2112225 College van B en W - financiën sociaal domein
Tekst van het document
Samenleving
tt
Gemeente Delft
bezoekadres: Stationsplein 1 2611 BV Delft IBAN NL21 BNGH 0285 0017 87 t.n.v. gemeente Delft Behandeld door Johan Boonstoppel
Retouradres. Postbus 78, 2600 ME Delft Internet www.delft.nl
Leden Gemeenteraad Delft
Telefoon 14015
Datum
Onderwerp:
23-03-20211
Financiën Sociaal Domein
Ons kenmerk
4515691 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage
Geachte leden van raad, Naar aanleiding van vragen van raadsleden over de inkomsten uit het gemeentefonds en de beïnvloedbaarheid van het budget binnen het sociaal domein wordt er in bijgaande notitie de financiële situatie in relatie tot rijksbijdragen, de beïnvloedbaarheid en de vergelijking met andere gemeentes geschetst.
We hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,
, burgemeester
ir. S.M. Brandiigt I.. , secretaris
dr. M. Borger, I.s.
4515693
Wat is de Rijkbijdrage op het sociaal domein ten opzichte van wat de gemeente Delft uitgeeft op het sociaal domein? Op basis van de meicirculaire 2020 is dit als volgt: 2020 Lasten
2021 Baten
Lasten
2022 Baten
Lasten
2023 Baten
Lasten
2024 Baten
Lasten
Baten
Cluster Taakveld Inkomen en participatie 63 Inkomensregelingen 64 Begeleide participatie 65 Arbeidsparticipatie Samenkracht en burgerparticipatie 61 Samenkracht en burgerparticipatie 62 Wijkteams* Jeugd 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.82 Geëscaleerde zorg 18Maatschappelijke ondersteuning 66 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ Volksgezondheid 71 Volksgezondheid
-58.774 -23.722 -11.897 -94.393 -9.829 -10.876 -20.704 -18.680 -3.500 -22.180 -3.798 -16.990 -27.894 -48.683 -4.957 -4.957
Clusters Gemeentefonds Lasten en baten taakvelden Toerekenbare overhead (10%) Lasten en baten taakvelden (incl overhead) Taakvelden (lasten minus baten)
Saldo Clusters GF - Taakvelden
34.669 51.651 11.753 0 63.405 3.877 169 0 169 27.026 0 0 0 62.385 868 0 1.304 2.172 1.348 0 0
-58.983 -23.113 -12.013 -94.109 -9.821 -8.711 -18.532 -18.750 -3.500 -22.250 -3.797 -17.668 -27.890 -49.355 -4.912 -4.912
129.305 -190.917 -21.192 -212.109
65.745 65.745 -146.363
-17.058
34.531 50.651 11.753 0 62.405 3.948 169 0 169 27.276 0 0 0 63.758 868 0 1.304 2.172 1.366 0 0
-59.019 -22.459 -12.403 -93.880 -9.532 -6.046 -15.578 -17.461 -3.500 -20.961 -3.788 -17.887 -27.932 -49.606 -4.771 -4.771
130.879 -189.158 -20.997 -210.155
64.745 64.745 -145.409
-14.530
34.465 50.651 11.753 0 62.405 3.998 169 0 169 25.533 0 0 0 64.299 868 0 1.304 2.172 1.119 0 0
-58.819 -22.180 -12.351 -93.350 -9.085 -4.929 -14.014 -17.476 -3.500 -20.976 -3.783 -17.891 -27.855 -49.529 -4.770 -4.770
129.414 -184.796 -20.512 -205.308
64.745 64.745 -140.563
-11.149
34.322 50.151 11.753 0 61.905 4.005 169 0 169 25.643 0 0 0 64.724 868 0 1.304 2.172 1.126 0 0
-58.819 -22.180 -12.351 -93.350 -9.085 -4.929 -14.014 -17.476 -3.500 -20.976 -3.783 -17.891 -27.855 -49.529 -4.770 -4.770
129.820 -182.638 -20.273 -202.911
64.245 64.245 -138.666
-8.846
* Het taakveld 62 Wijkteams omvat de begroting van Delft Support (= uitvoeringslasten Jeugd, WMO en Sociaal team) en de restant taakstelling vanaf 2021.
34.074 50.151 11.753 0 61.905 4.032 169 0 169 25.803 0 0 0 65.133 868 0 1.304 2.172 1.134 0 0 130.176
-182.638 -20.273 -202.911
64.245 64.245 -138.666
-8.490
4515693
De gele reeksen zijn de van het Rijk ontvangen middelen voor taken op het sociaal domein. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat de middelen onderdeel zijn van het algemene deel van het gemeentefonds. Deze middelen zijn daarmee vrij besteedbaar/inzetbaar door de gemeente. De specifieke uitkeringen van de BUIG en de WSW, die geen onderdeel zijn van de algemene middelen, zijn daarom niet terug te vinden in de gele reeksen, maar staan opgenomen als baat bij respectievelijk de taakvelden inkomensregeling (BUIG) en begeleide participatie (WSW). De blauwe reeksen zijn de kosten die de gemeente Delft naar verwachting gaat maken op deze taakvelden (op basis van begroting 2020). De opgave van de ombuigingen, zoals de verwachte groei van de kosten van de jeugdhulp en de Wmo, en het herstelplan zijn hier nog niet in verwerkt. Daardoor loopt het saldo (de rode reeks onderaan) af wat dus feitelijk niet het geval is. In de situatie voorafgaand aan het ombuigingentraject hield de gemeente Delft geen rekening met groei op het sociaal domein in de begroting. Generieke kosten binnen het sociaal domein worden geboekt op taakveld ‘samenkracht en burgerparticipatie’ en op overhead. Daarom zou het berekenen van een percentuele afwijking tussen de kosten per taakveld en de Rijksbijdragen een vertekend beeld geven.
Welk gedeelte van de budgetten is beïnvloedbaar binnen het sociaal domein? Op basis van de begroting 2020 bedraagt de totale omvang van het Delftse sociale domein ca. € 124 mln. (saldo). Wanneer gekeken wordt naar de uitgaven is er sprake van ongeveer € 190 mln. Dit is dus inclusief de uitgaven aan de bijstand (waar de baten van het BUIG-budget als het ware tegenover staan) en WSW van in totaal ca. € 64 mln. Bij de Wmo wordt het grootste gedeelte van de middelen (meer dan 90%) besteed aan Beschermd wonen (19,5 mln.), Begeleiding (10,4 mln.), Maatschappelijke opvang (6,1 mln.) en Huishoudelijke verzorging (5,2 mln.). Beïnvloedbaarheid is beperkt. Sturen op aantallen is complex vanwege de rechten die ontleend kunnen worden aan de wet. Een grote knop, inkomensafhankelijk maken van voorzieningen, kan pas worden gebruikt na aanpassing van landelijke regelgeving. Er is sprake van ontwikkelingen (vergrijzing, extramuralisering) waar geen invloed op kan worden uitgeoefend. Wel wordt met maatregelen uit het actieplan zoals het ontwikkelen van voorliggende voorzieningen en het inzetten op daadwerkelijk gebruik van voorzieningen geprobeerd om binnen de wettelijke kaders waarbij inwoners in Delft passende zorg krijgen, de aantal te minimaliseren door onnodig gebruik te voorkomen.
Sturen op prijs is complex doordat in alle gevallen sprake is van meerjarig afgesloten contracten met zorgaanbieders in regionaal H4-verband. In 2023 zullen contracten (voor resultaatgerichte ondersteuning) opnieuw worden aanbesteed. Daarnaast kunnen door de invoering van het verplichte abonnementstarief door de Rijksoverheid de inkomsten nauwelijks worden verhoogd. Bij de jeugdhulp wordt meer dan 90% van de kosten veroorzaakt vanuit jeugdhulp die is ingekocht vanuit het servicebureau H10 of verstrekte PGB’s. Ook bij de jeugdhulp geldt dat sturen op aantallen complex is vanuit de wet en het recht op zorg. Daarnaast is de gemeente samen met toegangsorganisatie Delft Support verantwoordelijk voor slechts een derde van de verwijzingen naar jeugdhulp. Ook huis- en jeugdartsen, medisch specialisten, de gecertificeerde instellingen en (jeugd)rechters mogen immers verwijzen. Wel wordt met de maatregelen uit het actieplan zoals ‘beperken gebruik ambulante jeugdhulp’, ‘beter samenspel’ en ‘ versterking verwijzing huisartsen’ geprobeerd te voorkomen dat jeugdigen onnodig te lange, intensieve en dure trajecten krijgen aangeboden. Sturen op prijs is vanuit de AMvB reële prijs en de verloren rechtsgang hieromtrent ook zeer beperkt. Daarbij is ook bij de jeugdhulp sprake van meerjarig regionaal afgesloten contracten wat de sturing (zeker op korte termijn) beperkt.
De beperkte mate van beïnvloedbaarheid van de jeugdhulpmiddelen blijkt ook uit het onlangs verschenen rapport ‘Stelsel in groei’ van AEF, uitgevoerd namens de ministeries van VWS, BZK, Financiën en JenV en de VNG. Hieruit blijkt dat de sturingsmogelijkheden ontoereikend zijn voor gemeentes om de tekorten op te lossen. Het grootste budget bij participatie bestaat uit het zogeheten BUIG-budget. Mede door de inspanning (en de daarbij horende kosten) op het gebied van re-integratie is hier sprake van een fors voordeel.
4515693
Echter, op het moment dat het aantal bijstandsgerechtigden stijgt, moet de gemeente uitkeringen toekennen. Het budget is daarmee deels indirect beïnvloedbaar door veel in te zetten op reintegratieactiviteiten waardoor mensen uitstromen uit de bijstand. Taakveld arbeidsparticipatie gaat over de begeleiding van werkzoekenden naar werk. Dit is een wettelijke taak op grond van de participatiewet. Op langere termijn is deze post beïnvloedbaar. Echter, uit diverse onderzoeken blijkt dat investeren in re-integratie/participatie een positief effect heeft. Zie hiervoor de nota “werk is het beste medicijn”. Delft heeft een positief saldo op het BUIG-budget. In het herstelplan is gekozen voor een bezuiniging op Werkse!. Werkse! voert een groot deel van de re-integratietaak uit. De bezuiniging kan daarom leiden tot een negatief effect op het saldo BUIG-budget. Een andere belangrijke component van participatie (inkomensregelingen) bestaat uit armoedebestrijding. De gemeente moet, op basis van de participatiewet, bijzondere bijstand verstrekken voor “noodzakelijke kosten van bestaan, waarvoor men vooraf niet heeft kunnen reserveren”. De gemeente heeft beleidsvrijheid bij het bepalen van de inkomensnormen voor bijzondere bijstand en de hoogte van de verstrekkingen.
In de praktijk zien we dat het vooral bijstandsgerechtigden en mensen in een schuldbemiddelingstraject zijn die gebruik maken van bijzondere bijstand. Hoewel deze middelen beïnvloedbaar zijn, heeft dit directe gevolgen voor de inwoners van Delft. Verder gaat taakveld begeleide participatie over de WSW. Deze kosten zijn niet beïnvloedbaar. Onderstaande tabel toont de omvang van elk taakveld (begrotingssaldo 2020). Daaronder staan de belangrijkste onderdelen van de desbetreffende taakvelden.
4515693
WMO
Omvang € 1,2
Voorzieningen Vervoershulpmiddelen
€ 0,7
Eigen bijdrage
-€ 0,8
€ 17,0
Maatwerkdienstverlening (18+) Begeleiding
€ 10,4
Huishoudelijke verzorging
€ 5,2
Vervoer
€ 0,9
€ 26,2
Geëscaleerde zorg (18+)
Jeugd
Beschermd wonen
€ 19,5
Maatschappelijke opvang
€ 6,1
Maatwerkdienstverlening (18-) (ZIN & PGB)
€ 19,0
Ambulante jeugdhulp
€ 12,2
Intramurale jeugdhulp
€ 5,3
PGB-budgetten Jeugdbescherming en -reclassering
€ 2,4
Veilig Thuis
€ 0,7
Omvang € 1,5
Inkomensregelingen BUIG
-€ 6,2
Armoedebestrijding
€ 7,4
€ 21,2
Begeleide en arbeidsparticipatie
Soc. domein
€ 1,0
€ 3,5
Geëscaleerde zorg (18-)
Participatie
€ 1,1
Woningaanpassingen
WSW
€ 11,1
Werkse!
€ 5,3
€ 8,6
Samenkracht en burgerparticipatie Delft voor Elkaar
€ 5,2
Maatschappelijke voorzieningen/ wijken
€ 2,2
Buurtsportcoaches
€ 0,9
€ 4,4
Volksgezondheid Jeugdpreventie GGD
€ 3,0 € 1,4
Delft Support Salarislasten Reserve Sociaal domein
€ 9,1 € 10,6 € 1,5
TOTALE OMVANG
€ 123,6
Wat geeft de gemeente Delft op het sociaal domein uit in vergelijking met andere gemeentes? Hiervoor publiceert ministerie van BZK jaarlijks een begrotingsvergelijksanalyse. Zie hieronder de gegevens van de gemeente Delft ten opzichte van vergelijkingsgroepen.
4515693
Verschil met gemiddelde van Verschil met selectiegroep (Enschede, 100K+ tot Verschil met Lasten per inwoner Purmerend, Eindhoven, Verschil met 150K+ gemeentes in in Delft Schiedam, Vlaardingen) soortgenoten gemeentes Zuid-Holland Samenkracht en burgerparticipatie € 97 31 24 14 14 Wijkteams € 106 -10 -32 -37 -49 Inkomensregelingen € 89 24 25 37 -1 Begeleide participatie € 187 -16 -56 -23 -82 Arbeidsparticipatie € 106 -17 -40 -39 -55 Maatwerkvoorzieningen (WMO) € 31 42 30 20 6 Maatwerkdienstverlening 18+ € 160 41 -12 26 -11 Maatwerkdienstverlening 18€ 191 7 12 66 6 Geëscaleerde zorg 18+ € 245 9 -151 77 -170 Geëscaleerde zorg 18€ 32 37 11 -3 2 Hierbij staan in de eerste kolom de kosten die Delft per taakveld maakt per inwoner. In de daaropvolgende kolommen staat aangegeven hoe veel kosten de vergelijkingsgroepen ten opzichte hiervan maken. Hierbij zijn soortgenoten alle gemeentes in Nederland die vanuit BZK de classificatie van sociale structuur ‘zwak’ en centrumfunctie ‘redelijk’ hebben gekregen. Ter illustratie: de gemeente Delft geeft 97 euro uit per inwoner op het taakveld samenkracht en burgerparticipatie. De selectiegroep geeft hier gemiddeld genomen 31 euro meer aan uit. Daarnaast bestaat er ook een benchmark tussen de G40-gemeentes met betrekking tot de kosten van de jeugdhulp en de Wmo (op basis van begroting 2020).
Gemiddeld genomen geven de G40gemeentes op jeugdhulp 280,3 euro per inwoner uit. In Delft is dit 222,9 euro per inwoner. Daarnaast geven de G40-gemeentes gemiddeld genomen 233,0 euro uit per inwoner op de Wmo. In Delft is dit 182,6 euro per inwoner op de Wmo.