CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2103054 College van B en W - beleidsregel bestuurlijke boete BRP

Commissie Economie, Financiën en Bestuur 4 februari 2021, gemeente DelftBij agendapunt: 2103054 College van B en W, beleidsregel bestuurlijke boete BRP2.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

t

Gemeente Delft

Retouradres : Centrale Staf, Postbus 78, 2600 ME Delft

Aan de leden van de gemeenteraad

VERZONEN 2 1 JAN ¿2 Datum

Onderwerp

19-01-2021

Toezending stukken inzake beleidsregel bestuurlijke boete BRP

Ons kenmerk

4462743 Uw brief van Uw kenmerk Bijlage

Geachte led en van de raad,

1

Ter informatie zenden wij u de beleidsregel bestuurlijke boete basisregistratie personen (BRP). De Basisregistratie Personen (BRP) bevat persoonsgegevens van inwoners van Nederland en van personen die Nederland hebben verlaten en mensen die korter dan vier maanden naar Nederland komen voor bijvoorbeeld tijdelijk werk of studie. Verschillende organisaties zijn verplicht om voor hun taakuitvoering gebruik te maken van persoonsgegevens in de BRP. Voorbeelden hiervan zijn de Belastingdienst, het UWV, de Sociale Verzekeringsbank en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Maar ook binnen de gemeentelijke organisatie worden deze persoonsgegevens gebruikt. Bijvoorbeeld om een paspoort, een identiteitskaart of een rijbewijs te kunnen maken, om te weten wie mag stemmen bij verkiezingen, om uitkeringen te verstrekken en om gemeentelijke belastingen te heffen. Om deze reden is het van groot belang dat de gegevens in de BRP betrouwbaar en correct zijn. De bestuurlijke boete BRP is het laatste onderdeel van een bredere aanpak met betrekking tot het verbeteren van de BRP, als onderdeel van de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA). Zo zijn er goede afspraken gemaakt met de TU Delft en de IAE Delft, om de inschrijvingen van de vele studenten soepel en correct te laten verlopen. Dit is een doorlopend verbeterproces.

We doen ook veel aan algemene informatieverstrekking en geven toelichting over de noodzaak van een correcte in- en uitschrijving in de BRP. lemand die verkeerd op een adres geregistreerd staat, kan dit gebruiken om bijvoorbeeld (belasting)schulden en boetes te ontwijken of te frauderen. Daarnaast kan iemand ook 'onzichtbaar' zijn, waardoor er geen hulp geboden kan worden. Of iemand kan juist geen aanspraak maken op belastingtoeslagen of uitkeringen.

Datum

19-01-2021 Ons kenmerk

4462743

Het doel van deze beleidsregel is de burger te bewegen alsnog te voldoen aan zijn verplichtingen die volgen uit de Wet BRP, zodat de kwaliteit van de BRP gewaarborgd blijft. De bestuurlijke boete is vooral preventief bedoeld maar ook als stok achter de deur. Burgers zullen vooraf goed ingelicht worden en krijgen ook altijd nog een herkansing als er een overtreding geconstateerd wordt voordat we daadwerkelijk een boete opleggen.

Hoogachtend, het college van burgemeester en wethouders van Delft,

, burgemeester

ir. T.C.S. Vollebregt l.b. , secretaris

dr. M. Berger, I.s.

2/2

4462717

Beleidsregel bestuurlijke boete basisregistratie personen gemeente Delft 2021

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft besi u it vast te stellen: De Beleidsregel bestuurlijke boete basisregistratie personen gemeente Delft 2021. Het doel van deze beleidsregel is de burger te bewegen alsnog te voldoen aan zijn verplichtingen, zoals genoemd in de Wet basisregistratie personen (de artikelen 2.38, 2.39, 2.40 lid 5, 2.43 t/m 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52). Het college neemt dit besluit op grand van de Wet basisregistratie personen (artikel 4.17) en de Algemene Wet Bestuursrecht (titel 5.4).

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1:

Beg rippen

In deze beleidsregel gebruiken we de volgende definities: •

De Wet: de Wet basisregistratie personen;

•

College: het college van burgemeester en wethouders;

•

Toezichthouder: de ambtenaar die het college heeft aangewezen op grand van de Wet (artikel 4.2);

•

Boete: de bestuurlijke boete zoals bedoeld in de Wet (artikel 4.17);

•

Overtreder: degene die: o

Verwijtbaar niet heeft voldaan aan de verplichtingen zoals bedoeld in de Wet (artikel 4.17 onder a)

o

Of zieh schuldig heeft gemaakt aan wat is opgenomen in de Wet (artikel 4.17 onder b)

o •

Of een valse aangifte heeft gedaan;

Verantwoordelijk leidinggevende: het hoofd van de afdeling gegevensmanagement dan wel diens rechtsopvolger.

AIie begripsbepalingen die zijn opgenomen in de Wet gelden ook voor deze beleidsregel. Hoofdstuk II Doelstelling, bevoegdheden en mandatering

Artikel 2:

Het doel

De boete heeft ten doe I de burger te bewegen alsnog te voldoen aan zijn verplichtingen, zoals bedoeld in de Wet (artikel 4.17).

4462717

Artikel 3:

l.

Bevoegdheden en mandatering

Het college is bevoegd tot het opleggen vaneen bestuurlijke boete. Dit op grand van de Wet (artikel 4.17).

2.

Het college kan deze bevoegdheid mandateren.

Hoofdstuk Ill Toepassing

Artikel 4:

1

Voorwaarden

Bij de toepassing van deze beleidsregel is tite I 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht onverkort van toepassing.

2

Per overtreding kan het college slechts één boete opleggen.

3

Een boete wordt opgelegd binnen 3 jaar na de overtreding.

4

Is het niet de ingeschrevene zelf die moet voldoen aan de verplichtingen in de Wet? Is het niet de aangifteplichtige die moet voldoen aan de verplichtingen in de Wet? Dan legt het college de boete op aan degene op wie de verplichting wel rust.

5

Het college kan aan meerdere personen een boete opleggen voor dezelfde overtreding. In dat geval zijn deze personen afzonderlijk hoofdelijk aansprakelijk voor de hele boete.

6

Overlijdt de overtreder voor inning van de opgelegde boete, dan vervalt deze op de datum van overlijden.

Artikel 5:

Verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden

l.

Voor het opleggen vaneen boete moet er sprake zijn van verwijtbaarheid.

2.

Als e Ike vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, volgt geen boete.

3.

Is er sprake van bijzondere omstandigheden? Dan kan het college afzien van het opleggen van een boete of het boetebedrag matigen.

Artikel 6:

l.

Boetebedragen

De hoogte van de standaardboete is € 200,00. Deze boete wordt opgelegd als een overtreder niet voldoet aan de verplichtingen zoals genoemd in de Wet.

2.

De hoogte van de boete is € 325,00 indien: a.

Het aannemelijk is dat een overtreder een verplichting, zoals genoemd in de Wet, bewust niet is nagekomen;

3.

b.

Er sprake is van "gelegenheid geven" zoals bedoeld in de Wet (artikel 4.17 onder b);

c.

Er sprake is van recidive vanaf de datum dat de Wet geldt;

d.

Er sprake is van valsheid in geschritte.

Het college legt een boete alleen op als de overtreder van tevoren is geinformeerd over de oplegging hiervan bij het niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in de Wet.

4462717

Artikel 7:

Valsheid in geschrifte

1.

Bij valsheid in geschrifte volgt aangifte bij de politie;

2.

In het geval van strafvervolging, legt het college geen boete op zoals bedoeld in deze beleidsregel.

3.

Als geen strafvervolging plaatsvindt, kan alsnog een bestuurlijke boete opgelegd worden.

Artikel 8:

Onvoorziene omstandigheden en afwijkingsbevoegdheid

1.

In de gevallen waarin deze beleidsregel niet voorziet, besi ist het college.

2.

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel. Dit kan als de toepassing hiervan leidt tot onredelijkheid of onbillijkheid.

Hoofdstuk IV Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 9:

Citeertitel

Deze beleidsregel heet "Beleidsregel bestuurlijke boete basisregistratie personen gemeente Delft 2021", afgekort: Beleidsregel bestuurlijke boete BRP 2021.

Artikel 10:

lnwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na publicatie.

Deze beleidsregel is vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders 0p 19-01-2021. De secretaris,

dr. M. Berger, 1.s.

J.M. van Bijsterveldt-Viiegenthart

4462717

Toelichting op de Beleidsregel bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen gemeente Delft

2021 Algemeen

Sinds 6 januari 2014 geldt de Wet basisregistratie personen. Deze nieuwe wet vervangt de Wet Gemeentelijke Basisadministratie Personen (Wet GBA). De nieuwe wet biedt de gemeente een aantal nieuwe instrumenten voor de hand having van de plichten die de burgers hebben op grand van de nieuwe wetgeving. Het gaat om onder meer tijdige aangifte van vestiging, verhuizing, emigratie, overleggen van bescheiden en voldoen aan de informatieplicht. Een en ander voor het borgen en/of verbeteren van de kwaliteit, integriteit en betrouwbaarheid van de gegevens in de basisregistratie. Toezichthouders

Op grand van de Wet basisregistratie personen (artikel 4.2) wijst het college één of meer ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van de verplichtingen door de burger (toezichthouders). Om deze nieuwe taak te kunnen uitvoeren, heeft de toezichthouder een aantal bevoegdheden gekregen. Deze zijn vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:15 tot en met 5:19). De toezichthouder mag deze bevoegdheden gebruiken als dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van de taak. Op grand van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:20) is een ieder verplicht aan de toezichthouder de gevraagde medewerking te verlenen. De gemeente zet toezichthouders in om de kwaliteit, integriteit en betrouwbaarheid van de in de basisregistratie opgenomen gegevens te kunnen borgen en/of verbeteren. Een and er instrument dat wij gaan inzetten is de mogelijkheid tot het opleggen vaneen bestuurlijke boete. Bestuurlijke boete

De bestuurlijke boete is een handhavingsinstrument in het bestuursrecht. Het is een boete die een bestuursorgaan of aangewezen toezichthouder kan opleggen voor een overtreding vaneen wettelijke rege I. Het gaat hier om een zogenaamde punitieve sanctie. Dat wil zeggen: een sanctie die wordt opgelegd met het doel te bestraffen. De opgelegde sanctie is onvoorwaardelijk. Dat betekent dat de opgelegde boete niet kan worden ingetrokken of gewijzigd als de overtreder alsnog aan de verplichtingen voldoet. Tegen het opleggen van de bestuurlijke boete is wel bezwaar en beroep mogelijk.

4462717

Bij het opstellen van deze beleidsregel is rekening gehouden met de Algemene wet bestuursrecht (titel 5.4). In deze titel is onder meer bepaald wanneer een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, hoe de boete wordt opgelegd en wanneer de opgelegde boete vervalt. Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel zijn de in de beleidsregel gebruikte begrippen nader gedefinieerd. De formulering sluit aan bij de wettelijke begripsomschrijvingen. Die zijn onverkort van toepassing.

Hoofdstuk II Doelstelling, bevoegdheden en mandatering

Artikel 2:

Doel

De Wet basisregistratie personen introduceert de mogelijkheid tot het opleggen vaneen bestuurlijke boete in het geval de burger bewust niet aan de verplichtingen als bedoeld in deze Wet voldoet. Het opleggen van de bestuurlijke boete is geen doel op zieh. Het moet de burgers aanzetten tot het nakomen van de verplichtingen die deze Wet aan hen oplegt. Daarom wordt altijd als blijkt dat de registratie niet overeenkomt met de werkelijke situatie formeel gevraagd om de registratie aan te passen. Hiervoor krijgt de betrokkene een periode van 2 weken. Heeft de betrokkene binnen deze twee weken de registratie aangepast naar de werkelijke situatie dan wordt geen verdere actie ondernomen. Is de registratie niet aangepast dan kan de gemeente besluiten een boete op te leggen. De mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen vervangt de strafbaarstelling via de weg van het strafrecht, die in de eerder in de Wet GBA was opgenomen. De verplichtingen zoals deze momenteel in de Wet staan zijn onder andere: •

het niet voldoen aan verplichtingen die te ma ken hebben met aangiften van vestiging (verblijf en adres), adreswijziging of vertrek,

•

het overleggen van documenten waaraan gegevens over de identiteit, de burgerlijke staat en

•

de verplichting om in persoon te verschijnen, of

•

het verstrekken informatie.

nationaliteit moeten worden ontleend,

Artikel 3:

Bevoegdheden en mandatering

Bevoegdheden

Een bestuurlijke boete kan a Ileen worden opgelegd als daarvoor een wettelijke basis is. De noodzakelijke wettelijke basis is de Wet basisregistratie personen (artikel 4.17). Mandatering

Zoals blijkt uit dit artikel heeft het college de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen. Uit praktische overwegingen (snelheid, effectiviteit) is besloten de bevoegdheid te mandateren tot het niveau van afdelingshoofd en aangewezen toezichthouders.

4462717

Artikel 4:

Voorwaarden

Op grand van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:43) kan één overtreding slechts éénmaal worden beboet. Als de burger geen aangifte doet van adreswijziging en vervolgens niet verschijnt als het college hem daartoe verplicht, dan zijn er in feite twee overtredingen begaan. Het kan echter buiten praportie zijn om dan twee boetes op te leggen. Overweging kan dan zijn om 'slechts' één boete op te leggen. De bevoegdheid tot het opleggen vaneen bestuurlijke boete vervalt drie jaar nadat de overtreding is begaan (Algemene wet bestuursrecht, artikel 5:45). Het is dus van belang te bepalen op welke datum de overtreding vaneen verplichting op grand van de Wet basisregistratie personen is begaan. Uitgangspunt is dat de overtreding wordt begaan op het moment dat het college constateert dat niet is voldaan aan de wettelijke verplichtingen. Na overtreding van de aangifteplicht, bijvoorbeeld, blijft de overtreding actueel. Elke dag dat de burger in gebreke blijft, overtreedt hij de Wet. De termijn schuift daarmee dus oak op. In het geval de verplichtingen van de Wet basisregistratie personen rusten op de wettelijke vertegenwoordigers van minderjarigen tot 16 jaar of mensen die onder curatele staan, wordt de bestuurlijke boete opgelegd aan die wettelijk vertegenwoordiger(s) of de curator.

De minderjarige, bijvoorbeeld, is niet bevoegd om zelf aangifte van verhuizing te doen, terwijl aan hem oak niet de verplichting tot het overleggen van (bran)documenten kan worden opgelegd. Die verplichtingen rusten op de wettelijke vertegenwoordiger of de curator. Het college kan hen aanspreken op deze verantwoordelijkheid, door het opleggen vaneen bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan niet worden opgelegd aan een overtreder die al is overleden. In de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:42) staat dat de opgelegde boete vervalt als deze bij leven van de overtreder is opgelegd, maar voor inning van het opgelegde boetebedrag kamt te overlijden. Artikel 5:

Verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden

Een bestuurlijke boete kan a Ileen worden opgelegd als er sprake is van verwijtbaar gedrag. De mate van verwijtbaarheid wordt volgens vaste jurisprudentie bepaald op grand van objectieve en subjectieve verwijtbaarheid. Bij objectieve verwijtbaarheid gaat het om het handelen of na laten van betrakkene. De vraag is dan of betrakkene feitelijk een wettelijke regel heeft overtreden. Bij subjectieve verwijtbaarheid gaat het om de persoon zelf: wist of kan hij redelijkerwijs weten, dat hij een verplichting had moeten nakomen? De mate waarin de gedragingen verwijtbaar zijn, beoordeelt het college op basis van de situatie op het moment waarap de verplichtingen hadden moeten worden nagekomen. Of er sprake is van verwijtbaar gedrag moet blijken uit een dossier, op grand waarvan het college uiteindelijk een boete oplegt. Het is in verband met de bewijslast noodzakelijk dat feiten en

4462717

omstandigheden worden vastgelegd. Onderdeel van het op te bouwen dossier is in ieder geval een rapportage van de toezichthouder over de overtreding (Algemene wet bestuursrecht, artikel 5:48). Het na laten van het vervullen van verplichtingen, al dan niet bewust, kan als verwijtbaar bestempeld worden. Aan de hand van feiten en omstandigheden kan bepaald worden in welke mate het niet voldoen aan de verplichtingen verwijtbaar is. Artikel 6:

Boetebedragen

Het bestuursrecht maakt onderscheid tussen lage en hoge bestuurlijke boeten. Voor lage bestuurlijke boeten gelden minder voorschriften en administratieve rege ls dan voor hagere boeten. De grens ligt op € 340,00. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen, heeft de wetgever voor het opleggen van boeten ingevolge de Wet basisregistratie personen gekozen voor een maximum boetebedrag van € 325,00. In dit artikel is aangegeven in welke gevallen de maximumboete volgt. Dat is het geval: l.

Bij overtredingen waarbij het aannemelijk is dat verplichtingen bewust niet zijn nagekomen of zijn nage laten;

2.

Als er sprake is van "gelegenheid geven" als bedoeld in de Wet (artikel 4.17 onder b): bewust iemand op het eigen woonadres laten inschrijven, die er feitelijk niet woont;

3.

In geval van herhaling van vergelijkbare overtredingen (recidive);

4.

Als er sprake is van valsheid in geschrifte.

Artikel 7:

Valsheid in geschritte

Er is sprake van valsheid in geschrifte wanneer iemand "een geschrift, dat bestemd is om als bewijs van enig feit te dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken". Uit deze wettelijke definitie blijkt dat het om een schriftelijk document moet gaan, dat het een bewijsbestemming heeft, dat het valselijk is opgemaakt of vervalst met de intentie het als echt en onvervalst te gaan gebruiken. Ook het opzettelijk gebruiken vaneen door iemand anders valselijk opgemaakt of vervalst ge sch rift is valsheid in geschrifte. Bij een valse aangifte kan het college een bestuurlijke boete opleggen, vanwege overtreding van de aangifteplicht. Er moet dan wel rekening worden gehouden met de Algemene wet bestuursrecht (artikel 5:44). Als er naast het overtreden van de aangifteplicht ook sprake is van valsheid in geschrifte, moet de zaak eerst worden voorgelegd aan het Openbaar Ministerie (OM). Besluit het OM niet strafrechtelijk te vervolgen, dan kan alsnog een bestuurlijke boete worden opgelegd. Er moet in een dergelijk geval dus aangifte van valsheid in geschrifte bij de politie worden gedaan. Daarna moet overleg volgen met het OM: of strafvervolging of een gemeentelijke bestuurlijke boete. Op grond van genoemd artikel 5:44 mogen voor hetzelfde feit niet beide sancties worden opgelegd.

4462717

Artikel 8:

Onvoorziene omstandigheden en afwijkingsbevoegdheid

Dit artikel geeft het college nag enige 'speelruimte'. In een geval waarin deze beleidsregel niet voorziet, kan het college alsnog besluiten een bestuurlijke boete op te leggen. Op grond van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel kan het college in geval van bijzondere omstandigheden echter ook besluiten om geen boete op te leggen, of het boetebedrag te matigen. Dat kan bijvoorbeeld zijn in het geval het niet voldoen aan de verplichtingen weliswaar verwijtbaar is, maar het opleggen vaneen boete vanuit onze gemeentelijke zorgplicht onwenselijk is. Artikel 9:

Citeertitel

Dit artikel spreekt voor zieh. Artikel 10:

Inwerkingtreding

De oplegging van de bestuurlijke boete is gebaseerd op de Wet basisregistratie personen. Genoemde Wet is op 6 ja nua ri 2014 in werking getreden. Deze beleidsregel gaat over de uitwerking van de vanaf die datum verkregen bevoegdheid. Na de publicatie past de gemeente Delft deze beleidsregel toe, waarbij de datum inwerkingtreding daarvoor bepalend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9664679/1