2119365 College van B en W - afdoening toezegging voor-en nadelen gebruik art. 31 lid 2 participatiewet
Tekst van het document
Samenleving Advies bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Fred Wosgien Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Telefoon 0653986106 fwsosgien@delft.nl Internet www.delft.nl
De gemeenteraad
Telefoon 14015
Datum
Onderwerp
11-05-2021
Afdoening toezegging d.d. 9 juli 2020 inzake voor- en nadelen gebruik art. 31 lid 2 participatiewet
Ons kenmerk
4543758 Uw brief van Uw kenmerk
Geachte leden van de raad,
Bijlage
In de raadsvergadering van 9 juli 2020 deed wethouder Brandligt u de volgende toezegging: Naar aanleiding van de ingediende motie 8.1.8., de raad in Q4 een brief te sturen met inhoudelijk en financieel uiteengezet de voor- en nadelen van het gebruik van artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet. Dit artikel maakt het gemeenten mogelijk om bovenop de uitkering een premie per kalenderjaar toe te kennen. Deze premie moet in één of twee keer uitbetaald worden gedurende het jaar. Met deze brief geven we u een beeld van het huidige Delftse beleid, de mogelijkheden rondom de premie en opmerkingen en kanttekeningen van toepassing hiervan. Wat houdt artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet in? Artikel 31, tweede lid, onderdeel j stelt dat het college een één- of tweemalige premie van ten hoogste € 2.629,00 per kalenderjaar mag uitkeren, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de belanghebbende. De premie kan door het college worden verstrekt, maar ook andere instanties mogen deze premie verstrekken. De Participatiewet schetst hiervoor de volgende voorwaarden1: - De premie wordt verstrekt met het oog op het bevorderen van positief gedrag gericht op uitstroom naar betaalde arbeid.
- De premie wordt maximaal tweemaal per kalenderjaar verstrekt, het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de premie een structureel karakter draagt. - De premie wordt in één bedrag uitgekeerd. - Het maximumbedrag van € 2.629,00 per kalenderjaar wordt niet overschreden.
1
Bron: thematische verdieping van 31, 2, j Schulinck
Datum
11-05-2021 Ons kenmerk
4543758
-
De belanghebbende heeft geen vrijwilligersvergoeding gekregen in hetzelfde jaar van verstrekking van de premie.
De maximale hoogte van de premie en hoe vaak deze mag worden uitgekeerd, is dus wettelijk vastgesteld. Nadere invulling vindt plaats middels de gemeentelijke re-integratieverordening. Hoe is het huidige Delftse beleid? Artikel 31, lid 2 bevat verschillende soorten van ‘bijverdienmogelijkheden’ in de bijstand. Zo zijn er meerdere vrijlatingsregelingen en is er de mogelijkheid tot het verstrekken van een premie (onderdeel j). De gemeente Delft zet de mogelijkheid van premieverstrekking nu niet in. Wel maakt de gemeente gebruik van de volgende regelingen op basis van artikel 31, lid 22: - Kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van maximaal € 180,- per maand, maar maximaal € 1.800,- per jaar (onderdeel k). - Inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 220,00 per maand (algemene vrijlating), gedurende ten hoogste zes maanden. Het college heeft hiervoor voorwaarden en doelgroepen benoemd. - Inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 137,46 per maand (vrijlating alleenstaande ouders), gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden. - Inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 139,41 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt.
Aan de gedeeltelijke vrijlating van inkomsten heeft het college de volgende doelgroepen gekoppeld: - Een alleenstaande ouder met een ten laste komend kind jonger dan 12 jaar. - Een uitkeringsgerechtigde die aantoonbaar voor ten minste 8 uur per week noodzakelijke mantelzorg verleent aan de echtgenoot, partner of bloedverwant in de eerste graad. - Een uitkeringsgerechtigde ouder dan 57½ jaar die vanwege een slechte arbeidsmarktsituatie voor die persoon onvoldoende perspectief heeft op uitstroom naar volledig betaalde arbeid. - Een uitkeringsgerechtigde van wie door een onafhankelijk deskundige is vastgesteld dat er sprake is van medische of sociale omstandigheden die uitstroom naar volledig betaalde arbeid kunnen belemmeren. Al deze regelingen gelden normaalgesproken niet voor betrokkenen jonger dan 27 jaar. Vanwege corona-omstandigheden is deze leeftijdsbeperking echter geschrapt tot juli 2021. De bovengenoemde vrijlatingsregelingen zijn alle gericht op de mogelijkheid een deel van de verdiensten uit deeltijd (vrijwilligers)werk te behouden naast de bijstand.
2 Beleidsregel algemene vrijlating inkomsten Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015
2/4
Datum
11-05-2021 Ons kenmerk
4543758
Het verschil tussen onderdeel j (de mogelijkheid tot premieverstrekking) ten opzichte van de andere regelingen is dat de premie dus niet voort komt uit loon c.q. vrijwilligersvergoeding. De reden dat Delft tot op heden de mogelijkheid tot premieverstrekking niet heeft toegepast, ligt voornamelijk in het feit dat het volgen van re-integratie inspanningen een wettelijk verplicht karakter heeft en beloond wordt met goede dienstverlening. Dit geldt zowel op het gebied van re-integratie naar regulier werk als op het gebied van inzet van participatievoorzieningen. Voor beiden is binnen Delft een breed scala aan kwalitatieve voorzieningen beschikbaar. Welke opmerkingen en kanttekeningen zijn er te maken bij het verstrekken van een premie? Bij het verstrekken van een premie zijn de volgende opmerkingen te maken: - Kandidaten voelen een (geldelijke) waardering voor hun inspanningen om te re-integreren. - Een premie kan voor een kandidaat stimulerend werken om zich extra in te spannen voor de re-integratie verplichtingen. - De doelgroep van de Participatiewet bestaat veelal uit personen/gezinnen die het financieel zeer lastig hebben en een extraatje goed kunnen gebruiken. Met het verstrekken van een premie kan wellicht dreigende schuldenproblematiek voorkomen worden.
Bij het verstrekken van een premie zijn de volgende kanttekeningen te maken: - Er is uiteraard budget voor de inzet van premies nodig. De omvang hiervan zal fors zijn en wordt bepaald door de beleidskeuzes die de gemeente maakt. Op dit moment (31 maart 2021) zijn er 3349 bijstandsgerechtigde personen. Als aan hen allemaal de maximale premie verstrekt zou worden gaat het om een bedrag van 8,8 miljoen euro. - De beleidskeuzes moeten helder zijn om rechtsongelijkheid te voorkomen (bijv. welke vorm van re-integratie inspanning zal leiden tot het verstrekken van een premie en voor hoeveel). Het principe van maatwerk in de re-integratieaanpak kan hier welllicht mee botsen. - Ook het samengaan met de overige vrijlatingsregelingen moet goed afgebakend worden (voor bijvoorbeeld mensen die voor hun reintegratie inspanningen ook al een vrijwilligersvergoeding ontvangen). - Deze beide punten zullen leiden tot ingewikkelde en gedetailleerde regelgeving die wellicht bezwaar gevoelig is. - De uitvoering moet ingericht worden op het (met ingewikkelde regelgeving) verstrekken, controleren en handhaven van de premieverstrekking. Ook hier zullen belangrijke kosten mee gemoeid zijn. - De inspanning voor re-integratie is in de wet verankerd als een verplichting. Het is de vraag of het zich houden aan een verplichting (geldelijk) beloond moet worden.
- Omdat een groot deel van de doelgroep werk zal aanvaarden voor het minimumloon, gaat deze groep er financieel op achteruit wanneer zij gaan werken. Dit komt door het niet meer aanspraak 3/4
Datum
11-05-2021 Ons kenmerk
4543758
-
-
kunnen maken op voorzieningen, het verlies van een vrijwilligersvergoeding, een mogelijke premie of bijvoorbeeld het niet meer kunnen gebruiken van een warme maaltijd op hun vrijwilligersplek of ervaringsplek. Dit is de zgn. armoedeval. Een premieverstrekking maakt deze armoedeval groter. Deze armoedeval heeft ook een negatieve invloed op de motivatie van deelnemers om werk te aanvaarden en uit te stromen uit de bijstand. Een gemiddelde uitkeringsnorm plus een premie van € 2.629,00 per kalenderjaar is ongeveer gelijk aan het minimumloon. Ook voor de groep deelnemers die parttime werkt heeft de premie tot gevolg dat deze groep minder gericht zal zijn op extra uren te werken en daardoor uit te stromen uit de uitkering.
Wij vertrouwen erop u met de uitleg van de regelgeving, het Delftse beleid en de opmerkingen en kanttekeningen bij de toepassing van artikel 31, lid 2, sub j van de Participatiewet voldoende te hebben geïnformeerd en beschouwen hiermee de toezegging als afgedaan. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
M. Berger Loco-secretaris
B. Vollebregt Locoburgemeester 11-05-2021
4/4