CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

2.2 WasWordt tabel beleidsreg maatschapp ondersteuning

Commissie Algemeen 4 juli 2024, gemeente DelftBij agendapunt: Collegebrief Collegeregels bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2024 (2422327)12.072 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

tygWas-wordt-tabel Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft

Tekst Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft 2023

Tekst Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft

Toelichting

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;

Aangepast aan de kenmerken van de laatste versie

Intulé

gelet op artikel 4:81, van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op de Verordening Maatschappelijke ondersteuning Delft 2024; gelet op de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Delft; besluit vast te stellen de Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft .. Hoofdstuk 1 Inleiding, context en opbouw De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) bepaalt dat de gemeenteraad in een verordening bepaalde onderwerpen, zoals voorwaarden en weigeringsgronden, regels over het persoonsgebonden budget en de bijdrage in de kosten, moet vastleggen. Voorts stelt de verordening ook eisen aan kwaliteit, medezeggenschap en participatie van burgers bij het gemeentelijk beleid en de aanbieders. Een nadere uitwerking is opgenomen in drie beleidsregels: de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2023, de Beleidsregels Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang regio DWO en de beleidsregels Beschermd wonen Beschermd thuis gemeente Delft 2023. In deze beleidsregels passeren per domein de gebruikelijke verstrekkingen die onder de reikwijdte van de wet vallen. Dit sluit andersoortige verstrekkingen overigens niet uit, aangezien alle hulp in regel maatwerk is, met mogelijk andere oplossingen dan uit bovengenoemde domeinen.

Deze indeling moet dan ook niet als absoluut gezien worden, maar dient om enig overzicht aan te brengen in het grote scala aan voorzieningen onder de Wmo 2015. De Sociale Visie Delft is het richtinggevende kader bij het inzetten van ondersteuning in Delft. Deze visie gaat over het samenleven in Delft: hoe kijken inwoners, gemeente en partners naar opgroeien,

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015) bepaalt dat de gemeenteraad in een verordening bepaalde onderwerpen, zoals voorwaarden en weigeringsgronden, regels over het persoonsgebonden budget en de bijdrage in de kosten, moet vastleggen. Voorts stelt de verordening ook eisen aan kwaliteit, medezeggenschap en participatie van burgers bij het gemeentelijk beleid en de aanbieders. Een nadere uitwerking is opgenomen in drie beleidsregels: de beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft, de Beleidsregel Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang regio DWO en de beleidsregel Beschermd wonen Beschermd thuis gemeente Delft. Tot slot zijn in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Delft de tarieven vastgesteld. In deze beleidsregels passeren per domein de gebruikelijke verstrekkingen die onder de reikwijdte van de wet vallen. Dit sluit andersoortige verstrekkingen overigens niet uit, aangezien alle hulp in regel maatwerk is, met mogelijk andere oplossingen dan uit bovengenoemde domeinen. Deze indeling moet dan ook niet als absoluut gezien worden, maar dient om enig overzicht aan te brengen in het grote scala aan voorzieningen onder de Wmo 2015.

De tekst is op punten gewijzigd om de leesbaarheid te vergroten. Er is een zin over de tarieven in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Delft toegevoegd. De jaartallen zijn gewijzigd.

werken, wonen en leven in Delft en hoe geven we vorm aan een andere manier van zorg en ondersteuning die beter aansluit bij wat inwoners van Delft nodig hebben. Van nature kiezen mensen hun eigen weg, zijn zij graag zelfstandig en verantwoordelijk. Daarom staan Eigen Kracht, Eigen Regie, Zelf Doen en Samen centraal in onze sociale visie. Wij geloven in de veerkracht van mensen. Voor wie dit voor kortere of langere tijd lastig is, doen we wat nodig is. De gouden regels die leidend zijn in ons werk: 1.We werken vanuit de leefwereld van inwoners; 2.We voorkomen waar mogelijk dat mensen in kwetsbare situaties raken; 3.We zorgen dat ondersteuning en zorg dichtbij zijn en integraal; 4.We gebruiken elkaars kracht bij de ondersteuning van inwoners; 5.We werken met compassie: ieder mens en iedere situatie is anders; 6. We doen wat nodig is: op maat en in de geest van wetten en regels; 7. We werken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur.

De Sociale Visie Delft is het richtinggevende kader bij het inzetten van ondersteuning in Delft. Deze visie gaat over het samenleven in Delft: hoe kijken inwoners, gemeente en partners naar opgroeien, werken, wonen en leven in Delft en hoe geven we vorm aan een andere manier van zorg en ondersteuning die beter aansluit bij wat inwoners van Delft nodig hebben. Van nature kiezen mensen hun eigen weg, zijn zij graag zelfstandig en verantwoordelijk. Daarom staan Eigen Kracht, Eigen Regie, Zelf Doen en Samen centraal in onze sociale visie. Wij geloven in de veerkracht van mensen. Voor wie dit voor kortere of langere tijd lastig is, doen we wat nodig is. De gouden regels die leidend zijn in ons werk: 1.We werken vanuit de leefwereld van inwoners; 2.We voorkomen waar mogelijk dat mensen in kwetsbare situaties raken; 3.We zorgen dat ondersteuning en zorg dichtbij zijn en integraal; 4.We gebruiken elkaars kracht bij de ondersteuning van inwoners; 5.We werken met compassie: ieder mens en iedere situatie is anders; 6. We doen wat nodig is: op maat en in de geest van wetten en regels; 7. We werken volgens het principe één gezin, één plan en één regisseur.

Hoofdstuk 2 Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

1.Alle begrippen en definities zoals vermeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in artikel 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2023 zijn onverkort van toepassing.

1. Alle begrippen en definities zoals vermeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in artikel 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2024 zijn onverkort van toepassing.

2.Aanvullend wordt in deze beleidsregels verstaan onder: a. Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast aan het huis vast zitten en dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift). Dit wordt ook wel “roerende woonvoorzieningen” genoemd. b. Bouwkundige voorzieningen: voorzieningen die nagelvast aan het huis vast zitten (bv. het gelijkvloers maken van de toegang naar en in de woning).

2. Aanvullend wordt in deze beleidsregels verstaan onder: a. Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast aan het huis vast zitten en dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift). Dit wordt ook wel “roerende woonvoorzieningen” genoemd. b. Bouwkundige voorzieningen: voorzieningen die nagelvast aan het huis vast zitten (bv. het gelijkvloers maken van de toegang naar en in de woning).

Hoofdstuk 3 Resultaten Artikel 2. Resultaatgebieden

Artikel 2. Resultaatgebieden

2.1 Wanneer de ondersteuning van een cliënt in de vorm van dienstverlening moet plaatsvinden dan zal de te verstrekken maatwerkvoorziening worden vormgegeven door het samenstellen van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden, zoals genoemd in art. 7 lid 1 van de verordening:

2.1 Wanneer de ondersteuning van een cliënt in de vorm van dienstverlening moet plaatsvinden dan zal de te verstrekken maatwerkvoorziening worden vormgegeven door het samenstellen van een arrangement binnen één of meer van de volgende resultaatgebieden, zoals genoemd in artikel 7 lid 1 van de verordening:

De verwijzing naar de verordening is aangepast

2.2 Beschrijving resultaatgebied 1, Sociaal en persoonlijk functioneren Het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn). Ondersteuning op dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten. •Het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk; •Het hebben van gezonde relaties met de personen en gezinsleden met wie de cliënt een huishouden deelt. Het verlichten van de druk die de mensen in het steunsysteem ervaren in relatie tot de problematiek van de cliënt; •Maatschappelijk herstel gericht op deelname in de maatschappij 2.3 Beschrijving resultaatgebied 2, Financiën Ondersteuning in het resultaatgebied Financiën richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding.

Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het op orde krijgen en houden van administratie; • Het uitgavepatroon in balans brengen en houden waardoor schulden verminderen; • Het genereren van inkomen dat aan basisbehoeften voldoet, zonder uitkering; • Het organiseren van adequaat financieel beheer. 2.4 Beschrijving resultaatgebied 3, Huisvesting Het resultaatgebied Huisvesting draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het ondersteunen bij het vinden en behouden van een geschikte/gepaste woonruimte; • Het aanleren van bewonersvaardigheden (goede omgang met buren); • Het niet geven van overlast; • Het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen. 2.5 Beschrijving resultaatgebied 4, Dagbesteding Het resultaatgebied dagbesteding draagt ertoe bij dat cliënt op

2.2 Beschrijving resultaatgebied 1, Sociaal en persoonlijk functioneren Het resultaatgebied sociaal en persoonlijk functioneren draagt ertoe bij dat de cliënt zelfredzaam kan participeren in een sociale leefomgeving. Ondersteuning is gericht op het (re)vitaliseren en onderhouden van een sociaal netwerk en omgeving, dat ondersteunend is bij maatschappelijke participatie (gericht op aspecten die niet in de cliënt gelegen zijn). Ondersteuning op dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: - Het plannen en organiseren van dagelijkse activiteiten. - Het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk; - Het hebben van gezonde relaties met de personen en gezinsleden met wie de cliënt een huishouden deelt. Het verlichten van de druk die de mensen in het steunsysteem ervaren in relatie tot de problematiek van de cliënt; - Maatschappelijk herstel gericht op deelname in de maatschappij.

2.3 Beschrijving resultaatgebied 2, Financiën Ondersteuning in het resultaatgebied Financiën richt zich op het creëren en behouden van overzicht en controle op een gezonde financiële huishouding. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: - Het op orde krijgen en houden van administratie; - Het uitgavepatroon in balans brengen en houden waardoor schulden verminderen; - Het genereren van inkomen dat aan basisbehoeften voldoet, zonder uitkering; - Het organiseren van adequaat financieel beheer; - Het toeleiden naar voorliggende voorzieningen met betrekking tot de financiën (om stabiliteit te behouden).

2.4 Beschrijving resultaatgebied 3, Huisvesting Het resultaatgebied Huisvesting draagt ertoe bij dat cliënten een betaalbare en geschikte huisvesting hebben en kunnen houden. Hulp is onder meer gericht op een veilige, toereikende en (waar

Onder artikel 2.3 is het toeleiden naar voorliggende voorzieningen met betrekking tot de financiën (om stabiliteit te behouden) toegevoegd.

zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het participeren in de samenleving; • Het bieden van een dagprogramma/dagbesteding waaraan cliënten kunnen deelnemen als zij niet in staat zijn om zelfstandig hun dag in te vullen, waarbij het maximale uit de cliënt wordt gehaald. 2.6 Beschrijving resultaatgebied 5, Ondersteuning en regie bij huishouden Het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het creëren en/of behouden van een gezonde, schone, veilige huishouding en op het zelfstandig kunnen voeren van regie; • Het schoon en leefbaar houden van de dagelijkse gebruiksruimten en het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en schoon beddengoed; • Het organiseren van het huishouden en de dagelijkse activiteiten die daarbij horen en de verzorging voor kinderen tot 12 jaar (de kindzorg). Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden.

Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau zoals geformuleerd in het H4 Normenkader Ondersteuning en Regie bij huishouden en de Kwaliteitsnormering Schoon en leefbaar huis op basis van NEN2075 van de Vereniging Schoonmaak Research.

mogelijk) autonome huisvesting, die past bij de beperking die iemand mogelijk heeft. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: - Het ondersteunen bij het vinden en behouden van een geschikte/gepaste woonruimte; - Het aanleren van bewonersvaardigheden (goede omgang met buren); - Het niet geven van overlast; - Het aanleren van vaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen.

2.5 Beschrijving resultaatgebied 4, Dagbesteding Het resultaatgebied dagbesteding draagt ertoe bij dat cliënt op zinvolle wijze de dagen kan invullen onder toezicht of met ondersteuning. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: 

 

2.7 Beschrijving resultaatgebied 6, Gezondheid Het resultaatgebied gezondheid draagt ertoe bij dat de cliënt aandacht heeft voor zijn/haar gezondheid en het onderhouden en/of verbeteren daarvan. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op: • Het bewust worden van de consequenties van de gezondheidssituatie voor de cliënt en het cliëntsysteem; • Het intrinsiek motiveren om de gezondheidssituatie van de cliënt te verbeteren; • Motiveren tot leefstijlinterventies, gezond gedrag, valpreventie (etc.).

Het ontwikkelen van de vaardigheden van de cliënt die de mogelijkheden om te participeren binnen de samenleving vergroot; Waar mogelijk de cliënt toeleiden naar voorliggende (arbeids)mogelijkheden; Het bieden van een dagprogramma/dagbesteding waaraan cliënten kunnen deelnemen als zij niet in staat zijn om zelfstandig hun dag in te vullen, waarbij het maximale uit de cliënt wordt gehaald. Het ontlasten van de mantelzorger

2.6 Beschrijving resultaatgebied 5, Ondersteuning en regie bij huishouden Het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden draagt ertoe bij dat cliënt verantwoord zelfstandig kan blijven wonen. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied kan onder meer gericht zijn op:

2.8 Resultaatmatrix

Om rekening te houden met de verschillende soorten problematiek van cliënten kan binnen de resultaatgebieden meerdere treden benoemd worden waarmee de zwaarte van de problematiek wordt

Het creëren en/of behouden van een gezonde, schone, veilige huishouding en op het zelfstandig kunnen voeren van regie; Het schoon- en leefbaar houden van de dagelijkse

Onder artikel 2.5 is de zin ‘het participeren in de samenleving’ geschrapt als ondersteuningspunt binnen dit resultaatgebied. Dit punt is herschreven gericht op het ontwikkelen van vaardigheden van de cliënt om hun participatie in de samenleving te vergroten. Onder artikel 2.5 is het ontlasten van de mantelzorger als nieuw ondersteuningspunt binnen dit resultaatsgebied toegevoegd.

Onder artikel 2.6 is het laatste ondersteuningspunt herschreven en nu specifiek gericht op extra schoonmaaktaken in verband met aanwezigheid van kinderen. Onder artikel 2.6 is een toelichting toegevoegd over het Normenkader dat kan worden gebruikt om de benodigde hulp te bepalen. De juiste titel van dat normenkader is vermeld en het normenkader zal als bijlage bij deze beleidsregel worden gevoegd.

aangegeven. De combinatie van resultaatgebieden en treden leiden tot een arrangement dat ingezet wordt om de cliënt te ondersteunen. De inhoudelijke beschrijvingen in de resultaatmatrix hieronder zijn voorbeelden, het betreft geen blauwdruk waar iemand aan moet ‘voldoen’. Resultaatgebied: Dagbesteding Trede 1: Het vrijwel dagelijks bieden van een passende dagbesteding. Trede 2: Het bieden van een passende dagbesteding, meerdere dagen per week. Trede 3: Het bieden van een passende dagbesteding, enkele dagen per week. Trede 4: Het wekelijks bieden van een passende dagbesteding. In staat om zelfstandig te komen tot een deels zinvolle en passende dagbesteding Trede 5: Client heeft een passende dagbesteding.

Resultaatgebied: Ondersteuning en regie bij het huishouden Trede 2: Er is sprake van een vervuilde en ongezonde huishouding en/of kindzorg. Cliënt heeft ondersteuning nodig bij het voeren van regie (cognitief/fysiek) en het verrichten van de huishoudelijke taken en of wasverzorging. Trede 3: Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van de huishoudelijke taken en of wasverzorging is ondersteuning nodig. Trede 4: Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van zwaar en licht huishoudelijke taken is hulp nodig met uitzondering van wasverzorging en andere extra’s. Trede 5: Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van zwaar huishoudelijk werk is hulp nodig. Cliënt is in staat zelf lichte huishoudelijke taken te doen (inclusief wasverzorging en andere extra’s). Resultaatgebied: Gezondheid Trede 4: Er is sprake van een belemmering in het lichamelijk, verstandelijk of mentale functioneren

gebruiksruimten en het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en schoon beddengoed; Het organiseren van het huishouden en de dagelijkse activiteiten die daarbij horen en extra schoonmaaktaken in verband met aanwezigheid van kinderen.

Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau zoals geformuleerd in het H4 Normenkader ORH En Kwaliteitskader Schoon en Leefbaar Huis op basis van NEN2075 van de Vereniging Schoonmaak Research. Aan de hand van dit Normenkader kan ook de omvang van de in te zetten hulp worden bepaald. Het Normenkader is opgenomen in bijlage 1. Deze normering is niet allesbepalend. Ervan afwijken is mogelijk, zowel naar boven als beneden, het te bereiken resultaat staat immers centraal. In alle gevallen wordt rekening worden gehouden met de specifieke persoonskenmerken van de zorgaanvrager.

Artikel 2.7 is geheel herzien. De nadruk wordt gelegd op het ontvangen van noodzakelijke lichamelijke en/of geestelijke behandelingen. Daarnaast richt het zich specifieker op het bevorderen van persoonlijke hygiëne. Ten slot zijn der ondersteuningspunten binnen dit resultaatsgebied herschreven en leggen deze meer nadruk op het praktische aspect van behandeling en ondersteuning.

2.7 Beschrijving resultaatgebied 6, Gezondheid Het resultaatgebied gezondheid draagt ertoe bij dat cliënten noodzakelijke lichamelijke en/of geestelijke behandeling ontvangen. Daarnaast kan binnen dit resultaat aandacht besteed worden aan de uitvoering van de persoonlijke hygiëne. Ondersteuning binnen dit resultaatgebied omvat onder andere:    

Toeleiden naar behandeling Behandeltrouw zijn De verlengde arm van de behandelaar zijn Ontlasting van de mantelzorger

2.8 Resultaatmatrix Om rekening te houden met de verschillende soorten problematiek van cliënten kan binnen de resultaatgebieden meerdere treden benoemd worden waarmee de zwaarte van de problematiek wordt aangegeven. De combinatie van resultaatgebieden en treden leiden tot een arrangement dat ingezet wordt om de cliënt te ondersteunen. De inhoudelijke beschrijvingen in de resultaatmatrix hieronder zijn

Onder het resultaatgebied dagbesteding zijn in het nieuwe artikel 2.8 het aantal dagdelen per week toegevoegd. Trede 4 regelt nu de toeleiding naar een passende dagbesteding.

In het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden onder trede 2 zijn de voorwaarden kindzorg en wasverzorging geschrapt. Daarbij is toegevoegd dat huishoudelijke taken moeten worden aangeleerd. In het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden onder trede 3 is de wasverzorging geschrapt. Daarbij is toegevoegd dat het overname van het volledige huis en andere extra schoonmaaktaken betreft.

(waaronder verslavingen). Cliënt heeft enige ondersteuning nodig bij het voeren van regie in het licht van deze belemmeringen.

voorbeelden, het betreft geen blauwdruk waar iemand aan moet ‘voldoen’. Resultaatgebied: Dagbesteding Trede 1: Het bieden van een passende dagbesteding, 7-9 dagdelen per week. Trede 2: Het bieden van een passende dagbesteding, 5-6 dagdelen per week. Trede 3: Het bieden van een passende dagbesteding, 3-4 dagdelen per week. Trede 4: Het bieden van een passende dagbesteding. 1-2 dagdelen per week. Toeleiden naar een passende dagbesteding (veelal in het voorliggende veld). Resultaatgebied: Ondersteuning en regie bij het huishouden Trede 2: Er is sprake van een vervuilde en ongezonde huishouding. Cliënt heeft ondersteuning nodig bij het voeren van regie (cognitief/fysiek) en het verrichten van de huishoudelijke taken. De huishoudelijke taken worden aangeleerd. Trede 3: Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van de huishoudelijke taken en andere schoonmaaktaken is ondersteuning nodig. Het betreft overname van het volledige huis en andere extra schoonmaaktaken. Trede 4: Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van de huishoudelijke taken (zwaar en licht) is ondersteuning nodig. Het betreft overname van het volledige huis, met uitzondering van extra schoonmaaktaken. Trede 5: Cliënt is in staat om regie te voeren over het huishouden. Voor het verrichten van zwaar huishoudelijk werk is hulp nodig.

Het betreft overname van de zware huishoudelijke taken waarbij cliënt (of netwerk) zelf structureel de licht huishoudelijke taken (en andere extra schoonmaaktaken) uitvoert. Resultaatgebied: Gezondheid Trede 4: Er is sprake van een belemmering in het lichamelijk, verstandelijk of mentale functioneren (waaronder verslavingen). Cliënt is nog niet volledig behandeltrouw en/of heeft moeite hetgeen hij geleerd heeft bij de behandeling in praktijk te brengen.

Artikel 3 Artikel 3. Specifieke maatwerkvoorzieningen

Artikel 3. Specifieke maatwerkvoorzieningen

In het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden onder trede 4 is de overname van het volledige huis met uitzondering van extra schoonmaaktaken toegevoegd. In het resultaatgebied ondersteuning en regie bij het huishouden onder trede 5 is de overname van de zware huishoudelijke taken waarbij cliënt (of netwerk) zelf structureel de licht huishoudelijke taken (en andere extra schoonmaaktaken) uitvoert, opgenomen. In het resultaatgebied gezondheid onder trede 4 is opgenomen dat cliënt nog niet volledig behandeltrouw is en/of moeite hetgeen dat hij geleerd heeft bij de behandeling in praktijk te brengen.

1. Er kunnen specifieke maatwerkvoorzieningen worden toegekend wanneer deze bijdragen aan het zelfstandig functioneren en het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Mogelijke maatwerkvoorzieningen zijn: (niet-limitatieve opsomming):

1.

a. Woonvoorzieningen en woningaanpassingen

a. Woonvoorzieningen en woningaanpassingen

b. Rolstoelen

b. Rolstoelen

c. Sportvoorzieningen

c. Sportvoorzieningen

d. Vervoersvoorzieningen

d. Vervoersvoorzieningen

e. Kortdurend verblijf

e. Kortdurend verblijf

f. Ontmoetingscentrum

f.

g. Maaltijdvoorziening

g. Maaltijdvoorziening

h. Waakvlam

h. Niet-acute zorg buiten kantoortijden

2. De maatwerkvoorziening kortdurend verblijf wordt toegekend wanneer er noodzaak bestaat tot het ontlasten van de mantelzorger.

i.

Was verzorging

j.

Waakvlam

3.Maaltijdvoorziening: Het bereiden en klaarzetten van een maaltijd. Een maaltijdvoorziening kan als aanvullende maatwerkvoorziening bij resultaatgebied 1, 5 en 6 en maximaal 3 keer per dag worden toegekend. 4.Vervoer: Het vervoeren van een persoon met of zonder rolstoel ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 6 en kortdurend verblijf en ontmoetingscentra.

Er kunnen specifieke maatwerkvoorzieningen worden toegekend wanneer deze bijdragen aan het zelfstandig functioneren en het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen. Mogelijke maatwerkvoorzieningen zijn: (niet-limitatieve opsomming):

k. Toeleiden naar passende dagbesteding l.

Kindzorg

2. De maatwerkvoorziening kortdurend verblijf wordt toegekend wanneer er noodzaak bestaat tot het ontlasten van de mantelzorger. 3. Maaltijdvoorziening: Het bereiden en klaarzetten van een maaltijd. Een maaltijdvoorziening kan als aanvullende maatwerkvoorziening bij resultaatgebied 1, 5 en 6 en maximaal 3 keer per dag per huishouden worden toegekend.

6.Waakvlam: periodiek contact om terugval te voorkomen of zo vroeg mogelijk te signaleren, ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 en 6.

4. Vervoer: Het vervoeren van een persoon met of zonder rolstoel ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 6 en kortdurend verblijf en ontmoetingscentra.

7.Woonvoorzieningen:

5. Niet-acute zorg buiten kantoortijden: ten behoeve van resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 5 en 6 en het in artikel 3, onder 1 genoemd specifiek maatwerkproduct kortdurend verblijf.

Het college vergoedt de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van een liftinstallatie indien die verstrekking heeft plaatsgevonden in

Onder f is toegevoegd dat het gaat om de situatie waarbij dit meer dan 6 dagdelen per week nodig is.

Ontmoetingscentrum (bij meer dan 6 dagdelen per week)

5.Niet-acute zorg buiten kantoortijden: ten behoeve van resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 5 en 6 en het in artikel 3, onder 1 genoemd specifiek maatwerkproduct kortdurend verblijf.

a. Aanpassen van de woning met woonvoorzieningen: toegang tot, het zich verplaatsen binnen en het gebruik maken van de woning; beperkt tot de slaapkamer, woonkamer, badkamer, toilet en keuken. De aanpassing kan bestaan uit een losse woonvoorziening en/of een bouwkundige aanpassing.

Punten i t/m l zijn toegevoegd onder lid 1 van artikel 3. Het oude punt h wordt daarmee punt j.

6. Wasverzorging: Het doen van de was (of een gedeelte van de wastaken) kan als aanvullende maatwerkvoorziening bij resultaatsgebied 5 worden toegekend. 7. Waakvlam: periodiek contact om terugval te voorkomen of zo vroeg mogelijk te signaleren, ten behoeve van de resultaatgebieden 1, 2, 3,

In het derde lid is toegevoegd dat de toekenning per huishouden wordt toegekend.

het kader van de Wmo 2015. De hoogte van het onderhoud en reparatie van woonvoorzieningen is gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar. Terugbetaling bij verkoop van de woning: wanneer de kostprijs van de woonvoorziening hoger is dan € 5.000,- en de eigenaar de woning binnen 10 jaar na het gereedkomen van de voorziening verkoopt, moet de eigenaar (een deel van) de kostprijs terug betalen aan de gemeente. Terugbetaling bedraagt de kostprijs verminderd met 10% per jaar afschrijving. Dit hoeft niet wanneer de woning wordt verkocht aan iemand die deze voorziening nodig heeft en deze anders toegekend zou krijgen door de gemeente. b. Bezoekbaar maken van de woning voor een cliënt die in een Wlzinstelling woont: de woning wordt toegankelijk gemaakt, aanpassing beperkt zich tot woonkamer en toilet. De aanpassing kan bestaan uit een losse woonvoorziening en/of een bouwkundige aanpassing. c. Verhuizen naar een geschikte woning; dit betreft dan de maatwerkvoorziening verhuis- en herinrichtingskosten. 8. De volgende vervoersvoorzieningen kunnen worden verstrekt wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer: a. Regiotaxi; b. Hulpmiddelen voor vervoer; c. Auto-aanpassingen.

4 en 6. 8. Kindzorg: Het tijdelijk overnemen van de reguliere verzorging van een gezond kind tot 12 jaar bij uitval van de ouder(s) en de afwezigheid van informele zorg en algemeen gebruikelijke voorliggende voorzieningen, ten behoeve van resultaatsgebied 5.

In het nieuwe derde lid is de specifieke maatwerkvoorziening kindzorg toegelicht.

9. Woonvoorzieningen: a. Aanpassen van de woning met woonvoorzieningen: toegang tot, het zich verplaatsen binnen en het gebruik maken van de woning; beperkt tot de slaapkamer, woonkamer, badkamer, toilet, keuken en bij uitzondering het balkon. De aanpassing kan bestaan uit een losse woonvoorziening en/of een bouwkundige aanpassing.

Het oude lid zeven wordt hiermee lid negen. In het negende lid onder a is opgenomen dat bij uitzonder het balkon onder deze woonvoorzieningen valt.

Het college vergoedt de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van een liftinstallatie indien die verstrekking heeft plaatsgevonden in het kader van de Wmo 2015. De hoogte van de kosten voor het onderhoud en reparatie van woonvoorzieningen is gebaseerd op het contract tussen gemeente en leveranciers van het lopende jaar. Terugbetaling bij verkoop van de woning: wanneer de kostprijs van de woonvoorziening hoger is dan € 5.000,- en de eigenaar de woning binnen 10 jaar na het gereedkomen van de voorziening verkoopt, moet de eigenaar (een deel van) de kostprijs terugbetalen aan de gemeente. Terugbetaling bedraagt de kostprijs verminderd met 10% per jaar afschrijving. Dit hoeft niet wanneer de woning wordt verkocht aan iemand die deze voorziening nodig heeft en deze anders toegekend zou krijgen door de gemeente. b. Bezoekbaar maken van de woning voor een cliënt die in een Wlzinstelling woont: de woning wordt toegankelijk gemaakt, aanpassing beperkt zich tot woonkamer en toilet. In geval van partners en ouder- kind relatie, is het mogelijk een slaapvertrek aan te passen. De aanpassing kan bestaan uit een losse woonvoorziening en/of een bouwkundige aanpassing. c. Verhuizen naar een geschikte woning; dit betreft dan de maatwerkvoorziening verhuis- en herinrichtingskosten. 10.

De volgende vervoersvoorzieningen kunnen worden verstrekt wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer: a. Regiotaxi;

In het negende lid onder b is een zin toegevoegd die regelt dat in geval van een partner en ouder-kind relatie, een aanpassing van het slaapvertrek mogelijk is.

b. Hulpmiddelen voor vervoer; c. Auto-aanpassingen. Artikel 4 Artikel 4. Primaat van verhuizen

Artikel 4. Primaat van verhuizen

Het primaat van verhuizen geldt, indien de kosten voor de woonvoorziening(en) hoger zijn dan € 5.000,--

Het primaat van verhuizen geldt, indien de kosten voor de woonvoorziening(en) hoger zijn dan €7.500,Het primaat van verhuizen betekent dat het verstrekken van een voorziening voor verhuizing voorrang heeft op andere woonvoorzieningen, wanneer verhuizen goedkoper is dan het aanpassen van de woning en dit ook een compenserende oplossing is. Het primaat van verhuizen is een uitwerking van het principe van de goedkoopst compenserende oplossing. De achterliggende gedachte bij het primaat van verhuizing is dat er zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen en de woningvoorraad wordt omgegaan.

Het primaat van verhuizen betekent dat het verstrekken van een voorziening voor verhuizing voorrang heeft op andere woonvoorzieningen, wanneer verhuizen goedkoper is dan het aanpassen van de woning en dit ook een compenserende oplossing is. Het primaat van verhuizen is een uitwerking van het principe van de goedkoopst compenserende oplossing. De achterliggende gedachte bij het primaat van verhuizing is dat er zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen en de woningvoorraad wordt omgegaan. Het college moet onderzoeken of het primaat van verhuizen aan cliënt mag worden tegengeworpen, gelet op de individuele omstandigheden van cliënt. Dus bij iedere casus moet het college de belangen afwegen en beoordelen of het primaat van verhuizen een compenserende voorziening is. Als dat niet het geval is, moet het college afwijken van het verhuisprimaat en een andere compenserende woonvoorziening verstrekken. Bij die belangenafweging tussen verhuizen of het aanpassen van de huidige woning, kunnen diverse factoren een rol spelen, zoals: -

Kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen; Sociale omstandigheden; Woning moet binnen medisch aanvaardbare termijn beschikbaar zijn; Verandering in woonlasten; Artikel 6. Algemeen gebruikelijk, onder Financiële draagbaarheid

Het college moet onderzoeken of het primaat van verhuizen aan cliënt mag worden tegengeworpen, gelet op de individuele omstandigheden van cliënt. Dus bij iedere casus moet het college de belangen afwegen en beoordelen of het primaat van verhuizen een compenserende voorziening is. Als dat niet het geval is, moet het college afwijken van het verhuisprimaat en een andere compenserende woonvoorziening verstrekken. Bij die belangenafweging tussen verhuizen of het aanpassen van de huidige woning, kunnen diverse factoren een rol spelen, zoals: -

Het bedrag van de kostendrempel voor het primaat verhuizen is verhoogd. Dit is gedaan op basis van deze bedragen zoals die door andere gemeenten worden gehanteerd. Daarbij was het bedrag al geruime tijd niet aangepast, waar de kosten van woningaanpassingen aanzienlijk zijn gestegen. Voorkomen moet worden dat voor elke woningaanpassing op den duur het primaat verhuizen gaat gelden. De diverse factoren die een rol kunnen spelen bij de belangenafweging zijn herschreven. De medische situatie wordt nu ook meegewogen.

Medische situatie van cliënt (als de medische situatie het niet toelaat om te verhuizen hoeven andere aspecten niet meer onderzocht te worden). Sociale omstandigheden (mantelzorg); Beschikbaarheid woningen Financiële aspecten voor cliënt Doelmatigheid en kosten

Financiële draagbaarheid Het uitgangspunt van het college is dat uit een inkomen op bijstandsniveau een reservering van 5% per maand kan worden opgebouwd. Een voorziening kan dan financieel worden gedragen indien de kosten daarvan binnen een termijn van 36 maanden kunnen worden gereserveerd op basis van 5% van de voor de cliënt geldende bijstandsnorm. Hierop geldt wel een uitzondering indien het gaat om vervanging van een algemeen gebruikelijke voorziening. Artikel 7. Indicatieduur

Financiële draagbaarheid Het college merkt als financieel draagbaar aan de kosten die niet hoger zijn dan 36 maal 5% van de voor betrokkene geldende bijstandsnorm. Hierop geldt wel een uitzondering indien het gaat om vervanging van een algemeen gebruikelijke voorziening.

De tekst is geobjectiveerd. Omdat het een beleidsregel betreft, is het op basis van artikel 4:84 algemene wet bestuursrecht mogelijk om af te wijken

Wmo maatwerkvoorzieningen worden voor langere tijd of voor onbepaalde tijd verstrekt. De afweging van de indicatieduur blijft altijd

Wmo maatwerkvoorzieningen worden indien mogelijk voor langere tijd of voor onbepaalde tijd verstrekt. De afweging van de indicatieduur blijft

In 2 zinnen is een kleine aanpassing gedaan.

maatwerk en zal individueel onderzocht worden. De geldigheidstermijn van een indicatie is afhankelijk van de volgende factoren: a. de aard van de voorziening, de beperkingen en ontwikkelingsmogelijkheden van de client en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen; b. de woonomstandigheden en bij dienstverlening de samenstelling van het huishouden van de client en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen. Artikel 10

altijd maatwerk en zal individueel onderzocht worden. De geldigheidstermijn van een indicatie is onder meer afhankelijk van de volgende factoren: a. de aard van de voorziening, de beperkingen en ontwikkelingsmogelijkheden van de client en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen; b. de woonomstandigheden en bij dienstverlening de samenstelling van het huishouden van de client en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen.

artikel 10. Hoogte van het persoonsgebonden budget

Artikel 10. Hoogte van het persoonsgebonden budget

1.De tarieven als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de verordening, gerelateerd aan de resultaatgebieden, zijn gemaximeerd op de volgende bedragen:

Alle tarieven zijn opgenomen in de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2024

Maximale uurtarieven vanaf 2023

100%

Hulp bij het huishouden € 33,81 per uur Begeleiding individueel € 69,54 per uur Begeleiding groep € 36,96 per dagdeel Maaltijdvoorziening € 18,28 per maaltijd Kortdurend verblijf € 196,65 per etmaal Ontmoetingscentra € 55,34 per dagdeel Vervoer niet-rolstoelgebonden € 17,75 per dag Vervoer rolstoelgebonden € 28,78 per dag Waakvlam en niet acute zorg buiten kantoortijden zijn gelijk aan het tarief begeleiding individueel. Begeleiding individueel betreft de resultaatgebieden sociaal persoonlijk functioneren, financiën, huisvesting en gezondheid. 2.De tarieven als bedoeld in artikel 17 lid 3 van de verordening zijn gemaximeerd op de volgende bedragen: Maximale uurtarieven vanaf 2023 80%

Hulp bij het huishouden € 27,05 per uur

Het artikel is geheel herzien en de tarieven zijn opgenomen in de nadere regels.

Begeleiding individueel € 55,63 per uur Begeleiding groep € 29,57 per dagdeel Maaltijdvoorziening € 14,62 per maaltijd Kortdurend verblijf € 157,32 per etmaal Ontmoetingscentra € 44,27 per dagdeel Vervoer niet-rolstoelgebonden € 14,20 per dag Vervoer rolstoelgebonden € 23,02 per dag Waakvlam en niet acute zorg buiten kantoortijden zijn gelijk aan het tarief begeleiding individueel. Begeleiding individueel betreft de resultaatgebieden sociaal persoonlijk functioneren, financiën, huisvesting en gezondheid. Hoofdstuk 5. Overige bepalingen Artikel 11 Artikel 11. Privacy

Dit artikel wordt geschrapt, omdat dit volgt uit de wet

Bij verzamelen en verwerken van de persoonsgegevens wordt de AVG in acht genomen. De privacywetgeving heeft betrekking op de gehele procedure. Artikel 12 artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

Het artikelnummer is aangepast van 12 naar 11

1.Deze beleidsregels treden in werking op de dag waarop de aanpassing Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2022 in werking treedt en werken terug naar 1 januari 2023.

1. Deze beleidsregel treedt, na publicatie in het elektronische gemeenteblad, in werking op de dag waarop de Verordening maatschappelijke ondersteuning Delft 2024 in werking treedt.

De jaartallen van het artikel zijn aangepast.

2.Per gelijke datum wordt de Beleidsregel Maatschappelijke ondersteuning Delft 2022 ingetrokken. 3.Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2023.

Toelichting Artikel 2

2. Per gelijke datum wordt de Beleidsregel Maatschappelijke ondersteuning Delft 2023 ingetrokken. 3. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel maatschappelijke ondersteuning Delft.

Artikel 2 Resultaatsgebieden

Artikel 2 Resultaatgebieden

Gezamenlijk vormen de resultaatgebieden en de treden een matrix die door de medewerker Team Wmo gebruikt wordt om de aard en de zwaarte van de ondersteuning te bepalen. Deze matrix wordt gehanteerd om het arrangement te bepalen waaraan een zorgaanbieder invulling moet geven.

In artikel 2.6 wordt verwezen naar het Normenkader: H4 Normenkader ORH En Kwaliteitskader Schoon en Leefbaar Huis. Dit normenkader kan worden gevonden op het zorgknooppunt H5 (zorgknooppunth5.nl) en is als bijlage bij deze beleidsregel gevoegd.

Het gehele artikel is herschreven.

Verder spreekt deze bepaling voor zich. Artikel 3 Artikel 3 Specifieke maatwerkvoorzieningen

Artikel 3 Specifieke maatwerkvoorzieningen

Als aanvulling op toegekende voorzieningen binnen een of meer resultaatgebieden kunnen aanvullende maatwerkvoorzieningen worden toegekend. Het betreft dan onder andere:

Als aanvulling op toegekende voorzieningen binnen een of meer resultaatgebieden kunnen aanvullende maatwerkvoorzieningen worden toegekend. Hieronder worden een aantal van deze maatwerkvoorzieningen toegelicht.

1. Kortdurend Verblijf Kortdurend verblijf, ook wel logeeropvang genoemd, is tijdelijke verblijfszorg die wordt geboden ter ontlasting van de mantelzorg. De zorg omvat de benodigde begeleiding, bescherming, alarmering en servicekosten (inclusief maaltijden). Bij kortdurend verblijf woont een cliënt thuis maar logeert hij/zij voor korte periodes in een instelling. Kortdurend verblijf kan worden ingezet als het noodzakelijk is de persoon te ontlasten die normaal gesproken (mantel) zorg aan de cliënt levert. Daarnaast moet de cliënt zijn aangewezen op zorg met permanent toezicht. Kortdurend verblijf wordt aan de hand van het ondersteuningsplan en het zorgplan geïndiceerd waarbij een aantal etmalen wordt vastgelegd voor een daarbij afgesproken periode. De cliënt mag over de periode van maximaal een jaar de geïndiceerde etmalen opsparen. Dit is van belang om bijvoorbeeld een iets langere periode van de voorziening gebruik te maken om zo de mantelzorger op vakantie te laten gaan.

1. e. Kortdurend Verblijf Kortdurend verblijf, ook wel logeeropvang genoemd, is tijdelijke verblijfszorg die wordt geboden ter ontlasting van de mantelzorg. De zorg omvat de benodigde begeleiding, bescherming, alarmering en servicekosten (inclusief maaltijden). Bij kortdurend verblijf woont een cliënt thuis maar logeert hij/zij voor korte periodes in een instelling. Kortdurend verblijf kan worden ingezet als het noodzakelijk is de persoon te ontlasten die normaal gesproken (mantel) zorg aan de cliënt levert. Daarnaast moet de cliënt zijn aangewezen op zorg met permanent toezicht. Kortdurend verblijf wordt aan de hand van het ondersteuningsplan en het zorgplan geïndiceerd waarbij een aantal etmalen wordt vastgelegd voor een daarbij afgesproken periode. De cliënt mag over de periode van maximaal een jaar de geïndiceerde etmalen opsparen. Dit is van belang om bijvoorbeeld een iets langere periode van de voorziening gebruik te maken om zo de mantelzorger op vakantie te laten gaan.

De omvang van kortdurend verblijf bedraagt maximaal 3 etmalen per week, anders is er sprake van opname waarbij een Wlz-indicatie nodig is.

De omvang van kortdurend verblijf bedraagt maximaal 3 etmalen per week, anders is er sprake van opname waarbij een Wlz-indicatie nodig is.

2. Ontmoetingscentra

1.f. Ontmoetingscentra

De ontmoetingscentra richten zich op ondersteuning van mantelzorgers en mensen in een sociaal isolement, gebrek aan regie, met somatische klachten en mensen met dementie, om overbelasting te voorkomen en mensen langer thuis te laten wonen.

De ontmoetingscentra richten zich op ondersteuning van mantelzorgers en mensen in een sociaal isolement, gebrek aan regie, met somatische klachten en mensen met dementie, om overbelasting te voorkomen en mensen langer thuis te laten wonen. Middels de ontmoetingscentra moet

Het artikel is geheel herzien. Het artikel was opgesomd per lid en nu per letter. Daarbij zijn de artikelen aangepast in volgorde. De verwijzing naar artikelen van de verordening en beleidsregel onder a zijn aangepast. In artikel 3 onder a is nu geregeld dat onder normaal gebruik ook het gebruik maken van eventuele buitenruimtes valt. Onder het nieuwe punt b is de mogelijkheid van aanpassingen om het logeren mogelijk te maken toegevoegd. De levensduur van losse hulpmiddelen is aangepast van 8 naar 7 jaar. In het nieuwe artikel zijn lid 3,4,5 en 6 geschrapt.

Middels de ontmoetingscentra moet een soepele overgang naar de Wlz mogelijk zijn zonder van locatie te hoeven veranderen. Er wordt gewerkt volgens de effectieve interventie. De ondersteuning vanuit ontmoetingscentra bestaat uit: • Wenperiode en ondersteuning van de mantelzorger: Kennis maken met het gebruik van de ontmoetingscentra. De kennismaking is tijdelijk, minimaal 2 en maximaal 6 weken en maximaal 10 dagdelen. • Tot en met zes dagdelen is de voorziening ontmoetingscentra een algemene voorziening en daarmee zonder indicatie van Delft Support, toegankelijk. • Reguliere deelname: vanaf zeven dagdelen is een beoordeling van Delft Support noodzakelijk voor reguliere deelname aan de ontmoetingscentra. 3. Maaltijdvoorziening: Bij een toegekende voorziening in resultaatgebied 1, 5 en 6 kan aanvullende maaltijdvoorziening worden toegekend. Het gaat dan om het bereiden en klaarzetten van de maaltijd. 4. Vervoer Wanneer een cliënt een indicatie heeft voor een of meer van de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 of 6 of voor de specifieke maatwerkproducten kortdurend verblijf en ontmoetingscentra dan kan aanvullend ook een indicatie voor (rolstoel)vervoer worden afgegeven. 5.

Niet-acute zorg buiten kantoortijden Aanvullend op de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4, 5 en 6 en op de voorziening Kortdurend Verblijf kan een dienst worden geïndiceerd waarmee de aanbieder zorg of ondersteuning in de avonduren of in het weekend kan leveren. 6. Waakvlam Dit aanvullende product is bedoeld om periodiek contact te houden met een cliënt terugval te voorkomen of in ieder geval mogelijke terugval zo vroeg mogelijk te signaleren. De waakvlamfunctie wordt indien nodig ingezet in relatie tot de resultaatgebieden 1, 2, 3, 4 en 6.

een soepele overgang naar de Wlz mogelijk zijn zonder van locatie te hoeven veranderen. Er wordt gewerkt volgens de effectieve interventie. De ondersteuning vanuit ontmoetingscentra bestaat uit: •

Wenperiode en ondersteuning van de mantelzorger: Kennis maken met het gebruik van de ontmoetingscentra. De kennismaking is tijdelijk, minimaal 2 en maximaal 6 weken en maximaal 10 dagdelen.

•

Tot en met zes dagdelen is de voorziening ontmoetingscentra een algemene voorziening en daarmee zonder indicatie van Delft Support, toegankelijk.

•

Reguliere deelname: vanaf zeven dagdelen is een beoordeling van Delft Support noodzakelijk voor reguliere deelname aan de ontmoetingscentra.

3. Maaltijdvoorzieningen Het betreft hier uitzonderingssituaties waarbij gebruik van reguliere maaltijdvoorzieningen onmogelijk is (bijvoorbeeld in verband met allergieën). Normaliter zijn reguliere maaltijdvoorzieningen (denk aan Uitgekookt) als algemeen gebruikelijk aan te merken. 9. Woonvoorzieningen a. Aanpassen woonvoorziening: Een leefbaar huishouden voeren, impliceert een geschikte woning waarin de burger zijn alledaagse levenshandelingen kan verrichten. Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving zijn er voorzieningen die dit mogelijk maken. Wanneer een beperking optreedt, dan zijn 2 mogelijkheden aan de orde: * de woning aanpassen eventueel met aanvullende woonvoorzieningen, of; * verhuizen naar een geschiktere woning. Onder losse woonvoorzieningen wordt verstaan: voorzieningen die niet nagelvast aan het huis vast zitten en dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift). Dit wordt ook wel “roerende woonvoorzieningen” genoemd. Deze kunnen ook met behulp van een PGB gerealiseerd worden. Regels rondom het PGB zijn vastgelegd in artikel 16 van de verordening en artikel 8 en 9 van deze beleidsregel.

7. Woonvoorzieningen

Trapliften en drempelhulpen worden zoveel mogelijk in bruikleen (natura) verleend. Deze kunnen her-inzetbaar waardoor kapitaalvernietiging kan worden voorkomen.

a. Aanpassen woonvoorziening: Een leefbaar huishouden voeren, impliceert een geschikte woning waarin de burger zijn alledaagse levenshandelingen kan verrichten.

Het onderzoek beperkt zich tot voorzieningen of aanpassingen die te maken hebben met het normaal gebruik van de woning. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk

Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving zijn er voorzieningen die dit mogelijk maken. Wanneer een beperking optreedt, dan zijn 2 mogelijkheden aan de orde: • de woning aanpassen eventueel met aanvullende woonvoorzieningen of • verhuizen naar een geschiktere woning. Onder losse woonvoorzieningen wordt verstaan: voorzieningen die niet nagelvast aan het huis vast zitten en dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift). Dit wordt ook wel “roerende woonvoorzieningen” genoemd. Deze kunnen ook met behulp van een PGB gerealiseerd worden. Regels rondom het PGB zijn vastgelegd in artikel 11 van de verordening en art. 5 en 6 van deze beleidsregel. Trapliften en drempelhulpen worden zoveel mogelijk in bruikleen (natura) verleend. Deze kunnen her-inzetbaar waardoor kapitaalvernietiging kan worden voorkomen. Het onderzoek beperkt zich tot voorzieningen of aanpassingen die te maken hebben met het normaal gebruik van de woning. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en de toegang tot en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. b.

Bezoekbaar huis Wanneer de cliënt in een Wlz-instelling woont kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van ouders) bezoekbaar gemaakt worden. Bezoekbaar houdt in dat de cliënt toegang heeft tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet bruikbaar is. Er worden geen aanpassingen vergoed om het logeren mogelijk te maken. c. Verhuis- en inrichtingskosten Een aanvraag voor een verhuiskostenvergoeding, dient beoordeeld te worden aan de hand van de individuele situatie van de cliënt. Daarbij zijn de persoonskenmerken, behoeften en financiële capaciteit van de cliënt van belang. Er dient een uitgebreide belangenafweging gemaakt te worden, waarbij alle belangen en de individuele omstandigheden worden meegenomen. Indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing van een adequate naar een inadequate woning komt cliënt niet in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding. Verhuiskosten worden toegekend

moeten zijn: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel, gebruik maken van eventuele buitenruimtes en de toegang tot en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. b. Bezoekbaar huis Wanneer de cliënt in een Wlz-instelling woont kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van ouders) bezoekbaar gemaakt worden. Bezoekbaar houdt in dat de cliënt toegang heeft tot de woning, één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet bruikbaar is. Daarnaast kunnen er aanpassingen worden gedaan om het logeren mogelijk te maken. c. Verhuis- en inrichtingskosten Een aanvraag voor een verhuiskostenvergoeding, dient beoordeeld te worden aan de hand van de individuele situatie van de cliënt. Daarbij zijn de persoonskenmerken, behoeften en financiële capaciteit van de cliënt van belang. Er dient een uitgebreide belangenafweging gemaakt te worden, waarbij alle belangen en de individuele omstandigheden worden meegenomen. Indien de aanvraag verband houdt met een verhuizing van een adequate naar een inadequate woning komt cliënt niet in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding. Verhuiskosten worden toegekend door de gemeente waar de cliënt woont, b.v. als een cliënt uit Delft naar Den Haag verhuist is de gemeente Delft verantwoordelijk voor de verhuiskosten.

Indien cliënt in aanmerking komt voor een verhuiskostenvergoeding, dan kan daarvoor een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. De tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 3.685,Indien de zorgvrager de huidige dan wel een te betrekken woning als gevolg van een aanpassing aan die woning tijdelijk niet kan bewonen, en als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan, dan kan gedurende maximaal 6 maanden een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting worden verleend. De hoogte van deze tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van: de maximum huurgrens van de Wet op de huurtoeslag, indien de tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte betreft; 50% van de maximum huurgrens van de Wet op de huurtoeslag, indien de tijdelijke huisvesting niet-zelfstandige woonruimte betreft. Grenzen aan de woonvoorziening Niveau sociale woningbouw

door de gemeente waar de cliënt woont, b.v. als een cliënt uit Delft naar Den Haag verhuist is de gemeente Delft verantwoordelijk voor de verhuiskosten. Indien cliënt in aanmerking komt voor een verhuiskostenvergoeding, dan kan daarvoor een financiële tegemoetkoming worden verstrekt. De tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van € 3.685,= Indien de zorgvrager de huidige dan wel een te betrekken woning als gevolg van een aanpassing aan die woning tijdelijk niet kan bewonen, en als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan, dan kan gedurende maximaal 6 maanden een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting worden verleend. De hoogte van deze tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van: de maximum huurgrens van de Wet op de huurtoeslag, indien de tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte betreft; 50% van de maximum huurgrens van de Wet op de huurtoeslag, indien de tijdelijke huisvesting niet-zelfstandige woonruimte betreft. Grenzen aan de woonvoorziening Niveau sociale woningbouw Het niveau voor sociale woningbouw zonder achterstallig onderhoud is de standaard voor het treffen van woonvoorzieningen. Wenst de zorgvrager een hoger kwaliteitsniveau, dan kan dat in samenspraak met de woningeigenaar worden gerealiseerd maar komen de meerkosten voor zijn rekening.

Algemeen gebruikelijke levensduur Heeft een aanvraag voor een voorziening betrekking op het geheel of gedeeltelijk vervangen van een badkamer of keuken in de woning die eigendom is van de cliënt dan houdt de omvang van de toe te kennen voorziening verband met de algemeen gebruikelijke levensduur van die voorzieningen. Hiervoor gelden de afschrijvingstermijn zoals die door de vereniging Overleg Voorzitters Huurcommissie zijn vastgesteld in het Beleid Huurverhoging na Woningverbetering. De afschrijvingstermijn voor een badkamer is daarin bepaald op 20 jaar, die voor een keuken op 15 jaar

Het niveau voor sociale woningbouw zonder achterstallig onderhoud is de standaard voor het treffen van woonvoorzieningen. Wenst de zorgvrager een hoger kwaliteitsniveau, dan kan dat in samenspraak met de woningeigenaar worden gerealiseerd, maar komen de meerkosten voor zijn rekening. Algemeen gebruikelijke levensduur Heeft een aanvraag voor een voorziening betrekking op het geheel of gedeeltelijk vervangen van een badkamer of keuken in de woning die eigendom is van de cliënt dan houdt de omvang van de toe te kennen voorziening verband met de algemeen gebruikelijke levensduur van die voorzieningen. Hiervoor gelden de afschrijvingstermijn zoals die door de vereniging Overleg Voorzitters Huurcommissie zijn vastgesteld in het Beleid Huurverhoging na Woningverbetering. De afschrijvingstermijn voor een badkamer is daarin bepaald op 20 jaar, die voor een keuken op 15 jaar. Heeft de te vervangen voorziening de leeftijd van 20 respectievelijk 15 jaar nog niet bereikt dan wordt de financiële tegemoetkoming verminderd met 5 % respectievelijk 6,5 % van de goedgekeurde kosten voor elk jaar dat de voorziening oud is. Op basis van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet een algemeen gebruikelijke voorziening gezien worden als een voorziening die uit een minimuminkomen betaald kan worden.

Conform de geldende verstrekkingsvormen in de verordening beschikt de medewerker Team Wmo de woonvoorziening in natura, door middel van een pgb of als een tegemoetkoming ingevolge artikel 20 van de verordening. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in bruikleen wordt bepaald in relatie tot de vastgestelde levensduur van de maatwerkvoorziening: Losse hulpmiddelen: 7 jaar Trapliften: 10 jaar Woningaanpassingen moeten per casus worden bekeken. Er is geen gegarandeerde levensduur. In het geval van her verstrekking wordt de kostprijs van de maatwerkvoorziening bepaald op basis van de restwaarde.   

10. Regiotaxi en hulpmiddelen voor vervoer Heeft de te vervangen voorziening de leeftijd van 20 respectievelijk 15 jaar nog niet bereikt dan wordt de financiële tegemoetkoming verminderd met 5 % respectievelijk 6,5 % van de goedgekeurde kosten voor elk jaar dat de voorziening oud is. Op basis van een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep moet een algemeen gebruikelijke voorziening gezien worden

Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer c.q. sociale verbanden aangaan, brengt met zich mee dat men zich met een vervoermiddel moet kunnen verplaatsen in de omgeving. Wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer kan daarvoor gezocht worden naar een oplossing. Er wordt onderzocht in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan

als een voorziening die uit een minimuminkomen betaald kan worden. Conform de geldende verstrekkingsvormen in de verordening beschikt de medewerker Team Wmo de woonvoorziening in natura, door middel van een pgb of als een tegemoetkoming ingevolge artikel 20 van de verordening. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in bruikleen wordt bepaald in relatie tot de vastgestelde levensduur van de maatwerkvoorziening: • Losse hulpmiddelen: 8 jaar • Trapliften: 10 jaar • Woningaanpassingen moeten per casus worden bekeken. Er is geen gegarandeerde levensduur. In het geval van her verstrekking wordt de kostprijs van de maatwerkvoorziening bepaald op basis van de restwaarde. 8. Regiotaxi en hulpmiddelen voor vervoer Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer c.q. sociale verbanden aangaan, brengt met zich mee dat men zich met een vervoermiddel moet kunnen verplaatsen in de omgeving. Wanneer een cliënt een probleem ervaart op het gebied van zelfredzaamheid en participatie in relatie tot het vervoer kan daarvoor gezocht worden naar een oplossing. Er wordt onderzocht in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien, hulp kan inschakelen van het eigen netwerk of gebruik kan maken van een algemene voorziening. Het woon-werkverkeer hoort niet tot het Wmo-verstrekkingenbeleid, daarvoor blijven werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk.

Leerlingenvervoer is geregeld in de gelijknamige verordening. Uit jurisprudentie volgt dat burgers in staat moeten zijn 15 à 20 kilometer (km) te reizen, vanaf hun woonplaats. Omgerekend op jaarbasis komt dit neer op 1500 à 2000 km. Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen zodoende buiten de reikwijdte van de Wmo. Buiten dit gebied kunnen burgers zich wenden tot Valys dat arrangementen biedt voor bovenregionaal vervoer binnen Nederland. Eigen oplossingen, algemene diensten en gebruikelijke hulp gaan voor op een maatwerkvoorziening. Voorbeelden met betrekking tot vervoer zijn: • rolstoeltoegankelijk openbaar vervoer, fiets met trapondersteuning, gehandicaptenparkeerkaart, gehandicaptenparkeerplaats,

voorzien, hulp kan inschakelen van het eigen netwerk of gebruik kan maken van een algemene voorziening. Het woon-werkverkeer hoort niet tot het Wmo-verstrekkingenbeleid, daarvoor blijven werkgever en werknemer gezamenlijk verantwoordelijk. Leerlingenvervoer is geregeld in de gelijknamige verordening. Uit jurisprudentie volgt dat burgers in staat moeten zijn 15 à 20 kilometer (km) te reizen, vanaf hun woonplaats. Omgerekend op jaarbasis komt dit neer op 1500 à 2000 km. Alle bovenregionale vervoersdoelen vallen zodoende buiten de reikwijdte van de Wmo. Buiten dit gebied kunnen burgers zich wenden tot Valys dat arrangementen biedt voor bovenregionaal vervoer binnen Nederland. Eigen oplossingen, algemene diensten en gebruikelijke hulp gaan voor op een maatwerkvoorziening. Voorbeelden met betrekking tot vervoer zijn:  rolstoeltoegankelijk openbaar vervoer, fiets met trapondersteuning, gehandicaptenparkeerkaart, gehandicaptenparkeerplaats;  particulier vervoer participe, doeltax, vrijwilligersvervoer naar activiteiten vanuit wijkgebouwen, kerken, verenigingen, regiotaxi vol tarief etc.;  eigen vervoer naar vrijetijdsactiviteiten (bv. GGZ Delfland). Leidt bovenstaande afweging niet tot een oplossing, dan komt een maatwerkvoorziening in beeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14225374/2