CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2113259 College van B en W - afdoening motie en toezegging Beschermd Wonen

Commissie Sociaal Domein en Wonen 10 juni 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2113260 College van B en W - de (O)GGZ agenda Delft (afdoening toezegging 19-01 en 29-02)3.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenleving

t

bezoekadres:

Gemeente Delft

2611 B8V Delft

Stationsplein 1 IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Nyncke Graafland - van den Berg Telefoon 06-52 739 200

Retouradres : Postbus 78, 2600 ME Delft

ngraafiand@delft.nl Internet www.delft.nl

Aan de leden van de raad

Telefoon 14015

Datum

Onderwerp

30-03-2021

Afdoening motie & toezegging Beschermd Wonen

Ons kenmerk

4517474 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte leden van de raad,

2

In de commissievergadering van Wanen van 9 mei 2019 heeft wethouder Schrederhof u toegezegd om de effecten, de kosten en de kwaliteit van de inkoop beschermd wonen te monitoren en hierover te rapporteren aan de raad. In de bijlage treft u de evaluatie van de inkoop beschermd wonen waarin op de bovengenoemde aspecten wordt ingegaan. Daarnaast is in de Raadsvergadering van 16 mei 2019 de matie Beschermd Wonen aangenomen waarin het college werd opgeroepen in beeld te brengen over welke doelgroepen met welke indicatie het gaat binnen Beschermd Wanen. Er werd gevraagd dit na de herindicatie ronde te delen. Door corona maatregelen en vertraging bij het CIZ met betrekking tot WLZ indicaties zijn de herindicaties nag niet volledig afgerond. Maar in de tweede bijlage ontvangt u een overzicht van de stand van zaken tot nu toe. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd over hoe wij uitvoering hebben gegeven aan de matie en stellen voor de toezegging afte doen.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

, burgemeester

L.B. Harpe I.. , secretaris

dr. M. Berger, l.s.

Samenleving

Doorkiesnummers: Telefoon 06-52 739 200

Aan

College B&W Afschrift aan

Mark Rothuizen

Nota Datum

Onderwerp

08-01-2021

Evaluatie inkoop Beschermd Wonen

Ons kenmerk

4517482 Opsteller

Nyncke Graafland - van den Berg Bijlage

Inleiding Na een intensief voortraject waarin onder andere het Visiedocument Inkoop Beschermd Wonen 2020 in januari 2019 door de Raad is vastgesteld, is in de zomer van 2019 begonnen met de inkoop van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis. Per januari 2020 zijn, als resultaat van de inkoop, elf (nieuwe) zorgaanbieders gecontracteerd. In deze evaluatie kijken we terug op de inkoop en het eerste jaar waarin de aanbieders actief waren en beantwoorden we de vraag of de vooraf gestelde doelen behaald zijn en welke effecten we zien. Vooraf moet gezegd dat 2020 in veel opzichten vanwege de pandemie een bijzonder jaar was en dat de pandemie ook van invloed is geweest op de stappen die gezet zijn. Uitgangspunten inkoop Belangrijkste uitgangspunt bij de inkoop was dat de inkoop bij moest dragen aan de transformatie1 van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en de ophanden zijnde doordecentralisatie naar de regio. Op het moment van inkopen was er over zowel de transformatie als de doordecentralisatie onzekerheid. Zo was er nog onduidelijkheid over het tempo en de financiering van de doordecentralisatie. Daarnaast speelde de uitname van cliënten naar de WLZ. Het streven was om de inkoop deze bewegingen in elk geval niet in de weg te laten staan. In de inkoopvisie zijn een aantal uitgangspunten benoemd.

Deze uitgangspunten waren: • De te verwachte verkleining van de doelgroep intramuraal beschermd wonen; • Verzwaring van de zorgvraag van de doelgroep; • Integraal en gevarieerd aanbod van begeleiding; • Opbouwen van het vangnet in de wijk en versterken van ketensamenwerking tussen aanbieders; • Spreiding van cliënten over de regio; 1 Transformatie, doordecentralisatie en de overgang naar de WLZ, belangrijke begrippen in

deze evaluatie. Een korte uitleg vindt u in bijlage 1.

•

Flexibiliteit in inkoop om de beweging naar Beschermd Thuis en spreiding in de regio mogelijk te maken.

Inkoop Bij de inkoop van Beschermd Wonen is voor de Open House methode gekozen. Binnen deze methode mag iedere aanbieder, wanneer deze voldoet aan de door de gemeente vooraf vastgestelde kaders, meedoen. Hierbij is er voor gekozen om gedurende de contractperiode jaarlijks één instroommoment te kiezen waarbij nieuwe aanbieders de mogelijkheid hebben in te stromen. Deze manier van inkopen draagt bij aan onze uitgangspunten van een gevarieerd aanbod, flexibiliteit en de mogelijkheid tot betere spreiding van cliënten over de regio. Bij de inkoop is ervoor gekozen om Beschermd Wonen op te splitsen in vier producten. Beschermd Wonen plus, Beschermd Wonen basis, Beschermd Thuis plus en Beschermd Thuis basis. De opsplitsing van Beschermd Wonen in vier producten moet de transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis een extra impuls geven. Door cliënten de passende indicatie te geven moet duidelijk worden welk deel van de doelgroep toegewezen is op Beschermd Wonen en welk deel van de groep al richting zelfstandig wonen in de wijk kan met een Beschermd Thuis indicatie. Aanbieders In 2019 zijn uiteindelijk 11 zorgaanbieders gecontracteerd. Vijf van dezen waren al actief als beschermd wonen aanbieders in onze regio, de overige zes waren nieuw.

In het eerste instroommoment, inschrijving in de zomer van 2020, toelating per januari 2021, zijn daar nog drie nieuwe aanbieders bijgekomen2. Er zijn een aantal aanbieders die specifieke doelgroepen bedienen zoals jonge moeders, jongeren met een autisme stoornis of ex-verslaafden. Er zijn ook aanbieders die een bredere doelgroep bedienen of aanbieders met een specifiek product aanbod zoals Housing First. Hoewel de aanbieders een breed scala aan zorg bieden, blijkt in de praktijk dat er voor bepaalde doelgroepen nog aanbod ontbreekt. Ook de spreiding over de regio is nog minimaal. De meeste zorg wordt geleverd in Delft. Cliëntenaantallen Op het moment van inkoop was nog niet duidelijk hoeveel cliënten in aanmerking kwamen voor beschermd thuis. Dit omdat in 2015 voor de bestaande cliënten een overgangsperiode van 5 jaar gold en er nog geen herindicaties hadden plaatsgevonden van deze groep (het gros van de cliënten). Daarnaast was er gedurende de inkoop onduidelijkheid over de openstelling van de WLZ per 2021 voor de BW doelgroep en de aantallen cliënten die hier naar toe over zouden gaan omdat zij hun leven lang een beroep op zorg/ondersteuning zullen moeten doen. 2

De aanbieders zijn: Perspektief, GGZ Delfland, Limor, Stichting de Binnenvest, Leger des Heils, Prodeba, Stichting Kopzorgen, Pret in Herstel, Jados, Fonteynenburg, Philadelphia, Siriz, Zeeuwse Gronden en Zero & Sano.

2/7

Partijen schreven zich dus in voor een contract zonder te weten hoeveel cliënten zij gingen ondersteunen. Daarbij kon de gemeenten ook geen omzetgaranties bieden omdat inzicht in de aantallen ook voor de gemeente ontbrak. Er zijn in dit proces aannames gedaan op aantallen afgaand op het rapport Dannenberg3 waarin over een verdeling in derden wordt gesproken. Eénderde van de doelgroep BW zou overgaan naar de WLZ, 1/3 zou intramuraal Beschermd Wonen nodig blijven hebben en 1/3 van de cliënten zou zelfstandig in de wijk kunnen gaan wonen.

Herindicaties en WLZ Zoals aangegeven werd de inkoop gestart in een tijd dat er een aantal onzekerheden waren omtrent transformatie naar beschermd thuis en de uitstroom van cliënten naar de WLZ. Om hier meer duidelijkheid in te krijgen is Delft Support in het najaar van 2019 begonnen met de herindicaties van álle cliënten die op dat moment een indicatie Beschermd Wonen hadden. Cliënten werden geïndiceerd volgens de vier genoemde producten of doorverwezen naar het CIZ voor de aanvraag van een WLZ indicatie. Begin 2020 kwam uit alle herindicaties het beeld naar voren dat er een grotere groep dan verwacht over gaat naar de WLZ. Ongeveer 175 cliënten. Daarnaast is er een grote groep cliënten met een BT indicatie (ongeveer 154) en bleef er een kleine groep (ongeveer 59) cliënten over met een BW, plus of basis, indicatie over. Op dit moment is nog niet te zeggen of de verzwaring van de zorgvraag die we in voorgaande jaren hebben bemerkt bij herindicaties zich voornamelijk voordeed bij cliënten die nu naar de WLZ overgaan en of daarmee de verzwaring van de zorgvraag weer afneemt. Wel zien we dat de groep met een Beschermd Wonen indicatie relatief klein is en een grotere groep voldoende heeft aan een lichtere zorg indicatie, namelijk beschermd thuis.

Invloed aantallen op uitgangspunten De hierboven beschreven ontwikkeling in aantallen heeft invloed op de verdeling van cliënten over zorgaanbieders. De verwachting bij de inkoop dat de doelgroep verkleint komt dus uit. Dit heeft effect op een van onze uitgangspunten bij de inkoop, namelijk een groter palet van zorgaanbieders waar cliënten terecht kunnen. De huidige clientaantallen geven daar minder ruimte voor, met name voor intramuraal beschermd wonen. Voor een intramurale Beschermd Wonen locatie geldt voor een zorgaanbieder een minimum aantal van ongeveer 24 cliënten om de ondersteuning financieel en kwalitatief goed uit te kunnen voeren. Met de huidige aantallen BW cliënten zijn dat twee aanbieders. In de praktijk zitten de meeste van de BW cliënten al bij één aanbieder, namelijk Perspektief. De spreiding over meerdere aanbieders van BW cliënten is daarmee op dit moment niet realistisch. 3 In opdracht van VNG heeft de commissie Dannenberg in 2016 een toekomstvisie geschreven over beschermd wonen, inclusief uitgangspunten voor een financieel verdeelmodel en samenwerking tussen gemeenten. Dit rapport is door de VNG als basis gebruikt voor de transformatie en doordecentralisatie van Beschermd Wonen.

3/7

Op het gebied van Beschermd Thuis zijn wel veel mogelijkheden voor de spreiding over aanbieders. Bij Beschermd Thuis wonen cliënten individueel in de wijk (BT Basis) of geclusterd (BT plus). Belangrijke voorwaarde hierbij is de beschikbaarheid van woningen voor deze doelgroep. Daarnaast is het belangrijk om te werken aan het vangnet in de wijk om voor zowel de cliënten die nieuw komen wonen als de al bestaande bewoners een prettige woonomgeving te houden. Afgelopen jaar is er daarom onder andere intensief samengewerkt met zorgaanbieders en woningcorporaties om afspraken te maken rondom het zelfstandig wonen van cliënten met een BT basis indicatie in de wijk. Deze afspraken liggen vast in het Convenant Huisvesting Zorgafhankelijke Groepen en zijn erop gericht om een cliënt zo goed mogelijk te laten landen in een wijk en woonoverlast te beperken. Dit convenant was voor zowel woningcorporaties, als ook de zorgaanbieders en de gemeente een voorwaarde voor het succes van de transformatie van BW naar BT. Uitstroom van BT cliënten naar woningen gebeurde tot de ondertekening van dit convenant daarom nog minimaal. Begin 2021 is het convenant ondertekend in Delft en de beweging van BT cliënten richting de wijk komt nu op gang.

Effecten inkoop op kosten beschermd wonen Hoewel kostenbesparing géén uitgangspunt was bij de inkoop, is de verwachting wel dat transformatie naar beschermd thuis een kosten besparing zal opleveren. Voor beschermd thuis geldt, logischerwijs, een lager tarief dan voor beschermd wonen. Ook wanneer rekening gehouden wordt met bijkomende kosten van zelfstandig wonen, zoals een volledige uitkering of bijzondere bijstand wanneer dat nodig is, levert beschermd thuis in zijn totaliteit een besparing op. Doordat de uitstroom van cliënten naar beschermd thuis in afwachting was van het convenant is deze besparing nog niet gerealiseerd. Zolang cliënten in een intramurale setting wonen is met zorgaanbieders afgesproken dat zij ook intramurale bekostiging krijgen. Deze regeling geldt tot juni 2021, de verwachting is dat de uitstroom naar zelfstandige woningen dan loopt en cliënten dus niet langer intramuraal hoeven wonen wanneer dat niet nodig is qua indicatie.

Effecten transformatie op vastgoed De transformatie van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis en vervolgens zelfstandig wonen heeft ook gevolgen voor het vastgoed van aanbieders van beschermd wonen. Uitstroom van BT cliënten naar zelfstandige woningen betekent een afbouw van intramurale Beschermd Wonen locaties. Zo heeft Perspektief haar BW locatie op de Voorstraat af kunnen stoten en heeft een andere aanbieder deze locatie overgenomen en daar een geclusterde BT locatie van gemaakt. Daarnaast zijn er een aantal BW locaties die zijn omgezet naar WLZ locaties. Door betrokken zorgaanbieders is zorgvuldig nagedacht om

4/7

cliënten geen onnodige verhuisbewegingen te hoeven laten maken. Dit is dan ook slechts in een enkel geval gebeurd. Waar nodig kijken de gemeente en de zorgverzekeraar mee als de transformatie of de overgang naar de WLZ voor zorgaanbieders frictiekosten oplevert door bijvoorbeeld leegstaand vastgoed.

Ontwikkeltafel transformatie BW/BT Vanaf begin 2020 zijn alle gecontracteerde zorgaanbieders uitgenodigd om, samen met de regiogemeenten en de woningcorporaties, deel te nemen aan de Ontwikkeltafel transformatie BW/BT. Het uitgangspunt van deze tafel is om de transformatie gezamenlijk met aanbieders vorm te geven en de ketensamenwerking te versterken. Het beschermd wonen veld is, ook landelijk, zeer in beweging en de wens is om hier lokaal gezamenlijk vorm aan te geven. De opzet van de ontwikkeltafel is om te spreken over nieuwe vormen van Beschermd Thuis, over de verdeling van cliënten over aanbieders en, in overleg met de woningcorporaties, over woningen en het convenant. Het is prettig om zorgaanbieders en woningcorporaties regelmatig gezamenlijk aan tafel te hebben. Er bleek echter ook dat online vergaderen met een grote groep zich minder goed leent voor brainstormen en nieuwe plannen maken. De ontwikkeltafels worden nu nog steeds online georganiseerd om elkaar geïnformeerd te houden. Zodra de situatie met betrekking tot de corona maatregelen het toelaat, zullen de tafels weer fysiek georganiseerd worden. Op die manier kan de transformatie weer een extra impuls krijgen.

Conclusie De inkoop van Beschermd Wonen in 2019 heeft de transformatie in beweging gezet. Er zijn nieuwe aanbieders met specifieke producten bijgekomen en er is, langzaam maar zeker, een beweging te zien van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Het is daarbij positief dat Delft Support, de zorgaanbieders en de woningcorporaties allen steeds een actieve en meedenkende rol hebben in het proces. Tegelijkertijd moeten we door externe factoren onze manier van contracteren anders vorm gaan geven. Zo is de groep cliënten Beschermd Wonen eigenlijk te klein geworden om echt onderscheid in zorgaanbod te kunnen maken of goed te kunnen spreiden in de regio. De betrokkenheid van de regio gemeenten komt voorzichtig op gang maar vraagt nog om extra inzet om de doordecentralisatie definitief vorm te geven. Daarbij hebben we nog steeds te maken met twee grotere aanbieders. Er zijn nieuwe aanbieders actief, maar nog niet met en in de aantallen die we voor ogen hadden. Met de transformatie is het veld in beweging gekomen, dat geeft soms ook onzekerheid die samenwerking in de weg staat. Inhoudelijk merken we dat de omschrijving van de vier producten nog wel eens discussie oproept. De ontwikkeltafel is een goede plek om het gesprek 5/7

daarover met elkaar te voeren. Met de input worden de producten doorontwikkeld zodat de zorg aansluit bij de zorgbehoefte van cliënten en de transformatiebeweging. Zo kunnen bij een volgende inkoop de zorgproducten verder aangescherpt worden. Focus voor de toekomst Het contract loopt nog minimaal 1,5 jaar. Voor nu ligt er een goede basis om de komende anderhalf jaar verder te gaan. De komende tijd wordt gebruikt om nog meer in te zetten op de beweging naar Beschermd Thuis. Hierbij is het van belang goed in de gaten te houden wat de effecten zijn op en in een wijk waar cliënten gaan wonen. En daarbij, wanneer nodig, in te zetten op goede ondersteuningsstructuren. Daarnaast wordt bepaald wat de lessen van deze contractperiode betekenen voor de nieuwe inkoop of aanbesteding. Een eerste gedachte hierbij is dat de openhousemethode voor het in gang zetten van de beweging een goede methode was, maar dat voor stabiliteit in de toekomst een andere vorm van inkoop of aanbesteding waarschijnlijk beter passend is.

Kortom, we zijn op de goede weg, het lokale veld is in beweging. Echter ook het landelijke veld is in beweging en dat vraagt alertheid en de flexibiliteit om de koers van de transformatie bij te sturen waar dat nodig is.

6/7

Bijlage 1 Transformatie Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Met het rapport van de commissie Dannenberg is in 2015 richting gegeven aan de transformatie van Beschermd wonen. Met de transformatie gaan we uit van de beweging van Beschermd wonen naar Beschermd thuis: cliënten ontvangen begeleiding en ondersteuning in hun eigen woning. Dat vraagt op diverse vlakken verandering en innovatie. Het vraagt om innovatie van de zorg die “op afstand” voor veiligheid en ondersteuning moet zorgdragen, het vraagt om voldoende woningen ook in de regio, het vraagt om mogelijkheden om te kunnen participeren d.m.v. (vrijwilligers)werk en/of dagbesteding.

Doordecentralisatie De rol van centrumgemeente is voor Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang eindig. Na enige jaren uitstel heeft het Rijk besloten om per 1-1-2022 iedere gemeente (definitief) zelf verantwoordelijk te maken voor Beschermd wonen. De gemeenten worden echter wel geacht op dit onderwerp samen te werken. Dit betekent dat er in 2021 regionale samenwerkingsafspraken gemaakt moeten. Hiervoor is landelijk een Norm voor Opdrachtgeverschap opgesteld waarin omschreven staat waar de regionale samenwerking minimaal aan moet voldoen. Vanaf 1 januari 2023 komt er een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een zogeheten woonplaatsbeginsel. Maatschappelijke opvang zal in een later stadium een verantwoordelijkheid van alle gemeenten worden. Het is nog niet bekend wanneer dit zal plaatsvinden. Vrouwenopvang blijft een taak van de centrumgemeenten. Overgang naar WLZ Bij de behandeling van de Wmo2015 is een motie aangenomen dat de WLZ opengesteld zou worden voor Beschermd wonen cliënten die op basis van een psychische aandoening zeer langdurig (zo niet altijd) beschermd wonen nodig zouden hebben. Per 1-1-2021 is de WLZ opengesteld voor mensen die te maken hebben met langdurige/levenslange psychiatrische zorg en ondersteuning.

Dit heeft tot gevolg dat een deel van de huidige BW cliënten inclusief budget dit jaar (2021) overgaat van de Wmo naar de WLZ en daarmee de verantwoordelijkheid worden van het zorgkantoor.

7/7

Samenleving

Doorkiesnummers: Telefoon 06-52 739 200

Aan

De leden van de Raad Van

Nyncke Graafland - van den Berg Afschrift aan

Memo 4517484 Datum

Onderwerp

15-03-2021

Uitkomsten herindicaties Beschermd Wonen

Opsteller

Nyncke Graafland - van den Berg Bijlage

Inleiding Op 16 mei 2019 is de motie Beschermd Wonen aangenomen. In deze motie wordt het college opgedragen zo goed mogelijk in beeld te brengen over welke doelgroepen, met welke indicatie we het hebben voor wat betreft Beschermd Wonen en dit na de herindicatie ronde te delen met de Raad. Met deze memo willen wij u daarover inlichten. Herindicatie opstart In het najaar van 2019 is Delft Support begonnen met de herindicatie van alle cliënten die op dat moment een Beschermd Wonen indicatie hadden. Om cliënten niet onnodig te belasten met extra gesprekken én zo efficiënt mogelijk te werken, heeft Delft Support samen met de zorgaanbieders een eerste schifting gemaakt tussen cliënten die naar verwachting in aanmerking kwamen voor de WLZ en cliënten die naar verwachting onder de Wmo zouden blijven. Voor de eerste groep hebben de zorgaanbieders direct een WLZ-indicatie aangevraagd bij het CIZ1. En alleen als die aanvraag werd afgewezen, is alsnog een gesprek met de Wmo ingepland. Met de tweede groep zijn in 2020 gesprekken gevoerd om de ondersteunings-behoefte opnieuw vast te stellen, een bijpassend plan op te stellen en een indicatie af te geven op basis van de nieuwe systematiek. In sommige gevallen kwam uit dat onderzoek naar voren dat alsnog een WLZindicatie aangevraagd moest worden.

Aantallen gesprekken In totaal waren er op 1-1-2020 388 cliënten met een indicatie voor beschermd wonen. Voor zo’n 130 cliënten is direct een aanvraag voor de WLZ gedaan (groep 1). Daarvan is het merendeel toegekend en slechts een klein deel afgewezen. Vanwege de grote drukte bij het CIZ zijn er op dit moment nog zo’n 20 aanvragen in behandeling.

1

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt aanvragen voor voorzieningen uit de Wet langdurige zorg (Wlz) en geeft hier indicaties voor.

Vanuit de Wmo heeft Delft Support 220 cliënten gesproken in 2020 (groep 2 + de cliënten uit groep 1 waarvan de WLZ-indicatie is afgewezen). Van deze groep is voor zo’n 25 cliënten alsnog een WLZ-aanvraag gedaan bij het CIZ. De overige cliënten zijn in de tussentijd uitgestroomd (bijv. vanwege verhuizing, overlijden of overgang naar het juridisch kader). En in 2020 zijn natuurlijk ook weer nieuwe cliënten ingestroomd.

Uitkomsten Per 1-3-2021 zijn er 238 cliënten met een indicatie voor beschermd wonen of beschermd thuis. Dit is als volgt onderverdeeld: Voorziening Beschermd Thuis Basis Beschermd Thuis Plus Beschermd Wonen Basis Beschermd Wonen Plus Overig (nog in behandeling CIZ)

Aantal cliënten 73 26 86 28 25

Van de 114 cliënten met een indicatie voor beschermd wonen (basis of plus) hebben 55 cliënten eigenlijk een profiel voor beschermd thuis. De indicatie kan echter pas worden omgezet op het moment dat die personen vanuit de instelling kunnen doorstromen naar een eigen woning.2 Als dat wordt meegenomen dan zijn er per saldo dus 59 cliënten met een profiel voor Beschermd Wonen en 154 cliënten voor Beschermd Thuis. Rond de 175 cliënten zijn overgegaan naar de WLZ. Van te voren was op basis van de landelijke rule of thumb de inschatting dat 1/3 van de cliënten door zou stromen naar de WLZ, 1/3 beschermd wonen zou blijven onder de Wmo en 1/3 zou doorstromen naar een vorm van beschermd thuis. Ten opzichte van het aantal cliënten op 1-1-2020 zou dat neerkomen op 130 cliënten per groep, maar dat ligt in de praktijk dus anders. Over het geheel kunnen we concluderen dat: • de doorstroom naar de WLZ groter was dan van te voren was ingeschat • het percentage cliënten met een indicatie voor beschermd thuis groter is dan van te voren was ingeschat • het aantal cliënten met een indicatie voor beschermd wonen substantieel kleiner is dan van te voren was ingeschat

2

Dit heeft te maken met kosten die de zorgaanbieder maakt. Het tarief voor een cliënt met een BT indicatie ligt lager dan voor een cliënt met een BW indicatie terwijl een zorgaanbieder wel de kosten maakt (qua nachtwacht, vastgoed en personeelsinzet) van de BW setting voor die cliënt. Om de zorgaanbieder niet in de financiële problemen te brengen wordt de indicatie pas omgezet naar BT op het moment dat de cliënt ook daadwerkelijk uitstroomt uit de BW locatie. 2/3

Een mogelijke verklaring voor deze verschillen in uitkomst is dat er in Delft de laatste jaren, al voordat het landelijk een topic was, door een aantal aanbieders is gewerkt aan het laten uitstromen van cliënten. Cliënten die zelfstandig met begeleiding konden wonen zijn hier vaak al toe gestimuleerd. De groep die overbleef was de groep met een zwaardere en meer langdurige zorgvraag, waarvan het logisch is dat deze nu over zijn gegaan naar de WLZ.

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9962093/1