2101014 Bedrijvenkring Schieoevers - reactie op Mobiliteitsprogramma en omgang met zienswijzen in MPD
Tekst van het document
Gemeente Delft t.a.v.: Gemeenteraad Postbus 78 2600 ME DELFT Delft, 7 januari 2021 Reactie Bedrijven Kring Schieoevers (BKS) en Stichting Gebiedsfonds Delft Technology Park (SGDTP) op Mobiliteitsprogramma Delft 2040 Geachte raadsleden, Op 14 januari a.s. spreekt uw commissie Ruimte en Verkeer over het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD). Ter voorbereiding op dit debat sturen wij u graag onze bevindingen na analyse van de nota zienswijzen, de beantwoording van raadsvragen en een vergelijking van het definitieve MPD met het concept-MPD van mei 2020. Wij hebben onze bevindingen samengevat in tien punten: 1.
2. 3.
4.
5.
6.
In grote lijnen ondersteunen wij de ambitie van het college om tot een mobiliteitstransitie te komen. Tegelijkertijd is dit voor ons geen doel op zich maar een middel om de doelen uit onze – eerder met u gedeelde – mobiliteitsvisie1 te realiseren. Ofwel een goed bereikbaar en verkeersveilig zuidelijk deel van Delft en een duurzaam gebruik van de infrastructuur. Vanuit dat doel geredeneerd, zijn wij vooral positief over de kaders die het MPD in de hoofdstukken 7 en 8 aan resp. de ontwikkeling van de economie en innovatie geeft. Daarbij stellen wij tevreden vast dat onze zienswijze deze hoofdstukken heeft versterkt. Tegelijkertijd leven we in een onzekere tijd. Welke structurele effecten de coronacrisis op het mobiliteitsgedrag heeft, is nog onbekend. Wij vinden het daarom positief dat de nota zienswijzen aangeeft dat eventuele structurele effecten in eerstvolgende evaluaties zullen worden meegenomen. Hetzelfde geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Zoals bekend heeft Delft op dit vlak grote ambities. Wij stellen tevreden vast dat het MPD aangeeft dat het mogelijk is om bij te sturen op ruimtelijke ontwikkelingen als tussentijds blijkt dat doelen niet gehaald worden.
Tenslotte zien wij dat het MPD fors inzet op voldoende fietsparkeervoorzieningen in onze gebieden, het ontwikkelen van station Delft Campus als mobiliteitshub, het creëren van sociale veiligheid, het uitrollen van geslaagde experimenten en een tram 19 die ook het zuiden van de TU Delft Campus bereikt. Punten die naar aanleiding van onze zienswijze nog eens zijn versterkt. Wij geven daarvoor het college graag een compliment. Toch hebben wij nog zorgen. In dit stadium van de besluitvorming gaat het te ver om op details in te gaan. Vandaar dat wij ons beperken tot vier hoofdpunten die hopelijk nog een vertaling kunnen krijgen in de besluitvorming over het MPD. Het gaat daarbij om 1) de ontsluiting van Schieoevers en Delft Technology Park over de weg, 2) de scheiding van zwaar en langzaam verkeer, 3) de beschikbaarheid van openbaar vervoer ten zuiden van de Kruithuisweg en 4) de (toekomstige) besluitvorming over het uitvoeringsplan van het MPD.
1 BKS en SGDTP (2020), Een goed bereikbaar zuidelijk Delft – cruciaal voor het Delftse ecosysteem van Kennis en Economie.
7.
In de eerste plaats de ontsluiting van Schieoevers en Delft Technology Park. Bijlage I van het MPD verduidelijkt nog eens de kwetsbaarheid van de ontsluiting van onze gebieden via de Kruithuisweg. Dit is ook de reden dat in het concept uitvoeringsplan van het MPD de upgrade van de Kruithuisweg een hoge prioriteit is toegekend. Tegelijkertijd mikt dit plan pas op uitvoering in de periode 2030-2040. Eerdere studies hebben verduidelijkt dat een aanpak eerder nodig zal zijn. Wij zien daarom graag dat de uitvoering een nog hogere prioriteit wordt toegekend. Daarbij willen wij graag nogmaals pleiten voor een tweede ontsluiting ten zuiden van onze twee gebieden. In onze zienswijze hebben wij op dit punt gevraagd om de robuustheid van de bereikbaarheid van Schieoevers en Delft Technology Park nader te onderzoeken. Helaas is deze zienswijze onbeantwoord gebleven. Wij zouden graag zien dat als onderdeel van het MPD deze robuustheid wordt onderzocht en denken graag over vraagstelling en oplossingsrichtingen mee. 8. Een tweede punt betreft de scheiding of juist kruising van zwaar en langzaam verkeer. Op meerdere plekken in onze twee gebieden zien wij gevaarlijke kruisingen. Denk aan de Jaffalaan/Rotterdamseweg, Mekelweg/Jaffalaan en Huismansingel/Molengraaffsingel. Maar in de toekomst wellicht ook de aanvoerroutes van de Gelatinebrug en de ontsluiting van de kades op Schieoevers-Zuid.
Graag zouden wij zien dat met het MPD wordt gewerkt aan het zo veel als mogelijk scheiden van zwaar en langzaam verkeer. Kan dit uitgangspunt alsnog voor economische hotspots worden toegevoegd? 9. Een derde punt betreft de beschikbaarheid van openbaar vervoer ten zuiden van de Kruithuisweg. In onze zienswijze op het concept MPD hebben wij gevraagd om de mogelijkheden voor realisatie van extra OV-haltes op Schieoevers en Delft Technology Park nader te verkennen. Als reactie hierop heeft het college aangegeven dat het MPD reeds een uitbreiding van de busroute door Schieoevers en een route tussen station Campus en TU Campus voorziet. Hoewel wij dit zeer op prijs stellen, gaat het daarbij om routes ten noorden van de Kruithuisweg terwijl de grootste knelpunten ten zuiden van de Kruithuisweg worden ervaren. Wij vragen daarom graag nogmaals aandacht voor deze situatie. 10. Tenslotte willen wij graag aandacht vragen voor het uitvoeringsplan. In de raadsbrief van 26 mei 2020 wordt aangegeven dat de raad bij vaststelling van de definitieve versie van het MPD ook een definitief uitvoeringsplan ontvangt. Een bijgestelde versie van het uitvoeringsplan is tot op heden echter niet met de raad gedeeld.
Dit betekent ook dat wij toezeggingen over bijvoorbeeld investeringen in de ontwikkeling van Schieoevers-Zuid als logistieke hub – zoals gedaan in de nota zienswijzen – niet op waarde kunnen beoordelen. Daarnaast doen wij graag een voorstel voor besluitvorming over het uitvoeringsplan in de toekomst. In de raadsbrief van 26 mei jl. wordt aangegeven dat het uitvoeringsplan tweejaarlijks zal worden geüpdatet en ter kennisname met de raad zal worden gedeeld. De nota zienswijzen geeft aan dat besluitvorming over budgetten via de begrotingsbehandeling plaatsvindt. Wij vinden dat wat indirect. Wij zouden graag zien dat op basis van de monitoring en evaluatie van het MPD het uitvoeringsplan steeds wat wordt geüpdatet en dat daaraan ook de financiële besluitvorming wordt verbonden. Dan wordt ook direct duidelijk hoe aan de doelbereiking van het MPD wordt gewerkt. Kan dit nog op deze manier worden georganiseerd? In de bijlage bij deze brief vindt u onze eerdere reactie op het concept MPD met daarbij per zienswijze in het rood hoe het college hiermee is omgegaan. Aan het eind van de bijlage vindt u ook een aantal meer algemene bevindingen. De analyse in de bijlage vormt de basis voor de 10 punten die hiervoor zijn opgenomen. Wij hopen dat u onze punten meeneemt in uw beraadslaging en zijn uiteraard bereid om een nadere toelichting op onze punten te geven.
Tenslotte De afgelopen maanden zijn wij als besturen van BKS en SGDTP frequent in overleg getreden met de gemeentelijke organisatie over het MPD en uitwerkingen daarvan in beleid en projecten. Wij waarderen dit zeer. Wij hopen dat deze samenwerking blijft bestaan en roepen de gemeente in elk geval op om bij verdere uitwerkingen van het MPD in bijvoorbeeld het uitvoeringsplan, het parkeerbeleid, de ontwikkeling van een logistieke zone en het instellen van een nul-emissie zone voldoende participatiemogelijkheden voor bedrijven en organisaties te bieden. Als BKS en SGDTP blijven wij sowieso graag over verdere uitwerkingen van het MPD in gesprek. Verdere besluitvorming over het MPD zullen wij met veel belangstelling blijven volgen. Met vriendelijke groet,
René Hartevelt Bestuurslid Mobiliteit Bedrijven Kring Schieoevers
Guido Sluijsmans Bestuurslid Mobiliteit Stichting Gebiedsfonds Delft Technology Park
BIJLAGE: REACTIE BKS EN SGDTP OP CONCEPT MPD 2040 – 14 SEPTEMBER 2020 IN HET ROOD DE OMGANG MET DE ZIENSWIJZEN INCLUSIEF KORTE REFLECTIE Gemeente Delft t.a.v.: College van Burgemeester en Wethouders Postbus 78 2600 ME DELFT Delft, 14 september 2020 Reactie Bedrijven Kring Schieoevers (BKS) en Stichting Gebiedsfonds Delft Technology Park (SGDTP) op Mobiliteitsprogramma Delft 2040 Geacht college, Op 13 juli jl. heeft u het concept Mobiliteitsprogramma Delft 2040 (hierna: MPD) ter inzage gelegd. Graag maken wij van de gelegenheid gebruik om hierop te reageren. Onze mobiliteitsvisie vormt daarbij het uitgangspunt.2 Dit betekent dat wij het MPD primair hebben beoordeeld op de bijdrage aan een goed bereikbaar en verkeersveilig zuidelijk deel van Delft en een duurzaam gebruik van de infrastructuur. De resultaten van ons recente enquêteonderzoek mobiliteit3 hebben wij vanzelfsprekend in onze reactie op het MPD betrokken. Participatie bedrijven Voorafgaand aan onze inhoudelijke reactie op het MPD willen wij eerst benadrukken ons niet te herkennen in de opmerkingen die in zowel de informatiebrief van het college als in het MPD zelf over de participatie van ondernemers zijn gemaakt.
Behoudens de deelname aan twee brede participatiebijeenkomsten bestonden er voor zowel afzonderlijke bedrijven en organisaties als ons als vertegenwoordigers van die bedrijven en organisaties geen mogelijkheden om aan de totstandkoming van het MPD bij te dragen. Eerdere versies van het MPD zijn bij zowel BKS als SGDTP niet op draagvlak getoetst en directe mogelijkheden om input te leveren zijn ons niet geboden. Bij de verdere uitwerking van het MPD in beleid en projecten zouden wij dit graag anders zien, zeker waar het gaat om plannen die de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en het gebruik van de infrastructuur in het zuidelijke deel van Delft direct beïnvloeden. Richting de toekomst zien wij graag dat de principes van Delfts Doen als kader voor participatie op mobiliteitsbeleid en -projecten worden gehanteerd. Daarnaast pleiten wij voor een (blijvend) grote betrokkenheid van de raad bij zowel bijstellingen in het MPD alsook uitwerkingen in beleid en projecten. Met de besluitvorming over de parkeertransitie is daarbij in onze ogen een verkeerd voorbeeld gegeven. Hierbij zijn immers belangrijke bevoegdheden van de raad naar het college verschoven en is aangegeven dat bij het opnieuw vaststellen van tijden, tarieven en gebiedsgrenzen geen participatie meer zal plaatsvinden. Dit besluit zien wij graag teruggedraaid.
Gewenste wijziging in het MPD - Principes van Delfts Doen expliciet benoemen als kader voor participatie op mobiliteitsbeleid en -projecten - Expliciet aangeven dat de gemeenteraad bevoegd is en blijft voor bijstellingen in het MPD en uitwerkingen van het MPD in beleid en projecten - Terugdraaien raadsbesluit om inzake parkeertransitie bevoegdheden over te dragen van raad naar college en stakeholders geen participatiemogelijkheden meer te geven bij wijzigingen in tijden, tarieven en gebiedsgrenzen 2 Zie bijlage I voor de mobiliteitsvisie “Een goed bereikbaar zuidelijk Delft – cruciaal voor het Delftse ecosysteem van Kennis en
Economie”. 3 Zie bijlage II voor de notitie met de belangrijkste resultaten van het onderzoek.
-
-
-
De principes van Delfts Doen zijn niet als kader voor participatie op mobiliteitsbeleid en -projecten in het MPD benoemd. In de nota zienswijzen wordt op dit punt verwezen naar een tekstuele aanpassing in hoofdstuk 1.3 maar deze is summier en gaat niet in op het gemaakte punt. Voor BKS en SGDTP is het in elk geval belangrijk dat bij verdere uitwerkingen van het MPD in beleid en projecten voldoende participatiemogelijkheden voor bedrijven en organisaties worden geboden. In de nota zienswijzen is aangegeven dat de raad nu en in de toekomst verantwoordelijk blijft voor het mobiliteitsplan. De sturing vindt wel wat indirect plaats (via de begrotingsbehandeling). Idealiter zou de voortgang worden beoordeeld via bijv. een voortgangsrapportage op het uitvoeringsplan van het MPD. Op die manier wordt beter zichtbaar met welke projecten aan de doelbereiking van het MPD wordt gewerkt. Het derde punt is in de nota zienswijzen niet opgenomen/beantwoord en heeft ook geen vertaling gekregen in het MPD. Wel is inmiddels duidelijk dat het college in het tweede kwartaal van 2021 – volgens planning – een voorstel voor eventuele uitbreiding van het autoluwbeleid zal doen, inclusief begrenzing van het gebied. Dit zou een moment kunnen zijn om opnieuw de participatiemogelijkheden bij het parkeerbeleid aan de orde te stellen.
Bereikbaarheid Onze inhoudelijke reactie op het MPD geven wij vorm langs de lijnen van ons mobiliteitsvisie “Een goed bereikbaar zuidelijk Delft – cruciaal voor het Delftse ecosysteem van Kennis en Economie”. Daarin hebben wij aangegeven ons sterk te maken voor een goed bereikbaar en verkeersveilig zuidelijk deel van Delft en een duurzaam gebruik van de infrastructuur. Ook spreken we hierin over het grote belang van een goede bereikbaarheid voor de bedrijven en organisaties in het zuidelijke deel van Delft. Dit belang is in het recent door ons uitgevoerde enquêteonderzoek mobiliteit nog eens onderstreept. Vandaar dat we hier in onze reactie als eerst bij stilstaan. Autobereikbaarheid We gaan daarbij eerst in op de autobereikbaarheid. Analyses die in het kader van respectievelijk de MER Schieoevers-Noord, de Impactanalyse Verstedelijkingsopgave Delft en het MPD hebben plaatsgevonden, hebben verduidelijkt dat de autobereikbaarheid van zowel Schieoevers als Delft Technology Park onder druk staat. Het recent uitgevoerde enquêteonderzoek heeft dit nog eens onderstreept en maakte bovendien duidelijk dat de bedrijven en organisaties in onze gebieden zich grote zorgen maken over hun toekomstige bereikbaarheid.
Het realiseren van een betere ontsluiting via de N470 (Kruithuisweg) kwam in het enquêteonderzoek als belangrijkste maatregel uit de bus om de bereikbaarheid van onze bedrijven en organisaties te verbeteren. De ervaren knelpunten vormen hiervoor een belangrijke reden4 evenals de verwachting dat het gebruik van de Kruithuisweg in de komende jaren zal toenemen.5 De bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park nemen gezamenlijk ruim 35% van de banen in Delft voor hun rekening. Vanuit dit grote belang voor de Delftse economie geredeneerd zou grote(re) aandacht voor het verbeteren van de ontsluiting via de Kruithuisweg in het MPD logisch zijn. Te meer doordat dit economische belang in de komende jaren groter zal worden6 en de Kruithuisweg (ook) als gevolg van de toename van het verkeer op de A4 en A13 steeds intensiever zal worden benut. Hoewel het MPD refereert aan de bestaande knelpunten7 en aangeeft dat vooral op de ontsluitingswegen van Schieoevers de verkeersdruk zal toenemen8, is een aanpak van de knelpunten pas in de periode 2030-2040 voorzien.9 Wij zouden graag zien dat er een hogere prioriteit aan het oplossen van bestaande knelpunten en het voorkomen van 4 Uit het onderzoek bleek dat bijna de helft van de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park last van files
ervaart. 5 Uit het onderzoek bleek dat bijna 80% van de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park verwacht dat er meer vervoersbewegingen in/rond de twee gebieden zullen gaan plaatsvinden. 6 Circa 75% van de geambieerde 10.000 banen in Delft is in de wijken direct aan de Kruithuisweg voorzien. 7 Zie pagina 8 en pagina 24 van het MPD 8 Zie pagina 56 van het MPD. 9 Zie concept Uitvoeringsplan 2020-2025.
toekomstige knelpunten wordt toegekend; òòk om de grote ambities ten aanzien van werken en wonen op Schieoevers en Delft Technology Park te faciliteren. Gewenste wijziging in het MPD Hogere prioriteit toekennen aan het realiseren van een betere ontsluiting van Schieoevers en Delft Technology Park via de N470 (Kruithuisweg) Deze zienswijze is in de nota zienswijzen procesmatig beantwoord door aan te geven dat er recent groot onderhoud heeft plaatsgevonden en dat er op dit moment samen met de provincie een studie plaatsvindt om te kijken naar een toekomstbestendige weg. Het uitvoeringsplan verandert hiermee niet. De vraag is of dit terecht is. In elk geval zijn hiermee de zorgen die aan deze zienswijze ten grondslag liggen niet weggenomen. Naast het realiseren van een betere ontsluiting via de N470 zouden wij graag zien dat er in het MPD aandacht wordt gegeven aan het realiseren van extra ontsluitingen ten zuiden van Schieoevers en Delft Technology Park. Bijvoorbeeld door de realisatie van een Faradaybrug10, het creëren van een extra afslag op de A13 en/of de ontwikkeling van een verbinding tussen Schieoevers-Zuid en Tanthof.
Op die manier worden de beide gebieden in hun autobereikbaarheid minder afhankelijk van de Kruithuisweg, nemen de knelpunten bij brugopeningen en/of calamiteiten minder grote vormen aan en kan de bereikbaarheid voor hulpdiensten ten alle tijden worden gewaarborgd. De constatering dat de Faradaybrug verkeerskundig niet nodig zou zijn11, beoordelen wij mede vanuit het oogpunt van een robuuste infrastructuur als voorbarig. Wij zouden graag zien dat er nader onderzoek wordt verricht naar de wijze waarop de bereikbaarheid van de economische hotspots van Delft ook bij calamiteiten kan worden geborgd. Indien de resultaten van de onderzoeken hiertoe aanleiding geven, zien wij graag concrete plannen voor het realiseren van extra ontsluitingen ten zuiden van Schieoevers en/of Delft Technology Park. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat de robuustheid van de bereikbaarheid van Schieoevers en Delft Technology Park nader zal worden onderzocht en dat er concrete plannen voor het realiseren van extra ontsluitingen ten zuiden van Schieoevers en Delft Technology Park zullen worden ontwikkeld indien de resultaten van de onderzoeken hiertoe aanleiding geven Deze zienswijze is in de nota zienswijzen niet opgenomen en heeft dus ook geen vertaling gekregen in het MPD. De zorgen op dit punt zijn daarmee niet weggenomen. Een ander punt betreft het parkeren in de twee gebieden.
Als BKS en SGDTP kunnen wij onszelf vinden in de ambitie van het MPD om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen lagere parkeernormen te hanteren. Tegelijkertijd gaat het MPD voorbij aan de reeds bestaande capaciteitsproblemen in de twee gebieden12 die als gevolg van de forse groei13 en de toestroom van extra parkeerders uit de binnenstad14 naar verwachting zullen toenemen en ook op andere locaties op Schieoevers en Delft Technology Park gaan spelen. Om die reden zien wij in het MPD graag ook aandacht voor het vraagstuk van parkeercapaciteit op Schieoevers en Delft Technology Park, waarbij wij specifiek kansen zien voor het ontwikkelen van parkeeroplossingen, mobiliteitshubs en/of voorzieningen voor deelvervoer nabij de snelwegen en de kruisingen van de Kruithuisweg met de Schieweg en Schoemakerstraat. Het is daarbij uiteraard ook van belang om ongebruikte
10 Idealiter ten zuiden van Avalex, zie ook Bijlage I. 11 Zie pagina 25 van het MPD.
12 Uit het enquêteonderzoek mobiliteit is gebleken dat bedrijven en organisaties met name op TU Campus Noord, Schieoevers-Zuid,
Delftechpark en bij YES!Delft een gebrek aan parkeerplaatsen ervaren. 13 Zo is zo’n 65% van de geambieerde 15.000 extra woningen en zo’n 75% van de geambieerde 10.000 extra banen in de wijken direct aan de Kruithuisweg voorzien. Daarnaast groeit het aantal studenten op de TU Delft Campus naar verwachting tot ruim 34.000 in 2027 en zal de musical Willem van Oranje (tijdelijk) voor ca. 264.000 bezoekers per jaar gaan zorgen. 14 Het MPD voorziet nu alleen in parkeeroplossingen, mobiliteitshubs en/of voorzieningen voor deelvervoer als compensatie voor een uitbreiding van het autoluwplusgebied, terwijl ook de groei van de stad en de groei van het aantal bezoekers van de binnenstad om parkeeroplossingen, mobiliteitshubs en/of voorzieningen voor deelvervoer zal vragen.
parkeercapaciteit van bestaande en nog te ontwikkelen parkeervoorzieningen op de TU Delft Campus in ogenschouw te nemen als mogelijke oplossing voor knelpunten op piekmomenten. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat plannen zullen worden ontwikkeld voor het realiseren en/of behouden van voldoende parkeercapaciteit op Schieoevers en Delft Technology Park Deze zienswijze is in de nota zienswijzen niet opgenomen en heeft dus ook geen vertaling gekregen in het MPD. Wel geeft de nota zienswijzen aan dat bij eventuele capaciteitsproblemen in de binnenstad zal worden onderzocht of transferia een oplossing zouden kunnen zijn. Een ander punt met betrekking tot parkeren betreft de parkeernormen bij nieuwbouw en/of herontwikkeling van bedrijfsruimte. Wij zien hierbij graag dat maatwerk mogelijk blijft. Waar bij nieuwe woonontwikkelingen in onze ogen een lagere parkeernorm een must is, wordt bij overige functies wat ons betreft steeds gekeken naar de haalbaar- en wenselijkheid in relatie tot de vestigingseisen van de beoogde vestigers. Dit betekent bijvoorbeeld ook dat voor bedrijven met een focus op prototyping en/of productie een relatief hoge parkeernorm mogelijk moet zijn.
Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat bij nieuwbouw en/of herontwikkeling van bedrijfsruimte steeds maatwerk wordt geleverd met betrekking tot parkeernormen In de nota zienswijzen wordt bij deze zienswijze verwezen naar de nota parkeernormen. Volgens die nota is maatwerk mogelijk, bijvoorbeeld als aannemelijk kan worden gemaakt dat het autobezit en/of -gebruik lager is dan de normen voorschrijven. Een laatste punt met betrekking tot de autobereikbaarheid betreft de bereikbaarheid van onze twee gebieden voor vrachtverkeer. Daarbij is ons uitgangspunt dat zowel bestaande als nieuwe bedrijfslocaties goed bereikbaar voor dit type verkeer blijven. Het omklappen van de Schieweg is o.a. bedoeld om het Kabeldistrict voor vrachtauto’s goed bereikbaar te houden. Wij stellen voor om per deelgebied te beoordelen welke maatregelen kunnen/moeten worden getroffen om de bedrijven voor vrachtverkeer goed bereikbaar te houden. Dit speelt in eerste instantie vooral op de Rotterdamseweg, maar kan later ook spelen op de TU Delft Campus Zuid en SchieoeversZuid. Initiatieven die de logistiek op Schieoevers-Zuid te bundelen, juichen wij daarbij overigens van harte toe. Wel zijn in onze ogen nog (grote) investeringen nodig om de ambities van het MPD op dit punt te realiseren.
Daarbij gaat het om investeringen in kade- en overslagfaciliteiten, maar bijvoorbeeld ook om investeringen in voldoende parkeergelegenheid voor vrachtauto’s15 en een onderliggend netwerk dat verkeersonveilige situaties voorkomt.16 Gewenste wijziging in het MPD - Aangeven dat zowel bestaande als nieuwe bedrijfslocaties op Schieoevers en Delft Technology Park goed bereikbaar blijven voor vrachtverkeer - Meer aandacht geven aan de randvoorwaarden voor het realiseren van de ambities voor Schieoevers-Zuid om te fungeren als logistieke hub -
Op dit punt geeft de nota zienswijzen aan dat de huidige doorstromingseisen voor alle wegen langs bedrijvenlocaties (m.u.v. Binnenstad) gelijk zijn aan die van de hoofdwegen binnen de regio en dat er geen plannen zijn om deze doorstromingseisen aan te passen. Hierbij wordt in de nota zienswijzen verwezen naar paragraaf 8.4 (dit moet overigens 7.4 zijn). De inhoud van deze paragraaf is ten opzichte van de conceptversie van mei 2020 ongewijzigd. De randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van Schieoevers-Zuid als logistieke hub zijn dus niet nader uitgewerkt. Wel geeft de nota zienswijzen aan dat de
15 Meer dan een derde van de logistieke bedrijven op Schieoevers en Delft Technology Parkeren ervaren op dit moment problemen
met de parkeergelegenheid van bedrijfswagens / vrachtauto’s. 16 Zie ook later in onze reactie op het MPD onder het kopje ‘verkeersveiligheid’.
benodigde investeringen in het uitvoeringsplan verder uitgewerkt zullen worden. Of dit is gebeurd, kan op dit moment niet worden beoordeeld aangezien het definitieve uitvoeringsplan nog niet met de raad is gedeeld. Bereikbaarheid per openbaar vervoer Voor de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park is de bereikbaarheid per openbaar vervoer minstens zo belangrijk als de bereikbaarheid per auto. De huidige situatie wordt daarbij door veel bedrijven en organisaties als onvoldoende beoordeeld, waarbij meer dan de helft van de bedrijven en organisaties problemen ervaren met geen of te weinig OV.17 De bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park zien daarom ook graag forse investeringen in het realiseren van extra OV-haltes; iets dat met name geldt voor de bedrijven en organisaties ten zuiden van de Kruithuisweg en die op Delftechpark. Om die reden willen wij graag ook pleiten voor meer OV-haltes (bus en tram) in het zuidelijke deel van Delft, eventueel ook ondersteund met Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV). De ontwikkeling zoals die in het MPD met betrekking tot de steeds grotere loopafstand naar het openbaar vervoer wordt beschreven18, baart ons daarbij zorgen. Ook vragen wij onszelf af of “het zoeken naar oplossingen in de regio” afdoende zal zijn om de gesignaleerde problemen weg te nemen.
In ieder geval zouden wij in het MPD graag een meer actiegerichte uitwerking zien om vervoersarmoede in Delft te beperken/voorkomen. Gewenste wijziging in het MPD - Aangeven dat de mogelijkheden voor realisatie van extra OV-haltes op Schieoevers en Delft Technology Park actief zullen worden verkend - Actiegerichte uitwerking opnemen om vervoersarmoede in Delft te beperken/voorkomen Bij deze zienswijze wordt in de nota zienswijzen verwezen naar afspraken met de MRDH en het feit dat Delft met het MPD al inzet op meer “verplichte” lijnen. Voor wat betreft dit laatste verwijst de nota zienswijzen naar hoofdstuk 3.4 (dit moet overigens 3.5 zijn) en de kaart die hierin opgenomen is. Hierin zou een uitbreiding van de busroute door Schieoevers en een route tussen station Campus en TU Campus zijn voorzien. Dit laatste is inderdaad het geval, maar het eerste beperkt zich slechts tot een verbinding tussen de binnenstad en station Delft Campus. De gebieden ten zuiden van de Kruithuisweg blijven (in de periode tot 2040) dus minimaal ontsloten via openbaar vervoer.
Tegelijkertijd onderstrepen wij de ambitie om op Schieoevers en Delft Technology Park vooral ook in te zetten op voorzieningen voor de ‘first and last mile’.19 We zien daarbij in het bijzonder kansen voor de ontwikkeling van station Delft Campus als mobiliteitshub door bij zowel het station als de vier omliggende kwadranten ruimte te creëren voor parkeeroplossingen en voorzieningen voor deelvervoer. Wij verwachten dat een dergelijke ontwikkeling ondersteunend is aan de ambitie om station Delft Campus beter te benutten, waarbij wij overigens blij zijn met de hoge prioriteit die in het concept Uitvoeringsplan 2020-2025 aan de Schaalsprong voor het Metropolitane OV is toegekend. Volledige viersporigheid tussen Den Haag en Rotterdam vormt immers een belangrijke voorwaarde om de gewenste hoge frequentie van treinen te realiseren. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat station Delft Campus als mobiliteitshub wordt ontwikkeld Naar aanleiding van deze zienswijze is het MPD aangepast. In de definitieve versie van het MPD (pagina 45) wordt de potentie van station Delft Campus als mobiliteitshub onderstreept en aangegeven dat er voorzieningen zullen worden gerealiseerd om de overstap tussen verschillende
17 Zie Bijlage II.
18 Zie pagina 14 en pagina 23 van het MPD.
19 Zie ook later in onze reactie op het MPD onder het kopje ‘duurzaam gebruik van de infrastructuur’.
vervoersmiddelen mogelijk te maken. Ook geeft het MPD aan dat er in de omgeving van dit station nog voldoende ontwikkelruimte is voor nieuwe concepten. Ondersteunend aan de ontwikkeling van station Delft Campus als mobiliteitshub zien wij tevens kansen in het realiseren van mobiliteitshubs nabij de snelwegen (zie ook eerder in onze reactie), bij bus- en tramhaltes en op andere strategische locaties in onze twee gebieden (bijvoorbeeld bij YES!Delft, op Delftechpark, etc.). Door op diverse locaties in de twee gebieden (deel)vervoersmiddelen20 aan te bieden kan de last and first mile snel, veilig en efficiënt worden overbrugd. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat zal worden verkend waar (extra) mobiliteitshubs in/nabij onze twee gebieden kunnen bijdragen aan het snel, veilig en efficiënt overbruggen van de first and last mile naar bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park om daarmee ook de markt te stimuleren om met deelvervoer aan de slag te gaan Mede naar aanleiding van deze zienswijzen is de visie op deelmobiliteit en mobiliteitshubs in het MPD uitgebreid. De locatie en omvang van de hubs blijft daarbij onbesproken. Dit betekent dus ook dat niet wordt ingegaan op de suggestie om nabij de snelwegen, bij bus- en tramhaltes en/of op andere strategische locaties in onze twee gebieden (bijv. bij YES!Delft, op Delftechpark, etc.) hubs te realiseren.
In de nota zienswijzen wordt wel aangegeven bij eventuele capaciteitsproblemen in de binnenstad zal worden onderzocht of transferia een oplossing kunnen zijn. Last but not least willen wij in deze reactie aandacht vragen voor het versnellen van de realisatie van de verlengde tramlijn 19. Idealiter wordt deze lijn in de toekomst nog doorgetrokken naar Rotterdam The Hague Airport (RTHA) om de bedrijven en organisaties in onze twee gebieden direct met de luchthaven te verbinden. Wij kunnen onszelf echter voorstellen dat hieraan op dit moment geen hoge prioriteit wordt toegekend. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat de verlengde tramlijn 19 spoedig zal worden opengesteld Deze zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in het MPD, maar de nota zienswijzen geeft wel aan dat de gemeente er alles aan doet om de tram zo snel mogelijk te laten rijden. Bereikbaarheid per water Zoals aangegeven in onze mobiliteitsvisie is de ligging aan de Schie een onderscheidend element in het lokale vestigingsklimaat van de bedrijven en organisaties in onze twee gebieden. Vanuit die beoordeling ondersteunen wij de ambitie van het MPD om de ligging aan de Schie beter te benutten. Ook wij zien belangrijke kansen voor overslag op Schieoevers-Zuid en verwachten wij dat in de toekomst een belangrijk deel van de distributie naar de binnenstad vanuit Schieoevers kan plaatsvinden.
Zoals eerder in deze reactie aangegeven, zijn er in onze ogen echter wel grote investeringen nodig om deze kansen te benutten. Graag zouden wij zien dat het MPD aangeeft welke randvoorwaarden dienen te worden gecreëerd om de ambities voor Schieoevers-Zuid als logistieke hub te realiseren. En dat het uitvoeringsplan van het MPD aangeeft welke investeringen er op Schieoevers-Zuid worden gepleegd om de betreffende randvoorwaarden te creëren. Gewenste wijziging in het MPD - Meer aandacht geven aan de randvoorwaarden voor het realiseren van de ambities voor Schieoevers-Zuid om te fungeren als logistieke hub - Aangeven welke investeringen zullen worden gepleegd om de ambities voor SchieoeversZuid als logistieke hub te realiseren 20 Daarbij kan gedacht worden aan fietsen, maar ook aan (elektrische) steps, driewielers, segways, monowheels en mini-scooters.
Hierbij wordt in de nota zienswijzen verwezen naar paragraaf 8.4 (dit moet overigens 7.4 zijn). De inhoud van deze paragraaf is ten opzichte van de conceptversie van mei 2020 ongewijzigd. De randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van Schieoevers-Zuid als logistieke hub zijn dus niet nader uitgewerkt. De nota zienswijzen geeft aan dat de benodigde investeringen in het uitvoeringsplan verder zullen worden uitgewerkt. Of dit is gebeurd, kan op dit moment niet worden beoordeeld aangezien het definitieve uitvoeringsplan nog niet met de raad is gedeeld. Bereikbaarheid per fiets Ons recente enquêteonderzoek mobiliteit heeft verduidelijkt dat een belangrijk deel van de werknemers van de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park de fiets of E-bike gebruikt voor het woon-werkverkeer.21 Mede om die reden is aan de fietsbereikbaarheid door de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park een groot belang toegekend. De waardering voor die fietsbereikbaarheid is echter ook hoog. In zowel de inventarisatie van problemen als de verkenning van gewenste investeringen kwamen dan ook weinig punten terug die primair betrekking hadden op de fietsbereikbaarheid. Wel blijken de bedrijven en organisaties op sommige locaties op Schieoevers en Delft Technology Park graag meer fietsenstallingen en oplaadpunten voor E-bikes te zien.
Dit geldt in het bijzonder op de TU Delft Campus waar wij graag op strategische locaties een concentratie van fietsparkeren met dynamische verwijzing naar vrije plekken zouden zien. Tegelijkertijd zien de bedrijven en organisaties in onze gebieden het creëren van (meer) fietsenstallingen en oplaadpunten voor E-bikes nadrukkelijk als maatregel om zelf mee aan de slag te gaan. Om die reden pleiten wij voor een integraal plan waarbij gemeente en bedrijven gezamenlijk voor voldoende fietsparkeergelegenheid op Schieoevers en Delft Technology Park zorgdragen. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat samen met de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park plannen zullen worden ontwikkeld voor het creëren van (meer) fietsenstallingen en oplaadpunten voor E-bikes Naar aanleiding van deze zienswijze is in het MPD aangegeven dat de gemeente intensief zal samenwerken met ondernemers, bewoners en bezoekers om te voorzien in voldoende fietsparkeervoorzieningen. Met betrekking tot de bereikbaarheid per fiets geldt de ontwikkeling van de Gelatinebrug uiteraard als een positieve ontwikkeling. Daarnaast zien (ook) wij in het verlengde daarvan graag een Gelatinetunnel om de oost-westverbinding tussen de woonwijken en de TU Delft Campus te verbeteren.
Wel bestaan er bij veel bedrijven en organisaties in onze gebieden (grote) zorgen over de extra kruisingen van vracht- en langzaam verkeer die daardoor mogelijk ontstaan. Wij pleiten in dit kader daarom voor zo veel als mogelijk scheiding van snel en langzaam verkeer om zowel de bereikbaarheid voor (vracht)auto’s als de bereikbaarheid voor fietsen te borgen. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat op Schieoevers en Delft Technology Park zo veel als mogelijk sprake zal zijn van een scheiding van snel en langzaam verkeer zodat beide gebieden voor zowel (vracht)auto’s als fietsen goed bereikbaar blijven De nota zienswijzen geeft op dit punt aan dat de eisen die aan de realisatie van lokale netwerken worden gesteld een kwestie is van nadere uitwerking. Hiermee zijn de zorgen op dit punt (nog) niet geheel weggenomen.
21 Circa een kwart van het personeel van de bedrijven en organisaties op Schieoevers en circa een derde van het personeel van de
bedrijven en organisaties op Delft Technology Park.
Verkeersveiligheid Het laatste punt is relevant in relatie tot de bereikbaarheid van de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park, maar past vooral ook in onze visie op een verkeersveilig zuidelijk deel van Delft. In ons recente enquêteonderzoek mobiliteit is door de bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park veelvuldig gewezen op gevaarlijke kruisingen in onze twee gebieden. Daarbij ging het om de kruisingen Jaffalaan/Rotterdamseweg, Mekelweg/Jaffalaan en Huismansingel/Molengraaffsingel, terwijl bedrijven en organisaties voor de toekomst vooral problemen verwachten bij zowel de aanvoerroute richting de Gelatinebrug over de Schieweg als de afwikkeling van de fietsstroom op de Rotterdamseweg. Ook hebben diverse bedrijven en organisaties gewezen op mogelijke veiligheidsrisico’s op Schieoevers-Zuid op het moment dat daar meer logistiek verkeer zal gaan plaatsvinden. Om die reden willen wij nogmaals pleiten voor het zo veel als mogelijk scheiden van snel en langzaam verkeer.
Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat op Schieoevers en Delft Technology Park zo veel als mogelijk sprake zal zijn van een scheiding van snel en langzaam verkeer om de verkeersveiligheid voor fietsers in de twee gebieden te (kunnen) garanderen De nota zienswijzen geeft op dit punt aan dat de eisen die aan de realisatie van lokale netwerken worden gesteld een kwestie is van nadere uitwerking. Hiermee zijn de zorgen op dit punt (nog) niet geheel weggenomen. Een ander aandachtspunt dat in het enquêteonderzoek mobiliteit naar voren kwam, is de veiligheid voor fietsers in de avond. Het gaat daarbij niet zo zeer om verkeersonveilige situaties, maar om ervaren (sociale) onveiligheid. Graag zouden wij in het MPD (ook) maatregelen zien om de ervaren veiligheid voor fietsers op Schieoevers en Delft Technology Park te vergroten. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat op Schieoevers en Delft Technology Park maatregelen zullen worden getroffen om de ervaren (sociale) veiligheid van fietsers te vergroten Naar aanleiding van deze zienswijze is sociale veiligheid expliciet als aandachtspunt in het MPD opgenomen (zie pagina 36). Als reactie op deze zienswijze geeft de nota zienswijzen aan dat bij nieuwe inrichtingen van wegen bij het ontwerp òòk gekeken wordt naar de sociale veiligheid en dat bij een gebrek aan ervaren (sociale) veiligheid dit kenbaar kan worden gemaakt.
Dit laatste bevestigt het MPD. Duurzaam gebruik van de infrastructuur Een derde pijler in onze mobiliteitsvisie vormt een duurzaam gebruik van de infrastructuur. Vanuit die visie ondersteunen wij de doelstelling van het MPD om in Delft tot een mobiliteitstransitie te komen, al vinden wij het belangrijk dat die mobiliteitstransitie vooral wordt bereikt door het stimuleren van gewenst gedrag en niet zo zeer het ontmoedigen van ongewenst gedrag. Kortom, het gaat in onze ogen vooral om het aantrekkelijk(er) maken van alternatieven van de auto en niet zo zeer om het ontmoedigen van autogebruik. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat mobiliteitstransitie vooral wordt bereikt door het stimuleren van gewenst gedrag en niet zo zeer door het ontmoedigen van ongewenst gedrag Als reactie op dit punt geeft de nota zienswijzen aan dat het MPD gewenst gedrag stimuleert door een goede inrichting, ruimte en kwaliteit van de openbare ruimte, ingebed in goede afspraken en regels. Tegelijkertijd geeft de nota aan dat het kan voorkomen dat het niet naleven van regels leidt tot een beperking van de effectiviteit van de maatregel of tot overlast van medebewoners/weggebruikers. In dat geval zal handhaving worden ingezet om het gewenste effect te bereiken. Met deze reactie wordt voorbijgegaan aan de inhoud van de zienswijze. De
reactie neemt immers niet de zorg weg dat autogebruik in Delft zal worden ontmoedigd ook in situaties dat goede alternatieven ontbreken. Voor een duurzamer gebruik van de infrastructuur zien wij vooral kansen in het beter benutten van de ligging aan het water en het spoor en het verduurzamen van transport door innovaties op het vlak van elektrificatie en connectiviteit. Wij vinden het daarbij wel belangrijk dat ambities realistisch en haalbaar zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de invoering van een milieuzone voor de stad. Wij pleiten in dit kader graag voor een realistische planning waarbij de bereikbaarheid van bedrijven en organisaties op Schieoevers en Delft Technology Park voor personeel, leveranciers en afnemers voorop staat. Gewenste wijziging in het MPD Bereikbaarheid bedrijven en organisaties Schieoevers en Delft Technology Park voorop stellen en tempo voor invoering milieuzone aanpassen op ontwikkelingen in de markt Als reactie op dit punt geeft de nota zienswijzen aan dat bij het tempo van invoering uiteraard gekeken zal worden naar ontwikkelingen in de markt, “waarbij Delft al wel een aantal doelstellingen heeft geformuleerd aansluitend op de landelijke ontwikkelingen en doelstellingen op dit gebied.” Met deze reactie wordt de zorg slechts ten dele weggenomen.
Tegelijkertijd wordt in een reactie op een vraag van de VVD-fractie aangegeven dat de “beleidslijn duurzaam zoneren” op korte termijn wordt geconcretiseerd met een stappenplan tot 2025. Besluitvorming hierover is voorzien in het eerste kwartaal van 2021. Het verduurzamen van transport kan daarbij in onze ogen vooral ook worden bereikt door een extra impuls in deelvervoer. Dit kan bij station Delft Campus en diverse andere locaties in/nabij onze twee gebieden (zie ook eerder in onze reactie). Daarnaast schuilen er in onze ogen kansen in de verduurzaming van de infrastructuur op zichzelf. De ontwikkeling van de Kruithuisweg als “weg die energie geeft” vormt daarbij een inspirerend voorbeeld. Helaas zien wij hiervoor in het MPD nog geen aandacht. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat duurzaamheid ook in de (her)ontwikkeling van infrastructuur aandacht krijgt Deze zienswijze heeft geen opvolging gekregen in het MPD. Wel geeft de nota zienswijzen aan dat het integraal duurzaam ontwerpen als standaard is ingevoerd in Delft, met hierbij het streven om daar waar het kan het ruimtebeslag van autoparkeerplaatsen en weginfrastructuur te minimalen zodat er meer (groene) ruimte voor klimaatadaptatie en verblijven ontstaat. Met deze reactie wordt slechts te dele antwoord gegeven op deze zienswijze.
Bij duurzaam ontwerpen van de infrastructuur gaat het immers niet alleen om vergroening en klimaatadaptatie, maar bijvoorbeeld ook om energietransitie (zie Kruithuisweg). Dit punt is nu niet in het MPD opgenomen. Andere mogelijkheden om tot een duurzamer gebruik van de infrastructuur op/rondom Schieoevers en Delft Technology Park te komen, is het stimuleren van thuiswerken, het hanteren van andere werktijden (voor een betere spreiding van het verkeer over de dag), het bundelen van logistieke stromen, etc. Voor dergelijke gedragswijzigingen bestaat in het MPD relatief weinig aandacht22, terwijl hiermee wel een duurzamer gebruik van de infrastructuur op positieve wijze kan worden bereikt. Graag zouden wij daarom een nadere uitwerking van maatregelen zien die zijn gericht op een duurzamer mobiliteitsgedrag. Gewenste wijziging in het MPD Een meer actiegericht uitwerking opnemen om duurzaam mobiliteitsgedrag te stimuleren 22 Enkel pagina 50 van het MPD gaat hierop kort in, waarbij campagnes vooral lijken te zijn gericht op personen en niet zo zeer op
bedrijven en organisaties.
Als reactie op dit punt is aangegeven dat het MPD uiteraard streeft naar minder verplaatsingen en betere spreiding over de dag, zonder daarbij de vrijheid van de burger te beknotten. Zakelijk (m.n. logistiek) ziet de gemeente kansen in sturing op het protocol logistiek, milieuzones en stadslogistiek. Volgens de gemeente liggen de genoemde voorbeelden van wonen en werken meer in de invloedssfeer van de omgevingsvisie dan van het mobiliteitsbeleid alleen. Tenslotte zien wij in het verduurzamen van het gebruik van de infrastructuur ook een belangrijke rol weggelegd voor de bedrijven en organisaties die in onze gebieden zijn gevestigd. In het recente enquêteonderzoek bleek bijna 1 op de 3 bedrijven op Schieoevers en Delft Technology Park een aan de mobiliteitssector verbonden activiteit als kernactiviteit te bestempelen. Daarmee is in de twee gebieden veel kennis aanwezig die kan bijdragen aan de gewenste verduurzaming van mobiliteit. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om kennis van de TU Delft, maar ook om kennis van andere bedrijven en organisaties in de twee gebieden. Graag zouden wij zien dat deze bedrijven en organisaties nauw worden betrokken bij verdere uitwerking van plannen om tot een duurzamer gebruik van de infrastructuur te komen.
Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat bij de verdere uitwerking van beleid en plannen om mobiliteit te verduurzamen actief de samenwerking wordt gezocht met op Schieoevers en Delft Technology Park gevestigde bedrijven en organisaties met mobiliteit als kernactiviteit Naar aanleiding van deze zienswijze is het gedeelte van het MPD dat gaat over innovatie en Delft Kennisstad uitgebreid in de geest van deze zienswijze. Onder andere bij de (nieuwe) paragraaf 8.2 over vernieuwende logistiek is aangegeven dat samen met (de kennis van) partijen in de stad zal worden gekeken naar de organisatie van de logistieke keten. Tot slot In dit laatste deel van onze reactie vragen wij graag aandacht voor drie punten die niet direct zijn af te leiden uit onze mobiliteitsvisie, maar in onze ogen wel passen bij een goede besluitvorming over het MPD. Het gaat daarbij in de eerste plaats om monitoring en evaluatie. Wij vinden het goed dat het MPD hieraan aandacht besteedt. Wel hadden wij graag meer cijfermatige onderbouwing als vertrekpunt voor de uitvoering en monitoring van het MPD gezien. Gericht op toekomstige besluitvorming is het in onze ogen in elk geval nog van belang dat 1) goed gekeken wordt naar de zeggingskracht van indicatoren in relatie tot de beoogde doelstellingen van het MPD en 2) de raad c.q. stad betrokken blijft bij eventuele bijstellingen in het beleid.
Gewenste wijziging in het MPD - Nadere onderbouwing van indicatoren om doelbereiking MPD te monitoren en te evalueren - Aangeven dat bijstellingen in het MPD een bevoegdheid van de raad is en blijft -
-
Naar aanleiding van dit punt geeft de nota zienswijzen aan dat de indicatoren in het bestuursprogramma zijn vastgelegd en dat deze worden aangehouden. Tegelijkertijd zal er op meer indicatoren worden gemeten, waaronder verkeersveiligheid. De zienswijze is met deze reactie slechts ten dele beantwoord. In de nota zienswijzen is aangegeven dat de raad nu en in de toekomst verantwoordelijk blijft voor het mobiliteitsplan. De sturing vindt wel wat indirect plaats (via de begrotingsbehandeling). Idealiter zou de voortgang worden beoordeeld via bijv. een voortgangsrapportage op het uitvoeringsplan van het MPD. Op die manier wordt beter zichtbaar met welke projecten aan de doelbereiking van het MPD wordt gewerkt.
Een tweede meer algemeen punt heeft betrekking op de inzet op experimenten. Wij ondersteunen deze inzet van harte evenals de doelstelling om resultaten van experimenten apart te monitoren en te evalueren. Wel vinden wij het van belang dat bij experimenten steeds expliciete aan-
dacht wordt besteed aan de mogelijkheden tot opschaling. We zien daarom graag dat in de evaluatie van experimenten steeds wordt beoordeeld of en zo ja hoe verder kan worden gegaan. Gewenste wijziging in het MPD Aangeven dat bij de uitvoering, monitoring en evaluatie van experimenten steeds ook aandacht zal zijn voor de mogelijkheden tot opschaling Naar aanleiding van deze zienswijze is nu in het MPD aangegeven dat streven is “geslaagde” experimenten verder uit te rollen en te implementeren (zie pagina 52). Een derde meer algemeen punt heeft betrekking op de prioriteitstelling in projecten. Hoewel het concept Uitvoeringsplan 2020-2025 formeel geen onderdeel vormt van de terinzagelegging van het MPD willen wij er bij deze wel voor pleiten dat de prioriteitstelling in projecten niet (alleen) wordt vastgesteld op basis van ‘werk-met-werk’ maken c.q. subsidiemogelijkheden bij hogere overheden, maar dat nut en noodzaak voorop staan. Gewenste wijziging in het MPD Nut en noodzaak voorop stellen bij prioritering van projecten Naar aanleiding van deze zienswijze geeft de nota zienswijzen aan dat de afweging van nut en noodzaak in het uitvoeringsplan is meegenomen. De gemeente heeft bij dit plan niet alleen gekeken naar doorstroming en bereikbaarheid, maar ook naar verkeersveiligheid, parkeren, leefbaarheid en de inzet naar een duurzame mobiliteitstransitie.
Verder geeft de nota zienswijzen op dit punt aan dat tot 2040 alle projecten noodzakelijk zijn en dat alleen kijken naar nut en noodzaak van (grote) projecten per saldo leidt tot uitvoering van minder projecten. In de komende jaren is er circa 2 miljoen (per jaar) beschikbaar. Dit is voor de gemeente reden om de komende jaren zoveel mogelijk bij bestaande financiën aan te sluiten. Met deze laatste meer algemene opmerking besluiten wij onze reactie op het MPD. Wij zijn uiteraard bereid om hierop een nadere toelichting te geven. Verdere besluitvorming over het MPD zullen wij uiteraard met veel belangstelling blijven volgen. Met vriendelijke groet,
René Hartevelt Bestuurslid Mobiliteit Bedrijven Kring Schieoevers
Guido Sluijsmans Bestuurslid Mobiliteit Stichting Gebiedsfonds Delft Technology Park
Overige bevindingen: - Positief dat in de nota zienswijzen is aangegeven dat eventuele structurele effecten in het post-corona tijdperk die van invloed zijn op de mobiliteit (zoals meer thuiswerken, minder rijden in de spits) in de eerstvolgende evaluaties meegenomen worden. - Positief dat ook het MPD (naast het Ontwikkelplan Schieoevers-Noord) aangeeft dat het ook mogelijk is om bij te sturen op bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen als tussentijds blijkt dat doelen niet gehaald worden. - De fietsersbond is voorstander van de Faradaybrug en -tunnel vanwege de maaswijdte die dit oplevert voor bijvoorbeeld de bewoners van Tanthof, maar ook recreatieve fietsers. De Fietsersbond ziet weinig in de door de gemeente voorgestelde brug in het verlengde van de Energieweg. Als reactie hierop geeft het college aan dat fietsen over de (hoge) brug van de Kruithuisweg als een barrière wordt gezien en dat daarom via de Energieweg in een lage fietsbrug wordt voorzien. De brug is primair bedoeld voor het verbeteren en stimuleren van het fietsen tussen station Campus en het zuidelijk deel van de TU Campus. In de nota zienswijzen geeft de gemeente aan dat de beoogde plek van de Faradaybrug daarvoor te ver weg ligt. Op de gewenste extra zuidelijke ontsluiting voor auto’s gaat de nota zienswijzen – zoals eerder aangegeven – in het geheel niet in.
- De nota zienswijzen geeft aan dat op de Rotterdamseweg ten zuiden van de Gelatinebrug werk met werk zal worden gemaakt door de aanleg van de metropolitane fietsroute. - In de nota zienswijzen en de antwoorden op raadsvragen wordt veelvuldig aangegeven dat het kaartje met het fietsnetwerk is gewijzigd. Dit is echter niet het geval. - Als reactie op de zienswijze van OF Voorhof wordt in het MPD nu aangegeven dat er een onderzoek plaatsvindt naar de totale netwerkstructuur van de Prinses Beatrixlaan, Buitenhofdreef en Voorhofdreef, inclusief een eventuele aansluiting van de Martinus Nijhofflaan op de Beatrixlaan. - Naar aanleiding van de zienswijze van BKS en SGDTP zijn de hoofdstukken over economie (hoofdstuk 7) en innovatie (hoofdstuk 8) aangevuld en versterkt. De samenvatting van beide hoofdstukken zijn in lijn met de mobiliteitsvisie van BKS en SGDTP. - Met betrekking tot het uitvoeringsplan 2020-2025 werd in de raadsbrief van 26 mei 2020 aangegeven dat de raad bij de vaststelling van de definitieve versie van het MPD ook een definitief uitvoeringsplan zou ontvangen. Een bijgestelde versie van het uitvoeringsplan is tot op heden echter nog niet met de raad gedeeld.
- In reactie op een vraag van de Groep Stoelinga over het uitvoeringsplan geeft het college overigens aan dat een deel van de projecten uit het uitvoeringsplan is vastgelegd bij besluit van B&W van 21 april 2020 en is behandeld in de Cie RV van 16 mei 2020. Tijdens de begrotingsbehandeling in het najaar waren er nog mogelijkheden voor aanpassingen. Besluitvorming over de uitvoeringslijst voor de periode 2021/2022 vindt in het voorjaar van 2021 plaats.