2 Uitgangspuntennotitie RES 2 0 RDH
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 Door Ambtelijk opdrachtgeversteam (OT) RES Rotterdam Den Haag
Versie, 16-2-2022
Inhoudsopgave
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Inleiding en doel RES 2.0 Aanleiding De RES – inhoud De RES – aanpak en status Scope en informatiebronnen Inbedding en partijen Uitgangspunten samenwerking en organisatie
2 3 5 8 10 11 13
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
1
1. Inleiding en doel RES 2.0 De uitstoot van broeikasgassen moet worden teruggebracht om de opwarming van de aarde en de klimaatverandering te stoppen. Het gebruik van fossiele brandstoffen voor de energievoorziening moet worden beëindigd. Het kabinet heeft met het Klimaatakkoord (28 juni 2019) een centraal doel vastgesteld: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. Om deze doelstelling te halen bevat het Klimaatakkoord een pakket van maatregelen en afspraken. Eén van de afspraken is een landdekkend programma van 30 regio’s, waarin decentrale overheden samen met maatschappelijke partners, netbeheerders, bedrijven en waar mogelijk bewoners, komen tot een Regionale Energie Strategie (RES). De RES dient minimaal betrekking te hebben op grootschalige projecten voor productie van duurzame elektriciteit (zon en wind) op land en een Regionale Structuur Warmte (RSW) voor de gebouwde omgeving met bijbehorende infrastructuur en opslagsystemen.
De samenwerkende decentrale overheden in de regio Rotterdam Den Haag hebben zich op 3 november 2017 uitgesproken voor het opstellen van een Regionale Energie Strategie en daarbij de volgende lange termijn doelstelling gekozen: “Naar een betaalbare, betrouwbare, schone, en veilige energievoorziening voor iedereen (in de regio Rotterdam - Den Haag) in 2050” Een doelstelling waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de afspraken in het Klimaatakkoord, én de werkgelegenheid, de economische positie van de regio en de luchtkwaliteit worden verbeterd. Conform het Klimaatakkoord hebben de partijen in de periode februari 2018 tot juli 2021 de RES 1.0 opgesteld. De RES 1.0 is vastgesteld door de volksvertegenwoordigingen van de decentrale overheden (gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van de waterschappen) en ingediend bij het Nationaal Programma RES. De RES is nadrukkelijk een proces waarin de samenwerkende partijen tot 2030 tot verdere concretisering en realisatie van projecten komen. Onderdeel hiervan is een periodieke evaluatie en herijking van de strategie. Zo wordt voortdurend gestreefd naar effectiviteit en efficiëntie in de bewegende context van de energietransitie-opgave. Landelijk is afgesproken dat de RES 1.0 wordt geactualiseerd en dat de RES 2.0 uiterlijk 1 juli 2023 wordt vastgesteld.
Gelet op dit tijdspad is er nauwelijks/geen tijd om nieuwe onderwerpen of nieuw beleid toe te voegen. De RES 2.0 is daardoor voornamelijk een actualisatie van afspraken en een verslag van de voortgang van de RES 1.0. Met voorliggend document wordt de ‘Notitie Uitgangspunten en toelichting RES (18-12-2017)’ geactualiseerd. Op basis van deze ‘Uitgangspuntennotitie RES 2.0’ stelt de RES-organisatie een Plan van Aanpak RES 2.0 op waarin langs een tijdlijn wordt uitgewerkt hoe we gezamenlijk tot de RES 2.0 komen. Om de realisatie van de in de RES 1.0 opgenomen ambitie te concretiseren wordt gewerkt met de Uitvoeringsagenda RES 1.0. Op de voortgang van de RES wordt op regionaal niveau gemonitord. De inzichten uit deze monitor worden benut voor de RES 2.0.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
2
2. Aanleiding (Inter)nationale context In het Klimaatakkoord van Parijs (2015) is afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan 2 ℃ ten opzichte van 1990. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 ℃. Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs heeft het kabinet (Rutte III) klimaatdoelen vastgelegd in de Klimaatwet: 1.
49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990;
2.
95% minder uitstoot van broeikasgassen in 2050 ten opzichte van 1990;
3.
Volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050.
Om het klimaatdoel voor 2030 te behalen hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties het nationale Klimaatakkoord gesloten. Het klimaatbeleid raakt het leven van alledag. De energietransitie is een maatschappelijke transitie. Inwoners en bedrijven staan voor een reeks veranderingen die van invloed zijn op hoe we wonen, ons verplaatsen, wat we eten, de producten die we kopen, hoe we ons geld verdienen. Meer dan 100 partijen hebben gewerkt aan een samenhangend pakket aan voorstellen waarmee in 2030 de doelstelling gerealiseerd kan worden. Het nationale Klimaatakkoord heeft zodoende een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak, dat de actieve steun heeft van zoveel mogelijk bijdragende partijen en waarmee het politieke reductiedoel van 49% in 2030 wordt gerealiseerd. Op 14 juli 2021 heeft de Europese Commissie onder de titel Fit for 55 (Ff55) een pakket beleidsvoorstellen gepresenteerd om het Europese klimaatbeleid in lijn te brengen met de doelstellingen uit de Europese Klimaatwet. Hierin zijn doelen vastgelegd van een klimaat-neutrale EU in 2050 en een vermindering van broeikasgasemissie met 55 procent in 2030. Het Ff55-pakket bevat wijzigingen voor vrijwel alle belangrijke pijlers van het Europese klimaat- en energiebeleid.
Op 24 september 2021 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het rapport ‘Nederland Fit for 55?’ gepubliceerd, waarin de mogelijke gevolgen worden beschreven van het Europese Fitfor55 pakket voor het Nederlandse beleid. Het PBL geeft aan dat Ff55 een flinke versnelling van het klimaatbeleid in Europa betekent. Ff55 impliceert dat Nederland haar uitstoot verder moet terugdringen dan het huidige Nederlandse doel van 49% emissiereductie in 2030. Het PBL schat de aanvullende cumulatieve opgave op circa 62 megaton over de periode 2021-2030. Het Ff55-pakket schrijft geen nationale beleidsmaatregelen voor, maar bepaalt de opgave voor de lidstaten op verschillende terreinen. Nationale keuzes over de invulling van de nieuwe opgave, die voortvloeit uit het Ff55-pakket, zijn nog niet gemaakt. De keuzes zijn aan het kabinet Rutte IV. De opwarming van de aarde moet onder de 1,5 ℃ blijven om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Tijdens de COP26 in Glasgow (2021) is onderhandeld over de mondiale aanpak van klimaatverandering. Tijdens deze COP zijn afspraken gemaakt over tegengaan van ontbossing, Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
3
verminderen van methaanuitstoot en stoppen met het financieren van kolen. Nederland geeft uitvoering aan dit akkoord als lidstaat van de EU, dat zowel met ambitieuze doelen als de uitwerking daarvan vooroploopt. In het Coalitieakkoord 2021-2025 stelt het kabinet Rutte IV dat klimaatverandering dé uitdaging is voor onze generatie. Goed klimaatbeleid biedt kansen om een duurzame en sterke economie op te bouwen en nieuwe banen te creëren. Nederland wordt klaar gemaakt voor de toekomst – klimaatneutraal, fossielvrij en circulair – met een schone energievoorziening en groene industriepolitiek. Het kabinet wil zich maximaal inspannen om Nederland en onze planeet leefbaar en bewoonbaar te houden. Daarom ook streeft het kabinet de klimaatdoelstelling van maximaal 1,5 ℃ na en wil ze biodiversiteit versterken. Nederland wil koploper in Europa zijn bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, wordt het doel voor 2030 in de Klimaatwet aangescherpt tot tenminste 55% CO2 reductie. Om dit doel te halen, wordt het beleid gericht op een hogere opgave, namelijk circa 60% in 2030. Het kabinet stelt een klimaat- en transitiefonds in van €35 miljard voor de komende 10 jaar.
Na vaststelling van het “Fit for 55”-pakket door de Europese Unie (EU) wordt het Nederlandse klimaatbeleid herijkt aan de hand van de verwachte effecten op CO2-uitstoot en de betaalbaarheid voor huishoudens en voor het mkb. Voor de uitvoeringskosten van medeoverheden en planbureaus die voortvloeien uit het Klimaatakkoord en aanvullende klimaatbeleid wordt 800 miljoen euro per jaar gereserveerd tot en met 2030. Het betreft 5,6 miljard euro cumulatief t/m 2030.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
4
3. De RES - inhoud De RES is een document dat gemeenschappelijke, regionale visie op de energietransitie tot 2030 vastlegt. De RES verplicht zelf niet, maar de vaststellende partijen verplichten zichzelf tot het nakomen van de in de RES opgenomen acties. De RES dient minimaal betrekking te hebben op grootschalige projecten voor productie van duurzame elektriciteit (zon en wind) op land en een Regionale Structuur Warmte (RSW) voor de gebouwde omgeving met bijbehorende infrastructuur en opslagsystemen. De RES bundelt wat er al is (bestaande lokale plannen, zoals de gemeentelijke Transitievisies Warmte) met wat er aanvullend moet en kan gebeuren om de regionale ambities te verwezenlijken. Er gebeurt al veel in de regio: er is een warmteinfrastructuur in ontwikkeling, er zijn afspraken gemaakt (zoals de windconvenanten) en er is beleid geformuleerd dat zich richt op een succesvolle energietransitie. In de plannen voor een duurzame energievoorziening streven we naar synergie met andere maatschappelijke opgaven. Over gemeentegrenzen heen leggen we een verbinding met plannen en beleid op het gebied van onder meer economie, ruimtelijke kwaliteit, mobiliteit, werkgelegenheid en ecologie/natuur. De RES is een onderdeel van de puzzel die gelegd moet worden om een aantrekkelijk leefklimaat te behouden, met oog voor de verschillende opgaven.
Daarom zoeken we aansluiting bij gebiedsgerichte opgaven, zoals rond het Havenindustrieel Complex (HIC) en het glastuinbouwcluster. De opgave waar de regio voor staat is complex en de ruimtelijke impact van de klimaat- en energietransitie zal groot zijn. Juist in de vertaling van de klimaatambities naar locaties en projecten worden ook de maatschappelijke en ruimtelijke consequenties en dilemma’s concreet. De RES heeft daarmee een meervoudige functie. In de RES worden de kansen en mogelijkheden geïdentificeerd om aan de energiedoelstellingen van het Klimaatakkoord te voldoen. De RES is ook een belangrijk instrument om ruimtelijke inpassing met maatschappelijke betrokkenheid te initiëren en te faciliteren. Tegelijkertijd is de RES een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren. De energieregio Rotterdam Den Haag is uniek. Hier wonen circa 2,4 miljoen mensen, liggen twee grote steden, enkele landelijke gemeenten, een wereldhaven en een toonaangevend glastuinbouwcluster. De open gebieden dragen nadrukkelijk bij aan de aantrekkelijke leef-, woonen werkomgeving. Door de grote concentratie van werkgelegenheid en economische activiteit is er beperkte ruimte voor duurzame energieopwekking (van elektriciteit). Tegelijkertijd biedt de regio volop kansen voor het benutten van rest- en aardwarmte.
In de RES 1.0 is gekozen voor een haalbare aanpak, die past bij het landschap, de inwoners, de bedrijven en de regionale kwaliteiten. Met de RES 1.0 wordt gezocht naar verbindingsmogelijkheden tussen energiemaatregelen en andere maatschappelijke opgaven, rekening houdend met bestaand beleid.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
5
In de RES 1.0 worden vier inhoudelijke uitvoeringslijnen onderscheiden: warmte, elektriciteit, duurzame brandstoffen en systeemintegratie van het energiesysteem. Een algemene uitvoeringslijn bevat de organisatorische en communicatieve/participatieve aspecten. Voor de uitvoering is een Uitvoeringsagenda 2021-2025 (juli 2021) opgesteld. Er zijn tal van onderwerpen die raken aan de opgaven in de RES. Deze kenen een eigen aanpak en het eigenaarschap voor die processen is op andere wijze geregeld. Zo is b.v. de opgave Duurzame Mobiliteit bij de MRDH belegd. De hoofdpunten uit de RES 1.0 zijn hieronder samengevat: Uitvoeringslijn warmte Besparen, o.a. door isoleren, is een belangrijke eerste stap. In de RES 1.0 is het streven regionaal naar een besparing van 20% of meer in de gebouwde omgeving en 30% of meer in de glastuinbouw. De beschikbare rest- en aardwarmte maakt onderdeel uit van de toekomstbestendige energiemix. De potentie van aardwarmte in de regio wordt geschat op 23 tot 33 PJ. Ook zijn er legio kansen voor lokale warmtebronnen, zoals aquathermie, zonthermie en warmte-koudeopslag. De gemeenten werken aan de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving en maken de Transitievisies Warmte. De RES 1.0 richt zich op de ontwikkeling van een gemeentegrensoverschrijdende Regionale Structuur Warmte.
Altijd wordt eerst nagegaan hoe de warmtetransitie lokaal wordt vormgegeven en vervolgens wordt, bij inzet op warmtenetten, bekeken of aan de warmtevraag voldaan kan worden met lokale bronnen. Indien dat niet kan wordt bovengemeentelijk gekeken welke kansen er zijn. Het streven is voor een mix waarbij hoogwaardige bronnen worden ingezet voor een hoogwaardige vraag en schaarse bronnen selectief inzetten. Elektrificatie van de verwarmingsvraag wordt waar mogelijk voorkomen. Duurzame brandstoffen kunnen worden ingezet in gebouwen die moeilijk en duur te isoleren zijn, en waar warmtenetten niet mogelijk zijn. In de regio wordt alleen ingezet op groengas als andere bronnen veel duurder zijn. Uitvoeringslijn elektriciteit In onze regio zijn kansen om in 2030 2,8-3,2 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Daarmee wordt 8 á 9 % bijgedragen aan de nationale opgave van 35 TWh uit het Klimaatakkoord. Een zeer stevige inzet is voorzien op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen in stedelijk gebied, namelijk 40% van het geschikte (dak)oppervlak. Daarnaast worden waterbassins in de glastuinbouw benut voor zonnepanelen. Verder wordt gezocht naar mogelijkheden voor zonne-energie en aanvullend circa 27 extra windmolens, op basis van de draagkracht van het landschap. Bijvoorbeeld langs infrastructurele
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
6
lijnen. Op opwekking van duurzame elektriciteit in Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland gebieden wordt geen energieopwekking voorzien. Uitvoeringslijn duurzame brandstoffen De regio heeft een goede uitgangssituatie voor het produceren en transporteren van duurzame brandstoffen zoals groengas en waterstof en een uitgebreide energie-infrastructuur met een relatief grote capaciteit. Duurzame brandstoffen kunnen breed in het energiesysteem worden ingezet maar zijn nu nog beperkt beschikbaar. De samenwerkende partijen in onze regio hebben de ambitie om het gebruik van groengas en waterstof richting 2030 en 2050 flink te verhogen. Vooral waterstof geproduceerd uit duurzame elektriciteit (groene waterstof) moet een grote rol gaan spelen. Schaarse duurzame brandstoffen worden zo hoogwaardig mogelijk ingezet. De RESregio werkt de komende twee jaar aan het in beeld brengen van het programma van vergunningen, procedures, investeringen en (innovatieve) projecten die de transitie naar duurzame brandstoffen mogelijk moeten maken. Uitvoeringslijn systeemintegratie energiesysteem De regio werkt aan een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in 2050. Bij het maken van plannen en het realiseren van energieprojecten borgen we de publieke belangen (betaalbaar, betrouwbaar, duurzaam en rechtvaardig).
Van belang is passende wet- en regelgeving en financiële instrumenten om de randvoorwaarden te borgen. Energiebronnen, transport en gebruikers zijn in het energiesysteem via allerlei wegen met elkaar verbonden. De RES 1.0 bevat ook een kwalitatieve analyse van de systeemsamenhang. Voor een toekomstbestendig, veerkrachtig en efficiënt energiesysteem zijn technologische, economische, culturele, juridische en (markt)aanpassingen nodig. Om al deze aanpassingen te stroomlijnen worden vijf principes gehanteerd: streven naar energie-efficiëntie en energiebesparing; hoogwaardige energie wordt hoogwaardig ingezet; streven naar een balans tussen de energievraag en de energieproductie; rekening houden met de eigenschappen van de nieuwe energiebronnen; de relevantie van opslag en omzetting. Van RES 1.0 naar RES 2.0 en verder Op basis van de resultaten van de uitvoeringslijnen, nieuwe inzichten, actualiteiten en innovaties wordt een RES 2.0 ontwikkeld, gereed in juli 2023. In dit ontwikkelproces krijgen alle betrokkenen volop ruimte voor inbreng. Daarnaast is het ook nodig om de voortgang te monitoren. Als eerste stap in dit kader is de Uitvoeringsagenda 2021 - 2025 (juli 2021) opgesteld, dat de doorvertaling van de ambities naar activiteiten omvat. In een Plan van Aanpak RES 2.0 wordt uitgewerkt hoe we langs een tijdlijn gezamenlijk tot de RES 2.0 komen.
Na gereedkomen van de RES 2.0 zal ook de Uitvoeringsagenda worden aangepast en voor de RES 3.0 wordt deze cyclus herhaald.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
7
4. De RES - aanpak en status De RES is een beweging van partijen - overheden met netbeheerders, maatschappelijke organisaties, ondernemers, energiecoöperaties en inwoners - die op een vernieuwende manier samenwerken aan een belangrijke én complexe uitdaging: de CO 2-reductie te bewerkstelligen en onze nationale klimaatdoelstellingen te halen. De RES is een samenwerkingsverband, geen besluitvormend orgaan. De besluitvorming over het document vindt plaats in de raden van de deelnemende overheden. De (juridische) status van het document RES 2.0 is van belang omdat die consequenties heeft voor bijvoorbeeld de inrichting van de participatie en de mate waarin het gemeenten aanzet tot het nemen van actie. Status In het BNE van 9 december 2021 is de status besproken. Daarbij is vastgelegd dat de RES 2.0 net als de 1.0, een strategisch visiedocument is, zonder een direct bindende status. Daar waar mogelijk wordt de 2.0 concreter dan de 1.0. Dit geldt met name voor de zoekgebieden; die kunnen, als de lokale situatie daartoe aanleiding geeft specifieker en/of concreter worden of verdwijnen. Dat gebeurt n.a.v. de processen die nu ingezet zijn vanuit de Uitvoeringsagenda RES 1.0. De uitwerking krijgt invulling op het niveau van zoekgebieden, (boven)lokaal. Verankering gebeurt ook primair via het omgevingsbeleid van gemeenten en provincie.
De resultaten van deze concretisering en verankering kunnen in de RES 2.0 worden opgenomen. Waar dat niet gebeurt blijft de RES 2.0 net zo abstract als de RES 1.0. Indien mogelijk verdient hierbij ook de relatie tot al verankerde elementen in omgevingsbeleid aandacht. Informatie die al ergens anders is vastgesteld krijgt een concrete uitwerking op bijv. kaarten. Zo krijgt het meer de werking van een voortgangsrapportage. Er vindt over het document RES 2.0 als geheel, geen inspraak plaats in de zin van afdeling 3.4 Awb (algemene uniforme voorbereidingsprocedure). Bij de uitwerking van de RES 2.0 moet een balans worden gevonden tussen concreetheid en abstractie op basis van onderstaande overwegingen: 1.
Enerzijds de wens om meer concreetheid over (zoek)locaties te bieden. Anderzijds de behoefte van gemeenten om de regie in eigen hand te houden en geen locaties voor energieopwekking opgelegd te krijgen.
2.
Een juridisch bindend document kan duidelijkheid bieden en daarmee bijdragen aan de transitie. Maar het kan ook leiden tot weerstand en daarmee de transitie vertragen. Er is behoefte aan (lokaal) eigenaarschap en aan het houden van de ruimte om lokaal te doen wat lokaal kan.
Kortom: het is een balans tussen concrete afspraken met elkaar maken en sturen op eigenaarschap, zonder consequenties af te dwingen via de RES. In de RES 2.0 zullen ook de uitvoeringslijnen Warmte, Elektriciteit en Brandstoffen terugkomen. Niet op al die lijnen is het in Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
8
deze fase van belang of nodig om heel concrete ruimtelijke invulling te geven. Die behoefte (en noodzaak) lijkt er vooral bij locaties voor elektriciteitsopwekking te zijn, al zal dit op latere momenten ook voor warmteoplossingen nodig zijn. Het proces naar de RES 2.0 moet de regionale samenwerking bestendigen en versterken, waarbij participatie van maatschappelijke partners en volksvertegenwoordigers wordt geïntensiveerd. Op basis van de resultaten van de uitvoeringslijnen wordt een volgende stap gezet naar concretisering van de visie op het toekomstige energiesysteem, en hoe daarin de publieke waarden (betaalbaar, betrouwbaar, duurzaam en rechtvaardig) kunnen worden geborgd. Tevens laat de RES 2.0 de voortgang van realisatie zien. Daartoe vindt monitoring plaats. De RES maakt een ontwikkeling door, waarbij het van belang is zich te realiseren dat niet al deze stappen al in de RES 2.0 afgerond zullen zijn:
•
Van uitvoering van een aantal afzonderlijke maatregelen uit het Klimaatakkoord, naar een robuuste en integrale bouwsteen voor een samenhangend energiesysteem in 2050;
•
Van energie als vrager van ruimte naar een goed ingepast onderdeel van de leefomgeving;
•
Van een uitdaging voor de arbeidsmarkt, tot een nieuwe technologische en economische motor;
•
Van RES als een experiment in vernieuwend samenwerken naar een adaptieve en duurzame manier van samenwerken;
•
Van systeemefficiëntie in opwek naar een samenhangend, goed functionerend energiesysteem;
•
Van eenmalige participatie naar een permanente dialoog gericht op versterking van het eigenaarschap en draagvlak voor uitvoering van de plannen en projecten.
De uitwerking en gevraagde concreetheid wordt ingevuld via de Uitvoeringsagenda RES 20212025. Onder andere door maatwerk in projectplannen en samenhang met andere (zelfstandige) regionale initiatieven en projecten. En op basis van inzicht in de voortgang en bereikte resultaten via monitoring en verantwoording.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
9
5. Scope en informatiebronnen De RES 2.0 is een herijking of actualisatie op basis van de inhoudelijke voortgang en de ontwikkelingen in de omgeving van de RES 1.0. In deze actualisatie worden de volgende informatiebronnen voor zover mogelijk meegenomen: 1. Moties en amendementen vanuit de deelnemende provinciale staten en gemeenteraden die zijn geagendeerd bij besluitvorming over de RES 1.0. 2. Uit de voltooide wensen en bedenkingenprocedure, díe wensen en bedenkingen waarbij in de beantwoording is toegezegd dat deze een plek krijgen in de route RES 2.0. 3. De Handreiking RES 2.0 van NP RES en relevante werkbladen. 4. Bestuurlijke en ambtelijke werksessies. 5. (Vervolg)studie rond de uitvoeringslijnen in de RES. 6. Landelijke ontwikkelingen, wet- en regelgeving, fondsen. Én gewijzigde afspraken t.g.v. (inter)nationale ontwikkelingen, indien via het Klimaatakkoord of anderszins passend geborgd en geflankeerd door adequate randvoorwaarden en middelen. 7. Gecoördineerde inbreng van markt- en semi-overheidspartijen. 8. Inbreng vanuit het op te richten Platform RES (klankbordgroep). Scope De onderwerpen die voortkomen uit de besluitvorming over de RES 1.0 zijn besproken in het BNE van 9 december 2021. De extra onderwerpen die daaruit voort zijn gekomen zullen worden onderzocht in het proces RES 2.0. Deze worden in het Plan van Aanpak RES 2.0 opgenomen.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
10
6. Inbedding en partijen Inbreng van maatschappelijke organisaties en stakeholders De energietransitie is een ingrijpend proces in onze sociale, economische en fysieke leefomgeving. De energietransitie lukt ook alleen maar als iedereen (al dan niet verplicht) meewerkt. Wij willen de RES 2.0 daarom met kennis en inbreng van maatschappelijke organisaties en stakeholders opstellen. Ten eerste is het belangrijk om bij deze partijen de bekendheid met de regionale ontwikkelingen te vergroten (informeren). Ten tweede willen we dat deze partijen kunnen meepraten op verschillende inhoudelijke thema’s. Ten derde willen we dat ze kunnen reageren (meedenken/adviseren) op het gehele RES-proces. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat de inbreng in dit verband betrekking heeft op de regionale opgave. Dit betekent dat verschillende wijzen van participeren in, meedenken over en reageren op de lokale projecten door de lokale overheden zelf georganiseerd wordt. Het doel is om stakeholders inzicht te geven in de Uitvoeringsagenda en onderliggende projecten. Dat kan als belanghebbende maar ook als (mede) eigenaar van een project. Het begint in ieder geval bij informeren over welke projecten spelen en hen laten meedenken over de invulling ervan. Op specifieke thema’s kan een klankbordgroep van relevante stakeholders worden gevormd.
Deze kunnen actief meedenken over de invulling van bepaalde (deel)aspecten van de RES. Naast thematische inbreng en inzicht in projecten kan het van waarde zijn om een Platform RES met stakeholders in te richten om op gerichte momenten in het herijkingsproces te adviseren over de actuele stand van het proces en de inhoud en ten aanzien van de vervolgstap(pen). Hoe dit vorm krijgt wordt uitgewerkt in het Plan van Aanpak RES 2.0. Inwonersparticipatie De veranderingen door de energietransitie hebben impact op het dagelijks leven. De inzet van de regio is er blijvend op gericht om inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de volle breedte aan te spreken en mede-eigenaar te maken van de transitie. Het belang van participatie (van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties) voor draagvlak en acceptatie staat in onze regio hoog op de agenda. Bij inwonersparticipatie praten inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties mee over de verduurzamingsplannen. Als iedereen zich vertegenwoordigd voelt in de besluitvorming, draagt dit bij aan acceptatie en draagvlak. We besteden in de regio aandacht aan participatie door het informeren en raadplegen van inwoners tot en met het stimuleren van mede-eigenaarschap van een energieproject. We hebben ervoor gekozen om lokaal te doen wat kan.
Als regio leveren wij de lokale overheden informatie(middelen) aan om hen hierbij te helpen. De 28 partijen hanteren op inhoudelijke Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
11
gronden verschillende communicatiestrategieën. Regionaal wordt opgepakt wat gemeentegrensoverschrijdend is. De gemeenten communiceren op de manier die bij de lokale situatie past. De regio stimuleert onderling overleg en samenwerking. Inbreng volksvertegenwoordigers De RES-regio heeft het RES-proces in de periode februari 2018 – juli 2021, laten evalueren. Op basis van de resultaten zijn de volgende bespreekpunten meegegeven voor het vervolgproces naar RES 2.0: •
Aandacht voor betrokkenheid van volksvertegenwoordigers bij het RES-proces. Hoe kunnen volksvertegenwoordigers zich goed geïnformeerd voelen?
•
Aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen en de daaropvolgende bestuurswissel in het voorjaar van 2022, zodat aan het actualisatieproces goed invulling kan worden gegeven.
Hoe en wanneer we volksvertegenwoordigers optimaal betrekken in het RES-proces wordt beschreven in het Plan van Aanpak RES 2.0.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
12
7. Uitgangspunten samenwerking en organisatie De uitvoering van de RES wordt met behulp van de RES-organisatie opgepakt. Deze RESorganisatie is zodanig ingericht dat er doelmatig en efficiënt gewerkt kan worden en dat tegelijkertijd de betrokken partijen de benodigde sturing en invloed kunnen uitoefenen. Enthousiasmeren, inspireren, verbinden, organiseren en richting geven is het credo. Het uitgangspunt voor de samenwerking tussen de regiopartijen binnen RES Rotterdam Den Haag is wederzijds vertrouwen. Indien nodig, kunnen in de RES-organisatie wijzigingen doorgevoerd worden. De projectorganisatie is als volgt: Bestuurlijk Netwerk Energie (BNE) Bestaat uit: (bestuurlijke) afvaardiging van de 23 gemeenten, 4 waterschappen, provincie ZuidHolland, Stedin en Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland. Er worden daarnaast op ad hoc basis partijen uitgenodigd die van belang zijn voor de opgave. Het bestuurlijk netwerk is het voorportaal voor de lokale besluitvorming van de decentrale overheden. Leden: o
bespreken (onderdelen van) de RES;
o
delen kennis en ervaringen;
o
leggen verantwoording af aan de raad en zijn de verbindingsschakel met de volksvertegenwoordiging; zorgen voor voorbereiding van de lokale besluitvorming in de raad.
Stuurgroep Bestaat uit: bestuurlijke afvaardiging van: Provincie Zuid-Holland, een Hoogheemraadschap (namens de waterschappen), Stedin (namens de netbeheerders) gemeente Barendrecht (i.v.m. financieel beheer) aangevuld met een drietal bestuurders waarmee verschillende aspecten van de regio worden meegewogen: diverse omvang gemeenten, betrokkenheid bij het tuinbouwcluster, relatie haven/Cluster energiestrategie en regionale spreiding. De samenstelling van de stuurgroep kan wijzigen gedurende het proces om aan te sluiten bij de aanpak, dit ter beoordeling van het Bestuurlijk Netwerk Energie. Er wordt na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 opnieuw besloten over de samenstelling en rolverdeling, o.a. over het voorzitterschap en de portefeuilleverdeling. Leden: o
zijn bestuurlijk opdrachtgever van het ambtelijk opdrachtgeversteam en Coördinator RES;
o
hebben hun eigen (inhoudelijk) portefeuille (voorzitter, financiën en de uitvoeringslijnen);
o
zetten zich actief in als ambassadeur zowel intern als extern, ten behoeve van de RES; Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
13
o
vervullen een signalerende en initiërende rol vanuit de eigen organisatie naar de samenwerking en andersom;
o
geven richting/sturing ter voorbereiding op het bestuurlijk overleg (BNE).
Ambtelijk Netwerk Energie (ANE) Het ANE is vanuit de MRDH opgezet als de plek waar kennis en ervaringen gedeeld kunnen worden over de energietransitie (in relatie tot het vestigingsklimaat van de regio). Hieraan neemt de ambtelijke vertegenwoordiging van de partijen deel die ook deelnemen aan het Bestuurlijk Netwerk Energie. Aangevuld met partijen die zich bezighouden met de energietransitie, zoals Stedin, lokale energie coöperaties en kennisinstellingen (TU Delft en TNO). Het Ambtelijk Netwerk Energie MRDH stuurt op dit moment op ambtelijk niveau op de realisatie van de RES en is adviserend orgaan voor het BNE en ambtelijk opdrachtgeversteam. Echter, de RES is zodanig omvangrijk qua inhoud dat er gekeken moet worden of deze structuur nog passend is. De functie van het netwerk en de brede kennisdeling over energietransitie staan hierdoor onder druk. Bovendien is de kennis verspreid over de verschillende experts binnen de gemeenten, waardoor een andere opzet mogelijk gewenst is. Leden: o
zijn mede-uitvoerder en zetten zich gevraagd en ongevraagd in voor de realisatie van de RES.
o
zijn ambassadeur van de RES.
o
vormen een eerste aanspreekpunt voor de eigen organisatie en zorgen voor doorvertaling van lokale standpunten naar de RES en v.v.
o
zorgen voor interne bekendheid met de RES.
o
zetten aan tot besluitvorming en ondersteunen hun portefeuillehouder in het Bestuurlijk Netwerk Energie.
o
zijn aanspreekbaar voor uitgezette acties vanuit (leden van) het ambtelijk opdrachtgeversteam.
Ambtelijk opdrachtgeversteam (OT) Bestaat uit een ambtelijke afvaardiging vanuit het Ambtelijk Netwerk Energie (in elk geval van de partijen die ook een portefeuillehouder leveren voor de stuurgroep); van gemeenten, provincie Zuid-Holland en ministerie van Binnenlandse Zaken Wordt aangevuld met de accounthouder NP RES, een medewerker van Stedin, een medewerker van de MRDH en de coördinator RES. Leden: o
zorgen voor de realisatie van deze opdracht,
o
sturen (externe) opdrachtnemers aan en bereiden bestuurlijk en ambtelijke overleggen en afstemming voor.
o
zetten zich in op ambtelijk niveau, intern en extern, voor de realisatie van de RES.
o
rapporteren adequaat over de voortgang van de overeenkomst en resultaten. Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
14
Coördinator RES Heeft een verbindende rol. Moet enthousiasmeren, inspireren, organiseren en richting geven. Hij/zij is aanspreekbaar en beschikbaar voor alle aangesloten partijen en stakeholders en zorgt dat iedereen gehoord wordt en betrokken kan zijn. Is op ambtelijk niveau extern ambassadeur voor de RES. Daarnaast zorgt hij/zij voor de voortgang van de uitvoering van het plan van aanpak. Daarnaast legt hij/zij budgettair verantwoording af en heeft het mandaat om privaatrechtelijke verplichtingen aan te gaan t.b.v. de RES, binnen de kaders van het plan van aanpak RES 2.0 en de Uitvoeringsagenda 2021-2025. Draagt zorg voor monitoring, (tussentijdse) rapportage, informatie- en communicatiemiddelen, stuurt de RES-organisatie aan en stelt de agenda op voor het Ambtelijk opdrachtgeversteam en stuurgroep (en levert de RES agendapunten aan t.b.v. het BNE). De coördinator is onderdeel van het opdrachtgeversteam maar is niet aan een van de betrokken partijen verbonden. Platform RES Bestaat uit een groep vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en stakeholders die op regionaal niveau een relevante rol spelen in de energietransitie. Leden: o
worden geïnformeerd over de inhoud en het proces van de RES
o
kunnen gezamenlijk het BNE adviseren over de inhoud en het proces van de RES
Afhankelijk van het Plan van Aanpak en het procesverloop zal er op thema, project of sectoraal niveau kennis moeten worden ontwikkeld en worden vertaald voor de RES. Daarvoor zullen in kleinere gremia, met diverse stakeholders uitwisselingsmomenten plaatsvinden.
Uitgangspunt: Werken op basis van vertrouwen, interventie alleen als het écht nodig is Het uitgangspunt voor de samenwerking tussen de regiopartijen (gemeenten, provincies en waterschappen) bij de RES Rotterdam Den Haag is wederzijds vertrouwen. Vertrouwen dat de (bestuurlijke) samenwerking ervoor zorgt dat de gezamenlijke RES-ambities bijtijds gehaald worden. Toch kunnen er situaties in de samenwerking ontstaan waarbij er een kink in de kabel optreedt. Bijvoorbeeld een situatie dat een regiopartij niet meer wil deelnemen aan de RESvorming of de situatie dat een regiopartij de RES niet wil verankeren in omgevingsbeleid. Als er een situatie optreedt waarbij de samenwerking bij de RES, op welke manier dan ook, stokt dat is het uitgangspunt dat de regiopartijen eerst samen proberen onderling tot een bestuurlijke oplossing te komen. Het probleem wordt geagendeerd voor bespreking in de Stuurgroep RES, en indien nodig in het BNE. Ook kan hierbij het Nationaal Programma RES (NPRES) betrokken worden. Als het vervolgens écht niet lukt om onderling via de bestuurlijke route tot een oplossing te komen, dan neemt de provincie het initiatief binnen om tot een bestuurlijke oplossing te komen. Pas als het via deze opgeschaalde bestuurlijke route en een intensief traject niet lukt om Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
15
de kink uit de kabel te halen, dan kan de provincie haar bevoegdheden benutten om over te gaan op meer dwingende (juridische) interventies (bijv: programma vaststellen, instructie geven, instructieregels stellen en/of projectbesluit nemen). Als er ook na interventie door de provincie geen oplossing wordt gevonden of als er een situatie optreedt waarbij de provincie zelf partij is bij het knelpunt, dan gaat het voortouw over naar het Rijk. Het Rijk initieert dan bestuurlijk overleg met de regiopartijen. Als het echt niet anders kan zet het Rijk haar juridisch instrumentarium in. Zij stelt dan bijvoorbeeld programma vast, geeft instructie, stelt instructieregel en/of neemt projectbesluit. Monitoring De realisatie van de RES wordt via de Uitvoeringagenda nader geconcretiseerd. Om de voortgang van de in de RES opgenomen ambitie te kunnen bewaken wordt zowel op inhoudelijke als procedurele aspecten gemonitord. Daartoe biedt de RES-organisatie periodiek adequate monitoringsinformatie aan. Die informatie kan gebruikt worden om de aanpak binnen de Uitvoeringsagenda bij te sturen. Daarnaast kan de monitoringsinformatie aanleiding zijn om in de herijking van de RES 2.0 te betrekken.
Uitgangspuntennotitie RES 2.0 regio Rotterdam Den Haag
16