2049931 Voorstel van het presidium aan de raad inzake referendumverordening 2020 (geamendeerd)
Tekst van het document
Een subsidieplafond is concreter; het moet onder die naam worden vastgesteld als het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking krachtens een wettelijk voorschrift van bepaalde met name genoemde subsidies (artikel 4:22 van de Awb). In deze verordening gebeurt dat door vermelding van het plafond in de verordening. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond moet oak worden bekendgemaakt hoe het wordt verdeeld (artikel 4:26, tweede lid, van de Awb). De bekendmaking van het subsidieplafond gebeurt in dit geval via de bekendmaking van deze verordening en de bekendmaking van de verdeelsleutel gebeurt in dit geval oak via de verordening: in artikel 19, tweede en derde lid, is bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Vierde lid Naast een totaal budget gelden er deelplafonds voor de verschillende categorieën (voor, tegen en neutraal). Het betreft hier een bedrag van € 30.000,- per categorie. Hetgeen als toelichting bij het derde lid is vermeid is hier oak van toepassing. Vijfde lid Naast de bovengrens van het subsidieplafond en de deelplafonds, geldt dat per aanvraag ten hoogste € 5000,- subsidie wordt verleend. Daarbij is wel van belang dat in artikel 21, tweede en derde lid aangegeven wordt hoe waarop getoetst wordt, en hoe het beschikbare bedrag verdeeld wordt.
Artikel 19 Subsidieverlening en vaststelling
Eerste lid
25
Deze bepaling bevat de beslistermijn die geldt voor een aanvraag voor subsidie op grand van deze verordening. De beslistermijn is 14 dagen. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat onvolledige aanvragen kunnen leiden tot een opschorting van de beslistermijn (zie hiervoor artikel 17 en de toelichting daarop). Tweede en derde lid De subsidie wordt verstrekt om zoveel mogelijk verschillende initiatieven te ondersteunen die een zo divers mogelijk publiek bereiken. Daarom is gekozen voor een tendersysteem. Nadat de aanvraagtermijn gesloten is, wordt een besluit genomen over de aanvragen. Een systeem waarbij op volgorde van binnenkomst wordt beslist is minder geschikt, omdat de activiteiten dan niet onderling kunnen worden afgewogen zodat een meest effectieve mix van initiatieven kan worden gehonoreerd. De aanvragen worden op basis van de aspecten genoemd in het derde lid door het college beoordeeld en gerangschikt. De referendumkamer heeft hierbij een adviserende rol. Er is - op advies van de referendumkamer - geen gebruik gemaakt van het toekennen van punten aan de verschillende aspecten waarop de aanvragen worden beoordeeld, zoals in de modelverordening van de VNG wel het geval is.
Deze methode biedt volgens de VNG een manier om de aanvragen te toetsen op de criteria en ze onderling tegen elkaar afte wegen De referendumkamer heeft in het advies van 12 februari 2020 aangegeven dat bedoelde toekenningen van punten zou leiden tot schijnzekerheid. Uiteraard is het wel de bedoeling dat het college de aanvragen beoordeelt op de criteria en ze onderling afweegt en vergelijkt.
Vijfde lid Een referendumproces wordt oplettend gevolgd door inwoners en lokale media. Hoewel het om relatief lage subsidiebedragen zal gaan, moet wel verantwoording over de bestede gelden worden afgelegd voordat de subsidie definitief wordt vastgesteld. Oat gebeurt via de aanvraag tot vaststelling. In deze bepaling wordt aangegeven welke bewijsstukken moeten worden overgelegd. Zesde lid Het college dient binnen zes weken na de datum van de aanvraag tot vaststelling te besluiten. Als uit de overgelegde stukken (of op een andere manier) blijkt dat de activiteiten niet of niet geheel hebben plaatsgevonden, kan de subsidie lager worden vastgesteld dan was verleend, of zelfs worden ingetrokken. Hierbij kan het versterkte voorschot (vierde lid ) - deels - worden teruggevorderd (artikelen 4:48, eerste lid, en 4:57 van de Awb). Zevende lid Subsidieverlening bij referenda is per definitie niet meerjarig en/of langdurig.
26
Paragraaf 8 Organisatie en uitvoering
Artikel 20 Datum referendum Tegelijk met het bes luit over het houden van een referendum (zie artikel 1 O, derde lid) neemt de raad ook een besluit over de datum waarop het referendum wordt gehouden. De referendumkamer brengt over de datum advies uit.
Artikel 21 Organisatie en uitvoering Eerste lid Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij de gang van zaken bij de raadsverkiezingen. Vandaar dat de desbetreffende bepalingen uit de Kieswet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, voor zover er geen regeling in deze verordening zelf is opgenomen. Het gaat om de volgende onderdelen: • hoofdstuk E, paragraaf 2: de instelling en bemensing van stembureaus door het college; • hoofdstuk E, paragraaf 4: de instelling van het centraal stembureau (bij een lokaal referendum is er geen taak voor een hoofdstembureau; paragraaf 3 van hoofdstuk E is hier daarom niet vermeid); • hoofdstuk J: de stemming (met onder andere de oproep, de inrichting van het stemlokaal, het uitbrengen van de stem); • hoofdstuk L: het stemmen bij volmacht; • hoofdstuk N, paragraaf 1: de telling van de stemmen; • hoofdstuk P, paragraaf 1: de werkzaamheden van het centraal stem bureau ten behoeve van de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag; • hoofdstuk P, paragraaf 4: de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag in een open bare zitting van het centraal stem bureau. Ook is hier geregeld dater een procesverbaal van de werkzaamheden wordt opgemaakt. Zie over de bekendmaking ook de toelichting bij artikel 23.
Artikel 22 Oproep Kiesgerechtigden worden op gelijke wijze als bij raadsverkiezingen opgeroepen.
Artikel 23. Uitslag In dit artikel zijn bepalingen opgenomen over de taken van het centraal stembureau bij de telling, de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag van een referendum. Deze wijken deels af van desbetreffende bepalingen in de Kieswet of vullen deze aan. Zie de toelichting bij artikel 23. Onder andere artikel P23 van de Kieswet (onderdeel van paragraaf 4) is van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarin is geregeld dat het centraal stembureau zijn proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar maakt. Daarbij is ook bepaald dat hiervoor bij ministeriële regeling een internetadres kan worden aangewezen. Dat laatste is op het moment van verschijnen van deze modelverordening nog niet gebeurd. 27
In het tweede lid is een zogenaamde geldigheidsdrempel opgenomen. Nadrukkelijk is niet gekozen voor een opkomstdrempel, omdat dat zou kunnen leiden tot strategisch gedrag van de kiezer. Bij strategisch gedrag blijft de groep van voorstanders van het concept-besluit thuis omdat zij dan hopen dat de opkomstdrempel niet wordt gehaald en daarmee de uitslag als ongeldig wordt beschouwt. Dit heeft als gevolg dat oak de uitslag van het referendum in twijfel wordt getrokken. Om dit te voorkomen is gekozen voor een "gekwalificeerde meerderheid". Dit betekent dater niet alleen een meerderheid nodig is van het totaal uitgebrachte stemmen, maar dat die meerderheid oak een bepaald percentage moet zijn van diegenen die stemgerechtigd zijn (te weten 20%). Is de meerderheid niet voldoende groat, dan is er geen sprake van een geldige uitslag In het derde lid is verder bepaald dat het centraal stembureau de uitslag aan de raad overbrengt. Het vierde lid regelt dat de raad een uitspraak doet over de wettigheid van de stemming, en of er sprake is van een geldige uitslag.
Paragraaf 9 Overige bepalingen
Artikel 24 en 25 Verantwoording en evaluatie Na afloop van het referendum legt de referendumkamer verantwoording af over de wijze waarop de taken zoals opgenomen in artikel 3 zijn uitgevoerd. Vervolgens evalueert de raad het proces. Artikel 26. Strafbepaling Op grand van artikel 154, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad op overtreding vaneen verordening een straf stellen van ten hoogste drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie (€ 4.350,- in 2020). Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten bij hoofdstuk Z, paragraaf 1, van de Kieswet.
28