CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Kaderbrief 2022 (na erratum)

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Kaderbrief 2022 (nr. 2220278)12.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

53 alinea's met “kaderbrief”: 1 2 22 23 28 31 35 42 48 55 56 57 58 63 71 72 75 76 116 119 122 127 130 132 137 161 165 169 215 219 224 232 265 266 269 270 273 277 280 318 …

Kaderbrief 2022

Kaderbrief 2022

Inhoudsopgave Inleiding.................................................................................................................................

3

1. Met oog voor de toekomst: aandachts-punten voor het komend jaar...............................

5

Een stevige basis............................................................................................................................

6

Sterke wijken...................................................................................................................................

7

De (innovatieve) maakindustrie.......................................................................................................

8

De energietransitie..........................................................................................................................

8

De mobiliteitstransitie......................................................................................................................

8

2. Financieel perspectief.......................................................................................................

9

Financieel meerjarenbeeld 2022-2026............................................................................................ 10 Financiële positie............................................................................................................................. 23

3. Financiële uitgangspunten ............................................................................................... 28 Bijlagen.................................................................................................................................. 33

2

Kaderbrief 2022

Inleiding Voor u ligt de Kaderbrief 2022. Hierin schetsen we de uitdagingen waar de stad voor staat en geven we een update van het financiële vooruitzicht voor het komende jaar. Omdat het een verkiezingsjaar is, worden de beleidskeuzes gemaakt in het coalitieakkoord van het nieuwe college van B&W. Deze kaderbrief is beleidsarm. Dat betekent dat er geen nieuw beleid is opgenomen. Wel wordt er een overzicht geboden van de onvermijdelijke mee- en tegenvallers. Samen met het coalitieakkoord vormt deze kaderbrief de basis voor de Programmabegroting 2023-2026. Deze kaderbrief is opgesteld in een tijd met veel onzekerheden. Delft herstelt nog van de effecten van de coronacrisis. De oorlog in Oekraïne brengt weer nieuwe onzekerheden en uitdagingen. Voor de gemeente op het gebied van de organisatie van de opvang van de vluchtelingen. Maar ook op financieel vlak. De hoge inflatie raakt veel mensen en levert ook voor Delftse inwoners, bedrijven en organisaties uitdagingen op. Zo zien we dat de trend van stijgende prijzen mensen acuut in financiële problemen kan brengen. De onzekerheden vragen ook veel van het stadsbestuur. Zeker in een tijd dat de financiële positie van Delft onder druk staat. Om de afgelopen raadsperiodes een sluitende begroting te kunnen presenteren, heeft Delft harde keuzes moeten maken.

Delft ontvangt structureel te weinig middelen voor de opgaven waar de stad in de komende jaren voor staat. Dat geldt voor bijvoorbeeld het sociaal domein, de forse investeringen die noodzakelijk zijn voor het in stand houden en uitbreiden van voorzieningen, zoals infrastructuur en riolering, en voor het doorvoeren van de transities (onder andere energie en mobiliteit). Door onze zwakke financiële positie hebben we de afgelopen jaren niet alle investeringen kunnen doen. Extra middelen zijn noodzakelijk om de basis op orde te houden én Delft voor te bereiden op de toekomst. De collegeperiode van 2018-2022 kende mede door de coronacrisis en de zwakke financiële positie grote opgaven. Een periode die veel flexibiliteit heeft gevraagd van iedereen in de stad. Delft is gelukkig een stad met veerkrachtige mensen en bedrijven die elkaar willen steunen in tijden van nood. Dat zien we nu bijvoorbeeld bij de enorme inzet van de ambtelijke organisatie, maatschappelijke partners én vrijwilligers bij de opvang van de Oekraïners. Versterken van Delft Ondanks de extra uitdagingen en beperkingen hebben we in de afgelopen vier jaar ook goede resultaten kunnen bereiken, die Delft versterken en aantrekkelijker maken. De Agenda Delft 2040 is hiervoor de leidraad. In de Omgevingsvisie Delft 2040, die in 2021 werd vastgesteld, staat wat voor stad we in de toekomst graag willen zijn.

Een stad waar het goed wonen, leven en verblijven is. Bij het opstellen daarvan hebben 4400 Delftenaren van jong tot oud meegedacht. Een mooi voorbeeld van participatie. In het kader van de Omgevingswet hebben we ook de nota Participatie in Delft 2022 vastgesteld. Hiermee versterken we verder de verbinding met de stad. De voortgang die we hebben kunnen boeken is ook het gevolg van de goede samenwerking – binnen het college, met de gemeenteraad en met partners in de stad en de regio. Samen zetten we ons in voor de goede groei van de stad. De transformatie van Schieoevers Noord is hiervan een goed voorbeeld. Een programma van deze omvang heeft alleen kans van slagen als het gedragen wordt door alle belanghebbenden. Dat zijn allereerst de bedrijven in het gebied, verenigd in de Bedrijvenkring Schieoevers, maar ook de TU Delft en de provincie Zuid-Holland. Gezamenlijk hebben we de – soms moeilijke – afwegingen gemaakt, waardoor we het gebied kunnen ontwikkelen tot een levendig, divers en kleurrijk deel van de stad.

Inleiding

3

Kaderbrief 2022

Delft heeft ook belangrijke stappen kunnen zetten op weg naar een meer duurzame stad. We hebben volop voortgang geboekt met de energietransitie. In samenwerking met 23 gemeenten, vier waterschappen en de provincie ligt er een Regionale Energie Strategie Rotterdam - Den Haag. En eind 2021 heeft de raad het warmteplan vastgesteld. Het plan voor kansrijke wijken om voor 2030 van het gas te gaan is nu duidelijk. Ook op het gebied van mobiliteit is een belangrijke basis gelegd richting de duurzame stad, met het mobiliteitsprogramma Delft 2040 en de parkeerverordening Delft 2020. Het mobiliteitsprogramma beschrijft hoe we ons veilig en vlot kunnen blijven verplaatsen én de stad leefbaar houden. Door vaststelling van de woonagenda en de regelgeving rond verkamering en splitsing heeft de raad kaders gegeven voor de ontwikkeling van de woningmarkt in Delft. Het woonaanbod in Delft is uitgebreid met een aantal mooie woonzorg-initiatieven. Voorbeeld daarvan is de samenwerking tussen gemeente, Vidomes en Pieter van Foreest voor het woonconcept in de Kuyperwijk. Delft geeft ook ruimte aan bedrijvigheid. Voor startups die een volgende stap kunnen maken, biedt NEXT! Delft en Planet B.io een goede plek en zal extra ruimte gerealiseerd worden in verschillende gebiedsontwikkelingen (o.a. Schieoevers).

Verdere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven krijgt op Schieoevers vorm met Smart Makers Delft, een initiatief van Lucas Onderwijs, ROC Mondriaan en de gemeente. We hebben een keuze gemaakt voor de huisvesting van drie scholen in Tanthof, samen met de betrokken schoolbesturen. Nu de locatiekeuzes definitief zijn, maken we vaart met de plannen voor mooie en goede onderwijsplekken in de wijk. Daarnaast grijpen we met onze onderwijspartners het Nationaal Programma Onderwijs aan om de achterstanden die jongeren hebben opgelopen als gevolg van de coronapandemie zoveel mogelijk op te lossen. We investeren in sportaccommodaties. Met de investeringsagenda die de raad in 2019 heeft vastgesteld en het Uitvoeringsplan sport stimuleren we binnen- en buitensport. Ook pakken we de renovatie van verschillende sportcomplexen aan. De raad heeft een besluit genomen over de noodzakelijke verbouwing van museum Prinsenhof. Het project is financieel mede mogelijk gemaakt door de zeer gulle gift van de familie Vlek, die hiermee haar verbondenheid met Delft tot uitdrukking heeft willen brengen. Ook de renovatie van het Rietveld Theater kan worden voorbereid, nu de raad heeft ingestemd met het investeringsvoorstel hiervoor. De gemeente zet er extra op in op schuldhulpverlening en bestrijding van armoede, samen met verschillende partners in de stad.

Met EMMA (Eerder Melden, Minder Achterstand) voorkomen we dat inwoners in grotere geldproblemen komen. Ook zelfstandig ondernemers met financiële problemen kunnen zich sinds kort ook aanmelden voor schulphulpverlening. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk van deze kaderbrief beschrijft een aantal aandachtspunten waar de stad mee te maken heeft of – onvermijdelijk – mee te maken krijgt. In hoofdstuk 2 staat de ontwikkeling van het financieel perspectief centraal, na vaststelling van de Programmabegroting 2022-2025 en diverse ontwikkelingen die we daarna zien. De uitkomsten geven een actueel inzicht in de financiële positie van de gemeente Delft. Daarna beschrijven we in hoofdstuk 3 de financiële uitgangspunten voor de Programmabegroting 2023-2026.

Inleiding

4

1. Met oog voor de toekomst: aandachtspunten voor het komend jaar

Kaderbrief 2022

Dit hoofdstuk beschrijft een aantal thema’s waar de stad mee te maken heeft of – onvermijdelijk – mee te maken krijgt. Het zijn ontwikkelingen die daarom in de komende periode op de agenda blijven staan. In de beschrijving volgen we de indeling van ons huidige bestuursprogramma. Samenwerken De rol van de gemeente verandert. We zien dat de gemeentelijke overheid de laatste jaren belangrijker is geworden voor het uitvoeren van beleid. Dit komt vooral door de decentralisatie van taken van het Rijk. De coronacrisis en de maatregelen die daarmee samenhangen hebben de impact van de overheid – ook van de gemeente – verder vergroot. Dit alles versterkt de noodzaak om als overheid transparant te werken en verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd groeien de noodzaak en behoefte om samen te werken. Met inwoners, bedrijven, instellingen en partners, in en buiten de stad. Met buurgemeenten, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de provincie en het Rijk. Evenwichtig, solide financieel beleid Door harde keuzes niet te schuwen, heeft Delft een sluitende begroting. Het Rijk stelt in de komende jaren meer incidenteel geld beschikbaar. Tegenover dit incidentele geld staan echter ook nieuwe – veelal structurele – taken. Samen met de andere gemeenten en de VNG zetten we in op voldoende middelen van het Rijk voor de uitvoering van onze taken.

We blijven eraan werken om meer geld vrij te maken voor Delft. Dat is nodig om - onder meer - de basis op orde te brengen voor inwoners, bedrijven en voor bezoekers uit omliggende gemeenten.

Een stevige basis Delft is volop in ontwikkeling. Samen met inwoners, ondernemers, de kennis- en onderwijsinstellingen en maatschappelijke partners bouwen we aan een aantrekkelijke stad voor nu en in de toekomst. Een stad die iedereen kansen biedt. Extra druk op voorzieningen De komende jaren zal de stad verder uitbreiden en groeit het aantal Delftenaren. De druk op de openbare ruimte neemt alleen maar toe, door intensiever gebruik en stapeling van ruimteclaims. Het handhaven van een goed kwaliteitsniveau is daardoor een groeiende uitdaging. Dat kan niet zonder voldoende middelen voor beheer en onderhoud. Voor de bestaande en nieuwe bewoners moet Delft een stad blijven die veel te bieden heeft. We gaan voor goede groei. Het is daarom noodzakelijk voorzieningen voor onder meer onderwijs, cultuur, zorg, welzijn en sport aan te passen aan deze groei. Dit vraagt om investeringen. Effecten van inflatie De kosten voor levensonderhoud stijgen hard, door inflatie en hoge energieprijzen. Ondanks compensatie en reparatiemaatregelen van het Rijk gaan inwoners en bedrijven dit merken in hun portemonnee. Het is belangrijk om bij te houden welke effecten dit heeft op Delftenaren, zodat de gemeente waar nodig en mogelijk passende maatregelen kan nemen.

Herstel cultuur en toerisme De veerkracht die Delftenaren, ondernemers en maatschappelijke partners hebben laten zien tijdens de coronapandemie is te bewonderen. De gevolgen van de pandemie blijven de komende periode merkbaar. Bijvoorbeeld in de culturele sector en het toerisme. Theaters zijn lang dicht geweest, net als de hotels. En ook de verenigingen konden maar zeer beperkt iets aan hun leden aanbieden. Het zal nog tijd vragen voordat bijvoorbeeld toeristen Delft weer weten te vinden. En voordat het cultuurbezoek weer op sterkte is.

1. Met oog voor de toekomst: aandachts-punten voor het komend jaar / Een stevige basis

6

Kaderbrief 2022

Omgevingswet In 2023 gaat de Omgevingswet in. Delft ligt redelijk op schema met de implementatie. Het nieuwe uitstel van de wet betekent ook uitstel van nadere regelgeving door het Rijk. Dit heeft tot gevolg dat de gemeentelijke organisatie ook in 2022 nog werkt aan de implementatie van de Omgevingswet. Over de financiering bestaan landelijk nog onzekerheden, met name over de verdeling van de beschikbare middelen in het coalitieakkoord Rutte IV en over de dekking van de structurele kosten. Gemeentelijke dienstverlening Goede dienstverlening aan alle bewoners, organisaties en bedrijven komt uit een sterke ambtelijke organisatie. Wij bouwen aan een organisatie die aansluit op de bestuurlijke ambities én vooruitkijkt naar opgaven van morgen. Een organisatie die werkt aan een mooier en beter Delft. We doen ons werk in een moeilijke situatie. Het Rijk bepaalt voor een steeds groter deel onze taken. Deze taken moeten we uitvoeren naast het werk aan de specifieke opgaven van de stad. En dat in een situatie waarin de financiële mogelijkheden beperkt zijn. Dat geeft op meerdere plekken in de organisatie knelpunten in de capaciteit. Daarbij komt dat het lastig is om aan goed (of juist) opgeleid personeel te komen. De arbeidsmarkt is krap op dit moment. De schaarste aan menskracht vraagt de komende jaren ook om keuzes.

Sterke wijken Woningopgave De druk op de woningmarkt blijft groot. Dat blijkt onder meer uit de groeiende prijzen voor koop- en huurwoningen. Delft ligt op koers met het bouwen van nieuwe woningen. In 2022 komen er naar verwachting 800 nieuwe woningen bij. Ook in Delft zijn er te weinig woningen beschikbaar, in alle prijssegmenten. Nieuwbouw is essentieel voor doorstroom op de woningmarkt. Extra inzet blijft dan ook de komende tijd nodig. De koers wordt in 2022 uitgezet in een nieuwe, herijkte woonvisie. Het is van belang daarbij oog te houden voor de specifieke opgaven per deel van de stad, en waar nodig te differentiëren in de aanpak. Verder blijft het belangrijk om goed sturen op de verdeling van de bestaande voorraad in het kader van de schaarste. Als gemeente gaan we voor goede en verantwoorde groei. Daarbij zijn we waakzaam dat er voldoende verscheidenheid blijft in type woningen en er ook betaalbare bedrijfsruimte, voorzieningen en kwalitatieve, groene openbare ruimte zoals parken gerealiseerd worden. Deze zaken worden namelijk niet vanzelfsprekend ingevuld, maar zijn wel van grote waarde voor onze bewoners en bedrijven. Om keuzes te kunnen maken die goede en gezonde groei bevorderen, zijn een aantal thema’s benoemt (zoals inclusief wonen) waar we actief op sturen. Verbonden stad Delft wil een veilige en leefbare stad zijn, een stad voor al haar bewoners.

Een verbonden stad waar mensen naar elkaar omkijken en het beste uit zichzelf kunnen halen. Tijdens de coronapandemie hebben we gezien dat Delftenaren elkaar willen helpen. Er waren veel mooie initiatieven van onze inwoners. Zo ondersteunde Delft kwetsbaren in onze stad én was er een beetje vrolijkheid in een moeilijke tijd. De opvang van vluchtelingen en asielzoekers doet een extra beroep op Delftenaren en de voorzieningen in de stad. Het is nog onduidelijk hoe lang de vluchtelingen uit Oekraïne zullen blijven en dat vraagt actie op het gebied van huisvesting, scholing, werk en bijstand. De uitdaging is om de komende jaren de verbinding vast te houden. Door de helpende hand te bieden kunnen zij snel een plek binnen de Delftse samenleving vinden.

1. Met oog voor de toekomst: aandachts-punten voor het komend jaar / Sterke wijken

7

Kaderbrief 2022

Weerbare mensen Voor de leefbaarheid van de stad is het van belang om te investeren in het faciliteren van ontmoetingen en in het weerbaar maken van inwoners, op straat en online.

De (innovatieve) maakindustrie Delft heeft wereldwijd een naam als centrum van kennis en innovatie en dat biedt kansen. Wetenschap en maakindustrie komen hier van oudsher samen. Economisch van groot belang, voor de stad zelf, de regio en (inter)nationaal. Als Delft deze positie wil behouden moet er ook in de komende jaren voldoende ruimte geboden worden aan bedrijvigheid en daarmee aan banen op alle niveaus. Slimme oplossingen Delft kan de innovatieve denkkracht van de stad nadrukkelijker inzetten door verbinding te maken met verschillende maatschappelijke opgaven van de stad. En om slimme oplossingen te vinden voor actuele vraagstukken, zoals schoon zwemwater, de zorg of de energietransitie.

De energietransitie Het Nationaal Klimaatakkoord stelt ook Delft voor een enorme taak: een aardgasvrije stad in 2050. Delft werkt hieraan, onder meer met het Open Warmtenet Delft, vooral gericht op Voorhof en Buitenhof. De gemeenteraad heeft in 2021 het Warmteplan vastgesteld. Daarin ligt vast welke buurten kansrijk zijn om vóór 2030 een wijkuitvoeringsplan te maken. Die plannen per wijk of buurt maken bewoners samen, onder regie van de gemeente. De energietransitie krijgt ook vorm in het project Geothermie Delft: de bron voor het bestaande warmtenet in de TU-wijk en het Open Warmtenet. WarmtelinQ is eveneens essentieel voor de doelen, door restwarmte uit de haven van Rotterdam te ontsluiten voor warmtenetten. Ook woningcorporaties dragen bij aan de energietransitie. In de prestatieafspraken voor 2022 is vastgelegd dat corporaties onderhouds- en renovatieprojecten gebruiken om woningen te verduurzamen. Bij alle projecten kijken ze welke maatregelen nodig zijn om het energieverbruik maximaal te verminderen. Door de stijgende gasprijzen zien we dat er meer aandacht is voor duurzame energie. Maar we zien ook dat er op dat gebied nog flink wat uitdagingen zijn. Verduurzamen kost geld en dat kan niet iedereen betalen. En er is een gebrek aan goed geschoolde mensen om duurzame oplossingen te realiseren.

De mobiliteitstransitie Delft draagt bij aan de mobiliteitstransitie: een duurzaam vervoersysteem om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Het Mobiliteitsprogramma Delft 2040 geeft hiervoor de kaders. Het betekent onder meer: snelheid omlaag op secundaire wegen, meer ruimte voor voetgangers en fietsers en de ontwikkeling van mobiliteitshubs en deelmobiliteit. Door het autoluwer maken van de binnenstad ontstaat ruimte voor andere functies én verbetert de luchtkwaliteit. Station Delft Campus is getransformeerd. Eind 2021 is het in gebruik genomen, als eerste energie neutrale station van Nederland. In de komende jaren wordt gewerkt aan de verdubbeling van het aantal sporen. Naar verwachting is dat project klaar in 2024, als een nieuwe dienstregeling ingaat.

1. Met oog voor de toekomst: aandachts-punten voor het komend jaar / De (innovatieve) maakindustrie8

2. Financieel perspectief

Kaderbrief 2022

De Programmabegroting 2022-2025 is het vertrekpunt voor het financieel perspectief. De onderwerpen in de raadsbrief Update begrotings- en meerjarenbeeld (d.d. 24 maart, kenmerk 2212167) zijn in deze kaderbrief opnieuw bekeken en op onderdelen geactualiseerd. Verder zijn zoals te doen gebruikelijk bij de kaderbrief per bouwsteen (overige) onvermijdelijke ontwikkelingen geïnventariseerd. Deze kaderbrief is beleidsarm. Beleidskeuzes komen voort uit het coalitieakkoord van het nieuwe college van B&W. Samen met het coalitieakkoord vormt deze kaderbrief de basis voor de Programmabegroting 2023-2026 Dit hoofdstuk geeft een actueel inzicht in het uitvoeringsjaar 2022 en in het meerjarenbeeld 2023-2026. Rekening is gehouden met de (structurele) effecten van de Najaarsrapportage 2021 en de septemberen decembercirculaire over het Gemeentefonds. Ook is, op basis van de tussentijdse ‘maartbrief’ van het Rijk, een nieuwe berekening gemaakt van de gevolgen van het landelijke coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV. Mede op basis van de realisatie in het eerste kwartaal zijn actuele ontwikkelingen verwerkt bij het sociaal domein en het bestaand beleid. Tenslotte is rekening gehouden met een aantal reserveringen voor investeringen en noodzakelijke stedelijke opgaven.

Voor een compleet beeld van de financiële positie is in het tweede deel van dit hoofdstuk de uitkomst van de jaarlijkse stresstest opgenomen. Voorstellen voor verwerking van de effecten van de coronacrisis verrekenen we met de bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis (zie bijlagen 1A en 1B). Over de uitvoering van het Herstelplan 2021-2024 ‘Delft in balans’ is een apart overzicht opgesteld. Inclusief een toelichting op de stand van zaken (zie bijlagen 2A en 2B). Voor de mutaties in het uitvoeringsjaar 2022 en de periode 2023-2026 is een begrotingswijziging opgesteld (zie bijlage 3). Ook is de 1e Algemene RaadsBegrotingswijziging (ARB)1 bij de kaderbrief gevoegd (zie bijlage 4).

Financieel meerjarenbeeld 2022-2026 Financieel toezicht provincie Zuid-Holland Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland hebben de begroting voor 2022 beoordeeld en repressief toezicht ingesteld (zie brief Financieel toezicht begroting 2022 van 13 december 2021, kenmerk PZH-2021-791107404). Dit betekent dat de begroting direct kan worden uitgevoerd; begrotingswijzigingen hoeven niet vooraf te worden goedgekeurd. Wel heeft de provincie zorgen geuit over de ontwikkeling van onze financiële positie. In reactie hierop is aangegeven dat beheersing van de financiële risico’s constante aandacht heeft en dat actuele ontwikkelingen nauwlettend worden gevolgd. In deze kaderbrief zijn in dit verband de maartbrief nader toegelicht en onvermijdelijke uitgaven in beeld gebracht. Voor de nieuwe begroting is het bereiken van een structureel begrotingsevenwicht (dat wil zeggen dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten), uiterlijk in 2025 en 2026, een randvoorwaarde. Beleidsarm In deze kaderbrief zijn geen voorstellen voor nieuwe voorzieningen en/of de hoogte van woonlasten opgenomen. De kaderbrief beschrijft de uitgangssituatie voor de opstelling van de nieuwe begroting. Externe en interne ontwikkelingen zijn in beeld gebracht met de nadruk op niet te beïnvloeden inkomsten en onontkoombare uitgaven.

Moties Programmabegroting 2022-2025 Vanuit de behandeling van de Programmabegroting 2022-2025 (4 november 2021) spelen nog de volgende openstaande moties, waar mogelijk is een actuele stand van zaken opgenomen: 1

De ARB bevat budgetneutrale aanpassngen zonder beleidsmatige gevolgen

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

10

Kaderbrief 2022

•

•

•

•

•

•

8.1.5 Zelfbewoningsplicht voor bescherming starterswoningen De motie verzoekt om de mogelijkheid van een zelfbewoningsplicht in Delft te onderzoeken en om een voorstel voor vergroting kansen voor starters op de woningmarkt. Deze motie wordt afgedaan bij de nieuwe huisvestingsverordening die in het derde kwartaal 2022 wordt aangeboden aan de raad. In het tweede kwartaal 2022 zijn de onderdelen van de huisvestingsverordening inzake kinderopvangtoeslagaffaire en omzettingsvergunning aangeboden aan de raad (kenmerk: 2219252). 8.1.7a Toeristen betalen mee aan Delft en de regio De motie draagt op om (a) in overleg te gaan met de regiogemeentes over een gezamenlijke verhoging van de toeristenbelasting, (b) met een zorgvuldig afgewogen voorstel te komen voor verdere verhoging ingaande 2024 en (c) de opbrengst te gebruiken voor het verlagen/beperken van lasten voor alle Delftenaren. De motie is een inspanningsverplichting. Het overleg, o.a. met Midden- Delfland, is gestart. De verhoging is onderdeel van het voorstel voor de belastingverordeningen 2023. 8.1.15 Meer aandacht voor LHBTI ’s en mensen met een beperking in de sportnota De motie draagt op om in overleg met de sportraad en andere belanghebbenden LHBTI ‘s te integreren in het sportaanbod van Delft en om belemmeringen voor sporters met een beperking te identificeren en aan te pakken.

Deze motie is reeds afgedaan (kenmerk: 2215209). 8.1.21 Kamers met aandacht De motie draagt op werk te maken van het matchen van vraag en aanbod van jongeren en mensen die een deel van hun woning en tijd beschikbaar willen stellen, hierbij te leren van de pilot Kamers met Aandacht in Den Haag, eventuele kosten te dekken uit het budget Beschermd wonen en de raad hierover te informeren voor de zomer van 2022. De afwikkeling van deze motie staat gepland voor het tweede kwartaal van dit jaar. 8.1.23 Verhogen studietoeslag student met medische beperking De motie verzoekt het college met het Rijk in gesprek te gaan om voldoende middelen beschikbaar te stellen om de studietoeslag student met een beperking te verhogen naar € 300 per maand. Deze motie is reeds afgedaan (kenmerk: 2206086). 8.1.24 Energie in de wijken De motie verzoekt het college met een voorstel te komen voor de inzet van Eneco-middelen voor duurzaamheidsdoelen, hierbij de uitdagingen in kwetsbare wijken in kaart te brengen en uit te gaan van scenario’s tot een maximum van € 15 miljoen. In de begrotingswijziging bij deze kaderbrief wordt hiertoe vanuit de algemene reserve een storting gedaan in de reserve Beleid & Uitvoering. Voorafgaand aan concrete invulling wordt zoals beloofd een bestedingsvoorstel aan de raad gezonden. Dat zal naar verwachting in het derde kwartaal van dit jaar plaatsvinden.

De financiele uitgangspositie In aanvulling op de vastgestelde begroting is nu rekening gehouden met de structurele effecten van de Najaarsrapportage 2021 en de september- en decembercirculaire 2021. Ook is een berekening gemaakt van de maartcirculaire waarin de effecten van het landelijke coalitieakkoord Rutte IV verder zijn uitgewerkt. Ten slotte zijn bouwstenen toegevoegd op basis van het Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling (MPG), actuele ontwikkelingen in het sociaal domein, actuele mee- en tegenvallers bij het bestaand beleid, onvermijdelijke investeringsopgaven en reserveringen voor noodzakelijk geachte stedelijke opgaven. Het resultaat is de financiële uitgangspositie voor de opstelling van de Programmabegroting 2023-2026. Onderstaande tabel geeft de mutaties in deze kaderbrief op hoofdlijnen weer. Leeswijzer: in de tabellen staan de effecten op het begrotingssaldo. Negatieve bedragen zijn nadelig voor het saldo, positieve bedragen zijn voordelig (bedragen x € 1.000).

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

11

Kaderbrief 2022

Kaderbrief 2022

2022

2023

2024

2025

2026

Saldo Programmabegroting 2022-2025

198

788

203

815

1.373

125 895 3.900 -80 1.104

125 636 8.930 117 -2.726

125 376 12.640 447 -3.386

125 551 11.580 347 -2.886

125 1.150 820 219 -2.886

-750 -1.800 -1.614 -322

-1.000 -1.800 -1.933 -

-1.000 -1.800 -1.933 -

-1.000 -1.800 -1.933 -

-1.000 -1.800 -1.859 -

-

-

-1.800 -

-2.000 -

-2.200 -

-462

-250

-329

-243

-646

-1.500

-1.500

-1.500 -1.000

-1.500 -1.000

-307

1.387

1.043

1.056

Actualisering begrotings- en meerjarenbeeld 1. Najaarsrapportage 2021 2. Gemeentefonds 3. Coalitieakkoord / Startnota (Rutte IV) 4. MPG 2022 5. Sociaal domein 6. Bestaand beleid - basis op orde - Omgevingswet - extra inflatie - bestaande voorzieningen in de stad / tegenvallers bestaand beleid - realisatie Herstelplan - areaaluitbreiding (groei van de stad): onderhoud OR, T&H en dienstv. 7. Nieuw beleid: nvt (beleidsarme Kaderbrief) 8. Investeringen in de stad - Investeringsprogramma onderwijshuisvesting 9. Reservering voor investeringen in de stad - vervangingsinvesteringen beheer van de stad - ruimtelijke ontwikkeling (kostenverhaal) Saldo

-6.704

De tabel laat een positief saldo tot en met 2025. In 2026 is sprake van fors tekort van bijna € 7 miljoen. Het tekort vanaf 2026 wordt met name veroorzaakt door de afspraken in het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV en geldt voor de meeste gemeenten. Het gaat hier met name over het lagere accres (groei) van het gemeentefonds en het opnieuw van kracht worden van de opschalingskorting voor gemeenten (zie regel landelijk coalitieakkoord/startnota Rutte IV). Hierover is inmiddels afgesproken dat het kabinet samen met de VNG, Interprovinciaal overleg (IPO) en Unie van Waterschappen een onderzoek instelt naar een stabiele financieringssystematiek tussen Rijk en medeoverheden vanaf 2026. Daarbij zal op korte termijn eerst gekeken worden naar het financieel meerjarenbeeld voor medeoverheden en de gevolgen hiervan voor hun begroting. Daarnaast zullen bouwstenen in kaart gebracht worden voor een nieuwe financieringssystematiek, waarbij ook de uitbreiding van het lokale belastinggebied bespreekbaar is. Meer duidelijkheid zal naar verwachting worden geboden in de meicirculaire die ook de financiële gevolgen van de Voorjaarsnota van het kabinet bevat (publicatie: begin juni).

Het financieel toezicht vereist dat in de Programmabegroting 2023-2026 het komende begrotingsjaar 2023 of uiterlijk in de jaren 2025 en 2026 van de meerjarenraming een structureel evenwicht is bereikt (structurele lasten gedekt door structurele baten). De nadere uitwerking en/of bijstelling van het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV in de Voorjaarsnota en de meicirculaire hebben hier naar verwachting een grote invloed op. Na beoordeling en verwerking van deze effecten volgt in de nieuwe begroting een voorstel om het structureel evenwicht te bereiken. De mutaties in de tabel Begrotings- en meerjarenbeeld zijn verwerkt in een begrotingswijziging die bij deze kaderbrief is gevoegd en toegelicht in bijlage 3.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

12

Kaderbrief 2022

Woonlasten Niet zichtbaar in het overzicht zijn de afspraken in de Kadernota 2021 en de Programmabegroting 2022-2025 over een (tijdelijke) ophoging van de onroerendezaakbelasting (OZB) van 6% in 2023 en een extra stijging van de OZB in 2025 van circa 7% in 2025. Deze effecten zijn in genoemde programmabegroting al verwerkt. Deze stijging houdt nog geen rekening met de inflatiecorrectie die jaarlijks als onderdeel van de nominale ontwikkeling in de begroting wordt verwerkt. De stijging van de OZB is gebaseerd op het scenario waarin het Rijk onvoldoende (structurele) middelen beschikbaar stelt voor de taken van gemeenten en voor de opgaven die samen met gemeenten moeten worden opgepakt. Zodra er (via de meicirculaire) volledige duidelijkheid is over extra middelen van het Rijk, zou eventueel een voorstel voor bijstelling kunnen worden bezien. Op basis van de tot dusver bekende informatie over middelen vanuit het Gemeentefonds (accres, opschalingskorting) wordt zo’n mogelijkheid nog niet gezien. Voor de kosten van afvalverwerking en riolering hanteert de gemeente een algemene heffing, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De opbrengsten hiervan mogen uitsluitend worden besteed aan kosten verbonden aan deze specifieke taken. Dit sluit aan op het uitgangspunt dat leges 100% kostendekkend moeten zijn.

De OZB, afvalstoffenheffing en de rioolheffing bepalen samen de woonlasten voor inwoners en bedrijven. Voor 2023 e.v. is de ontwikkeling van de OZB nu als volgt.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

13

Kaderbrief 2022

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

14

Kaderbrief 2022

1. Najaarsrapportage 2021 De structurele effecten uit de Najaarsrapportage 2021 zijn verwerkt in het meerjarenbeeld: • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): voorzieningen (+ € 325.000) Het structurele voordeel op het budget van de hulpmiddelen ontstaat vooral doordat vanaf 1 januari 2020 mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlzinstelling verstrekt worden vanuit de Wlz (wet langdurige zorg) en niet meer vanuit de Wmo 2015. Dit effect is groter dan verwacht. • Armoedebestrijding (Sociaal Medische Indicatie (SMI)) (-/- € 200.000) Er zijn ouders die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag via de belastingdienst, bijvoorbeeld omdat één van beide ouders niet werkt. Als de niet-werkende ouder ziek wordt is tijdelijk kinderopvang nodig. De gemeente betaalt dan via de bijzondere bijstand een bedrag ter hoogte van de kinderopvangtoeslag. De tweede groep huishoudens voor wie we deze kosten vergoeden zijn huishoudens waarbij het in het belang van het kind is dat het kind deels opgevangen wordt in een professionele opvoedomgeving. Met de inzet van SMI maken we het mogelijk dat het kind thuis kan blijven wonen. Zo voorkomen we soms ook duurdere vormen van jeugdzorg. De kosten voor SMI zijn al een aantal jaren hoger dan begroot binnen de bijzondere bijstand.

Tot nu toe vingen we dat op omdat op andere posten minder uitgegeven werd. Nu zien we op de bijzondere bijstand een te verwachten overschrijding van € 300.000 waarvan we € 100.000 binnen het programma kunnen opvangen. De overschrijding en de beschikbare dekking zijn nu structureel verwerkt. 2. Gemeentefonds Nadere toelichtingen op de financiële effecten vanuit de september- en decembercirculaire 2021 zijn te vinden in de gelijknamige bestuurlijke reacties die u eerder zijn toegezonden. Zoals al aangekondigd in de bestuurlijke reactie Decembercirculaire 2021 (kenmerk 2204035) wordt bij deze kaderbrief nader toegelicht hoe de gemeentelijke dienstverlening zal worden versterkt. Dit gebeurt naar aanleiding van het rapport ‘Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag’. Als reactie hierop heeft het Rijk besloten om tot en met 2027 middelen beschikbaar te stellen voor het verbeteren van de dienstverlening van gemeenten voor alle inwoners. Dit gebeurt met de volgende actielijnen: 1. Als eerste is er geld voor een robuust rechtsbeschermingsbedrijf (voor Delft in 2021 € 142.000 en 2022 € 149.000; 2023 t/m 2025 € 160.000). Voor dit onderdeel versterken we het Instituut Sociaal Raadslieden omdat we zien dat daar steeds meer vragen binnen komen. 2.

Voor Versterking ondersteuning wijkteams (2021: € 291.000; 2022: € 307.000; 2023 € 305.000; 2024: € 304.000; 2025: € 306.000) wordt ter compensatie van de extra uitgaven die gemaakt worden om de toegang van cliënten tot de gemeentelijke dienstverlening en ondersteuning structureel verbeterd. Dat betekent dat voor de sociale wijkteams extra uitvoeringscapaciteit beschikbaar komt om de coördinatie tussen de verschillende soorten van hulpverlening in het sociaal domein te verbeteren. Via de methode van klantreizen gaan we na tegen welke knelpunten burgers oplopen bij onze dienstverlening. Vervolgens gaan we die knelpunten oplossen, zodat onze dienstverlening structureel verbetert. We willen bij maatschappelijke partners onderwerpen ophalen en vervolgens implementeren we verbeteringen. 3. Impuls integraal werken (2021: € 231.000 en 2022: € 39.000; 2023: € 21.000). We verwachten dat bij de klantreizen regelmatig thema’s rondom integraal werken aan de orde zullen zijn. En via de citydeal eenvoudig maatwerk geeft Delft al vorm aan integraal werken. We kunnen deelname aan de citydeal uit dit budget financieren. 4. Systeemleren (2021: 32.000 en 2022 e.v.: € 34.000): We willen in samenwerking met andere gemeente de lerende uitvoeringspraktijk in de gemeente vorm te geven.

Begin juni verschijnt de reguliere meicirculaire over de uitkering uit het gemeentefonds, op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk. Aan de hand van deze circulaire bepalen we de beschikbare middelen voor de compensatie van de loon- en prijsstijging in 2023. Ook staan in deze circulaire de uitkomsten van nieuwe ombuigingen van het Rijk en de herijking van het Gemeentefonds (vanaf 1 januari 2023). Over de circulaire volgt een aparte bestuurlijke reactie met een overzicht van de (financiële) gevolgen.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

15

Kaderbrief 2022

3. Coalitieakkoord (Rutte IV) en maartbrief Op basis van het coalitieakkoord ontstaat tijdelijk financiële ruimte tot en met 2025, vanaf 2026 is geen sprake van de gevraagde structurele verbetering van de financiële positie van gemeenten. De huidige vertaling van het landelijk coalitieakkoord is met veel vragen en onzekerheden omgeven. Na publicatie van het coalitieakkoord en de startnota is op 6 april 2022 de maartbrief gepubliceerd. In de deze brief is een nadere uitwerking opgenomen van de financiële gevolgen voor de gemeenten: • Wetsvoorstel Eenmalige energietoeslag lage inkomens (€ 679 miljoen) Op 15 maart 2022 is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor Delft gaat het om een eenmalige bijdrage van ongeveer € 4,5 miljoen (meicirculaire 2022). Eind april is het bedrag door Rijk verhoogd naar € 854 miljoen om te garanderen dat alle gemeenten voldoende krijgen om een eenmalige energietoeslag van € 800 te geven aan alle huishoudens met een inkomen van 120% van het sociaal minimum. • Accres en opschalingskorting De brief bevestigt eerdere informatie over het accres en de opschalingskorting.

Bij het accres ontstaat een voordeel in 2026 (€ 1,5 miljoen voor Delft, vanaf 2027 € 0,5 miljoen) omdat in het vaste bedrag de uitname voor woningbouwimpuls en volkshuisvestingsfonds al is verwerkt. • Herijking gemeentefonds De ingangsdatum van de nieuwe verdeling is definitief vastgesteld op 1 januari 2022. Tot en met voorjaar 2023 vindt nader onderzoek plaats naar centrumfunctie, verdeelmodel sociaal domein, eenpersoonshuishoudens en overige eigen middelen. Het ingroeipad is verlaagd tot een effect van € 7,50 per inwoner in het eerste jaar (in plaats van € 15) en beperkt tot 3 jaar, daarna wordt geëvalueerd. Aan de voorwaarde 'Koek groter' is tot en met 2025 voldaan door het extra accres en het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Coalitieakkoord / Startnota (bedragen x € 1.000) Accres 2022 (incl. uitname woningbouwimpuls en volkshuisvestingsfonds) Correctie voor prijspeil 2022 Aanname voor effect onderuitputting Rijk Jeugd Bevriezen oploop opschalingskorting 2023-2025 Uitvoering OW / wet Kwaliteitsborging Bouw Valpreventie, huishoudelijke hulp Maartbrief Saldo

2022

2023

2024

2025

2026

3.800

5.300 -300 -1.000 1.750 2.480 700

9.900 -700 -1.500 1.120 3.320 500

11.300 -1.000 -1.600 -1.110 4.190 500 -700

3.700 -500 -1.600 -1.580

11.580

820

-1.000

1.100

3.900

8.930

12.640

-700 1.500

In de Voorjaarsnota en de meicirculaire van het Rijk volgt een actualisatie van het accres en andere posten uit het landelijk coalitieakkoord. Hierop vooruitlopend is eind april bekend geworden dat het kabinet zich garant stelt voor de bezuiniging op de jeugdzorg. Onderzocht wordt of invulling mogelijk is door een eigen bijdrage en/of het schrappen van behandelingen. Dit kan dus nog een effect hebben op het financiële beeld van 2026. Over de financiële ruimte in 2026 volgt een contourennota (in samenwerking met VNG, IPO en Unie van Waterschappen) in juni 2022. Op basis van de meicirculaire volgen in de Programmabegroting 2023-2026 nadere voorstellen voor verwerking van: • Accres 2022-2025 (effecten onderuitputting, loon- en prijsstijgingen en nieuwe ombuigingen Rijk) • Accres 2026 (op basis van aangekondigd onderzoek naar stabiele financieringssystematiek en contourennota)

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

16

Kaderbrief 2022

•

•

Het effect van de uitname voor de woningbouwimpuls en de storting in het volkshuisvestingsfonds, de opschalingskorting in 2026 en verder verwerking arbitrage jeugdhulp vanaf 2023, korting extra middelen jeugdhulp (op basis van de garantstelling Rijk), de korting Maatschappelijke ontwikkeling (compensatie door hogere eigen bijdrage Huishoudelijke Hulp) en de verdeling van de extra middelen voor klimaatbeleid. Herijking Gemeentefonds (vanaf 1 januari 2023) Voor Delft is de waardering van onze centrumfunctie in de nieuwe verdelingsvoorstellen niet verbeterd. Desondanks is op basis van de huidige uitkomsten sprake van een (beperkt) positief effect. Vanwege het voorlopige karakter en de beperkte impact van de uitkomsten hebben we hiermee nog geen rekening gehouden in de ramingen.

4. MPG en Jaarstukken 2021 De financiële consequenties van het Meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling (MPG) zijn verwerkt in deze kaderbrief. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar het MPG, dat gelijktijdig met de Jaarstukken 2021 verschijnt. In de Jaarstukken 2021 is aangekondigd dat enkele onderschrijdingen als gevolg van de coronacrisis, verband houden met aanvullende (vertraagde) lasten in 2022 en verder. Hiervoor zijn met een bestemmingsvoorstel middelen gereserveerd waardoor het effect budgetneutraal is. Het gaat uitsluitend om incidentele effecten die nu zijn verwerkt. Bij de Najaarsrapportage 2022 wordt zoals gebruikelijk een update van de reserve Maatregelen coronacrisis opgenomen. Mede op basis van de realisatie van investeringen in 2021 vindt een herfasering plaats van het bestaande investeringsprogramma. Het resultaat is onderdeel van de Programmabegroting 2023-2026. 5. Sociaal domein Op basis van actuele ontwikkelingen ontstaat een nadeel van ongeveer € 1,1 miljoen in 2022, oplopend tot € 2,9 miljoen in 2026: • autonome groei Jeugd en Wmo • samenvoegen Beschermd Wonen – Maatschappelijke Ondersteuning • noodzakelijke uitgaven Participatie • noodzakelijke uitgaven Delft Support Hierbij spelen de volgende uitgangspunten: • autonome groei wordt geraamd op volume 2023. Voor mogelijke verdere groei vanaf 2024 worden middelen in de risicoparagraaf gereserveerd.

• De beschikbare middelen voor indexering worden nader bekeken, mede op basis van de meicirculaire. • Nadere voorstellen volgen op basis van de uitwerking coalitieakkoord Rutte IV voor: • accres (2022-2025, 2026 en verder) • arbitrage jeugdhulp 2023 en verder (inclusief garantstelling kabinet voor korting vanaf 2024) • eigen bijdrage voor korting jeugdhulp • eigen bijdrage voor korting Maatschappelijke Ondersteuning/Huishoudelijke Hulp Mede door exogene ontwikkelingen die van invloed zijn op de zorglasten verwachten we in 2022 een voordeel bij jeugdzorg en een nadeel bij de Wmo. Doordat er op dit moment nog sprake is van aanzienlijke onzekerheden, zal een eventuele budgettaire verwerking van deze effecten plaatsvinden bij de najaarsrapportage. Hieronder is een cijfermatig overzicht met alle mutaties opgenomen. In bijlage 3B: Toelichting begrotingswijziging zijn nadere inhoudelijke toelichtingen opgenomen.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

17

Kaderbrief 2022

Sociaal domein (bedragen x € 1.000) Jeugd: - Maatregelen jeugdzorg: besparingsverlies - Vrijval reservering voor maatregelen jeugdzorg (septembercirculaire 2021) - Autonome groei Jeugd ZIN - Jeugd bijdrage GR GGD-VT - H10 bijdrage projectkosten Wmo: - Autonome groei Wmo (tarieven, aantallen) - MO gedekt door BW - BW goedzetten - Maatschappelijke voorzieningen - Dekking door onttrekking aan reserve Maatschappelijke voorzieningen Participatie: - Bijzondere bijstand: Individuele studietoeslag - BUIG: verlaging rijksbijdrage Loonkostensubsidie (t.l.v. reserve SD) - EMMA (vroegsignalering schulden) - Schuldhulp voor ondernemers - Bijzondere bijstand:extra beroep door inflatie en energiekosten - Jongeren Perspectief Fonds Delft Support: - projectcoördinator - premies en pensioenlasten - cao Gezondheid - dubbeltelling budget n.a.v. DU GIDS Saldo

2022

2023

2024

2025

2026

-1.500

-1.800

-1.800

-1.800

1.500 -1.375 130 -100

1.800 -1.375 130 -100

2.300 -1.375 130 -100

2.300 -1.375 130 -100

-1.500 1.100 100

-1.500 1.100 100

-1.500 1.100 100

-1.500 1.100 100

-150

-150

-150

-150

-150

pm

pm

pm

pm

pm -190 -240 pm -140

pm -190 -240 pm -140

pm -190 -240 pm -140

pm 221

-130 -325 -700 224

-120 -325 -800 224

-120 -325 -800 224

-120 -325 -800 224

1.104

-2.726

-3.386

-2.886

-2.886

130 -100 -197 1.100 100 -166 166

De onttrekkingen aan de reserve Sociaal domein zijn geactualiseerd. Voorstel is om tot en met 2024 bijna € 3 miljoen te onttrekken voor de maatregelen in het Actieplan Sociaal Domein 2.0, Implementatiekosten in de regio, overige projecten (pilot ouderenzorg, ontmoeting in de wijkcentra, maatschappelijke agenda) en Delft Support. 6. Bestaand beleid Omgevingswet Zoals bekend is de invoering van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld, met name naar aanleiding van problemen met de het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Los van deze vertraging houden we rekening met incidentele en structurele kosten van ongeveer € 1 miljoen per jaar. In het landelijk coalitieakkoord is hiervoor incidenteel tot en met 2025 een aflopende dekking opgenomen. Op de structurele dekking van de kosten door het Rijk is nog geen zicht. Over de invoeringskosten en de terugverdientijd blijft de VNG in gesprek met de minister. De inventarisatie van de kosten is indicatief. De komende maanden wordt een nadere uitwerking gemaakt. In de uitwerking wordt het maatschappelijk en financieel effect van de nog te maken beleidskeuzes afgewogen. Denk bijvoorbeeld aan te hanteren minimumvereisten en legesverordening. Hierbij is van belang dat onderscheid wordt gemaakt tussen de implementatiefase (technische voorbereiding) en de transitiefase (te hanteren beleidskeuzes).

In de Programmabegroting 2023-2026 zullen de definitieve financiële consequenties landen. Dit betreft ook de verdeling van de beschikbare middelen in het coalitieakkoord Rutte IV en de dekking van de structurele kosten (o.b.v. de meicirculaire). Extra inflatie (o.a. energie, bouwkosten) Met name de prijsontwikkeling 2022 is hoger dan tot nu toe geraamd. Hierop is geanticipeerd door reserveringen in reactie op de septembercirculaire 2021 (€ 1,2 miljoen) en in de raadsbrief Update begrotings- en meerjarenbeeld (€ 1,8 miljoen).

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

18

Kaderbrief 2022

De verwachting is dat de lijn van hogere prijzen (gevolgd door hogere lonen) zich doorzet in 2023. Dat blijkt ook uit de ramingen van het Centraal Economisch Plan (CEP, maart 2022). Op basis van het CEP raamt het Centraal Plan Bureau (CPB) de volgende cijfers: Inflatie (consumentenprijsindex) Prijs Materiële overheidsconsumptie Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers

2022 5,2% 4,1% 4,8%

2023 2,4% 2,3% 3,3%

Op 16 maart is een verdieping gepubliceerd op het CEP met een aanvullend scenario op basis van een inflatie oplopend naar 8%. In het gemeentefonds is op dit moment nog geen rekening gehouden met de hogere inflatie. De ramingen in het CEP worden doorgaans meegenomen in de meicirculaire. Wanneer de rijksuitgaven stijgen door de hogere inflatie, neemt ook het (nominale) accres toe. Afgewacht wordt welke compensatie volgt in de meicirculaire. Bestaande voorzieningen in de stad/ tegenvallers bestaand beleid De benodigde aanpassingen hebben mede betrekking op tegenvallers in het bestaand beleid. Het gaat daarbij onder meer om een stijging van de bijdrage aan de Veiligheidsregio Haaglanden en de kosten voor leerlingenvervoer. Verder is sprake van hogere kosten in het kader van de interne dienstverlening, waaronder hybride werken. Deze kunnen budgettair neutraal worden gedekt, vanuit meer productieve uren dan begroot. De gemeente Delft vangt mensen op die gevlucht zijn uit Oekraïne. Voor deze opvang zijn middelen nodig. In maart 2022 hebben wij uw raad het voorstel gedaan voor de eerste twee maanden uit algemene middelen een bedrag te onttrekken van € 910.000. Dit bedrag was gebaseerd op de zogenoemde Hotel en Accommodatie-Regeling (HAR) van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). De formele begrotingstechnische verwerking vindt plaats bij deze kaderbrief.

Op basis van de uitgaven die tot nu toe gedaan zijn verwachten wij tot het eind van het jaar ongeveer € 1,8 miljoen uit te gaan geven, exclusief budget voor het geschikt maken van locaties. Onlangs is besloten om één extra locatie geschikt te maken. Het benodigd budget hiervoor is ongeveer € 380.000. Ook dit bedrag wordt onttrokken uit de algemene reserve. Het Rijk heeft laten weten dat de kosten die gemeenten maken vergoed gaan worden. Medio mei 2022 wordt de regeling hiervoor gepubliceerd. In een brief van 6 april 2022 aan de Tweede Kamer zijn de contouren van de regeling geschetst. De gemeente zal voor elke gerealiseerde opvangplek een bedrag van € 700 per week ontvangen gedurende de eerste 3 maanden. Hoe de regeling er daarna uitziet wordt nog verder uitgewerkt. Uitgaande van het aantal mensen wij nu opvangen zal Delft dan ongeveer € 1,2 miljoen ontvangen voor de eerste 3 maanden. Zodra de financiële regeling gepubliceerd is doet het college een voorstel aan de gemeenteraad. Naast de opvang van Oekraïense vluchtelingen is een voorstel in voorbereiding voor tijdelijke opvang van asielzoekers in Delft. Verder wordt voor overige ontwikkelingen € 700.000 voor 2022 en € 900.000 voor 2023 e.v. gereserveerd. Deze stelpost bevat twee elementen.

We stellen een reservering voor van structureel € 500.000 voor onderwerpen die vanuit de inventarisatie van ontwikkelingen worden onderkend, maar (in financiële omvang) nog niet vaststaan. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om: • Theater De Veste: voor het tekort van het theater is vorig jaar een incidentele oplossing voor 2022 gevonden waarbij bewust is besloten om een beleidskeuze voor 2023 en verder aan een nieuw college over te laten. • Sportpark Tanthof: recentelijk heeft een onderzoek naar bodemverontreiniging door de Omgevingsdienst plaatsgevonden. Daarbij is bodemverontreiniging vastgesteld. De in de begroting beschikbare budgetten voor saneringen kunnen onvoldoende zijn. Door gebruik van rubber infill op kunstgrasvelden is verontreiniging ontstaan. De gemeente is wettelijk verplicht verontreinigde bodem

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

19

Kaderbrief 2022

• •

• • • • • •

te saneren of te beheersen. Verwachting en verloop van de opgave is nog onduidelijk, ook de financiële consequentie. In het gemeentelijk risicoprofiel wordt overigens al jaren standaard rekening gehouden met een extra risicobedrag van € 200.000 voor bodemsaneringen (zie risicoparagraaf jaarverslag 2021). voor de exploitatie van de welzijnsaccommodaties is mogelijk sprake van een fiscale tegenvaller van € 210.000 eenmalig in 2022 en € 70.000 structureel vanaf 2022; dit staat nog niet vast. reserveren van vrijvallende kapitaallasten voor Prinsenhof ter dekking van toekomstige structurele lasten (vervanging/beheer installaties). In het kader van het project Prinsenhof vindt onderzoek plaats naar dekking van structurele meerlasten en versnelde afschrijving van investeringen. Het betreft voornamelijk toekomstige vervangingsinvesteringen en onderhoud daaraan. achterstallig onderhoud gymzalen en wissellocaties scholen. indexeringssystematiek gesubsidieerde instellingen. Smart Makers Delft: (V)MBO en grondaankoop zitten respectievelijk in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en het Stimuleringspakket; de kapitaallasten dienen nog te worden geraamd. verder spelen nog financiële consequenties vanuit het meerjaren onderhoudsplan en het meerjaren investeringsplan sportaccommodaties 2022. meer algemeen: fasering en evt.

herziening investeringsbedragen zullen hun beslag krijgen via de Najaarsrapportage 2022 en de Programmabegroting 2023-2026. de Regionale BelastingGroep (RBG) heeft melding gemaakt van een omissie in het opgelegde OZBtarief voor woningen-eigenaren. Omdat geen rekening is gehouden met bijstelling uit hoofde van bezwaarverwerkingen voorgaand jaar, is een te lage aanslag opgelegd. Hier tegenover staat dat in 2021 op realisatiebasis sprake is geweest van een voordeel in de OZB-baten. Bij de aanstaande Najaarsrapportage wordt bezien of en in welke mate sprake is van een financieel nadeel.

Daarnaast is sprake van een reservering van € 200.000 voor 2022 en € 400.000 voor 2023 e.v. voor het niet doorgaan van de bezuiniging van 1 wethouder minder (inclusief ondersteuning). Hieronder is een cijfermatig overzicht met alle mutaties opgenomen. In bijlage 3B: Toelichting begrotingswijziging zijn nadere inhoudelijke toelichtingen opgenomen.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

20

Kaderbrief 2022

Bestaand beleid - bestaande voorzieningen in de stad / tegenvallers bestaand beleid (bedragen x € 1.000) Rietveldtheater (6e begrotingswijziging) Bijdrage Veiligheidsregio Haaglanden Collegewissel Lange Termijn Agenda (LTA) Dekking t.l.v. reserve Automatiseringsmiddelen Opvang vluchtelingen Oekraïne Dekking t.l.v. Algemene reserve Ontwikkelovereenkomst Hovenpassage (kostenverhaal) Storting reserve Kostenverhaal bovenwijkse voorz. en ruimtelijke ontw. Archeologie: conservering en beheer Aanbesteding fietsparkeren Parkeren (DVO) Parkeren gebiedsuitbreiding Agnetapark/Ministersbuurt Provisie garantie Avalex Leerlingenvervoer Stormschade Verschuiving Eneco-middelen energietransitie Dekking t.l.v. Algemene reserve Klimaatplan Dekking t.l.v. reserve Investeringsplan Binnenstadsplan vertraging inlopen Storting voorziening Volkshuisvesting Dekking t.b.v. storting voorziening Volkshuisvesting Interne dienstverlening Actualisatie doorberekende overhead Fysieke aanpassingen t.b.v. hybride werken Dekking t.l.v. reserve Gemeentelijke huisvesting Technische correcties Stelpost voor overige ontwikkelingen

2022 13 -98 -50 -35 35 -1.290 1.290 1.475

2023 13 -459

2024 13 -459

2025 13 -459

2026 13 -459

-25

-25

-25

-1.475 -180 -150 -50 -58 200 -227 -350 -275 275 -261 261 -80 -10 10 -845 1.000 -200 200 -39 -700

25 -180 -150 -50

25 -180 -150 -50

25 -180 -150 -50

-180 -150 -50

200 -284

200 -284

200 -284

200 -284

-10 10 -995 1.000

-10 10 -995 1.000

-10 10 -995 1.000

-10 10 -921 1.000

-129 -900

-129 -900

-129 -900

-129 -900

Saldo

-1.614

-1.933

-1.933

-1.933

-1.859

Realisatie Herstelplan Ten aanzien van de realisatie van het Herstelplan is sprake van één incidentele consequentie voor het financiële beeld. Structurele invulling van de taakstelling voor DOK is geborgd, omdat de reorganisatie om de bezuiniging te behalen reeds is doorgevoerd. Daarbij is sprake van eenmalige frictiekosten in 2022, waarvoor een incidentele bijdrage van € 322.000 vanuit de gemeente wordt voorgesteld. Voor nadere toelichting hierop en alle overige taakstellingen uit het Herstelplan en de Kadernota 2021 wordt verwezen naar de bijlagen 2A en 2B (Bezuinigingsmonitor). Areaaluitbreiding (groei van de stad) en onderhoud Openbare Ruimte, Toezicht & Handhaving en dienstverlening In de Programmabegroting 2022-2025 is (deels) rekening gehouden met de inkomsten uit het gemeentefonds die samenhangen met de groei van de stad. Hiervoor zijn bij de maatstaven die samenhangen met inwoners en woningen de actuele ontwikkelingen tot en met 2025 verwerkt. De hiermee samenhangende extra inkomsten zijn verwerkt in 2024 (75%) en 2025 (50%). Op basis van de meicirculaire actualiseren we het effect van de groei. In deze kaderbrief is ook het voorziene effect van benodigde areaaluitbreiding opgenomen. Het gaat daarbij om € 1,8 miljoen vanaf 2024 oplopend tot € 2,2 miljoen in 2026.

Het gaat daarbij om kosten op het gebied van onderhoud openbare ruimte, toezicht en handhaving en externe dienstverlening 7. Nieuw beleid Nieuw beleid is niet van toepassing, vanwege het beleidsarme karakter van deze kaderbrief.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

21

Kaderbrief 2022

8. Investeringen in de stad De investeringen bepalen mede de financieringsbehoefte en de daarmee samenhangende rentelasten. Dit effect wordt nader onderbouwd en toegelicht in de Programmabegroting 2023-2026. Onderwijshuisvesting Het Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2020-2035 (IHP) is in 2020 vastgesteld. Inclusief bestaande investeringen in het investeringsprogramma van de Programmabegroting 2022-2025 is hiermee een investeringsvolume van ruim € 120 miljoen gemoeid. In de kaderbrief is nu rekening gehouden met extra kosten als gevolg van indexering van bouwkosten en overige kosten en de investeringskosten die samenhangen met natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Het investeringsvolume stijgt hierdoor naar € 132,4 miljoen. In het meerjarenbeeld is rekening gehouden met de extra kapitaallasten. Voor de jaren 2028 t/m 2035 zijn ook reeds investeringen opgenomen in het vastgestelde IHP. Na aanpassing zoals boven beschreven vergt dit € 67,7 miljoen. Ook zijn nog nieuwe investeringen aan de orde voor Mercurius, SIC en Stanislas Westplantsoen voor € 65,4 miljoen. In totaal is hierdoor sprake van een investeringsvolume van € 265,5 miljoen. Als gevolg van de afronding van investeringen ná de planperiode moeten we rekening houden met een oploop van de kapitaallasten vanaf 2027.

Investeringen IHP 2020-2035 (bedragen x € 1.000) PB 2022-2025 Extra IHP 2024-2029 Investeringsprogramma 2022-2025 Av/d Leeuwlaan

120.259

Kaderbrief 2022 Nog te verwerken in MJB IHP 2028-2035 Nieuw

132.389

7.327 3.749 1.054

67.715 65.432 265.537

Naast het investeringsprogramma is ook rekening gehouden met aanpassing van het onderhoudsplan voor de onderwijshuisvesting. Dit betreft met name de tijdelijke uitbreiding van de Internationale School (ISD) en de uitbreiding van de Internationale Schakelklas (ISK). 9. Reserveringen Vervangingsinvesteringen beheer van de stad Ten opzichte van de raadsbrief Update meerjarenbeeld van eind maart 2022 heeft een aanpassing plaatsgevonden. In plaats van wisselende bedragen voor de jaren 2022 tot en met 2025 gaan we nu uit van een vaste reeks van € 1,5 miljoen. Ruimtelijke ontwikkeling (kostenverhaal) De reserve Kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkeling is met de vaststelling van de nota Kostenverhaal (raadsbesluit juli 2021) ingesteld voor de te ontvangen financiële bijdragen van private initiatiefnemers en eventuele voeding van gemeentelijke middelen ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen. Bij de komende cyclusdocumenten (met name het T-MPG en het MPG) worden nieuwe actualisaties bezien. Overig Een nieuwe financiële coronarapportage bij deze Kaderbrief 2022 is als bijlage opgenomen; de financiële effecten worden verrekend met de bestemmingsreserve Maatregelen coronacrisis en hebben daardoor geen effect op de algemene middelen.

2. Financieel perspectief / Financieel meerjarenbeeld 2022-2026

22

Kaderbrief 2022

Financiële positie Een duurzaam financieel gezonde gemeente heeft (1) een structureel begrotingsevenwicht, (2) een eigen vermogen dat toereikend is om risico’s op te vangen en (3) een beheersbare stadsschuld. Ook is er (4) voldoende investeringsruimte om de stad te kunnen blijven ontwikkelen en (5) is de lastendruk voor burgers en bedrijven redelijk (ten opzichte van het landelijk gemiddelde). De financiële positie van Delft staat al langer onder druk, omdat het Rijk onvoldoende compensatie biedt voor de kosten die gemeenten moeten maken voor het gewenste voorzieningenniveau. Voor vrijwel alle gemeenten ontstaan hierdoor tekorten in het sociaal domein. Specifiek voor Delft komt hier een extra tekort bij, omdat het verdeelmodel voor het gemeentefonds onze centrumfunctie onvoldoende waardeert. Stresstest De jaarlijkse stresstest geeft aan de hand van indicatoren en normen voor de vijf pijlers een beeld van de ontwikkeling van de financiële gezondheid van de gemeente. Het behoud van een duurzaam financieel gezonde gemeente is randvoorwaarde die acht moet worden genomen bij de integrale afweging van voorstellen voor bestaand en nieuw beleid in de begroting. Stresstest gemeente Delft Indicator voor Delft

Norm

1-05-21 1-05-22

A: Begrotingssaldo Structurele exploitatieruimte

Meerjarig evenwicht

Jaarrekening resultaat

postief resultaat

B: Weerstandsvermogen Weerstandsratio: beschikbare weerstandscapaciteit

Evenwicht

C: Schuldpositie Risicoprofiel doorgeleende gelden

H/M/L

Bruto rentequote: rentedruk opgenomen leningen Netto rentequote rentedruk: opgenomen leningen minus uitgezette leningen

< 5%

Renterisiconorm (wet Fido)

< 20%

Kasgeldlimiet (Fido)

< 8,5%

Netto schuldquote

< 100%; G >100% O > 130% R

Gecorrigeerde netto schuldquote

Hoe lager hoe beter

Solvabiliteitsratio

> 30%; G < 30% O < 20% R

kengetal grondexploitaties

< 10%

Ontwikkeling netto schuld per inwoner (schuldevolutie)

daling in meerjarenbeeld

< 2,5 %

D: Investeringsopgave Ruimte voor investeringen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11632000/1