1. Toelichting op Algemene uitkering, decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tekst van het document
Bijlage 1: toelichting op Algemene uitkering, decentralisatie- en integratieuitkeringen Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota van het rijk, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota van het Rijk. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen uit het gemeentefonds: 1. Algemene uitkering (algemene mutaties en taakmutaties) 2. Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen. De belangrijkste componenten in de septembercirculaire 2022 (gepubliceerd op 21 september 2022) zijn extra loon- en prijsbijstelling, de afrekening van het BTW CompensatieFonds (BCF), ophoging van de Energietoeslag en een eenmalige rijksbijdrage in 2026. Leeswijzer Dit memo bevat een nadere toelichting op de Algemene uitkering (paragraaf 1), de Decentralisatie- en Integratieuitkeringen (paragraaf 2) en overige informatie (paragraaf 3). In bijlagen A en B staat een toelichting op de concrete taakmutaties en op wijzigingen in de decentralisatie-en integratie-uitkeringen. 1. Algemene uitkering De Algemene uitkering is vrij besteedbaar. De aanpassingen bestaan uit algemene mutaties en taakmutaties.
Algemene mutaties De algemene mutaties in de Algemene uitkering zijn van invloed op de financiële ruimte van de gemeente zonder dat sprake is van veranderingen in het takenpakket. Tabel 1. Algemene mutaties Specificatie Algemene uitkering Algemene mutaties
*€ 1.000
a. Accres b. BCF c. Eénmalige rijksbijdrage d. Maatstaven e. Belastingcapaciteit Mutatie algemene uitkering
2022 -754 1.971
2023 3.953
2024 1.410
2025 -529
2026 -1.384
516 460 2.193
-202 373 4.124
-350 227 1.287
-350 92 -787
5.643 -297 -59 3.903
a. Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres (dat is het Franse woord voor ‘groei’) genoemd. Als de rijksuitgaven achter blijven bij de planning, wordt dat onderbesteding of onderuitputting genoemd. Om het accres stabieler te maken is afgelopen voorjaar afgesproken om het volumedeel van het accres voor 2022-2025 vast te zetten. Dit betekent dat het accres tot en met 2025 vanaf deze circulaire uitsluitend wijzigt als gevolg van loonen prijsontwikkelingen. De rijksoverheid neemt in de meerjarenraming een loon- en prijsontwikkeling (LPO) op en raamt dus inclusief inflatie. Voor alle gemeenten geldt dat de jaren t en t+1 worden geraamd 1
op basis van lopende prijzen. De meeste gemeenten (w.o. Delft) ramen vanaf t+1 tegen constante prijzen omdat ze een stabiel budgettair beeld willen creëren, lasten en baten houden hetzelfde niveau. Bij deze gemeenten wordt vanaf het jaar t+2 voor het effect van de inflatie gecorrigeerd. Bij de correctie van lopende prijzen naar constante prijzen is de afgelopen jaren het indexcijfer voor de prijsmutatie Bruto binnenlands product (Bbp) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te laag gebleken. Met ingang van de septembercirculaire 2022 vindt de correctie van lopende prijzen naar constante prijzen plaats op basis van de compensatie die gemeenten krijgen voor de loon- en prijsontwikkeling (LPO). Hierdoor is sprake van een sluitend systeem, maar ontstaat bij het accres wel een nadeel vanaf 2025 omdat de correctie nu groter is. b. BTW Compensatie Fonds Rekening is gehouden met de afrekening van het BTW Compensatie Fonds (BCF) voor het jaar 2022. Dit fonds is bestemd voor terugvordering van BTW door gemeenten en kent een plafond waarbij overschotten/tekorten worden verrekend met het gemeentefonds. Omdat gemeenten minder hebben gedeclareerd bij het BCF dan verwacht in de Septembercirculaire 2021 is de ruimte onder het plafond groter en ontstaat incidenteel voordeel. Dit voordeel verrekenen we met de stelpost Ruimte onder plafond BCF waarmee is geanticipeerd op het voordeel.
c. Eénmalige rijksbijdrage In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is de bestaande systematiek voor bijstelling van de Algemene uitkering met ingang van 2026 beëindigd en vervangen door een vast bedrag dat uitsluitend wordt bijgesteld voor loon- en prijsbijstelling. In aanvulling hierop werkt het Rijk met gemeenten en provincies aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In aanloop daarnaartoe stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Hiervan ontvangt Delft € 5,643 miljoen. d. Maatstaven (hoeveelheidsverschillen) De verdeling van de algemene uitkering wordt voor een groot deel bepaald op basis van lokale maatstaven. Maatstaven zijn bijvoorbeeld aantallen inwoners, woonruimten, bijstandsontvangers en oppervlakte. Bij elke circulaire worden de maatstaven geactualiseerd. Vanaf uitkeringsjaar 2023 is door de invoering van het nieuwe verdeelmodel sprake van een groot aantal wijzigingen in de verdeelmaatstaven. e. Belastingcapaciteit Voor de maatstaven onroerendezaakbelasting (OZB) is de actuele belastingcapaciteit verwerkt. Dit gebeurt op basis van actuele WOZ-waarden (opgave CBS) en de landelijke (reken)tarieven. Per saldo is sprake van een voordeel. Taakmutaties Naast algemene mutaties is ook sprake van taakmutaties. Dit zijn mutaties die veelal corresponderende gevolgen hebben voor uitgaven van de gemeente.
Als het door het rijk geformuleerde beleid in lijn is met door de raad geformuleerde doelstellingen en recent niet al eigen middelen voor hetzelfde doel zijn vrijgemaakt, vindt in beginsel aanpassing van het uitvoeringsbudget conform het rijksbeleid plaats. In bijlage A staat een toelichting op de taakmutaties. De grootste taakmutatie gaan over de Energietoeslag. In de meicirculaire van dit jaar heeft verwerking plaats gevonden van het beschikbaar gestelde bedrag van € 854 miljoen in verband met het verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. In het debat over de Voorjaarsnota op 5 juli jl. heeft het Kabinet aangekondigd het richtbedrag van de eenmalige energietoeslag te verhogen, van € 800 naar € 1300 voor 2
mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. De verdeling van deze aanvulling via de algemene uitkering is nu verwerkt. Energietoeslag 2023 Het kabinet heeft tevens besloten om in 2023 nogmaals € 1.300 aan de doelgroep uit te keren (Miljoenennota 2023). Om huishoudens in 2022 nog beter te ondersteunen, wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om € 500 al in 2022 uit te keren. Gemeenten hebben onder de huidige wetgeving de tijd om de toeslag tot 1 juli 2023 uit te keren. Over de verdeling van de middelen in 2022 volgt zo spoedig mogelijk nadere informatie. Studenten komen niet in aanmerking voor de Energietoeslag maar kunnen wel terecht bij de individuele bijzondere bijstand. Het kabinet stelt een bedrag van € 35 miljoen beschikbaar voor de uiterste gevallen waarin dit nodig is. Over de wijze van toekenning en de verdeling van de middelen gaat het kabinet nog in overleg met gemeenten. Goed Verhuurderschap In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel Goed Verhuurderschap en zullen naar verwachting in 2023 in werking treden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel.
In de decembercirculaire volgt informatie over de verdeling van de financiële middelen.
2. Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Onderdeel van het Gemeentefonds zijn integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Dit zijn uitkeringen die (nog) niet via de reguliere verdeelmaatstaven aan gemeenten worden toegekend. De middelen zijn vrij besteedbaar en er is geen verantwoording naar het Rijk benodigd zoals bij Specifieke uitkeringen. Wel geldt dat de uitkeringen met een bepaald doel worden verstrekt en dat mutaties corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven kunnen hebben. Als het door het rijk geformuleerde beleid in lijn is met door de raad geformuleerde doelen en recent niet al eigen middelen voor hetzelfde doel zijn vrijgemaakt, vindt in beginsel ophoging van het bijbehorende budget conform het rijksbeleid plaats. In bijlage B staat een toelichting op alle nieuwe en gewijzigde integratie- en decentralisatieuitkeringen. In de septembercirculaire zijn nieuwe decentralisatie-uitkeringen opgenomen voor de invoeringskosten van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging bouw alsmede voor Leerlingenvervoer Oekraïne. 3. Overige informatie Herijking verdeling gemeentefonds De nieuwe verdeelmodellen zijn verwerkt in het gemeentefonds met ingang van 1 januari 2023. Deze uitkomst is geen eindstation en vraagt continu onderhoud. De fondsbeheerders nemen het advies en het voorstel voor een onderzoeksagenda over van de raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).
De onderwerpen op de onderzoeksagenda betreffen: Herverdeeleffecten toetsen aan financiële draagkracht Verdeelvoorstel sociaal domein jaarlijks toetsen Apart onderzoek naar grootstedelijkheid (G4 en 100.000+ gemeenten, w.o. Delft) Heroverweging maatstaven centrumfunctie en eenpersoonshuishoudens voor sociaal domein Verevening overige eigen middelen (belastingcapaciteit) 3
Onderzoek kosten cluster Bestuur en ondersteuning en investeringsgerelateerde uitgaven Evaluatie verdeelmodel (2024) Verdeelmodel sociaal domein baseren op risicofactoren per huishouden
De invoering van het nieuwe model zal tijdig geëvalueerd worden en aan de hand van deze evaluatie zal besloten worden over het traject 2026 en verder. Inkomstenderving (covid-19) Met decentrale overheden is afgesproken dat zij reële compensatie ontvangen voor extra uitgaven en gederfde inkomsten door corona in 2021. Op dit moment wordt gewerkt aan het vaststellen van de inkomstenderving per gemeente over 2021. Het streven is dat voor zoveel mogelijk gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar vast te stellen en deze te verwerken in de decembercirculaire 2022.
4
Bijlage A: Toelichting op Taakmutaties (baten) Conform de Begrotingsregels is getoetst of de middelen voor taakmutaties exact in deze omvang benodigd zijn. Als dat het geval is, wordt een budget geraamd op het beleidsprogramma. Specificatie Algemene uitkering 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
2022 -27 -2 -9
Taakmutaties Landelijke Vreemdelingen Voorziening Jeugdhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg BRP en BSN naheffing 2021 en bijdrage 2022 Participatie IPS Regeling Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten Bijdrage centrale financiering GDI Taakmutaties: uitname Energietoeslag Asiel (inburgering) Taakmutaties: uibreiding takenpakket
-38 2.563 118 2.681
Totaal taakmutaties
2.643
2023
2024
2025
2026
-73 -134 -45 -252
-139 -47 -186
-144 -48 -192
-134 -44 -178
264 264
207 207
-
-
12
21
-192
-178
In de circulaire zijn de baten die verlaagd of toegevoegd worden nader toegelicht. Hierna is de informatie uit de circulaire samengevat en op onderdelen toegespitst op Delft. Tevens is een voorstel voor de verwerking toegevoegd. 1. Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021. In afwachting van een nieuwe, structurele, regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2022 via een specifieke uitkering. Ook deze verlenging wordt gezamenlijk bekostigd door Rijk en gemeenten. Voorstel: incidentele uitname komt ten laste van de algemene middelen. 2. Jeudhulp: subsidieregeling continuïteitsregeling cruciale jeugdzorg Voorstel: incidentele uitname komt ten laste van de algemene middelen. 3. BRP en BSN naheffing 2021 en bijdrage 2022 Gemeenten maken gebruik van de centrale voorzieningen van de Basisregistratie Personen (BRP). Ten opzichte van de begroting en van de voorlopige staffelindeling is in 2022 meer gebruik gemaakt van deze voorziening. Daarnaast is er een naheffing voor gemeenten voor het gemeentelijk gebruik van de BRP over 2021 en maken gemeenten gebruik van het Burger Service Nummer (BSN). Voorstel: incidentele uitname komt ten laste van de algemene middelen. 4.
Participatie: IPS Regeling Met de regeling individuele plaatsing en steun (IPS) is worden bijstandsgerechtigden die bij de GGZ in behandeling tijdens die behandeling al geplaatst op werk. Ze ontvangen daarbij extra begeleiding. Delft is één van de gemeenten die al eerder gestart is met dit instrument en in de regio de best presterende gemeente is. Dat willen we in 2023 graag voortzetten, dat wil het Rijk ook. Daarbij verlangt het Rijk nu 50% co-financiering van de gemeente. Hiervoor is geen budget beschikbaar in 2023 binnen het programma. Voorstel: incidentele uitname komt ten laste van de algemene middelen. 5. Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten De VNG en het ministerie van VWS zijn overeengekomen om met ingang van 2023 een structureel bedrag uit te nemen uit het gemeentefonds ten behoeve van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gezien de onzekerheid over de kostenontwikkeling evalueren de VNG en het ministerie van VWS deze afspraak na vier jaar (dus in 2026), op basis van de 5
werkelijke uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wmo. Op basis van de evaluatie kan besloten worden om de structurele uitname uit het gemeentefonds naar boven of naar beneden bij te stellen. Voorstel: uitname komt ten laste van budget. 6. Bijdrage centrale financiering GDI De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) is centraal onder gebracht bij het ministerie van BZK. Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI. De centrale financiering wordt gerealiseerd door de structurele bijdragen van onder andere gemeenten, ministeries en andere gebruikers. Op basis van deze huidige centrale financiering, is korten op het bestaande budget onmogelijk. Voorstel: uitname komt ten laste van de algemene middelen. 7. Energietoeslag In de meicirculaire van dit jaar heeft verwerking plaats gevonden van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen. In het debat over de Voorjaarsnota op 5 juli jl. heeft het Kabinet aangekondigd het richtbedrag van de eenmalige energietoeslag te verhogen, van € 800 naar € 1300. Het kabinet heeft hiervoor een eenmalig extra budget beschikbaar gesteld (voor ophoging van de energietoeslag en extra uitvoeringskosten). De verdeling van deze aanvulling via de algemene uitkering is in deze circulaire verwerkt.
De energietoeslag bedraagt voor het jaar 2022 in totaal € 1.300 voor mensen die leven van 120% van het sociaal minimum. Voorstel: budget wordt opgehoogd. 8. Asiel (inburgering) In het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers op 26 augustus jl. is afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. Voorstel: budget wordt opgehoogd.
6
Bijlage B: Toelichting op Integratie- en decentralisatieuitkeringen (baten)
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
2022 20 10 1 225 630 103 48 63
Integratie- en decentralisatie-uitkeringen Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) Vrouwenopvang (DU) Voorschoolse voorziening peuters (DU) Maatschappelijke begeleiding statushouders (DU) Invoeringskosten Omgevingswet Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) Leerlingenvervoer Oekraïne Participatie (IU) Beschermd Wonen (IU) Totaal mutaties
1.100
2023 20 10
2024 20 10
2025 20 10
2026 20 9
42
42
42
42
-51 21
72
72
71
In de circulaire zijn de baten die verlaagd of toegevoegd worden nader toegelicht. Hierna is de informatie uit de circulaire samengevat. Tevens is een voorstel voor de verwerking toegevoegd. 1. Maatschappelijke opvang en OGGz In de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang en OGGz is een wijziging in de verdeling verwerkt zonder dat het macrobudget van de uitkering wijzigt. Voorstel: budget wordt opgehoogd. 2. Vrouwenopvang In de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is een wijziging in de verdeling verwerkt zonder dat het macrobudget van de uitkering wijzigt. Voorstel: budget wordt opgehoogd. 4. Maatschappelijke begeleiding statushouders Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden in 2022 per personen € 2.370. Voorstel: budget wordt opgehoogd. 5. Invoeringskosten Omgevingswet In de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat het Rijk in totaal € 150 miljoen bijdraagt aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht.
Voorstel: geen aanpassing budget benodigd, lasten zijn reeds geraamd. 6. Wet kwaliteitsborging bouw De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) treedt naar verwachting vanaf 1 januari 2023 gefaseerd in werking. Er wordt gestart met de eenvoudigere bouwprojecten, daarna volgen eventueel de meer complexere projecten. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Onder deze wet zullen kwaliteitsborgers zorgdragen voor het voldoen aan de bouwtechnische regels. Deze taken vervallen hiermee bij gemeenten die overigens wel het bevoegd gezag blijven houden. Tegelijkertijd wijzigen bepaalde wettelijke taken en krijgen gemeenten er extra wettelijke taken bij, zoals registratie en beoordeling van de Wkb-meldingen. Hieronder vallen onder andere bouwmeldingen, gereed meldingen en informatieverstrekking van de start en einde van bouwwerkzaamheden. Voorstel: geen aanpassing budget benodigd, lasten zijn reeds geraamd.
7
7. Leerlingenvervoer Oekraïne Uit de Oekraïne komen mensen naar Nederland, waaronder veel kinderen en jongeren onder de 18 jaar. Gemeenten hebben de regie en verantwoordelijkheid voor het leerlingenvervoer aan Oekraïense leerlingen. De decentralisatie-uitkering Leerlingenvervoer Oekraïense leerlingen is een tegemoetkoming aan gemeenten voor de kosten die zij voor dit doel hebben gemaakt. Voorstel: budget wordt opgehoogd. 8. IU Participatie: SW bedrijven (covid-19) Eerder heeft het kabinet de gemeenten, in 2020 en 2021, een bijdrage verstrekt voor het opvangen van de exploitatietekorten van de Sociale Werkbedrijven als gevolg van de coronapandemie. Het kabinet stelt voor ditzelfde doel aanvullend € 10 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 januari tot 1 april 2022. Het bedrag is toegevoegd aan de integratieuitkering Participatie, via een verhoging van de Rijksbijdrage Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw). Voorstel: budget wordt incidenteel opgehoogd. 9. IU Beschermd wonen In de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen (BW), eerder voorzien voor 1 januari 2023, is uitgesteld. Meer informatie over de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel beschermd wonen volgt in de meicirculaire 2023. Voorstel: budget wordt incidenteel verlaagd
8