210707 - Brief MRDH aan Colleges over herijking Transitieprogramma OV en
Tekst van het document
Retouradres: Postbus 21012 3001 AA Rotterdam
Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de 23 gemeenten van de MRDH
Westersingel 12 Postbus 21012 3001 AA Rotterdam Telefoon 088 5445 100 E-mail: informatie@mrdh.nl Internet: www.mrdh.nl KvK nummer: 62288024 Bankrekeningnummer NL96 BNGH 0285 1651 43
Datum
7 juli 2021
Onderwerp
Regionaal Transitieprogramma OV en corona
contactpersoon Gertjan Nijsink uw kenmerk ons kenmerk 210707 projectnummer doorkiesnummer 088 5445 143
Geachte colleges,
e-mail g.nijsink@mrdh.nl bijlage(n) 1
Op 24 maart 2021 heeft de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (BcVa) van de MRDH het Transitieprogramma OV en corona vastgesteld. Daarbij is ook besloten dat dit Transitieprogramma periodiek wordt herijkt, te beginnen in september 2021. Op 14 april 2021 heeft de BcVa het Plan van Aanpak voor deze herijkingen vastgesteld. Over beide besluiten hebben wij u in eerdere brieven geïnformeerd. Onderdeel van het Plan van Aanpak is dat wij u periodiek informeren over de actualiteiten en de besluiten die worden genomen. Graag informeren wij u daarom in deze brief over de beschikbaarheidsvergoeding van het Rijk en de verwachtingen over de herijking in september. Beschikbaarheidsvergoeding, overleg met het Rijk Op 9 april 2021 zijn er afspraken tussen Rijk en regio gemaakt over verlenging van de Beschikbaarheidsvergoeding tot en met eind 2021. Vervolgens hebben we als MRDH mede namens andere regionale OV-autoriteiten en samen met vervoerbedrijven en het Rijk gesprekken gevoerd over rijkssteun in 2022. Daarbij voerden we het gesprek over financiële steun, bijvoorbeeld een verlenging van de Beschikbaarheidsvergoeding.
We hebben echter ook gesproken over andere manieren van steun die bovendien een transitie bewerkstelligen waarmee het OV sterker uit deze crisis komt, door bijvoorbeeld als regio en rijk afspraken te maken over spreidingsmaatregelen die een betere benutting van het openbaar vervoer en een afvlakking van de (hyper)spits mogelijk maken. Op 25 juni 2021 is in het Nationaal OV-Beraad (NOVB) waarin Rijk, regio, vervoerbedrijven en consumentenorganisaties zijn vertegenwoordigd, een aantal afspraken gemaakt. De belangrijkste daarvan zijn: - het Rijk verlengt haar steun tot uiterlijk 1 september 2022, in de vorm van een ongewijzigde verlenging van de Beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV); - decentrale overheden continueren hun subsidies op het niveau van de vervoerplannen 2020 (dus voortzetten van hun volledige subsidies, ook al is er sprake van een lager voorzieningenniveau);
Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, Pijnacker-Nootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne, Zoetermeer.
-
procesafspraken over andere transitiemaatregelen die komende periode opgepakt moeten gaan worden, conform de inzet van decentrale overheden en vervoerders op het gebied van Nieuwe Betaalwijzen (bankpas i.p.v. OV-chipkaart), spreiding, arbeidsmarkt etc. Komende weken start het gesprek over deze transitiemaatregelen, waarbij ook MRDH actief betrokken is, waarmee relatief snel helderheid wordt beoogd.
Ter informatie ontvangt u bijgevoegde Kamerbrief waarin de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat deze afspraken toelicht. De afspraken uit het NOVB moeten nog wel bekrachtigd worden door de BcVa in de vergadering van september 2021, als onderdeel van de herijkingsbesluiten. Door de reeds eerder toegezegde verlenging van de Beschikbaarheidsvergoeding tot einde 2021 is het mogelijk om een deel van de eerder vastgestelde vervoerkundige maatregelen uit te stellen van eind augustus 2021 tot januari 2022. De BcVa heeft hierop op 19 mei 2021 een besluit genomen. De eventuele ruimte die ontstaat door de meest recente afspraken tussen Rijk en regio, worden betrokken bij herijking van september 2021. Actuele stand OV-gebruik Sinds januari 2021 zien wij een gestage toename van het OV-gebruik, van circa 35% van het normale OV-gebruik in januari tot circa 59% in juni. Wij constateren een duidelijke relatie tussen versoepelingen van de coronamaatregelen en het OV-gebruik.
120%
Instappers per maand in stads- en streekvervoer MRDH 2020 en 2021 t.o.v. 2019
100% 80%
60% 40% 20% 0%
2019
2020
2021
Wij verwachten dat de verdere versoepelingen leiden tot een verdere stijging van het OVgebruik. Dit is een positieve ontwikkeling, ook in financieel opzicht, omdat daarmee weer perspectief ontstaat op een gezond OV-systeem. Daarbij dient echter een aantal kanttekeningen gemaakt te worden:
2
1. het is op dit moment lastig om te voorspellen tot welk niveau het OV-gebruik zal stijgen in de komende maanden. Gezien ontwikkelingen als (gedeeltelijk) thuiswerken en online onderwijs is het zeer waarschijnlijk dat het nog enige tijd zal duren voordat het OVgebruik weer op het niveau ‘pré-corona’ is; 2. op dit moment doen zich nog geen capaciteitsknelpunten voor. Door de mondkapjesplicht is de ‘1,5-meter-norm’ niet van toepassing in het openbaar vervoer. Strikt handhaven van de 1,5-meter-norm zou betekenen dat de capaciteit van het OVsysteem slechts circa 20% bedraagt van de reguliere capaciteit. De coronanorm voor ‘vol’ in het OV (alle zitplaatsen, een gedeelte van alle staanplaatsen) kan er echter toe leiden dat in het najaar op drukke tijden en plaatsen extra capaciteit moet worden ingezet, wat dan sterk kostenverhogende effecten zal hebben; 3. bezien vanuit het perspectief van het diepe dal in het OV-gebruik (april 2020: 20%, januari 2021: 35%) is er nu sprake van een enorme groei in het OV-gebruik. Maar ook bij een relatief hoog OV-gebruik van bijvoorbeeld 80% of 90% resteert nog steeds een grote financiële opgave. Als ruwe indicatie: bij 300 miljoen euro reizigersopbrengsten per jaar in de metropoolregio betekent elke procent lagere reizigersaantallen een financieel tekort van 3 miljoen euro per jaar.
Wanneer de rijkssteun eindigt, resteert er daarom zeer waarschijnlijk nog steeds een forse opgave. Belangrijk element in het Transitieprogramma is het realiseren van spreidingsmaatregelen voor een betere benutting van het OV-systeem. Door reizigers te stimuleren buiten de hyperspits te reizen, worden personeel en materieel effectiever ingezet. Spreidingsmaatregelen kunnen voorkomen dat andere, voor reizigers minder aantrekkelijke, maatregelen moeten worden genomen. Over spreidingsmaatregelen zijn inmiddels veel gesprekken gevoerd tussen MRDH, vervoerbedrijven, gemeenten, onderwijsinstellingen en werkgevers. Tot nu toe heeft dit echter nog slechts geleid tot beperkte en tijdelijke afspraken. Graag vragen wij daarom uw aandacht voor de noodzaak van structurele afspraken met voldoende impact. Nadrukkelijk vragen wij u om alle mogelijkheden die u daarbij heeft te benutten, bijvoorbeeld vanuit uw rol als werkgever, als gesprekspartner van het lokale bedrijfsleven en bij de afspraken die u maakt met de onderwijsinstellingen in uw gemeente. Verwachtingen herijking Door periodieke herijking van het Transitieprogramma kunnen we maatregelen aanpassen. Doel is om met een minimale impact ‘op straat’ de continuïteit van de OV-bedrijven te garanderen en de bedrijven voldoende perspectief te bieden op een financieel gezonde situatie.
De maatregelen zijn gericht op een nulresultaat: geen winst, maar ook geen verlies voor elk van de vervoerbedrijven. De MRDH heeft daarom aan de vervoerbedrijven gevraagd om continu de vervoerkundige situatie én de financiële situatie te monitoren en aan de hand van deze monitoring bij de herijking voorstellen te doen. Op basis van de actuele vervoerkundige ontwikkelingen en naar aanleiding van de recente landelijke NOVB-afspraken over aanvullende rijkssteun, is ons beeld op dit moment: -
-
Verlenging van de eerder genomen maatregelen (maatregelenpakket 25-11-2020) in 2022 en uitvoering van het Transitieprogramma van 24 maart 2021 blijft noodzakelijk; De huidige vervoerkundige ontwikkelingen (snelheid van het reizigersherstel) geven geen aanleiding voor aanvullende herijkingsmaatregelen per september 2021; de eerder genomen maatregelen zijn vooralsnog afdoende; Aangezien pas in september (na de zomervakantie) meer duidelijkheid gaat ontstaan over het verdere herstel van het aantal reizigers, zullen de gevolgen van dit verdere herstel worden betrokken bij de herijking van december 2021;
3
-
Wat betreft de vervoerkundige maatregelen die zijn vastgesteld op 24 maart 2021 maar waarvan de uitvoering met het BcVa-besluit van 19 mei 2021 tijdelijk is uitgesteld: een aantal van deze maatregelen zal wellicht niet nodig zijn. Andere vervoerkundige maatregelen waarover in maart 2021 is besloten maar die daarna zijn uitgesteld, zullen toch per januari 2022 uitgevoerd moet worden. Dit is nodig ofwel om daarmee voldoende vervoercapaciteit te creëren op andere OV-lijnen, ofwel om te voorkomen dat er na september 2022 (wanneer reizigersaantallen verder zijn gestegen, maar de rijkssteun waarschijnlijk eindigt), alsnog moet worden bezuinigd in het OV-voorzieningenniveau. Bij de herijkingsvoorstellen van september 2021 zal dit nader worden uitgewerkt.
Vervolgproces Direct na de zomervakantie zullen de vervoerbedrijven hun herijkingsvoorstellen doen, die door de MRDH worden getoetst aan de hand van het Afwegingskader van 28 oktober 2020. Wij zullen u eind augustus 2021 informeren over de voorstellen die door de vervoerbedrijven zijn gedaan. Na besluitvorming in de BcVa van 22 september 2021 zullen wij u informeren over de genomen besluiten. Namens de bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH,
I.S. Bal Portefeuillehouder OV-concessiemanagement
M.J. Rosier Portefeuillehouder OV-ontwikkeling
Bijlage: Kamerbrief 25 juni 2021 over verlenging beschikbaarheidsvergoeding OV
4