2116315 MRDH - Transitieprogramma + sfeerimpressie AcVa 7 april 2021
Tekst van het document
Geachte leden van de Adviescommissie Va, Hierbij ontvangt u het transitieprogramma en de sfeerimpressie van de vorige vergadering. Transitieprogramma en plan van aanpak herijking Op 24 maart jl. is het Transitieprogramma OV en Corona vastgesteld door de Bestuurscommissie Va. Bijgevoegd vindt u hiervoor de volgende documenten: 1. De aanbiedingsbrief van het transitieprogramma, incl. de reactie van de BcVa op uw advies en de informatie over het PvA herijkingen en de actualiteit rondom de beschikbaarheidsvergoeding. 2. Het transitieprogramma OV en corona. 3. Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma ov en corona. In het Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma kunt u lezen dat er voor de adviescommissie weer een adviserende rol is. Hiervoor zijn twee extra adviescommissies ingepland. Daarnaast zal er ook weer voorafgaand een informatiesessie plaatsvinden. Hieronder vindt u een overzicht met alle vergaderdata voor 2021, in het rood zijn de toegevoegde data aangegeven.
Datum Woensdag 16 juni Donderdag 9 september Donderdag 16 september Woensdag 6 oktober Woensdag 1 december
Tijd 19.00 - 21.00 uur 19.00 – 20.30 uur 19.00 – 20.30 uur 19.00 – 21.00 uur 19.00 – 21.00 uur
Donderdag 9 december
19.00 – 20.30 uur
Vergadering Reguliere adviescommissie Informatiesessie herijking 1 Advisering herijking 1 Reguliere adviescommissie Reguliere adviescommissie + Informatiesessie herijking 2 Advisering herijking 2
Sfeerimpressie 7 april Op woensdag 7 april vond de Adviescommissie Va plaats, in totaal waren er 32 leden aanwezig. Op de agenda stonden de onderwerpen Nationaal Toekomstbeeld Fiets, Investeren in de Regio en Duurzame mobiliteit. Allereerst is de commissie geïnformeerd door portefeuillehouder dhr. Peter Meij en manager verkeer dhr. Jan Willem Immerzeel over het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. De leden hebben aandachtspunten meegegeven voor het programma en het onderwerp zal nog een keer bij de adviescommissie geagendeerd worden. Vervolgens praatte portefeuillehouder dhr. Rosier de commissie bij over de laatste ontwikkelingen van Investeren in de Regio en de Groeiagenda. Daarna was het woord aan de commissieleden mw. Claessen, dhr. Van Veen en mw. Van Doorn. Zij deelden een best practice van duurzame mobiliteit uit hun gemeente, namelijk: metropolitane fietsroutes, connected transport en DEEL. Portefeuillehouder mw. Martina Huijsmans was bij de bespreking ook aanwezig. Tenslotte heeft de commissie stilgestaan bij de ingekomen brief van mw. Velu. De ingebrachte punten van de commissieleden zullen besproken worden in de volgende agendacommissie om te kijken wat nu al ingevoerd kan worden bij de adviescommissie. Daarnaast vindt in de 2e helft van dit jaar ook de evaluatie GR plaats. Ik hoop u voor nu voldoende geïnformeerd te hebben. Mochten er nog vragen zijn, hoor ik het graag.
Met vriendelijke groet, Esther Westerbeek Medewerker Bestuurszaken M: 06 – 23 55 32 18 Werkt op: ma – di – woe – do – vrijdagochtend
Metropoolregio Rotterdam Den Haag Westersingel 12 | 3014 GN | Rotterdam
Postbus 21012 | 3001 AA | Rotterdam Meer weten? Kijk op www.mrdh.nl en volg ons via Twitter op @Metropoolregio of praat mee met #MRDH.
Retouradres: Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Aan de leden van de Adviescommissie Vervoersautoriteit
Westersingel 12 Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43 contactpersoon
Datum
16 april 2021
Onderwerp
Vaststelling Regionaal Transitieprogramma OV en corona
uw Kenmerk ons kenmerk 81166 projectnummer doorkiesnummer 088 5445 143 e-mail j.wassens@mrdh.nl aantal bijlage(n) 2
Geachte leden, Op 24 maart 2021 is het Transitieprogramma OV en Corona vastgesteld door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH. Met dit programma geven wij invulling aan de afspraak met het Rijk dat voor 1 april 2021 een transitieprogramma wordt opgeleverd ten behoeve van besluitvorming over aanvullende financiële ondersteuning van het Rijk. Maar net zo belangrijk: met dit programma nemen wij onze verantwoordelijkheid en leveren wij onze bijdrage aan het oplossen van de grote opgave waarvoor het openbaar vervoer in de metropoolregio als gevolg van de coronacrisis gesteld staat. De besluiten hebben we met pijn in het hart genomen, maar we zien dat maatregelen noodzakelijk zijn om het OV in de benen te houden. Het programma zoals we dat hebben aangeboden is als bijlage 1 bij deze brief gevoegd. Op 11 maart heeft uw commissie gesproken en geadviseerd over het transitieprogramma. In hoofdlijnen heeft u aangegeven dat er brede steun is voor de genoemde lange termijn doelen en de noodzaak van een knip tussen de investeringen en de exploitatie blijft. Het is belangrijk dat de maatregelen niet leiden tot afbraak die botst met de lange termijn opgaven. U heeft daarbij ingestemd met het maatregelenpakket, met de volgende opmerkingen: o Houd aandacht voor het bereikbaar houden van voorzieningen (zoals ziekenhuizen) en afstemming met andere ov-concessies (buiten de MRDH-regio).
o Zorg voor een goede communicatie richting de reizigers. Ook wat betreft de tijdelijke maatregelen om begrip te kweken voor reizigers. o Houd aandacht voor sociale veiligheid in de avonduren. Uw commissie heeft aangegeven dat de benoemde lange termijnmaatregelen wat u betreft onwenselijk zijn, zeker in het licht van de lange termijnopgaven voor onze regio. Zoals u ook in het Transitieprogramma kunt zien delen wij deze mening. Wij hopen met u dat de inzet van
Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer.
deze maatregelen achterwege kan blijven, maar kunnen de inzet van dergelijke maatregelen ook (nog) niet uitsluiten. Uw commissie vindt de omkeerbaarheid van de maatregelen belangrijk. Risico is dat tijdelijke maatregelen toch blijvend worden. Om dit te voorkomen is in de BcVa besloten dat alle maatregelen een tijdelijk karakter hebben, met als einddatum eind 2022. Tussentijds kan uiteraard besloten worden om maatregelen eerder te beëindigen, te verlengen dan wel permanent te maken, maar dat kan alleen na besluitvorming door de BcVa. De herijking van het Transitieprogramma is hierin van groot belang. Verderop in deze brief komen wij uitgebreid terug op de herijking van het Transitieprogramma en meer in het bijzonder uw betrokkenheid daarin. Verlenging van de Beschikbaarheidsvergoeding OV 2021 Op 9 april 2021 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat besloten de Beschikbaarheidsvergoeding OV 2021 te verlengen tot en met het vierde kwartaal van 2021. Aan deze verlenging zijn dezelfde voorwaarden gekoppeld als de regeling zoals die nu van kracht is: de DO’s zetten hun subsidies op 100% van het pre-Coronaniveau door en vervoerders en DO’s maken samen afspraken over maatregelen om de resterende 5-7% het hoofd te kunnen bieden. De BVOV-regeling richtte en richt zich op de exploitatiesubsidies.
Afgesproken is dat partijen voor 1 juli aanstaande maken partijen (Rijk, DO’s en vervoerders) afspraken over 2022 e.v.. De BCVa zal op 19 mei aanstaande haar bijdrage aan de verlengde BVOV, dus het doorzetten van de subsidies op 100% van het pre-Coronaniveau, formaliseren. Uitgangspunt van MRDH is en blijft dat niet meer wordt bespaard dan nodig en niet minder wordt bespaard dan noodzakelijk. Daarnaast is de ambitie optimaal gebruik te maken van de Rijksregeling. Momenteel verkent de MRDH daarom met haar vervoerders de impact van de verlengde BVOV voor het regionaal transitieprogramma 2021-2030. Mocht het zo zijn dat er sprake zou zijn van zicht op een positief financieel resultaat, waardoor de BVOV verlaagd zou worden, dan heeft het onze voorkeur om bepaalde maatregelen uit het Transitieprogramma enkele maanden later in te laten gaan, om zo het effect van de maatregelen voor de reiziger voor 2021 beperkt(er) te houden. Samen met de vervoerbedrijven onderzoeken we de financiële ruimte en de praktische mogelijkheden die er zijn. Als er ruimte is voor uitstel van maatregelen, zullen we ons richten op uitstel van de maatregelen die voor de reiziger het meest direct merkbaar zijn, namelijk een deel van de vervoerkundige maatregelen.
Tijdens de BcVa van 14 april 2021 is afgesproken dat, op basis van de eerdergenoemde verkenning, tijdens de BcVa van 19 mei 2021 een besluit wordt genomen over het al dan niet later in laten gaan van maatregelen uit het Transitieprogramma OV en Corona. Zoals al gezegd blijft het belangrijk om te onderkennen dat, hoewel een verlengde BVOV de sector op de korte termijn (2021) wat lucht geeft, de opgave voor de vervoerders binnen de MRDH-regio de komende jaren fors blijft. Nut en noodzaak van het Transitieprogramma en de daar in opgenomen maatregelen zijn daarom ongewijzigd gebleven. De impact van corona op het OV is meerjarig, zelfs tot 2030. De extra BVOV biedt nog geen oplossing voor 2022 en daarna. Weliswaar is het Rijk in gesprek met de vervoerbedrijven en de regionale overheden over eventuele extra rijkssteun in 2022, maar zolang hierover geen zekerheid is en zolang deze rijkssteun niet het volledige tekort compenseert, blijft de noodzaak voor de maatregelen uit het Transitieprogramma bestaan. Als vervoerders onvoldoende ruimte krijgen om deze maatregelen uit te voeren, moet de MRDH immers alsnog een fors bedrag aan compensatie betalen, om zo de vervoerders in staat te stellen om op de nullijn uit te komen. Dit kan niet anders dan uit de investeringsruimte van de MRDH (alle andere middelen worden immers reeds ingezet). De
2
extra BVOV biedt dus wellicht de ruimte om bepaalde maatregelen enkele maanden uit te stellen, maar (zolang er geen zekerheid is over volledige compensatie door het Rijk) voor de periode daarna blijft de noodzaak ongewijzigd. Herijking Transitieprogramma OV en Corona De herijking van het transitieprogramma heeft als doel adequaat bij te kunnen sturen op de ontwikkelingen die in het kader van de coronacrisis op de MRDH en vervoerders afkomen. Herijking is nodig om in te kunnen spelen op de actualiteit en vraagt dus om een hoge frequentie van besluitvorming rond de herijking van het Transitieprogramma. Totdat een stabilisatie van de situatie optreedt en wijzigingen van de dienstregeling weer volgens de reguliere vervoerplanprocedure tot stand kunnen komen, wordt periodiek een herijking uitgevoerd. Met de herijkingsprocedure wordt aangesloten bij de procedure die doorlopen is om te komen tot het afwegingskader, het eerste maatregelenpakket en het Transitieprogramma. Daarbij zijn de vervoerders aan zet, de MRDH heeft met name een toetsende rol. Omdat de omstandigheden per vervoerder verschillen (financiële positie, ruimte voor maatregelen in eigen bedrijfsvoering, impact van corona) kunnen aanpassingen van de maatregelen per vervoerder verschillen. De volgende herijkingsmomenten zijn voorzien; 22 september en 12 december 2021 en juni en november 2022 en verder.
Belangrijke input voor de herijking zijn de ontwikkeling van de reizigersopbrengsten en extra aanvullende financiële steun van het Rijk. Op 14 april 2021 heeft de BcVa het plan van aanpak voor de herijking vastgesteld. In dit plan van aanpak zijn de inhoudelijke uitgangspunten benoemd en is aangegeven hoe de betrokkenheid van de diverse betrokken geborgd is. Het plan van aanpak treft u als bijlage 2 aan. Vanuit een aantal raden is gevraagd om een blijvend prominente rol in de besluitvorming en vanuit de Adviescommissie is de actieve benadering en betrokkenheid bij het Transitieprogramma als waardevol en positief ervaren. In het huidige tijdgewricht wordt met maximale betrokkenheid en positionering van colleges, raden en Adviescommissie een compacte herijkingsprocedure doorlopen. De herijking vindt plaats op basis van monitoring door de vervoerders, waarbij gebruik wordt gemaakt van de data die vervoerders nu ook al aanleveren. Bestaande data kan gebruikt worden als nulmeting voor de ontwikkelingen. Zo wordt gebruik gemaakt van de gedetailleerde kwartaalrapportages over klanttevredenheid van reizigers. Als onderdeel van het Plan van Aanpak Herijkingen zijn ook de indicatoren van de monitoring opgenomen. Deze indicatoren worden de komende tijd nader uitgewerkt in samenspraak met vervoerders en gemeenten.
Daarbij zal in het bijzonder nog nader worden gesproken over de monitoring van de maatschappelijke effecten en de financiële effecten van de maatregelen. Een methode voor het bepalen van de reizigerstevredenheid vraagt aandacht, zeker in situaties waar het vervoeraanbod sterk gewijzigd is. In het Plan van Aanpak is een planning opgenomen van de diverse herijkingsmomenten. Deze planning zal ook gedeeld worden met de raadsgriffies om zo de reactietermijnen in te kunnen passen in het gemeentelijk besluitvormingsproces.
3
Tot slot Met de vaststelling van het Transitieprogramma, het plan van aanpak voor de herijking en het besluit van de staatssecretaris tot het verlengen van de BVOV 2021 zijn er weer belangrijke stappen gezet. Wij willen u hartelijk danken voor uw kritische doch constructieve inbreng in dit complexe traject. Wij waarderen de samenwerking met uw commissie en gaan er vanuit dat we deze samenwerking de komende tijd zullen continueren. Namens de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH,
I.S. Bal Portefeuillehouder OV-concessiemanagement
M.J. Rosier Portefeuillehouder OV-ontwikkeling
4
Transitieprogramma OV en Corona – Metropoolregio Rotterdam Den Haag 1. Inleiding Op 24 maart 2021 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH (BC Va) het regionaal Transitieprogramma OV en corona vastgesteld. Met dit programma wordt invulling gegeven aan de afspraak met het Rijk dat voor 1 april 2021 een transitieprogramma wordt opgeleverd ten behoeve van besluitvorming over aanvullende financiële ondersteuning van het Rijk. Maar net zo belangrijk: met dit programma nemen wij onze verantwoordelijkheid en leveren wij naar beste kunnen onze bijdrage aan het oplossen van de grote opgave waarvoor het openbaar vervoer in de MRDH als gevolg van corona is gesteld staat. Niet omdat we het willen, maar omdat we zien dat maatregelen nodig zijn om het OV in de benen te houden Het reizigersverlies (en daarmee inkomstenverlies) als gevolg van de coronamaatregelen heeft een enorme impact op de MRDH en haar OV-bedrijven die opbrengstverantwoordelijk zijn. Het zal naar verwachting nog jaren duren voordat het aantal reizigers weer op het oude niveau is. De totale financiële impact daarvan bedraagt in de MRDH-regio minimaal 379 miljoen euro, en maximaal 1.169 miljoen euro, uitgaande van Rijkssteun tot 1 oktober 2021. Het daadwerkelijke financiële tekort hangt af van de snelheid waarmee de reizigersaantallen zich herstellen en/of de aanvullende financiële steun van de Rijksoverheid.
Met dit transitieprogramma alleen kunnen de MRDH en haar vervoerders de financiële opgave (zowel in het pessimistische als het positieve scenario) niet opvangen. Het transitieprogramma OV en corona laat zien wat de MRDH bereid is om te doen aan deze opgave en is een handreiking aan het Rijk om haar bijdrage te leveren. Aanvullende, structurele steun van het Rijk is noodzakelijk om het OV haar belangrijke maatschappelijke functie te kunnen laten vervullen, nu en in de toekomst. Het OV is voorwaarde voor maatschappelijke opgaven als inclusiviteit, verstedelijking en verduurzaming. Zonder aanvullende steun zal de bijdrage van het OV aan deze opgaven ernstig onder druk komen te staan. Een situatie die wat de MRDH betreft zeer ongewenst en onacceptabel is en ook strijdig is met diverse Rijksdoelstellingen. 2. De financiële opgave De MRDH staat voor een grote en noodzakelijke opgave om én het OV-systeem toekomstvast te maken én de financiële gevolgen te beperken en daarover nu een aantal besluiten te nemen, zodat vervoerbedrijven kunnen blijven bestaan en voldoende toekomstperspectief hebben en de maatschappelijke functie van het OV zo goed mogelijk wordt geborgd.
De financiële opgave waarvoor MRDH en haar opbrengstverantwoordelijke vervoerbedrijven gesteld staan door corona, varieert (volgens de meest actuele rekenmodellen en uitgaande van financiële steun van het Rijk tot 1 oktober 2021) tussen de 379 en 1.169 miljoen euro in de periode 2021-2030. De uiteindelijke hoogte is afhankelijk van de snelheid van herstel van de OV-reizigersaantallen en van eventuele aanvullende rijkssteun. Het transitieprogramma zal ervoor moeten zorgen dat deze opgave wordt ingevuld door maatregelen vast te stellen en – met inachtneming dat verdergaande maatregelen ongewenst en onacceptabel zijn - inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn als er geen aanvullende Rijkssteun zou komen. De komende periode, in 2021-2024, bedraagt de financiële opgave, ook in het meest optimistische scenario ten minste 189 miljoen euro. Het is daarom urgent en noodzakelijk nu te handelen, zodat voor deze korte termijn adequate maatregelen worden genomen. Alle ’decentrale overheden in het algemeen en de vervoerregio’s in het bijzonder, roepen het Rijk op blijvend voldoende aanvullende rijkssteun te leveren. Met het inzicht in consequenties wanneer dit uitblijft onderstrepen we deze oproep. 3. OV-opgaven binnen MRDH-regio Corona heeft een forse en meerjarige impact op het OV-gebruik. Tegelijk blijven de lange termijn opgaven in onze regio ongewijzigd.
Er is een groot aantal maatschappelijke opgaven die op (middel)lange termijn onverminderd om een oplossing vragen en waarbij OV een cruciale rol speelt. Deze opgaven zijn onder meer verwoord in het gezamenlijke Rijk-regio bereikbaarheidsprogramma MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking), vormen de basis onder de door het Rijk ontwikkelde propositie in het Groeifonds voor een OV-schaalsprong in de Zuidelijke Randstad, worden door het Rijk onderstreept in het Toekomstbeeld OV 2040 en sluiten aan op de nationale urgentie de woningbouwcrisis, de klimaatcrisis en de stikstofcrisis op te lossen: • De toename van het aantal inwoners en van de logistiek leidt tot grote en hardnekkige bereikbaarheidsknelpunten op de weg en in het OV; • De toename van het aantal woningen (binnen de MRDH 400.000), bedrijven en vervoer zet druk op de schaarse ruimte in de regio; • De regio kent een groot onbenut economisch potentieel door achterblijvende agglomeratiekracht, een gegeven dat de basis vormt onder de oprichting van de MRDH; • Zorgen dat alle mensen in staat zijn om maatschappelijk te participeren. Dit maakt dat onze inzet onverminderd gericht is op het versterken van de integratie van verstedelijking en openbaar vervoer. De verduurzaming van de mobiliteit waaraan het OV een belangrijke bijdrage levert en het verder verbeteren van het OV zodat het nog meer aansluit bij de vraag van de reiziger.
Het gaat dan zowel om het vervoersaanbod als de kwaliteit van het OV. Dit perspectief blijft binnen de MRDH overeind staan. 4. Het transitieprogramma De transitie die het openbaar vervoer op de korte en middellange termijn moet maken om dit mogelijk te maken, rust op drie pijlers: • Tevreden reizigers: een OV-systeem dat aansluit bij de behoeften van reizigers; • Toekomstbestendigheid OV-bedrijven: het absorberen van de financiële effecten van corona, structurele hervorming bedrijfsvoering; • Gezonde OV-concessies: herijkte OV-concessies die rekening houden met de gevolgen van de coronacrisis. Noodzaak tot aanvullende steun van Rijk MRDH en haar vervoerders nemen in grote mate hun verantwoordelijkheid waar het gaat om het oplossen van de financiële opgave, met daarbij in het achterhoofd de grote inhoudelijke
opgaven. De opgave waarvoor we gesteld staan, ten aanzien van noodzakelijke toekomstige investeringen in het mobiliteitssysteem én ten aanzien van het acute vraagstuk binnen de OV-exploitatie, is enorm groot, speelt op nationale schaal én heeft een nationaal belang gezien de maatschappelijke functie van het openbaar vervoer. Daarnaast zijn de financiële mogelijkheden van de MRDH (en de inliggende gemeenten) beperkt, ook door het ontbreken van instrumenten om de eigen inkomsten te beïnvloeden (ontbreken eigen belastinggebied) én de noodzaak de komende jaren te investeren om de ontwikkelingen in ons gebied op te vangen en de opgaven in onze regio van een antwoord te voorzien. Als systeemverantwoordelijke dient het Rijk haar verantwoordelijkheid te nemen. Wanneer voor 2022 en verder geen structurelere afspraken op inhoud en financieel tussen Rijk, ’decentrale overheden en vervoerders kunnen worden gemaakt, is verder snijden in de dienstregeling en het lijnennet onafwendbaar, juist op het moment dat de reiziger terugkeert in het OV. Daarmee komt de dienstverlening naar de reiziger op korte en langere termijn in gevaar en is het OV niet in staat haar bijdrage te leveren aan nationale belangen zoals economie, verstedelijking (realiseren woningbouwopgave), duurzaamheid en participatie.
Wanneer door het nemen van aanvullende maatregelen té rigoureus ingegrepen moet worden, gaat dit onvermijdelijk leiden tot een onwenselijke afbraak van het OV-systeem en komen de hierboven geformuleerde opgaven en doelstellingen ernstig in gevaar. Pakket met op korte termijn te nemen maatregelen Op dit moment is nog onzeker hoe snel de reizigersaantallen zich weer zullen herstellen en in welke mate het Rijk aanvullende (structurele) steun zal verlenen. Wij hopen op aanvullende rijkssteun gerelateerd aan de ernst van de opgave. In het positieve herstelscenario is zonder extra Rijkssteun de totale opgave voor de periode 2021-2030 379 miljoen euro, waarvan 189 miljoen euro in de jaren 2021-2024; in het basisscenario (=pessimistisch scenario) is deze opgave 1.169 miljoen euro. In dit transitieprogramma gaan de MRDH en haar vervoerbedrijven uit van het scenario waarin reizigersaantallen zich relatief snel herstellen (het ‘optimistische scenario’). Daarvoor is een pakket maatregelen die op korte termijn ingevoerd zullen (moeten) worden geformuleerd. De term ‘kortetermijnmaatregelen’ betekent dat de maatregelen op korte termijn moeten worden genomen. In de financiële berekeningen is er van uit gegaan dat deze maatregelen permanent zijn. De nu genomen maatregelen zijn echter tijdelijk, tot eind 2022, tenzij anders besloten wordt bij de geplande bestuurlijke herijkingen (zie onder 5).
In het pakket zijn de volgende maatregelen opgenomen: a) ‘No regret maatregelen’: marketingacties (10-25 mln. euro doorgerekend voor periode 2021-2030), spreidingsmaatregelen (lagere kosten door geen hyperspits, doorgerekend 56 mln. euro voor periode 2021-2030), duurzaamheidsmaatregelen met positieve business case (2-3 mln. euro doorgerekend 2021-2030); De marketingacties hebben tot doel de reizigers te verleiden snel terug te keren in het OV, zo gauw afschaling van Rijksmaatregelen ter beperking van de bestrijding van de coronapandemie dat mogelijk maakt. Hoe meer reizigers, hoe positiever het scenario dat zich komende jaren zal voordoen en daarmee hoe kleiner het lange termijn tekort. De afgelopen maanden hebben duidelijk gemaakt dat een ‘vierkante dienstregeling’ met minder OV in de spits en meer OV overdag op verschillende fronten positief uitpakt. Doordat reizigers meer verdeeld over de dag reizen dalen de exploitatiekosten en toekomstige investeringen (minder piekbelasting zorgt voor efficiëntere inzet van mensen en materieel). De inzet van de MRDH was pre-corona al op spreiding gericht, toen vanuit het dreigend overschrijden van de maximale OV-capaciteit in de spits. De komende periode is onze ambitie het bestendigen van deze positieve corona-ervaring omdat het zorgt voor meer OV per euro exploitatiesubsidie. Recent is de drukte-indicator, een
product van de InnOVatieroute die MRDH met haar vervoersbedrijven is ingezet, als hulpmiddel voor de reiziger publiek geworden. Binnen de MRDH is een (beperkt) aantal positieve businesscases uitgewerkt op het gebied van duurzaamheid die snel een financiële plus opleveren en dus kosten besparen én een bijdrage leveren aan een schoner milieu. Gedacht kan worden aan maatregelen om het brandstof- en/of energieverbruik te reduceren. b) Diverse maatregelen arbeidsmarkt vervoerbedrijven (75-145 mln. euro doorgerekend voor periode 2021-2030, interne bedrijfsvoering) die zorgen voor lagere productiekosten en een toekomstvaste personeelsopbouw; De OV-sector heeft de komende jaren te kampen met vergrijzing van het personeelsbestand. Als gevolg van bestaande CAO-regelingen heeft deze vergrijzing, naast zorg over een het toekomstig invullen van alle vacatures, ook impact op de productiviteit. Met de nu genomen maatregelen wordt beoogd dat de vervoerders in samenspraak met ondernemingsraden en vakbonden komen tot een toekomstbestendige arbeidsmarkt waarin sprake is van zo veel als mogelijk baanzekerheid, hogere productiviteit en kansen voor jonge generaties. Het Rijk kan met beleidsmatige ondersteuning en koepelafspraken op dit thema een belangrijke bijdrage leveren. c) Bijdragen gemeenten aan meerkosten wegomleidingen en buitendienststellingen (10-20 mln.
euro doorgerekend voor periode 2021-2030); In de Kadernota OV (vastgesteld door de BCVa) hebben de gemeenten in de MRDH afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheid van wegbeheerders (meestal: gemeenten) hoe om te gaan met de meerkosten die voor het OV ontstaan als door werkzaamheden buitendienststellingen en wegomleidingen nodig zijn. De MRDH constateert dat (nog) niet in alle gemeenten volgens de Kadernota wordt gewerkt. De MRDH zal samen met de gemeenten onderzoeken wat de financiële impact per gemeente is, welke procedure gehanteerd moet worden en welke ruimte gemeenten hebben om de hier gevraagde bijdrage te leveren. Dit om zo concreet invulling te geven aan de afspraak in de Kadernota. d) Vervoerkundige ingrepen (€ 15-18 mln. doorgerekend voor periode 2021-2030, exclusief het effect van de al genoemde spreidingsmaatregelen); In aanvulling op het maatregelenpakket dat door de BcVa op 25 november 2020 en na advisering door de reizigersorganisaties in het METROCOV en de Gemeenteraadsleden in de Adviescommissie Va is vastgesteld, hebben vervoersbedrijven voorstellen aan MRDH gedaan voor een pakket tijdelijke ingrepen op het gebied van lijnen, frequenties en haltes dat past bij de huidige vraag naar OV dan wel parallelliteit in het systeem vermindert. Een aantal gemeenten heeft aangegeven de vervoerkundige maatregelen te willen verzachten met de inzet van maatwerkvervoer.
De MRDH en de betreffende gemeenten onderzoeken op welke wijze dit vorm kan worden gegeven, met als doel te komen tot implementatie gelijktijdig met de implementatie van de vervoerkundige maatregelen (eind augustus 2021). Daarnaast vindt over een beperkt aantal vervoerkundige maatregelen nog afstemming plaats tussen de gemeente Rotterdam, RET en MRDH. Dit kan ertoe leiden dat (sommige van) deze maatregelen worden vervangen door andere maatregelen binnen de gemeente Rotterdam, die ten minste een gelijke bijdrage leveren aan de financiële
opgave. Een eventueel aanpassingsvoorstel wordt uiterlijk op 14 april 2021 vastgesteld in de BcVa van de MRDH. e) Beperkte maatregelen Sociale Veiligheid (€ 45-51 mln. doorgerekend voor periode 20212030), met maximale inzet op behoud van het huidige veiligheidsniveau: i. EBS: ca. 15% minder inzet menselijk toezicht door beëindigen inhuur RET-inzet op Voorne Putten Rozenburg. Huidige EBS-inzet Haaglanden wordt verdeeld over Haaglanden Streek en Voorne Putten Rozenburg; ii. HTM: ca. 5% minder inzet menselijk toezicht (m.u.v. OV-stewards) aanvullend op maatregelenpakket BcVa 25 november 2020; iii. RET: ca. 25% minder inzet tramconducteurs en metrobeheerders 1. waardoor de inzet van metrobeheerders vooral gericht zal zijn op ondergrondse metrostations 2. waardoor bij tramritten zonder conducteur inzet zal worden gepleegd met mobiele teams (zoals reeds door HTM wordt ingezet). Over de precieze wijze waarop deze maatregelen worden ingevuld, treedt MRDH met de vervoerders in overleg. Hierbij worden desgewenst de betreffende gemeenten actief betrokken. MRDH bekostigt jaarlijks voor ruim 60 miljoen euro aan inzet om binnen het OV-systeem zorg te dragen voor een veilige klantreis en een plezierige reisbeleving. De drie vervoerders binnen MRDH kennen allen een andersoortige inzet.
Deels is deze andersoortige inzet verklaarbaar, vanwege bijvoorbeeld de locatie en daarbij horend risicoprofiel, deels is deze inzet het gevolg van bestuurlijke prioritering dan wel historisch verklaarbaar. Met de nu genomen maatregelen vermindert de totale inzet van MRDH op het gebied van sociale veiligheid met circa 8%. Eigen bijdrage van de MRDH Om de lange termijn visie te realiseren en het OV-systeem te versterken, houdt de MRDH een bedrag van € 104,2 mln. in de periode 2021-2030 beschikbaar voor de volgende maatregelen: a. Nieuwe Betaalwijzen (bankpas in plaats van OV-chipkaart); b. Versnellingsmaatregelen die de reissnelheid in het openbaar vervoer verkorten en daarmee de reizigerskwaliteit vergroten; c. Lokaal maatwerkvervoersystemen (in relatie tot versnellingsmaatregelen en vervoerkundige wijzigingen); d. Ketenmobiliteit; e. Het duurzaam transformeren van de arbeidsmarkt van de vervoerbedrijven. Inzet van zogeheten ‘groeigelden’ In de huidige begroting en het meerjarenbeeld van de MRDH is in de periode 2021-2030 een reservering opgenomen voor maatregelen voor het opvangen van reizigersgroei (o.a. extra beheer en onderhoudslasten en extra voertuigen als gevolg van frequentieverhogingen).
Deze zogenaamde groeigelden OV-exploitatie zijn als gevolg van Corona de komende periode niet volledig nodig en kunnen deels ingezet worden voor het opvangen van de financiële gevolgen van corona voor het OV. Het daadwerkelijk reserveren van deze middelen in de periode 2021-2030 tot een maximum van € 300 mln. voor enerzijds het beperken van de gevolgen van corona voor het OV-systeem en de OV-reizigers en anderzijds het versterken van het OV-systeem vergt een besluit van het algemeen bestuur. Dit betekent dat de inzet van MRDH-middelen voor de gestelde doelen pas geëffectueerd kan worden na een dergelijk besluit. Aandachtspunt is dat de financiële baten van de nu vastgestelde maatregelen zich voordoen in de gehele periode 2021 t/m 2030, terwijl het grootste deel van de financiële opgave zich voordoet in de jaren 2021, 2022 en 2023. Dat betekent dat, ook al is het resultaat van de
kortetermijnmaatregelen uiteindelijk voldoende, vervoerbedrijven nog wel geconfronteerd worden met een financieringsvraagstuk. Om daarin te voorzien, wordt de volgende optie uitgewerkt: MRDH vergoedt de vervangingsinvesteringen in de railinfrastructuur bij RET niet langer ‘a fond perdu’, maar (net als dat reeds gebeurt bij HTM) op basis van kapitaallasten. Zo lang de rente zeer laag of zelfs negatief is, zoals momenteel het geval is, loopt MRDH daarbij geen financieel risico. Wanneer de rente stijgt, kan en zal een heroverweging van de wijze van vergoeden plaatsvinden; De daardoor vrijkomende financiële middelen worden middels een nader uit te werken systematiek beschikbaar gesteld aan de OV-concessiehouders. Daarbij vraagt de MRDH wel om adequate zekerheden, zowel wat betreft het daadwerkelijk terugbetalen als wat betreft een gezonde bedrijfsvoering van vervoerbedrijven. Aanvullende (lange termijn) maatregelen bij uitblijven Rijkssteun en/of reizigersherstel Gezien de huidige ontwikkelingen wat betreft reizigersherstel is er, in het geval dat aanvullende Rijkssteun uitblijft, echter een groot risico kans dat over enkele maanden blijkt dat bovenop het nu vastgestelde korte termijnpakket aanvullende maatregelen nodig zijn.
MRDH en vervoerbedrijven hebben daarom daarnaast onderzocht welke aanvullende maatregelen de komende periode aan de orde kunnen komen wanneer de reizigersaantallen zich onvoldoende herstellen en /of aanvullende Rijkssteun niet of niet geheel verleend wordt. Aan de hand van het in oktober 2020 door de bestuurscommissie vastgestelde Afwegingskader (na uitgebreide consultatie van alle stakeholders) is bepaald welke maatregelen op korte termijn genomen kunnen worden (ad 2) en welke maatregelen alleen genomen moeten worden als er geen alternatieven zijn. Deze aanvullende maatregelen doen significant afbreuk aan de opgave voor het OV in het MRDH-gebied en de bijdrage die het OV kan leveren aan het behalen van de maatschappelijke doelen maar zijn, bij de huidige ontwikkeling van het reizigersherstel, onontkoombaar als aanvullende Rijkssteun niet of niet geheel verleend wordt. Dat leidt tot de volgende maatregelen, die nu (nog) niet worden geprioriteerd en/of ingevoerd, maar waarover op een later moment zal moeten worden besloten als het reizigersherstel tegenvalt en/of aanvullende rijkssteun onvoldoende beschikbaar komt: • Het op een later moment vervangen van een aantal trams door nieuwe trams, en latere vervanging van diesel- en aardgasbussen door zero-emissiebussen, waardoor vervangingsinvesteringen pas op een later moment gedaan hoeven te worden.
Dit gaat ten koste van de maatschappelijke doelen ten aanzien van verduurzaming en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer; • Een verhoging van het kilometertarief, afhankelijk van de grootte van de opgave. Zo betekent een verhoging van het kilometertarief van maximaal 30% een verhoging van de totale ritprijs van 8 tot 17%, eventueel in combinatie met gratis vervoer voor kinderen. Consequentie is minder toegankelijkheid van het openbaar vervoer voor iedereen, en verslechtering van de concurrentiepositie van het OV ten opzichte van de auto; • Verdere vermindering inzet van menselijk toezicht ten behoeve van sociale veiligheid. Als het gezien de ernst van de financiële opgave noodzakelijk is, zou op een aantal of op alle Rotterdamse tramlijnen de vaste conducteur vervangen moeten worden door mobiele teams. Ook zou het betekenen dat de inzet van servicemedewerkers (metrobeheerders) moet worden verminderd of beëindigd. • Diverse vervoerkundige aanvullende maatregelen, zoals: Verder verlagen van frequenties zolang de vervoervraag nog laag is. Als de vervoervraag weer toeneemt, worden deze maatregelen ongedaan gemaakt om voldoende vervoercapaciteit te kunnen bieden;
•
Het schrappen van losse lijnen en het stilleggen van het productaanbod op delen van het netwerk op stille uren/ dagen (denk aan zondag of na 22 uur ’s avonds). Inzet van een deel van de BDU-investeringsmiddelen voor kleine infrastructuurmaatregelen (die een totale omvang heeft van jaarlijks € 30 mln. euro) van maximaal € 8,5 mln. per jaar en daarmee een maximale bijdrage van € 75 mln. ten koste van investeringen in bijvoorbeeld fiets en verkeersveiligheid. Indien op een later moment (en na besluitvorming hierover door de BcVa) gebruik gemaakt wordt van de IPVa-middelen uit het budget Kleine Projecten (maximaal € 75 mln.), is hiervoor een verschuiving tussen begrotingsprogramma’s nodig waarover pas na een zienswijzeprocedure door het algemeen bestuur besloten kan worden.
5. Monitoring en herijking Door middel van permanente monitoring en periodieke herijkingen zal de komende periode bijsturing van dit regionale Transitieprogramma plaatsvinden: met aanvullende maatregelen wanneer reizigersaantallen zich minder snel herstellen of wanneer aanvullende financiële steun van de Rijksoverheid niet of niet geheel tot stand komt, dan wel door maatregelen af te schalen wanneer het herstel van het OV hierom vraagt en/of de Rijksoverheid dit financieel mogelijk maakt. Monitoring Er vindt permanente monitoring plaats van het effect van de nu genomen maatregelen, zodat zo nodig kunnen worden bijgestuurd en indien mogelijk de maatregelen ook kunnen worden afgeschaald c.q. te besluiten dat maatregelen tijdelijk worden voortgezet of worden omgezet in structurele maatregelen als een maatregel duurzaam meerwaarde blijkt te hebben. De monitoring betreft het vervoerkundige effect van maatregelen, het effect op veiligheid en veiligheidsbeleving, en de daadwerkelijke financiële impact van de genomen maatregelen. Herijking In september en december 2021 en vanaf 2022 halfjaarlijks vindt een herijking van het maatregelenpakket plaats, waarbij de BcVa beslist over eventuele wijziging van het maatregelenpakket. Het verdere verloop is sterk afhankelijk van reizigersherstel en aanvullende rijkssteun.
De nu genomen maatregelen zullen in het meest positieve rekenscenario (snel reizigersherstel, maximaal effect van alle genomen maatregelen) nagenoeg afdoende zijn om te zorgen dat de vervoerbedrijven op de ‘nullijn’ kunnen komen, dus geen verliezen meer maken. Zonder aanvullende rijkssteun is er een zeer grote kans dat wij deze tijdelijke maatregelen langer dan vervoerkundig wenselijk moeten inzetten of zelfs nog dit jaar lastige besluiten moeten nemen over aanvullende maatregelen. De BC Va zal voor de monitoring en herijking in april een plan van aanpak vaststellen. De MRDH zal de vervoerbedrijven vragen om inzage te bieden in hun financiële situatie en hen de ruimte bieden om waar nodig aanvullende maatregelen voor te stellen. Deze toetsen wij aan de hand van het op 28 oktober 2020 vastgestelde Afwegingskader en leggen wij ter besluitvorming voor aan de bestuurscommissie. Voorafgaand aan de formele besluitvorming zullen wij raadsleden, consumentenorganisaties en andere stakeholders op dezelfde intensieve wijze betrekken als dat gebeurd is bij het nu vastgestelde Transitieprogramma. Er is wederzijdse waardering voor de wijze waarop gezamenlijk wordt gewerkt en inzet wordt gepleegd in deze grote opgave.
Plan van Aanpak Herijkingsprocedure Transitieprogramma OV en corona
Bijlage bij Agendapost Plan van Aanpak Herijkingen Transitieprogramma OV en corona (BCVa 14 april 2021)
Inhoud 1. Aanleiding ........................................................................................................................................... 2 2. Uitgangspunten bij de Herijkingen ..................................................................................................... 2 3. Monitoring .......................................................................................................................................... 3 4. Aanpak ................................................................................................................................................ 4 5. Bestuurlijke besluitvorming ................................................................................................................ 5 6. Planning............................................................................................................................................... 6
Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma - 1 -
Bijlage bij Agendapost Plan van Aanpak Herijkingen Transitieprogramma OV en corona (BCVa 14 april 2021)
Plan van Aanpak Herijkingsprocedure Transitieprogramma OV en corona
1. Aanleiding Corona heeft een forse en meerjarige impact op het OV-gebruik binnen de MRDH. Tegelijk blijven de langetermijnambities van onze regio ongewijzigd. Er is een groot aantal opgaven die op (middel)lange termijn onverminderd om een oplossing vragen, waarbij OV een cruciale rol speelt. Op 24 maart 2021 heeft de BCVa het regionale Transitieprogramma vastgesteld om te komen tot een toekomstvast OV-systeem en de financiële gevolgen van corona op te vangen. Daarbij is tevens besloten dat het op 24 maart 2021 vastgestelde programma (in combinatie met de maatregelen zoals die op 25 november 2020 zijn vastgesteld) regulier herijkt gaan worden. In de geplande herijkingen wordt zo nodig bijgestuurd. In dit Plan van Aanpak voor de herijkingen van het Transitieprogramma wordt inzicht gegeven in hoe de MRDH om wil gaan met de urgente financiële opgave, de verwachte dynamiek rond de terugkeer van de reizigers naar het OV en het al dan niet beschikbaar komen van aanvullende Beschikbaarheidsvergoedingen van het Rijk. Herijking is nodig om in te kunnen spelen op de actualiteit en vraagt dus om een hoge frequentie van besluitvorming rond de herijking van het Transitieprogramma. Er zijn de volgende herijkingsmomenten voorzien; 22 september en 12 december 2021 en juni en november 2022.
In de toelichting op het besluit van de BCVa over de Herijking is gesteld dat alle aanpassingen van het Transitieprogramma (zowel op- als afschaling van maatregelen) gebeuren na besluitvorming door de BCVa met advies van de ACVa en METROCOV. Vanuit diverse raden is daarbij aandacht gevraagd voor tijdige betrokkenheid bij de besluitvorming over de maatregelen. De MRDH continueert de werkwijze zoals die vorig jaar is ingezet rond het eerste maatregelenpakket, waarbij raden actief worden uitgenodigd via hun wethouder inbreng te geven en de Adviescommissie een formele adviesrol vervult. In dit Plan van Aanpak worden de uitgangspunten bij de herijkingen toegelicht, de elementen van de monitoring benoemd en de aanpak bij de herijking beschreven. Ook wordt de planning rond de bestuurlijke besluitvorming beschreven.
2. Uitgangspunten bij de Herijkingen Bij de Herijkingen worden, deels op basis van eerdere besluiten, de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Alle aanpassingen van het Transitieprogramma worden ter besluitvorming voorgelegd aan de BCVa. Voorstellen voor aanpassing van het Transitieprogramma worden ter besluitvorming voorgelegd aan de BCVa. Het initiatief voor aanvullende maatregelen en/of voorstellen voor terugdraaien eerdere maatregelen ligt bij vervoerders, de MRDH heeft vooral een toetsende rol. 2. Een uitzondering wordt gemaakt waarbij acuut handelen noodzakelijk is, conform het mandaat zoals dat is gegeven tijdens de besluitvorming over het Transitieprogramma op 24 maart 2021; 3. De herijking betreft het totale Transitieprogramma, wat inhoudt de maatregelen waartoe de BCVa op 25 november 2020 en 24 maart 2021 hebben besloten; 4. Het afwegingskader OV en Corona zoals vastgesteld op 24 oktober 2020 is leidend voor de afweging over het al dan niet nemen van extra maatregelen dan wel het terugdraaien van Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma - 2 -
maatregelen. Conform de vigerende concessies hebben de vervoerders ontwikkelruimte om primair voorstellen moeten doen; 5. De herijking mag er niet toe leiden dat het financieel perspectief voor MRDH of vervoerders verslechtert. In de BVOV met een looptijd tot 1/7/21 is afgesproken dat maatregelen tussen vervoerders en DO’s moeten kunnen leiden tot ten minste een zicht op de nullijn. Aanvullende maatregelen kunnen worden genomen als dat nodig is om het zicht op de financiële nullijn bij de vervoerders te houden; 6. Ten aanzien van eventuele vervoerkundige maatregelen geldt dat: a. Opschalen/ongedaan maken van de maatregelen is aan de orde als de vraag en/of de maatschappelijke effecten van de maatregelen daar aanleiding toe geven en de financiële ruimte voldoende is ; b. Waar mogelijk zal bij opschalen het aanbod eerst teruggebracht worden naar het basisniveau zoals dat in de Kadernota OV en de programma’s van eisen ten behoeve van de concessies (beiden vastgesteld na zienswijzeprocedure in de gemeenten) als ondergrens van het gewenste OV-aanbod vastgelegd is 7. De herijking vindt plaats op basis van monitoring door de vervoerders, waarbij zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de data die vervoerders nu ook al aanleveren. In de navolgende paragraaf zijn ook de indicatoren van de monitoring opgenomen.
3. Monitoring De herijking vindt plaats op basis van monitoring door de vervoerders, waarbij zoveel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van de data die vervoerders nu ook al aanleveren. In de periodieke monitor van de vervoerbedrijven zal gerapporteerd wordt in ieder geval gerapporteerd over de volgende onderwerpen: Vervoerkundige ontwikkeling Indicator Aantallen reizigers Bezetting
Klantreacties dienstregeling Ontwikkeling sociale veiligheid Indicator Incidenten Zwartrijden Klantreacties Sociale veiligheid Klantoordeel Sociale veiligheid Financieel overzicht Sociale Veiligheid Ontwikkeling financiële situatie vervoerders Indicator Nader uit te werken
Omschrijving Ontwikkeling t.o.v. 2019 in totaal en per lijn 80-percentiel bezetting en maximum bezettingen ten opzichte van de situatie in 2019, per lijn waar maatregelen genomen zijn Ontwikkeling hiervan in de tijd
Omschrijving Aantal A- en B- incidenten Zwartrijd [%] Ontwikkeling hiervan in de tijd Ontwikkeling hiervan in de tijd
Omschrijving Nader uit te werken
Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma - 3 -
Ontwikkeling maatschappelijke effecten Indicator Nader uit te werken
Omschrijving Nader uit te werken
De komende periode worden deze indicatoren, in nauwe samenspraak met de vervoerders en de gemeenten via het AOVa, nader uitgewerkt. Daarbij zal in het bijzonder nog nader worden gesproken over de monitoring van de maatschappelijke effecten en de financiële effecten van de maatregelen. Dit is enigszins complex en vraagt daarom om een nadere uitwerking. Zo snel mogelijk, doch uiterlijk gelijktijdig met de eerste herijkingsrapportage in september wordt een voorstel voor de definitieve indicatoren ter besluitvorming voorgelegd aan de BCVa.
4. Aanpak In de aanpak is een aantal processtappen voor de herijkingen van het Transitieprogramma voorzien. Deze opsomming vormt het raamwerk van het Plan van Aanpak. 1. Het Transitieprogramma is vast agendapunt van de overleggen tussen de vervoerder en MRDH 2. De vervoerders monitoren de effecten van het Transitieprogramma. a. Over veiligheid(sbeleving) en de drukte in het OV vindt specifieke monitoring plaats zodat gegevens beschikbaar zijn om acute maatregelen (ook opschaling) op te baseren b. In samenspraak van MRDH met de vervoerders zullen efficiënte methodes voor het verzamelen van monitorgegevens bepaald worden. Specifieke aandacht zal daarbij worden gevraagd voor de maatschappelijke effecten van maatregelen. Hiervoor worden nog nadere indicatoren benoemd. 3. MRDH beoordeelt de monitoring op de financiële en inhoudelijke uitkomsten 4. Het Kernteam Transitieprogramma (Vervoerders en MRDH) bepaalt een eventueel aangepaste financiële taakstelling en een oplossingsrichting voor een eventuele aanscherping van het maatregelenpakket. 5. De vervoerder bereidt zo nodig, vanuit haar rol (financiële taakstelling, ontwikkelvrijheid en opbrengstverantwoordelijkheid), voorstellen voor aanpassingen van de maatregelenpakketten voor. 6.
Er vindt, zoals bij afgelopen wijzigingen bij de vervoerplannen en het Transitieprogramma, ambtelijk vooroverleg plaats tussen de vervoerders en de beleidsmedewerkers van de gemeenten over eventuele maatregelen. MRDH organiseert dit vooroverleg. Voor vervoerkundige maatregelen zijn de aandachtspunten bij de onderbouwing door de vervoerders: a. Wat is de maatschappelijke impact van het voorstel (zijn er alternatieve reismogelijkheden voor handen of te ontwikkelen die benut kunnen worden om de maatschappelijke impact van een maatregel te beperken, hoeveel reizigers ondervinden nadeel van de maatregel, zijn bepaalde voorzieningen slecht(er) bereikbaar e.d.)? b. Draagt het voorstel bij aan de doelstelling van robuust, toekomstvast en efficiënt vervoernetwerk? 7. De vervoerders dienen hun voorstellen in bij MRDH. 8. MRDH checkt de onderbouwing van de voorstellen aan het afwegingskader OV en Corona zoals vastgesteld op 24 oktober 2020 en de hiervoor genoemde uitgangspunten bij de Herijking. 9. De bestuurlijke behandeling van de herijkingsvoorstellen maakt onderdeel uit van de reguliere vergadercyclus van de BCVa. In de voorbereiding zijn er complicerende factoren. Soms zijn de eerder vastgestelde maatregelen nog maar kort of nog niet ingevoerd, verder kan de terugkeer van de reizigers een grillig patroon Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma - 4 -
vertonen. Ook kan er onzekerheid zijn over (tijdige) besluitvorming over een (verlenging van) de financiële bijdrage van de Rijksoverheid, dan wel over de voorwaarden van een mogelijk verlengde Beschikbaarheidsvergoeding. Deze onzekerheden zullen een plek krijgen in de herijkingen. Naar verwachting zal de onzekerheid het grootst zijn bij de eerstgeplande herijking van september 2021: waarbij naast de onzekerheden over de reizigersontwikkeling en aanvullende Rijkssteun ook de op 24 maart 2021 vastgestelde maatregelen nog maar kort (en waarschijnlijk gedeeltelijk) van kracht zijn.
5. Bestuurlijke besluitvorming Met maximale betrokkenheid van colleges, raden en Adviescommissie wordt een compacte herijkingsprocedure doorlopen. Vanuit een aantal raden is gevraagd om een prominente rol in de besluitvorming en vanuit de Adviescommissie is de actieve benadering en betrokkenheid als waardevol ervaren. De besluitvorming rond de herijkingsprocedure heeft de volgende kenmerken: 1. De ACVa krijgt wederom het verzoek te adviseren over de voorgestelde maatregelen. Om te zorgen dat de Adviescommissie over maximaal inzicht beschikt om dat goed te kunnen doen, wordt de week voorafgaand aan de adviesvergadering een informatieve sessie voor de ACVa en overige geïnteresseerde raadsleden georganiseerd. 2. Om de rol en positie van de raden te borgen is reeds nu al een aantal weken ingepland waarin colleges met raden het gesprek kunnen voeren voorafgaand aan de besluitvorming in de BCVa. In deze geplande periode hebben raden nadrukkelijk de mogelijkheid en gelegenheid met hun wethouder te spreken over de voorgenomen herijking, wensen, zorgen en adviezen mee te geven. De, vanwege de korte volgtijd tussen de herijkmomenten en de dynamiek in de ontwikkeling, compacte procedure vraagt aandacht voor het inplannen van de behandeling in college en eventueel de Raad(scommissie).
De korte procedure blijft echter nodig omdat het OV nog steeds volop in een crisis zit die om handelen vraagt en tegelijkertijd ook de terugkeer van reizigers snelle aanpassing met zich mee kan gaan brengen. Daarnaast heeft deze procedure de afgelopen periode tot goede betrokkenheid van ACVa en de gemeenteraden geleid. 3. Net als bij de voorbereiding van de besluitvorming in oktober 2020 en maart 2021 zal MRDH de gemeentelijke besluitvorming ondersteunen met (raads)informatiebrieven en contactmomenten/informatieve sessies voor de leden van de BCVa en gemeentelijke beleidsambtenaren. 4. METROCOV zal gevraagd worden om te adviseren over het voorgestelde BCVa-besluit. Ook voor hen zal voorafgaand aan de formele advisering een informatiesessie worden ingepland. 5. Er vindt ambtelijk vooroverleg plaats met de gemeenten en de vervoerders over de herijking van de maatregelen Conform de reguliere vervoerplanprocedure neemt de BCVa het besluit over de herijking. De bestuurlijke behandeling van de herijkingsvoorstellen maakt onderdeel uit van de reguliere vergadercyclus van de BCVa. De aan de BCVa voorgestelde besluiten hebben het volgende stramien: a. Kennis te nemen van de monitoring van het Transitieprogramma b. Besluiten over eventuele aanpassingen van de korte termijn maatregelen i. Verdeling van de financiële opgaven over de verschillende maatregelenpakketten ii.
Andere focus of aandacht bij een bepaalde maatregel c. Besluiten over de inhoudelijke voorstellen van de vervoerders Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma - 5 -
d. Kennis te nemen van eventuele in mandaat genomen tussentijdse besluiten van de Manager OV. Voor urgente besluiten/aanpassingen zijn de voorwaarden geformuleerd bij de besluitvorming over de dienstregeling per januari 2021 in november 2020.
6. Planning De voorgestelde planning voor de Herijkingen Transitieprogramma OV en corona in 2021 is hier onder weergegeven. Planning 2021 (procedure zonder het moeten doorvoeren van LT-maatregelen)
Herijking 1
Herijking 2
BCVa
22-9
15-12
ACVa (advisering over BCVa-voorstel)
15-9
8-12
BCVa (extra, informerende/adviserende bijeenkomst)
15-9
8-12
ACVa (informatieve sessie)
8-9
1-12
9/9 – 21/9
25/11 – 14/12
Presidium (incl. vrijgeven voor reactie)
8-9
24-11
Vooroverleg Presidium
23-8
8-11
Aanleveren Vooroverleg Presidium
18-8
3-11
Inleveren maatregelenpakketten door vervoerders
11-8
27-10
Afstemming over maatregelen met beleidsmedewerkers gemeenten
7/7 – 6/8
11/10 - 20/10
Inleveren monitorgegevens door de vervoerders en besluit over noodzakelijk te nemen LT-maatregelen.
Begin juli
Derde week september
Aanleveren monitor Veiligheid en Reizigersontwikkeling OV en corona MRDH
Maandelijks beschikbaar
Idem
Behandeling in colleges/ raad(scommissies)
In samenspraak met de vervoerders zullen logische momenten gekozen worden om eventuele wijzigingen in te laten gaan. Deze wijzigingsdata zullen vermeld worden bij de voorstellen.
Plan van Aanpak Herijking Transitieprogramma - 6 -