2047896 College van B en W - toepassen coördinatieregeling Martinus Nijhofflaan 2 en kennisgeving ontwerp bestemmingsplan
Tekst van het document
aan- en uitbouw:
een aan een hoofdgebouw aangebouwd gebouw op de begane grond dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw; 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aan-huis-gebonden beroep:
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met een woonfunctie in overeenstemming is; 1.7
appartement:
één wooneenheid binnen een appartementencomplex; 1.8
balkon:
een open buitenruimte met afscheiding uitkragend aan de verdieping van het aangrenzend hoofdgebouw; 1.9
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10
bouwlaag
een tussen twee opeenvolgende vloeren gelegen, voor verblijf geschikt, deel van een gebouw met uitsluiting van een kap; 1.11
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.12
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
4
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
1.13
bevoegd gezag:
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.14
bijbehorende voorzieningen:
voorzieningen die ten dienste staan van en ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming zoals parkeren, fietsenstallingen en -bergingen, installatieruimten, groen, water en ontsluitingswegen; 1.15
bijgebouw:
een vrijstaand gebouw dat in functioneel opzicht ten dienste staat van de in het bijbehorende hoofdgebouw toegelaten functies; 1.16
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak; 1.18
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.20
bvo (brutovloeroppervlak):
het totale gebouwde vloeroppervlak, exclusief expeditieruimte, trafo en beheerruimte, daar waar dit in de regels is aangegeven; 1.21
dakterras:
een buitenruimte, gelegen op een hoofdgebouw of op een aan- of uitbouw voorzien van een afscheiding; 1.22
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23
dienstverlening:
het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden met rechtstreeks contact met het publiek, zoals kapsalons en reisbureaus; 1.24
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25
het college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;
5
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
1.26
hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27
hoogtescheidingslijn:
een binnen een bouwvlak aangegeven lijn waarmee de scheiding tussen twee binnen dat bouwvlak aangegeven hoogteaanduidingen wordt weergegeven; 1.28
horeca:
een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van drank- en/of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, waaronder in ieder geval worden verstaan café's, restaurants, lunchrooms, snackbars en hiermee gelijk te stellen inrichtingen of bedrijven met uitsluiting van hotels en discotheken; 1.29
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten:
het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.30
nutsvoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.31
parkeervoorzieningen:
voorzieningen ten behoeve van het parkeren, zoals parkeerplaatsen en de daarbij behorende in- en uitritten; 1.32 peil: voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.33
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; 1.34
voorgevel:
het meest naar de weg gekeerde deel van een gebouw; 1.35
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding; 1.36
wooneenheid:
een deel van een gebouw dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor huisvesting van één afzonderlijke huishouding.
6
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
afstanden:
afstanden worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras:
de hoogte van een voorziening voor betreding van een dakterras wordt gemeten vanaf de bovenkant van de bebouwing waarop de voorziening is geplaatst.
7
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wonen en aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, detailhandel en dienstverlening; horeca uitsluitend tot en met maximaal categorie 1b van de Staat van horeca-activiteiten ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan': tevens balkons en geluidwerende voorzieningen; e. bijbehorende voorzieningen. waarbij maximaal 260 woningen zijn toegestaan. Een en ander overeenkomstig het bepaalde in deze bestemming. 3.1.1
Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a
Voorwaardelijke verplichting maatregel geluid
De bouw en het gebruik van de navolgende woningen zijn uitsluitend toegestaan onder het treffen van navolgende akoestische maatregelen die na realisatie in stand worden gehouden: 1. Voor de woningen die zijn geörienteerd op de parkeergarage en een hogere gevelbelasting hebben dan 50 dB(A) etmaalwaarde, zoals bedoeld in Bijlage 2 Onderzoek geluidsbelasting parkeergarage, een lamellenrooster van het type DucoWall Acoustic W 150 of een lamellenrooster die qua werkingsprincipe en akoestische prestaties vergelijkbaar is; 2. Voor de woningen die zijn geörienteerd op de Martinus Nijhofflaan, zoals bedoeld in Bijlage 3 Akoestisch onderzoek geluidsbelasting verkeerslawaai, een lamellenrooster van het type DucoWall Acoustic W 150 of een lamellenrooster die qua werkingsprincipe en akoestische prestaties vergelijkbaar is. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Bouwwerken, binnen het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken binnen het bouwvlak van de bestemming 'Gemengd' gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde in de vorm van balkons, mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)'; c. woningen zijn toegestaan vanaf een hoogte van 6 meter; d. de gevel van een gebouw dient, voor zover gelegen aan de Martinus Nijhofflaan, in het verlengde van een direct aangrenzend gebouw te worden gebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkraging' dient een overkraging te worden gebouwd, waarbij de overkraging is toegestaan vanaf een bouwhoogte van tenminste 6 meter; f. in afwijking van het bepaalde onder b zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding balkons toegestaan' balkons toegestaan met een bouwhoogte die niet meer mag bedragen dan bouwhoogte van het belendende gebouw waar het balkon onderdeel van uitmaakt; g. het bouwvlak mag volledig bebouwd worden; h. ondergronds bouwen is, met uitzondering van ondergeschikte delen (waaronder mede begrepen fundering en liftputten), uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, tot een verticale diepte van maximaal 1,2 m, gerekend vanaf peil;
8
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
3.2.2
Bouwwerken, buiten het bouwvlak
Voor het bouwen van bouwwerken buiten het bouwvlak van de bestemming 'Gemengd' gelden de volgende bepalingen: a. buiten het bouwvlak zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan' zijn balkons toegestaan met een bouwhoogte die niet meer mag bedragen dan bouwhoogte van het belendende gebouw waar het balkon onderdeel van uitmaakt. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De toelaatbare bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan in de vorm van balkons,mag ter plaatse van het bouwvlak en daarbuiten maximaal bedragen: Bouwhoogte Van erf- en terreinafscheidingen niet grenzend aan openbaar toegankelijk gebied
2m
Van erf- en terreinafscheidingen elders 1 m Van voorzieningen voor de betreding van een dakterras
2,5 m
Van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3m
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Gebruiksverbod
Niet toegestaan zijn: a. b. c. d.
Bevi-inrichtingen; geluidhinderlijke inrichtingen als bedoeld in de Wet geluidhinder; de opslag en/of verkoop van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; seksinrichtingen.
3.3.2
Detailhandel, horeca en dienstverlening
Detailhandel, horeca en dienstverlening is uitsluitend toegestaan mits: a. gerealiseerd op begane grondlaag; b. de functies gezamenlijk geen groter gebruiksoppervlak hebben dan 265 m2 bvo, exclusief expeditieruimte, trafo en beheerruimte;
3.3.3
Aan-huis-gebonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Aan-huis-gebonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, voor zover: a. het bvo ten behoeve van kantoor- en/of praktijkruimten en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 40% van het bvo van de woning, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen; b. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimten en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in parkeergelegenheid wordt voorzien; c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer.
9
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
3.4
Afwijken van gebruiksregels
3.4.1
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.3.2 en toestaan dat het toelaatbaar bvo voor detailhandel, horeca en dienstverlening toeneemt met maximaal 150 m² tot maximaal 415 m², indien voldaan wordt aan de voorwaarden: 1. dat er geen behoefte is aan de collectieve woonruimte; 2. dat is aangetoond er voldoende parkeerruimte is voorzien voor deze voorziening.
10
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
11
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 5
Algemene bouwregels
5.1 Parkeren a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van auto's op het eigen terrein en deze parkeerruimte in stand wordt gehouden. b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang en de gebruiksfunctie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren van fietsen op het eigen terrein en deze parkeerruimte in stand wordt gehouden.
5.2
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1: a. indien het voldoen aan het bepaalde in lid 5.1 door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; en/of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien en deze in stand wordt gehouden.
5.3
Uitzondering
Het bepaalde in lid 5.1 sub b geldt niet voor een gebouw voor een woonfunctie, niet-zijnde een woonfunctie voor studenten of een woonfunctie voor zorg.
5.4
Voorwaarden voor afwijken
Afwijken van de regels, als bedoeld in lid 5.2 is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 5.5
Beleidsregels Nota Parkeernormen 2018
Het bevoegd gezag past het bepaalde in de leden 5.1, 5.2 en 5.4 toe met inachtneming van de beleidsregels uit de Nota parkeernormen 2018. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt bij de toetsing uitgegaan van de nieuwe of gewijzigde beleidsregels, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
12
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 6 6.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken als: a. opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen, met uitzondering van het bepaalde in lid 6.2, sub a; c. uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen. 6.2
Uitzonderingen gebruiksverbod
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan: a. vormen van gebruik als bedoeld in lid 6.1, die verenigbaar zijn met het doel waarvoor de grond ingevolge de bestemming, de doeleindenomschrijving en/of de overige regels mag worden gebruikt; b. het opslaan van bouwmaterialen, puin en specie in verband met normaal onderhoud, dan wel ter verwezenlijking van de bestemming.
13
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 7 7.1
Algemene afwijkingsregels
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 ter zake reeds een omgevingsvergunning kan worden verleend - bij omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%. Een en ander met dien verstande dat de hoogtematen van gebouwen met maximaal 1 m mogen worden verhoogd; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. overschrijding van de bestemmingsgrenzen en/of bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de overschrijdingen mogen niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak en/of bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. het bouwen en gebruiken van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, mits de inhoud niet meer bedraagt dan 60 m3; e. het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, zoals vlaggenmasten, reclame-uitingen, gedenktekens, beeldhouwwerken en andere kunstuitingen, waarbij geldt dat de hoogtematen van de bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal 6 m mag bedragen; f.
overschrijding van de toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van sirenemasten, mits de hoogte niet meer bedraagt dan 40 m. 7.2
Voorwaarden afwijken
Van de in lid 7.1 genoemde afwijkingsbevoegdheid kan slechts gebruik worden gemaakt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de stedenbouwkundige kwaliteit; c. de verkeersafwikkeling ter plaatse.
14
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Hoofdstuk 4 Artikel 8
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
8.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 8.1 onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 8.1 onder a, met maximaal 10%. c. Lid 8.1 onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 8.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 8.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 8.2 onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 8.2 onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
15
ontwerp bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Martinus Nijhofflaan fase 2.
16
WET GELUIDHINDER
ontwerpbesluit hogere grenswaarden
1.
2.
Gegevens naam
:
Burgemeester en Wethouders van Delft
adres
:
Postbus 78
postcode
:
2600 ME
plaats
:
Delft
contactpersoon
:
Maarten Koopman
telefoonnummer
:
14015
:
art. 82 en 83, 2e lid, Wgh
geldend bestemmingsplan
:
‘Albert Heijn Locatie Martinus Nijhofflaan’
bouwplan
:
260 appartementen en lichte horeca/detailhandel
Aard en object
:
186 woningen
ligging (bijv. straat of plangebied)
:
Martinus Nijhofflaan, ten zuidwesten van de kruising met de Voorhofdreef/Papsouwselaan
industrieterrein(en)
:
n.v.t.
Rechtsgrond(en) artikel(en)
3.
4.
Bouw- en bestemmingsplannen
Korte omschrijving besluit
voor het besluit relevante weg(en) : binnenstedelijk gebied
Martinus Nijhofflaan en Voorhofdreef/Papsouwselaan
voor het besluit relevante weg(en) : buitenstedelijk gebied
n.v.t.
spoorweg(en)
n.v.t.
:
5.
Overwegingen
Toetsingskader Het toetsingskader voor dit besluit bestaat uit de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh stelt dat een hogere grenswaarde kan worden verleend indien maatregelen om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het wettelijk kader schrijft daarbij voor dat ten behoeve van het terugdringen van de geluidsbelasting achtereenvolgens de volgende soorten maatregelen dienen te worden bezien: • maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerende wegdekverharding, verminderen verkeer, verlagen snelheid); • maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger (bijvoorbeeld geluidsschermen, vergroten afstand tussen bron en ontvanger); • maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld dove gevels, vliesgevels). Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en geluidsreducerende maatregelen redelijkerwijs niet doelmatig of mogelijk zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het afwegingskader dat het College daarbij hanteert is opgenomen in de in april 2013 vastgestelde beleidsnota ‘Beleid Hogere Waarden Wet Geluidhinder’.
Wettelijk kader In het bij dit besluit behorende akoestisch onderzoek (rapport ‘Martinus Nijhofflaan fase 2; Akoestisch onderzoek’, projectnummer 0462176.100, 17 september 2020) zijn mogelijke maatregelen besproken. Uit het onderzoek blijkt het volgende. Maatregelen aan de bron Het toepassen van een geluidsreducerende wegdekverharding heeft in beginsel een gunstig effect op de geluidsemissie van de motorvoertuigen (niet op die van de trams). Een dunne deklaag is echter geen geschikte oplossing, omdat voertuigen door de aanwezigheid van de rotonde en voetgangersoversteekplaatsen veelvuldig zullen optrekken, afremmen en/of afslaan. Met een slijtvastere geluidsreducerende wegdekverharding, zoals SMA-NL5, kan slechts een beperkte afname van de geluidsbelasting worden bereikt (1 dB, waarbij op de Martinus Nijhofflaan ook nog een licht ongunstig effect optreedt vanwege de trambaan). De geluidsbelasting kan derhalve niet significant worden verlaagd door het aanbrengen van een ander type wegverharding. Maatregelen in het overdrachtsgebied Geluidsafschermende maatregelen langs de weg zouden voor de onderste bouwlagen effectief zijn, maar zijn in deze binnenstedelijke omgeving uit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk en niet inpasbaar. Maatregelen bij de ontvanger Met name de gevel aan de zijde van de Martinus Nijhofflaan ondervindt een hoge geluidsbelasting.
Deze gevel wordt gedeeltelijk voorzien van maatregelen die zorgen voor een geluidsreductie van ten minste 9 dB. Gedacht wordt aan een geluidsabsorberend lamellensysteem. Hierdoor beschikken alle achterliggende woningen over ten minste één te openen deel met een aanvaardbare geluidsbelasting (zie toelichting hierna). Bij woningen die zowel een woonkamer als een slaapkamer aan deze zijde hebben, wordt de maatregel aangebracht bij de slaapkamer. Conclusie Uit het bovenstaande volgt dat maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied niet effectief zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van verkeerskundige en stedenbouwkundige aard. Doordat aan de hoogst geluidsbelaste woningen maatregelen worden getroffen, kan daar in vrijwel alle gevallen de geluidsbelasting plaatselijk worden verlaagd tot ten hoogste de voorkeursgrenswaarde. Op een deel van de betreffende woningen en een deel van de overige woningen in het gebouw resteert een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Daarom dient voor 186 woningen een hogere grenswaarde te worden vastgesteld vanwege de Martinus Nijhofflaan en/of de Voorhofdreef/Papsouwselaan. Gemeentelijk kader Het uitgangspunt van het gemeentelijke hogerewaardenbeleid is dat hogere grenswaarden worden vastgesteld indien een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn in
het hogerewaardenbeleid eisen geformuleerd. Zo dienen woningen te beschikken over een geluidsluwe zijde. Onder een geluidsluwe zijde wordt het volgende verstaan: • de geluidsbelasting van de geluidsluwe zijde mag cumulatief niet meer bedragen dan 60 dB (exclusief correctie conform artikel 110g Wgh); • indien de gecumuleerde geluidsbelasting van de hoogst geluidsbelaste zijde 65 dB of minder bedraagt, bedraagt de gecumuleerde geluidsbelasting van de geluidsluwe zijde maximaal 55 dB (exclusief correctie conform artikel 110g Wgh); • de gevel achter een vliesgevel kan beschouwd worden als een geluidsluwe gevel. Daarnaast dienen woningen die niet eenzijdig georiënteerd zijn ten minste één slaapkamer te hebben die niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde is gelegen. In geval van woningen die wel eenzijdig georiënteerd zijn, dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gelegen aan de hoogst geluidsbelaste zijde. Conclusie De zuidgevels van het gebouw zijn geluidsluw, evenals het grootste gedeelte van de westgevels. Doordat de geluidsbelasting van de noordgevel (zijde Martinus Nijhofflaan) plaatselijk met ten minste 9 dB wordt teruggebracht door het treffen van maatregelen, beschikken alle achterliggende woningen over ten minste één geluidsluw te openen deel. De oostgevel is niet geluidsluw.
De gecumuleerde geluidsbelasting van de woningen die alleen een gevel op het oosten hebben, varieert tussen 57 en 60 dB. Omdat de meeste woningen eenzijdig op de maatgevende bron(nen) zijn georiënteerd, beschikken niet alle ontheffingsgevallen over ten minste één slaapkamer die niet is gelegen aan de hoogst geluidsbelaste zijde. Dit is aanvaardbaar, omdat op gebouwniveau ruim 75% van de woningen zich niet bevindt aan de hoogst geluidsbelaste zijde. De meeste woningen in het complex beschikken over een geluidsluw(e) gevel(deel) en/of bevinden zich niet aan de hoogst geluidsbelaste zijde. Dit wordt mede bereikt doordat bij de hoogst geluidsbelaste woningen maatregelen worden getroffen om de geluidsbelasting van ten minste één (slaap)kamer plaatselijk te verlagen. Van de woningen zonder geluidsluw(e) gevel(deel) is de gecumuleerde geluidsbelasting aanzienlijk lager dan de hoogste geluidsbelasting waarvoor in binnenstedelijk gebied ontheffing kan worden verleend (63 + 5 dB zonder aftrek conform artikel 110g Wgh). Tezamen leidt dit tot het oordeel dat er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Daarom wordt voor dit plan een algemene uitzondering op het beleid gemaakt. Eindoordeel In verband met de realisatie van 260 appartementen aan de Martinus Nijhofflaan moet voor 186 van de betreffende appartementen een besluit hogere grenswaarden worden genomen.
De Wet geluidhinder en het gemeentelijke hogerewaardenbeleid staan de vaststelling van hogere grenswaarden niet in de weg. Er is sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.
6.
7.
Bijlagen De verzochte hogere waarden
:
Zie tabel 1
Het akoestisch onderzoek
:
Rapport ‘Martinus Nijhofflaan fase 2; Akoestisch onderzoek’, projectnummer 0462176.100, 17 september 2020
Ondertekening Het College van Burgemeester en Wethouders van Delft, Namens het College,
Mevrouw L.E. van Reenen Afdelingshoofd Ruimte en Economie Advies Datum: (…)
8.
Zienswijze
U kunt gedurende de inzagetermijn reageren op het ontwerpbesluit hogere grenswaarden door uw zienswijze te sturen naar het College van Burgemeester en Wethouders van Delft, Postbus 78, 2600 ME Delft.
Bijlage hogere grenswaarden bouwplan Martinus Nijhofflaan Tabel 1 verdieping 2–20 2–20 2–17 3–13 3–5, 7–9, 17–20 4–6, 9, 14–17 3, 10–13 8, 10 5–7 3–4 17–20 2–17 2–8
aantal woningen 54 38 21 8 14 13 11 4 9 6 19 68 40
hogere grenswaarde in dB 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 50 51 52
geluidsbron Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Martinus Nijhofflaan Voorhofdreef/Papsouwselaan Voorhofdreef/Papsouwselaan Voorhofdreef/Papsouwselaan
Het onherroepelijk geworden besluit hogere grenswaarden dient te worden ingeschreven in het kadaster.
Plangebied Martinus Nijhofflaan fase 2
Enkelbestemmingen [sba-bt]
GD
[sba-ok]
Gemengd
Bouwvlakken bouwvlak
65 25
GD
Bouwaanduidingen
42 13,5 31
[sba-bt]
specifieke bouwaanduiding - balkons toegestaan
[sba-ok]
specifieke bouwaanduiding - overkraging
Maatvoeringen 31
maximum bouwhoogte (m)
Vormvrije m.e.r. beoordeling Martinus Nijhofflaan fase 2
projectnummer 0462176.100 definitief revisie 01 26 oktober 2020
Vormvrije m.e.r. beoordeling Martinus Nijhofflaan fase 2
projectnummer 0462176.100 definitief revisie 01 26 oktober 2020
Opdrachtgever VORM Ontwikkeling B.V. Veerweg 165 3351 HC PAPENDRECHT
datum vrijgave 2020-10-26
beschrijving revisie 01 Definitief
goedkeuring G. Leeuw
vrijgave T. Arts
Inhoudsopgave Vormvrije m.e.r. beoordeling Martinus Nijhofflaan fase 2
2
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r. beoordeling? Leeswijzer
1 1 2 3
2
Kenmerken van het project
4
2.1 2.2 2.3
Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Overige kenmerken
4 5 5
3
Plaats van het plan
6
3.1 3.2 3.3
Ligging plan Bestaand grondgebruik Gevoelige gebieden in en nabij het plangebied
6 7 8
4
Kenmerken van het potentiele effect
11
4.1 4.2 4.3
Hinder voor de omgeving Bodem, water en ecologie Archeologie, cultuurhistorie en landschap
11 22 25
5
Conclusie
27
Vormvrije m.e.r. beoordeling Martinus Nijhofflaan fase 2 projectnummer 0462176.100 26 oktober 2020 revisie 01 VORM Ontwikkeling B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel Vorm Ontwikkeling B.V. heeft het voornemen om binnen het plangebied op de hoek van Martinus Nijhofflaan en het Delflandplein in Delft 260 woningen te realiseren met daaronder enkele commerciële ruimtes. Het betreft het project ‘Martinus Nijhofflaan fase 2’ als vervolg op de naastgelegen eerste fase. Binnen de eerste fase zijn reeds 59 appartementen, een winkelcomplex van 5.500 m2 en een parkeergarage gerealiseerd. In het vigerende bestemmingsplan ‘Martinus Nijhofflaan’ zijn maximaal 156 appartementen toegestaan binnen fase 1 en 2. Aangezien in fase 1 al 59 appartementen zijn gerealiseerd, zijn binnen fase 2 nog 97 extra woningen toegestaan. De woningbouw van fase 2 voorziet echter in 260 woningen. In het nieuwe bestemmingsplan wordt de bouw van de 260 nieuwe woningen en enkele commerciële ruimtes planologisch mogelijk gemaakt. Ten behoeve van het bestemmingsplan wordt een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De vormvrije m.e.r.beoordeling heeft als doel om te toetsen of als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen.
1.2
Waarom een vormvrije m.e.r. beoordeling? De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. De wettelijke eisen tenaanzien van m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten), activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten) en activiteiten die wel zijn opgenomen in de D-lijst, maar in omvang kleiner zijn dan de opgenomen drempelwaarden. Voor deze laatste categorie geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De voorgenomen activiteit, de realisatie van woningen en de herontwikkeling van winkelruimte, is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2. D 11.2
Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1: een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Besluit De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening → het bestemmingsplan
De voorgenomen activiteit valt onder de drempelwaarden (zie kolom 'gevallen'): ▪ De oppervlakte bedraagt minder dan 100 ha; ▪ Het project is wel een aaneengesloten gebied, maar bevat minder dan 2.000 woningen; ▪ De bedrijfsvloeroppervlakte van de herontwikkeling van de winkelruimte bedraagt minder dan 200.000 m2.
Blad 1 van 27
Vormvrije m.e.r. beoordeling Martinus Nijhofflaan fase 2 projectnummer 0462176.100 26 oktober 2020 revisie 01 VORM Ontwikkeling B.V.
Dit betekent dat het verplicht is om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Deze rapportage voorziet daarin en bevat een beoordeling van het gehele plan voor fase 2 met 260 woningen en de commerciële ruimtes.
1.3
Criteria voor het toetsen van activiteiten in een m.e.r. beoordeling? Er bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In deze richtlijn staan drie aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan getoetst worden (zie samenvatting in tekstbox): 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect.
Blad 2 van 27