2. Kaderbrief 2022 (na erratum)
Tekst van het document
uitvoering Agenda Delft 2040
E: lokale lastendruk Positie op Coelolijst 35 grote gemeenten
Afwijking < 5 % tov het gemiddelde
Belastingcapaciteit
Lastendruk < landelijk gemiddelde
Pijler begrotingssaldo Een structureel begrotingsevenwicht betekent dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Na correctie voor incidentele lasten, baten en reservemutaties is tot en met 2023 en vanaf 2026 nu geen sprake van een structureel evenwicht. Voor de Programmabegroting 2023-2026 worden voorstellen gedaan om alsnog het benodigde structureel evenwicht te bereiken (in overeenstemming
2. Financieel perspectief / Financiële positie
23
Kaderbrief 2022
met het toezichtskader van de provincie Zuid-Holland). Hierbij houden we rekening met de nadere uitwerking van het coalitieakkoord Rutte IV en wordt onder andere gekeken naar de kwaliteit van de ramingen op basis van meerjarige inzichten in planning versus realisatie, beheersing planningsoptimisme en beschikbare en benodigde capaciteit. Pijler weerstandsvermogen In 2022 houden we rekening met de afrekening van het rekeningresultaat 2021, eerder genomen besluiten over incidenteel beleid en de verkoop Staalweg en ook het amendement 8.1.c Behoud hedendaagse kunst voor Delft en de kosten voor opvang van vluchtelingen. In 2020 is de verkoop van de aandelen Eneco verwerkt. Naast een reductie van de stadschuld heeft dit extra dekkingsmogelijkheden opgeleverd voor investeringen, de instelling van de reserve Maatregelen coronacrisis en bijdragen aan het Herstelplan 2021-2024 ‘Delft in balans’. Nadat rekening is gehouden met de opdracht in de motie 8.1.24 Energie in de wijken resteert van de opbrengst nog ruim € 15 miljoen. Algemene reserve Bedragen x 1.000
2022
2023
2024
2025
Beginsaldo
97.685
73.880
71.230
70.717
Jaarrekening 2021 Resultaat Bestemming resultaat (voorstellen)
23.088 -21.866
Overige voorstellen Ontvlechting reserve Vastgoed Verkoop Staalweg Dekking incidenteel beleid Incidentele voorstellen t.l.v. AR (Herstelplan) Opvang vluchtelingen Oekraïne Amendement 8.1.C Behoud hedendaagse kunst voor Delft
-398 3.800 -480 -806 -1.290 -30
Inzet opbrengst aandelen Eneco Stimulerings- en investeringspakket Smart Makers Delft Compensatie dividend Eneco/Stedin/BNG (Herstelplan) Negatief saldo Herstelplan 2021-2024 Positief saldo PB 2022-2025 Openbare ruimte (reserve Investeringsplan) Septembercirculaire 2021 Motie 8.1.24 Energie in de wijken (reserve B&U)
-1.725 -342 -1.538 -9.218 5.000 -6.000 3.000 -15.000
w.v. restant Enecogelden
73.880 18.087
-40 -1.025 -1.585
-513
71.230 15.437
70.717 14.924
70.717 14.924
Na aftrek van de weerstandscapaciteit die nodig is voor het risicoprofiel (ongeveer € 47 miljoen) is de totaal vrij besteedbare ruimte in de Algemene reserve ruim € 23 miljoen. De verhouding tussen beschikbare weerstand en risicoprofiel is positief. Pijler stadsschuld Voor de score van de pijler schuldpositie maken we een brede beoordeling van (1) de omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld, (2) de betaalbaarheid en (3) de financiële kengetallen. 1. De stadsschuld is op 31 december 2021 bijna € 373 miljoen en daalt naar verwachting in het begrotingsjaar 2023 naar € 368 miljoen. Dit komt door de investeringsopgave in de begroting en de bijstellingen in de Kaderbrief 2022. NB: hierbij is een aanname gedaan voor de totale financieringsbehoefte die hiermee samenhangt en de beschikbare liquide middelen. 2. De betaalbaarheid van de schuld voldoet aan de afgesproken criteria voor rentedruk (bruto rentedruk was eind 2021: 1,6%), mede als gevolg van de lage rente en de rentebuffers in de begroting. Wel moet rekening worden gehouden met een stijging van de rente. 3. De kengetallen (gecorrigeerde) netto schuldquote en grondexploitatie zijn lager dan de afgesproken signaalwaarden. De solvabiliteitsratio is verbeterd en voldoet nu ook aan de streefwaarde.
2. Financieel perspectief / Financiële positie
24
Kaderbrief 2022
De scores van financiële kengetallen zijn als volgt. Ratio's Door BBV voorgeschreven Netto schuldquote Gecorrigeerde netto schuldquote Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitaties Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit Gemeentelijke aanvulling De ontwikkeling van de netto schuld per inwoner Het saldo van baten en lasten als percentage van de baten Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) als percentage van de baten Inwoneraantal ( bron: afdeling onderzoek en statistiek)
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
56,7% 38,5% 38,5% 0,8% -0,4% 114,7%
61,1% 43,1% 38,9% 1,0% -0,7% 114,7%
65,3% 48,1% 38,8% 1,0% 0,4% 114,7%
69,7% 53,1% 38,8% 1,2% 0,0% 114,7%
72,4% 55,5% 39,0% 1,2% -2,0% 114,7%
2022 2.224 -1,61% 5.523 1,30% 104.533
2023 2.320 -0,90% 5.523 1,40% 105.000
2024 2.466 0,17% 5.523 1,40% 105.500
2025 2.597 -0,35% 5.523 1,40% 106.000
2026 2.653 -2,33% 5.523 1,40% 106.500
Pijler investeringsruimte De vierde pijler betreft de investeringsruimte. Het volume van het Investeringsprogramma 2022-2025 bedraagt € 182 miljoen. In deze kaderbrief is een extra investeringsbehoefte toegelicht die samenhangt met het Integraal huisvestingsplan onderwijs (€ 12,2 miljoen) en het Onderwijs Huisvesting Plan (€ 0,65 miljoen). Voor nieuwe investeringen zijn de volgende middelen gereserveerd (Algemene reserve, bestemmingsreserves)2]: • Fonds Delft 2040 Na aftrek van de al besloten inzet is dekking beschikbaar voor een investeringsvolume van bijna € 30 miljoen. De middelen hiervoor zijn opgenomen in de bestemmingsreserve Stad. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de inzet voor de Gelatinebrug, Biotech Campus en Warmtenet. • Stimuleringspakket 2021-2022 Voor de maakindustrie, investeren in de wijken en de energietransitie is in de Programmabegroting 2022-2025 een Stimuleringspakket van € 5 miljoen opgenomen. Deze budgetten zijn in de afgelopen bestuursperiode voor deze doelen gelabeld. Hiervan resteert nog € 3,5 miljoen. • Schieoevers De bestemmingsreserve Schieoevers is ingesteld voor het ontwikkelplan Schieoevers t/m fase 2 en voor bovenwijkse voorzieningen. Het saldo van de reserve is € 19,2 miljoen (ultimo 2021). • Prinsenhof(gebied) Vanuit de Enecogelden in de Algemene reserve is € 15 miljoen gereserveerd voor de ontwikkeling van het Prinsenhof(gebied).
Aanvullend wordt € 10 miljoen beschikbaar gesteld door een gift van de familie Vlek. Dat heeft uitgemond in het vorig jaar vastgestelde raadsbesluit met een investeringsvolume van € 28 miljoen. De gemeenteraad heeft daarbij een amendement aangenomen dat het gemeentelijk investeringsbedrag niet verhoogd mag worden. Door de sindsdien opgetreden uitzonderlijke inflatie zal dit gaan knellen. • Kwaliteitsimpuls Openbare ruimte In de Programmabegroting 2022-2025 is € 6 miljoen gereserveerd voor projecten met betrekking tot inrichting en gebruik van de openbare ruimte. Hiermee is een eerste aanzet mogelijk voor van gevel tot gevel vernieuwen en vergroenen van de openbare ruimte. Separaat ontvangt uw raad het in de begroting beloofde bestedingsplan. • Motie 8.1.24 Energie in de wijken De motie is aangenomen bij de behandeling van de Programmabegroting 2022-2025 en verzoekt het college met een voorstel te komen voor de inzet van Eneco-middelen voor duurzaamheidsdoelen, hierbij de uitdagingen in kwetsbare wijken in kaart te brengen en uit te gaan van scenario’s tot een maximum van € 15 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan de reserve Beleid en uitvoering. • Nota Kostenverhaal In 2021 heeft de raad de nota Kostenverhaal Delft 2021 vastgesteld. Hiermee zijn (financiële) kaders 2
Met investeringen zijn ook jaarlijkse beheerlasten gemoeid, waarvoor dan structurele financiele ruimte moet worden gevonden.
2. Financieel perspectief / Financiële positie
25
Kaderbrief 2022
•
vastgesteld voor het verhalen van de kosten van investeringen die horen bij de verstedelijkingsopgave van de stad, onder andere ‘bovenwijkse voorzieningen’. • In de Jaarstukken 2021 is een bestemmingsvoorstel opgenomen om € 8,3 miljoen te reserveren voor bovenwijkse voorzieningen Schieoevers. Dit betreft met name de vergroting van de rioleringscapaciteit in Delft, die het directe gevolg is van de uitbreidingsopgave/ gebiedsontwikkeling. De reservering is benodigd als kostenverhaal onvoldoende dekking oplevert. • In deze kaderbrief wordt voorgesteld om aanvullend voor gebiedsoverstijgende investeringen € 2 miljoen te reserveren in de reserve Kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkeling (tweemaal € 1 miljoen; in 2024 en 2025). NB: in het Investeringsprogramma 2022-2025 is voor bovenwijkse voorzieningen Schieoevers al € 3,4 miljoen opgenomen (investeringsplan) en € 2,1 miljoen (investeringsagenda). Voor bovenplanse voorzieningen openbare ruimte is € 4,1 miljoen opgenomen (investeringsagenda). Dit investeringsbudget is gereserveerd voor de aanpassing van de Kruithuisweg. • Door het afsluiten van een addendum bij de Ontwikkelovereenkomst Hovenpassage ontvangen we in totaal een bijdrage van € 6,4 miljoen (over de jaren 2022 t/m 2025).
Een gedeelte van deze bijdrage, namelijk € 3,6 miljoen hangt af van de goedkeuring op de bestemmingsplanwijziging door de raad. Tegenover de bijdrage zijn er ook nog kosten (€ 0,1 miljoen evenredig verspreid over de jaren 2022 tot en met 2025). Een voorstel voor een storting van de eerste – financieel al harde – bijdrage van € 1,5 miljoen in 2022 in de bestemmingsreserve Kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen en bijdrage ruimtelijke ontwikkeling is onderdeel van deze kaderbrief. Vervangingsinvesteringen beheer van de stad In deze kaderbrief wordt voorgesteld om voor vervangingsinvesteringen € 6 miljoen te reserveren. Doel is om hiermee achterstallig onderhoud te voorkomen.
Pijler woonlasten Door in 2021 de OZB alleen te corrigeren voor inflatie is een daling gerealiseerd van 110% naar 106% van het landelijk gemiddelde (bron: COELO 2021). Het tarief voor de Rioolheffing is niet gewijzigd in 2021. Voor de afvalstoffenheffing is, naast de inflatiecorrectie, een beperkte stijging verwerkt (1,4%). Op de COELO-ranglijst 2021 van grote gemeenten staat Delft op de achtste plaats voor de woonlasten van meerpersoonshuishoudens/eigenaren (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). In 2022 stijgt het tarief van de kosten van OZB niet, behoudens een correctie voor inflatie (1,5%). Voor 2023 is in de Kadernota 2021 een extra stijging van 6% aangekondigd (exclusief inflatiecorrectie). Voor de gesloten circuits Afvalstoffen en Rioolrechten zijn kostendekkende tarieven het uitgangspunt. De afvalstoffenheffing stijgt in 2022 voor nominale ontwikkeling, door de hogere kosten voor de verwerking van restafval, het gratis inzamelen van grofvuil (n.a.v. amendement d.d. 4 maart 2021), toerekening van perceptiekosten en gestegen kosten van de dienstverleningsovereenkomst (9,84%).
De rioolrechten stijgen door inflatiecorrectie, kosten van grote projecten, klimaatadaptatie en toerekening van perceptiekosten (12,9%).Vanwege de stijging van de lasten in de gesloten circuits reiniging en riolering en het uitgangspunt om de kosten te compenseren via het tarief, is in 2022 een stijging aan de orde die hoger is dan de inflatiecorrectie. Conclusie stresstest De financiële positie van Delft blijft voldoen aan de normen voor een financieel gezonde gemeente. Wel zijn hiervoor in de afgelopen jaren ingrepen noodzakelijk geweest in het gewenste voorzieningenniveau voor inwoners en bedrijven, is bijgestuurd op de stedelijke opgaven en is sprake van een beperkte bijdrage aan landelijke opgaven. Voor een structureel begrotingsevenwicht in 2026 is bijsturing noodzakelijk op uitgaven en inkomsten. Hiervoor wordt afgewacht hoe het begrotings- en meerjarenbeeld wijzigt als gevolg van de bijstellingen van het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV in de Voorjaarsnota en de meicirculaire. Voor de weerstandscapaciteit is de weerstandsratio positief. De stadsschuld voldoet aan de afgesproken streefwaarden. Voor investeringen zijn incidentele middelen gereserveerd. De woonlasten gaan de komende jaren harder stijgen dan alleen voor inflatiecorrectie.
2. Financieel perspectief / Financiële positie
26
Kaderbrief 2022
De financiële positie van de gemeente staat onder druk, zoals ook aangegeven door de provincie ZuidHolland (zie brief Financieel toezicht begroting 2022 van 13 december 2021, kenmerk PZH-2021-791107404). Het beheersen van de (financiële) risico's heeft onze constante aandacht en krijgt vorm door het periodiek tonen van onze financiële positie in planning- & controldocumenten (kadernota, begroting, jaarverslag), het monitoren van het Herstelplan 2021-2024 en door nauwlettend actuele ontwikkelingen te volgen. Voorbeelden hiervan zijn de impact van het landelijk en lokale coalitieakkoord en de voorstellen voor herijking van het gemeentefonds. Verder doen we onderzoek naar het creëren van financiële ruimte door het afboeken van activa. Daarbij wordt onder meer de omvang van het eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves) nader bezien. Daarnaast werken we, in samenspraak met onder meer betrokkenen vanuit de provincie, aan een propositie om de financiële slagkracht van Delft te verbeteren.
2. Financieel perspectief / Financiële positie
27
3. Financiële uitgangspunten
Kaderbrief 2022
Financiële positie Zoals aangegeven in het financieel perspectief, is een duurzaam financieel gezonde gemeente een randvoorwaarde voor de opstelling en uitvoering van de Programmabegroting 2023-2026. De pijlers voor een gezonde gemeente zijn: 1. Structureel en reëel begrotingsevenwicht Structurele uitgaven dekken we door structurele inkomsten en ramingen van lasten en baten zijn realistisch. Aanvullend geldt hierbij dat taakstellingen in de vorm van uitsluitend een stelpost niet zijn toegestaan voor het lopende en het begrotingsjaar. Minimaal moet voor een taakstelling helder zijn welke oplossingsrichtingen er zijn voor invulling. 2. Toereikend eigen vermogen om risico’s op te vangen De verhouding tussen de Algemene reserve en het risicoprofiel moet positief zijn. Bij het risicoprofiel moet ook rekening zijn gehouden met de strategische risico’s en kerndossiers. 3. Beheersbare stadsschuld De beheersbaarheid van de stadsschuld onderbouwen we door inzicht in (1) omvang, samenstelling en ontwikkeling van de schuld, (2) betaalbaarheid en (3) financiële ratio’s aan de hand van de streefwaarden van de VNG. 4. Voldoende investeringsruimte voor de ontwikkeling van de stad. 5. Redelijke lastendruk voor burgers en bedrijven (ten opzichte van het landelijk gemiddelde).
Voor de nieuwe raadsperiode wordt verkend of de pijlers voor de financiële gezondheid verbeterd kunnen worden, met name voor wat betreft de voorspellende waarde en het inzicht in de flexibiliteit van de begroting. Dit gebeurt door middel van onderzoek naar benchmarks die zijn opgesteld door de VNG (houdbaarheidstest gemeentefinanciën), BDO (benchmark Nederlandse gemeenten), commissie BBV (notitie Meerjarig financieel inzicht) en de provincie Zuid-Holland (risicoprofiel begroting). Nominale ontwikkelingen Voor het opstellen van de nieuwe begroting vindt aanpassing plaats van de budgetten aan het prijspeilniveau van 2023. Dit betreft met name salariskosten, materiële kosten en tarieven die stijgen als gevolg van trendmatige ontwikkelingen: de zogeheten nominale ontwikkeling. Mede op basis van de meicirculaire 2022 bepalen we definitief de toe te kennen indexeringen als onderdeel van het financieel meerjarenbeeld in de Programmabegroting 2023-2026. Vanwege de fors toegenomen inflatie is dit een belangrijke bouwsteen voor de begrotingsvoorbereiding. Op de loon- en prijsontwikkeling is geanticipeerd door reserveringen bij de septembercirculaire (€ 1,2 miljoen) en de raadsbrief Update begrotings- en meerjarenbeeld (€ 1,8 miljoen). Afgewacht wordt hoe de gemeenten door het Rijk gecompenseerd worden voor de loon- en prijsontwikkeling (meicirculaire).
Voor de salariskosten wordt een inschatting gemaakt van de loonontwikkeling op basis van cao, prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers CEP, CPB (3,3%), incidenteel looneffect (0,25%) en pensioenpremie (op basis van premiebeleid ABP). Voor de budgetten voor goederen en diensten (van derden) is het uitgangspunt: compensatie op basis van de index voor materiële overheidsconsumptie (IMOC) 2,3% van het CPB. De tarieven stijgen maximaal met de consumentenprijsindex 2,4% van het CPB. Vanwege de aanzienlijke inflatie geldt hierbij wel de kanttekening dat de ruimte die voor loon- en prijsbijstelling wordt geboden in de meicirculaire bepalend is voor de handhaving c.q. noodzakelijke bijstelling van dit uitgangspunt. Wellicht leidt dit ook nog tot een bijstelling in 2022 omdat in dat jaar de effecten van de hogere inflatie aanzienlijk zijn voor de gehanteerde indexcijfers. Voor subsidies en voor de onderhoudskosten van het vastgoed gelden afwijkende percentages. • Voor subsidies wordt compensatie gegeven voor de salarisontwikkeling. Hiervoor wordt de Index Prijs OverheidsConsumptie, beloning werknemers (POC) van het CPB gehanteerd Uitgangspunt is dat 70% van de subsidie betrekking heeft op salarissen. Voor de nieuwe raadsperiode wordt verkend of het uitgangspunt om uitsluitend te compenseren van de salarisontwikkeling nog houdbaar is,
3. Financiële uitgangspunten
29
Kaderbrief 2022
•
Voor het Vastgoedbedrijf wordt voor aanpassing van de begroting uitgegaan van vastgoed specifieke nominale ontwikkelingen. Op basis van de uitgangspunten van de Vastgoedanalyse worden de nominale ontwikkelingen voor het Vastgoedbedrijf bepaald. Een aantal panden wordt door het Vastgoedbedrijf gehuurd van derden. Door externe partijen wordt op basis van bestaande contracten jaarlijks de huur aangepast. Om de ramingen en de werkelijke huurkosten in overeenstemming te brengen zal het vastgoed specifieke percentage voor huurkosten worden toegepast.
Voor het opstellen van de voorstellen voor de OZB-tarieven gebruikt de gemeente een rekenmodel met het uitgangspunt om te kunnen sturen op de totale OZB-opbrengst, onafhankelijk van de waardeontwikkeling van objecten. Het gaat om drie belastingen: 1. OZB-eigenaren woningen (OZB EW) 2. OZB-eigenaren niet-woningen (OZB ENW) 3. OZB-gebruikers niet-woningen (OZB GNW) De Regionale Belastinggroep levert jaarlijks een dataset voor het model, bestaande uit gegevens over: • De totale WOZ-waarde en waardeontwikkeling van woningen in eigendom en van niet-woningen in eigendom en gebruik. • De correctiefactor voor bezwaar, oninbaar en leegstand. In het model zijn de volgende bestuurlijke keuzes verwerkt voor de Programmabegroting 2023-2026: • Extra stijging vanaf 2023 In de Kadernota 2021 is vanaf 2023 een extra stijging van de OZB van € 1,695 miljoen ten opzichte van 2022 opgenomen om tot een sluitend begrotingsbeeld te komen. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de inflatiecorrectie. Het definitieve voorstel is afhankelijk van de financiële situatie en de nadere uitwerking van het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV. Als het Rijk geen structurele compensatie biedt voor de taken en voorzieningen van gemeenten is in 2025 opnieuw een stijging van de OZB van ongeveer 7% noodzakelijk.
• De indexering van de totale geraamde opbrengst Een voorstel voor inflatiecorrectie in 2023 wordt voorbereid met inachtneming van het actuele percentage voor de consumentenprijsindex (CPI). Die is voor 2023 gesteld op 2,4%. Een nader voorstel volgt, afhankelijk van de financiële situatie, in de Programmabegroting 2023-2026. De opbrengst van deze inflatiecorrectie maakt deel uit van de nominale ontwikkeling en is bedoeld als dekking voor de loon- en prijsbijstelling om uit te komen op het prijspeil 2023. Ook in de jaren na 2023 zal de OZB-opbrengst gecorrigeerd blijven worden met de CPI. • Negatieve maatstaf in het gemeentefonds In het gemeentefonds is voor de belastingcapaciteit per gemeente een (negatieve) maatstaf opgenomen. Jaarlijks wordt deze maatstaf geactualiseerd op basis van de waarde onroerende zaken (WOZ) en rekentarief. In de herijking van het gemeentefonds wordt deze maatstaf aangepast, met name door ophoging van het percentage van de WOZ dat wordt als grondslag. Het effect hiervan is dat de negatieve maatstaf groter wordt (de uitkering wordt lager). Dit effect wordt betrokken bij het voorstel voor de stijging van de OZB in 2023. • Verdeling Het aandeel van iedere belasting in de totaalopbrengst. Dit is voor 2023 nu gesteld op: OZB EW 51,45%, OZB ENW 28,23% en OZB GNW 20,32%.
Mogelijk volgt door het nieuwe college van B&W nog een bijstelling omdat voor een andere verdeling wordt gekozen. • Correctiefactoren De toerekening van de correctiefactoren voor bezwaar en leegstand. • Areaal Voor de extra inkomsten als gevolg van areaaluitbreiding in het begrotingsjaar 2022 volgt een voorstel in de Programmabegroting 2023-2026. Na het bepalen van de nieuwe tarieven wordt de opbrengst van het nieuw areaal toegevoegd aan de totaalopbrengst. Deze opbrengst krijgt hiermee het karakter van een meeropbrengst (de WOZ-waarde van het nieuw areaal wordt niet toegevoegd aan de totale WOZ-waarden voor de tariefberekening, waardoor geen dempend effect ontstaat op de belastingtarieven).
3. Financiële uitgangspunten
30
Kaderbrief 2022
Gesloten circuits Reiniging, Riolering, Omgevingsvergunningen (budgetneutraal) Voor de gesloten circuits is het uitgangspunt dat het tarief kostendekkend is en dat alle kosten die gemaakt worden voor het gesloten circuit ook ten laste worden gebracht van het gesloten circuit. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met inflatiecorrectie, perceptiekosten van de RBG, Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) en areaaluitbreiding. Doorbelasting perceptiekosten Perceptiekosten zijn de uitvoeringskosten die zijn verbonden aan de betreffende heffing. Deze worden toegerekend aan de via het tarief te verhalen kosten als het gaat om een heffing met een maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. Dit zijn met name de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing en de leges. Bij de belastingen (OZB, toeristenbelasting, parkeerbelasting, precario, reclamebelasting) gaat het om tarieven zonder limiet en is de kostendekkendheid dus niet relevant. Bij riool, afval en omgevingsvergunningen berekenen we de perceptiekosten door in de tarieven.
Een voorstel voor aanpassing van de tarieven is onderdeel van de Programmabegroting 2023-2026. Naast de trendmatige ontwikkelingen wordt bij de nominale ontwikkeling ook rekening gehouden met exogene aanpassingen van de budgetten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR’en). Financieel toezicht provincie Zuid-Holland De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Structureel evenwicht houdt in dat structurele lasten gedekt worden door structurele baten (per jaarschijf). Reëel evenwicht betekent dat ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. De gemeente voldoet daaraan door integraal rekening te houden met nominale ontwikkelingen en de loon- en prijsbijstelling, overeenkomstig de meicirculaire 2022. Sociaal domein Voor het sociaal domein hanteren we een financieel kader dat bestaat uit middelen die zijn opgenomen bij de programma's Sterk en sociaal (Wmo, Jeugd), Solide maatschappelijke basis en Economische zelfstandigheid (participatie). Een actueel overzicht van het financieel kader is onderdeel van begroting en jaarstukken, en is de basis voor voortgangsrapportages over de financiën van het sociaal domein. De uitgaven die nodig zijn voor het sociaal domein en de inkomensverstrekkingen begroten we op basis van lokale ramingen.
Overige uitgangspunten • De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de Meicirculaire 2022 en afrekeningen over oude jaren. • De omslagrente 2023 berekenen we bij de begroting door de toegerekende rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa. • Bij de raming van financieringsbehoefte houden we op basis van de investeringsplanning, ervaringscijfers over de realisatie en de liquide middelen rekening met een maximaal investeringsvolume van ongeveer € 30 miljoen per jaar. In de Programmabegroting 2023-2026 actualiseren we deze aanname. • In principe is de stijging van de algemene uitkering als gevolg van de groei van de stad (inwoners, woningen) bestemd voor de stijging van de kosten die samenhangt met deze groei (concreet de areaaluitbreiding). Het inzetten van extra inkomsten als gevolg van de groei van de stad voor andere zaken kan alleen nadat vaststaat dat de integrale kosten van de groei structureel zijn geraamd in de begroting.
3. Financiële uitgangspunten
31
Kaderbrief 2022
Systematiek berekening risicoprofiel De Delftse systematiek van bepaling van het risicoprofiel is gebaseerd op een landelijk gebruikelijke methodiek, waarbij de kans van optreden van risico’s sinds vorig jaar een nadrukkelijker onderdeel vormt van de berekening.
3. Financiële uitgangspunten
32
Bijlagen
Kaderbrief 2022
Bijlagen: 1A. Financiële coronarapportage 1B. 11e begrotingswijziging 2022 (coronarapportage) 2A Bezuinigingsmonitor bezuinigingen Herstelplan en Kadernota 2021 2B Toelichting stand van zaken bezuinigingen Herstelplan en Kadernota 2021 3A. 13e begrotingswijziging 2022 (Kaderbrief 2022) 3B. Toelichting bij 13e begrotingswijziging 2022 (Kaderbrief 2022) 4A. 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) 2022 4B. Toelichting 1e Algemene Raadsbegrotingswijziging (ARB) 2022.
Bijlagen
34