2112233 Burgerbrief - prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties
Tekst van het document
Aan de leden van de commissie Sociaal Domein en Wonen Aangaande het agendapunt; Prestatie Afspraken (verder PA) met corporaties en huurdersorganisaties die u ter informatie heeft ontvangen Een aantal opmerkingen en zoals van mijn kant te doen gebruikelijk punts- en stellingsgewijs van ondergetekende bewoner va de Voorhof en al jaren vanuit een professionele achtergrond betrokken op de materie Ik hoop dat dit aanleiding geeft tot verzoeken voor verdere behandeling in de raad: 1. Een positieve ontwikkeling is de afspraak dat corporaties zich gaan inspannen om met één standaard – de “Energie-Index” verder invulling te gaan geven aan de energieprestatie van de woningvoorraad. Er is vorig jaar een grote slag gemaakt in de landelijke (BAG) geregistreerde labels van Delft van 30.000 naar 35.000 . Waarschijnlijk ook om de verkeerde reden nl. de introductie ven een nieuwe duurdere ‘labelmethodiek’ dus gebeurt er begin dit jaar weer aanzienlijk minder. 2. Toch blijft de relatie en de plek van de PA met andere beleidsinvalshoeken zoals de Energietransitie/Warmteplan, de beleidscyclus met als vertrekpunt de “Woonvisie” en de woningdistributie/toewijzing te onduidelijk en te weinig expliciet. Er is nauwelijks sprake van samenhang en te veel losse brokken.
De totstandkoming van de PA lijkt een autonoom moeilijk te beïnvloeden besluitvormingsproces en afsprakenkader waarbij af en toe over de schutting gekeken wordt. Voorbeelden: 3. In de PA wordt bij het benoemen van aan te pakken complexen al een voorschot genomen op de besluitvorming rond het “Warmteplan” en daarbij te bepalen route/prioritering. Er wordt simpelweg voortgeborduurd op bestaande afspraken - en in weer een ander kader met de corporaties en andere betrokkenen. Dat legt de af te leggen route voor minimaal het komend decennium gewoon vast. Zo wordt de impact van een reeks bij meerderheid aangenomen een goedbedoeld moties waaronder “M 8_5-1 Motie prioriteiten in het warmteplan” en de al in 2018 aangenomen “Motie duurzaamheid sociale woningbouw” ondergeschikt aan de al voorgenomen route van een aan te leggen warmtenet. 4. Bij de behandeling van de “Woonmonitor” werden een aantal lacunes c.q. zwak uitgebouwde hoofdstukken zichtbaar waaronder die over verduurzaming en in samenhang daarmee een meerjarig geprogrammeerde (verbeter)aanpak van de woningvoorraad. Hetzelfde zie je terug in PA met een enkele uitzondering en dat steeds weer ene jaar op jaar Vidomes. Die sorteert daar in de biedingen nog beter op voor In sommige hoofdstukken zoals die over ‘verduurzamen’ ontbreken bepaalde corporatienamen (goed dat enkele huurdersorganisaties om die redenen niet tekenen) 5.
Het gemeentebeleid(scyclus) maar ook de PA is nog steeds te weinig gebaseerd op feiten en cijfers en tegelijk op hardnekkige en niet uit te roeien mythes zoals die over de samenstelling van de woningvoorraad. De harde cijfers van de gemeentelijke afdeling “Data op maat” geven aan dat in dat kader nagestreefde doelen al jaren geleden zijn bereikt (zie tabel hieronder uit “Data op maat”) Ook wordt er gemorreld aan en middels het oprekken van definities – sociale voorraad - waar het ministerie volstrekt duidelijk over is namelijk het DAEB deel (linkjes in tabel bijgevoegd) Pleidooi en verbetervoorstellen voor uit te werken, af te spreken en in het vervolg op te nemen elementen: • Meer expliciete ne beter uitgewerkte samenhang (als opdracht aan het bestuur) tussen onderdelen en thema’s van beleid en een plek daarin voor de PA (als onderdeel van de beleidscyclus)
• •
• •
•
M.v.g.,
Van beleid via monitoring tot uitvoering beter onderbouwd op juiste feiten en cijfers (leidt dan ook tot andere prioriteiten) Een aanpak en prioritering van de verbetering van de woningvoorraad die niet afhankelijk is gemaakt van de aanpak en prioritering op basis van de Energietransitie maar los daarvan wordt bepaald door fysieke (staat v/d woningen; “Trias Energetica”) en sociale factoren (woonlasten en energiearmoede) Op basis daarvan een meerjarenprogrammering met als onderlegger daarvoor een methode van etikettering Een betere en stedelijk uitwerking en borging van de rechten van de huurders bij woningverbetering c.q. sloop/nieuwbouw – ook in relatie tot de verduurzamingsopgave en het draagvlak daarvoor - middels een stedelijk sociaal statuut (voorbeelden los van kwaliteit van de invulling daarvan in o.a. Utrecht en Amsterdam) Kortom een grotere rol en meer initiatief/regie/sturing vanuit de gemeente/het bestuur met meer aandacht voor en nadruk op het lokale niveau en de belangen van de bewoners van deze stad.
Uit:
Data op maat - Gemeente Delft - % - Delft Data op maat - Gemeente Delft - % - Delft woningvoorraad vanaf 1-1-2012 - Delft jaar
2012
2014
2015
2016
2017
40,6%
39,6%
38,5%
37,2%
2019
2020
36,8%
32,3% 3,7% 36%
31,9% Onder "Huurprijsgrens" 3,6% Boven "Huurprijsgrens" 35,5% Totaal corporatie huur
18326
16300 1926 18226
16342 1849 18191
16234 1840 18074
% corporatie huur middelduur (niet-DAEB) [%] % niet-studenten sociale huurwoningen [% woningen]
2018
32,7% 3,9% 36,7%
% corporatie huur sociaal (DAEB) [%]
Wat is het verschil tussen een sociale huurwoning en een huurwoning in de vrije sector? | Rijksoverheid.nl Onder "Huurprijsgrens" (heel het wettelijke regime sociale huur; toezicht, toewijzing, toeslag, prijsbescherming etc.) Bij huurtoeslag en passende toewijzing gelden ook eerst en vooral de "Aftoppingsgrenzen" onder de huurprijsgrens Boven "Huurprijsgrens" (van nu € 752,33 tot rond € 1000, -) Totaal corporatiebezit (ex. Studentenhuisvesting en koop; ander wettelijk regime) corporatie huur sociaal (DAEB) [aantal] corporatie huur middelduur (niet-DAEB) [aantal] aantal niet-studenten sociale huurwoningen [aantal woningen]
Bron
19301 BAG_CBS_RGB BAG_CBS_RGB_SVH
18974
18769
18409