CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Woonvisie 2023-2028 (OPGEMAAKTE VERSIE)

Raadsvergadering 7 december 2023, gemeente DelftBij agendapunt: Voorstel van het college aan de raad inzake Goed Wonen in Delft, Woonvisie 2023-2028 (nr. 2341552).16.711 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6.1 Duurzaam (ver)bouwen De gemeente zet in op het bevorderen van circulair slopen, transformeren en bouwen en een hoge duurzaamheidsambitie bij nieuwbouw. Dit op basis van het al bestaande Beleid Duurzaam Bouwen en de Leidraad Energieontwerp en Uitvoeringsagenda circulaire economie (beide verwacht in 2024). Bij transformatie heeft het de voorkeur niet te slopen. Bij sloop heeft een circulaire werkwijze de voorkeur, zodat materialen en onderdelen ergens anders ingezet kunnen worden. Bij nieuwbouw maakt de gemeente gebruik van de methode ‘GPR Gebouw’. In deze methode ontvangt een gebouw dat voldoet aan het Bouwbesluit een 6. Het beleid is om in te zetten op een hogere GPR-eis bij nieuwbouw van 7,5. Bij nieuwbouw worden bij voorkeur secundaire materialen en/of biobased materialen ingezet. Het Kader Natuurinclusief Bouwen omvat een systeem waarin punten worden toegekend aan verschillende maatregelen voor natuurinclusiviteit. Bij elk bouwproject is een minimum aantal punten nodig door het treffen van maatregelen uit de lijst. Voorbeelden zijn een gevel of daktuin, nestplaatsen voor vleermuizen, vogels en insecten, of groen rondom het gebouw.

In de Beleidsregel Klimaatadaptatie staan de beleidsregels bij nieuwbouw-ontwikkelingen of herstructurering in Delft beschreven, die als basis worden gebruikt bij het maken van plannen en die met betrokken partijen worden vastgelegd in schriftelijke afspraken. Dit document vormt daarmee een concretisering en uitwerking van zowel de gemeentelijke Klimaatadaptatie Strategie als het provinciale Convenant Klimaatadaptief Bouwen voor de Delftse situatie.

Woonvisie Delft 2023-2028

26

We hanteren deze kaders in het gesprek met ontwikkelende partijen aan de start van een nieuwbouwontwikkeling. We maken daarbij afspraken over de manier waarop de gemeentelijke kaders worden ingevuld in het bouwplan, bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium. Maatwerk is mogelijk, maar het uitgangspunt is dat voldaan wordt aan deze beleidskaders. Leidend principe voor verbouwen is: energieneutraal, circulariteit, biobased, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Voor nieuwbouw is dit het uitgangspunt. Duurzaam en efficiënt ruimtegebruik juichen we toe. We faciliteren initiatiefnemers die ruimtegebruik duurzamer benutten door circulaire transformatie (zoveel mogelijk onderdelen van een bestaand gebouw reviseren of her­ gebruiken) en ‘optopping’. We stimuleren initiatiefnemers actief op industrieel bouwen en slim ontwerpen. Zo kunnen we duurzaam en toch betaalbaar bouwen. Bij de afweging kijken we niet alleen naar de stichtingskosten, maar ook naar de kosten en opbrengsten op de langere termijn.

6.2 Verduurzaming van bestaande woningen van corporaties Er zijn plannen voor een Open Warmtenet Delft in de wijken Voorhof en Buitenhof (per 2024) en er is een Warmteplan Delft vastgesteld (2021) gericht op het gasloos maken van de bestaande woningvoorraad. Per wijkuitvoeringsplan (WUP) wordt dit nog preciezer en voor verschillende groepen in beeld gebracht. De plannen zijn cruciaal voor de woning­ corporaties om hun verduurzamingsstrategie op te maken en uit te voeren.

Met de corporaties werken we samen om onze ambities op het gebied van de verduurzaming van de woningvoorraad en het verhogen van de klimaatbestendigheid. Deze ambities komen ook terug in de prestatieafspraken die we met de woningcorporaties maken. De uitwerking van het Warmteplan op wijkniveau loopt. De opgave is om bewoners, woningcorporaties, verenigingen van eigenaren en andere eigenaar-verhuurders hier goed op aan te haken. Zo is het zaak dat de portefeuillestrategie van de corporaties en de verduurzamingsstrategie van de gemeente op elkaar zijn afgestemd, op basis van gezamenlijke analyse en beleidsvorming. In de nationale prestatieafspraken staat dat de corporaties alle woningen met energielabel E of lager aanpakken en omvormen naar woningen met een energielabel D of hoger. In Delft gaat

het om een groot aantal woningen. Deze opgave is voor de corporaties de komende jaren dus een grote uitgavenpost. De inspanningen op dit vlak willen we koppelen aan de wijkuitvoeringsplannen in het kader van de warmtetransitie. Inzetten op een goed geïsoleerde en gasvrije sociale huur­woningvoorraad, is bovendien een belangrijk instrument in de aanpak van energie­ armoede. Dit wordt meegenomen in de prestatieafspraken. Woningcorporaties zijn in een aantal wijken de grootste woningbezitters. Dit biedt de stad de kans om de duurzaamheidsambities bereikbaarder te maken, ook op de lange termijn. Ook over vijftig jaar hebben we dergelijke grote partijen nodig om een volgende ‘verbeterslag’ in de woningvoorraad te kunnen maken. De corporaties, maar wellicht ook andere grote partijen die zich als woningeigenaar duurzaam aan de stad verbinden, verdienen een positie.

Woonvisie Delft 2023-2028

27

De gemeente en de woningcorporaties hebben een struc­tureel overleg over duurzaamheid, circulariteit, natuur­inclusiviteit en klimaat-bestendigheid. Dit overleg ontwikkelen we door.

6.3 Verduurzaming van bestaande particuliere woningen Het Isolatieplan Delft geeft aan welke inzet de gemeente gaat doen om de woningvoorraad sneller te isoleren. Hierin staan ook doelen beschreven per type gebouw en eigenaar. De belangrijkste doelgroepen zijn de particuliere verhuurders en verenigingen van eigenaren.

financiering met de SVn-producten: Energiebesparingsfonds, Restauratielening en de Stimuleringslening. Relatief weinig bewoners maakten tot nog toe gebruik van deze regelingen. We zetten in op het verbeteren van de informatiepositie en het ontzorgen van particulieren, zowel eigenaren als huiseigenaren en verenigingen van eigenaren, samen met de vele lokale initiatieven die de stad al rijk is. De gemeente kan bijvoorbeeld bewoners informeren over het energieloket en de financieringsmogelijkheden van SVn. Wij kunnen ook ondersteunen met onafhankelijk technisch advies.

Delft is aangesloten bij het Regionaal Energieloket. Inwoners kunnen hier advies krijgen over energiemaatregelen. Ook kunnen zij een afspraak maken met een energiecoach van 015 Duurzaam voor een bezoek aan huis. In opdracht van de gemeente stimuleert en ondersteunt de Klimaatmaat bewoners bij het klimaatbestendig maken van hun tuin en woning. Er wordt gewerkt aan een integrale aanpak energiearmoede binnen het programma Energietransitie. Een energiehulp denkt proactief met de inwoners mee over de verduurzaming van de woning en andere beschikbare (financiële) regelingen. We gaan werken aan het vergroten van de bekendheid van de SVn-leningen die gericht zijn op woningverbetering/ verduurzaming. De gemeente biedt de mogelijkheid voor

Woonvisie Delft 2023-2028

28

7 Gebiedsgericht werken aan veerkrachtige wijken Kwaliteit van de woon- en leefomgeving Het is belangrijk om de woningbouwopgave ook te gebruiken voor de kwaliteitsverbetering van de wijken. De wijkversterkingsopgave biedt vervolgens kansen voor de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en beleving en onderhoud van infrastructuur.

Delft is een stad waar het prettig wonen is, een karaktervolle stad, een bereikbare stad, een sociale en verbonden stad. De stad groeit in aantal inwoners, maar het blijft mogelijk om in vrij korte tijd de hele stad te doorkruisen per fiets of openbaar vervoer. Delftenaren kennen en herkennen elkaar, van de markt of winkelcentrum De Hoven, van de voetbal of de korfbal, van school of de TU Delft of van het zaterdagse rondje in de binnenstad.

We willen dat het in alle buurten prettig wonen is

De stedelijke identiteit waar veel Delftenaren zich mee vereenzelvigen, wordt sterk bepaald door de historische binnenstad en technische universiteit. Daarnaast is er ook een behoefte om zich te kunnen vereenzelvigen met en trots te kunnen zijn op de eigen wijk en buurt.

Kansen De wijkversterkingsopgave biedt kansen voor de energie­ transitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en beleving en onderhoud van infrastructuur. Daarbij ontstaat er meer diversiteit door andere soorten woningen toe te voegen aan uniforme wijken.

Goede groei De Omgevingsvisie Delft 204010 is de basis voor een goede groei van de stad. We willen dat het in alle buurten prettig wonen is en dat in sterke buurten kansen benut worden om kwetsbare buurten te ontlasten. Dit is een uitdaging, omdat alle verschillende ambities en doelen die we nastreven bij elkaar moeten komen. Dit willen we gebiedsgericht vorm­geven via de woningbouwprogrammering en waar nodig via tijdelijke sturing op instroom. Op wijkniveau maken we met oog voor

een goede groei van de stad - via de werkwijze Stedelijke Programmeren - keuzes die nodig zijn, op basis van de opgaven en kansen per gebied. Hierbij houden we uiteraard rekening met de stedelijke kaders uit deze woonvisie en werken we nadrukkelijk samen met de inwoners van de stad en de wijken.

Ambitie ‘gebiedsgericht werken aan veerkrachtige wijken’. Dit gaan we doen: Ă Omgevingsvisie als basis Ă Stad van korte afstanden Ă Gezond en veilig wonen Ă Veerkrachtige wijken

10 Zie: https://www.delft.nl/omgevingsvisie

Woonvisie Delft 2023-2028

30

7.1 Omgevingsvisie als basis

7.2 Stad van korte afstanden

7.3 Gezond en veilig wonen

In Delft werken we samen met bewoners en organisaties aan de leefbaarheid in de buurten en het verbeteren van het sociale klimaat. Bewoners voelen zich verbonden met hun buurt en zetten zich actief in voor de leefbaarheid van de eigen woon- en leefomgeving. Een leefomgeving die schoon, heel en veilig is en ruimte biedt voor ontmoeting, is de basis. In de Omgevingsvisie Delft 2040 die de gemeenteraad in 2021 heeft vastgesteld, zijn hiervoor de eerste ‘piketpalen’ geslagen.

Delft is een ‘stad van korte afstanden’. De aanzienlijke groei van de stad heeft uiteraard een impact op de stad.11 We bouwen voort op de kracht van Delft en koesteren deze. Dit is de compacte stad met weinig auto’s, veel groen en alle voorzieningen die je nodig hebt voor een prettige leef­ omgeving.

Gezond en veilig wonen in goed onderhouden woongebouwen en woonomgeving is het uitgangspunt. De woonomgeving biedt een passend aanbod van (maatschappelijke) voorzieningen en plekken voor ontmoetingen. De GGD beschikt over veel kennis en kunde op het vlak van een gezonde en veilige woonomgeving. We werken op dit vlak met hen samen. Zie bijvoorbeeld de Kernwaarden Gezonde Leefomgeving van de GGD12, waar we in het gemeentelijk beleid ons voordeel mee kunnen doen in het formuleren van randvoorwaarden of wensen bij nieuwbouw. Ook het politiekeurmerk ‘veilig wonen’ is er hier een van.

De belangrijkste zijn: 1. Ruimte in Delft is een schaars goed. Daar moeten we creatief en zorgvuldig mee omgaan. De openbare ruimte is het visitekaartje van de stad. Het is bovenal de ruimte waar ontmoetingen plaats vinden, waar je het erfgoed van de stad ervaart, waar culturele evenementen worden georganiseerd en waar technologie en innovatie centraal staan. 2. Delft zet in op meer groen (doelmatig onderhouden) en minder verharding. Groen omvat parken, maar ook versnipperd groen, zoals bomen, plantsoenen, geveltuintjes en bloembakken. 3. Delft wil hoogwaardige, moderne en toegankelijke voorzieningen voor iedereen. In gebiedsontwikkelingen en andere relevante ruimtelijke ontwikkelingen zijn maatschappelijke voorzieningen onderdeel van de planvorming. Naast het investeren in nieuwe voorzieningen gaat het ook om het herverdelen en optimaliseren van het bestaande aanbod.

In alle plannen signaleren we – in het licht van de schaarse ruimte – kansen voor wonen, werken en voorzieningen in samenhang met bereikbaarheid, groene leefomgeving en duurzaamheid. We maken steeds bewuste afwegingen en beslissingen over de kwaliteit van het wonen en de leef­ omgeving. Hierbij volgen we de uitgangspunten opgenomen in de omgevings­visie. Een prettige, veilige en leefbare buurt, met maatschappelijke voorzieningen, vraagt samenspel van alle gemeentelijke domeinen. Zo is in de Omgevingsvisie 2040 opgenomen dat in 2040 de buitenruimte in en om de stad voor mens, plant en dier op minimaal hetzelfde kwaliteits­ niveau is als nu. Ook legt de Omgevingsvisie de nadruk op ontmoeten, ontwikkelen en meedoen als sleutel tot prettig samen leven. De openbare ruimte en voorzieningen die we realiseren, dragen hier aan bij. We willen meervoudig gebruik maken van de beschikbare openbare ruimte en deze doel­ matig onderhouden en sociaal veilig ontwerpen. Voor toekomstige gebiedsontwikkelingen en voor een beoordeling van het huidige – maatschappelijke – voorzieningen­ niveau hanteren we referentienormen.

11 Zoals onder andere beschreven in de impactanalyse voor de verstedelijkingsopgave: ‘Delft 2040, ruimte voor keuzes’.

We vragen de woningcorporaties aandacht te hebben voor veilig en gezond wonen. Denk aan brandveiligheid, schimmel­ aanpak en het verwijderen van loden leidingen. Welk beheer van de buitenruimte nodig is, bepalen we en richten we in op basis van een periodieke wijkschouw.

7.4 Veerkrachtige wijken We streven vitale woongemeenschappen na. We staan open voor vormen van zelfbeheer of zelfwerkzaamheid door inwoners. Het vergroten van het verantwoordelijkheidsgevoel van inwoners voor hun directe woonomgeving vraagt ruimte voor experiment. Dat betekent: ruimte om met elkaar nieuwe ervaringen op te doen en daarvan te leren. Ook door fouten

12 https://ggdghor.nl/onderwerp/gezondeleefomgeving-kernwaarden/

Woonvisie Delft 2023-2028

31

te maken. Dit verantwoordelijkheidsgevoel creëren is ook iets van de lange adem. Het begint ermee dat we samen bepalen op welke vlakken we de verantwoordelijkheid en taken kunnen verdelen, hoe we zaken als de aansprakelijkheid goed regelen en we ervoor zorgen dat iedereen de juiste vaardig­ heden heeft. Sommige buurten verliezen aan veer- en draagkracht door instroom van kwetsbare huurders en clustering van deze doelgroepen in complexen. De demografie, de bestaande woningvoorraad en hun prijsklasse dragen hieraan bij. Kleine, goedkopere woningen met een hogere mutatiegraad staan vaak bij elkaar. We sturen in kwetsbare gebieden of complexen zo nodig – tijdelijk – bij op de instroom in sociale huur­ woningen. Dit kan via sturing op het huurprijsniveau, voorrangsregels en/of het soort huurcontract. Bij de instroom gaat het vooral om bijsturing op de verhouding tussen de vrijkomende woningvoorraad tot de aftoppingsgrenzen en de vrijkomende voorraad boven de aftoppingsgrenzen. Hierover maken we afspraken met de (sociale) verhuurders. Daar waar de balans in orde is, volstaat inzet op goede woningen, een woonomgeving die op orde is en een goed functionerend sociaal domein. We voegen die woningen toe waar behoefte aan is. Daar waar we actief concentratie van kwetsbare huishoudens willen tegengaan of verminderen, is extra inzet nodig.

Onder andere door bij te sturen met sloop, bouw, renovatie of een liberalisatieprogramma en door aandacht voor (prijs)differentiatie en extra inzet op sociaal domein en voorzieningen. Dit betekent niet dat we in de meer kwetsbare wijken helemaal geen sociale huurwoningen toevoegen.

Kaart: signalering veerkracht (absoluut), 2020 Deze kaart laat zien welke gebieden vanuit het oogpunt van veerkracht aandacht vragen en welke niet. Veerkracht zegt iets over de mate waarin een gebied weet om te gaan met een toename van kwetsbare bewoners. Als bij een toename van kwetsbare bewoners ook de overlast en onveiligheid toenemen, is dat een signaal dat het gebied mogelijk onvoldoende veerkracht heeft.

Legenda Afname kwetsbare groepen Kwetsbare groepen ongeveer gelijk Veerkracht en beperkte problemen Veerkracht, maar vrij veel problemen Veerkracht, maar veel problemen Niveau problemen ongeveer gelijk gebleven Weinig veerkracht en beperkte problemen Weinig veerkracht en vrij veel problemen Weinig veerkracht en veel problemen

Bron: Leefbaarometer, CBS microdata en WoonZorgwijzer, bewerking In.Fact.Research en Circusvis.

Woonvisie Delft 2023-2028

32

De kaart laat zien in welke sterke buurten sociale woningbouw kan worden toegevoegd om de kwetsbare gebieden te ontlasten, ook voor de laagste inkomensgroep (zie hoofdstuk 8). In de wijken Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West gaan we de komende twintig jaar aan de slag met het programma ‘Wij West, gelijke kansen in Delft’.13 Kansen voor kwaliteitsverbetering van de bestaande wijken liggen er ook in Vrijenban, het TU-gebied en de Kuyperwijk, maar wellicht ook in andere wijken. Het gaat hierbij niet alleen om ingrepen in het fysieke domein, maar ook in het sociaal domein en het veiligheidsdomein. De wijkversterkingsopgave biedt kansen voor de energietransitie, klimaatadaptatie, versterking van de biodiversiteit en het verhogen van de beleving en het onderhoudsniveau van de (groene) infrastructuur. Deze opgaven zijn ook een extra aanleiding om aan de slag te gaan met de wijkversterkingsopgaves. Door andere soorten woningen toe te voegen aan uniforme wijken ontstaat daar meer diversiteit (zie ook hoofdstuk 8). Woonoverlast is de afgelopen twee jaar toegenomen, met name ook vanwege de coronaperiode waarin mensen meer thuis waren. De afdelingen Handhaving, Toezicht en Wonen monitoren dit aandachtig. Waar sprake is van woonoverlast pakken we dit aan met bemiddeling en mediation of met, indien mogelijk, wettelijke middelen.

13 https://www.delft.nl/verbeteren-delft-west

Woonvisie Delft 2023-2028

33

8 Een ‘doorkijk’ naar de wijken De rol die de gemeente inneemt, kan per wijk of buurt verschillen. De ene wijk kan zich meer op eigen kracht ontwikkelen dan de andere. Per wijk nodigen we wijkbewoners, coöperaties, particuliere eigenaren, ontwikkelaars en bouwers, woningcorporaties, zorgaanbieders en andere private partijen van harte uit om samen de kansen op te pakken om te komen tot de gewenste verbeteringen en uitvoer van de Woonvisie 2023-2028.

In dit hoofdstuk beschrijven we de beweging die we voor ons zien in elke wijk.

Verbetering mogelijk Hierbij geldt dat het al goed wonen is in Delft. In onze periodieke Omnibus-enquête zien we bijvoorbeeld dat de rapportcijfers die onze inwoners geven voor de woning en de eigen buurt overal voldoende zijn. We zijn echter nog niet klaar. Op allerlei gebieden is verbetering mogelijk. Hiermee gaan we aan de slag in de wijken. Bron: O&S Delft, Omnibus 2021.

Delft Binnenstad Vrijeban Hof van Delft Voordijkshoorn Tanthof Voorhof Buitenhof Wippolder 6,4 6,6 6,8 7,0 7,2 7,4 7,6 7,8 8,0 8,2 Rapportcijfer Gemiddeld rapportcijfer voor de woning Gemiddeld rapportcijfer voor de buurt

8.1 Delft-Noordoost

Delft-Noordoost bestaat uit de wijken Hof van Delft, de binnenstad, Vrijenban, Delftse Hout en de noordelijke bedrijventerreinen, waaronder DSM. Het gebied is zeer divers. Het omvat het meest historische deel van de stad, de binnenstad met het cultuur-, winkel- en het horecahart, het belangrijkste recreatiegebied en één van de meest beeld­bepalende bedrijven van Delft. Tegelijkertijd is DelftNoordoost een plek om te wonen. Er wonen ruim 35.000 mensen. We zien de komende jaren een toename van bewoners, studenten, werknemers en bezoekers. De druk op het gebied is groot en groeiende. Het centrum is het gebied waarmee Delft zich zowel nationaal als internationaal etaleert, met vooral de kerken en musea, het koninklijk erfgoed en de historische panden aan de grachten. De binnenstad kent verschillende gebruikers­ groepen: bewoners, ondernemers, horecabezoekers, winkelend publiek en toeristen. Er wonen veel studenten; het percentage eenpersoonshuishoudens is hoog. In de binnen­stad wonen jong en oud door elkaar. Van student, tijdelijke expat tot startend huishouden. Maar ook de senior die er al zijn hele leven woont. In de westelijke en zuidelijke buurten wonen verhoudingsgewijs meer studenten, terwijl in de oostelijke en noordelijke buurten het meer gezinnen zijn die het leven van alledag bepalen. Het aantal bewoners en bezoekers groeit.

Het leefbaar houden van de binnenstad is een uitdaging, evenals de ‘mix’ van bewoners. Alle gebruikers moeten zich hoe dan ook thuis kunnen voelen in de binnenstad. Het wonen in de binnenstad mag niet alleen weggelegd zijn voor bewoners met een ‘ruime beurs’. Betaalbare woningbouw moet betaalbaar blijven. De binnenstad heeft weinig ruimte voor nieuwbouw. Het spoorviaduct dat de stad doormidden sneed, is verleden tijd. Tegen het historisch hart van Delft aan verrijst een nieuwe

leefomgeving. Het helen van de stad nadert zijn voltooiing. De spoorzone is veranderd in Nieuw Delft. Deze gebieds­ ontwikkeling ligt op het grensvlak van de gebieden Noordoost, West en Zuidoost. In Nieuw Delft zijn en worden apparte­ menten, woningen met tuin en zelfbouwwoningen voor particulieren en collectieven gebouwd. Nieuw Delft is niet alleen een gebied voor duurdere woningen. De eerste woningen in het gebied waren bijvoorbeeld de studentenwoningen in het complex X-Ray. Ook in de laatste ontwikkelvelden in het zuidelijke deel van Nieuw Delft krijgt deze mix gestalte. Zo realiseren Pieter van Foreest en Woonbron samen een woonzorglocatie met 119 verpleegstudio’s, gecombineerd met 68 sociale huurwoningen. De woningbouw in de laatste fases kan een belangrijke bijdrage leveren aan de doorstroming van ouderen die van een gezinswoning naar een gelijkvloers appartement willen verhuizen op een interessante en uitda-

Woonvisie Delft 2023-2028

35

gende woonplek. Met een deel van de laatste velden mikt het programma dan ook specifiek op deze doelgroep. Het gebied gaat meer en meer leven. Het moet naast woongebied ook een gebied worden waar Delftenaren uit andere delen van de stad graag verblijven. De ruimte in de ontwikkeling voor kleinschalige bedrijvigheid, maatschappelijke voorzieningen en groen draagt hieraan bij. Het eerste deel van het Van Leeuwenhoekpark is op korte termijn al een tastbaar resultaat hiervan. Vrijenban is een zeer groene, ruim opgezette en door gezinnen gewilde wijk. Het is een wijk die zijn aantrekkingskracht heeft door de ligging tussen de Schie en de Delftse Hout. De goede verbindingen met de binnenstad, de A13 en de Delftse Hout maken het woonmilieu aantrekkelijk. Vrijenban is voornamelijk net na de oorlog gebouwd en kent zeven woonbuurten met ieder een sterke identiteit. In de vorige woonvisie werd geconcludeerd dat koop en huur op wijkschaal in evenwicht waren. Voor de komende jaren blijft dit ook het uitgangspunt. De vernieuwing van de Bomenwijk wordt afgemaakt. Grootschalige nieuwbouwontwikkelingen vinden plaats in het Staalweggebied. Aan de Maria Duystlaan komen nieuwe woningen. Veel aandacht zal er nodig zijn voor de oudere delen van de wijk. De Indische Buurt is hier een goed voorbeeld van. En ook over de toekomst van het voormalige woonzorgcentrum Huize Monica denken we na.

Opknappen of nieuw bouwen zal hierbij steeds de afweging zijn, waarbij het gesprek met de bewoners van groot belang is. Een voor Delft bijzondere locatie voor de bouw van nieuwe woningen is de GGZ-locatie. Hier zou een voor Delft uniek en bijzonder woonmilieu gerealiseerd kunnen worden met ruimte voor rust en groen. Maar ook voortbordurend op het (tijdelijk) wonen door (internationale) studenten dat al enige jaren aan de rand van het gebied plaatsvindt.

Hof van Delft is een populaire wijk voor jonge gezinnen. Erg aantrekkelijk vanwege de gunstige ligging ten opzichte van de binnenstad en het station en het ontspannen jaren­ dertig-woonmilieu. Tegelijkertijd is Hof van Delft dichtbevolkt, versteend en kent het weinig openbaar groen en water. Het is een gemengde wijk. Het accent ligt bij de (startende) gezinnen en de stedelijke (hogere en middenklasse) gezinnen. Deze wijk heeft veel particuliere huurwoningen. In de loop der jaren zijn verscheidene woningen, die ooit bedoeld waren voor gezinnen, omgezet naar kamergewijs wonen door studenten (bijvoorbeeld Westerkwartier en Olofsbuurt). Draagkrachtige huishoudens trekken steeds meer uit de wijk. Het gaat vooral om doorgroeiende gezinnen die geen ruimere eengezinswoning in de wijk kunnen vinden. De echt stedelijke gezinnen blijven aan de wijk gebonden. Vanwege de hoge bebouwingsdichtheid

met woningen en het ontbreken van grotere ontwikkellocaties zal er in de Hof van Delft relatief weinig mogelijkheid zijn om woningen toe te voegen.

8.2 Delft-West Delft-West (Voorhof, Buitenhof en Tanthof-West) is met ruim 53.000 bewoners het stadsdeel van Delft met de meeste inwoners. Het is ook het jongste deel van de stad. De afgelopen halve eeuw heeft het gebied veel ruimte geboden aan woningen, maar zeker ook aan werken. Zo zijn er enkele stedelijke voorzieningen gekomen, zoals het winkelcentrum De Hoven en het Reinier de Graaf ziekenhuis, een van de grootste werkgevers in Delft. Delft-West grenst aan groengebieden, maar is ook één van de groenste gebieden in Delft. Al wisselt de kwaliteit van het openbaar groen per buurt. Een substantieel deel van de groeiambities van Delft voor wonen en werken is gepland in Delft-West.

Woonvisie Delft 2023-2028

36

Sommige buurten hebben naast de eerdergenoemde generieke benadering extra aandacht nodig. Dit geldt voor DelftWest. We willen dat het veilig en goed wonen is in DelftWest. Bovendien zetten we ons in voor een toekomst waarin alle bewoners mee kunnen doen, in staat zijn hun kansen te pakken en hun talenten weten te benutten. Een toekomst waarin alle jongeren een goede start in het leven hebben. Delft-West is als één van de twintig gebieden aangesloten bij het ‘Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid’. De rijksoverheid wil met dit programma – samen met gemeente en partners – binnen vijftien tot twintig jaar de toekomst van de bewoners verbeteren, en voorkomen dat problemen zich opstapelen in deze gebieden. Het gaat om problemen rond onderwijs, armoede, gezondheid, werk, wonen en veiligheid. In heel Delft-West wonen veel ouderen. In Tanthof zijn er nu al te weinig geschikte woningen voor deze ouderen. In Buitenhof en Voorhof zijn nu nog wel geschikte appartementen, maar ook dat kunnen er te weinig worden. Er zijn namelijk steeds meer ouderen in vergelijking met jongeren. Omdat ouderen vaak meer zorg nodig hebben, kan er een tekort ontstaan aan bijvoorbeeld apotheken of huisartsen­posten dicht in de buurt. Bewoners willen graag in de eigen buurt en wijk blijven wonen. Maar het ontbreekt aan een betaalbare starterswoning of een aantrekkelijke seniorenwoning.

Buitenhof is een typische uitbreidingswijk uit de jaren zestig en zeventig. De wijk heeft veel galerijflats, maar is daarnaast ook zeer groen en ruim opgezet. Tussen de tien buurten in Buitenhof liggen groenstroken en waterpartijen die van oost naar west lopen en de buurten van elkaar scheiden. Hierdoor vormen de buurten als het ware ‘groene kamers’. Het noordelijk deel van Buitenhof heeft veel galerijflats en portiek­woningen. De zuidelijke buurten hebben vooral

eengezins­woningen. Het merendeel van de sociale woningen van Delft staat in Buitenhof. Er zijn enkele buurten waar alleen maar sociale huur is. Tegelijkertijd is niet één corporatie ‘gebiedseigenaar’. Nieuwbouwontwikkelingen rond het ziekenhuis en het voormalige Delfia-terrein bieden kansen om tot een evenwichtigere samenstelling van bewonersgroepen te komen. Hier wordt voor verschillende doelgroepen gebouwd, waaronder zeker ook voor gezinnen en senioren. Dit doen we door het toevoegen van midden- en hoger segment huur- en koop­woningen en sociale huurwoningen. Op de Kop van Buitenhof wordt, in het verlengde van de nieuwbouw Bethelpark, een gemengd woonprogramma toegevoegd met ruimte voor voorzieningen. In de Kop van Buitenhof wordt ook specifiek voor senioren gebouwd. De bestaande Gilliswijk wordt vernieuwd, met kleinschalige nieuwbouwprojecten, waarmee we andere woningtypen aan de wijk toevoegen. Op het voormalige Delfia-sportpark komt een nieuwe woonwijk met sociale, middeldure en duurdere woningen in een mix van appartementen van verschillende omvang en woningen voor gezinnen. Daarmee wordt dit een wijk waar verschillende typen huishoudens elkaar kunnen vinden in een aantrekkelijke, stedelijke woonomgeving dichtbij voorzieningen. De komende jaren wordt het studentencomplex aan de Van Hasseltlaan gerenoveerd. Er komt ook nieuwbouw.

Dit zal resulteren in een hoger aantal studentenwoningen. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van de openbare ruimte, parkeervoorzieningen en voorzieningen in de plint die ook voor buurtbewoners aantrekkelijk zijn. Typerend aan de naoorlogse wijk Voorhof is de hoogbouw rondom het winkelcentrum De Hoven. Voorhof is destijds volgens de principes van de ‘moderne stedenbouw’ ontworpen.

Woonvisie Delft 2023-2028

37

Voorhof is het geografische middelpunt van de stad. Met de transformatie van de buurt Poptahof startte de vernieuwing van het centrale deel van de wijk. Door de ondertunneling van het spoor en de realisatie van Nieuw Delft sluit Voorhof beter aan op het stationsgebied en de binnenstad. Dit versterkt de aantrekkelijkheid van Voorhof als woongebied. In het kader van ontwikkeling van het Hovengebied ontstaan meer aantrekkelijke woonplekken voor ouderen en jonge starters: dicht bij veel voorzieningen en met een goede verbinding met het station en de binnenstad. De komende jaren staan vooral in het teken van de ‘doorstart’ van de vernieuwing van de Poptahof en het volbrengen van de woningbouwplannen in het Hovengebied. Naast het op peil houden en verbeteren van de sociale voorraad zal het vooral ook gaan om het toevoegen van woningen in het middeldure segment. Er wordt doorgegaan met het toevoegen van duurdere huurappartementen op en rond De Hoven. Woongebouw De Reiger wordt gesloopt. De sociale huurwoningen komen terug, maar er wordt ook middenhuur toegevoegd. Rondom De Reiger krijgt ook het programma Langer en Weer Thuis een uitwerking, met levensloopgeschikte woningen en bijbehorende voorzieningen. Op langere termijn kunnen ook de locaties van verpleeghuis Stefanna en de voormalige verzorgingshuizen Marcushof en Abtswoude worden aangepakt.

Realisering van nieuwe collec­tieve woonvormen voor ouderen, al dan niet in combinatie met andere doelgroepen, is hier kansrijk. Het woon­ concept Abtswoude Bloeit zou als voorbeeld kunnen dienen. De wijk Tanthof (Oost en West) is de grootste woonwijk van Delft, met veel eengezinswoningen, die we koesteren. Met doorstroming van senioren komen deze woningen steeds meer beschikbaar voor gezinnen. In plaats van grootschalige stadsvernieuwing van de oude wijken, is in Delft in de jaren

’70 en ‘80 meer ingezet op uitbreiding van wonen ‘in de polder’. Tanthof is een groene wijk met een dorps karakter. De weg Abtswoude splitst de wijk in twee delen: TanthofOost en Tanthof-West. Ten zuiden van de wijk ligt het recreatiegebied Midden-Delfland. Tanthof-Oost en TanthofWest onderscheiden zich van elkaar door het verschil in bouwstijl. Oost heeft veel woningen in de bouwstijl van de jaren tachtig: de woonerven, verkeersdrempels en een wat schrale, stenige uitstraling. Tanthof-West straalt meer zakelijkheid uit en de stedenbouwkundige structuur is helderder.

In Tanthof neemt het absolute aantal inwoners en de huishoudensgrootte af. De wijk vergrijst, al stromen er ook weer jonge gezinnen in. Veel mensen wonen er naar tevredenheid. Goedkope huurwoningen (HAT-eenheden) zijn te veel geconcentreerd. Om tot meer doorstroming te komen, zouden er seniorenwoningen gebouwd moeten worden. Daarnaast zijn ook woonkansen nodig voor jongeren uit de wijk die een start willen maken op de woningmarkt en starters die een voorkeur hebben voor het bijzondere karakter van Tanthof. Dit mag volgens de bewoners niet ten koste gaan van het groen. Bewoners vinden dat Tanthof zich niet leent voor hoogbouw. Door heel Delft-West worden verspreid over de jaren verschillende wooncomplexen gerenoveerd, in lijn met de verduurzamingsopgave en de vraag naar extra woningen.

Woonvisie Delft 2023-2028

38

Voordijkshoorn is een ruim opgezette wijk met veel groen, water en voorzieningen. De wijk kent gevarieerde buurten van naoorlogse meergezinshuizen tot eengezins nieuwbouwhuizen in de grote uitbreidingslocatie Harnaschpolder. En daartussen laagbouwuitbreiding uit de jaren tachtig in de Ecoduswijk en de Hoornse Hof uit de jaren negentig. Dit zijn veelal buurten waar veel gezinnen met kinderen zich thuis voelen. Waar alleen de Kuyperwijk-Zuid veel draagkrachtigen verliest, trekken de Molenbuurt en Den Hoorn (Harnaschpolder) en Hoornse Hof veel gezinnen. Het nadeel van de sterke gerichtheid op kinderrijke gezinnen is dat er veelal huishoudens wonen in één levensfase. In de oudere buurten is het aandeel corporatiehuurwoningen groter dan het gemiddelde. Hier zien we kansen voor starters. Aandacht zal er dan ook moeten

zijn voor een voorzieningenaanbod dat aantrekkelijk is voor jonge mensen. Op verschillende plaatsen in de wijk werken de woningcorporaties aan verduurzaming en vernieuwing van hun woningvoorraad. Over niet al te lange tijd is de Kuyperwijk ook een nieuw appartementengebouw rijker. ‘De Tuin van Teding', met 32 voor ouderen geschikte koop­appartementen, ligt midden in het groen en verrijst langs de Teding van Berkhoutlaan. Nieuwe woningen voor ouderen zullen ook worden gerealiseerd aan de Van Kinschotstraat. Voor wat betreft de lange termijn (na 2030) zal onderzocht worden in hoeverre ook het gebied Beatrixzone en Kruithuisweg een bijdrage kan en moet leveren aan de vraag naar ruimte voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

8.3 Delft-Zuidoost Delft-Zuidoost is met slechts 15.000 bewoners het dunst bevolkte stadsdeel van Delft. De afgelopen eeuw is in het gebied vooral ruimte geboden aan bedrijven en hoger onderwijs: in het gebied studeren (in 2022) meer dan 31.000 studenten en werken ruim 22.000 mensen, bijna de helft van het totaal aantal werkzame personen in Delft. Hierdoor is dit een stadsdeel van passanten: grote stromen mensen komen doordeweeks ‘s ochtends het gebied in en trekken aan het eind van de middag weer weg. Ook de grote aantallen studenten die in het gebied wonen zijn in zekere zin passanten: veel van hen wonen er maar een paar jaar. Uit cijfers blijkt dat de sociale cohesie in de studentenbuurten laag is. Schieoevers en TU Delft-campus domineren Zuidoost, maar er zijn ook andere deelgebieden, zoals het buitengebied en de aan de noordzijde gelegen woonbuurten. Deze buurten hebben (fiets)verkeers­ drukte en straten met veel verkamerde woningen voor

studenten. De buurten kennen ook andere opgaven. Een substantieel deel van de kwantitatieve groeiambities van Delft op het gebied van wonen en werken is gepland in Delft-Zuidoost, met name in Schieoevers en TU Delft-campus. Ook het aantal studenten neemt naar verwachting nog fors toe. De wijk Wippolder is een gebied met verschillende woonbuurten met hoofdzakelijk vooroorlogse woningen. Er is een sterke scheiding tussen de noordelijke reguliere woonbuurten en de TU-campus. Evenals in de wijk Hof van Delft zijn veel oorspronkelijke gezinswoningen omgezet naar wonen voor studenten. Het wonen voor studenten concentreert zich in een aantal straten en levert botsingen tussen leefstijlen op. Bewoners, huiseigenaren en gemeente zijn structureel met elkaar in gesprek om overlast te voorkomen. De nieuwbouw in de Schoemakerplantage wordt afgebouwd. Naast de gezinswoningen met tuin zijn er nog plannen voor appartementen in het goedkopere segment. Deze kunnen interessant zijn voor starters en wonen met zorg. In de Zeeheldenbuurt wordt Gele Scheikunde aangepakt. Het voormalige faculteitscomplex van de TU Delft is een uniek stukje stad. Dat vraagt om een programmatische invulling die voor onze stad bijzonder en onderscheidend is. Hier kan een bijzonder woonmilieu ontstaan dat elders in de stad nog ontbreekt.

Gedacht moet worden aan Delftenaren die vrijheid en onafhankelijkheid erg belangrijk vinden en gericht zijn op vernieuwing. Schieoevers en TU Delft-campus transformeren naar een innovatie­­district. Om het gebied aantrekkelijk te maken voor in­­novatie, werken we toe naar een gemengd stadsdeel waar ruimte is voor bedrijven, onderzoek en onderwijs. En waar woningen en voorzieningen worden toegevoegd. Deze dragen bij aan de levendigheid van het gebied, ook in de avonduren en het weekend.

Woonvisie Delft 2023-2028

39

Schieoevers-Noord (Kabeldistrict, stationsgebied Delft Campus en Nieuwe Haven) in Delft verandert de komende jaren in een levendig en energiek nieuw stuk stad. Van een industrieterrein naar een gemengd werk- en woongebied. Een plek waar innovatie werkelijkheid wordt. Waar duurzaamheid en nieuwe ontwikkelingen elkaar ontmoeten. En waar werken, wonen en recreëren nieuwe combinaties vormen. Het noordelijk deel van Schieoevers ligt zeer aantrekkelijk tegen de binnenstad aan en tussen de twee stations. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door twee woonwijken en aan de oostzijde door de TU-campus. De rol van Schieoevers is het onderbrengen van de functies werken, cultuur, broedplaats creatieve economie, sport, ontspanning, ontmoetingsplekken en wonen. Op dit moment kent het gebied deels al een cultureel pioniersklimaat met verscheidene – tijdelijke – functies en activiteiten in de Schiehallen en het tijdelijk woonproject met tiny houses aan de Vulcanusweg. Een mix van verschillende woningen en bewonersgroepen past goed in het gebied. De bewoners van het gebied maken een bewuste keuze om juist in dit bijzondere gebied te gaan wonen. Dit kan zijn vanwege het levendige karakter, maar ook omdat er werkgelegenheid in de buurt is. Daarnaast zullen er ook ouderen zijn die de levendigheid verkiezen boven een rustige leefomgeving. Schieoevers-Noord is ook geschikt voor jonge starters.

Dit kunnen studenten en afstudeerders van de TU Delft zijn, maar ook andere jonge Delftenaren. Door het bijzondere karakter van Schieoevers-Noord, leent het gebied zich ook goed voor het experimenteren met nieuwe woonconcepten. Hiermee kan het gebied zich nog verder onderscheiden van andere wijken en buurten in Delft. Denk aan tijdelijke woningen, maar ook gebouwen waarin wonen en werken gecombineerd kunnen worden, woningen die flexibel in te richten zijn en vormen van collectief wonen. Het is belangrijk

om inzicht te krijgen en te houden in de wensen en beelden die mogelijk toekomstige bewoners hebben bij de woningen en de woonomgeving. Het aanbod kan worden afgestemd op de vraag, het woonklimaat kan meegroeien met de vraag.

mogelijk gecombineerd met andere huishoudens die een dergelijk gebied aantrekkelijk vinden – huisvesten we op en rond het campusgebied. De bereikbaarheid van stad naar campus en de sociale cohesie in gebieden met veel studentenwoningen zijn aandachtspunten.

Onderdeel van het te herontwikkelen noordelijke Schieoeversgebied is het gebied rond het vernieuwde station Delft Campus dat grenst aan de westelijke stadswijken. Dit stations­gebied wordt een nieuw stedelijk gebied waar gewoond en gewerkt kan worden. Doel is om te verdichten rondom knooppunten van openbaar vervoer, om op duurzame wijze te voldoen aan de vervoersvraag. Uitgangspunt is hier een gemengd stedelijk gebied te ontwikkelen, met een mix van programma en functies. Het ligt voor de hand om met de woningbouw in het gebied station Campus en omgeving vooral in te spelen op zowel woonvragen uit de aangrenzende wijken Voorhof als Tanthof, als ook op de vraag van mensen die in Delft werken of studeren en er ook willen wonen. Appartementen voor studenten en Delftenaren die vanwege werk in Delft en in de nabijheid van openbaar vervoer willen wonen, zijn te vinden bij het station. Appartementen voor met name ouderen uit Tanthof en Voorhof bevinden zich op de locaties grenzend aan deze wijken. Het gebied leent zich ook om in te spelen op de vraag naar goedkope woningen voor starters of andere groepen met een smalle beurs, vooral afkomstig uit de aangrenzende wijken. De TU Delft-campus is in 2040 ontwikkeld tot een sleutel­ locatie in de stad voor het wonen. Wonen gecombineerd met stedelijke functies en een verblijfsklimaat dat aansluit bij de stad.

We werken toe naar een situatie waar er zeven dagen per week en zestien uur per dag sprake is van levendigheid. Nieuwe grootschalige clusters van studentenwoningen – waar

Woonvisie Delft 2023-2028

40

8.4 Focus per wijk Binnenstad

Vrijenban

Voordijkshoorn

Hof van Delft

Nieuw Delft

Voorhof

Buitenhof

Tanthof

Wippolder

Schieoevers

TU-campus

Uitbreiding voorraad voor: De matrix hiernaast vat samen waar we in elke wijk de focus willen leggen. Hier geven we slechts een beginpositie weer, gebaseerd op deze woonvisie. De matrix zal worden gebruikt om in samenspraak met partners en met de wijken en buurten te bepalen waar accenten moeten worden gelegd en te zorgen voor een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad op wijk- en buurtniveau. Naar mate de uitvoering van de woonvisie 2023-2028 vorm krijgt – samen met de stad in de buurten – zullen we accenten scherper kunnen bepalen en actualiseren we dit overzicht.

Senioren

++

+++

+++

+++

+++

+++

+++

+++

+++

+++

+

Huishoudens met behoefte aan zorg dichtbij of

+

+++

+++

+++

+++

+++

+++

+++

++

++

+

+

+

+

+

+++

+++

+++

+

+

++

+

Naar doelgroep:

op afroep Huishoudens voor ouderen met een behoefte aan intramuraal wonen Doorstromende gezinnen/huishoudens

+++

+

+

+

+++

++

+

++

++

+++

+

Startende gezinnen

+++

+

+

+

+++

++

++

+

++

+

++

Jongeren

+++

+++

+++

+++

++

++

+

+

+++

+++

++

Studenten

+

+

+

+

+

+

+

+

+

++

+++

+++

+++

+++

++

+++

+

+

++

+++

+++

+++

Naar prijssegment: Betaalbaar segment Middensegment

++

++

++

++

++

+++

+++

+++

+++

+++

+++

Duur segment

+++

++

++

++

++

++

++

+++

++

+++

+

+ = beneden gemiddeld aantrekkelijk voor realiseren woonopgave ++ = gemiddeld aantrekkelijk voor realiseren woonopgave +++ = boven gemiddeld aantrekkelijk voor realiseren woonopgave

Woonvisie Delft 2023-2028

41

9 De stad maken we met elkaar De ambities in de Woonvisie 2023-2028 bereiken we alleen door samen te werken met partners in de stad. Maar wel met een duidelijke rolverdeling: waar zijn wij als gemeente van en waar hebben wij anderen nodig. Dat betekent dat we in sommige gebieden regisserend zullen handelen. In andere gebieden past een meer faciliterende aanpak. Met woningcorporaties en huurdersorganisaties, eigenaar-bewoners, verenigingen van eigenaren, eigenaar-verhuurders, (institutionele) vastgoedeigenaren en ontwikkelende partijen, nutsbedrijven, de provincie, de regio en buurgemeenten. En bovenal: met al onze inwoners.

Dit doen we op verschillende manieren, passend bij het niveau van visie- en beleidsvorming en uitvoering: • Op het niveau van de stad: richtinggevend via de omgevingsvisie, deze woonvisie en de woningbouwprogrammering. • Op het niveau van de wijk en buurt (gebied): opgavegericht en gebiedsgericht samen werken aan de wijk (bewoners/ vertegenwoordigers, partners en gemeente). Het programma ‘Wij West, gelijke kansen in Delft’ staat in de schijnwerpers, maar ook elders gaan we opgavegericht aan de slag. • Op het niveau van projecten: iedereen doet mee. We halen de mening van de bewoners op, op basis van de participatieaanpak Delfts Doen. • Op het niveau van individuele casussen: ‘er zijn’, ‘doen wat nodig is’, ruimte voor maatwerk bij uitvoerende medewerkers. Hierin leggen we de noodzakelijke verbindingen met de andere gemeentelijke beleidsdomeinen. We werken zoveel als mogelijk integraal op wijk- en buurtniveau.

Samenwerking We gaan de samenwerking met de verschillende belangen­ organisaties een structureel karakter geven in de vorm van een nog op te richten representatief Delfts Woonplatform. Op elk dossier kijken we naar de mogelijkheden om met onze samenwerkingspartners en woningeigenaren de uitvoeringskracht te versterken en te verhogen.

niseerd zijn of een stem hebben. We leggen ons woon­beleid (‘waar staan en waar willen we naar toe’) structureel uit. Op het niveau van de stad, de wijk, de buurt en het complex. We geven steeds inzicht in waar we staan en waar we naartoe willen en gaan, het waarom hierachter en de keuzes die we maken.

Meer regie We zetten in op meer gemeentelijke regie en sluiten aan bij de nieuwe mogelijkheden die de gemeente in landelijke wet- en regelgeving krijgt. Hierbij geldt dat onze sturingsmogelijkheden groter zijn wanneer de gemeente zelf grondeigenaar is, of we kunnen beschikken over een specifiek wettelijk sturings­ instrument.

Maximale bijdrage De samenwerking met (institutionele) vastgoedeigenaren, grote particuliere verhuurders en ontwikkelende partijen geven we graag een structureel karakter.

We vragen de woningcorporaties een maximale bijdrage aan de woonvisie te leveren, uiteraard passend binnen het werkterrein van de woningcorporaties, zoals afgebakend door de Woningwet en binnen de financiële mogelijkheden. Wanneer de (financiële) mogelijkheden van de corporaties veranderen, zoeken we in overleg naar passende oplossingen. Het maken van prestatieafspraken is een proces van intensieve samenwerking, maar we willen het graag simpel houden. Hierbij geldt dat de partijen in beginsel aan dezelfde doelen werken. Wederkerigheid in onze relatie is dan ook logisch. We vragen in deze woonvisie het nodige van de woningcorporaties en de huurdersraden, maar zij mogen ook iets terugverlangen. Wederkerigheid en maximaal presteren vereist transparantie in elkaars mogelijkheden en een gemeente die intern goed samenwerkt. Met elkaar willen we de opgaven en ambities verbinden met ieders (financiële) mogelijkheden. Hiervoor werken we in het eerste woonvisiejaar een systematiek uit.

Opgavegericht en gebiedsgericht samen werken aan de wijk

De gemeente vertegenwoordigt de belangen van alle inwoners van Delft en het belang van de toekomstige inwoners van de stad en groepen woningzoekenden die niet of minder geor­ga­

Woonvisie Delft 2023-2028

43

Bijlage 1 Plannen in voorbereiding in detail

Deze bijlage geeft een beknopt overzicht van de planvoorraad die beschikbaar is voor woningbouw, met als peildatum februari 2023. Een aantal kanttekeningen vooraf: • Planuitval: belangrijk aandachtspunt bij de genoemde cijfers is planuitval. Een gedeelte van alle bekende woningbouwplannen kan om allerlei redenen niet, of pas veel later, worden gerealiseerd. Het percentage planuitval proberen we zoveel als mogelijk te beperken, maar 30% planuitval is geen uitzondering. De daadwerkelijke jaarlijkse toevoegingen in de Delftse woningvoorraad liggen dus lager dan de genoemde getallen. • Harde en zachte plannen: we maken onderscheid tussen harde en zachte plannen. ‘Hard’ betekent in de nieuwe definitie van het Rijk (in het kader van de monitoring van de beoogde versnelling woningbouw) dat er ten minste één vastgesteld bestemmingsplan met of zonder uitwerkingsplicht is. ‘Zachte’ plannen zijn opties, visies, plannen in voorbereiding en vastgestelde bestemmingsplannen met wijzigingsbevoegdheid. Ongeveer de helft van de harde plannen in Delft bestaat uit het recent vastgestelde bestemmingsplan Schieoevers-Noord. Deze gelden als harde plannen, maar er lopen nog wel procedures bij de Raad van State. Ook met harde plannen bestaat er overigens geen 100% zekerheid dat de woningen daadwerkelijk gebouwd worden.

• Woningen en studentenwoningen: we maken in de plannen onderscheid tussen reguliere woningen en studentenwoningen. Aandachtspunt hierbij is dat één studentenwoning bewoond wordt door één student. Eén woning biedt gemiddeld aan meer mensen plek.

• Schieoevers: Schieoevers draagt ruim 7.500 woningen bij aan de genoemde getallen. Ruim 4.000 hiervan zijn de geplande woningen in het Kabeldistrict, Nieuwe Haven en het station Campus-gebied. Het meest ver in de tijd zijn daarnaast – op basis van het Ontwikkelplan Schieoevers14 – circa 3.300 woningen opgenomen voor het zogeheten ‘Koersbeeld’ voor de rest van Schieoevers. Hoe verder richting 2040, hoe meer de aantallen worden gekleurd door bovengenoemde ontwikkelingen op Schieoevers. 14 https://www.delft.nl/ontwikkelplan

Planvoorraad naar planstatus hard/zacht (afgerond op 100-tallen) Jaartal

Hard

Zacht

Totalen planvoorraad

2022-2026

4.600

1.500

6.100

2027-2031

1.700

3.700

5.500

2032-2036

1.000

2.800

3.800

2037-2040 Totaal 2022-2040

0

1.400

1.400

7.300

9.400

16.700

Planvoorraad naar woningtype (afgerond op 100-tallen) Eengez. woningen (grondgeb.)

Meergez. woningen

Studentenwoningen

Totalen planvoorraad

Sloop

2022-2026

700

4.700

700

6.100

-700

2027-2031

100

3.700

1.600

5.500

-300

2032-2036

0

2.900

900

3.800

0

Jaartal

2037-2040 totaal 2022-2040

0

1.200

200

1.400

0

800

12.500

3.400

16.700

-1.000

Woonvisie Delft 2023-2028

45

De genoemde aantallen studentenwoningen zijn zelfstandige woningen. Dat is nodig om de bewoners voor huurtoeslag in aanmerking te laten komen. Er staan geen nieuwe onzelf­ standige wooneenheden in de planning. DUWO realiseert het nieuwbouwproject aan de Balthasar van der Polweg nog als zelfstandige studentenwoningen. Bij toekomstige projecten wil DUWO zelfstandige woningen combineren met gemeenschappelijke ruimten/voorzieningen als onderdeel van de mix met zelfstandige studentenwoningen. Een deel van de studenten­woningen wordt gerealiseerd door andere ontwikkelaars dan DUWO.

Planvoorraad naar prijssegment

1.000

800

2027-2031

900

1.600

700

400

2032-2036

500

900

700

400

2037-2040 Totaal 2022-2040

Totale planvoorraad

Dure huur >€1000

700

Onbekend

Middenhuur €808-€1000

1.400

Overige koop >€355.000

Studentenwoningen <€808

2022-2026

Betaalbare koop <€355.000

Jaartal

Sociale huur <€808

Planvoorraad naar woningtype (afgerond op 100-tallen)

200

1.800

200

6.100

400

1.000

500

5.500

200

1.100

0

3.800

200

200

300

200

100

400

0

1.400

2.900

3.400

2.700

1.900

900

4.200

700

16.700

Woonvisie Delft 2023-2028

46

Colofon Fotografie, met dank aan: EllemiekeFotografie, Armando Ello Fotografie, Vincent Basler Fotografie, Alyssa van Heyst Fotografie, Jurrian Arnold, Stichting DUWO, Stedelink, Woonbron, Habion, Liv Inn, gemeente Delft. Dit is een uitgave van Gemeente Delft Postbus 78, 2600 ME Delft Telefoon 14015 Internet www.delft.nl November 2023

Woonvisie Delft 2023-2028

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13493542/1