CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2113260 College van B en W - de (O)GGZ agenda Delft (afdoening toezegging 19-01 en 29-02)

Commissie Sociaal Domein en Wonen 10 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2113260 College van B en W - de (O)GGZ agenda Delft (afdoening toezegging 19-01 en 29-02)7.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenleving

--·

et+

Gemeente Delft

Advies bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door José van Dijk Telefoon 06-52739168

Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

jovdijk@delft.nl Internet www.delft.nl

De gemeenteraad van Delft

Telefoon 14015

VERZONDEN Datum

Onderwerp

30-03-2021

De (O)GGZ agenda Delft. (Afdoening toezegging 19-01 en 19-02)

Ons kenmerk

4519994 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte Jeden van de raad, U hebt ons gevraagd om u te informeren over de ontwikkelingen in het brede OGGZ veld. We hebben voor u een (O)GGZ agenda opgesteld, met daarin allereerst de landelijke ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden, dan wel plaatsvinden. In het tweede hoofdstuk laten we vervolgens zien hoe daaraan in Delft vorm gegeven wordt. Daarbij laten we de indeling van de landelijke ontwikkelingen los. Deze ontwikkelingen hangen namelijk heel nauw samen met elkaar. En in die samenhang wordt daaraan, door middel van activiteiten en interventies, in de stad vorm gegeven. We laten daarom zien wat er in de stad gebeurd aan de hand van: • de basis: de vrij-toegankelijke voorzieningen, het werk in de wijken; • het maatwerk: de voorzieningen waarvoor een indicatie nodig is; • het vangnet: welke hulp en voorzieningen er zijn voor de inwoners die een beroep doen op het vangnet. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

, burgemeester

L.B.Harpe I.b. , secretaris

dr. M. Beraer, I.s.

4519995

De (O)GGZ agenda Delft

4519995

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1. Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................................ 3 1.1 Beschermd wonen – Beschermd thuis .......................................................................................... 3 1.2 Aanpak personen met verward gedrag ......................................................................................... 4 1.3 Hoofdlijnenakkoord GGZ ............................................................................................................... 5 1.4 Wet verplichte GGZ ....................................................................................................................... 6 2. De Delftse agenda ........................................................................................................................ 8 2.1.De basis ................................................................................................................................... 8 2.1.1 Inloop GGZ ..............................................................................................................................

8 2.1.2 Herstelacademie..................................................................................................................... 8 2.1.3 Crisiskaart ............................................................................................................................... 9 2.1.4 Herstel in eigen omgeving ...................................................................................................... 9 2.1.5 Vangnet in de wijk .................................................................................................................. 9 2.1.6 Meldpunt Bezorgd ................................................................................................................ 11 2.1.7 Ketenaanpak bemoeizorg (met convenant) ......................................................................... 11 2.1.8 Pilot bemoeizorg Poptahof ................................................................................................... 12 2.2.Het maatwerk ....................................................................................................................... 12 2.2.2 Beschermd wonen (Wmo) – Beschermd thuis ..................................................................... 13 2.2.3 Housing First .........................................................................................................................

13 2.3.Vangnet ................................................................................................................................. 14 2.3.1 Wet verplichte GGZ .............................................................................................................. 14 2.3.2 Opvang Verwarde Personen DWO ....................................................................................... 15 2.3.3 Triage en vervoer verwarde personen ................................................................................. 15 2.3.4 Zorg en Veiligheid ................................................................................................................. 15 2.3.5 Beschermd wonen (Wlz) ...................................................................................................... 16 3. Financiële paragraaf ................................................................................................................... 17

4519995

Inleiding Een korte terugblik Reeds tientallen jaren zijn diverse taken in het kader van de OGGZ en verslavingspreventie al een verantwoordelijkheid van gemeenten. Zo zijn gemeenten verantwoordelijk voor signalering, melding en bemoeizorg t.b.v. zorgmijders en kwetsbare mensen die tussen wal en schip vallen. En gemeenten hadden een belangrijke rol in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (wet Bopz). GGZ behandeling werd gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet en vond nog vaak intramuraal plaats. De begeleiding en het beschermd wonen was een verantwoordelijkheid van Zorgkantoren vanuit de AWBZ. Rond 2015, met de nieuwe Wmo, zijn er diverse veranderingen ingezet. De laagste zorgzwaartepakketten in de AWBZ werden afgesloten voor nieuwe instroom. De overige zorgzwaartepakketten inclusief het Beschermd wonen (GGZ) gingen over naar de Wmo. De Jeugd-GGZ (behandeling) ging van Zorgverzekeringswet (Zvw) naar Jeugdwet. In 2012 werd tussen Rijk, Zorgverzekeraars en GGZ behandelaars afgesproken dat de behandelbedden met 30% zouden worden afgebouwd en dat er meer ambulante behandeling zou komen. Deze ontwikkelingen hebben tot op de dag van vandaag impact en hebben ook weer tot nieuwe ontwikkelingen geleid. Voor wie is de ondersteuning bedoeld? De ondersteuning, interventies en activiteiten richten zich op inwoners met psychische/psychiatrische problematiek.

Het gaat om inwoners die door hun psychische aandoening zich niet goed kunnen redden in het dagelijks leven. Vaak zijn de problemen blijvend. Een deel van deze mensen bevinden zich in een (multi-)probleemsituatie. Zij zijn sociaal geïsoleerd, beperkt in hun sociale vaardigheden, kampen met armoede, lage SES en werkloosheid. De problemen liggen op meerdere levensgebieden en er is niet altijd een expliciete hulpvraag. Hun problemen en gedrag kunnen tot overlast leiden voor de omgeving. De ondersteuning voor inwoners met psychische/psychiatrische problematiek is gericht op preventie, herstel en/of stabilisatie. Leeswijzer In deze notitie worden in het eerste hoofdstuk de ontwikkelingen die recent hun impact hebben op het beleid, kort besproken om vervolgens in het tweede hoofdstuk te laten zien hoe hier in Delft mee wordt omgegaan. Daarin komen ook enkele zaken aan de orde die niet door de gemeente vanuit de Wmo, maar vanuit de zorgverzekering (GGZ behandeling), worden betaald. Ze worden in deze notitie genoemd omdat ze de gemeentelijke taken raken.

1. Landelijke ontwikkelingen 1.1 Beschermd wonen – Beschermd thuis Per 2015 is Beschermd wonen onderdeel geworden van de Wmo. Het is een taak van alle gemeenten, maar centrumgemeenten ontvangen de middelen en moeten regie over het beleid voeren. Op dit moment spelen er binnen Beschermd wonen (en de Maatschappelijke opvang) meerdere ontwikkelingen die nauw met elkaar samenhangen.

4519995 Transformatie Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Met het rapport van de commissie Dannenberg is in 2015, vanuit de VNG, richting gegeven aan de transformatie van Beschermd wonen. Deze transformatie gaat uit van de beweging van Beschermd wonen naar Beschermd thuis waarbij het uitgangspunt is dat cliënten, waar dat kan, begeleiding en ondersteuning in hun eigen woning ontvangen. Dat vraagt op diverse vlakken verandering en innovatie. Het vraagt om innovatie van de zorg die “op afstand” voor veiligheid en ondersteuning moet zorgdragen, het vraagt om voldoende woningen ook in de regio, het vraagt om mogelijkheden om te kunnen participeren d.m.v. (vrijwilligers)werk en/of dagbesteding. Het Rijk is in 2020 gestart met het landelijke programma “Iedereen onder een dak”. Hiermee beoogt het kabinet eind 2021, 10.000 extra dak- en thuisloze mensen een passende woonplek met (maatwerk) begeleiding te bieden (bijvoorbeeld door middel van Housing First). Het gaat hierbij om een optelsom van extra tijdelijke en permanente woonplekken ten gevolge van o.a. woningdelen, flexwonen, afspraken met woningcorporaties, inzet van leegstand (maatschappelijk) vastgoed en eventueel nieuwbouw. Doordecentralisatie De rol van centrumgemeente is voor Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang eindig.

Na enige jaren uitstel heeft het Rijk besloten om per 1-1-2022 iedere gemeente (definitief) zelf verantwoordelijk te maken voor Beschermd wonen. De gemeenten worden echter wel geacht op dit onderwerp samen te werken. Dit betekent dat er in 2021 regionale samenwerkingsafspraken gemaakt moeten. Hiervoor is landelijk een Norm voor Opdrachtgeverschap opgesteld waarin omschreven staat waar de regionale samenwerking minimaal aan moet voldoen. Vanaf 1 januari 2023 komt er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een zogeheten woonplaatsbeginsel. Maatschappelijke opvang zal in een later stadium een verantwoordelijkheid van alle gemeenten worden. Het is nog niet bekend wanneer dit zal plaatsvinden. Vrouwenopvang blijft een taak van de centrumgemeenten. Overgang naar Wlz Bij de behandeling van de Wmo2015 is een motie aangenomen dat de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld zou worden voor Beschermd wonen cliënten die op basis van een psychische aandoening zeer langdurig (zo niet altijd) beschermd wonen nodig zouden hebben. Per 1-1-2021 is de Wlz opengesteld voor mensen die te maken hebben met langdurige/levenslange psychiatrische zorg en ondersteuning. Dit heeft tot gevolg dat een deel van de huidige BW cliënten inclusief budget dit jaar overgaat van de Wmo naar de Wlz en daarmee onder de verantwoordelijkheid vallen van het zorgkantoor.

1.2 Aanpak personen met verward gedrag In 2015 hebben de ministeries van VWS, J&V en de VNG het Aanjaagteam Verwarde Personen geïnstalleerd. Aanleiding was een aantal ernstige incidenten rond personen met verward gedrag, de jaarlijkse toename van de meldingen hierover en debatten in de Tweede Kamer over dit onderwerp. Het Aanjaagteam (later Schakelteam) werkte aan drie hoofddoelstellingen: 1. Het ontwikkelen van bouwstenen voor een passend ondersteuningsaanbod voor de mensen die verward gedrag vertonen en hun familie/sociaal netwerk.

4519995 2. Bevorderen dat er een sluitende aanpak van ondersteuning en zorg wordt geleverd door alle gemeenten in de zomer van 2016. 3. Inzicht geven in de belemmeringen die de verschillende betrokkenen ervaren, die niet op lokaal/regionaal niveau opgelost kunnen worden, maar die om aanpassingen in de keten op systeemniveau vragen en voor deze belemmeringen oplossingen aanreiken. Hier vanuit hebben gemeenten de opdracht gekregen om net een sluitende aanpak te komen aan de hand van 9 landelijke bouwstenen: 1.Inbreng van mensen met verward gedrag en omgeving 2.Preventie en levensstructuur 3.Vroegtijdige signalering 4.Melding 5.Beoordeling en risicotaxatie 6.Toeleiding 7.Passend vervoer 8.Passende ondersteuning, zorg en straf 9.Informatievoorziening

1.3 Hoofdlijnenakkoord GGZ In 2018 is het hoofdlijnenakkoord GGZ ondertekend door het ministerie van VWS en 12 partijen uit de geestelijke gezondheidszorg en het sociaal domein, waaronder GGZ Nederland, Zorgverzekeraar(s) Nederland en de Vereniging voor eerstelijnsorganisaties InEen. De VNG heeft dit akkoord in 2019 ondertekend. Dit nadat het Rijk extra geld beschikbaar heeft gesteld voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord. Het gaat om € 50 miljoen in 2019, € 65 miljoen in 2020, € 80 miljoen in 2021 en vanaf 2022 structureel € 95 miljoen. Met het akkoord is de eerder gestelde doelstelling voor het aantal bedden in GGZ behandeling te verlagen met 20% is teruggebracht naar 10%. Niet alleen wordt zo de druk op de wijken door instroom van kwetsbare mensen verminderd, ook worden gemeenten zo in staat gesteld de ondersteuning te bieden voor cliënten die met begeleiding zelfstandig gaan wonen. Het hoofdlijnenakkoord kent twee hoofdthema’s: 1. zorg op de juiste plek en 2. de mens centraal. De beoogde effecten zijn dat (duurdere) zorg voorkomen wordt, de zorg zo dicht mogelijk bij mensen thuis plaatsvindt als dat mogelijk is (gespecialiseerde zorg verder weg als dat nodig is), zorg vervangen wordt door andere hulp/ondersteuning met eenzelfde of betere kwaliteit (bijv. e-health).

Ook wordt beoogd dat de inwoner met een psychische aandoening zoveel mogelijk normaal kan functioneren in de maatschappij, met dezelfde kansen en zonder stigma. Dat hij/zij vanuit een gelijkwaardige positie de juiste zorg krijgt, daar waar mogelijk de tools krijgt om zichzelf, met behulp van ervaringsdeskundigen of internet, te kunnen helpen en dat de cliënt samen met zijn/haar eigen omgeving zelf zijn/haar weg kan kiezen. In het hoofdlijnenakkoord is bijeengebracht wat bijdraagt aan de totstandkoming van de juiste zorg op de juiste plek en de mens centraal. Daarbij worden ook onderwerpen benoemt waarover al

4519995 eerder afspraken zijn gemaakt c.q. opgaven die er al lagen vanuit het rijk (zoals de Werkwijzer medisch noodzakelijk verblijf, Module acute psychiatrie, terugdringen wachttijden, etc).

1.4 Wet verplichte GGZ De Wet verplichte GGZ (WvGGZ) is de opvolger van de Bopz en is per 1 januari 2020 ingegaan. De WvGGZ regelt in samenhang met de Wet zorg en dwang (Wzd) en de Wet forensische zorg (Wfz) de gedwongen zorg. De verschillen tussen de WvGGZ en de Bopz zijn: • De Bopz maakte alleen gedwongen opname mogelijk; de WvGGZ maakt verschillende vormen van gedwongen zorg op maat mogelijk. • De zorg is patiëntvolgend. Dit betekent bijvoorbeeld dat verplichte zorg kan worden toegepast op de plek waar de betrokkene zich bevindt, ook thuis of poliklinisch. • De WvGGZ geeft betrokkenen en familie meer rechten en waarborgen (o.a. meer beroepsmogelijkheden, het recht gehoord te worden, bijstand door een patiënt vertrouwenspersoon en een advocaat, doorzettingsmacht bij naasten richting de rechter, voor het aanvragen van een Zorgmachtiging bij de rechter). Het is de bedoeling van de wet om dwang alleen in uiterste gevallen toe te passen. De WvGGZ geldt voor inwoners met psychiatrische problematiek als hun gedrag, als gevolg van die psychische stoornis, leidt tot ernstig nadeel voor henzelf of voor anderen en verplichte zorg de enige manier is om dat ernstige nadeel weg te nemen. De WvGGZ geldt niet voor cliënten met een voorliggende verstandelijke beperking of ouderdomsproblematiek. Voor hen geldt de Wet zorg en dwang.

(Hierin zijn wel bevoegdheden voor de burgemeester opgenomen t.a.v. gedwongen opname.) In grote lijnen veranderen er met de WvGGZ vier dingen: 1. De positie van de burgemeester. De In Bewaring Stelling (IBS) wordt (wat betreft de WvGGZ) de Crisismaatregel, die op enkele punten is veranderd. De crisismaatregel is breder dan de IBS, omdat alle vormen van verplichte zorg via een crisismaatregel kunnen worden opgelegd, niet alleen opname. Bovendien wordt in de beoordeling ook het hoorverslag van betrokkenen en de gedwongen opname historie mee gewogen. 2. Gemeenten moeten een verkennend onderzoek gaan doen naar aanleiding van meldingen van bijvoorbeeld familie of een andere persoon uit de omgeving van de betrokkene. Heeft deze man of vrouw verplichte GGZ nodig? Iedereen kan een melding doen bij de gemeente. Wanneer de uitslag het onderzoek daartoe aanleiding geeft wordt namens het college een verzoek gedaan bij het OM een verzoek voor een Zorgmachtiging (voorheen RM). Het OM benoemt vervolgens een GGZ aanbieder, die een plan van aanpak maakt. Dit wordt voorgelegd aan de rechter. 3. Gemeenten en ketenpartners moeten veilig en met zo weinig mogelijk moeite informatie uitwisselen. Het landelijk ketenbureau faciliteert bij de ontwikkeling van informatieproducten die gemeenten kunnen gebruiken. Voor de crisismaatregel is het huidig BOPZ-online uitgebreid.

4519995 4. Het OM, de gemeenten en de geneesheer-directeuren van zorgaanbieders - aangevuld met ander partijen zoals politie - houden elke drie maanden een regio-overleg om de voortgang en de uitvoering van de WvGGZ te monitoren en waar nodig bij te stellen. 5. Door het OM (bij aanvraag Zorgmachtiging) of burgemeester (bij een Crisismaatregel) aangewezen GGZ-zorgaanbieders dienen tbv betrokkene een plan van aanpak op te stellen. Daarin dienen ze de gemeente te betrekken, waar het gaat om diensten waarvoor de gemeente een taak heeft (zoals inkomen of wonen). De gedwongen zorg voor inwoners met een voorliggende verstandelijk beperking of ouderdomsproblematiek (bijv. dementie) valt sinds 2020 onder de Wet zorg en dwang. Zorgaanbieders binnen deze sectoren zijn zelf verantwoordelijk voor de beoordeling en het zo nodig aanvragen van een In Bewaring Stelling bij de burgemeester. In de praktijk is vaak sprake van samenloop en is niet altijd direct helder welke problematiek voorliggend is. Het risico bestaat dan ook dat betrokkenen tussen wal en schip vallen. Het ministerie van VWS heeft de aanbieders VG, ouderenzorg en GGZ opgeroepen regionaal sluitende afspraken te maken. De burgemeester is verantwoordelijk voor het opleggen van een IBS (in bewaring stelling) bij acute crisis.

De burgemeester heeft een aanwijzingsbevoegdheid om betrokkenen, ook bij een negatief advies van de arts binnen, een van de genoemde sectoren verplicht te laten opneemt.

4519995

2. De Delftse agenda Wat betekenen deze ontwikkelingen nu voor de stad, wat gebeurd er en hoe wordt in Delft invulling gegeven aan deze ontwikkelingen? Invulling en uitvoering geven aan de opgaven die er liggen is niet alleen een taak van de gemeente. Het is een samenspel en samenwerking van inwoners, ervaringsdeskundigen, partners in de stad, zorgverzekeraar en gemeente. Veel van de in hoofdstuk 1 genoemde ontwikkelingen raken en/of overlappen elkaar. De lokale invulling ervan biedt vaak niet een oplossing voor 1 ontwikkeling, maar meerdere. Daarom zal in dit hoofdstuk de Delftse agenda niet aan de hand van de ontwikkelingen worden gevuld, maar aan de hand van de indeling basis, maatwerk, vangnet.

2.1. De basis In de basis zijn de voorzieningen en interventies georganiseerd die vrij toegankelijk zijn. Ze dragen ertoe bij dat inwoners met GGZ problematiek zelfstandig kunnen wonen en kunnen meedoen in de stad. Ze zijn gericht op preventie, signalering, toeleiding, maar geven ook invulling aan de juiste zorg op de juiste plek en de mens centraal, de thema’s uit het hoofdlijnenakkoord.

2.1.1 Inloop GGZ In 2019 is met DOEL Delfland een nieuw contract gesloten voor de inloop GGZ. De inloop is een zeer laagdrempelige voorziening op drie plekken in de stad: het Grand café op het Joristerrein, het Buitenhuis en de Van Adrichemstraat. Bij de inlooplocaties kunnen inwoners binnenlopen voor een kopje koffie, praatje, spelletje of gezamenlijke maaltijd. De inloop is voor iedereen toegankelijk. Een inwoner kan meedoen zonder in behandeling te zijn bij GGZ Delfland of zonder een Wmo-indicatie. De professionele gastvrouw of -heer beschikt over kennis van de psychiatrie en helpt bij (het oppakken van) verschillende dagelijkse bezigheden, zoals financiën, persoonlijke verzorging en huisvesting. Daarnaast kun men in gesprek gaan met andere deelnemers of meehelpen met het verzorgen van maaltijden. Per week bezoeken bij benadering ruim 900 inwoners de inloop1. De inloop draagt bij aan de doelstellingen van het hoofdlijnenakkoord, maar draagt ook bij aan bouwstenen uit de Aanpak personen met verward gedrag: signaleren en preventie.

2.1.2 Herstelacademie In het hoofdlijnenakkoord GGZ is de herstelacademie een van de goede voorbeelden die wordt genoemd als het gaat om herstel van de cliënt en versterken van het netwerk van de cliënt. Een herstelacademie is een plek met een aanbod van educatie en zelfhulp gericht op herstel van welbevinden in en na psychische ontwrichting. De herstelacademie biedt de deelnemers vrije ruimte zelf te kiezen uit het aanbod – los van ieders achtergrond en doel. De deelnemers kunnen hun persoonlijke vragen rond pijn, zingeving, ontwikkeling, inclusie en groei verkennen. De herstelacademie wordt georganiseerd door ervaringsdeskundigen op basis van peer-support. De ontmoeting met gelijken is een hoopgevende manier om samen te zoeken naar wat voor ieder belangrijk is. De uitgangspunten zijn gelijkwaardigheid en de uitwisseling van eigen ervaringen. In Delft is de Herstelacademie onderdeel van DOEL Delfland en gevestigd in het Buitenhuis. Ze wordt gerund door ervaringsdeskundigen, mensen die door een psychische stoornis ooit in de

1

Aantal is pré Corona. Ruimte is nu beperkt en maaltijdvoorziening via inloop is a.g.v. lockdown gestopt.

4519995 hulpverlening zijn beland. Doel Delfland leidt deze mensen op tot ervaringsdeskundige en zet ze in om cliënten vanuit hun eigen ervaring te ondersteunen. Er zijn onder meer dagelijkse inloopspreekuren en wekelijkse en maandelijkse activiteiten.

2.1.3 Crisiskaart De crisiskaart is een opvouwbare kaart waarop aangegeven is wat de wensen van een cliënt zijn in het geval van een crisis. De crisiskaart heeft een preventieve functie, omdat het kan zorgen voor meer zekerheid en veiligheid bij de cliënt. Daarnaast zorgt de kaart voor meer duidelijkheid over de wensen van een cliënt tijdens een crisis, en dat leidt tot minder gedwongen opnames. De crisiskaart komt het beste tot zijn recht als deze geborgd wordt bij een cliëntenorganisatie. Dit past bij de methode van Stichting Crisiskaart, waar voornamelijk met ervaringsdeskundigen gewerkt wordt. Daarnaast past het bij de crisiskaart als instrument van zelfregie. In Delft is de Herstelacademie een prima uitvoerder om de crisiskaart uit te rollen. Naast de preventieve functie voor crisissituaties levert de crisiskaart een potentiële bijdrage aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente: kaarthouders doen mogelijk minder beroep op Wmo-ondersteuning van de gemeente. Vanwege de preventieve functie geeft de crisiskaart invulling aan de doelstellingen van de Aanpak personen met verward gedrag, het hoofdlijnenakkoord GGZ maar is het ook een hulpmiddel bij de uitvoering van WvGGZ. DOEL Delfland gaat voor het eerste jaar uit van maximaal 300 kaarten die zullen worden uitgegeven.

2.1.4 Herstel in eigen omgeving Dit is een pilot die plaatsvindt vanuit het hoofdlijnenakkoord binnen de samenwerking met DSW. De gedachte achter de pilot is dat cliënten eerder en beter worden geholpen in ‘het voorliggend veld’ of ‘algemene voorzieningen’ en minder gebruik hoeven te maken van ‘maatwerk’. Er vindt substitutie plaats van professionele zorg naar informele zorg. Vanuit het hooflijnenakkoord bekeken: de cliënt krijgt ondersteuning die hij/zij nodig heeft en kan meedoen in de eigen omgeving. Voor een iemand die herstelt kan het er zo uitzien: in mijn gemeente zijn er plekken waar ik mezelf kan zijn, anderen mij begrijpen en helpen zonder te denken in diagnoses. Voor mensen die herstellen van een Ggz crisis is een behandeling die aanslaat het begin van (maatschappelijk) herstel. Niet alleen de activiteiten zijn belangrijk, maar ook een omgeving die stimuleert en helpt bij het herstel. Zo’n omgeving is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Vanuit dit project willen de deelnemers inzicht krijgen in de context waarin mensen herstellen in eigen omgeving en wat daarin helpt en wat daaraan toegevoegd zou kunnen worden. Pilots van dit project worden in Delft en PijnackerNootdorp gehouden, in samenwerking met DSW, DOEL Delfland, de Herstelacademie, Delft voor Elkaar en Welzijn Pijnacker-Nootdorp. De pilotgroep start met ongeveer 15 cliënten.

2.1.5 Vangnet in de wijk Zoal al in de inleiding en het eerste hoofdstuk aangegeven was de afgelopen jaren sprake van een toenemend aantal zelfstandig wonende, kwetsbare burgers, waaronder een groot aandeel van mensen met chronische GGZ-problematiek. Hun kwetsbaarheid vertaalde zich helaas regelmatig in incidenten, vereenzaming, vervuiling en zorg mijden (en voor de gemeente in een toenemend aantal Wmo-cliënten met zwaardere begeleiding). Ook in Delft was hier sprake van, met name in buurten met veel goedkope, kleine sociale woningbouw. Deze problemen zijn door de gemeente en partners (waaronder de woningbouwcorporaties) onderkend. Vanuit verschillende hoeken (verwarde personen aanpak, regioplan MOBW, Woonvisie) en partijen (zorg, welzijn, corporaties, politie) werd

4519995 gepleit voor méér en beter georganiseerde ondersteuning, toezicht en vroegsignalering op wijk/ buurtniveau. Gemeente en Delft voor Elkaar (DvE) hebben vervolgens het initiatief genomen tot het programma Vangnet in de wijk. DvE fungeert als trekker gezien de overlap met bestaande prestatieopdrachten. Zo dient DvE het vaste aanspreekpunt te zijn voor bewoners in het kader van Sterke Wijken en meer verbinding en samenredzaamheid in de wijk. Het programma Vangnet in de wijk is in oktober 2017 gestart met een bijeenkomst met beoogde samenwerkingspartners. Daarbij gaat het niet alleen om de kwetsbare burgers maar ook om het actief betrekken en draagvlak creëren bij omwonenden. Uitgangspunt van de aanpak is zoveel mogelijk gebruik te maken van wat er al is (o.a. algemene voorzieningen), dit aanbod effectiever in te zetten en ze toegankelijk te maken voor genoemde kwetsbare doelgroepen o.a. door het aanbod te versterken en betere verbindingen te maken (eventueel in nieuwe combinaties). Er is besloten te starten met verschillende thematische, wijkgerichte pilots: Steunvoorzieningen, Meedoen en Signaleringsnetwerken. Er is in eerste instantie vooral voor de Buitenhof gekozen omdat daar de meeste zorgproblematiek aanwezig is en omdat de onveiligheidsgevoelens daar hoog scoren m.n. rond de Reinier de Graafbuurt. De opbrengst uit deze pilots wordt daarna gebruikt in andere wijken.

Deze aanpak vraagt om voldoende aanwezigheid van signalering en ondersteuning, direct in de buurt (liefst vaste herkenbare gezichten), niet alleen van DvE maar ook van zorginstellingen, corporaties, politie. In 2019 is gestart met de voorbereiding voor de uitrol van het vangnet in de wijken van Delft waar dit nodig is. Er vindt een diepteonderzoek naar kwetsbare buurten en de prioritering daarin, plaats. Het financieringsplaatje wordt inzichtelijk gemaakt. De uiteindelijke uitrol dient op maat te zijn in de kwetsbare buurten, in intensieve samenwerking met de buurt (kwetsbaren en omwonenden) en de daar werkzame professionals en vrijwilligers. Doel van het vangnet is om escalaties en crises te beperken doordat er sneller gesignaleerd en geacteerd wordt, door professionals en buurtbewoners Het heeft een preventieve werking mbt de aanpak personen met verward gedrag en de WvGGZ. Door sneller ingrijpen en voorkomen van crises kan de inzet van duurdere zorg ook minder worden. Daarnaast heeft het vangnet een preventieve werking t.a.v. verloedering en overlast in de wijk. In 2020 is ingezet op continuering en borging van het vangnet in de Reinier de Graafbuurt, is na de verkenningsfase i.s.m. de buurtvereniging, gestart met een vangnet in de Bikobuurt en heeft een verkenning- inventarisatiefase- plaatsgevonden in de Poptahof. In de Kuyperwijk is in 2020 de verkenningsfase gestart.

In wordt er voor 2021 ingezet op een evaluatie van ruim 2 jaar vangnet in de wijk en worden plannen uitgelijnd hoe, en waar, Vangnet in de wijk in de toekomst, mede vanuit de ontwikkeling van Housing first, gaat vinden. Het Vangnet in de wijk is gestart vanuit de Aanpak personen met verward gedrag, maar draagt ook bij aan de doelstellingen van het hoofdlijnenakkoord GGZ en de transformatie beschermd wonenbeschermd thuis en maatschappelijke opvang. Het aantal inwoners dat bij benadering wordt bereikt met Vangnet in de wijk:

4519995 Vangnet

Bereik Bereik unieke samenwerkingspartners bewoners via PR

Deelnemende bewoners aan activiteiten (gemiddelde)

Bikolaan

8

400

25

Poptahof

7

500

40

Reinier de Graaf

18

220

58

Kuyperwijk

7

100

In 2021 ivm Corona nog geen activiteiten.

Totaal

40

970

123

2.1.6 Meldpunt Bezorgd Meldpunt Bezorgd valt sinds 2015 onder Delft Support. Bij Meldpunt Bezorgd kunnen burgers en instanties een melding doen van personen waar ze zich ernstige zorgen over maken. Het kan o.a. gaan over vervuiling, hoarding, verwardheid, verslaving, ernstige eenzaamheid, financiële problemen, overlast, dakloosheid. Meldpunt Bezorgd leidt betrokkene, veelal via bemoeizorg, toe naar de juiste hulp. Het gaat om ongeveer 600 meldingen per jaar. Er zij samenwerkingsafspraken met oa GGZ, verslavingszorg, Delft voor Elkaar, huisartsen, woningbouwcorporaties en politie. Meldpunt Bezorgd is aangesloten bij het Landelijk meldpunt personen met verward gedrag. Meldpunt Bezorgd is tevens meldpunt i.k.v. de WvGGZ. I.k.v. eenzaamheidsbestrijding worden afspraken gemaakt met Delft voor Elkaar over het starten van een laagdrempelig Signaalpunt eenzaamheid. Er worden jaarlijks ongeveer 600 meldingen vanuit Delft bij Meldpunt Bezorgd gedaan.

2.1.7 Ketenaanpak bemoeizorg (met convenant) In Delft is er een brede wens dat inwoners, kwetsbaar of niet, prettig samen kunnen wonen en samen kunnen leven. Meestal gaat dit goed, maar helaas niet altijd. Om nog steeds prettig samen te kunnen leven wordt iets gevraagd van de buurtbewoners, de professionals als ook van de kwetsbare inwoner zelf. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Soms maken buurtbewoners zich ernstige zorgen om hun kwetsbare buurman of buurvrouw, voelen deze kwetsbare inwoners zich niet geaccepteerd/ begrepen of ervaren buurtbewoners juist overlast van elkaar. Partners ontvangen vaak ieder op het eigen vlak signalen van de bewoner zelf of juist omwonenden. Soms is één signaal voldoende alarmerend voor een organisatie om daarop actie te kunnen nemen. Maar vaak zijn de signalen op zichzelf onvoldoende stevig om in te kunnen grijpen of stappen te kunnen zetten. Door het ontbreken van een breder beeld op de totale situatie blijven schrijnende gevallen vaak langere tijd onder de radar waardoor pas in een laat stadium hulp en ondersteuning op gang komt. Soms komt de hulp te laat en kan een inzet van zwaardere zorg of ontruiming niet meer worden afgewend. Een vroegtijdige signalering is dus essentieel om huisuitzetting te kunnen voorkomen en met lichtere zorg te kunnen volstaan. In Delft wordt al veel georganiseerd rondom bemoeizorg.

Zo hebben we Meldpunt Bezorgd dat is belegd bij Delft Support en zijn er losse samenwerkingsafspraken tussen

4519995 ketenpartners. Wat echter in Delft ontbreekt is een vastgelegde ketenaanpak op het gebied van bemoeizorg. Een integrale aanpak in andere gemeenten succesvol gebleken. Het gaat daarbij om zowel het signaleren van de problematiek, het samenbrengen van alle signalen als ook een integrale aanpak van de problematiek. Om dit in Delft te bereiken willen we een convenant bemoeizorg sluiten. De toekomstige convenantpartners zijn allen betrokken bij het bieden van (ongevraagde) hulp aan inwoners woonachtig of verblijvend in Delft die behoren tot de kwetsbare groepen. Doel van de aanpak is de samenwerking tussen convenantpartners te bevorderen zodat - ketenaanpak en ketenregie wordt vormgegeven - problemen tijdig worden gesignaleerd via melding of outreachend werk en een snelle toeleiding biedt naar (bemoei)zorg en ondersteuning; - escalatie van (individuele) problematiek en structurele (woon)overlast wordt voorkomen. - Er een duidelijke routekaart komt voor de partners als zich vragen op dit vlak voordoen Door samen met betrokken partners te werken aan de versterking van de signalering van problematiek en integrale ondersteuning aan kwetsbare inwoners daarop volgend, willen we de draagkracht van de wijken versterken en daarmee het leefklimaat voor inwoners verbeteren. Het convenant moet in de loop van 2021 gesloten worden. Meldpunt Bezorgd krijgt in deze ketenaanpak de regierol.

2.1.8 Pilot bemoeizorg In deze pilot kijkt GGZ Delfland mee met Woonbron bij bewoners die problemen veroorzaken en mogelijk hulp nodig hebben. Het doel van deze pilot is om in een vroeg stadium bewoners met een GGZ-problematiek de juiste zorg te bieden zodat overlast vermindert, eventuele huurachterstanden worden ingelopen, huisuitzettingen worden voorkomen en over en weer kennis en ervaringen worden gedeeld. Door deze gezamenlijke achter-de-voordeur aanpak wordt de problematiek vroeg gesignaleerd en snel gehandeld, zodat voorkomen wordt dat de problematiek verergert. Indien het project succesvol is, wordt gekeken hoe het verder uitgerold kan worden. Ook zal cofinanciering met de zorgverzekeraar besproken worden.

2.2. Het maatwerk Het maatwerk gaat over zorg en ondersteuning waar een indicatie voor nodig is en/of voorzieningen waarbij dergelijke ondersteuning wordt ingezet. De ondersteuning is gericht op herstel, stabilisatie of het voorkomen van verslechtering. 2.2.1 Begeleiding Per 2019 is Delft overgegaan naar resultaatgerichte ondersteuning. Alle lopende indicaties zijn in 2019 omgezet naar resultaatafspraken. Cliënten krijgen ondersteuning op de resultaatgebieden waarop dat nodig is om de zelfredzaamheid en participatie te versterken dan wel te stabiliseren. Daarbij gaat het niet om het aantal uren dat ingezet wordt, maar wat nodig is om het beoogde resultaat te bereiken. De inzet kan fluctueren. Juist cliënten met GGZ problematiek kennen goede

4519995 tijden, maar ook terugval. Met de resultaatgerichte ondersteuning kan de inzet worden gedaan die nodig is. Een tussenevaluatie in 2020 laat zien dat de eerste inhoudelijke bevindingen rondom het resultaatgericht werken positief zijn. Dit geldt met name voor het versterken zelfredzaamheid, de eigen regie, de kwaliteit, de samenwerking tussen partners en de tevredenheid van cliënten. De resultaatgerichte ondersteuning zal zich de komende jaren nog verder moeten ontwikkelen, met onder meer de verbinding met algemene voorzieningen, de basis die er nu ligt is een goede om dit te realiseren. Er zijn ongeveer 850 inwoners met psychische problematiek die begeleiding of dagbesteding krijgen. Dit is inclusief dak- en thuislozen die geïndiceerde begeleiding krijgen.

2.2.2 Beschermd wonen (Wmo) – Beschermd thuis Per 2020 is in de DWO2 regio, na een ruime voorbereidingstijd, gestart met de transformatie van Beschermd wonen. Met deze transformatie wordt de omslag naar Beschermd thuis gemaakt. Beschermd wonen in de Wmo is hierin een tijdelijke voorziening op de weg naar zelfstandig wonen. Het is voor de cliënt die nog 24 uurs zorg en toezicht nodig heeft. Bescherm thuis is een stap verder: cliënten wonen dan al zelfstandig, maar hebben nog steeds veel zorg en ondersteuning. De stap daarna is volledig zelfstandig wonen, met resultaatgerichte ondersteuning. Met deze transformatie gaan we onnodige hospitalisatie tegen en wordt het voor cliënten makkelijker om stapsgewijs terug te keren naar hun eigen woonomgeving. Met de doordecentralisatie naar de regiogemeenten kan de cliënt ook makkelijker terugkeren naar de eigen gemeente. In 2019 zijn alle cliënten met een Beschermd wonen indicatie geherindiceerd. Resultaat hiervan is dat een grote groep naar de Wet langdurige zorg zou overgaan en een andere grote groep van 90 cliënten een indicatie voor Beschermd thuis kreeg. Een relatief kleine groep van 45 cliënten heeft nog steeds een Beschermd wonen binnen de Wmo nodig. Er wordt nu hard gewerkt om voor de cliënten met een indicatie voor Beschermd thuis passende woningen te vinden.

Afgelopen jaar is er een intensief traject gevolgd met zorgaanbieders en woningcorporaties om afspraken te maken rondom het zelfstandig wonen van cliënten met een Beschermd thuis basis indicatie in de wijk. Deze afspraken liggen vast in het Convenant Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen en zijn erop gericht om een cliënt zo goed mogelijk te laten landen in een wijk en woonoverlast te beperken. Begin 2021 is dit convenant ondertekend. In totaal hebben 135 cliënten (regionaal) een indicatie voor Beschermd wonen of Beschermd thuis.

2.2.3 Housing First In Delft (en in de regio) gaan we starten met Housing First. Dit vloeit voort uit de regionale aanpak dak- en thuisloosheid waarin we, anticiperend op de toekomstige doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang, samen met de regio optrekken. De regionale aanpak bestaat uit het realiseren van flexwoningen voor onder andere Housing First om zo het verblijf in de nachtopvang te verkorten dan wel over te slaan. Hierdoor wordt het mogelijk om de nachtopvang te transformeren naar een kleinschalige voorziening met eenpersoonskamers.

2

DWO: Delft Westland Oostland, bestaande uit de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Westland. Delft is centrumgemeente voor de DWO regio voor de taken Beschermd wonen (en Beschermd thuis) en Maatschappelijke opvang

4519995 Housing First is ontworpen voor mensen die veel hulp nodig hebben om uit langdurige- of herhaaldelijke dakloosheid te komen. Housing First gebruikt huisvesting als startpunt in plaats van als einddoel. Het bieden van een woning is de eerste en meest noodzakelijke stap in herstel, nog voordat er iets anders wordt gedaan. Daarom wordt het 'Housing First' genoemd. De begeleiding richt zich op het mogelijk maken dat iemand met succes in zijn eigen huis woont. Dit is heel anders dan de huidige maatschappelijke opvang trajecten die mensen 'woon klaar' probeert te maken voordat ze de kans krijgen op een eigen (t)huis. De intensieve begeleiding richt zich op het stabiliseren en eventueel verbeteren van gezondheid, welzijn en integratie in de samenleving. Wereldwijd wetenschappelijk onderzoek toont aan dat Housing First dakloosheid duurzaam beëindigt voor gemiddeld minstens acht van de tien mensen. In de tweede helft van 2020 is bij het ministerie van VWS subsidie aangevraagd, in het kader van de aanpak Iedereen onder een dak, om deze Housing First in Delft én de regiogemeenten op te kunnen zetten. Eind 2020 is deze aanvraag gehonoreerd. Er wordt nu een projectplan opgesteld en een projectleider geworven die met regiogemeenten en partners in de zorg en wonen, Housing First zal gaan realiseren. Met de uitrol van Housing First zal ook Vangnet in de wijk worden uitgebreid.

De DWO regio start met het realiseren van 15 Housing First plekken. Ook wordt de Short stay uitgebreid met 15 plekken. Tenslotte worden nog 10 flexwoningen gerealiseerd voor uitstroom uit instellingen. In de DWO regio waren in 2020 179 daklozen geregistreerd.

2.3. Vangnet In deze paragraaf staan de zaken beschreven die van kracht zijn dan wel ingezet worden als een crisis dreigt, als iemand in verwarde toestand wordt aangetroffen of de veiligheid in het geding is. Ook Beschermd wonen in de Wlz wordt hier benoemd. De Wlz betreft zorg voor mensen die langdurig aangewezen zijn op 24 uurs zorg (in nabijheid) en is in die zin ook een vangnet.

2.3.1 Wet verplichte GGZ De WvGGZ kent vooral landelijk afgesproken protocollen, zodat overal eenzelfde werkwijze is. De meld- en onderzoeksfunctie is in Delft belegd bij het Sociaal Team van Delft Support en is gekoppeld aan Meldpunt Bezorgd. Het driemaandelijks regio-overleg om de voortgang en de uitvoering van de WvGGZ te monitoren en waar nodig bij te stellen, is in Haaglanden bestuurlijk belegt bij het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid Haaglanden. Dit overleg wordt per toerbeurt voorgezeten door de burgemeester van Delft en de wethouder Wmo van Den Haag. Het operationele overleg is belegd bij het “SORO”3, voorgezeten door Parnassia. Delft is daarin een van de vertegenwoordigers namens de Haaglanden gemeenten. De WvGGZ spreekt van “wederkerigheid”, wanneer het gaat om aansluiting binnen het sociale domein. De gemeente en Delft Support hebben met GGZ-Delfland afspraken gemaakt om ervoor te

3

SORO: Strategisch Operationeel Regio Overleg

4519995 zorgen, dat bij psychiatrische patiënten, die gedwongen zorg ontvangen of vrijwillig opgenomen zijn, ook de problematiek op het gebied van o.a. inkomen en huisvesting wordt opgepakt. In de WvGGZ is nadrukkelijk ruimte gemaakt voor een hooroverleg. In de praktijk is merkbaar dat dat niet makkelijk is in een crisissituatie. De crisiskaart, die een cliënt invult voordat er sprake is van crisis, kan juist in een crisissituatie behulpzaam zijn. De wens van de cliënt kan beter meegenomen worden. Er worden in Delft ongeveer 120 Crisismaatregelen per jaar afgegeven. Er vindt ongeveer 12 keer een Verkennend Onderzoek plaats. Ongeveer 25 x per jaar is sprake van een IBS in het kader van de Wet zorg en dwang.

2.3.2 Opvang Verwarde Personen DWO Sinds begin 2017 is er een aparte Opvang Verwarde Personen gerealiseerd bij GGZ-Delfland voor de regio DWO. Politie kan daar alle verwarde personen 24/7 naar toe brengen, die niet verdacht worden van strafbare feiten. Bij de OVP vindt beoordeling plaats en wordt gezorgd voor een vervolgaanpak (opname, behandeling, toeleiding naar andere zorginstanties). Personen die verdacht worden van een strafbaar feit worden vervoert naar het hoofdbureau van politie in Den Haag, waar ook de OVP Den Haag is gevestigd. De OVP Den Haag dient tevens als achtervang als er geen is plek bij GGZDelfland (in Delft of Schiedam). De OVP ziet vanuit Delft ongeveer 135 cliënten per jaar

2.3.3 Triage en vervoer verwarde personen Op initiatief van het landelijke Aanjaagteam zijn binnen de RAV regio’s pilots gestart om het vervoer van verwarde personen, wat tot nu toe meestal ten onrechte door politie gebeurde, anders te organiseren. Op Haaglandenniveau is op initiatief van de centrumgemeenten Delft en Den Haag een plan van aanpak ontwikkeld voor triage en vervoer, gekoppeld aan de Meldkamer 112. De projectleiding is belegd bij de GGD. Binnen de meldkamer 112 vindt GGZ triage plaats door een verpleegkundige en 1 van de 3 GGZ-instellingen. In de pilotfase is ook geëxperimenteerd met een apart voertuig. Volgens de nieuwe landelijke richtlijnen gaat het vervoer van verwarde personen alsnog onder verantwoordelijkheid van de RAV/ROAZ plaatsvinden. Daarmee is de pilot eind 2020 gestopt. Per 2021 is binnen Haaglanden de GGZ-vervoersdienst ingehuurd voor het vervoer van psychiatrische patiënten en verwarde personen. De triagefunctie is belegd bij de medische meldkamer 112, die afstemt met de triagisten van de crisisdiensten van de 3 GGZ instellingen binnen de regio. Er wordt gewerkt aan optimale samenwerking tussen de Meldkamer 112, GGZvervoersdienst, de reguliere ambulancediensten, politie en de GGZ. Ook wordt een goede lijn gelegd met de spoedposten huisartsen en lokale OGGZ meldpunten.

2.3.4 Zorg en Veiligheid Binnen de regio Haaglanden is, o.l.v. centrumgemeenten Den Haag en Delft, de afgelopen jaren hard gewerkt aan een betere verbinding tussen zorg en veiligheid, op de terreinen waar beiden elkaar nodig hebben en kunnen versterken. Dit heeft geresulteerd in de transformatie van het Veiligheidshuis Haaglanden naar een zorg- en veiligheidshuis, een bestuurlijk overleg met gemeenten en ketenpartners en intergemeentelijke samenwerking zorg en veiligheid. De aandacht richtte zich in eerste instantie op de Aanpak personen met verward gedrag en de WvGGZ maar breidt zich uit naar andere onderwerpen van de landelijke bestuurlijke agenda, zoals: Nazorg ex-

4519995 gedetineerden, Ketenveldnorm levensloopfunctie en beveiligde zorg, Huiselijk geweld aanpak, Mensenhandel en Radicalisering. Bij het Zorg en Veiligheidshuis lopen verschillende pilots, gericht op integraal maatwerk, zoals de Pilot integrale aanpak risicovol en verward gedrag. Kandidaten worden geleverd vanuit de Lokale veiligheidskamers.

2.3.5 Beschermd wonen (Wlz) Per 2021 is ook in de Wet langdurige zorg (Wlz) ruimte gecreëerd voor Beschermd wonen. Dit is voor de groep cliënten voor wie zelfstandig wonen niet of pas op lange termijn is weggelegd. Zij zijn langdurig op 24 uurs zorg en toezicht aangewezen. De overgang van deze cliënten gebeurd in nauwe samenwerking met zorgaanbieders en zorgkantoor. Deze laatste is verantwoordelijk voor de inkoopafspraken en de financiering in de Wlz. De indicatiestelling wordt, zoals bij alle Wlz zorg, uitgevoerd door het CIZ4.

4

CIZ: Centrum indicatiestelling zorg

4519995

3. Financiële paragraaf Met de basisvoorzieningen, maatwerk afspraken en de ontwikkelingen is, zoveel als nu mogelijk is, rekening gehouden in de begroting 2021 e.v. Daarnaast zijn er ook samenwerkingen met regiogemeenten en andere partijen, die in bepaalde gevallen bijdragen aan de kosten. Onderstaand vindt u op hoofdlijnen de kosten die gemaakt worden met de ondersteuning van kwetsbare inwoners met, in de meeste gevallen, GGZ-problematiek. Onderwerp

Beschikbare budget

Beschermd € 16,2 miljoen wonen, beschermd thuis structureel

Toelichting

Dit is het beschikbare bedrag per 1 januari 2021. Het budget is per 2021 met € 5,4 miljoen verlaagd t.o.v. 2020 a.g.v. de Wlz uitname. Er wordt een extra onttrekking verwacht van circa € 3 miljoen, omdat er meer Wlz cliënten zijn. Een deel van het beschikbare budget (€ 743.000) zit in de begroting van Delft support t.b.v. de uitvoeringskosten. Vanaf 2023 speelt de doordecentralisatie naar de afzonderlijke gemeenten, vooralsnog lijkt de regio een klein voordelig effect hierin te hebben. Daarnaast is dit budget onderdeel van het actieplan Sociaal domein voor € 300.000 structureel.

Reserve beschermd wonen

€ 6,2 miljoen (incl. voorstel JR 2020)

Dit bedrag is het resultaat van overschotten 2019-2020 op het Beschermd wonen budget t.o.v. de gemeentefonds inkomsten. Gezien het gezamenlijke convenant zijn deze middelen voor de gehele centrumregio in een reserve gestort. In 2021 wordt gewerkt aan een voorstel deze reserve te verdelen over de regio zodat deze inzetbaar is voor de gewenste doorontwikkelingen bij de gemeenten.

Housing first en vangnet in de wijk

€ 2,4 miljoen incidenteel

Vanuit het rijk is € 2,1 miljoen bij de decembercirculaire 2020 ter beschikking gesteld t.b.v. dak- en thuisloosheid. Daarnaast is een subsidie € 295.000 ontvangen vanuit ministerie van BZK voor de huisvesting van kwetsbare groepen. Vangnet in de wijk wordt in 2021 nog voor een deel € 180.000 uit de reserve SD betaald, vanaf 2022 moet dit onderdeel zijn van de doorontwikkelingen bij BW/BT

4519995 Inloop GGZ, € 530.000 aanpak structureel bemoeizorg, hoofdlijnen akkoord, herstelacademie en crisiskaart

Deze middelen worden voor het grootste deel ingezet voor de GGZ inloop, waarbij de herstelacademie ook in de opdracht is meegenomen. Deel van de kosten van de herstelacademie worden ook betaald via de zorgverzekeringswet.

Verward personen, meldingen en vervoer

Geen onderdeel Tussen januari 2018 en december 2020 zijn er meerdere subsidies van de begroting verstrekt door ZonMw. Deze middelen zijn doorgezet naar de GGD gemeente Delft t.b.v. de uitvoering hiervan.

Wet verplichte GGZ

€ 130.000 structureel

Vanuit het gemeentefonds is sinds 2019 ca. € 130.000 per jaar ontvangen. Voor een groot deel is dit bedrag toegevoegd aan de begroting van Delft support t.b.v. de uitvoering van deze taken.

Begeleiding

€ 6,5 miljoen

Voor begeleiding is er € 11 miljoen beschikbaar in de begroting. Dit is voor alle doelgroepen tezamen en GGZ is daar een onderdeel van. Bij benadering is ruim € 6,5 miljoen daarvan bestemd voor de doelgroep psychiatrie.

Meldpunt Bezorgd

Onderdeel begroting Delft Support

Delft support heeft een sociaal team dat zich o.a. bezig houdt met de uitvoering van onderdelen in deze (o)GGZ agenda. Dit betreft de uitvoering van Meldpunt Bezorgd, WvGGZ.

Vanaf 2021 worden de kosten voor de opvang verwarde personen en het vervoer, betaald door de zorgverzekeraar.

Voor herstel in eigen omgeving en ketenaanpak bemoeizorg worden geen kosten gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9962361/1