2114269 College van B en W - beantwoording schriftelijke vragen van de SP fractie inzake regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Tekst van het document
Samenleving
bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Atie Hoekman Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft
Telefoon 06-22999405 ahoekman@delft.nl
Fractie SP _x000a_t.a.v. de heer Duijff
Datum
Onderwerp
06-04-2021
Beantwoording schriftelijke vragen, ingevolge artikel 39 Reglement van orde Gemeenteraad inzake regeling kwijtschelding gemeentelijke lasten
Ons kenmerk
4524530
Internet www.delft.nl Telefoon 14015
Uw brief van Uw kenmerk Bijlage
Geachte mijnheer Duijff, In antwoord op uw vraag/vragen delen wij u het volgende mede: Voordat wij uw vragen beantwoorden in algemene zin het volgende. De mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen is geregeld in de Gemeentewet. Daarnaast geldt voor gemeenten de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. Zie: wetten.nl - Regeling Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 - BWBR0004766 (overheid.nl) Hoofdregel is dat gemeenten de kwijtscheldingsregels van de rijksoverheid volgen. De gemeenteraad kan op een aantal punten van de rijksregels afwijken. De gemeenteraad kan bijvoorbeeld bepalen dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend. In Delft staat in de verordening voor welke gemeentelijke belastingen vrijstelling wordt verleend. Ook kan de gemeente uitgaan van hogere kosten van bestaan dan de rijksregels voorschrijven, namelijk 100% in plaats van 90%. In Delft gaan wij uit van 100% van de bijstandsnorm. Verder kan de gemeenteraad bepalen dat kleine zelfstandigen in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun privé-belastingschulden. Wij hebben dat in Delft geregeld voor mensen die een beroep doen op de BBZ. Hieronder onze antwoorden op uw vragen. Ten eerste de voorwaarde “geen spaargeld”.
Wat wordt hieronder verstaan? Moeten de rekeningen van een aanvrager helemaal leeg zijn? Of mag een aanvrager nog geld hebben om jaarlijkse uitgaven, incidentele uitgaven, en/of onverwachte kosten te betalen? Als er wordt gewerkt met een drempelbedrag, hoe hoog is dat dan? Welke overwegingen liggen hieraan ten grondslag?
Datum
06-04-2021 Ons kenmerk
4524530
Antwoord: De RBG moet zich houden aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, artikel 12. Hierin staat dat er geen sprake mag zijn van vermogen. De rekening van een aanvrager hoeft niet helemaal leeg te zijn, want in datzelfde artikel staat dat er een kleine vrijlating is. De vrijlating is de toepasselijke bijstandsnorm en componenten voor huur en zorgkosten. In de praktijk komt dat, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden neer op een vrij te laten bedrag van tussen de € 1200 en € 1600. Ten tweede de voorwaarde “dit jaar geen auto/motor gekocht of gekregen”. Wat als een auto onmisbaar is voor iemand zijn beroep of voor bijvoorbeeld (mantel)zorg? De voorwaarde voor de waarde van de auto maakt hier een uitzondering voor. Waarom wordt dezelfde uitzondering niet ook toegepast op de voorwaarde voor het jaar van aankoop? Antwoord: Ook deze voorwaarde en de maximaal vrij te laten waarde van een auto/motor staat in de landelijke Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990. Als iemand een auto of motor koopt kort voor of na het aanvragen van kwijtschelding dan kan sprake zijn van verwijtbaar gedrag. Is het voertuig noodzakelijk, dan is een hogere vrijlating toegestaan. Als iemand een voertuig koopt kort voor of na het aanvragen van kwijtschelding omdat dit noodzakelijk is, kan ook in het jaar van aanschaf een hogere waarde worden toegestaan.
Ten derde de voorwaarde “geen koopwoning”. Het bezitten van een huis betekent niet persé dat een persoon geen financiële problemen kan hebben. Als zo iemand dan het huis moet verkopen en iets moet gaan huren, kan diezelfde persoon ineens wel in aanmerking komen. Van huiseigenaar naar huurder is over het algemeen een slechte stap op financieel gebied. Waarom is er voor deze voorwaarde gekozen? Is het mogelijk om deze voorwaarde zodanig aan te passen dat recht op kwijtschelding is gekoppeld aan de WOZ waarde van het huis dat een aanvrager in bezit heeft? Antwoord: Het bezit van een eigen huis wordt verwerkt in de beoordeling of er sprake is van vermogen. In de praktijk is vrijwel altijd sprake van overwaarde op een huis en daarmee van vermogen, ook al kan iemand dat vermogen niet gemakkelijk te gelde maken. Ook de voorlopige teruggave van de belastingdienst wordt gezien als inkomen volgens de Uitvoeringsregeling. Daarom komt iemand die een eigen huis bezit vrijwel nooit in aanmerking voor kwijtschelding. Zou iemand zijn huis verkopen, dan zou hij in zo’n situatie het geld van de overwaarde in zijn bezit krijgen en daarmee niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. In de Uitvoeringsregeling staat hoe de gemeente het vermogen van iemand moet bepalen en daarin is geen ruimte voor een koppeling aan de WOZwaarde.
Indirect gebeurt dat wel, want overwaarde op een huis ontstaat doordat de hypotheekschuld lager is dan de waarde van het huis. De WOZ is gekoppeld aan de verkoopwaarde van een huis. Ten vierde de voorwaarde “geen eigen bedrijf”. Door de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt afgelopen jaren zijn veel werknemers noodgedwongen als ZZP’er aan de slag gegaan. Daarom is er gelukkig een uitzondering voor ZZP’ers. Voor Delftse ZZP’ers 2/3
Datum
06-04-2021 Ons kenmerk
4524530
geldt echter dat ze eerst een BBZ uitkering moeten aanvragen, dit betekent dat ze zichzelf eerst in de schulden moeten steken. In Schiedam geldt deze voorwaarden niet. Het kan dus ook zonder deze voorwaarde. Waarom wordt voor Delft deze voorwaarde wel gehanteerd? Bent u bereid te onderzoeken of Delft de kwijtschelding kan openstellen voor ZZP’ers zonder BBZ uitkering, zoals ook in Schiedam wordt gehanteerd? Antwoord Bij de kaderbrief 2012 is besloten om de kwijtscheldingsregeling te verruimen en ook mensen die gebruik maken van de BBZ in aanmerking te laten komen voor kwijtschelding. Er stond: “ Ten slotte willen wij de mogelijkheid voor kwijtschelding openstellen voor startende ondernemers met een uitkering op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz).” Inmiddels is het aantal ZZP-ers enorm toegenomen. Het college is bereid te onderzoeken of Delft de kwijtschelding ook kan openstellen voor ZZP’ers zonder BBZ uitkering. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
S. Brandligt Loco-burgemeester
M. Berger Loco-secretaris
07-04-2021
3/3