CConstaterende datDelft
Koppel je AI →
Document · PDF

1-Notitie beleidsuitgangspunten afbouw grondwateronttrekking Delft-Noord 2021

Commissie Ruimte en Verkeer 9 september 2021, gemeente DelftBij agendapunt: College van B&W – afbouw grondwateronttrekking Delft-Noord (nr. 2119366)2.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsuitgangspunten afbouw grondwateronttrekking Delft Noord Actualisatie 2021 Aanleiding Op de locatie van DSM in Delft-Noord vindt sinds 1916 een grondwateronttrekking plaats. Oorspronkelijk werd het grondwater gebruikt als koelwater voor de industrie maar dat was na 2009 niet meer nodig. De onttrekking is toen overgegaan naar de Gemeenschappelijke Regeling Beheer Grondwateronttrekking Delft-Noord (GR) en sinds begin 2016 ligt het eigendom en beheer bij de gemeente Delft. De grondwateronttrekking verstoort de natuurlijke grondwaterstanden in de regio, werkt bodemdaling in de hand en kost jaarlijks veel geld. Redenen voor Delft om de onttrekking te willen verminderen en te streven naar geheel stopzetten op termijn. Het plotseling stoppen van de onttrekking kan leiden tot abrupt stijgende ondiepe grondwaterstanden en waterdruk in de regio en het onregelmatig zwellen van de ondergrond (bodemstijging). Dit heeft mogelijk ongewenste effecten op gebouwen, constructies, waterkeringen en infrastructuur. Om dergelijke ongewenste situaties en mogelijke schade te voorkomen heeft Delft in 2017 besloten te starten met een zeer geleidelijke en zorgvuldige afbouw van de grondwateronttrekking.

Uit eerder onderzoek is naar voren gekomen dat het afbouwen van de onttrekking mogelijk invloed kan hebben op de stabiliteit van waterkeringen, het zoutgehalte van oppervlaktewater, het verspreidingsgedrag van oude bodemverontreinigingen, bodembeweging (bodemstijging) en het niveau van het ondiepe grondwater (wateroverlast). Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft aangegeven dat alle waterkeringen voldoende robuust zijn om de afbouw zonder problemen te doorstaan. Ten aanzien van het zoutgehalte van het oppervlaktewater wordt met het routinematige meetnet voldoende vinger aan de pols gehouden. Doordat er minder grondwater wordt onttrokken, vermindert ook de aanzuigende werking in de wijde omgeving op de omliggende bodemverontreinigingen zodat hier geen problemen te verwachten zijn. Daarmee blijven er bij een zeer geleidelijke en zorgvuldige afbouw twee aspecten die aandacht vragen over, te weten een mogelijke ongelijkmatige stijging van de bodem en mogelijke wateroverlast door ondiepere grondwaterstanden. Hiermee zijn vele belangen gemoeid en gezien de unieke situatie in Delft is er vooraf niet op alle vragen een pasklaar antwoord voor handen. Door de afbouwstappen nauwgezet te monitoren wordt steeds beter inzichtelijk of de grondwaterstanden en andere parameters naar verwachting reageren of dat er mogelijk afwijkingen gaan optreden.

Op basis van dit groeiende inzicht wordt het afbouwtempo nader bepaald, afgestemd met de omgeving en het bevoegd gezag en worden eventueel maatregelen getroffen. Kortom, de gemeente Delft zal de onttrekking met beleid afbouwen en het beleid hieromtrent zal zich komende jaren steeds verder uitkristalliseren. Deze notitie geeft de voor 2021 actuele beleidsuitgangspunten weer. Ten opzichte van 2020 zijn er geen beleidsuitgangspunten aangepast. De uitgangspunten worden hieronder kort opgesomd en verderop in deze notitie nader toegelicht.

Pagina 1 van 5

a. Afbouwen van de grondwateronttrekking verloopt zeer geleidelijk en zorgvuldig over een tijdsperiode van ten minste 10 jaar en beoogt een volledige stopzetting van de grondwateronttrekking op termijn. b. De gemeente Delft richt haar monitoring tijdens de afbouw op bodemstijging en wateroverlast. c. Open en transparante communicatie, informatievoorziening en zorgvuldige besluitvorming met voldoende ruimte voor input van belanghebbenden. d. Het afbouwtempo wordt bepaald op basis van de onderstaande aspecten en criteria: i. Resultaten van de concrete monitoringsgegevens en het voortschrijdend inzicht in het daadwerkelijke gedrag van het grondwater- en bodemsysteem. ii. In een gebied mag de snelheid van eventuele bodemstijging de snelheid van de eerder met het monitoringsprogramma gemeten bodemdaling in dat gebied niet overschrijden. iii. Criteria voor de mate waarin grondwaterstanden tijdens een afbouwstap van de prognose af mogen wijken. Deze criteria worden per afbouwstap vooraf aangegeven. e. Voor schade als direct gevolg van het afbouwen van de grondwateronttrekking is er een Nadeelcompensatieregeling Afbouw Grondwateronttrekking Delft opgesteld. f. Ten aanzien van grondwateroverlast treft de gemeente Delft tijdig maatregelen in de openbare ruimte op die plekken die voor de afbouw van de grondwateronttrekking gevoelig zijn.

Buiten de openbare ruimte treft de gemeente geen maatregelen. g. De gemeente Delft spreekt perceeleigenaren en woningbezitters voortdurend aan op de eigen verantwoordelijkheid voor waterdichte huizen en het ontwateren van percelen in de voor de afbouw van de onttrekking gevoelige gebieden. h. Het aanpakken van wateroverlast valt onder de brede regie van het toekomstbestendig maken van de gemeente Delft ten aanzien van de voortschrijdende bodemdaling en klimaatverandering.

Toelichting op de uitgangspunten a. Afbouwen van de grondwateronttrekking verloopt zeer geleidelijk en zorgvuldig over een tijdsperiode van ten minste 10 jaar en beoogt een volledige stopzetting van de grondwateronttrekking op termijn. In 2017 heeft de Gemeente Delft het besluit1 genomen om de grondwateronttrekking zeer geleidelijk en zorgvuldig over een tijdsperiode van ten minste 10 jaar af te bouwen. Of het haalbaar is om de grondwateronttrekking geheel te beëindigen zal door voortschrijdend inzicht duidelijk moeten worden. Door de afbouwstappen nauwgezet te monitoren wordt steeds beter inzichtelijk of de grondwaterstanden en andere parameters naar verwachting reageren of dat er mogelijk afwijkingen gaan optreden. Op basis van dit groeiende inzicht wordt het afbouwtempo nader bepaald, afgestemd met de omgeving en het bevoegd gezag en worden eventuele maatregelen getroffen. Als vervolgens blijkt dat verdergaande afbouw van de grondwaterwinning maatschappelijk onacceptabele schade en kosten met zich meebrengt, dan kan het verstandiger zijn langer te blijven doorpompen.

1

Collegebesluit april 2017

Pagina 2 van 5

b. De gemeente Delft richt haar monitoring tijdens de afbouw op bodemstijging en wateroverlast. Uit eerder onderzoek2 is naar voren gekomen dat het afbouwen van de onttrekking invloed kan hebben op de stabiliteit van waterkeringen, het zoutgehalte van oppervlaktewater, het verspreidingsgedrag van oude bodemverontreinigingen, bodembeweging (bodemstijging) en de grondwaterstanden van het ondiepe grondwater (wateroverlast). Voor de aspecten ‘veiligheid waterkeringen3’ en ‘zoutgehalte van het oppervlaktewater’ vertrouwt de gemeente op het oordeel van het hoogheemraadschap. In het gebied rond de onttrekking zijn gevallen bekend van mobiele grondwaterverontreinigingen. De verspreiding van deze verontreinigingen in de richting van de onttrekkingsbron zal met het afbouwen van de grondwateronttrekking alleen maar minder worden. Daarmee is dit geen punt van zorg bij het overwegen van de afbouw. Er resteren voor de afbouw twee aandachtspunten, te weten eventuele schade door bodemstijging en mogelijke wateroverlast door ondiepere grondwaterstanden. Op deze twee aspecten richt de gemeente Delft dan ook de focus. c. Open en transparante communicatie, informatievoorziening en zorgvuldige besluitvorming met voldoende ruimte voor input van belanghebbenden. Het zorgvuldig afbouwen van de grondwateronttrekking vraagt gedurende het hele proces om verstandige en breed gedragen keuzes.

Het is een gevoelig en complex project waarbij het van belang is om emotionele en rationele argumenten en belangen te onderkennen en af te wegen in een zorgvuldig besluitvormingsproces. Om hierin constructief van gedachten te wisselen en te kunnen besluiten is het van belang dat alle betrokkenen over de juiste en complete informatie beschikken. Uitgangspunt is dan ook om als gemeente open en transparant te zijn, alle beschikbare informatie toegankelijk te maken en actief en op maat te communiceren met alle actoren. d. Het afbouwtempo wordt bepaald op basis van de onderstaande aspecten en criteria: De bodem in West-Nederland daalt doordat de bodem inklinkt. Een belangrijke oorzaak hiervan is het onttrekken van water aan de bodem door sloten en drainage. Met name bodemlagen die uit veen bestaan worden aanzienlijk dunner als er water aan onttrokken wordt. Bij plotselinge grote veranderingen in grondwaterstanden en waterdrukken is er een kans op problemen, bijvoorbeeld als de veenlaag lokaal een grote variatie in dikte vertoont. Dan kan bijvoorbeeld het deel van een gebouw dat op een dik stuk veenlaag staat sneller zakken dan het deel dat op een dun stuk veenlaag staat. In dat geval kan het gebeuren dat het gebouw de verandering niet bij kan houden, de spanning op het gebouw te groot wordt en er een scheur in een muur komt.

In het geval van verminderen van de grondwateronttrekking is er sprake van precies het omgekeerde proces. Doordat in de diepe veenlagen de waterdruk toe neemt, kunnen deze weer zwellen en zodoende terugveren. Dat zal slechts een gedeelte zijn van wat ze ooit gekrompen zijn, maar bij plotselinge grote veranderingen kan niet uitgesloten worden dat er schade door ruimtelijk ongelijkmatige stijging van de bodem optreedt.

2 3

Grondwatereffecten aan de oppervlakte gebracht, Deltares 2008. Rapportage Delfland dat keringen geen probleem meer zijn

Pagina 3 van 5

Overigens is het zo, dat toen DSM vóór 2004 het beheer voerde over de onttrekking, tussen de seizoenen regelmatig meer dan 300 kubieke meter per uur werd af- of bijgeschakeld, zonder dat hierbij schade is gemeld in de omgeving. Zodra de metingen aangeven dat er afwijkingen te verwachten zijn, kan de volgende afbouwstap worden uitgesteld. Onderzoek moet dan eerst uitwijzen of het nodig is om het afbouwen te vertragen of om – in het uiterste geval – helemaal te stoppen met afbouwen en de resterende grondwateronttrekking in stand te laten. Het uitgangspunt van de gemeente is dat schades door bodemstijging als gevolg van de afbouw van de grondwateronttrekking voorkomen worden. Om dit te borgen zijn er criteria opgesteld: i. Resultaten van de concrete monitoringsgegevens en het voortschrijdend inzicht in het daadwerkelijke gedrag van het grondwater- en bodemsysteem. De daadwerkelijk optredende veranderingen in zowel het grondwatersysteem als het bodemsysteem worden nauwkeurig bijgehouden en zijn de basis voor besluiten over de afbouwsnelheid van de grondwateronttrekking. Computermodellen vormen een waardevol instrument om beleid te ondersteunen en deze zullen ook steeds beter worden naarmate er meer kennis beschikbaar komt, maar de daadwerkelijke metingen zijn leidend voor de besluitvorming. ii.

In een gebied mag de snelheid van eventuele bodemstijging de snelheid van de eerder met het monitoringsprogramma gemeten bodemdaling in dat gebied niet overschrijden. De bestaande (oude) bebouwing welke niet op heipalen is gefundeerd heeft afgelopen eeuw blootgestaan aan bodemdaling. Onderdeel van de uitgebreide monitoring is het met satellietmetingen meten hoe snel de bodem en de gebouwen bewegen. Hierbij is er sinds 2009 locatie specifieke informatie voorhanden. Dit maakt het acceptabel om als randvoorwaarde te stellen dat op een voor stijgingsschade gevoelige locatie het tempo van eventueel optredende bodemstijging niet die van de daar eerder gemeten bodemdaling mag overschrijden. iii. Criteria voor de mate waarin grondwaterstanden tijdens een afbouwstap van de prognose af mogen wijken. Deze criteria worden per afbouwstap vooraf aangegeven. Het effect dat als eerste optreedt bij het doorvoeren van een afbouwstap, is het stijgen van de druk in het diepe grondwater dicht rondom de onttrekking. De grondwaterdruk wordt voor, tijdens en na de afbouwstap intensief gemeten. Mocht een afbouwstap onverwachte gevolgen hebben dan wordt dat direct gesignaleerd. Dit proces is geborgd en wordt gerapporteerd aan het bevoegd gezag Omgevingsdienst Haaglanden in een aantal quickscan-rapportages. e.

De gemeente Delft kent een nadeelcompensatieregeling voor het geval de afbouw onverhoopt schade veroorzaakt. In de Nadeelcompensatieregeling Afbouw Grondwateronttrekking Delft wil de gemeente Delft voorzien in de mogelijkheid van nadeelcompensatie bij schade, die een direct gevolg is van het afbouwen van de grondwateronttrekking, en dan speciaal met het oog op de schade die door bodemstijging of door wateroverlast is ontstaan. De gedachte hierachter is, dat wanneer de gemeente ondanks alle voorzorg niet heeft kunnen verhinderen dat door de afbouw van de Pagina 4 van 5

grondwateronttrekking schade aan huizen en gebouwen ontstaat, zij gedupeerde Delftse burgers en ondernemers de mogelijkheid van compensatie wil bieden. In het kort wil nadeelcompensatie zeggen: de (gedeeltelijke) vergoeding van schade die een beperkte groep individuen onevenredig treft en die wordt geleden als gevolg van rechtmatig handelen van de overheid. f. Ten aanzien van wateroverlast treft de gemeente tijdig maatregelen in de openbare ruimte op die plekken die voor de afbouw van de grondwateronttrekking gevoelig zijn. Buiten de openbare ruimte treft de gemeente geen maatregelen. Het afbouwen van de grondwateronttrekking zal uiteindelijk van invloed zijn op de grondwaterstand. Neerslag zal meer zijn weg moeten vinden naar de sloten en grachten of alternatieve berging om afgevoerd te worden. Niet elke plek is even gevoelig voor de door de afbouw toenemende druk van het diepe grondwater. Op plekken waar bijvoorbeeld een dikke laag klei of veen in de grond zit vertaalt de hogere grondwaterdruk zich nagenoeg niet door in het niveau van het ondiepe grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor het tegengaan van wateroverlast in de openbare ruimte en zal op de plekken waar overlast verwacht wordt tijdig drainage verzorgen. Buiten de openbare ruimte treft de gemeente geen maatregelen. g.

De gemeente spreekt perceeleigenaren en woningbezitters tijdig aan op de eigen verantwoordelijkheid voor waterdichte huizen en het ontwateren van percelen in de voor de afbouw van de onttrekking gevoelige gebieden. Bezitters van onroerende zaken zijn, net als de gemeente dat is voor de openbare ruimte, op hun eigen perceel verantwoordelijk voor het water op eigen terrein. Het aanleggen van drainage of het waterdicht maken van een huis (als dat nog niet waterdicht is) vraagt inzet en tijd. De gemeente informeert daarom perceeleigenaren en woningbezitters tijdig over de eigen verantwoordelijkheid voor maatregelen bij grondwateroverlast, zoals het waterdicht maken van een kelder, het tegengaan van optrekkend vocht in muren of het aanleggen van drainage in de tuin. Door het tijdig informeren hebben de bewoners de tijd om de benodigde maatregelen te treffen om overlast te voorkomen. h. Het aanpakken van wateroverlast valt onder de bredere regie van het toekomstbestendig maken van de gemeente Delft ten aanzien van de voortschrijdende reguliere bodemdaling en klimaatverandering. Er is sprake van toenemende wateroverlast in de regio en ook in Delft. Belangrijkste oorzaken hiervan zijn bodemdaling en klimaatverandering. Bodemdaling zorgt er voor dat het maaiveld geleidelijk dichter bij het grondwater komt.

Als bodemdaling ongelijkmatig is ontstaan er ook dieper gelegen locaties waar vervolgens de neerslag heen stroomt en zo voor aanvullende overlast kan zorgen. Klimaatverandering zorgt er voor dat er meer en zwaardere regenbuien vallen. Om Delft toekomstbestendig te maken wordt er gewerkt aan een klimaatadaptatiestrategie. Eventuele (stimulerings-)maatregelen om klimaatveranderingen, bodemdaling en daarmee ook grondwateroverlast aan te pakken vallen daarom onder de regie van het toekomstbestendig maken van Delft. Voor het bekostigen van maatregelen buiten de openbare ruimte, die mogelijk nodig zijn door afbouw van de grondwateronttrekking, wordt door Delft geen specifiek stimuleringsprogramma opgezet.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10121321/1