20240701 Reactie op herziene plannen autoluwe binnenstad
Tekst van het document
Gemeente Delft t.a.v.: .... Postbus 78 2600 ME Delft Datum: 1 juli 2024 Betreft: Reactie BOB op herziene plannen autoluwe binnenstad Geachte ...... Zoals afgestemd, sturen wij bij deze onze definitieve reactie op de (aangepaste) plannen voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied. Hoewel wij u enerzijds willen bedanken voor de extra week om op de plannen te reageren, stellen wij anderzijds vast dat de reactietermijn met circa vijf weken zeer kort was. De termijn was hiermee even lang als de termijn die afgelopen najaar werd gehanteerd bij het concept rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’. Ook toen hebben wij aangegeven de termijn te kort te vinden voor reacties op dergelijk ingrijpende maatregelen.1 U heeft hierop positief gereageerd door samen met het BOB en SCMD een proces in te richten voor de analyse van haalbaarheid en wenselijkheid van de toen voorgestelde maatregelen. Wij hebben samen met u actuele gegevens over het parkeren in en rondom de binnenstad verzameld en nagedacht over de gevolgen van de maatregelen die zijn voorgesteld. Wij willen u bedanken voor de mogelijkheden die daarvoor toen vanuit de gemeente zijn gecreëerd. Te meer doordat wij zien dat er nu grote wijzigingen in het toen voorgestelde beleid zijn aangebracht.
Tegelijkertijd bevestigen deze wijzigingen dat de in oktober 2023 voorgestelde maatregelen nog niet goed waren doordacht. Nu is dat op zichzelf geen probleem als die ‘kwetsbaarheid’ van de voorstellen ook bij de aanbieding van de beleidsvoorstellen zou zijn getoond. In de collegebrief waarmee het concept rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ aan de raad werd aangeboden, stelde het college echter onomwonden dat de parkeergarages rondom de binnenstad genoeg capaciteit zouden hebben als alternatief voor de opgeheven parkeerplaatsen.2 Wij stellen tevreden vast dat het college zichzelf inmiddels bewust is van de risico’s van het in één keer invoeren van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied. In de meest recente collegebrief wordt aangegeven dat daarmee de grenzen kunnen worden bereikt.3 En in de bijgesloten rapporten wordt verduidelijkt dat op de – voor ondernemers zeer belangrijke – zaterdagmiddag de grens van de capaciteit in zicht is. “Op de absolute piekmomenten is dan geen restcapaciteit beschikbaar en ook de buffer voor het opvangen van extra parkerende bezoekers aan Delft is beperkt”, geeft het rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ d.d. 14 mei 2024 aan.
Daarbij moet bovendien worden aangetekend dat in de prognoses die in dit rapport zijn opgenomen, nog geen rekening is gehouden met het gedrag van andere doelgroepen die in de huidige situatie in het autoluw-plusgebied parkeren (op werkdag- en zaterdagmiddagen circa 40 tot 45% van de huidige parkeervraag) en het feit dat een buffer van 15% wenselijk is om zoekverkeer te beperken en beschikbare ruimte optimaal te benutten.4 Het voorgaande maakt dan ook dat wij opnieuw kritisch kijken naar de voorstellen die nu voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied zijn gedaan. Hoewel wij de voorstellen als een stap in de goede richting beoordelen, zijn deze in onze ogen onvoldoende om de zorgen over een verder 1 Brief van het BOB betreffende het project ‘Ruimte in de binnenstad’ d.d. 23 november 2023. 2 Collegebrief ‘Ruimte in de binnenstad’ d.d. 24 oktober 2023 met kenmerk 5645691. 3
Collegebrief ‘Ruimte in de binnenstad’ d.d. 14 mei 2024 met kenmerk 5840573.
4 Gemeente Delft (2021), Mobiliteitsprogramma Delft 2040.
afnemende waardering van de bereikbaarheid per auto en de parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad weg te nemen. Ook beoordelen wij de nieuwe voorstellen als een (groot) risico voor het ondernemersklimaat in Delft. Wij verwachten namelijk ook in fase 1 al dat er op meer plekken en op meer momenten sprake zal zijn van onvoldoende parkeergelegenheid. Dit beperkt de productiviteit en kan het vestigingsklimaat in gebieden doen verslechteren. In de beoogde fase 2 van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied is dit nog sterker het geval. Wij zullen in het vervolg van deze brief onze aandachtspunten motiveren en voorzien van een handelingsperspectief. We hopen dat op basis daarvan de voorstellen (opnieuw) zullen worden bijgesteld. Gefaseerde uitbreiding autoluw-plusgebied positief maar risico’s op tekorten blijven Ten opzichte van de eerdere beleidsvoorstellen is het aanbrengen van de genoemde fasering een belangrijke wijziging en in onze ogen een stap in de goede richting. Met deze wijziging wordt in principe tegemoet gekomen aan het belangrijkste advies uit de Parkeervisie die recentelijk vanuit Ondernemend Delft is opgesteld.5 Ook stellen wij tevreden vast dat met het aanbrengen van deze fasering is getracht om niet direct de grenzen van de parkeercapaciteit op te zoeken en meer ‘ruimte’ te creëren voor het monitoren van effecten en het treffen van aanvullende maatregelen.
De vraag is echter wel of met de nu aangebrachte fasering ook daadwerkelijk voldoende ruimte ontstaat. Wij hebben hierover grote twijfels. In onze ogen is het verstandig om extra straten van fase 1 naar fase 2 over te ‘hevelen’ en fase 2 onder te verdelen in twee fases van min of meer gelijke omvang. Op die manier kunnen capaciteitsproblemen, in het bijzonder bij de Prinsenhofgarage, hopelijk worden voorkomen. Wij wijzen op dit punt ook op de prognoses die zijn bijgevoegd in het (bijgestelde) rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’.6 Hoewel in de eerste fase de overloop van kortparkeerders vanuit de Zuidpoortgarage naar de Prinsenhofgarage kleiner zal zijn dan daar is geprognosticeerd, vinden wij het belangrijk om te benadrukken dat er volgens de betreffende prognoses op drukke werkdag- en zaterdagmiddagen geen restcapaciteit én geen buffer meer aanwezig is. Mogelijk dat door een beperktere overloop vanuit de Zuidpoortgarage enige restcapaciteit in de Prinsenhofgarage kan ontstaan, maar de buffer is en blijft òòk in fase 1 beperkt. Bovendien betwijfelen wij of er überhaupt restcapaciteit zal ontstaan, aangezien er in de prognoses gèèn rekening is gehouden met het opvangen van extra vraag vanuit andere doelgroepen die in de huidige situatie in het zuidwestelijke deel van de binnenstad parkeren.
Sterker, in het rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ worden voorstellen gedaan om de parkeergarages (in het bijzonder de Prinsenhofgarage) voor deze doelgroepen aantrekkelijker te maken. Zo wordt voorgesteld om het tariefverschil tussen het parkeren voor bezoek van bewoners/bedrijven op straat en de parkeergarages kleiner te maken en wordt gesuggereerd om de tarieven voor 12/5 en 24/7 abonnementen te verlagen om zodoende het parkeren in de parkeergarages voor bedrijven aantrekkelijker te maken. Hoewel wij de intenties achter deze maatregelen positief waarderen, zal door de toegenomen aantrekkelijkheid van de parkeergarage de parkeerdruk verder toenemen. Niet in de laatste plaats omdat ook de huidige (grote) groep parkeerders zonder parkeerrecht deels in de parkeergarages een plek zal gaan zoeken. Kortom, wij waarderen het dat in de nieuwe beleidsvoorstellen een fasering in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied is aangebracht maar betwijfelen of met het huidige voorstel voor de fasering voldoende ruimte wordt gecreëerd om de eerder door ons gesignaleerde risico’s op een verder dalende waardering van de bereikbaarheid per auto en parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad door bezoekers te beheersen. 5
Roots Beleidsadvies (2024), Parkeervisie Ondernemend Delft.
6 Rapport Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad d.d. 14 mei 2024.
Wij zouden in ieder geval graag zien dat in de beleidsvoorstellen (ook) rekening wordt gehouden met de verwachte effecten van maatregelen op het parkeergedrag van andere doelgroepen (op werkdagmiddag en zaterdagmiddagen circa 40 tot 45% van de parkeervraag in het zuidwestelijke deel van de binnenstad). Het ontbreken hiervan beschouwen wij als omissie. Vervolgens zien wij graag dat op basis van (ook) een realistische inschatting van het toekomstige parkeergedrag van deze doelgroepen de begrenzing van fase 1 en fase 2 nader tegen het licht wordt gehouden. Wij kunnen onszelf voorstellen dat er extra straten naar fase 2 moeten worden ‘overgeheveld’ om zodoende voldoende parkeercapaciteit in de parkeergarages te waarborgen. Ook stellen wij voor om fase 2 onder te verdelen in twee fases van min of meer gelijke omvang. Op die manier kunnen de effecten van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied nog beter worden gemonitord en ontstaat er meer tijd en ruimte voor het treffen van maatregelen die nodig zijn om risico’s op tekorten aan parkeercapaciteit en (dus) een verder dalende waardering van de bereikbaarheid per auto en parkeermogelijkheden in/rond de binnenstad te mitigeren. Kijkend naar onze eigen analyses en de wens om risico’s op capaciteitsproblemen zo veel als mogelijk te beheersen, stellen wij indicatief de volgende verdeling naar fases voor: 1.
Fase 1 (183 plekken): Asvest, Brabantse Turfmarkt, Doelenplein, Gasthuislaan, Gasthuisplaats, Gasthuissteeg, Pieterstraat, Verwersdijk, Vrouwjuttenland 2. Fase 2 (161 plekken): Achterom, Koornmarkt, Korte Geer, Lange Geer 3. Fase 3 (147 plekken): Binnenwatersloot, Molslaan, Oude Delft, Peperstraat, Westvest Op deze manier wordt per fase een min of meer gelijk aantal plekken opgeheven en kunnen de effecten daarvan goed worden gemonitord. Ook wordt in dit voorstel een goede routing in elke fase gewaarborgd. Om de effecten van elke fase goed te kunnen beoordelen stellen wij voor om van elke fase steeds 2 jaar de effecten te monitoren en in jaar 3 de effecten te evalueren en besluiten te nemen over het vervolg. Bij positieve effecten houdt dit in dat fase 1 wordt uitgevoerd in de periode 20252027, fase 2 in de periode 2028-2030 en fase 3 vanaf 2031. Maar op het moment dat daarvoor aanleiding bestaat, kan er ook nader in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied worden getemporiseerd. Extra tijd benutten voor het treffen van aanvullende maatregelen Het voorgaande verduidelijkt dat wij zorgen hebben over de effecten van fase 1 maar nog grotere zorgen over fase 2.
In de Parkeervisie van Ondernemend Delft is de nadere fasering in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied vooral voorgesteld om extra tijd te creëren voor het treffen van maatregelen om de parkeercapaciteit in/rond de binnenstad te vergroten en bestaande parkeercapaciteit in de stad beter te benutten. In de nieuwe beleidsvoorstellen zien wij dat dit advies niet of nauwelijks is opgevolgd. Sterker, eerdere maatregelen die op het vergroten en/of beter benutten van de parkeercapaciteit waren gericht, zijn in de nieuwe beleidsvoorstellen uitgesteld. Hoewel wij dit begrijpen als het gaat om het sturen van bezoekers met tarieven7, zien wij graag dat de gecreëerde extra tijd ten minste wordt benut voor het inrichten van een aparte inrit voor abonnementhouders bij de Zuidpoortgarage en (fysieke) aanpassingen aan het PRIS. Hiermee kunnen de effecten van het (verder) uitbreiden van het autoluw-plusgebied immers worden verzacht. Daarnaast zien we graag dat het niet blijft bij deze twee maatregelen. Wij zijn ervan overtuigd dat ook het realiseren van extra parkeerhubs met goede OV-verbindingen naar de binnenstad nodig is 7 Een dergelijke sturing zou immers de situatie bij de Prinsenhofgarage nog kwetsbaarder maken.
om frequente tekorten aan parkeergelegenheid in/rond de binnenstad te voorkomen.8 Om die reden zijn wij ook positief over de introductie van ‘Maatregel 6 I Parkeren op afstand’ en de ambitie van het college om nu al te werken aan een parkeeroplossing op afstand. Anderzijds beoordelen wij de uitwerking van deze maatregel in het rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ als summier en weinig concreet. In de volgende versie van het rapport zien wij dan ook graag een nadere uitwerking van deze maatregel. Ook zien wij graag dat de uitvoering van deze maatregel randvoorwaardelijk wordt gemaakt aan de uitvoering van een tweede fase van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied. In andere woorden: wij zien graag dat pas tot een vervolg van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied wordt overgegaan als er voldoende parkeercapaciteit op afstand mèt goed voor- en natransport is gerealiseerd. Waarbij wij het overigens belangrijk vinden om ook hiervan de effecten goed te monitoren en te benutten voor verdere optimalisaties van het parkeerbeleid in/rond de binnenstad. Niet zo zeer om meer ruimte te hebben voor het uitgeven van bewonersabonnementen in de parkeergarages (zoals in het rapport Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad wordt genoemd), maar om de parkeervraag van bezoekers aan de binnenstad beter te kunnen faciliteren.
Daarnaast zien we graag dat in relatie tot de planvorming voor extra parkeerhubs met goede OVverbindingen ook plannen worden gemaakt voor mobiliteitshubs om de (auto)bereikbaarheid van andere economische hotspots in Delft te borgen. Hoewel in het rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ wordt geconcludeerd dat parkeerders uit het zuidwestelijke deel van de binnenstad niet op grote schaal zullen uitwijken naar delen van Delft met gratis parkeren, wijzen wij erop dat in diverse delen van de stad (w.o. Hof van Delft, Vrijenban, Wippolder, Voorhof, Schieoevers en Delftse Hout) de parkeerdruk al zeer hoog is. Op Schieoevers is dit zelfs al reden voor diverse eigenaren geweest om de toegang tot het eigen terrein af te sluiten en/of de gemeente te verzoeken om handhavingsacties. Vanuit dat perspectief kan ook een minimale toename van de parkeerdruk al voor grote problemen zorgen. Tenslotte zien wij graag dat de extra tijd wordt benut om ook de overige door Ondernemend Delft benoemde oplossingsrichtingen9 van een handelingsperspectief te voorzien. Te meer vanuit de algemene ambitie van de gemeente Delft om in 2040 een geheel autoluwe binnenstad te realiseren. Voor de verwezenlijking van dit doel, roepen wij de gemeente op om een integrale (stadsbrede) visie op parkeren te ontwikkelen waarin de diverse door Ondernemend Delft genoemde maatregelen een plek hebben.
Kortom, wij vinden het positief dat er met de aangebrachte fasering extra tijd is gecreëerd voor het treffen van aanvullende maatregelen maar zien dat deze tijd helaas niet wordt benut. Wij roepen de gemeente op om juist in de komende jaren werk te maken van het realiseren van een aparte inrit bij de Zuidpoortgarage en een beter functionerende dynamische parkeerverwijzing (PRIS). Deze maatregelen zijn in onze ogen noodzakelijk om tot een tweede fase van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied te kunnen overgaan. Maar dat niet alleen. Ook zien wij graag dat de plannen voor parkeren op afstand z.s.m. worden geconcretiseerd. Sterker, wij zien graag dat pas tot een vervolg van de uitbreiding van het autoluwplusgebied wordt overgegaan als er voldoende parkeercapaciteit op afstand mèt goed voor- en natransport is gerealiseerd. Wij beschouwen dit dus als randvoorwaarde voor verdere uitbreidingen van het autoluw-plusgebied.
8
Zie ook Roots Beleidsadvies (2024), Parkeervisie Ondernemend Delft.
9 Zie Roots Beleidsadvies (2024), Parkeervisie Ondernemend Delft, pagina 19-25.
De tijd die met de extra faseringen wordt gecreëerd, kan tenslotte ook worden benut voor het ontwikkelen van een integrale (stadsbrede) visie op het parkeren in de stad. Wij zien graag dat deze visie door de gemeente wordt ontwikkeld en dat de door Ondernemend Delft aangedragen oplossingsrichtingen daarin een plaats hebben. Heldere criteria voor verdere uitbreiding autoluw-plusgebied formuleren Voordat wij specifiek reageren op voorgestelde mitigerende maatregelen en ontheffingsbeleid hebben wij nog een laatste opmerking met betrekking tot het parkeerbeleid in algemene zin. Deze heeft betrekking op de criteria waarop uiteindelijk wordt bepaald of er tot een verdere uitbreiding van het autoluw-plus gebied wordt overgegaan. Deze criteria worden in de beleidsvoorstellen niet toegelicht, er wordt enkel aangegeven dat na twee jaar monitoren een evaluatie volgt en dat op basis van die evaluatie een onderbouwde afweging kan worden gemaakt bij het zetten van de tweede stap in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied.10 Wij verzoeken de gemeente om de criteria op basis waarvan de afweging wordt gemaakt voorafgaand aan de eerste fase van de uitbreiding van het autoluw-plusgebied te verduidelijken en die afweging na 2-3 jaar niet alleen op monitoring van gerealiseerde effecten maar ook op een (bijgestelde) prognose van de verwachte effecten te maken.
Wij wijzen in dat kader ook op de mogelijke effecten van een aantal projecten in/rond de binnenstad, zoals de verbouwing van het Prinsenhof die het gebruik van de Phoenix- en/of Prinsenhofgarage in de jaren 2025-2026 zal drukken maar na 2027 juist extra zal stimuleren. Ook de beoogde uitbreiding van Theater de Veste is in dit kader relevant. Hierdoor zal immers op termijn ook het gebruik van de Zuidpoortgarage extra worden gestimuleerd. Daarnaast is het van belang om rekening te houden met de invloed van werkzaamheden in/rond de binnenstad. Als uitwerking van het convenant ‘Samenwerken in de buitenruimte Binnenstad Delft’ zullen de komende jaren immers veel werkzaamheden worden verricht met een impact op het gebruik van parkeervoorzieningen. Het is belangrijk om de (mogelijke) effecten hiervan te betrekken in de besluitvorming over verdere uitbreidingen van het autoluw-plusgebied. Los van de criteria zien wij graag ook duidelijkheid over het proces van besluitvorming. De tekst die nu over de besluitvorming is opgenomen, suggereert dat een tweede stap sowieso wordt gezet. In onze ogen moet het ook goed mogelijk zijn dat na een eerste fase wordt gestopt en/of dat een verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied wordt uitgesteld totdat randvoorwaarden als de realisatie van parkeerhubs met goed voor- en natransport zijn ingevuld.
Vervolgens is het wel de vraag wat een dergelijk besluit dan betekent voor de (andere) mitigerende maatregelen, de (auto)toegang tot het autoluw-plusgebied en het betreffende ontheffingenbeleid. Wij zien graag dat ook dit voorafgaand aan de eerste fase door de gemeente wordt aangegeven. Op die manier kunnen daarover later geen misverstanden ontstaan. Tenslotte zien wij graag meer duidelijkheid over de fasering van de besluitvorming. De tekst zoals die nu is geformuleerd suggereert dat op z’n vroegst per 1 januari 2028 een tweede fase in de uitbreiding van het autoluw-plusgebied ingaat. Immers, na twee jaar monitoren (waarvan de resultaten pas op z’n vroegst per 1 januari 2027 beschikbaar zijn), een evaluatie (die nadien wordt uitgevoerd) én besluitvorming daarover kan pas met een tweede fase worden gestart. De vraag is of onze interpretatie van de planning zo juist is en zo niet, of de gemeente duidelijk wil aangeven welke fasering in de verdere uitbreiding van het autoluw-plusgebied (volgens meerdere scenario’s, zie onze reactie hiervoor) wordt aangehouden. Kortom, wij roepen de gemeente op om met betrekking tot eventuele verdere uitbreidingen van het autoluw-plusgebied op een aantal punten duidelijkheid te verschaffen. In de eerste plaats over 10 Zie rapport Mitigerende maatregelen uitbreiding autoluw-plusgebied, d.d. 14 mei 2024.
de criteria die worden gehanteerd om afwegingen over verdere uitbreidingen te maken. In de tweede plaats over het besluitvormingsproces dat dan wordt gevolgd en wat verschillende uitkomsten van de monitoring en evaluatie kunnen betekenen voor het treffen van mitigerende maatregelen, de toegang tot het autoluw-plusgebied en het betreffende ontheffingenbeleid. En in de derde plaats over de planning die wordt gehanteerd bij het besluitvormingsproces. Overige opmerkingen ten aanzien van het voorgestelde beleid Wij willen het laatste deel van onze reactie graag gebruiken voor meer specifieke opmerkingen over de drie documenten die nu met de stad zijn gedeeld. Wij maken deze opmerkingen per pagina van de verschillende rapporten, zodat duidelijk is waarop onze opmerkingen betrekking hebben. Rapport ‘Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad’ 1. Pagina 3: Hier wordt aangegeven dat er op termijn een uitbreiding van het autoluw-plusgebied in het zuidwesten van de binnenstad komt. Hierbij wordt verwezen naar het Mobiliteitsprogramma Delft (MPD) 2040. Wij vinden het opvallend dat op geen enkele plaats in de rapporten wordt gerefereerd aan de bredere doelstelling van het MPD om een geheel autoluwe binnenstad in 2040 te realiseren. Wij vragen onszelf af of deze bredere doelstelling inmiddels uit beeld is en zo niet, waarom hieraan niet meer wordt gerefereerd.
Wij zouden in ieder geval graag een visie zien op hoe de nu voorgestelde uitbreiding van het autoluw-plusgebied past in de bredere ambitie van de gemeente voor een geheel autoluwe binnenstad in 2040, wat ervoor nodig is om deze binnenstad te realiseren, wat nut en noodzaak hiervan is en welke flankerende maatregelen kunnen/moeten worden getroffen om tot een geheel autoluwe binnenstad in 2040 te komen. 2. Pagina 5: Hier wordt aangegeven dat er geen nieuwe bewonersvergunningen meer worden uitgegeven voor de 2de of volgende auto voor bewoners van de binnenstad. Dit is correct. Tegelijkertijd is het belangrijk om te realiseren dat hierdoor 2de en volgende auto’s van bewoners buiten de binnenstad worden geparkeerd. In die gebieden neemt de parkeerdruk toe. Bovendien is het belangrijk om te realiseren dat het autobezit ook in de Delftse binnenstad afgelopen jaren is toegenomen.11 De afname van parkeervergunningen toont dan ook vooral aan dat het beleid in de binnenstad in toenemende mate de parkeerdruk in andere delen van Delft verhoogt. Vandaar ook dat wij de gemeente oproepen tot het ontwikkelen van een integrale (stadsbrede) visie op parkeren. Wij horen graag of de gemeente daartoe bereid is. 3. Pagina 8: Hier wordt aangegeven dat de gemeente de parkeergarages ziet als collectief aan parkeerplaatsen waarbinnen voldoende ruimte beschikbaar moet blijven voor bezoekers van Delft.
Feit is echter dat in de prognoses op piekmomenten ook in het collectief onvoldoende plaatsen beschikbaar zijn. Los daarvan zal op veel momenten de bezetting hoger zijn dan de 85% die in het MPD als streefwaarde is geformuleerd om zodoende het zoekverkeer te beperken en de beschikbare ruimte optimaal te benutten. Wij zien graag een motivatie van de gemeente voor de afwijking van dit uitgangspunt van het MPD. 4. Pagina 9: Hierin wordt aangegeven dat de Phoenixgarage exclusief voor abonnementhouders wordt ingezet. Vanuit de belangrijke, huidige functie voor bezoekers betreuren wij dat. Maar ook vanuit de gewenste optimale benutting van beschikbare ruimte bevreemdt ons dit. Wij zien in de prognoses immers dat er gedurende de week (op piekmomenten) 50 tot 70 plaatsen aan restcapaciteit blijft. Wij zouden graag zien dat deze parkeerplaatsen voor kortparkeerders beschikbaar blijven. Mocht de gemeente dit niet overwegen, zien wij graag gemotiveerd waarom. 5. Pagina 9: In aanvulling op het voorgaande punt verzoeken wij u ook te overwegen in fase 1 een nog groter deel van de parkeercapaciteit in de Phoenixgarage voor kortparkeerders beschikbaar te houden.
We vragen u in ieder geval om na het maken van een realistische inschatting van het toekomstige parkeergedrag van de niet-bewoners die in de huidige situatie in het zuidwestelijke deel van de binnenstad parkeren en het op basis hiervan heroverwegen van de begrenzing van
11 Statistiek motorvoertuigen CBS, geraadpleegd via Delft in Cijfers.
fase 1 en fase 2 (zie onze oproep daartoe eerder in deze brief) ook te bepalen welke ruimte wel/niet nodig is om in de Phoenixgarage specifiek voor bewoners te reserveren. 6. Pagina 9: Op deze pagina wordt tevens aangegeven dat er meer bewonersabonnementen voor de Zuidpoortgarage worden uitgegeven dan eerder voorgesteld. Wij beoordelen deze maatregel als zeer risicovol, gezien de belangrijke functie van de Zuidpoortgarage voor bezoekers van de stad. Bovendien is het belangrijk om aan te geven dat hier extra abonnementen voor bedrijven en organisaties (o.a. aan RHDHV) zullen worden uitgegeven. Dit legt een extra druk op de parkeercapaciteit in deze garage. In lijn met de Parkeervisie van Ondernemend Delft roepen wij u op om de 12/5 abonnementen van RHDHV niet uit te geven in de parkeergarages in/rond de binnenstad maar in één van de parkeerfaciliteiten van de TU Delft. Wij horen graag of de gemeente bereid is om hierover (hernieuwde) afspraken met de TU Delft en RHDHV te maken. Mocht u dit niet overwegen, zien wij graag gemotiveerd waarom. 7. Pagina 10: Hier wordt aangegeven dat er gewerkt zal worden met een dynamisch plafond en dat er in de communicatie beter inzichtelijk moet worden gemaakt wat het daadwerkelijke aantal beschikbare parkeerplaatsen is voor zowel bezoekers van Delft als abonnementhouders. Wij horen graag hoe dit precies gaat gebeuren.
In ieder geval zien wij dat in de cijfermatige analyse al wordt uitgegaan van een volledig werkend dynamisch plafond. Dit is dus ook nodig om de parkeervraag goed over het parkeeraanbod te verdelen. Dit maakt het des te relevanter om deze maatregel goed uit te werken. Wij zien een dergelijke uitwerking in een volgende versie van het rapport graag tegemoet. 8. Pagina 12: Hier wordt aangegeven dat het aantal uit te geven abonnementen in de Prinsenhofgarage voor parkeergebied C tijdelijk wordt beperkt tot maximaal 100. Wij zien dat dit tot extra parkeerdruk in andere delen van Delft leidt. Vanuit dat perspectief is het gewenst om het aantal bewonersabonnementen voor parkeergebied C weer te verhogen. Anderzijds legt dit een nog grotere druk op de Prinsenhofgarage, terwijl daar in de prognoses geen restcapaciteit en buffer meer aanwezig zijn. Dit maakt het des te relevanter om ook aan deze zijde van de stad een extra parkeerhub te realiseren. Wij horen graag of de gemeente daartoe bereid is. 9. Pagina 14: Hier wordt aangegeven dat op drukke momenten 100 tot 150 kortparkeerders die nu parkeren in de Zuidpoortgarage elders zullen moeten parkeren. Los van de effecten hiervan op het zoekverkeer in de stad, vinden wij het belangrijk dat hierbij in ogenschouw wordt genomen wat dit betekent voor de waardering van de parkeergelegenheid in/rond de binnenstad.
Onze verwachting is dat deze hierdoor (sterk) zal afnemen. Ook is het de vraag of de betreffende bezoekers dan nog hun bestedingen zullen doen zoals in de huidige situatie. De loopafstand tussen het kernwinkelgebied bij de Zuidpoort en de Prinsenhofgarage is immers groot. Dit betekent dat er vanuit deze maatregel waarschijnlijk een negatief omzeteffect uitgaat – in eerste instantie op de genoemde drukke momenten maar vervolgens ook door uitblijvend bezoek (vanwege een afnemende waardering van parkeeraspecten). Het is immers niet voor niets dat ParkerenDelft in haar parkeerexploitatie uitgaat van een afnemend aantal kortparkeerders.12 10. Pagina 14: Hier wordt aangegeven dat er met dynamische informatie op de borden zal worden gewerkt omdat dubbelgebruik van parkeerplaatsen nodig is om genoeg plek te hebben voor alle parkeerders in de parkeergarages. Vanuit deze observatie vinden wij het onbegrijpelijk dat deze maatregel niet in fase 1 wordt uitgevoerd/voorbereid. Wij zien graag dat dit alsnog gebeurt (zie ook onze reacties hiervoor). 11. Pagina 19: Hier wordt bij punt 6 aangegeven dat de rest van de binnenstad de mogelijkheid krijgt om een abonnement aan te vragen als het maximumaantal bewonersabonnementen voor één of meerdere garages niet gehaald is. Wij zien graag dat deze maatregel wordt geschrapt.
Liever zien wij dat in dit geval meer plaatsen voor bezoekers beschikbaar blijven. 12. Pagina 21: Graag zien wij verduidelijkt welk tarief voor bezoekers van bewoners en bedrijven gaat worden gehanteerd. Dit ook om in te schatten wat dit kan betekenen voor de bezetting van parkeergarages. Op dit moment is er in de prognoses geen rekening gehouden met deze doel12 Zie Rapport Optimalisatie Parkeerbeleid Ruimte in de binnenstad d.d. 14 mei 2024, pagina 33.
groepen. Zoals eerder in onze reactie aangegeven, zien wij dit als een groot risico. Dit geldt in het bijzonder voor de Prinsenhofgarage, aangezien nu wordt voorgesteld om de bezoekersregeling alleen in deze garage te introduceren. Dit wordt gemotiveerd vanuit de stelling dat hier de meeste ruimte beschikbaar is. De prognoses laten echter zien dat ook hier op drukke momenten geen restcapaciteit en buffer meer aanwezig zijn. 13. Pagina 22: Hier wordt aangegeven welke tarieven voor bedrijven worden gehanteerd. Wij hebben daarbij twee opmerkingen. In de eerste plaats valt op dat de tarieven – en verhouding tussen de tarieven van respectievelijk vergunningen en abonnementen – anders liggen dan bij bewoners. Vanuit die optiek zou een lager bedrag voor de abonnementen van bedrijven gepast zijn. Anderzijds legt een lager tarief naar verwachting een nog grotere druk op de parkeercapaciteit – iets waarmee in de prognoses geen rekening is gehouden. Daarom benadrukken wij nogmaals dat ook extra parkeercapaciteit nodig zal zijn om in de behoeften van de verschillende doelgroepen te voorzien. Wij zien hiervoor graag uitgewerkte voorstellen tegemoet. 14. Pagina 24: Hier wordt aangegeven dat het voor vergunninghouders van de binnenstad mogelijk wordt gemaakt om ten noorden van de Geerweg te parkeren als het in de rest van de binnenstad te druk wordt.
Wij zouden graag zien dat deze maatregel ‘preventief’ wordt getroffen om zoekverkeer in de binnenstad zo veel als mogelijk te voorkomen. Wij horen graag of de gemeente daartoe bereid is en zo niet, waarom niet. 15. Pagina 30: Hier wordt aangegeven dat in het geval van overlast zal worden gestuurd met (wijzigingen in de) parkeerregulering. In lijn met de Parkeervisie van Ondernemend Delft willen wij verzoeken om in het geval van de economische hotspots ook te overwegen om op andere manieren dan met mix-parkeren tot regulering te komen. Wij horen graag of de gemeente hiertoe bereid is. 16. Pagina 31: Hier wordt aangegeven dat er moet worden nagedacht over parkeren op afstand om in de toekomst meer ruimte te hebben voor het uitgeven van bewonersabonnementen in de parkeergarages. Wij hebben grote bezwaren tegen dit standpunt. Het parkeren op afstand dient juist een extra voorziening te zijn voor bezoekers en aanvullend op de parkeergarages die – conform het MPD – primair bedoeld zijn voor het parkeren van bezoekers (aan de binnenstad) van Delft. Wij zien dan ook graag dat vanuit dat perspectief plannen voor parkeren op afstand worden uitgewerkt. 17. Pagina 32: Hier wordt gesuggereerd dat er geen nieuwe parkeerlocaties op afstand aangelegd hoeven te worden vanwege de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op de TU Delft campus op drukke momenten in de binnenstad.
De vraag is echter of die parkeerplaatsen altijd in de behoeften van binnenstadsbezoekers kunnen voorzien. Uiteindelijk hangt dit vooral van de locatie van de betreffende parkeerplaatsen en de aanwezige voorzieningen voor het voor- en natransport. Mogelijk moet er op een locatie met goede voorzieningen juist nog extra parkeergelegenheid worden gerealiseerd. Wij zien graag dat ook vanuit dat perspectief plannen voor parkeren op afstand worden uitgewerkt. 18. Pagina 34: In de prognose voor de businesscase van Parkeren Delft wordt geen rekening gehouden met een geheel autoluwe binnenstad in 2040 waarvoor nog een nieuwe garage moet worden gebouwd met circa 1.000 plaatsen. Wij horen graag of deze plannen niet meer bestaan. Zo wel, zien wij graag dat daarmee ook in de prognose voor de businesscase rekening wordt gehouden. Zo niet, zien wij graag gemotiveerd waarom deze plannen niet meer bestaan. 19. Pagina 34: In de laatste alinea wordt gesuggereerd dat tarieven tussentijds extra zullen worden verhoogd als financiële resultaten tegenvallen. Wij vinden dit ongewenst, aangezien hiermee de aantrekkelijkheid van parkeervoorzieningen in Delft verder afneemt met een mogelijk verdere daling van het bezoek als gevolg. Wij willen daarom graag andere voorstellen zien om tussentijds bij te sturen op het financiële resultaat. Bijvoorbeeld een verhoging van abonnementsprijzen. 20.
Pagina 36: Uit de paragrafen 9.5 en 9.6 blijkt dat de extra, benodigde investeringen voor de uitbreiding van het autoluw-plusgebied buiten de businesscase van Parkeren Delft worden gefinancierd. Hoewel dit enerzijds logisch is, ontstaat hiermee wel een scheef beeld van de financiële effecten van het voorgestelde beleid. Los daarvan zien wij dat tot op heden geen
kosten zijn begroot voor de genoemde (fysieke) aanpassingen en het opzetten van een communicatie- en gedragscampagne. Wij zien graag dat als onderdeel van de besluitvorming hiervoor wèl budget wordt begroot én beschikbaar gesteld om een aantal van de benodigde mitigerende maatregelen te treffen. Rapport ‘Mitigerende maatregelen uitbreiding autoluw-plusgebied’ 21. Pagina 5: Hier wordt aangegeven dat met de fasering meer flexibiliteit ontstaat om rekening te houden met kwetsbare groepen voor wie de loopafstand naar de parkeergarages problematisch is. Hoewel dit op zichzelf positief is, vragen wij onszelf af hoe dit dan in volgende fases gebeurt. Wij verzoeken de gemeente om hierin inzicht te bieden. 22. Pagina 11: Hier wordt aangegeven dat ook de parkeervraag zal stijgen als gevolg van de (beoogde) groei van het aantal inwoners en banen in Delft. In de prognoses wordt hier vooralsnog geen rekening mee gehouden. Wij vinden het belangrijk om dit bij het treffen van aanvullende maatregelen (zoals de realisatie van parkeerhubs) wel te doen. Graag zien wij dan ook dat in de verdere uitwerking van maatregel 6 ook met een groei van het aantal inwoners en banen rekening wordt gehouden. Wij horen graag van de gemeente of/hoe zij dit doet. Rapport ‘Actualisatie ontheffingenbeleid autoluw-plusgebied’ 23.
Pagina 2: Hier wordt aangegeven dat het weghalen van parkeerplaatsen geen doel op zich is, maar zorgt voor mogelijkheden om de openbare ruimte anders in te richten en de verblijfskwaliteit te verhogen. Ook wordt aangegeven dat het verwijderen van parkeerplaatsen los staat van de bereikbaarheid van de binnenstad. Dit laatste bestrijden we, terwijl wij voor het eerste graag zien hoe de gemeente nu precies de verblijfskwaliteit wil gaan verhogen. Hoewel wij begrijpen dat er in dit stadium nog geen uitgewerkte plannen voor de openbare ruimte zijn gemaakt, zijn wij benieuwd welke investeringen zijn begroot voor het daadwerkelijk verhogen van de verblijfskwaliteit in dit deel van de binnenstad. Wij zien graag meer duidelijkheid op dit punt. 24. Pagina 3: Hier wordt aangegeven dat de hele binnenstad vanaf 1 januari 2025 een zero-emissiezone wordt. Graag wijzen wij erop dat hiervoor nog wel een besluitvormingsproces dient plaats te vinden en dat wij daarin graag nog reacties geven op de precieze plannen. 25. Pagina 5: Hier wordt gerefereerd aan de venstertijden zonder dat duidelijk is welke venstertijden de gemeente nu precies voornemens is te gaan hanteren. Wordt hierbij aangesloten op de venstertijden van de logistieke zone of zullen er andere venstertijden gaan gelden? Wij zien graag verduidelijking op dit punt. 26.
Pagina 6: Wij beoordelen de voorgestelde bloktijden op vrijdag van 18.00 tot 21.00 als ongewenst. Wij verzoeken de gemeente om deze bloktijden te schrappen. 27. Pagina 6: In aanvulling op het voorgaande punt zouden in onze ogen de bloktijden voor de zaterdag kunnen worden gewijzigd van 11.00 tot 17.00 uur naar 10.00 tot 17.00 uur. Wij horen graag of de gemeente hiertoe bereid is. 28. Pagina 11-16: Wij zien graag dat veel stringenter wordt omgegaan met de bloktijden (als deze alleen voor de zaterdag gelden, zie hiervoor). Wij verzoeken de gemeente om bij de volgende doelgroepen het type ontheffing te wijzigen van ‘jaarontheffing, inclusief bloktijden’ naar ‘jaarontheffing, exclusief bloktijden’: bewoners die in het gebied wonen, bewoners die in het gebied wonen en een parkeerplaats op eigen terrein hebben, bevoorrading, bedrijfs- en huisafvalinzameling, hotelgasten en deelauto’s. 29. Pagina 11-16: Ook verzoeken wij om bij ondernemers met een marktvergunning ook expliciet de antiekmarkt te benoemen en zien wij graag een nieuwe doelgroep toegevoegd: vaste klanten van winkels die in regelmaat hun spullen moeten halen (bijvoorbeeld bij De Goedkoope Verfwinkel, Van Renssen Sigaren, Pet Needs etc.). Dit is een zelfde soort doelgroep als hotelgasten. Voor dergelijke groepen is een dagontheffing ongewenst.
Wij zien graag dat voor dergelijke doelgroepen specifieke jaarontheffing kan worden verleend.
Wij verzoeken de gemeente om aanvullend op de meer algemene reacties op de pagina’s 1 tot en met 5 van dit document ook op alle 29 voorgaande punten apart te reageren. Op die manier is het voor ons inzichtelijk wat met de betreffende reacties is gedaan. Mochten reacties van onze kant niet duidelijk zijn, zijn wij altijd bereid om e.e.a. in een gesprek te verduidelijken. Alvast hartelijk dank voor uw reactie!
Met vriendelijke groet,
Voorzitter Bestuurlijk Overleg Binnenstad (BOB)