijging van het aantal inwoners en woningen vanaf 2023. De groei in 2023 is nu onderdeel van de reguliere uitkering. De actualisering van de maatstaven voor inwoners en woningen vanaf 2024 leidt tot een positieve bijstelling van de groei. Groei van de stad

* € 1.000

2021 a. b. c.

2022

Aframen stelpost Groei van de stad in PB 2021-2024 Doorontwikkeling maatstaven GF Bijdrage Totaal mutaties Groei van de stad (a + b x c)

2023 -480

-480

2024 -900 1.538 75% 254

3. Decentralisatie en Integratie-uitkeringen De gewijzigde decentralisatie-uitkeringen leiden tot een geringe ophoging van lasten vanwege uitbreiding van het takenpakket. Hierbij is getoetst of middelen exact in deze omvang benodigd zijn. 4. Storting reserve Maatregelen coronacrisis De compensatie die we ontvangen van het Rijk wordt gestort in de reserve Maatregelen coronacrisis en van daaruit ingezet voor nadelen in de exploitatie. 5. Integratie-uitkeringen Sociaal domein De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij 18+ stijgen door loon- en prijsbijstelling. Daarnaast stijgt het volume van het budget Voogdij 18+ en Beschermd wonen Hierbij is getoetst of middelen exact in deze omvang benodigd zijn. Bij de integrale afwegingen voor de Najaarsrapportage 2021 en de Programmabegroting 2022-2025 wordt nog nader bestuurlijk getoetst of deze middelen in de verschillende jaren exact in deze omvang benodigd zijn. Hierbij wordt ook betrokken de nadere informatie over de arbitrage Jeugdzorg, de structurele doorwerking en de inzet van deze middelen. Conclusie: Het effect van de Meicirculaire 2021 en de indicatieve bestedingsvoorstellen op het begrotings- en meerjarenbeeld is negatief met uitzondering van het jaar 2021.

Deze effecten, voorstellen en aanvullende informatie over extra middelen van het Rijk worden betrokken bij de voorbereiding van de Najaarsrapportage 2021 en de Programmabegroting 2021-2025. Saldo meerjarenbegroting Kadernota 2021 Effecten Meicirculaire 2021 Totaal effect meerjarenbeeld

* € 1.000

2021 2.559 2.559

2022 -1.422 -749 -2.171

2023 521 -958 -437

2024 703 -1.266 -563

2025 -2.036 -556 -2.592

4/20

2025 -900 2.254 50% 227

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

1. Inleiding Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota van het rijk, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota van het Rijk. NB: vanwege de coronacrisis is dit jaar in maart een extra circulaire gepubliceerd over de verdeling van het 4e compensatiepakket. Hiervan heeft een Delft € 1,560 miljoen ontvangen.

De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: 1. Algemene uitkering (algemene mutaties en taakmutaties) 2. Decentralisatie-, Integratie- en Suppletie-uitkeringen 3. Integratie-uitkeringen Sociaal domein. Hierna is per uitkering uit het gemeentefonds een nadere toelichting opgenomen. 2. Algemene uitkering De Algemene uitkering bestaat uit algemene mutaties en taakmutaties. Algemene mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeente, zonder dat sprake is van veranderingen in het takenpakket. Vanuit de algemene mutaties in de Algemene uitkering ontstaat de financiële ruimte voor de stijging van lonen en prijzen in de Programmabegroting 2022-2025 (nominale ontwikkeling). Specificatie Algemene uitkering Algemene mutaties a. Accres b. Maatstaven c. BCF d. Belastingcapaciteit Mutatie algemene uitkering

* € 1.000

2021 -23 -446 585 91 207

2022 1.329 6 104 1.439

2023 -554 1.253 104 803

2024 -1.887 1.207 104 -576

2025 -2.334 975 104 -1.255

a. Accres Met ingang van 2022 is de bevriezing van de normering van het gemeentefonds opgeheven. Daarmee wordt de ontwikkeling van de algemene uitkering weer voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (exclusief corona). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee op de omvang van het fonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. De meicirculaire houdt rekening met de aanpassing van het prijspeil naar 2022 en de ontwikkeling van het accres t/m 2025. Deze ontwikkeling wordt bepaald door lagere uitgaven van het Rijk voor loon- en prijsontwikkeling, rentelasten en afdrachten aan de EU. Eerder is in overleg tussen VNG en Rijk besloten het accres voor de jaren 2020 en 2021 te bevriezen om meer rust en stabiliteit te bereiken in de hoogte en ontwikkeling van de algemene uitkering. Het bevriezen van het

5/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

accres betekent dat onderuitputting bij het Rijk geen effect heeft op het accres en er geen afrekening plaatsvindt over het accres voor 2020. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt: zowel in budgettaire zin als in de wijze waarop een nieuw kabinet de normeringssystematiek vormgeeft. b. Maatstaven De verdeling van de algemene uitkering wordt voor een groot deel bepaald op basis van lokale maatstaven. Maatstaven zijn bijvoorbeeld aantallen inwoners, woonruimten, bijstandsontvangers en oppervlakte. Bij elke circulaire worden de maatstaven geactualiseerd. c. BCF Rekening is gehouden met de afrekening van het BTW Compensatie Fonds (BCF). Dit fonds is bestemd voor terugvordering van BTW door gemeenten en kent een plafond waarbij overschotten/tekorten worden verrekend met het gemeentefonds. Omdat gemeenten minder hebben gedeclareerd bij het BCF dan verwacht in de Septembercirculaire 2020 is de ruimte onder het plafond groter en ontstaat bij de afrekening een incidenteel voordeel. De afrekening van het BCF heeft ook gevolgen voor de ruimte die als stelpost geraamd mag worden. Op basis van het advies van de provincie is deze ruimte maximaal gebaseerd op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plafond BCF. Dit leidt tot een structureel voordeel.

De provincie gebruikt het advies als richtlijn bij de beoordeling van de begroting. Vanwege de forse onderuitputting in 2020 is circa 50% van de extra ruimte benut voor ophoging van de stelpost. Plafond BTW compensatiefonds

* € 1.000

2021 Aframen oude stelpost Ruimte onder het plafond BTW Compensatiefonds Effect Financieel meerjarenbeeld

2022 -690 940 250

2023 -690 940 250

2024 -690 940 250

2025 -690 940 250

d. Belastingcapaciteit Voor de maatstaven OZB is de actuele belastingcapaciteit verwerkt. Dit gebeurt op basis van actuele, hogere WOZ-waarden (opgave RBG1) en, in samenhang hiermee, een bijstelling van de landelijke (reken)tarieven. De stijging van de WOZ-waarden wordt gecompenseerd door een daling van de rekentarieven. Per saldo is sprake van een beperkt voordeel. Naast algemene mutaties is ook sprake van taakmutaties. Dit zijn mutaties die corresponderende gevolgen hebben voor inkomsten of uitgaven van de gemeente. Belangrijkste taakmutaties zijn de verdeling van de (incidentele) extra middelen voor acute problematiek in de Jeugdzorg in 2021. Van de toegezegde € 613 miljoen is nu € 438 miljoen verdeeld (Delft: € 2,35 miljoen). De overige middelen zijn onderdeel van een specifieke uitkering (€ 120 miljoen) of worden verdeeld in de septembercirculaire (€ 55 miljoen). Tegenover de extra middelen in 2021 staan vooralsnog geen nieuwe uitgaven omdat deze al in het herstelplan zijn geraamd. Vanaf 2023 moet nog wel rekening worden gehouden met de autonome groei van de kosten Wmo en Jeugdzorg. 1 De formele opgave van het CBS is nog niet beschikbaar.

6/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de wijzigingswet Open Overheid, zijn (incidentele en structurele) middelen toegekend. Gemeenten worden hiermee in staat gesteld de wet te implementeren door hun systemen te verbeteren, medewerkers op te leiden en processen en de organisatie aan te passen. Overige mutaties zijn beperkt in omvang. In bijlage 1 staat een toelichting op alle taakmutaties. Conform de Begrotingsregels wordt getoetst of de middelen voor taakmutaties exact in deze omvang benodigd zijn. Bij de integrale afweging van de bouwstenen voor de Najaarsrapportage 2021 en de Programmabegroting 2022-2025 formuleren we een definitief voorstel over de financiële ruimte voor taakmutaties. 3. Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen Onderdeel van het Gemeentefonds zijn decentralisatie- en integratieuitkeringen. Dit zijn uitkeringen die (nog) niet via de reguliere verdeelmaatstaven aan gemeenten worden toegekend. De middelen zijn vrij besteedbaar en er is geen verantwoording naar het Rijk benodigd zoals bij Specifieke uitkeringen. Wel geldt dat de uitkeringen met een bepaald doel worden verstrekt en dat mutaties corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven hebben. De belangrijkste wijziging betreft de wet Inburgering waarvan de inwerkingtreding is vertraagd naar 1 januari 2022.

De reeds verstrekte compensatie over 2021 voor uitvoeringskosten wordt teruggedraaid. Wel krijgen gemeenten compensatie voor het uitstel en voor de ondertussengroep (dat zijn inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). Voor de gevolgen van de coronacrisis is een nieuwe Decentralisatieuitkering Heroriëntatie zelfstandigen toegekend en een bestaande uitkering Jeugd aan zet verhoogd. Deze middelen worden toegevoegd aan de reserve Maatregelen coronacrisis. In de meicirculaire is een vooraankondiging gedaan van nog te verwachten compensatie voor coronakosten. Uitwerking volgt in de september- of decembercirculaire:  Lokale cultuur en buurt- en clubhuizen (€ 60 miljoen)  Regionale en lokale cultuur (€ 51,5 miljoen) Betreft instandhouding infrastructuur alsmede inkomstenderving als gevolg van kwijtschelding huren  Afrekening inkomstenderving 2020 (€ PM)  Meerkosten WMO en Jeugdwet (€ 141 miljoen). In bijlage 2 staat een toelichting op de diverse uitkeringen. Als het door het rijk geformuleerde beleid in lijn is met door de raad geformuleerde doelen, vindt ophoging van het bijbehorende budget conform het rijksbeleid plaats.

7/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

4. Integratie-uitkeringen Sociaal domein Vanaf uitkeringsjaar 2019 is de integratie-uitkering Sociaal domein opgehouden te bestaan. De betreffende onderdelen zijn of naar de Algemene uitkering overgeheveld of omgezet naar aparte integratieuitkeringen: - Beschermd wonen - Voogdij 18+ - Participatie (exclusief Re-integratie klassiek). In de meicirculaire zijn de volgende aanpassingen opgenomen. * € 1.000

1. 2. 3.

Integratie-uitkeringen Sociaal domein Beschermd Wonen (IU) Voogdij/18+ (IU) Participatie (IU) Totaal Integratie-uitkeringen Sociaal domein

2021 324 72 350 746

2022 577 725 325 1.627

2023 701 725 297 1.723

2024 711 725 302 1.738

2025 710 725 336 1.771

De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Voogdij / 18+ en Participatie lopen niet mee met het normale accres, maar kennen een eigen indexatie voor de loon en prijsontwikkeling. Door actualisatie van de gegevens over zorggebruik stijgt de omvang van de Integratie-uitkering Voogdij / 18+ echter harder dan de indexatie. Het restant wordt onttrokken aan het subcluster Jeugd van de algemene uitkering. Aan de integratie-uitkering Voogdij 18+ wordt namelijk geen apart volume-accres toegekend. In 2022 wordt voor de verdeling van de gelden Voogdij 18+ overgestapt naar het nieuwe woonplaatsbeginsel. Hierdoor verschuift de bekostiging van het zorggebruik tussen gemeenten van om en nabij 20.000 jeugdigen. Aan de integratie-uitkering Beschermd Wonen wordt, naast de loon en prijsontwikkeling, de volumeontwikkeling toegekend. In de septembercirculaire vindt een bijstelling van de integratie-uitkering Beschermd Wonen plaats op grond van de nacalculatie voor de uitname voor overheveling van cliënten naar de Wet langdurige zorg. Invoering van het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd Wonen is vooralsnog voorzien in 2023. In bijlage 3 staat een nadere toelichting op de diverse uitkeringen. De aanpassingen leiden tot ophoging van lasten vanwege uitbreiding van het takenpakket en/of prijsaanpassingen.

Het financiële kader voor het Sociaal domein bestaat nu uit de clusters Inkomen en participatie, Samenkracht en burgerparticipatie, Jeugd, Maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid en betreft de Algemene uitkering, decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

8/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

Sociaal domein o.b.v. clusters (AU, DU en IU) Meicirculaire 2021 Inkomen en participatie Cluster Inkomen en participatie (AU) Decentralisatie-uitkeringen Integratie-uitkeringen

* € 1.000

2021 37.226

2022 35.967

2023 35.585

2024 35.184

2025 35.127

18.955 572

18.680 559

18.747 559

18.725 559

18.819 559

140

469

480

468

454

Subcluster Participatie (nieuwe taak vanaf 2015): - Re-integratie Klassiek (AU)

5.069

4.121

4.090

4.074

4.093

- Participatie (IU)

12.491

12.137

11.708

11.358

11.200

Samenkracht en burgerparticipatie

6.626

4.183

4.156

4.142

4.162

Cluster Samenkracht en burgerparticipatie (AU)

4.355

4.163

4.156

4.142

4.162

Decentralisatie-uitkeringen (DU)

2.271

20

30.948

29.489

27.777

27.718

27.793

4.839

4.983

4.961

4.944

4.967

18.666

Jeugd Cluster Jeugd (AU) Decentralisatie-uitkeringen (DU)

75

Subcluster Jeugdhulp (nieuwe taak vanaf 2015): - Subcluster Jeugdhulp (AU)

22.527

20.347

18.656

18.614

- Voogdij 18+ (IU)

3.507

4.159

4.159

4.159

4.159

62.596

63.843

64.004

64.055

64.426

Cluster Maatschappelijke ondersteuning

18.621

19.255

19.248

19.184

19.276

Decentralisatie-uitkeringen (DU)

5.778

5.637

5.637

5.637

5.637

- Subcluster Opvang en begeleiding (AU)

13.121

13.093

13.008

12.954

13.010

- Beschermd wonen (IU)

16.497

16.932

17.056

17.066

17.065

Subcluster Huishoudelijke verzorging (AU) (taak vanaf 2007)

8.579

8.928

9.055

9.214

9.438

1.409

1.218

1.215

1.211

1.217

Cluster Volksgezondheid (AU)

1.155

1.218

1.215

1.211

1.217

Decentralisatie-uitkeringen (DU)

254

134.701

132.736

132.310

132.725

Maatschappelijke ondersteuning

Subcluster Maatschappelijke ondersteuning (nieuwe taak vanaf 2015):

Volksgezondheid

Totaal septembercirculaire

138.804

5. Overige ontwikkelingen Herijking verdeling gemeentefonds Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten. De fondsbeheerders voeren een nadere analyse uit naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken. Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht gedeeld zal worden (juli), ten behoeve van het eindadvies (september). Ook de VNG zal om advies worden gevraagd (augustus). Besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald.

Evaluatie normeringssystematiek De Raad voor het Openbaar Bestuur adviseert om het accres niet meer trap op en af te laten lopen met de rijksuitgaven maar aan het uitgavenkader van het Rijk. Bijstelling van het accres in het lopende jaar moet verhinderd worden. Dat betekent een volumeafspraak voor de duur van een kabinetsformatie. Daarbij zijn nadere afspraken nodig over loon- en prijsstijgingen.

9/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

De ROB stelde in zijn advies ‘Rust, reinheid en regelmaat’ al voor om het gemeentefonds te knippen in een basisfonds en een medebewindsfonds, waarbij het basisfonds grotendeels overeenkomt met het ‘klassiek domein’ en het medebewindsfonds grotendeels overeenkomt met het ‘sociaal domein’. Arbitrage Jeugdzorg Het kabinet stelt voor 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Daarnaast voeren gemeenten maatregelen uit waarmee in 2022 € 214 miljoen wordt bespaard op de jeugdzorguitgaven. Het kabinet en de VNG hebben dit met elkaar afgesproken naar aanleiding van het oordeel van de Commissie van Wijzen. Voor de jaren na 2022 dient het oordeel als zwaarwegende inbreng voor de kabinetsformatie. Tegelijk committeren gemeenten en het rijk zich nu al aan het maken van afspraken over maatregelen waarmee het jeugdstelsel op de lange termijn beter houdbaar wordt. Over de verdeling volgt nadere informatie in juli.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

M. Berger Loco-secretaris

B. Vollebregt Locoburgemeester 24-06-2021

10/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

Bijlage 1. Toelichting op Taakmutaties Specificatie Algemene uitkering Taakmutaties 1. Ketensystemen Jeugd 2. Handelsregister 3. Verrekening Voogdij 18+ Taakmutaties: uitname 4.1 Aanpak problematiek jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek 4.2 Aanpak problematiek jeugdzorg: POH Jeugd GGZ 4.3 Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg 5. Compensatieregeling Voogdij 18+ 6. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent 7. Handhaving energielabel C kantoren 8. Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening 9. Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg 10. Kinderopvang toezicht en handhaving 11. Wet Open Overheid (structureel) 12. Wet Open Overheid (incidenteel 2022 t/m 2026) Taakmutaties: uibreiding takenpakket Totaal taakmutaties

* € 1.000

2021

2022

2023

-2 -5 -7 1.225 54 1.074 34 20 41 2.448

-2 -5 -41 -48 17 9 42 30 2 83 99 282

2.441

234

-2 -41 -43 18 9 42 30 2 105 99 305

2024 -41 -41 18 10 42 31 2 126 100 329

2025 -41 -41 18 10 42 31 2 148 100 351

262

288

310

1. Ketensystemen jeugd In het Coördinerend beraad Jeugd, Justitie en Veiligheid van 2 november 2017 hebben alle betrokken ketenpartners ingestemd met een verdeelsleutel voor de kosten van het operationeel, tactisch en strategisch beheer van de ketensystemen (het betreft de systemen GCOS, CORV en IFM/LIJ). De structurele bijdrage van gemeenten aan de ketensystemen bedraagt € 0,95 miljoen. Voor de jaren 2018 tot en met 2020 was de extra bijdrage € 0,47 miljoen. Als gevolg van de (herijkte) verdeelsleutel gaan gemeenten vanaf 2021 € 0,34 miljoen meer bijdragen voor het gebruik van de ketensystemen, om zo uitvoering te kunnen geven aan wettelijke taken zoals uitvoering van de Jeugdwet. Per 2021 komt de totale bijdrage daarmee op € 1,29 miljoen (was € 1,42 miljoen voor de jaren 2018 tot en met 2020). De extra bijdrage vanaf 2021 van € 0,34 miljoen wordt nu voor drie jaar uit de algemene uitkering onttrokken. Hierna zal worden gekeken of de verdeelsleutel opnieuw moet worden herijkt.

2. Handelsregister De Kamer van Koophandel beheert in opdracht van het ministerie van EZK het Handelsregister. Dit register is de basisregistratie waarin alle bedrijven en rechtspersonen ingeschreven staan. Daarnaast staan alle andere organisaties die deelnemen aan het economisch verkeer ook in dit register. Naast private organisaties kunnen ook gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en overige organisaties met een publieke taak gebruik maken van het Handelsregister.

3. Verrekening Voogdij/18+ Door het gebruik van actuele gegevens neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met structureel € 22 miljoen toe. Deze toename kan deels worden gedekt met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021 aan deze integratie-uitkering. Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp.

4. Aanpak problematiek jeugdzorg Bij voorjaarsnota heeft het kabinet voor het jaar 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021. Rondom de € 613 miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen. Algemene uitkering (€ 493 miljoen) De door het kabinet beschikbaar gestelde middelen worden via de algemene uitkering, subcluster jeugdhulp, aan het gemeentefonds toegevoegd: 4.1 € 228 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hiermee in staat worden gesteld om de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere 11/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. Deze middelen worden in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. 4.2 € 10 miljoen heeft als oogmerk om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Deze middelen worden eveneens in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. 4.3 € 255 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Komende periode vindt tussen de VNG en het Rijk overleg plaats om een klein deel van de € 255 miljoen in te zetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg. Om die reden wordt nog niet het volledige bedrag van € 255 miljoen verwerkt. In deze circulaire is vooruitlopend op de besluitvorming tussen VNG en Rijk aangaande de regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG een bedrag van € 200 miljoen toegevoegd en verdeeld over de gemeenten. Bij de septembercirculaire 2021 zal vervolgens het resterende bedrag van € 55 miljoen worden verwerkt.

Specifieke uitkeringen (€ 120 miljoen) De overige middelen worden verdeeld via specifieke uitkeringen (spuk’s) of op een andere gerichte wijze:  € 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-GGZ.  € 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren (driemilieuvoorzieningen).  € 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units  € 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak) Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd worden. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt. Een klein deel van de middelen zal gebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hierover zullen in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken worden gemaakt.

5. Compensatieregeling Voogdij/18+ In de decembercirculaire 2020 is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2021)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansluit bij de kosten die zij (in 2019) hebben gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was lager dan de € 30 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende deel (€ 6,38 miljoen) wordt in deze circulaire aan het objectieve verdeelmodel voor Jeugd (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd.

6. Rijksvaccinatieprogramma meningokokken en informed consent Met ingang van 1 januari 2021 wordt de uitvoering van de vaccinatie tegen meningokokken (MenACWY) overgedragen aan de gemeenten. De daarmee gemoeide middelen worden toegevoegd aan de reeds eerder overgehevelde middelen voor de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP). Het gaat om € 3,74 miljoen in 2021, oplopend naar € 3,87 miljoen structureel vanaf 2024. Daarnaast is in 2021 eenmalig € 0,68 miljoen toegevoegd voor de uitvoering van de zogenoemde ‘informed consent procedure RVP’. Deze procedure richt zich op het inbouwen van de toestemmingsverklaring in de registratie van het RVP, waarmee ouders (en kinderen vanaf 12 jaar) gevraagd worden om toestemming voor het delen van vaccinatiegegevens met het RIVM. Er is € 0,48 miljoen beschikbaar voor ICT-aanpassingen in de softwarepakketten van de betrokken ICT-leveranciers en € 0,2 miljoen voor lokale aanpassingen, 12/20

Datum

22-06-2021

bijvoorbeeld op het terrein van voorlichting en uitnodigingen, en instructies voor de uitvraag van informed consent bij consultaties bij de JGZ-instellingen.

Ons kenmerk

4583372

7. Handhaving energielabel C kantoren In het Bouwbesluit is vastgelegd dat per 1 januari 2023 een kantoor energielabel C of beter moet hebben om nog als kantoor gebruikt te mogen worden. De gemeente is het bevoegde gezag en handhaaft de wetgeving. Sira Consulting heeft de handhavingslasten in de periode 2020-2030 voor gemeenten berekend in het onderzoek ‘Actualisatie handhavingslasten verplicht energielabel C voor kantoren’ (april 2020). Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten compensatie voor de handhavingslasten. Het gaat voor de periode 2021 tot en met 2025 om € 1,72 miljoen per jaar en voor de periode 2026 tot en met 2029 om € 0,38 miljoen per jaar. Naar verwachting is handhaving na 2029 niet meer aan de orde omdat de kantoren dan voldoen aan de energieprestatie-eisen.

8. Versterking gemeentelijke anti-discriminatievoorziening Discriminatie is een diepgeworteld en structureel probleem van de samenleving. In haar reactie op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag heeft het kabinet aangekondigd structurele middelen vrij te maken voor de aanpak van discriminatie, waaronder de versterking van de antidiscriminatievoorzieningen (ADV). In 2009 is de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen (Wga) in werking getreden. Het doel van deze wet is een landelijk dekkend stelsel van meldpunten voor onafhankelijke bijstand aan slachtoffers van discriminatie en de registratie van klachten over discriminatie. Alle gemeenten zijn verplicht te voorzien in een ADV. Voor de uitvoering van de Wga is in 2009 een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering. Uit onderzoeken blijkt dat deze huidige financiering voor de uitvoering van de Wga-taken al enige jaren tot knelpunten leidt. De meeste ADV’s zijn op dit moment zeer krap bemeten en bij het grotere publiek relatief onbekend. Om die reden wordt er vanaf 2021 structureel ruim € 6,9 miljoen extra aan de algemene uitkering toegevoegd, zodat de ADV’s ruimere budgetten kunnen krijgen om meer activiteiten te kunnen ontplooien, om zodoende een betere beschikbaarheid en bereikbaarheid voor melders mogelijk te maken.

Deze ruimere budgetten zijn ook nodig om de door uitvoeringsorganisaties doorverwezen melders te kunnen bijstaan. Deze structurele extra bijdrage komt neer op meer dan een verdubbeling van de middelen. De financiering van de organisatie van en het toezicht op de ADV’s zal, als onderdeel van de aangekondigde versterking van de aanpak van discriminatie, het komende jaar onderzocht worden. De uitkomsten van het onderzoek kunnen mogelijk leiden tot wijzigingen. Als dit nodig blijkt te zijn, zullen gemeenten tijdig geconsulteerd en geïnformeerd worden.

9. Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Vanaf 2022 zijn middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’6. Het gaat om een bedrag van jaarlijks € 5,3 miljoen. Naar verwachting treedt het wetsvoorstel op 1 januari 2022 in werking. Om een gezonde ontwikkeling van het ongeboren kind te bevorderen en het ontstaan van gezondheids- en ontwikkelingsrisico’s voor het kind te beperken, is het van belang tijdig hulp en ondersteuning tijdens de zwangerschap te bieden. Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de taak een prenataal huisbezoek aan te bieden aan zwangere vrouwen en/of hun gezinnen in een kwetsbare situatie in hun gemeente. De gemeente moet deze taak op grond van de wet opdragen aan dezelfde organisatie die voor de gemeente de JGZ uitvoert.

10. Kinderopvang toezicht en handhaving Voor het ondersteunen van gemeenten bij hun handhavingstaak in de kinderopvang stelt het ministerie van SZW vanaf 2022 jaarlijks € 0,55 miljoen ter beschikking via de algemene uitkering. De toevoeging komt in de plaats van een subsidie die de VNG tot en met 31 december 2021 vanuit het Rijk ontving en waarmee zij gemeenten ondersteunde via training, kennisontwikkeling, beleidsadvisering en innovatie op het terrein van handhaving kinderopvang.

13/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

11. en 12. Wet Open Overheid (structureel en incidenteel) Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de (Wijzigingswet) Wet open overheid (Woo) aangenomen. De Wet Open Overheid (Woo) is de opvolger van Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De wet is bedoeld om overheden meer transparant te maken en deze wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar en toegankelijk wordt. Het grootste verschil met de huidige Wob is dat de Woo overheidsorganen en colleges die onder reikwijdte van deze wet vallen verplicht om bepaalde informatie actief openbaar te maken. De wet zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 in werking treden. Mede door het rapport over de toeslagenaffaire, “Ongekend onrecht”, is het wetvoorstel met een aantal extra moties en amendementen op 26 januari 2021 aangenomen door de Tweede Kamer. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen.

14/20

Datum

22-06-2021

Bijlage 2. Toelichting op DU/IU/SU

Ons kenmerk

* € 1.000

4583372 1. 2. 3. 4. 5.

Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) Vrouwenopvang (DU) Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Inburgering (IU) Armoedebestrijding kinderen (DU) Totaal mutaties

2021 -7 109 116 -42 176

2022 -5 36 64 -12 83

2023 -5 36 35 -12 54

2024 -5 36 23 -12 42

2025 -5 36 9 -12 28

1. Maatschappelijke opvang Voor de jaren 2020 en verder is de verdeling van deze uitkering aangepast door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven.

2. Vrouwenopvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wijzigt in deze circulaire als gevolg van drie mutaties:  Vanaf 2021 is structureel € 1,5 miljoen toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het Centrum Seksueel Geweld (CSG’s).  Voor 2021 is sprake van een verhoging met € 5 miljoen ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken, waaronder eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking.  Ten slotte dragen de centrumgemeenten in 2021 middels een uitname van € 0,17 miljoen bij aan de financiering van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating. Per saldo stijgt de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang in 2021 met € 6,3 miljoen en vanaf 2022 met structureel € 1,5 miljoen. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire geactualiseerd. Voor de jaren 2021 en verder geldt dat de maatstaven woonruimten, klantenpotentieel en omgevingsadressendichtheid zijn geactualiseerd.

3. Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering voorziet het college van burgemeesters en wethouders in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2021 in totaal (afgerond) € 20,83 miljoen (8.789 personen * € 2.370). De middelen worden verstrekt op basis van: het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000. het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: o 1°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, o 2°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of o 3°. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Voor deze inburgeringsplichtigen moet gelden dat: het personen betreft die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 ingeschreven staan in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor hen nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de

15/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

-

meicirculaire 2018, 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen). of het asielmigranten en hun gezinsleden betreft waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018 en 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen).

4. Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 16,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel. De bedragen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Over de verdeling van de middelen die specifiek bestemd zijn voor de ELIP-groep (inburgeraars die hun voor de inburgering bestemde lening vrijwel hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn) worden later dit jaar afspraken gemaakt met gemeenten (voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 9 miljoen). Gemeenten zullen hierover later dit jaar worden geïnformeerd. De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende: 1) Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet.

Om die reden wordt de integratieuitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd. Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten. De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn. 2) Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026. De verdeling van deze toevoeging vindt plaats naar rato van het aantal inwoners. De compensatie houdt verband met drie aspecten. Ten eerste wordt het budget voor de ondertussen-groep aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. Daarnaast is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG van 2 februari 2021 afgesproken dat het ministerie van SZW gemeenten in staat stelt om de nieuwe instroom vanaf 1 juli 2021 zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet op te pakken.

Hierbij kan gedacht worden aan de warme overdracht, brede intake (exclusief leerbaarheidstoets), advies Plan Inburgering en Participatie (PIP), de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken. Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering.

5. Armoedebestrijding kinderen In de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van 16/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis van CBS-gegevens over kinderen met een kans op armoede. Corona steunpakket * € 1.000

1. 2.

Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen Heroriëntatie zelfstandigen Jeugd aan zet Totaal mutaties

2021 27 10 37

2022

2023

2024

2025

-

-

-

-

1. Heroriëntatie zelfstandigen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld.

2. Jeugd aan Zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in Crisistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. De middelen voor de zomereditie zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020. De meicirculaire 2021 bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurige beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (uitgevoerd door de ministeries van VWS, SZW en OCW) is van harte bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen. Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. Het programma MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat het programma MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk.

Om deze win-win situatie te versterken wordt ook ten behoeve van de wintereditie van Jeugd aan Zet een financiële bijdrage verstrekt van € 3,1 miljoen aan gemeenten in Nederland. Er nemen 307 gemeenten deel en per gemeente is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is.

17/20

Datum

22-06-2021

Bijlage 3. Toelichting op IU Sociaal domein

Ons kenmerk

* € 1.000

4583372 1. 2. 3.

Integratie-uitkeringen Sociaal domein Beschermd Wonen (IU) Voogdij/18+ (IU) Participatie (IU) Totaal Integratie-uitkeringen Sociaal domein

2021 324 72 350 746

2022 577 725 325 1.627

2023 701 725 297 1.723

2024 711 725 302 1.738

2025 710 725 336 1.771

1. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van twee mutaties: 1) de toekenning van loon- en prijsbijstelling 2021 (tot € 34,89 miljoen structureel); 2) de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder (€ 30,84 miljoen per jaar). Beide mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget. Per 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen met een psychische stoornis. Vooraf is geraamd dat er 8.500 cliënten vanuit beschermd wonen over zouden gaan naar de Wlz. Op basis van deze raming en de bestuurlijke afspraak ‘budget volgt cliënt’ is vanaf 2021 € 495 miljoen structureel overgeheveld van de integratie-uitkering Beschermd wonen naar de Wlz. Inmiddels is bekend dat meer cliënten de overstap vanuit beschermd wonen naar de Wlz maken dan waar de budgetoverheveling op was gebaseerd. Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben op 7 december 2020 bestuurlijke afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen budget en de verdeling over de centrumgemeenten. In juni vindt een bestuurlijk vervolgoverleg plaats om de definitieve omvang van de nacalculatie te kunnen bepalen. De uitkomst zal bij de septembercirculaire 2021 worden verwerkt.

Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet.

2. Voogdij 18+ De verdeling en de omvang van de integratie-uitkering Voogdij/18+ wijzigt vanaf 2021. In verband met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 zijn twee compensatieregelingen beschikbaar. Nieuwe gegevens verdeling en ontwikkeling omvang budget De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Loon- en prijsbijstelling: Voor 2021 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2020, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2021. Bij de budgetten voor 2022 en verder is de loon- en prijsontwikkeling 2021 al in de dagprijzen verwerkt en daardoor direct onderdeel geworden van de verdeelsystematiek. Bedragen 2022: Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2020) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen voor 2022. Daarbij is het budget 2022 verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente.

In afwachting van de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds, zijn de nieuwe gegevens ook gebruikt voor 2023 en verder. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 is in de nieuwe verdeling gemeentefonds rekening gehouden met de overheveling van de integratie-uitkering Voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023.

18/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

Door de nieuwe gegevens neemt de integratie-uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met € 22 miljoen structureel toe, waarvan structureel € 14,5 miljoen gedekt door de loon- en prijsbijstelling 2021. Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp (zie taakmutaties). De verdeling over 2022 verandert niet meer. In de meicirculaire 2022 wordt het budget 2022 enkel nog (naar rato) opgehoogd met de loon- en prijsontwikkeling 2022. Overheveling resterend budget 2021 naar algemene uitkering: In de decembercirculaire 2020 is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2021)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansloot bij de kosten die zij (in 2019) hadden gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was € 7,44 miljoen lager dan de € 30 miljoen die hiervoor binnen de integratieuitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Het resterende deel wordt in deze circulaire aan de algemene uitkering (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd. Compensatieregelingen: ‘onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v.

de wijziging van het woonplaatsbeginsel (T-2 systematiek)’ (2022) en ‘woonplaats onbekend’ (2023 en 2024) Zoals gemeld in de meicirculaire 2020 zijn Rijk en VNG in het bestuurlijk overleg van 25 september 2019 overeengekomen om bij de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel, per 1 januari 2022, twee compensatieregelingen in het leven te roepen. De eerste regeling geldt voor 2022 en compenseert gemeenten die nadeel ondervinden van de overstap op een nieuwe verdeelsystematiek als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De tweede regeling geldt in eerste instantie voor twee jaar (2022 en 2023) en compenseert gemeenten voor de kosten van kinderen waarvan er geen gemeente in beeld is als financieel verantwoordelijk op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Meer informatie over beide regelingen is te vinden op de website van de VNG.

3. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 39,78 miljoen in 2021, aflopend naar € 34,52 miljoen structureel in 2026). De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 7.800 vanaf 2021.

Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2020. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong. Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt in aanvulling daarop gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. De voorgenomen overheveling van het budget voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. Beschut werk) naar de algemene uitkering wordt met een jaar uitgesteld naar 2023. Dit aangezien de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar verwachting per 1 januari 2023 plaatsvindt. 19/20

Datum

22-06-2021 Ons kenmerk

4583372

20/20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10326265/1